Eindexamen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Prooemium, Tekst 2 Hermes spreekt met Calypso, Tekst 3 Eurycleia spreekt met Penelope over Odysseus, Tekst 4.
Het centraal examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2 telt 34 vragen. Alle vragen vallen onder lezen. De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
Alle 34 vragen van dit examen vallen onder lezen. Bij dit vak toetst het centraal examen één vaardigheid; de verschillen zitten in de teksten en de vraagsoorten.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Tekst 1 Prooemium
Prooemium.
1 Ἄνδρα μοι ἔννεπε, Μοῦσα, πολύτροπον, ὃς μάλα πολλὰ
2 πλάγχθη, ἐπεὶ Τροίης ἱερὸν πτολίεθρον ἔπερσε·
3 πολλῶν δ᾿ ἀνθρώπων ἴδεν ἄστεα καὶ νόον ἔγνω,
4 πολλὰ δ᾿ ὅ γ᾿ ἐν πόντῳ πάθεν ἄλγεα ὃν κατὰ θυμόν,
5 ἀρνύμενος ἥν τε ψυχὴν καὶ νόστον ἑταίρων.
6 Ἀλλ᾿ οὐδ᾿ ὣς ἑτάρους ἐρρύσατο, ἱέμενός περ·
7 αὐτῶν γὰρ σφετέρῃσιν ἀτασθαλίῃσιν ὄλοντο,
8 νήπιοι, οἳ κατὰ βοῦς Ὑπερίονος Ἠελίοιο
9 ἤσθιον· αὐτὰρ ὁ τοῖσιν ἀφείλετο νόστιμον ἦμαρ.
10 Τῶν ἁμόθεν γε, θεά, θύγατερ Διός, εἰπὲ καὶ ἡμῖν.
11 Ἔνθ᾿ ἄλλοι μὲν πάντες, ὅσοι φύγον αἰπὺν ὄλεθρον,
12 οἴκοι ἔσαν, πόλεμόν τε πεφευγότες ἠδὲ θάλασσαν·
13 τὸν δ᾿ οἶον, νόστου κεχρημένον ἠδὲ γυναικός,
14 νύμφη πότνι᾿ ἔρυκε Καλυψώ, δῖα θεάων,
15 ἐν σπέσσι γλαφυροῖσι, λιλαιομένη πόσιν εἶναι.
16 Ἀλλ᾿ ὅτε δὴ ἔτος ἦλθε περιπλομένων ἐνιαυτῶν,
17 τῶ οἱ ἐπεκλώσαντο θεοὶ οἶκόνδε νέεσθαι
18 εἰς Ἰθάκην, οὐδ᾿ ἔνθα πεφυγμένος ἦεν ἀέθλων,
19 καὶ μετὰ οἷσι φίλοισι. Θεοὶ δ᾿ ἐλέαιρον ἅπαντες
20 νόσφι Ποσειδάωνος· ὁ δ᾿ ἀσπερχὲς μενέαινεν
21 ἀντιθέῳ Ὀδυσῆϊ πάρος ἣν γαῖαν ἱκέσθαι.
Homerus, Odyssee 1.1-21
Aantekeningen
- regel 1 πολύτροπος vindingrijk
- regel 10 ἁμόθεν van een of ander punt af aan
- regel 16 περιπλόμενος participium aoristus van περιπέλομαι verlopen
- regel 17 ἐπικλώθω toedelen
- regel 20 ἀσπερχές hevig
Regel 1-5 Ἄνδρα t/m ἑταίρων
Vraag 1 1 punt
Beschrijf het inhoudelijke effect van het stilistisch middel anafora in dit tekstgedeelte. Ga in je antwoord ook in op de inhoud van dit tekstgedeelte.
Bekijk het antwoord
De anafora (van πολλῶν in regel 3 en πολλὰ in regel 4) benadrukt de (grote) omvang van de ervaringen (van Odysseus). Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 5 ἑταίρων en regel 6 ἑτάρους
Deze woorden zijn vormen van respectievelijk ἑταῖρος en ἕταρος, die dezelfde betekenis hebben.
Vraag 2 1 punt
Leg op basis van het metrum uit waardoor op de plaats van ἑτάρους in regel 6 niet ἑταίρους kan staan.
Bekijk het antwoord
Met ἑταίρους zou er (vanwege het voorafgaande ὣς) een korte lettergreep tussen twee lange staan (en dat kan niet in de dactylische hexameter). / De lettergreep τά van ἑτάρους is kort en de lettergreep τ)αι van ἑταίρους is lang. Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 1-10 Ἄνδρα t/m ἡμῖν
Uit de oudheid is een lang gedicht over een strijd tussen muizen en kikkers overgeleverd. Het is een parodie op het genre epos. Het begint als volgt:
1 Aan het begin van bladzij één bid ik het Muzenkoor
2 om af te dalen in mijn hart voor een gezang,
3 dat ik zojuist geschreven heb op deze bladzijden,
4 over een lang gevecht, met strijdgedreun van Ares.
5 Ik wens dat ze alle mensen laten horen,
6 hoe muizen tegen kikkers vochten,
7 en streden als de zoons van moeder Aarde,
8 zoals in mythen wordt verteld.
Vraag 3 1 punt
Heeft het Muzenkoor (regel 1) in deze parodie volgens jou dezelfde functie als de Muze in het tekstgedeelte Ἄνδρα t/m ἡμῖν (regel 1-10)? Ga in je antwoord in op zowel het bovenstaande citaat als het tekstgedeelte Ἄνδρα t/m ἡμῖν.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- Ja, de Muze wordt geacht te zingen/vertellen / zingt/vertelt (over het onderwerp van het gedicht); het Muzenkoor wordt (ook) geacht te zingen/vertellen / zingt/vertelt (ook over het onderwerp van het gedicht).
