Eindexamen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1, Tekst 2, Tekst 3 en Tekst 2, Afbeelding 1, Tekst 4.

Kort antwoord

Het centraal examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over lezen (16), cultuur en interpretatie (7) en taalkunde (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Lezen1-5, 9-11, 14-16, 20, 23, 26-2816
Cultuur en interpretatie13, 17-19, 24, 29-307
Taalkunde6, 12, 21, 254
Stilistiek7-8, 223
Vertalen311

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tekst 1

Odysseus spreekt met Calypso over zijn vertrek. Hij zegt wat hij van haar voorstel vindt.

177 “Οὐδ᾿ ἂν ἐγὼν ἀέκητι σέθεν σχεδίης ἐπιβαίην,
178 εἰ μή μοι τλαίης γε, θεά, μέγαν ὅρκον ὀμόσσαι
179 μή τί μοι αὐτῷ πῆμα κακὸν βουλευσέμεν ἄλλο.”
180 Ὣς φάτο, μείδησεν δὲ Καλυψώ, δῖα θεάων,
181 χειρί τέ μιν κατέρεξεν ἔπος τ᾿ ἔφατ᾿ ἔκ τ᾿ ὀνόμαζεν·
182 “Ἦ δὴ ἀλιτρός γ᾿ ἐσσὶ καὶ οὐκ ἀποφώλια εἰδώς,
183 οἷον δὴ τὸν μῦθον ἐπεφράσθης ἀγορεῦσαι.
184 Ἴστω νῦν τόδε γαῖα καὶ οὐρανὸς εὐρὺς ὕπερθε
185 καὶ τὸ κατειβόμενον Στυγὸς ὕδωρ, ὅς τε μέγιστος
186 ὅρκος δεινότατός τε πέλει μακάρεσσι θεοῖσι,
187 μή τί σοι αὐτῷ πῆμα κακὸν βουλευσέμεν ἄλλο.
188 Ἀλλὰ τὰ μὲν νοέω καὶ φράσσομαι, ἅσσ᾿ ἂν ἐμοί περ
189 αὐτῇ μηδοίμην, ὅτε με χρειὼ τόσον ἵκοι·
190 καὶ γὰρ ἐμοὶ νόος ἐστὶν ἐναίσιμος, οὐδέ μοι αὐτῇ
191 θυμὸς ἐνὶ στήθεσσι σιδήρεος, ἀλλ᾿ ἐλεήμων.”
192 Ὣς ἄρα φωνήσασ᾿ ἡγήσατο δῖα θεάων
193 καρπαλίμως· ὁ δ᾿ ἔπειτα μετ᾿ ἴχνια βαῖνε θεοῖο.
194 Ἷξον δὲ σπεῖος γλαφυρὸν θεὸς ἠδὲ καὶ ἀνήρ,
195 καί ῥ᾿ ὁ μὲν ἔνθα καθέζετ᾿ ἐπὶ θρόνου ἔνθεν ἀνέστη
196 Ἑρμείας, νύμφη δ᾿ ἐτίθει πάρα πᾶσαν ἐδωδήν,
197 ἔσθειν καὶ πίνειν, οἷα βροτοὶ ἄνδρες ἔδουσιν·
198 αὐτὴ δ᾿ ἀντίον ἷζεν Ὀδυσσῆος θείοιο,
199 τῇ δὲ παρ᾿ ἀμβροσίην δμῳαὶ καὶ νέκταρ ἔθηκαν.
200 Οἱ δ᾿ ἐπ᾿ ὀνείαθ᾿ ἑτοῖμα προκείμενα χεῖρας ἴαλλον.
201 Αὐτὰρ ἐπεὶ τάρπησαν ἐδητύος ἠδὲ ποτῆτος,
202 τοῖς ἄρα μύθων ἦρχε Καλυψώ, δῖα θεάων·
203 “Διογενὲς Λαερτιάδη, πολυμήχαν᾿ Ὀδυσσεῦ,
204 οὕτω δὴ οἶκόνδε φίλην ἐς πατρίδα γαῖαν
205 αὐτίκα νῦν ἐθέλεις ἰέναι; Σὺ δὲ χαῖρε καὶ ἔμπης.
206 Εἴ γε μὲν εἰδείης σῇσι φρεσὶν ὅσσα τοι αἶσα
207 κήδε᾿ ἀναπλῆσαι, πρὶν πατρίδα γαῖαν ἱκέσθαι,
208 ἐνθάδε κ᾿ αὖθι μένων σὺν ἐμοὶ τόδε δῶμα φυλάσσοις
209 ἀθάνατός τ᾿ εἴης, ἱμειρόμενός περ ἰδέσθαι
210 σὴν ἄλοχον, τῆς αἰὲν ἐέλδεαι ἤματα πάντα.
211 Οὐ μέν θην κείνης γε χερείων εὔχομαι εἶναι,
212 οὐ δέμας οὐδὲ φυήν, ἐπεὶ οὔ πως οὐδὲ ἔοικε
213 θνητὰς ἀθανάτῃσι δέμας καὶ εἶδος ἐρίζειν.”
214 Τὴν δ᾿ ἀπαμειβόμενος προσέφη πολύμητις Ὀδυσσεύς·
215 “Πότνα θεά, μή μοι τόδε χώεο· οἶδα καὶ αὐτὸς
216 πάντα μάλ᾿, οὕνεκα σεῖο περίφρων Πηνελόπεια
217 εἶδος ἀκιδνοτέρη μέγεθός τ᾿ εἰσάντα ἰδέσθαι·
218 ἡ μὲν γὰρ βροτός ἐστι, σὺ δ᾿ ἀθάνατος καὶ ἀγήρως.
219 Ἀλλὰ καὶ ὣς ἐθέλω καὶ ἐέλδομαι ἤματα πάντα
220 οἴκαδέ τ᾿ ἐλθέμεναι καὶ νόστιμον ἦμαρ ἰδέσθαι.”

