Eindexamen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.

Kort antwoord

Het centraal examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over investeren (15), balans en resultatenrekening (9) en financiering (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Investeren6-7, 9, 12-15, 19-20, 22-2715
Balans en resultatenrekening2-5, 10-11, 21, 28-299
Financiering1, 16-18, 305
Kostprijs en break-even81

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 3 examens management en organisatie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over investeren (50% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over kostprijs en break-even (3% van de vragen, gemiddeld 33%) en financiering (17% van de vragen, gemiddeld 25%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Op 1 januari 2015 kocht Aron Flink een bedrijfspand. Hij liet dat verbouwen tot een bedrijvencentrum. Hij verhuurt hierin ruimtes aan een kapsalon en aan een nagelstudio.

Gegeven is over 2018:

− Voor de aanschaf en de verbouwing heeft Aron een hypothecaire lening afgesloten waarvoor aan het eind van elke maand een vast bedrag van € 1.521 aan interest en aflossing wordt betaald. Op 1 januari 2018 resteert nog een schuld van € 231.863. De interest is 0,3% per maand.

  • De verzekeringspremie van het bedrijfspand is € 3.600 per jaar en wordt door Aron op 1 januari 2018 voor het gehele jaar 2018 betaald.
  • De overige kosten zijn € 504,41 per maand in 2018.
  • Aron ontvangt vooruit op de eerste dag van elk kwartaal van 2018 van beide huurders gezamenlijk een totaalbedrag aan huur van € 7.500 voor drie maanden.

Bij het aflossen van een hypothecaire lening zijn verschillende aflossingssystemen mogelijk:

− met gelijke bedragen

  • door middel van annuïteiten
  • op het eind van de looptijd in één keer

Vraag 1 2 punten

Op basis van welk aflossingssysteem wordt bovenstaande hypothecaire lening afgelost? Motiveer het antwoord.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede deelscorepunt wordt alleen toegekend wanneer het eerste is behaald.

Vraag 2 3 punten

Bereken het resultaat van Aron over de maand januari 2018. Vermeld of het een voordelig of een nadelig resultaat betreft.

Bekijk het antwoord
  • 7.500 3.600 – 0,003 x 231.863 – – 504,41 = € 1.000 voordelig 3 (12) (3)

Met betrekking tot zowel de huur als de verzekeringspremie staan op de balans van Aron per 1 februari 2018 transitorische posten (overlopende posten).

Vraag 3 4 punten

Welke transitorische posten die hierop betrekking hebben staan op de balans van Aron per 1 februari 2018? Geef de namen van deze posten, de balanskant (debet of credit) waarop deze posten staan en de grootte van deze posten. Vul hiertoe de uitwerkbijlage behorende bij deze vraag volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

betreffende naam op de debet/credit bedrag balans van de (inclusief transitorische berekening) op post de balans per

1 februari 2018 huur Vooruitontvangen credit (2) x 7.500 = huur / bedragen (3) € 5.000 verzekering Vooruitbetaalde debet (11) x 3.600 = verzekering / (12) bedragen € 3.300

Opgave 2

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 4.

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Jan Groenland is eigenaar van Green Lunch bv. Green Lunch verkoopt biologische lunchmaaltijden aan consumenten en bedrijven. Omdat de vraag naar biologische maaltijden in het algemeen al jaren toeneemt, overweegt Jan zijn activiteiten uit te breiden. Jan overweegt per 1 januari 2019 ook biologische avondmaaltijden te maken en te verkopen vanuit hetzelfde pand.

Jan kiest bij een eventuele uitbreiding uit twee opties:

  • het onderbrengen van de activiteiten van de avondmaaltijden in de huidige bv: Green Lunch bv
  • de activiteiten van de avondmaaltijden onderbrengen in een aparte bv: Green Dinner bv (zie informatiebron 1)

Jan kiest voor de tweede optie. Jan beweert dat door de oprichting van Green Dinner bv het risico voor Green Lunch bv lager is.