- Nee, Homerus wil dat de Muze vertelt (over het onderwerp van zijn gedicht); het Muzenkoor wordt gevraagd in het hart van de dichter te komen / (de dichter) te bezielen/inspireren (om zelf te zingen).
- Nee, Homerus wil dat de Muze vertelt/zingt / het epos maakt; het Muzenkoor moet een epos/lied zingen dat de dichter (al) geschreven heeft / moet de dichter inspireren/helpen om te zingen wat hij geschreven heeft.
Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Vraag 4 1 punt
Met welk werk van Homerus heeft deze parodie inhoudelijk de grootste overeenkomst? Noteer de naam van dit werk van Homerus en beargumenteer je antwoord.
Bekijk het antwoord
Met de Ilias; dit verhaal gaat ook over een oorlog. Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 12 πεφευγότες
Vraag 5 1 punt
Beschrijf de aspectswaarde van πεφευγότες. Noteer in je antwoord ook de betekenis van πεφευγότες.
Bekijk het antwoord
(Het perfectum) πεφευγότες beschrijft een toestand (als resultaat van een handeling) / het resultaat van een handeling: ontkomen/ontvlucht (zijnd) (aan oorlog/zee) / in veiligheid / veilig (thuis). Of woorden van overeenkomstige strekking.
Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer als betekenis is genoteerd ‘ontkomen/ontvlucht (aan oorlog/zee) zijn (ze) / in veiligheid zijn (ze) / veilig (thuis) zijn (ze)’ / ‘(ont)vluchten’.
Regel 11-12 Ἔνθ᾿ t/m θάλασσαν
Vraag 6 1 punt
Noteer de naam van de aanvoerder die bij zijn thuiskomst juist nog meer ellende meemaakte, terwijl Odysseus nog niet thuis was. Noteer ook wat deze ellende concreet inhield. Baseer je antwoord op de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.
Bekijk het antwoord
Agamemnon; hij werd (bij zijn thuiskomst) vermoord (door zijn vrouw / de minnaar van zijn vrouw). Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer alleen geantwoord is ‘Agamemnon; zijn vrouw bleek met een andere man samen te wonen.’
Regel 19 οἷσι φίλοισι
Vraag 7 1 punt
Worden met οἷσι φίλοισι dezelfde personen bedoeld als met ἑταίρων in regel 5? Ga in je antwoord in op zowel οἷσι φίλοισι als ἑταίρων.
Bekijk het antwoord
Een van de volgende antwoorden:
- Nee, met οἷσι φίλοισι wordt/worden Odysseus’ familie/vrienden (en personeel) thuis / op Ithaca bedoeld; met ἑταίρων worden Odysseus’ reisgenoten bedoeld.
- Nee, met οἷσι φίλοισι wordt/worden Odysseus’ familie (en personeel) bedoeld; met ἑταίρων worden Odysseus’ makkers/vrienden/mannen bedoeld.
- Nee, met οἷσι φίλοισι worden personen bedoeld die nog leven; met ἑταίρων worden personen bedoeld die omgekomen zijn.
Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer in een overigens juist antwoord de ontkenning impliciet gelaten is.
Regel 7 ὄλοντο, regel 9 ἤσθιον, regel 14 ἔρυκε, regel 21 ἱκέσθαι
Deze vier werkwoordsvormen hebben betrekking op verschillende momenten in het verhaal van de Odyssee.
Vraag 8 1 punt
Noteer deze werkwoordsvormen in chronologische volgorde, van eerder naar later.
Bekijk het antwoord
ἤσθιον - ὄλοντο - ἔρυκε - ἱκέσθαι
In tekst 1 komt het onderwerp ‘thuiskomen’ aan de orde met betrekking tot drie verschillende groepen of individuen.
Vraag 9 2 punten
Noteer in eigen woorden deze drie groepen of individuen.
Bekijk het antwoord
De drie volgende antwoorden:
- de makkers van Odysseus (regel 5/9 / 5/6-9)
- (al) de andere Griekse strijders/aanvoerders (die de Trojaanse oorlog en de zeereis overleefd hadden) (regel 11-12)
- Odysseus (zelf) (regel 13/17 / 17-18)
Of woorden van overeenkomstige strekking. Indien drie antwoorden juist: 2 punten; indien twee antwoorden juist: 1 punt; indien minder dan twee antwoorden juist: 0 punten.

Gerard Valck, ‘Hermes wordt door Zeus naar Calypso gestuurd met het bevel Odysseus te laten gaan’, gravure naar een schilderij van Gerard de Lairesse (ca. 1700)
Afbeelding 1 verschilt in enkele opzichten van het verhaal zoals dat door Homerus wordt verteld. Zo vermeldt Homerus in het tekstgedeelte Ἔνθ᾿ t/m ἱκέσθαι (tekst 1, regel 11-21) een kenmerk van de omgeving waar Calypso zich bevindt dat niet in de afbeelding is verwerkt.
Vraag 10 1 punt
Citeer uit het tekstgedeelte Ἔνθ᾿ t/m ἱκέσθαι (tekst 1, regel 11-21) het Griekse tekstelement dat aangeeft in wat voor omgeving Calypso zich bevindt.
Bekijk het antwoord
(ἐν) σπέσσι (γλαφυροῖσι) (regel 15)
In afbeelding 1 komt Hermes bij Calypso met het bevel Odysseus te laten gaan. Deze scène wordt ook door Homerus beschreven, maar bij Homerus bevindt Odysseus zich op dat moment op een andere plek dan waar hij zich op afbeelding 1 bevindt.