Aantekeningen

  • regel 182 ἀλιτρός listig; ἀποφώλιος nutteloos
  • regel 191 ἐλεήμων medelijdend
  • regel 193 τὸ ἴχνιον voetspoor
  • regel 209 ἱμείρω wensen
  • regel 215 πότνα machtig
  • regel 217 ἀκιδνότερος minder
  • regel 218 ἀγήρως eeuwig jong

Homerus, Odyssee 5.177-220

Regel 179 πῆμα κακὸν βουλευσέμεν ἄλλο

Vraag 1 1 punt

Noteer voor welke ellende Odysseus Calypso al verantwoordelijk houdt. Baseer je antwoord op de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.

Bekijk het antwoord

dat ze Odysseus vasthield op haar eiland (hoewel hij naar huis/Penelope verlangde)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Regel 182-191 Ἦ t/m ἐλεήμων

Dit tekstgedeelte kan ingedeeld worden in vier onderdelen. Het eerste onderdeel (regel 182-183) kan als volgt kort samengevat worden: Wat ben je toch een slimmerd.

Vraag 2 3 punten

Noteer voor elk van de drie volgende onderdelen een dergelijke korte samenvatting. Je hoeft de onderdelen niet aan te geven met regelnummers. Gebruik bij voorkeur niet meer dan 40 woorden in totaal.

Bekijk het antwoord
  • Ik zweer dat ik geen kwaad in de zin heb / geen ander gemeen plan heb. (1)
  • Ik zou mezelf ook dit advies geven. / Het plan dat ik jou geef, zou ik zelf ook zo uitvoeren. (1)
  • Ik ben jou goedgezind / heb medelijden met je / heb het beste met je voor. (1)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Opmerking: niet fout rekenen wanneer de antwoorden in een andere volgorde zijn genoteerd.

Regel 195-199 καί t/m ἔθηκαν

Aan Odysseus wordt iets anders geserveerd dan aan Calypso, en zijn maaltijd wordt ook door iemand anders geserveerd dan de maaltijd van Calypso.

Vraag 3 2 punten

Citeer uit het tekstgedeelte καί t/m ἔθηκαν (regel 195-199) de twee Griekse zelfstandige naamwoorden waarmee degenen worden aangeduid die aan Odysseus en aan Calypso de maaltijd serveren.

Bekijk het antwoord

νύμφη (regel 196)

δμῳαὶ (regel 199)

Vraag 4 1 punt

Citeer uit het tekstgedeelte καί t/m ἔθηκαν (regel 195-199) het Griekse tekstelement dat een verklaring vormt voor het feit dat aan Odysseus iets anders geserveerd wordt dan aan Calypso.

Bekijk het antwoord

οἷα βροτοὶ ἄνδρες ἔδουσιν (regel 197)

Opmerking: niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘βροτοὶ ἄνδρες (regel 197)’.

Vraag 5 1 punt

Citeer uit het tekstgedeelte καί t/m ἔθηκαν (regel 195-199) het Griekse tekstelement dat in deze context een contrast vormt met πᾶσαν ἐδωδήν (regel 196).

Bekijk het antwoord

ἀμβροσίην καὶ νέκταρ (regel 199)

Opmerking: niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘ἀμβροσίην (regel 199)’.

Regel 199 ἔθηκαν en regel 200 ἴαλλον

Vraag 6 2 punten

Beschrijf de verschillende aspectswaarden van deze werkwoordsvormen. Betrek in je antwoord de betekenis van deze werkwoordsvormen.

Bekijk het antwoord

(De aoristus) ἔθηκαν duidt een afgesloten/eenmalige handeling aan / een handeling aan die het verhaal voortstuwt: ze zetten (de maaltijd) neer / hebben/hadden (de maaltijd) neergezet / het neerzetten (van de maaltijd door de dienaressen). (1)

(Het imperfectum) ἴαλλον beschrijft een herhaalde handeling: ze strekten (herhaaldelijk) (hun handen) uit (naar de maaltijd) / het uitstrekken (van de handen). (1)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Opmerkingen: bij beide delen van het antwoord het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het deelantwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer in het antwoord over ἴαλλον in plaats van ‘herhaalde handeling’ is genoteerd ‘situatie’ / ‘voortdurende handeling’.

Regel 200-201 Οἱ t/m ποτῆτος

Dit tekstgedeelte kan beschouwd worden als een lange formule.

Vraag 7 1 punt

Noteer de gebruikelijke benaming voor dit soort lange formules in het epos.

Bekijk het antwoord

typische scène

Opmerking: niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘maaltijdscène’.

Regel 209-210 ἱμειρόμενός t/m πάντα

Vraag 8 1 punt

Noteer de naam van het stilistisch middel waarmee in dit tekstgedeelte benadrukt wordt naar wie Odysseus verlangt.

Bekijk het antwoord

enjambement

Opmerking: geen scorepunt toekennen wanneer geantwoord is ‘vooropplaatsing’.

Regel 203-213 Διογενὲς t/m ἐρίζειν

In dit tekstgedeelte beschrijft Calypso twee mogelijke toekomstscenario’s voor Odysseus: naar huis gaan of bij haar blijven.

Vraag 9 1 punt

Noteer in eigen woorden het nadeel van naar huis gaan dat Calypso noemt in het tekstgedeelte Διογενὲς t/m ἱκέσθαι (regel 203-207).

Bekijk het antwoord

Hij moet eerst nog veel ellende doorstaan (voordat hij thuiskomt) / De reis naar huis kent veel gevaren.

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Vraag 10 1 punt

Citeer uit het tekstgedeelte ἐνθάδε t/m πάντα (regel 208-210) het Griekse tekstelement waarmee Calypso het bijzondere voordeel van bij haar blijven aanduidt.

Bekijk het antwoord

ἀθάνατός (τ᾿ εἴης) (regel 209)

Vraag 11 1 punt

Noteer in eigen woorden het argument waarmee Calypso het nadeel van bij haar blijven probeert om te buigen naar een voordeel. Baseer je antwoord op het tekstgedeelte Οὐ μέν t/m ἐρίζειν (regel 211-213).