Vraag 4 2 punten

Geef een bedrijfseconomische onderbouwing van de bewering van Jan.

Bekijk het antwoord
  • Als de verkoop van avondmaaltijden tegenvalt / Green Dinner bv failliet gaat (1)
  • gaat dit niet ten koste van de winstgevendheid / continuïteit van Green Lunch bv, omdat alleen Green Dinner bv verlies lijdt / failliet gaat en niet Green Lunch bv (1)

Alle volgende vragen van deze opgave gaan alleen over Jans activiteiten rondom de avondmaaltijden van Green Dinner bv.

Jan stelt een liquiditeitsbegroting op over 2019. De oprichting van Green Dinner zal doorgaan als uit de liquiditeitsbegroting over 2019 blijkt dat zowel in het eerste halfjaar als in het tweede halfjaar van 2019 de ontvangsten groter zijn dan de uitgaven.

Uit deze eis blijkt dat Jan aanstuurt op liquide middelen en niet op winst. Dit doet Jan omdat hij van mening is dat voldoende liquide middelen beter zijn voor de continuïteit van de bv dan voldoende winst.

Vraag 5 2 punten

Geef een onderbouwing van de mening van Jan. Betrek in de onderbouwing zowel de liquide middelen als de winst.

Bekijk het antwoord
  • De continuïteit van Green Dinner is afhankelijk van de mate waarin verplichtingen kunnen worden (terug)betaald (1)
  • Omdat winst niet gebruikt kan worden voor de te betalen verplichtingen, kan beter naar de hoeveelheid liquide middelen worden gekeken (1)

Jan zal op 1 januari 2019 twee investeringen moeten doen:

  • een investering in elektrische bezorgscooters voor het bezorgen van de avondmaaltijden en
  • een investering in een beginvoorraad ingrediënten voor de avondmaaltijden

De avondmaaltijden kunnen iedere dag tussen 17.30 uur en 20.30 uur worden afgehaald of worden bezorgd. Een bezorger kan met een elektrische bezorgscooter gemiddeld drie bestellingen per uur bezorgen (= drie ritten per uur). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de avondmaaltijden gelijkmatig tussen 17.30 en 20.30 uur worden bezorgd. Jan zal in één keer het benodigd aantal elektrische bezorgscooters aanschaffen, waarbij hij wil dat er in 2019 op elke dag altijd voldoende elektrische bezorgscooters zijn om de verwachte bestellingen te kunnen bezorgen.

Vraag 6 2 punten

Toon aan met een berekening dat Jan op 1 januari 2019 vier elektrische bezorgscooters zal moeten aanschaffen (zie informatiebron 2).

Bekijk het antwoord
  • Op zaterdag in kwartaal 4 is het het drukst: 45 x 0,8 = 36 bestellingen die bezorgd moeten worden (1)
  • Met één scooter kunnen per 3 uur 9 bestellingen bezorgd worden 36 dus zijn er = 4 scooters nodig (1)

Vraag 7 1 punt

Bereken het totale investeringsbedrag voor deze vier scooters per

1 januari 2019 (zie informatiebron 3).

Bekijk het antwoord
  • 4 x (1.350 + 80 + 15) = € 5.780 (1)

In kwartaal 1 van 2019 zijn er 160 bestellingen per week.

Vraag 8 2 punten

Toon met een berekening aan dat in kwartaal 1 van 2019 het verwachte aantal te verkopen avondmaaltijden per week 280 is (zie informatiebron 2).

Bekijk het antwoord
  • 160 x 0,5 x 1 + 160 x 0,3 x 2 + 160 x 0,15 x 3 + 160 x 0,05 x 4 = 280 (2)

Vraag 9 2 punten

Bereken het verwachte investeringsbedrag in de beginvoorraad ingrediënten op 1 januari 2019 (zie informatiebron 2 en 3).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • 280 x 11,50 = 3.220 (1) 100
  • x 3.220 = € 1.750 (1) 184

De klanten die de avondmaaltijden afnemen, zullen altijd contant betalen.