Vraag 11 1 punt
Noteer de plek waar Odysseus zich bevindt in Homerus’ beschrijving van deze scène. Baseer je antwoord op de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.
Bekijk het antwoord
(Op) het strand / (aan) de kust. Opmerking: geen scorepunt toekennen wanneer alleen geantwoord is ‘(op) het eiland van Calypso’ / ‘(op) Ogygia’.
Tekst 2 Hermes spreekt met Calypso
Hermes spreekt met Calypso.
97 “Εἰρωτᾷς μ᾿ ἐλθόντα θεὰ θεόν· αὐτὰρ ἐγώ τοι
98 νημερτέως τὸν μῦθον ἐνισπήσω· κέλεαι γάρ.
99 Ζεὺς ἐμέ γ᾿ ἠνώγει δεῦρ᾿ ἐλθέμεν οὐκ ἐθέλοντα·
100 τίς δ᾿ ἂν ἑκὼν τοσσόνδε διαδράμοι ἁλμυρὸν ὕδωρ
101 ἄσπετον; Οὐδέ τις ἄγχι βροτῶν πόλις, οἵ τε θεοῖσιν
102 ἱερά τε ῥέζουσι καὶ ἐξαίτους ἑκατόμβας.
103 Ἀλλὰ μάλ᾿ οὔ πως ἔστι Διὸς νόον αἰγιόχοιο
104 οὔτε παρεξελθεῖν ἄλλον θεὸν οὔθ᾿ ἁλιῶσαι.
105 Φησί τοι ἄνδρα παρεῖναι ὀϊζυρώτατον ἄλλων,
106 τῶν ἀνδρῶν οἳ ἄστυ πέρι Πριάμοιο μάχοντο
107 εἰνάετες, δεκάτῳ δὲ πόλιν πέρσαντες ἔβησαν
108 οἴκαδ᾿· ἀτὰρ ἐν νόστῳ Ἀθηναίην ἀλίτοντο,
109 ἥ σφιν ἐπῶρσ᾿ ἄνεμόν τε κακὸν καὶ κύματα μακρά.
110 Ἔνθ᾿ ἄλλοι μὲν πάντες ἀπέφθιθεν ἐσθλοὶ ἑταῖροι,
111 τὸν δ᾿ ἄρα δεῦρ᾿ ἄνεμός τε φέρων καὶ κῦμα πέλασσε.
112 Τὸν νῦν σ᾿ ἠνώγειν ἀποπεμπέμεν ὅττι τάχιστα·
113 οὐ γάρ οἱ τῇδ᾿ αἶσα φίλων ἀπονόσφιν ὀλέσθαι,
114 ἀλλ᾿ ἔτι οἱ μοῖρ᾿ ἐστὶ φίλους ἰδέειν καὶ ἱκέσθαι
115 οἶκον ἐς ὑψόροφον καὶ ἑὴν ἐς πατρίδα γαῖαν.”
Homerus, Odyssee 5.97-115
Aantekeningen
- regel 98 ἐνισπήσω futurum van ἐνέπω vertellen
- regel 100 διέδραμον aoristus van διατρέχω oversteken; ἁλμυρός zout (bijvoeglijk naamwoord)
- regel 102 ἔξαιτος voortreffelijk
- regel 104 ἁλιόω negeren
- regel 107 εἰνάετες negen jaar lang
- regel 108 ἠλιτόμην aoristus van ἀλιταίνω krenken
- regel 113 ἀπονόσφιν + genitivus ver van
Regel 100-102 τίς t/m ἑκατόμβας
Dit tekstgedeelte wordt door H.J. de Roy van Zuydewijn als volgt vertaald:
Wie komt ertoe uit zichzelf die ontzaglijke plas van zout water
over te steken met nergens een stad in de buurt waar aan goden
offers worden gebracht en heerlijke feestofferanden?
De grammaticale structuur van het Grieks is in de vertaling niet geheel overgenomen.
Vraag 12 1 punt
Leg dit uit met betrekking tot ῥέζουσι (regel 102). Ga in je antwoord in op zowel het Grieks als de weergave van ῥέζουσι in de vertaling.
Bekijk het antwoord
In het Grieks is ῥέζουσι actief; in de vertaling is ‘worden gebracht’ / is het passief. Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘In het Grieks heeft ῥέζουσι als onderwerp (βροτῶν,) οἵ / mensen / als lijdend voorwerp ἱερά τε καὶ ἐξαίτους ἑκατόμβας / ‘offers en heerlijke feestofferanden’; in de vertaling heeft ‘worden gebracht’ als onderwerp ‘offers en heerlijke feestofferanden’.’
Vraag 13 1 punt
Citeer het Griekse zelfstandig naamwoord dat in de vertaling niet is weergegeven.
Bekijk het antwoord
βροτῶν (regel 101)
Regel 103-104 Ἀλλὰ t/m ἁλιῶσαι
Deze opmerking kan op twee manieren opgevat worden: als een verklaring en als een waarschuwing.
Vraag 14 1 punt
Noteer in eigen woorden wat door deze opmerking verklaard wordt. Baseer je antwoord op het voorafgaande (vanaf regel 97 Εἰρωτᾷς).
Bekijk het antwoord
Het feit dat Hermes de reis (naar Calypso) ondernomen heeft (ondanks zijn tegenzin/onwil). Of woorden van overeenkomstige strekking.