Bekijk het antwoord

Ik ben / Zij(zelf)/Calypso is mooier dan / minstens even mooi als Penelope.

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Regel 214 Τὴν δ᾿ ἀπαμειβόμενος προσέφη πολύμητις Ὀδυσσεύς

Vraag 12 1 punt

Welk bijvoeglijk naamwoord past in het metrum op de plaats van πολύμητις in regel 214?

  1. A ἀντίθεος
  2. B διογενής
  3. C μεγαλήτωρ
  4. D πτολίπορθος
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Regel 215-220 Πότνα t/m ἦμαρ ἰδέσθαι

In de Heroides van Ovidius schrijft Penelope aan Odysseus:

Je kunt verlokt zijn door een vreemde vrouw. Misschien dat jij mij daar bij haar omschrijft als een wat simpel soort huisvrouw die niet anders kan dan woldraad spinnen.

Vraag 13 1 punt

Vind jij dat Odysseus Penelope bij Calypso omschrijft zoals Penelope in het bovenstaande citaat suggereert? Beargumenteer je mening met een gegeven uit het tekstgedeelte Πότνα t/m ἦμαρ ἰδέσθαι (regel 215-220).

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een goed antwoord zijn:

  • Nee, Odysseus noemt Penelope juist een verstandige vrouw.
  • Nee, Odysseus noemt Penelope wel een sterveling maar noemt haar geen huisvrouw of simpel.
  • Nee, Odysseus erkent weliswaar dat Calypso mooier is dan Penelope, maar daarna zegt hij meteen dat dat niet aan Penelope ligt, omdat ze nu eenmaal geen godin is.
  • Ja, Odysseus prijst Calypso als onsterfelijk en eeuwig jong en beledigt Penelope door haar slechts een (simpele) sterveling te noemen.
  • Ja, in de woorden καὶ ὣς (regel 219) klinkt een neerbuigende toon: ondanks Penelope’s middelmatige verschijning wil Odysseus tóch naar haar toe.
  • Ja, Odysseus verlangt vooral naar huis, en Penelope als sterveling vindt hij ook maar heel gewoontjes.

Regel 219-220 Ἀλλὰ t/m ἰδέσθαι

Dit tekstgedeelte wordt door Imme Dros als volgt vertaald:

Maar ik heb toch altijd heimwee en zonder ophouden word ik toch steeds verteerd van verlangen naar de dag van mijn thuiskomst.

Vraag 14 1 punt

Citeer het Griekse tekstelement dat in de vertaling driemaal is weergegeven.

Bekijk het antwoord

ἤματα πάντα (regel 219)

Als tekst 1 verfilmd zou worden, dan zou er op twee verschillende locaties op het eiland van Calypso worden gefilmd.

Vraag 15 1 punt

Noteer de concrete locatie waarop het eerste gedeelte van tekst 1 zich afspeelt. Baseer je antwoord op de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.

Bekijk het antwoord

het strand / de kust (waar Odysseus zit)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Vraag 16 1 punt

Noteer het nummer van de regel waarin de tweede locatie voor het eerst genoemd wordt.

Bekijk het antwoord

(regel) 194

In een roman die geïnspireerd is op de Odyssee verwijt Penelope Odysseus dat hij zo lang bij Calypso gebleven is:

Ik weet hoe jullie mannen zijn als je belandt bij zo’n knap smoeltje, met tere voetjes en een bekoorlijk wiegend achterste en een bos zachte haarlokken! In haar kop moet ze niets hebben, geen spoor van gedachten achter het ronde voorhoofd, dat doet hun ogen ook zo helder glanzen, omdat geen begrip, geen weten, geen denken hun blik omschaduwt. En als zo iemand jullie dan ook nog stroop om de mond smeert en jullie er voortdurend van doordringt hoe geweldig en dapper jullie wel zijn, dan ploffen jullie hersens in jullie buik. Zoiets houdt jullie vast, dan blijven jullie en maken een nestje, zeven lange jaren bijvoorbeeld.

In dit citaat wordt evenals in tekst 1 gesuggereerd dat Calypso qua schoonheid de meerdere is van Penelope.

Bron: Inge Merkel, Een heel gewoon huwelijk, Odysseus en Penelope, Amsterdam 1993.

Vraag 17 1 punt

Noteer in eigen woorden een aspect van schoonheid dat wel genoemd wordt in het tekstgedeelte Πότνα t/m ἀγήρως (regel 215-218), maar dat niet genoemd wordt in het bovenstaande citaat.

Bekijk het antwoord

lengte/grootte / eeuwige jeugd(igheid)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Uit het bovenstaande romancitaat kan opgemaakt worden dat Penelope zich de meerdere voelt van Calypso vanwege een andere eigenschap dan schoonheid.

Vraag 18 1 punt

Citeer uit het tekstgedeelte Πότνα t/m ἀγήρως (regel 215-218) het Griekse woord waarmee de desbetreffende eigenschap van Penelope aangeduid wordt.

Bekijk het antwoord

περίφρων (regel 216)

Vraag 19 1 punt

Vind jij de verwijten terecht die Penelope in het bovenstaande romancitaat maakt aan het adres van Odysseus, of ben je het niet met Penelope eens? Beargumenteer je antwoord met behulp van een gegeven uit de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een goed antwoord zijn:

  • Ja, ik vind haar verwijten terecht, want Odysseus had veel eerder kunnen beginnen met het bouwen van een vlot. Pas door goddelijk ingrijpen ging hij aan vertrekken denken.
  • Ja, ik vind haar verwijten terecht, want hoewel Odysseus vastzat op Calypso’s eiland, had hij geen relatie met haar hoeven beginnen (en in ieder geval trouw kunnen blijven aan Penelope).
  • Ik ben het niet met haar eens, want Odysseus kon er niets aan doen: hij was een speelbal van de goden. Hij kon niet tegen de zin van Calypso een vlot gaan bouwen, maar had daar de hulp van de goden voor nodig.