Vraag 10 4 punten

Bereken over het eerste halfjaar van 2019 de verwachte totale ontvangsten uit de verkoop en de bezorging van de avondmaaltijden (zie informatiebron 2).

Bekijk het antwoord
  • maaltijden: (280 x + 4.186) x 11,50 = 89.999,00 (2)
  • bezorging: (2.080 + 2.392) x 0,8 x 0,5 x 2 = 3.577,60 € 93.576,60 (2)

Naast de verwachte investeringsuitgave aan de beginvoorraad ingrediënten op 1 januari 2019 zijn er uitgaven aan inkopen van de ingrediënten gedurende de week. Deze inkopen zullen op de dag van inkoop worden betaald aan de leveranciers.

Naast de eerder genoemde ontvangsten en uitgaven zijn er nog andere gegevens (zie informatiebron 4).

Vraag 11 4 punten

Bereken de verwachte saldi liquide middelen aan het eind van elk halfjaar van 2019. Vul hiertoe de uitwerkbijlage behorende bij deze vraag volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

getallen x € 1 eerste tweede halfjaar halfjaar

2019 2019 verwachte ontvangsten ontvangsten uit verkoop en bezorging (vraag 10) 93.576,60 113.162,40

verwachte uitgaven investeringen op 1 januari (vraag 7 en 9) 7.530,00 uitgaven aan inkopen (exclusief de investering) 48.912,50 59.150,00 uitgaven aan elektrische bezorgscooters (exclusief de investering) 11.250,00 11.250,00 uitgaven keukenpersoneel 9.555,00 9.555,00 vergoeding aan Green Lunch bv 6.000,00 6.000,00 totale verwachte uitgaven 83.247,50 85.955,00

ontvangsten minus uitgaven in halfjaar 10.329,10 27.207,40

Berekeningen

uitgaven aan elektrische bezorgscooters 0,5 x 22.500 uitgaven keukenpersoneel 3,5 x 15 x 182

Conclusie

Vraag 12 2 punten

Zal Jan het plan om vanaf 2019 avondmaaltijden te verkopen, uitvoeren en Green Dinner bv oprichten? Motiveer het antwoord met behulp van de getallen uit de bij vraag 11 ingevulde uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede deelscorepunt wordt alleen toegekend wanneer het eerste is behaald.

Opgave 3

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Chanel heeft op 1 augustus 2018 een spaarrekening met een spaarsaldo van € 4.620,88. Ze is niet tevreden over de interestvergoeding en gaat daarom onderzoeken welke optie haar het meeste oplevert. Ze heeft de keuze uit de volgende vier opties.

optie A een interestvergoeding van 2,4% enkelvoudig per jaar bij de ING-bank optie B een interestvergoeding van 0,2% enkelvoudig per maand bij de Rabobank optie C een interestvergoeding van 2,4% samengesteld per jaar bij de SNS-bank optie D een interestvergoeding van 0,18% samengesteld per maand bij de Triodosbank

Vraag 13 3 punten

Leg uit, zonder het berekenen van de eindwaarden, dat optie C wat betreft de interestopbrengsten over de komende jaren te prefereren is boven optie A, B en D. Vul hiertoe de uitwerkbijlage behorende bij deze vraag volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • optie uitleg C is te prefereren 2,4% per jaar samengestelde interest is altijd meer boven A. dan 2,4% per jaar enkelvoudige interest, want bij samengestelde interest is er ‘interest over interest’. C is te prefereren A en B zijn gelijkwaardig want 2,4% enkelvoudig boven B. per jaar is gelijk aan 0,2% enkelvoudig per maand. Aangezien C > A geldt ook C > B. C is te prefereren D is 1,0018 12 = 1,0218 → 2,18% samengestelde boven D. interest per jaar. Dit is minder dan 2,4% samengestelde interest per jaar. per juiste uitleg (1) (3)

Op 1 augustus 2018 zal Chanel € 4.620,88 op haar nieuwe spaarrekening bij de SNS-bank (optie C) storten. De interest wordt bijgeschreven aan het eind van elke periode. Op 1 augustus 2021 zal ze € 1.000 opnemen voor een groot verjaardagsfeest.