Vraag 15 1 punt
Noteer in eigen woorden voor wie deze opmerking als waarschuwing kan gelden en op welk gedrag van diegene deze waarschuwing betrekking heeft. Baseer je antwoord op het vervolg (t/m regel 115 γαῖαν).
Bekijk het antwoord
Voor Calypso kan deze opmerking als waarschuwing gelden; zij houdt Odysseus/iemand gevangen / moet Odysseus/hem/diegene laten gaan. Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 97-109 Εἰρωτᾷς t/m μακρά
Vraag 16 1 punt
Noteer wat de hiërarchische verhouding is tussen enerzijds Zeus en anderzijds de andere goden. Betrek in je antwoord een gegeven uit het tekstgedeelte Εἰρωτᾷς t/m μακρά (regel 97-109).
Bekijk het antwoord
De andere goden moeten Zeus gehoorzamen (zegt Hermes in de regels 103-104) (en dus staat Zeus boven de andere goden). / Zeus kan de andere goden (zoals Hermes in regel 99 / zoals Calypso in regel 112) bevelen geven (die zij moeten gehoorzamen). Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 110-115 Ἔνθ᾿ t/m γαῖαν
Vraag 17 1 punt
Noteer wat volgens jou de hiërarchische verhouding is tussen enerzijds Zeus en anderzijds het lot. Betrek in je antwoord een gegeven uit het tekstgedeelte Ἔνθ᾿ t/m γαῖαν (regel 110-115).
Bekijk het antwoord
Een van de volgende antwoorden:
- Het lot staat boven Zeus, want met zijn bevel aan Calypso / met zijn bevel om Odysseus te laten gaan, voert Zeus uit / laat Zeus gebeuren wat door het lot is voorbeschikt.
- Het lot is gelijk aan / (eigenlijk/uiteindelijk) hetzelfde als de wil van Zeus, want wat het lot heeft voorbeschikt, is hetzelfde als wat Zeus aan Calypso opdraagt.
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Een wetenschapper merkt naar aanleiding van tekst 2 op, dat Hermes slecht nieuws heeft voor Calypso, maar dat hij dit op een tactvolle manier brengt.
Vraag 18 1 punt
Is de manier waarop Hermes dit nieuws brengt, volgens jou inderdaad tactvol? Beargumenteer je mening met behulp van een gegeven uit tekst 2.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- Ja, want hij houdt een lange inleiding voordat hij pas aan het einde van zijn woorden het slechte nieuws brengt.
- Ja, want hij laat merken hoe naar hij het vindt door te vertellen dat hij geen zin had in deze opdracht, maar dat elke god nu eenmaal Zeus moet gehoorzamen.
- Ja, want hij begint eerst voorzichtig over ‘een man’ om Calypso langzaam te laten wennen aan de slechte boodschap dat Odysseus naar huis moet.
- Nee, want hij besteedt veel aandacht aan zijn eigen tegenzin en de ellende die Odysseus heeft moeten meemaken, maar hij heeft geen aandacht voor het verdriet dat Calypso allicht zal hebben door zijn bericht.
- Nee, want in een slechtnieuwsgesprek moet je de slechte boodschap meteen brengen en Hermes brengt pas aan het einde de boodschap dat Calypso Odysseus moet laten gaan.
- Nee, want hij zegt bot in regel 112 dat ze Odysseus moet laten gaan en hij heeft geen aandacht voor het verdriet dat Calypso zal hebben.
Tekst 2, regel 108-109 ἀτὰρ t/m μακρά
Athena wordt hier verantwoordelijk genoemd voor de dood van vele Grieken.
Vraag 19 1 punt
Leg uit dat Athena niet verantwoordelijk is voor de dood van Odysseus’ eigen makkers. Betrek in je antwoord een gegeven uit tekst 1.
Bekijk het antwoord
De god Helius is verantwoordelijk voor de dood van de makkers (van Odysseus). / Odysseus’ makkers waren zelf verantwoordelijk voor hun eigen dood. Of woorden van overeenkomstige strekking.
Vraag 20 1 punt
Noteer een gegeven dat in de hele Odyssee een rol speelt, op grond waarvan het inderdaad onwaarschijnlijk is dat Athena verantwoordelijk zou zijn voor de dood van Odysseus’ eigen makkers.
Bekijk het antwoord
Athena was de persoonlijke beschermgodin van Odysseus. / Athena stond aan de kant van de Grieken. Of woorden van overeenkomstige strekking.
Tekst 3 Eurycleia spreekt met Penelope over Odysseus
Eurycleia spreekt met Penelope over Odysseus.
52 “Maar ga mee, zodat in uw beider harten ’t geluk zich
53 weer voor u uitstrekt, nadat u veel leed hebt moeten verduren.
54 Eindelijk is nu je diepste wens tot vervulling gekomen:
55 levend is hij terug in zijn huis en trof in zijn haardstee
56 jou en zijn zoon aan. En die hem onrecht aandeden, de vrijers,
57 heeft hij hier allen in zijn paleis voor hun zonden doen boeten.”
58 Τὴν δ᾿ αὖτε προσέειπε περίφρων Πηνελόπεια·
59 “Μαῖα φίλη, μή πω μέγ᾿ ἐπεύχεο καγχαλόωσα.
60 Οἶσθα γὰρ ὥς κ᾿ ἀσπαστὸς ἐνὶ μεγάροισι φανείη
61 πᾶσι, μάλιστα δ᾿ ἐμοί τε καὶ υἱέϊ, τὸν τεκόμεσθα·
62 ἀλλ᾿ οὐκ ἔσθ᾿ ὅδε μῦθος ἐτήτυμος, ὡς ἀγορεύεις,
63 ἀλλά τις ἀθανάτων κτεῖνε μνηστῆρας ἀγαυούς,
64 ὕβριν ἀγασσάμενος θυμαλγέα καὶ κακὰ ἔργα.