Opmerking: geen scorepunt toekennen wanneer alleen ingegaan is op de verwijten aan het adres van Calypso / op de aanmerkingen op andere vrouwen.

Tekst 2

Odysseus spreekt met Penelope als hij weer thuis is.

190 “Hier op het erf stond een weelderig bloeiende, grote olijfboom
191 vol met lange bladeren en zo dik als een zuil, om
192 die boom heb ik mijn slaapkamer uitgemeten, ik bouwde
193 hem met passende stenen, maakte een deugdelijk dak en
194 sloot hem af met stevige deuren, die keurig pasten.
195 En ik kapte de dichte bladerkroon van de olijf weg.
196 Met mijn bronzen bijl sloeg ik de stam vakkundig
197 vanaf de wortels glad en ook haaks met behulp van het schietlood.
198 Deze stronk werd de basis van mijn bed, het voetstuk,
198a waar ik met de boor de nodige gaten in boorde.
199 En van daaruit schaafde ik tot ik de bodem klaar had,
200 die ik versierde met goud en zilver en met ivoor en
201 later bespande met riemen van purperglanzend rundleer.
202 Wat ik nu zeg, was ons geheim! Maar ik weet niet zeker
203 of ons bed nog op zijn plaats staat, vrouw, of dat een
204 andere man het eventueel al heeft kunnen verzetten,
204a door eerst de stam van de boom aan de basis door te zagen.”
205 Ὣς φάτο, τῆς δ᾿ αὐτοῦ λύτο γούνατα καὶ φίλον ἦτορ,
206 σήματ᾿ ἀναγνούσῃ τά οἱ ἔμπεδα πέφραδ᾿ Ὀδυσσεύς·
207 δακρύσασα δ᾿ ἔπειτ᾿ ἰθὺς δράμεν, ἀμφὶ δὲ χεῖρας
208 δειρῇ βάλλ᾿ Ὀδυσῆϊ, κάρη δ᾿ ἔκυσ᾿ ἠδὲ προσηύδα·
209 “Μή μοι, Ὀδυσσεῦ, σκύζευ, ἐπεὶ τά περ ἄλλα μάλιστα
210 ἀνθρώπων πέπνυσο· θεοὶ δ᾿ ὤπαζον ὀϊζύν,
211 οἳ νῶϊν ἀγάσαντο παρ᾿ ἀλλήλοισι μένοντε
212 ἥβης ταρπῆναι καὶ γήραος οὐδὸν ἱκέσθαι.
213 Αὐτὰρ μὴ νῦν μοι τόδε χώεο μηδὲ νεμέσσα,
214 οὕνεκά σ᾿ οὐ τὸ πρῶτον, ἐπεὶ ἴδον, ὧδ᾿ ἀγάπησα.
215 Αἰεὶ γάρ μοι θυμὸς ἐνὶ στήθεσσι φίλοισιν
216 ἐρρίγει μή τίς με βροτῶν ἀπάφοιτο ἔπεσσιν
217 ἐλθών· πολλοὶ γὰρ κακὰ κέρδεα βουλεύουσιν.
218 Οὐδέ κεν Ἀργείη Ἑλένη, Διὸς ἐκγεγαυῖα,
219 ἀνδρὶ παρ᾿ ἀλλοδαπῷ ἐμίγη φιλότητι καὶ εὐνῇ,
220 εἰ ᾔδη ὅ μιν αὖτις ἀρήϊοι υἷες Ἀχαιῶν
221 ἀξέμεναι οἶκόνδε φίλην ἐς πατρίδ᾿ ἔμελλον.
222 Τὴν δ᾿ ἦ τοι ῥέξαι θεὸς ὤρορεν ἔργον ἀεικές·
223 τὴν δ᾿ ἄτην οὐ πρόσθεν ἑῷ ἐγκάτθετο θυμῷ
224 λυγρήν, ἐξ ἧς πρῶτα καὶ ἡμέας ἵκετο πένθος.
225 Νῦν δ᾿, ἐπεὶ ἤδη σήματ᾿ ἀριφραδέα κατέλεξας
226 εὐνῆς ἡμετέρης, τὴν οὐ βροτὸς ἄλλος ὀπώπει,
227 ἀλλ᾿ οἶοι σύ τ᾿ ἐγώ τε καὶ ἀμφίπολος μία μούνη,
228 Ἀκτορίς, ἥν μοι δῶκε πατὴρ ἔτι δεῦρο κιούσῃ,
229 ἣ νῶϊν εἴρυτο θύρας πυκινοῦ θαλάμοιο,
230 πείθεις δή μευ θυμόν, ἀπηνέα περ μάλ᾿ ἐόντα.”

Aantekeningen

  • regel 209 σκύζομαι kwaad zijn
  • regel 216 ἤπαφον aoristus van ἀπαφίσκω bedriegen
  • regel 223 ἐγκατατίθεμαι + dativus leggen in
  • regel 225 ἀριφραδής zeer duidelijk

Homerus, Odyssee 23.190-230; Imme Dros, Homeros Odysseia: de reizen van Odysseus, Amsterdam 1991

Regel 190-204a Hier t/m zagen

Vraag 20 1 punt

Noteer wat de concrete aanleiding was voor Odysseus om het maakproces van het bed te beschrijven. Baseer je antwoord op het gedeelte dat voorafgaat aan tekst 2 (niet in dit examen afgedrukt).

Bekijk het antwoord

Penelope heeft gesuggereerd dat het bed (uit de (slaap)kamer) verplaatst kan/kon worden / opdracht gegeven het bed (uit de (slaap)kamer) te verplaatsen. / Odysseus denkt dat het bed verzet is (en daarom is hij boos).

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Regel 205-206 λύτο, ἀναγνούσῃ, πέφραδ᾿

Deze drie werkwoordsvormen verwijzen naar verschillende momenten in het verhaal.

