Eindexamen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tekst 1 Omgaan met verlies, Tekst 2 Cicero is ontroostbaar, Tekst 3 Laelius beschrijft echte vriendschap, Tekst 4.
Het centraal examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over grammatica en woordbetekenis (11), lezen (10) en filosofie en cultuur (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Grammatica en woordbetekenis | 1, 5, 10-13, 19, 24, 26, 28, 30 | 11 |
| Lezen | 4, 7, 15-17, 20, 22-23, 27, 29 | 10 |
| Filosofie en cultuur | 2-3, 14, 18, 25, 32 | 6 |
| Stijlmiddelen en retorica | 6, 8, 21, 31 | 4 |
| Vertalen | 9, 33 | 2 |
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Tekst 1 Omgaan met verlies
SENECA LUCILIO SUO SALUTEM
1 Moleste fero decessisse Flaccum, amicum tuum, plus tamen aequo
2 dolere te nolo. Illud, ut non doleas, vix audebo exigere; et esse melius
3 scio. Sed cui ista firmitas animi continget nisi iam multum supra fortunam
4 elato? Illum quoque ista res vellicabit, sed tantum vellicabit. Nobis autem
5 ignosci potest prolapsis ad lacrimas, si non nimiae decucurrerunt, si ipsi
6 illas repressimus. Nec sicci sint oculi amisso amico nec fluant;
7 lacrimandum est, non plorandum. Duram tibi legem videor ponere, cum
8 poetarum Graecorum maximus ius flendi dederit in unum dumtaxat diem,
9 cum dixerit etiam Niobam de cibo cogitasse? Quaeris unde sint
10 lamentationes, unde inmodici fletus? Per lacrimas argumenta desiderii
11 quaerimus et dolorem non sequimur sed ostendimus; nemo tristis sibi est.
12 O infelicem stultitiam! Est aliqua et doloris ambitio. “Quid ergo?” inquis
13 “Obliviscar amici?” Brevem illi apud te memoriam promittis, si cum dolore
14 mansura est: iam istam frontem ad risum quaelibet fortuita res transferet.
15 Non differo in longius tempus quo desiderium omne mulcetur, quo etiam
16 acerrimi luctus residunt: cum primum te observare desieris, imago ista
17 tristitiae discedet. Nunc ipse custodis dolorem tuum; sed custodienti
18 quoque elabitur, eoque citius quo est acrior desinit. Id agamus ut iucunda
19 nobis amissorum fiat recordatio. Nemo libenter ad id redit quod non sine
20 tormento cogitaturus est, sicut illud fieri necesse est, ut cum aliquo nobis
21 morsu amissorum quos amavimus nomen occurrat; sed hic quoque
22 morsus habet suam voluptatem. Nam, ut dicere solebat Attalus noster,
23 “sic amicorum defunctorum memoria iucunda est quomodo poma
24 quaedam sunt suaviter aspera, quomodo in vino nimis veteri ipsa nos
25 amaritudo delectat; cum vero intervenit spatium, omne quod angebat
26 extinguitur et pura ad nos voluptas venit.” Si illi credimus, “Amicos
27 incolumes cogitare melle ac placenta frui est: eorum qui fuerunt
28 retractatio non sine acerbitate quadam iuvat. Quis autem negaverit haec
29 acria quoque et habentia austeritatis aliquid stomachum excitare?” Ego
30 non idem sentio: mihi amicorum defunctorum cogitatio dulcis ac blanda
31 est; habui enim illos tamquam amissurus, amisi tamquam habeam.
32 Fac ergo, mi Lucili, quod aequitatem tuam decet, desine beneficium
33 fortunae male interpretari: abstulit, sed dedit.
Seneca, Epistulae Morales ad Lucilium 63.1-7
Regel 2-3 et esse melius scio
Vraag 1 1 punt
Wat is in dit tekstgedeelte een passende weergave van het woord et?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Regel 3-4 iam multum supra fortunam elato
Vraag 2 1 punt
Noteer de Latijnse term waarmee een dergelijke persoon in de Stoa wordt aangeduid.
Bekijk het antwoord
sapiens
Opmerking: Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘wijze’.
Vraag 3 1 punt
Noteer de term die in de Stoa gebruikt wordt voor de toestand van de persoon naar wie verwezen wordt met iam multum supra fortunam elato.
Bekijk het antwoord
apatheia
Opmerking: Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘autarkeia’.
Regel 4 ista res
Vraag 4 1 punt
Noteer in eigen woorden wat hier concreet bedoeld wordt met ista res. Baseer je antwoord op het voorafgaande (vanaf regel 1 Moleste).
Bekijk het antwoord
het overlijden/verlies van een vriend/dierbare
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 5 nimiae decucurrerunt
In het vervolg (t/m regel 9 cogitasse) gebruikt Seneca nog tweemaal een woord dat inhoudelijk vergelijkbaar is met nimiae decucurrerunt.
Vraag 5 2 punten
Citeer deze twee Latijnse woorden.
Bekijk het antwoord
- fluant (regel 6)
- plorandum (regel 7)
Regel 6-7 Nec sicci t/m plorandum
Vraag 6 1 punt
Noteer de namen van twee verschillende stilistische middelen die in dit tekstgedeelte gebruikt zijn.
Bekijk het antwoord
Twee van de volgende antwoorden: alliteratie, antithese, asyndeton, parallellisme, polysyndeton.
Opmerkingen: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer als een van de antwoorden is genoteerd ‘anafora’.
Regel 7 Duram legem
Vraag 7 1 punt
Noteer in eigen woorden de concrete inhoud van dit voorschrift.
Bekijk het antwoord
Je moet niet overdreven verdrietig zijn / niet te veel uiting geven aan je verdriet (over het overlijden van een vriend, maar je mag wel huilen). Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 12 “Quid ergo?” inquis
Vraag 8 1 punt
Noteer de naam van het argumentatief middel dat Seneca hier gebruikt.
Bekijk het antwoord
fictieve uitspraak
Opmerking: Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘(invoeren) fictieve spreker’.
Regel 15-16 Non t/m residunt
Dit tekstgedeelte wordt door C. Verhoeven als volgt vertaald:
Ik wil alleen de troost niet uitstellen tot een verder verwijderd tijdstip waarop elk gemis slijt en zelfs de heftigste rouw tot rust komt.
Vraag 9 1 punt
Citeer uit de vertaling het Nederlandse zelfstandig naamwoord dat in de vertaling is toegevoegd ten opzichte van het Latijn.
Bekijk het antwoord
troost
Regel 25 amaritudo
Vraag 10 2 punten
Citeer uit het tekstgedeelte Id t/m occurrat (regel 18-21) de twee verschillende Latijnse woorden die inhoudelijk vergelijkbaar zijn met amaritudo.
Bekijk het antwoord
- tormento (regel 20)
- morsu (regel 21)
Opmerking: Niet fout rekenen wanneer in plaats van ‘morsu (regel 21)’ is geantwoord ‘morsus (regel 22)’.
Regel 27-28 eorum qui fuerunt retractatio
Vraag 11 1 punt
Citeer uit het voorafgaande (vanaf regel 22 Nam) het Latijnse tekstelement dat inhoudelijk vergelijkbaar is met eorum qui fuerunt retractatio.
Bekijk het antwoord
(amicorum) defunctorum memoria (regel 23)
Regel 33 abstulit, sed dedit
Het onderwerp van deze persoonsvormen is hier niet uitgedrukt, maar is wel af te leiden uit het voorafgaande (vanaf regel 32 Fac).
Vraag 12 1 punt
Citeer het desbetreffende Latijnse woord.
Bekijk het antwoord
fortunae (regel 33)
Vraag 13 1 punt
Noteer in eigen woorden wat hier concreet als lijdend voorwerp aangevuld kan worden bij abstulit. Baseer je antwoord op het voorafgaande (vanaf regel 22 Nam).
Bekijk het antwoord
een (goede) vriend / Flaccus
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Opmerkingen: Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘vrienden’. Geen scorepunt toekennen wanneer alleen geantwoord is ‘een overledene / iemand’.
Op de website Grief.Academy staan enkele praktische adviezen voor het verwerken van het overlijden van een vriend. Er staat onder andere:
Vier het leven van je vriend. Denk terug aan de mooie momenten die jullie samen hebben beleefd.
Bron: https://www.grief.academy/rouw-na-het-verlies-van-een-vriend-5-praktische-tips/ (bekeken op 23 januari 2025).
Vraag 14 1 punt
Beargumenteer of Seneca het eens zou zijn met dit advies. Betrek in je antwoord een opmerking uit tekst 1.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- Seneca zou het eens zijn met dit advies; hij schrijft (in regel 18-19) dat we moeten zorgen dat de herinnering aan overledenen prettig is.