65 Οὔ τινα γὰρ τίεσκον ἐπιχθονίων ἀνθρώπων,
66 οὐ κακὸν οὐδὲ μὲν ἐσθλόν, ὅτις σφέας εἰσαφίκοιτο·
67 τῷ δι᾿ ἀτασθαλίας ἔπαθον κακόν· αὐτὰρ Ὀδυσσεὺς
68 ὤλεσε τηλοῦ νόστον Ἀχαιΐδος, ὤλετο δ᾿ αὐτός.”
69 Τὴν δ᾿ ἠμείβετ᾿ ἔπειτα φίλη τροφὸς Εὐρύκλεια·
70 “Τέκνον ἐμόν, ποῖόν σε ἔπος φύγεν ἕρκος ὀδόντων,
71 ἣ πόσιν ἔνδον ἐόντα παρ᾿ ἐσχάρῃ οὔ ποτ᾿ ἔφησθα
72 οἴκαδ᾿ ἐλεύσεσθαι· θυμὸς δέ τοι αἰὲν ἄπιστος.
73 Ἀλλ᾿ ἄγε τοι καὶ σῆμα ἀριφραδὲς ἄλλο τι εἴπω·
74 οὐλήν, τήν ποτέ μιν σῦς ἤλασε λευκῷ ὀδόντι,
75 τὴν ἀπονίζουσα φρασάμην, ἔθελον δὲ σοὶ αὐτῇ
76 εἰπέμεν· ἀλλά με κεῖνος ἑλὼν ἐπὶ μάστακα χερσὶν
77 οὐκ ἔα εἰπέμεναι πολυκερδείῃσι νόοιο.
78 Ἀλλ᾿ ἕπευ· αὐτὰρ ἐγὼν ἐμέθεν περιδώσομαι αὐτῆς,
79 αἴ κέν σ᾿ ἐξαπάφω, κτεῖναί μ᾿ οἰκτίστῳ ὀλέθρῳ.”
80 Τὴν δ᾿ ἠμείβετ᾿ ἔπειτα περίφρων Πηνελόπεια·
81 “Μαῖα φίλη, χαλεπόν σε θεῶν αἰειγενετάων
82 δήνεα εἴρυσθαι, μάλα περ πολύϊδριν ἐοῦσαν·
83 ἀλλ᾿ ἔμπης ἴομεν μετὰ παῖδ᾿ ἐμόν, ὄφρα ἴδωμαι
84 ἄνδρας μνηστῆρας τεθνηότας, ἠδ᾿ ὃς ἔπεφνεν.”
85 Ὣς φαμένη κατέβαιν᾿ ὑπερώϊα· πολλὰ δέ οἱ κῆρ
86 ὅρμαιν᾿, ἢ ἀπάνευθε φίλον πόσιν ἐξερεείνοι,
87 ἦ παρστᾶσα κύσειε κάρη καὶ χεῖρε λαβοῦσα.
Homerus, Odyssee 23.52-87
Aantekeningen
- regel 59 καγχαλάω luid juichen
- regel 73 ἀριφραδής zeer duidelijk
- regel 74 ἡ οὐλή litteken
- regel 76 ἡ μάσταξ mond
- regel 77 ἡ πολυκερδείη grote slimheid
- regel 78 περιδίδομαι + genitivus wedden om
- regel 79 ἐξήπαφον aoristus van ἐξαπαφίσκω bedriegen
- regel 82 τὰ δήνεα plannen; πολύϊδρις verstandig
Regel 54 Eindelijk t/m gekomen
Ook Odysseus’ diepste wens is uitgekomen.
Vraag 21 1 punt
Citeer uit tekst 1, uit het tekstgedeelte Ἔνθ᾿ t/m εἶναι (tekst 1, regel 11-15) de twee Griekse zelfstandige naamwoorden die weergeven wat Odysseus steeds gewenst heeft.
Bekijk het antwoord
νόστου; γυναικός (regel 13). Opmerkingen: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘νόστου ἠδὲ γυναικός (regel 13)’.
Regel 56 jou en zijn zoon
Vraag 22 1 punt
Citeer uit het tekstgedeelte Τὴν t/m ἔργα (regel 58-64) het Griekse tekstelement waarmee dezelfde personen bedoeld worden als met jou en zijn zoon (regel 56).
Bekijk het antwoord
ἐμοί τε καὶ υἱέϊ (τὸν τεκόμεσθα) (regel 61)
Regel 63-64 ἀλλά t/m ἔργα
Dit tekstgedeelte wordt door Imme Dros als volgt vertaald:
Ach die vrijers zijn vast gedood door een God die boos was
om hun schennende overmoed en hun schandalige daden.
Vraag 23 2 punten
Noteer de namen van de twee stilistische middelen die wel in regel 64 van de Griekse tekst gebruikt zijn, maar niet in de vertaling zijn overgenomen. Laat alliteratie buiten beschouwing.
Bekijk het antwoord
Chiasme (1 punt); hyperbaton (1 punt).
Regel 67 ἀτασθαλίας en tekst 1, regel 7 ἀτασθαλίῃσιν
Vraag 24 1 punt
Welke van deze twee gevallen van roekeloosheid vind jij erger? Licht je antwoord toe. Ga in je antwoord in op beide gevallen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- Ik vind de roekeloosheid van Odysseus’ mannen erger, omdat zij een god beledigd hebben; de vrijers hebben volgens de geldende normen gebruikgemaakt van de gastvrijheid van Penelope.