Vraag 21 1 punt

Zet deze drie werkwoordsvormen in chronologische volgorde, van eerder naar later.

Bekijk het antwoord

πέφραδ᾿ - ἀναγνούσῃ - λύτο

Regel 211-212 παρ᾿ t/m ἱκέσθαι

In dit tekstgedeelte gebruikt Penelope een antithese.

Vraag 22 1 punt

Citeer de desbetreffende Griekse tekstelementen.

Bekijk het antwoord

ἥβης en γήραος (οὐδὸν) (regel 212)

Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.

Regel 222 ἔργον ἀεικές

Vraag 23 1 punt

Noteer uit het tekstgedeelte Οὐδέ t/m ἔμελλον (regel 218-221) het nummer van de regel waarin concreet verwoord is wat Penelope bedoelt met ἔργον ἀεικές.

Bekijk het antwoord

(regel) 219

Regel 218-224 Οὐδέ t/m πένθος

Vraag 24 2 punten

Noteer in eigen woorden de twee argumenten waarmee Penelope het gedrag van Helena begrijpelijk probeert te maken.

Bekijk het antwoord

Ze had niet verwacht dat ze teruggehaald zou worden. / Ze overzag de gevolgen van haar daad niet. / Ze kon niet voorzien dat de Trojaanse oorlog uit zou breken (vanwege haar). (1)

Ze was verblind door een godheid. / Een godheid had haar ertoe aangezet. (1)

Of woorden van overeenkomstige strekking.

Regel 224 λυγρήν, ἐξ ἧς πρῶτα καὶ ἡμέας ἵκετο πένθος

Vraag 25 1 punt

Schrijf regel 224 over en scandeer deze regel.

Bekijk het antwoord

ˉ ˉ | ˉ ˉ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˉ

Regel 225-226 Νῦν t/m ὀπώπει

Vraag 26 1 punt

Citeer uit het tekstgedeelte Deze t/m zagen (regel 198-204a) het tekstelement dat inhoudelijk vergelijkbaar is met τὴν οὐ βροτὸς ἄλλος ὀπώπει (regel 226).

Bekijk het antwoord

Wat ik nu zeg, was ons geheim! (regel 202)

Opmerking: niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘(was) ons geheim (regel 202)’.

Tekst 3 en Tekst 2

In een bewerking van het verhaal van tekst 2 probeert Odysseus Penelope te overtuigen van zijn identiteit:

1 “Je kent me,” zegt hij, “je weet wie ik ben.” Zij staat op van haar stoel. “Je
2 zei dat je een zeeman van Kreta was. Verdwaald op zee. En nú wil je dat
3 ik geloof dat je … wíe bent? Mijn mán? Ik heb de afgelopen jaren al
4 genoeg mannen over de vloer gehad die zeiden dat ze Odysseus waren
5 of dat ze nieuws over hem hadden.”
6 Hij kijkt weg, de kamer rond. “Ik heb je verteld over die broche die ik van
7 jou gekregen heb …”, begint hij, maar meteen wuift zij het weg. “Een
8 Kretenzer kan die gezien hebben, zoals jijzelf net ook beweerde. Dat zegt
9 niets.”
10 Opnieuw kijkt hij de kamer rond. “Het bed”, zegt hij. “Ik heb dat bed
11 gemaakt. Van een olijfboom. Die groeit door het huis, het was mijn
12 cadeau aan jou, een levende herinnering. Ik werkte eraan zonder hulp van
13 wie dan ook, en jij hebt gezworen het geheim te houden, alleen jij en ik
14 wisten ervan, zodat we elkaar altijd zouden herkennen. Elkaar altijd trouw
15 zouden blijven. Ik ben Odysseus. Ik ben je man.” Hij ziet dat ze het
16 erkent.
17 Hij buigt zich naar haar toe, zijn armen opgeheven, maar meteen doet zij
18 een stap terug, haalt een mes uit haar gewaad tevoorschijn, houdt het
19 dreigend in zijn richting. Hij is geschrokken, perplex, ontzet.

gedeelten uit: Claire North, The last song of Penelope

Tekst 3, regel 3-5 Ik heb t/m hadden

Vraag 27 1 punt

Noteer uit het tekstgedeelte Μή t/m ἐόντα (tekst 2, regel 209-230) de nummers van de twee direct opeenvolgende regels waarin Penelope een vergelijkbare uitspraak doet.

Bekijk het antwoord

(de regels) 216 en 217

Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘(de regels) 215 en 216’.

Tekst 3, regel 13-14 alleen jij en ik wisten ervan

Dit komt niet overeen met wat Penelope hierover zegt in het tekstgedeelte Μή t/m ἐόντα (tekst 2, regel 209-230).

Vraag 28 1 punt

Leg dit uit. Betrek in je antwoord een gegeven uit het tekstgedeelte Μή t/m ἐόντα (tekst 2, regel 209-230).

Bekijk het antwoord

Een dienares / Actoris kende het geheim (ook).

Of woorden van overeenkomstige strekking.

In tekst 3 verloopt de vertelling op veel punten tegengesteld aan de voorstelling van zaken in tekst 2, in het tekstgedeelte Hier t/m ἀγάπησα (tekst 2, regel 190-214).

Vraag 29 2 punten

Noteer in eigen woorden twee gegevens uit het tekstgedeelte Hier t/m ἀγάπησα (tekst 2, regel 190-214) die tegengesteld zijn aan wat daarover verteld wordt in tekst 3.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van goede antwoorden zijn:

  • Odysseus wordt in tekst 2 min of meer gedwongen (door Penelope) om over het bed te vertellen (en in de bewerking begint hij er uit zichzelf over).
  • Penelope neemt in tekst 2 het initiatief tot omhelzen (en in de bewerking is het juist Odysseus die dat doet).
  • In tekst 2 verontschuldigt Penelope zich / gelooft Penelope uiteindelijk het verhaal van Odysseus (terwijl ze in de bewerking Odysseus verwijten maakt / weigert Odysseus te geloven).
  • In tekst 2 huilt Penelope (terwijl ze in de bewerking verontwaardigd/agressief is).
  • In tekst 2 is Odysseus boos (blijkens de reactie van Penelope) (terwijl hij in de bewerking door Penelope in de verdediging wordt gedrukt / terwijl in de bewerking juist Penelope boos is).