Vraag 14 2 punten

Bereken het verwachte spaarsaldo van haar spaarrekening op

31 juli 2024 na bijschrijving van de interest.

Bekijk het antwoord
  • 4.620,88 x 1.024 3 = 4.961,63 1.000,00 – 3.961,63 (1)
  • 3.961,63 x 1,024 3 = € 4.253,77 (1)

Chanel wil op 1 augustus 2024 een motor kopen. Daarvoor verwacht ze op dat moment € 9.500 nodig te hebben.

Vraag 15 2 punten

Bereken welk bedrag Chanel op 1 augustus 2018 extra had moeten storten op haar spaarrekening zodat het spaarsaldo op 1 augustus 2024 precies genoeg was om de motor te kunnen kopen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • = € 4.550,38 (1) 1,0246

Opgave 4

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Op 1 januari 2019 begint Kees van Oss een eenmanszaak. Kees start een online handelsonderneming in Oosterse tapijten. Hij brengt € 10.000 aan eigen vermogen in de vorm van liquide middelen in. Bij de bank opent hij een zakelijke rekening waarop dit bedrag wordt gestort. De bank stelt een rekening-courantkrediet beschikbaar van maximaal € 12.000 waarvan Kees gebruik kan maken.

Voor het eerste kwartaal 2019 verwacht Kees het volgende:

De verwachte inkopen en omzet zijn:

inkopen waarvan op omzet waarvan op rekening rekening januari € 20.000 € 4.000 € 18.000 € 14.400 februari € 14.000 € 7.000 € 19.000 € 15.200 maart € 14.000 € 7.000 € 20.000 € 16.000 € 48.000 € 18.000 € 57.000 € 45.600

− De krediettermijn debiteuren en de krediettermijn crediteuren zijn een maand en hiervan wordt volledig gebruikgemaakt.

  • Bij het inkopen en verkopen worden de goederen direct geleverd.

− Maandelijks wordt € 1.600 voor de bedrijfsvoering betaald.

  • Voor privédoeleinden wordt maandelijks € 2.500 aan liquide middelen uit de onderneming onttrokken.

Vraag 16 2 punten

Bereken het bedrag aan rekening-courantkrediet dat Kees per

31 januari 2019 verwacht nodig te hebben.

Bekijk het antwoord
  • beginsaldo liquide middelen: 10.000 contante verkopen: 18.000 – 14.400 = 3.600 + (1)
  • contante inkopen (20.000 – 4.000) en overige betalingen: 1.600 + 2.500 = 20.100 – benodigd rekening-courantkrediet: € 6.500 (1)

Vraag 17 2 punten

Van welk van de hieronder staande situaties is sprake ten aanzien van de leveranciers van Kees van Oss? Motiveer het antwoord.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede deelscorepunt wordt alleen toegekend wanneer het eerste is behaald.

a Kees van Oss verstrekt leverancierskrediet. b Kees van Oss verstrekt afnemerskrediet. c Kees van Oss ontvangt leverancierskrediet. d Kees van Oss ontvangt afnemerskrediet.

Om te voorkomen dat Kees van Oss te grote privéopnames doet, stelt de bank bij het ter beschikking stellen van het rekening-courantkrediet een voorwaarde. Het eigen vermogen van de handelsonderneming mag aan het eind van het eerste kwartaal niet kleiner zijn dan het oorspronkelijk ingebrachte eigen vermogen. Anders wordt het beschikbaar gestelde rekening-courantkrediet beëindigd.

De brutowinst over het eerste kwartaal van 2019 is € 19.000.

Vraag 18 3 punten

Toon met een berekening aan of de bank het rekening-courantkrediet beëindigt aan het eind van het eerste kwartaal van 2019.

Bekijk het antwoord
  • begin EV = 10.000 toename eigen vermogen: (19.000 – 3 x 1.600) – 3 x 2.500 = 6.700 eind EV = € 16.700 (2)
  • Het rekening-courantkrediet wordt niet beëindigd want 16.700 > 10.000 (1)

Opgave 5

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 5 tot en met 7.