- Ik vind de roekeloosheid van de vrijers erger, omdat hun gedrag jarenlang voortduurde; de roekeloosheid van de mannen van Odysseus was een eenmalige actie.
- Ik vind de roekeloosheid van de vrijers erger, omdat zij opzettelijk misbruik maakten van de zwakke positie van Penelope; de mannen van Odysseus werden waarschijnlijk door de honger gedwongen (een van) de runderen op te eten.
Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 67 κακόν
Vraag 25 1 punt
Welk tekstelement komt inhoudelijk overeen met κακόν (regel 67)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Regel 59-68 Μαῖα t/m αὐτός
Penelope spreekt in dit tekstgedeelte tweemaal over Odysseus. De tweede maal doet ze dat in de regels 67-68.
Vraag 26 1 punt
Noteer uit het tekstgedeelte Μαῖα t/m εἰσαφίκοιτο (regel 59-66) de nummers van de twee direct opeenvolgende regels waarin Penelope de eerste maal over Odysseus spreekt.
Bekijk het antwoord
(De regels) 60 en 61. Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 70 Τέκνον t/m ὀδόντων
Uit dit tekstgedeelte blijkt dat Eurycleia verbaasd is over de reactie van Penelope.
Vraag 27 1 punt
Citeer uit het vervolg (t/m regel 77 νόοιο) het Griekse tekstelement waarmee Eurycleia de reactie van Penelope verklaart.
Bekijk het antwoord
θυμὸς (δέ) τοι αἰὲν ἄπιστος (regel 72)
Regel 70 ποῖόν t/m ὀδόντων
Dit tekstelement komt vaker voor in de epen van Homerus.
Vraag 28 1 punt
Welk voordeel hadden ἀοιδοί van het herhaald gebruik van bepaalde tekstelementen? Baseer je antwoord op de achtergronden bij de teksten die je voor dit examen gelezen hebt.
Bekijk het antwoord
Dat stelde hen in staat hun gedichten al zingend en improviserend te componeren / improviserend voor te dragen. Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerking: geen scorepunt toekennen wanneer alleen geantwoord is ‘Zo konden ze de tekst / (delen van) verzen (beter) onthouden.’
Regel 71 ἐόντα
Vraag 29 1 punt
Als je dit participium in het Nederlands wilt weergeven met een bijzin, wat is dan een correct voegwoord om deze bijzin in te leiden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Regel 73-79 Ἀλλ᾿ ἄγε t/m ὀλέθρῳ
In dit tekstgedeelte zegt Eurycleia dat Penelope met haar mee moet gaan, zodat ze zelf kan zien dat Eurycleia de waarheid gesproken heeft. Maar voordat ze gaan, probeert Eurycleia in dit tekstgedeelte op twee andere manieren Penelope ervan te overtuigen dat ze de waarheid gesproken heeft.
Vraag 30 2 punten
Beschrijf in eigen woorden deze twee manieren.
Bekijk het antwoord
- Ze vertelt over het litteken (van Odysseus) / dat ze een duidelijk teken/bewijs gezien heeft. (1 punt)
- Ze zegt dat Penelope haar (op zeer deerniswekkende wijze) mag doden als (blijkt dat) ze gelogen heeft. (1 punt)
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Later probeert Odysseus zelf Penelope te overtuigen van zijn identiteit.
Vraag 31 1 punt
Beschrijf wat Odysseus dan aan Penelope vertelt om haar te overtuigen. Baseer je antwoord op het gedeelte dat volgt op tekst 3 (niet in dit examen afgedrukt).
Bekijk het antwoord
Hoe hij hun/het bed gemaakt heeft / het teken/geheim van hun/het bed. Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 83 ἀλλ᾿ ἔμπης ἴομεν μετὰ παῖδ᾿ ἐμόν, ὄφρα ἴδωμαι
Vraag 32 1 punt
Schrijf regel 83 over en scandeer deze regel.
Bekijk het antwoord
ˉ ˉ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˘ ˘ | ˉ ˉ
Regel 85-87 Ὣς t/m λαβοῦσα
In dit tekstgedeelte blijkt dat de verteller een alwetende verteller is.
Vraag 33 1 punt
Noteer waaruit dit blijkt. Betrek in je antwoord een gegeven uit het tekstgedeelte Ὣς t/m λαβοῦσα (regel 85-87).
Bekijk het antwoord
De verteller kent/vertelt de inhoud van Penelope’s overweging/gedachten: hij vertelt (namelijk) dat Penelope twijfelt (of ze haar man op een afstandje zal ondervragen of zal omhelzen/kussen). / De verteller kent (al) de gebeurtenissen: hij vertelt dat Penelope het bovenvertrek verlaat / naar beneden gaat / nadenkt over wat ze moet doen. Of woorden van overeenkomstige strekking. Opmerking: het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Tekst 4
Odysseus heeft, onherkenbaar vermomd als een armoedige vreemdeling, in zijn paleis gegeten en geslapen. In de onderstaande tekst komt Telemachus aan bij de grote zaal. Hij vraagt aan Eurycleia of de vreemdeling wel gastvrij is ontvangen.
128 Στῆ δ᾿ ἄρ᾿ ἐπ᾿ οὐδὸν ἰών, πρὸς δ᾿ Εὐρύκλειαν ἔειπε·
129 “Μαῖα φίλη, τὸν ξεῖνον ἐτιμήσασθ᾿ ἐνὶ οἴκῳ
130 εὐνῇ καὶ σίτῳ, ἦ αὔτως κεῖται ἀκηδής;
131 Τοιαύτη γὰρ ἐμὴ μήτηρ, πινυτή περ ἐοῦσα·
132 ἐμπλήγδην ἕτερόν γε τίει μερόπων ἀνθρώπων
133 χείρονα, τὸν δέ τ᾿ ἀρείον᾿ ἀτιμήσασ᾿ ἀποπέμπει.”