Per juist antwoord 1 punt.

Afbeelding 1

Schildering op een houten omlijsting in de stijl van Griekse vazen: Penelope zit en weeft aan een weefgetouw. Aan de zijkanten zuilen met handen, ogen en voeten, boven haar een fries met vee en mannen.
Marian Maguire, ‘Penelope weeft en wacht’, schildering op hout, 2017

Bron: Marian Maguire, Penelope weaves and waits, 2017; https://www.pggallery192.co.nz/new_work/marian-maguire-fireplaces-odysseus-penelope-te-koha-7-march-1-april-2017/, bekeken op 28 mei 2025

Vraag 30 1 punt

Noteer een element van deze schildering waarmee verwezen wordt naar de vrijers en licht je antwoord toe. Laat het feit dat Penelope aan het weven is buiten beschouwing en laat ook de afbeelding op het kleed dat ze aan het weven is buiten beschouwing.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een goed antwoord zijn:

  • De handen (aan weerszijden van Penelope); de vrijers wilden Penelope meenemen (en de handen zijn naar haar uitgestrekt).
  • Het vee dat naar een spit gedreven wordt / Het dier aan het spit (in het fries boven Penelope); de vrijers verbrassen de veestapel van Odysseus.
  • De ogen (op de schalen boven aan beide zijkanten); die ogen zijn op Penelope gericht en de vrijers hadden allemaal een oogje op haar.
  • De voeten (boven Penelope); die zijn van de dienaressen die opgehangen/gestraft zijn vanwege hun omgang met de vrijers.

Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.

Tekst 4

Athena klaagt tegen Zeus over het lot van Odysseus. Ze heeft net verteld dat Odysseus al jaren gevangengehouden wordt door de nimf Calypso. In de onderstaande tekst spreekt Athena nog even verder over Calypso. Daarna vraagt ze aan Zeus of hij Odysseus wil helpen. Vervolgens vertelt Zeus dat het door Poseidon komt dat Odysseus nog steeds niet thuis is.

56 “Αἰεὶ δὲ μαλακοῖσι καὶ αἱμυλίοισι λόγοισιν
57 θέλγει, ὅπως Ἰθάκης ἐπιλήσεται· αὐτὰρ Ὀδυσσεύς,
58 ἱέμενος καὶ καπνὸν ἀποθρῴσκοντα νοῆσαι
59 ἧς γαίης, θανέειν ἱμείρεται. Οὐδέ νυ σοί περ
60 ἐντρέπεται φίλον ἦτορ, Ὀλύμπιε; Οὔ νύ τ᾿ Ὀδυσσεὺς
61 Ἀργείων παρὰ νηυσὶ χαρίζετο ἱερὰ ῥέζων
62 Τροίῃ ἐν εὐρείῃ; Τί νύ οἱ τόσον ὠδύσαο, Ζεῦ;”
63 Τὴν δ᾿ ἀπαμειβόμενος προσέφη νεφεληγερέτα Ζεύς·
64 “Τέκνον ἐμόν, ποῖόν σε ἔπος φύγεν ἕρκος ὀδόντων;
65 Πῶς ἂν ἔπειτ᾿ Ὀδυσῆος ἐγὼ θείοιο λαθοίμην,
66 ὃς περὶ μὲν νόον ἐστὶ βροτῶν, περὶ δ᾿ ἱρὰ θεοῖσιν
67 ἀθανάτοισιν ἔδωκε, τοὶ οὐρανὸν εὐρὺν ἔχουσιν;
68 Ἀλλὰ Ποσειδάων γαιήοχος ἀσκελὲς αἰεὶ
69 Κύκλωπος κεχόλωται, ὃν ὀφθαλμοῦ ἀλάωσεν,
70 ἀντίθεον Πολύφημον, ὅου κράτος ἐστὶ μέγιστον
71 πᾶσιν Κυκλώπεσσι· Θόωσα δέ μιν τέκε νύμφη.
72 Want zij had als dochter van de zeegod Phorcys
73 in een grot aan zee geslapen met de god Poseidon.
74 Daarom wordt Odysseus door Poseidon ver verwijderd
75 van zijn vaderland gehouden, hoewel hij hem niet doodt.”

Aantekeningen

  • regel 56 αἱμύλιος mooi
  • regel 57 θέλγει: onderwerp ze (= Calypso), lijdend voorwerp hem (= Odysseus); ἐπιλήσεται coniunctivus aoristus van ἐπιλήθομαι
  • regel 58 ἵεμαι + infinitivus verlangen om; καί onvertaald laten; ἀποθρῴσκω + genitivus omhooggaan vanaf; νοέω zien
  • regel 59 θανέειν = θανεῖν; ἱμείρομαι willen; περ onvertaald laten
  • regel 60 ἐντρέπομαι geraakt worden; ὁ Ὀλύμπιος Olympiër; τ᾿ = τοι
  • regel 61 ὁ Ἀργεῖος Griek; χαρίζομαι + dativus in de smaak vallen bij; ἱερὰ ῥέζω offeren
  • regel 62 ὠδυσάμην aoristus van ὀδύσσομαι + dativus boos worden op
  • regel 64 ἕρκος ὀδόντων over je lippen
  • regel 65 ἔπειτ᾿ ooit
  • regel 66 περὶ … ἐστὶ tmesis; περίειμι νόον de slimste zijn; het tweede περί vaker dan anderen; τὸ ἱρόν offer
  • regel 67 τοὶ = οἳ
  • regel 68 Ποσειδάων Poseidon; ἀσκελὲς (bijwoord) onophoudelijk
  • regel 69 Κύκλωψ, Κύκλωπος de Cycloop (een reus met één oog); κεχόλωμαι perfectum medium/passief van χολόω; ἀλάωσεν onderwerp hij (= Odysseus); ἀλάωσα aoristus van ἀλαόω + genitivus beroven van
  • regel 70 Πολύφημος Polyphemus (de naam van de Cycloop uit regel 69); ὅου = οὗ
  • regel 71 πᾶσιν Κυκλώπεσσι = ἐν πᾶσιν Κυκλώπεσσι; οἱ Κύκλωπες de Cyclopen (eenogige reuzen); Θόωσα Thoösa (de moeder van Polyphemus); ἡ νύμφη nimf

Homerus, Odyssee 1.56-75

Bestudeer de inleiding en de aantekeningen bij tekst 4.