- Seneca zou het eens zijn met dit advies; hij schrijft (in regel 30-31) dat het aangenaam is terug te denken aan een overleden vriend.
Opmerkingen: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Geen scorepunt toekennen wanneer geantwoord is dat Seneca het niet eens zou zijn met dit advies.
Tekst 2 Cicero is ontroostbaar
1 Quod me ab hoc maerore recreari vis, facis ut omnia; sed me mihi non
2 defuisse tu testis es. Nihil enim de maerore minuendo scriptum ab ullo est
3 quod ego non domi tuae legerim. Sed omnem consolationem vincit dolor.
4 Quin etiam feci, quod profecto ante me nemo, ut ipse me per litteras
5 consolarer. Quem librum ad te mittam, si descripserint librarii. Adfirmo tibi
6 nullam consolationem esse talem. Totos dies scribo, non quo proficiam
7 quid sed tantisper impedior — non equidem satis (vis enim urget), — sed
8 relaxor tamen, omniaque nitor non ad animum sed ad vultum ipsum, si
9 queam, reficiendum, idque faciens interdum mihi peccare videor,
10 interdum peccaturus esse nisi faciam. Solitudo aliquid adiuvat, sed multo
11 plus proficeret si tu tamen interesses. Quae mihi una causa est hinc
12 discedendi; nam pro malis recte habebat. Quamquam ⟨id⟩ ipsum doleo.
13 Non enim iam in me idem esse poteris. Perierunt illa quae amabas.
14 De Bruti ad me litteris scripsi ad te antea. Prudenter scriptae, sed nihil
15 quod me adiuvaret. Quod ad te scripsit id vellem, ut ipse adesset. Certe
16 aliquid, quoniam me tam valde amat, adiuvaret.
Cicero, Ad Atticum 12.14.3-4
Regel 1 facis ut omnia
Vraag 15 1 punt
Welke conclusie kan uit deze woorden worden getrokken over Atticus?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Regel 3 consolationem
Zowel in het voorafgaande als in het vervolg beschrijft Cicero een manier om dit te bereiken.
Vraag 16 1 punt
Noteer in eigen woorden de manier die hij beschrijft in het voorafgaande (vanaf regel 1 Quod).
Bekijk het antwoord
(geschriften van anderen) lezen over rouwverwerking/troost
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Vraag 17 1 punt
Noteer in eigen woorden de manier die hij beschrijft in het vervolg (t/m regel 5 librarii).
Bekijk het antwoord
zelf een (troostend) geschrift/boek / (troostende) brief schrijven
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Regel 3 omnem consolationem vincit dolor
Vraag 18 1 punt
Leg uit of deze bewering in overeenstemming is met de visie van Seneca op verdriet die je kunt opmaken uit tekst 1. Ga in je antwoord in op zowel Seneca’s visie op verdriet in tekst 1 als Cicero’s bewering omnem consolationem vincit dolor (tekst 2, regel 3).
Bekijk het antwoord
Cicero’s bewering stemt niet overeen met de visie van Seneca op verdriet, want Cicero beweert dat verdriet alle troost overwint; Seneca stelt daarentegen juist dat je het verdriet te boven komt / dat je door een vrolijke herinnering te koesteren zelf het verdriet kunt overwinnen / dat je zonder bitterheid kunt genieten van de herinnering aan de overledene. Of woorden van overeenkomstige strekking.
Opmerkingen: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn. Niet fout rekenen wanneer in een overigens juist antwoord impliciet gelaten is dat Cicero’s bewering niet overeenstemt met Seneca’s visie. Niet fout rekenen wanneer als Seneca’s visie is genoteerd ‘Seneca vindt dat rouwen niet te intensief moet zijn / niet te lang moet duren.’
Regel 6 Totos dies scribo
Het effect dat deze activiteit op Cicero heeft, beschrijft hij in het vervolg (t/m regel 9 reficiendum).
Vraag 19 2 punten
Citeer de twee desbetreffende Latijnse persoonsvormen.
Bekijk het antwoord
- impedior (regel 7)
- relaxor (regel 8)
Regel 9 idque t/m videor
Vraag 20 1 punt
Noteer een zelfbedachte aannemelijke reden waarom Cicero in het geval van id faciens (regel 9) het gevoel heeft dat hij iets verkeerds doet. Betrek in je antwoord datgene wat concreet bedoeld wordt met id faciens.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- Het gaat om doen alsof hij opgewekt is; daarvoor zou hij zich schamen tegenover zijn familie/vrienden.