134 Τὸν δ᾿ αὖτε προσέειπε περίφρων Εὐρύκλεια·
135 “Οὐκ ἄν μιν νῦν, τέκνον, ἀναίτιον αἰτιόῳο.
136 Οἶνον μὲν γὰρ πῖνε καθήμενος, ὄφρ᾿ ἔθελ᾿ αὐτός,
137 σίτου δ᾿ οὐκέτ᾿ ἔφη πεινήμεναι· εἴρετο γάρ μιν.
138 Ἀλλ᾿ ὅτε δὴ κοίτοιο καὶ ὕπνου μιμνήσκοιτο,
139 ἡ μὲν δέμνι᾿ ἄνωγεν ὑποστορέσαι δμῳῇσιν,
140 αὐτὰρ ὅ γ᾿, ὥς τις πάμπαν ὀϊζυρὸς καὶ ἄποτμος,
141 οὐκ ἔθελ᾿ ἐν λέκτροισι καὶ ἐν ῥήγεσσι καθεύδειν,
142 maar hij ging in het voorhuis op een ongelooide runderhuid liggen
143 onder een schapenvacht; wij dekten hem toe met een mantel.”
144 Ὣς φάτο, Τηλέμαχος δὲ διὲκ μεγάροιο βεβήκει
145 ἔγχος ἔχων.
Homerus, Odyssee 20.128-145
Aantekeningen
- regel 128 Στῆ en ἔειπε: onderwerp hij (= Telemachus). ἄρ᾿: onvertaald laten.
- regel 129 τιμάομαι + dativus: gastvrij ontvangen met
- regel 130 ἀκηδής: verwaarloosd
- regel 131 τοιαύτη γὰρ ἐμὴ μήτηρ: vul aan: ἔστιν. πινυτός: verstandig
- regel 132 ἐμπλήγδην: tot mijn verbazing. τίω: respectvol behandelen
- regel 132-133 ἕτερόν χείρονα: een slechter iemand
- regel 133 τὸν δέ τ᾿ ἀρείον᾿: maar een voornamer iemand. ἀτιμήσασ᾿ = ἀτιμήσασα
- regel 135 μιν: hiermee wordt Penelope bedoeld. ἀναίτιος (2): onschuldig. αἰτιόῳο = αἰτιῷο
- regel 136 πῖνε: onderwerp hij (= de vermomde Odysseus)
- regel 137 εἴρετο: onderwerp ze (= Penelope). μιν: hiermee wordt de vermomde Odysseus bedoeld
- regel 139 ὑποστόρνυμι = στόρνυμι
- regel 140 ὥς = ὡς. ἄποτμος: ongelukkig
- regel 144 διέκ + genitivus: uit
Bestudeer de inleiding en de aantekeningen bij tekst 4.
Vraag 34 36 punten
Vertaal de regels 128 t/m 141 en de regels 144 t/m 145 in het Nederlands.
Bekijk het antwoord
Vakspecifieke regels: bij de vertaling krijgt een kolon met een ernstige fout 0 punten, ook als de rest van het kolon juist is. Een genegeerde aantekening die tot een onjuiste weergave van het tekstelement leidt, kost één of meer punten, afhankelijk van de zwaarte van de fout. Een Grieks woord dat niet van essentieel belang is voor de betekenis en niet is vertaald, kost één punt. Wanneer in het Grieks bij een zelfstandig naamwoord geen lidwoord of bezittelijk voornaamwoord staat, en het model dat wel bevat, dan kost het ontbreken in het werk 1 punt, met een maximum van 2 punten in totaal.
| Kolon (regel) | Antwoord | Scores |
|---|---|---|
| 34 (128) | Στῆ δ᾿ ἄρ᾿ ἐπ᾿ οὐδὸν: (En/Maar) hij bleef/ging op de drempel staan. Niet fout: ‘Telemachus’ voor ‘hij’; ἐπ᾿ οὐδὸν verbonden met kolon 35. | 1 |
| 35 (128) | ἰών: toen/terwijl hij kwam. Niet fout: toen/terwijl hij ging; nadat hij gekomen/gegaan was. | 1 |
| 36 (128) | πρὸς δ᾿ Εὐρύκλειαν ἔειπε·: en (hij) zei tegen Eurycleia. Fout: ‘Eurycleian’ bij Εὐρύκλειαν; ‘verzamelen/kiezen’ bij λέγω. | 1 |
| 37 (129-130) | “Μαῖα φίλη, τὸν ξεῖνον ἐτιμήσασθ᾿ ἐνὶ οἴκῳ εὐνῇ καὶ σίτῳ,: Lief moedertje / Geliefde voedster, hebben jullie de vreemdeling/gast gastvrij in (het) huis/paleis ontvangen met een bed/slaapplaats en voedsel/brood. Niet fout: φίλη ‘mijn’; τὸν ξεῖνον ‘hem als gast/vreemdeling’; τιμάομαι ‘ontvangen/eren’; σίτος ‘graan’. εὐνῇ in (een) bed (1); εὐνῇ met het bed en/of σίτῳ met het brood/voedsel (1). | 2 |
| 38 (130) | ἦ αὔτως κεῖται ἀκηδής;: of ligt hij zomaar verwaarloosd. Niet fout: αὔτως ‘zoals het/hij was’; κεῖται ‘staat hij’. | 1 |
| 39 (131) | Τοιαύτη γὰρ ἐμὴ μήτηρ,: Want zo(danig) is mijn moeder. | 2 |
| 40 (131) | πινυτή περ ἐοῦσα·: hoewel/terwijl ze (juist/zeer) verstandig is. | 1 |
| 41 (132-133) | ἐμπλήγδην ἕτερόν γε τίει μερόπων ἀνθρώπων χείρονα,: tot mijn verbazing behandelt ze (in ieder geval/althans) een slechter iemand van (de) sterfelijke mensen respectvol. | 1 |
| 42 (133) | τὸν δέ τ᾿ ἀρείον᾿ ἀτιμήσασ᾿ ἀποπέμπει.”: maar een voornamer iemand stuurt ze weg / laat ze gaan nadat ze hem beledigd/veracht heeft. Niet fout: τὸν δέ τ᾿ ἀρείον᾿ als ‘en een voornamer iemand’. | 2 |