Vraag 31 36 punten

Vertaal de regels 56 t/m 71 in het Nederlands.

Bekijk het antwoord

Opmerking vooraf (4.2): wanneer in het Grieks bij een zelfstandig naamwoord geen lidwoord of bezittelijk voornaamwoord staat, en dat zelfstandig naamwoord in het model met een bepaald lidwoord of bezittelijk voornaamwoord is weergegeven, maar dat ontbreekt in het werk van de kandidaat, 1 scorepunt in mindering brengen (tenzij in het model anders aangegeven), met een maximum van 2 scorepunten in totaal.

Kolon 31 (regel 56-57), max 1: Αἰεὶ δὲ θέλγει: (En) altijd probeert ze hem te betoveren / betovert ze hem. Niet fout rekenen: δὲ ‘maar’. Niet fout rekenen wanneer in plaats van ‘ze’ en/of ‘hem’ is genoteerd ‘Calypso’ en/of ‘Odysseus’.

Kolon 32 (regel 56), max 2: μαλακοῖσι καὶ αἱμυλίοισι λόγοισιν: met/door (haar/de) lieflijke/zachte en mooie woorden. Niet fout rekenen: λόγος ‘redenering’. λόγος met elke andere betekenis dan ‘woord/redenering’ of een synoniem daarvan: 0.

Kolon 33 (regel 57), max 2: ὅπως Ἰθάκης ἐπιλήσεται: opdat hij Ithaca vergeet. Niet fout rekenen: ὅπως ‘(zo)dat’; ἐπιλήσεται ‘hij zal vergeten’. ὅπως met elke andere betekenis dan opdat/(zo)dat of een synoniem daarvan: 0. Ἰθάκης: Ithaces (1).

Kolon 34 (regel 57 + 59), max 2: αὐτὰρ Ὀδυσσεύς, (kolon 35), θανέειν ἱμείρεται: maar/en Odysseus wil sterven. Niet fout rekenen: θανέειν ‘dood zijn’.

Kolon 35 (regel 58-59), max 2: ἱέμενος καὶ καπνὸν ἀποθρῴσκοντα νοῆσαι ἧς γαίης: verlangend / vol verlangen om (de) rook omhoog te zien gaan vanaf zijn land/gebied / (de) rook vanaf zijn land/gebied te zien die / terwijl die/hij omhooggaat / te zien dat (de/er) rook omhooggaat vanaf zijn land/gebied. Niet fout rekenen: ἧς γαίης ‘vanaf dit/dat land/gebied’. Niet fout rekenen: καπνὸν ἧς γαίης ‘(de) rook van zijn/dit/dat land/gebied’.

Kolon 36 (regel 59-60), max 2: Οὐδέ νυ σοί περ ἐντρέπεται φίλον ἦτορ, Ὀλύμπιε: wordt (ook) (jo)uw (eigen) hart / het liefhebbende hart bij (jo)u dan/nu niet geraakt, Olympiër. Niet fout rekenen: οὐδέ ‘en/maar/zelfs niet’. Niet fout rekenen: φίλος ‘lief/geliefd’.

Kolon 37 (regel 60-61), max 2: Οὔ νύ τ᾿ Ὀδυσσεὺς (kolon 38) χαρίζετο: viel Odysseus dan/nu niet bij (jo)u in de smaak.

Kolon 38 (regel 61), max 1: Ἀργείων παρὰ νηυσὶ: bij (de) schepen van (de) Grieken. Kolon 38 mag verbonden zijn met kolon 37 of met kolon 39.

Kolon 39 (regel 61-62), max 1: ἱερὰ ῥέζων Τροίῃ ἐν εὐρείῃ: door te offeren / terwijl hij offerde in het wijde (land van) Troje / bij het uitgestrekte Troje.

Kolon 40 (regel 62), max 2: Τί νύ οἱ τόσον ὠδύσαο, Ζεῦ: waarom werd u/je nu/dan/toch zo(zeer) boos op hem, Zeus. Niet fout rekenen: ὠδύσαο ‘is/bent u / ben je boos’. οἱ opgevat als onderwerp: 0. Wanneer νύ op dezelfde manier onjuist is vertaald als in kolon 36 en/of kolon 37, hier nogmaals aanrekenen met een maximum van 2 scorepunten. Ζεῦ: Zeus (1). Wanneer Ζεῦ op dezelfde manier onjuist is weergegeven als Ἰθάκης (kolon 33), deze onjuistheid hier niet meer aanrekenen.

Kolon 41 (regel 63), max 2: Τὴν δ᾿ ἀπαμειβόμενος προσέφη νεφεληγερέτα Ζεύς: (en/maar) antwoordend sprak (de) wolkenverzamelaar Zeus tot haar. Niet fout rekenen: Τὴν verbonden met ἀπαμειβόμενος. Niet fout rekenen: ἀπαμειβόμενος προσέφη ‘(hij) antwoordde’.

Kolon 42 (regel 64), max 2: Τέκνον ἐμόν, ποῖόν σε ἔπος φύγεν ἕρκος ὀδόντων: mijn kind, wat voor woord/opmerking ontsnapte (aan) jou over je lippen. Niet fout rekenen: σε φύγεν ἕρκος ὀδόντων ‘ontsnapte jou aan/over/door de omheining van je/de tanden’ / ‘ontvluchtte (aan) de omheining van je/jouw tanden’. ἔπος ‘hexameter/vers’ (1).