De Gelderse Blinden Stichting zet zich actief in voor hulp aan blinden en slechtzienden.

De stichting heeft interne richtlijnen opgesteld ten aanzien van het financieel beheer (zie informatiebron 5).

Vraag 19 2 punten

Toon met behulp van een berekening aan of de stichting voldoet aan de norm van de interne richtlijn 1 (zie informatiebron 5 en 6).

Bekijk het antwoord
  • x 100% = 13,3% (1)
  • De stichting voldoet niet aan de norm want 13,3% > 10% (1)

De stichting belegt haar vermogen om met de opbrengsten daaruit het goede doel te steunen. Haar beleggingsstrategie is mede gebaseerd op de interne richtlijn 3 van de stichting (zie informatiebron 5). Op grond hiervan belegt de stichting tot nu toe alleen in obligaties en niet in aandelen.

Vraag 20 1 punt

Leg uit waarom beleggen in obligaties minder risicovol is dan beleggen in aandelen.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeeld van een juist antwoord is: − Een obligatie geeft een vaste interestvergoeding. Een aandeel geeft een wisselend dividend of geen dividend. − De schommelingen van aandelenkoersen kunnen groter zijn dan die van obligaties. − Bij een faillissement van een onderneming is de kans groter dat een obligatiehouder het belegde vermogen terugkrijgt dan dat een aandeelhouder het belegde vermogen terugkrijgt. (1)

Het bezit van de stichting is per 31 december 2017 verdeeld over een bankrekening en obligaties (zie informatiebron 6).

De vaste activa zijn te onderscheiden in materiële vaste activa, immateriële vaste activa en financiële vaste activa.

Vraag 21 1 punt

Tot welke groep vaste activa behoort de balanspost Obligaties bij de Gelderse Blinden Stichting?

Bekijk het antwoord
  • financiële (vaste activa) (1)

Volgens de penningmeester heeft de huidige strategie, het uitsluitend beleggen in obligaties, in 2017 tot een voldoende totaalrendement geleid.

Vraag 22 2 punten

Toon aan met een berekening dat het totaalrendement op obligaties voor

2017 voldoet aan de interne richtlijn 4 van de stichting (zie informatiebron 5, 6 en het formuleblad).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

4.860.000 + 5.560.000

Heroverweging beleggingsstrategie

Het beleggingsrendement over 2017 voldoet weliswaar aan de interne richtlijn 4, echter in een periode van economische groei neemt de kans op stijgende aandelenkoersen toe. De penningmeester stelt daarom voor om vanaf 1 januari 2018 een deel van het vermogen in aandelen, horende tot de AEX-index, te gaan beleggen (zie informatiebron 7).

De stichting was vroeger een vereniging.

Vraag 23 1 punt

Leg uit dat het bij een vereniging lastiger kan zijn geweest voor het bestuur om voor een alternatieve beleggingsstrategie te besluiten.

Bekijk het antwoord
  • Bij een vereniging moet het voorstel van het bestuur worden goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering. (Bij een stichting mag het bestuur zelfstandig besluiten nemen.) (1)

Het voorstel van de penningmeester voor een alternatieve beleggingsstrategie is het belegd vermogen in obligaties per

31 december 2017 te verdelen in

  • 80% van het vermogen blijft belegd in obligaties;
  • 20% van het vermogen wordt in aandelen horende tot de AEX-index belegd.

De overige bestuurdersleden gaan hiermee akkoord indien het verwachte voordelige koersresultaat in 2018 van de alternatieve beleggingsstrategie bij beide scenario’s groter is dan € 20.040.

In informatiebron 7 zijn de verwachte koersontwikkelingen aan de hand van twee scenario’s met betrekking tot de economische groei in 2018 opgenomen. De penningmeester berekent het verwachte koersresultaat bij beleggen volgens de alternatieve beleggingsstrategie bij beide scenario’s. Hij neemt dus de interestbaten en dividendbaten niet mee in zijn analyse.