| 43 (134) | Τὸν δ᾿ αὖτε προσέειπε περίφρων Εὐρύκλεια·: (En/Maar) hem sprak (de) zeer verstandige Eurycleia op haar beurt / weer toe/aan. | 2 |
| 44 (135) | “Οὐκ ἄν μιν νῦν, τέκνον, ἀναίτιον αἰτιόῳο.: Je kunt haar nu niet, (mijn) kind, onschuldig beschuldigen. Niet fout: Οὐκ ἄν αἰτιόῳο als ‘je zult/moet/mag (wel) niet beschuldigen’ / ‘je zou niet kunnen beschuldigen’. | 2 |
| 45 (136) | Οἶνον μὲν γὰρ πῖνε: Hij dronk namelijk / want hij dronk (wel) wijn. | 1 |
| 46 (136) | καθήμενος,: terwijl hij (rustig) zat. | 1 |
| 47 (136) | ὄφρ᾿ ἔθελ᾿ αὐτός,: zo lang als hij zelf wenste/wilde. Niet fout: ὄφρ᾿ als ‘terwijl’. Fout (0): ἐθέλω als ‘in staat zijn’. | 1 |
| 48 (137) | σίτου δ᾿ οὐκέτ᾿ ἔφη πεινήμεναι·: maar (het) brood zei hij niet meer te missen / naar (het) voedsel verlangde hij niet meer (hevig), zei hij. Niet fout: σίτος ‘graan’; οὐκέτι ‘niet’. | 2 |
| 49 (137) | εἴρετο γάρ μιν.: dat vroeg ze hem namelijk / want ze vroeg (het) hem. Niet fout: ‘ze’ als ‘Penelope’. | 1 |
| 50 (138) | Ἀλλ᾿ ὅτε δὴ κοίτοιο καὶ ὕπνου μιμνήσκοιτο,: Maar toen hij (natuurlijk/dan) aan/over een/de slaapplaats / (het) (gaan) slapen en (de) slaap dacht/sprak. ὅτε als bijwoord ‘toen’ (1). | 2 |
| 51 (139) | ἡ μὲν δμῳῇσιν ἄνωγεν: beval zij (wel) (aan) (de/haar) slavinnen. Niet fout: ἀνώγω ‘verzoeken’. | 1 |
| 52 (139) | δέμνι᾿ ὑποστορέσαι: een/het/zijn bed op/klaar te maken. | 1 |
| 53 (140-141) | αὐτὰρ ὅ γ᾿ … οὐκ ἔθελ᾿ … καθεύδειν,: maar hij wilde (in ieder geval/althans) niet slapen/rusten. Niet fout: ἐθέλω als ‘in staat zijn’. | 2 |
| 54 (140) | ὥς τις πάμπαν ὀϊζυρὸς καὶ ἄποτμος,: (zo)als een volkomen rampzalig en ongelukkig iemand / een volkomen ellendige en ongelukkige (1). Niet fout: ‘omdat/daar hij (volgens hem) … was’. πάμπαν verbonden met οὐκ (kolon 53) (1). | 2 |
| 55 (141) | ἐν λέκτροισι καὶ ἐν ῥήγεσσι: in/op een/het/zijn bed en (op) een/het/zijn matras/kussens. λέκτροισι als ‘(de) bedden’ (1); ῥήγεσσι als ‘(de) matrassen’ (1). Niet fout: ῥήγεα ‘sprei(en)’. Fout (0): λέκτρα als ‘huwelijk(sbed)’. Is λέκτροισι met meervoud vertaald, dan die onjuistheid bij ῥήγεσσι niet aanrekenen. | 2 |
| 56 (144) | Ὣς φάτο,: Zo sprak ze/zij / Dat vertelde ze/zij. | 1 |
| 57 (144) | Τηλέμαχος δὲ διὲκ μεγάροιο βεβήκει: en/maar Telemachus ging (weg) uit de centrale/grote zaal / vertrok uit het vertrek/megaron. Niet fout: μέγαρον als ‘paleis/huis/hal’. Fout (0): μέγαρον als ‘allerheiligste’. | 2 |
| 58 (145) | ἔγχος ἔχων.: terwijl hij zijn/de/een lans (vast)hield/had / met zijn/de/een speer. | 1 |
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Griekse taal en cultuur 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens Griekse taal en cultuur vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2025, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2024, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2024, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2023, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2023, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 3 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 3 (op examenblad.nl)
- 2019, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2019, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2018, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2018, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2 telt 34 vragen. Alle vragen vallen onder lezen.
Wat zijn de antwoorden van het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-1111-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen Griekse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.