Kolon 43 (regel 65), max 2: Πῶς ἂν ἔπειτ᾿ Ὀδυσῆος ἐγὼ θείοιο λαθοίμην: hoe kan/zou ik ooit (de) goddelijke/bovenmenselijke Odysseus vergeten (of: hoe kan/zou (de) goddelijke/bovenmenselijke Odysseus mij ooit ontgaan) (1). Ὀδυσῆος: Odys(s)eos (1). Wanneer Ὀδυσῆος op dezelfde manier onjuist is weergegeven als Ἰθάκης (kolon 33) en/of Ζεῦ (kolon 40), deze onjuistheid hier niet meer aanrekenen. θεῖος ‘oom’: 0. λαθοίμην ‘ik kan/zou (voor) (mezelf) ontgaan’: 0.

Kolon 44 (regel 66), max 1: ὃς περὶ μὲν νόον ἐστὶ βροτῶν: die de slimste is van (de) stervelingen/mensen. Niet fout rekenen: ὃς vertaald als persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord.

Kolon 45 (regel 66-67), max 2: περὶ δ᾿ ἱρὰ θεοῖσιν ἀθανάτοισιν ἔδωκε: en (die) vaker dan anderen (de) offers gebracht/gegeven heeft / bracht/gaf aan (de) onsterfelijke goden. Niet fout rekenen: περὶ δ᾿ ἱρὰ ἔδωκε ‘en hij/die heeft vaker dan anderen offers gebracht/gegeven / bracht/gaf vaker dan anderen offers’. Niet fout rekenen: ἱρὰ ἔδωκε ‘(hij) heeft geofferd / offerde’. δίδωμι ‘inwilligen’ (1).

Kolon 46 (regel 67), max 2: τοὶ οὐρανὸν εὐρὺν ἔχουσιν: die de brede hemel bewonen/bezitten / in hun macht hebben. Niet fout rekenen: zij/die bewonen/bezitten de brede hemel. Niet fout rekenen: ἔχω ‘hebben/(vast)houden’. τοὶ opgevat als datief van σύ: 0.

Kolon 47 (regel 68-69), max 2: Ἀλλὰ Ποσειδάων γαιήοχος ἀσκελὲς αἰεὶ Κύκλωπος κεχόλωται: maar (de) aardschokker Poseidon is onophoudelijk (nog steeds) woedend wegens de Cycloop. Niet fout rekenen wanneer ófwel ἀσκελὲς ófwel αἰεὶ onvertaald gelaten is. Κύκλωπος κεχόλωται ‘(hij) is woedend op de Cycloop’ (1). κεχόλωται ‘(hij) is woedend geworden’ (1).

Aanvulling op het correctievoorschrift 2026-1 (pagina 14, bij kolon 47): niet fout rekenen wanneer Κύκλωπος is weergegeven met een andere gebruiksmogelijkheid van de genitivus dan als aanvulling bij κεχόλωται. Het eerdere ‘Κύκλωπος κεχόλωται (hij) is woedend op de Cycloop 1’ wordt vervangen door: niet fout rekenen: Κύκλωπος κεχόλωται (hij) is woedend op de Cycloop. Toelichting: de functie van de genitivus als aanvulling bij χολόω staat niet in elk woordenboek. Elke weergave van Κύκλωπος met de betekenis ‘de Cycloop’ en een genitivusfunctie wordt niet fout gerekend, ook als daardoor een inhoudelijk onjuiste vertaling ontstaat. Het voorzetsel ‘op’ na ‘woedend zijn’ wordt de kandidaat evenmin aangerekend.

Kolon 48 (regel 69), max 1: ὃν ὀφθαλμοῦ ἀλάωσεν: die hij van zijn/het oog beroofd heeft. Niet fout rekenen: die door hem van zijn/het oog beroofd is. Niet fout rekenen: ὃν vertaald als persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord. Niet fout rekenen wanneer in plaats van ‘hij’ is genoteerd ‘Odysseus’.

Kolon 49 (regel 70), max 1: ἀντίθεον Πολύφημον: (de) goddelijke/godgelijke Polyphemus. Niet fout rekenen: ἀντίθεος ‘(opstandig/gekant) tegen (de) goden’. Πολύφημον ‘Polyphemon’: 0. Wanneer Πολύφημον op dezelfde manier onjuist is weergegeven als Ἰθάκης (kolon 33) en/of Ζεῦ (kolon 40) en/of Ὀδυσῆος (kolon 43), deze onjuistheid hier niet meer aanrekenen.

Kolon 50 (regel 70-71), max 2: ὅου κράτος ἐστὶ μέγιστον πᾶσιν Κυκλώπεσσι: van wie de macht/kracht zeer groot / het grootst is te midden van / bij alle Cyclopen. Niet fout rekenen: van wie de macht/kracht het grootst is van alle Cyclopen. Niet fout rekenen: ὅου vertaald als persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord. Κυκλώπεσσι ‘Cyclopessi/Kukloopessi’ (1). Wanneer Κυκλώπεσσι op dezelfde manier onjuist is weergegeven als Ἰθάκης (kolon 33) en/of Ζεῦ (kolon 40) en/of Ὀδυσῆος (kolon 43) en/of Πολύφημον (kolon 49), deze onjuistheid hier niet meer aanrekenen.

Kolon 51 (regel 71), max 2: Θόωσα δέ μιν τέκε νύμφη: (en) (de) nimf Thoösa / Thoösa, een nimf, heeft hem voortgebracht / baarde hem. Niet fout rekenen: νύμφη ‘(jonge) vrouw’. δέ ‘maar’ (1). νύμφη ‘bruid/meisje’ (1).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Griekse taal en cultuur 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens Griekse taal en cultuur vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over lezen (16), cultuur en interpretatie (7) en taalkunde (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-1111-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.