Vraag 24 1 punt

Bereken het bedrag in euro’s dat in aandelen en het bedrag in euro’s dat in obligaties belegd gaat worden volgens de alternatieve beleggingsstrategie.

Bekijk het antwoord
  • aandelen AEX: 0,20 x 5.560.000 = € 1.112.000 obligaties: 0,80 x 5.560.000 = € 4.448.000 (1)

Vraag 25 1 punt

Bereken het totale verwachte koersresultaat in euro´s van de alternatieve beleggingsstrategie in 2018 bij scenario 1. Geef aan of er sprake is van een voordelig of van een nadelig resultaat.

Bekijk het antwoord
  • aandelen AEX: -/- 0,02 x 1.112.000 = -/-22.240 obligaties: 0,02 x 4.448.000 = 88.960 het totale koersresultaat: € 66.720 voordelig (1)

Vraag 26 1 punt

Bereken het totale verwachte koersresultaat in euro´s van de alternatieve beleggingsstrategie in 2018 bij scenario 2. Geef aan of er sprake is van een voordelig of van een nadelig resultaat.

Bekijk het antwoord
  • aandelen AEX: 0,06 x 1.112.000 66.720 obligaties: -/- 0,01 x 4.448.000 = -/- 44.480 het totale koersresultaat: € 22.240 voordelig (1)

Vraag 27 1 punt

Gaat het bestuur akkoord met de alternatieve beleggingsstrategie voor 2018? Motiveer het antwoord.

Bekijk het antwoord
  • Ja, het bestuur gaat akkoord. De alternatieve beleggingsstrategie heeft bij beide scenario’s een hoger verwacht koersresultaat dan € 20.040. (1)

Opgave 6

Van Hoekstra nv zijn de balansen van 2017 (getallen x € 1.000) bekend:

debet credit

31 december 1 januari 31 december 1 januari Vaste Geplaatst activa 520 500 aandelenkapitaal 400 400 Voorziening onderhoud 120 100 Vlottende activa 420 390 Banklening 300 360 Rekening- courantkrediet 40 30 Winstsaldo 80 0

940 890 940 890

Verder is gegeven:

  • De verandering van de balanspost Banklening is veroorzaakt door een aflossing op 1 oktober 2017.
  • Alle overige veranderingen van de balansposten hebben gelijkmatig verdeeld over het jaar plaatsgevonden.
  • De totale interestkosten over 2017 waren € 14.700.

Vraag 28 2 punten

Noem twee verschillen tussen een voorziening en een schuld.

Bekijk het antwoord
  • Bij een schuld staat het bedrag dat betaald moet worden / de verplichting vast. (Dit is niet het geval bij een voorziening) (1)
  • Bij een schuld staat het moment van betalen vast. (Dit is niet het geval bij een voorziening) (1)

Vraag 29 3 punten

Bereken voor Hoekstra de interestkosten in procenten van het vreemd vermogen (IVV) over 2017 (zie formuleblad).

Bekijk het antwoord
  • ( x 360.000 + x 300.000) = 345.000 (1)
  • = 145.000 + 2 gemiddeld vreemd vermogen: 490.000 (1)
  • IVV = x 100% = 3% (1)

De financieel directeur geeft aan dat er bij Hoekstra over 2017 sprake was van een positief hefboomeffect. Dit valt aan te tonen met behulp van de RTV (Rentabiliteit van het Totaal Vermogen), IVV en/of REV (Rentabiliteit van het Eigen Vermogen).

Vraag 30 2 punten

Welke bewering ten aanzien van een positief hefboomeffect is juist? Motiveer het antwoord zonder een berekening.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede deelscorepunt wordt alleen toegekend wanneer het eerste is behaald.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Management en organisatie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-0251-a-18-1-o

Andere examens management en organisatie havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over investeren (15), balans en resultatenrekening (9) en financiering (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van management en organisatie havo 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-0251-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen management en organisatie havo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.