- Hij bedoelt er blij uitzien; dat vindt hij niet getuigen van voldoende respect voor de overledene.
- Het gaat om een blij gezicht tonen; daarmee zou hij de indruk wekken blij te zijn en daarmee zou hij liegen.
- Hij bedoelt het tonen van vrolijkheid; hij vindt dat niet passen bij zijn streven naar wijsheid / bij de leer van de Stoa.
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 8-10 relaxor t/m faciam
Vraag 21 1 punt
Citeer uit dit tekstgedeelte de twee direct opeenvolgende Latijnse woorden waartussen een asyndeton is toegepast.
Bekijk het antwoord
videor; interdum (regel 9-10)
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 10-13 Solitudo t/m amabas
In dit tekstgedeelte noemt Cicero twee bronnen van troost.
Vraag 22 1 punt
Noteer in eigen woorden deze twee bronnen.
Bekijk het antwoord
alleen zijn; het gezelschap van Atticus / een (goede) vriend / het verdriet delen
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 14-15 De t/m adesset
In dit tekstgedeelte verwijst Cicero naar een drietal brieven.
Vraag 23 1 punt
Naar welke brief verwijst hij niet?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Tekst 3 Laelius beschrijft echte vriendschap
1 Ik zie de natuurlijke orde voor de mens als volgt: Wij zijn geboren in
2 een situatie waarin alle mensen onderling iets gemeenschappelijks
3 hebben, méér ervan naarmate de onderlinge band nauwer is.
4 Stadgenoten bijvoorbeeld voelen zich meer verbonden met elkaar dan met
5 mensen van elders, familieleden onderling meer dan met vreemden.
6 Geheel op natuurlijke wijze ontstaan deze relaties tussen hen. Maar die
7 natuurlijke band mist een solide basis. Vriendschap in de ware zin van het
8 woord staat ver boven dat soort verbonden zijn. Kijk maar. Uit zulke
9 relaties kun je de hartelijke genegenheid wegdenken, uit vriendschap
10 niet. Is de genegenheid uit zo’n natuurlijke binding weg, dan is het met
11 de vriendschap gedaan, maar het blijven wel buurtgenoten of verwanten.
12 De oerkracht van vriendschap kun je beseffen als je het zo bekijkt: uit
13 de onbegrensde natuurlijke band tussen alle mensen zondert vriendschap
14 zich af tot een zo innige verbintenis, dat het hele gemeenschapsgevoel
15 wordt vernauwd tot liefde tussen twee mensen, in elk geval tussen
16 weinigen.
17 Est enim amicitia nihil aliud nisi omnium divinarum humanarumque
18 rerum cum benevolentia et caritate consensio; qua quidem haud scio an
19 excepta sapientia nihil melius homini sit a dis immortalibus datum. Divitias
20 alii praeponunt, bonam alii valetudinem, alii potentiam, alii honores, multi
21 etiam voluptates: beluarum hoc quidem extremum; illa autem superiora
22 caduca et incerta, posita non tam in consiliis nostris quam in fortunae
23 temeritate. Qui autem in virtute summum bonum ponunt, praeclare illi
24 quidem, sed haec ipsa virtus amicitiam et gignit et continet, nec sine
25 virtute amicitia esse ullo pacto potest. Iam virtutem ex consuetudine vitae
26 sermonisque nostri interpretemur, nec eam, ut quidam docti, verborum
27 magnificentia metiamur, virosque bonos eos qui habentur numeremus:
28 Paulos, Catones, Galos, Scipiones, Philos. His communis vita contenta est,
29 eos autem omittamus qui omnino nusquam reperiuntur.
30 Tales igitur inter viros amicitia tantas opportunitates habet quantas vix
31 queo dicere. Principio qui potest esse vita vitalis, ut ait Ennius, quae non
32 in amici mutua benevolentia conquiescit? Quid dulcius quam habere
33 quicum omnia audeas sic loqui ut tecum? Qui esset tantus fructus in
34 prosperis rebus nisi haberes qui illis aeque ac tu ipse gauderet? Adversas
35 vero ferre difficile esset sine eo qui illas gravius etiam quam tu ferret.
Cicero, Laelius / De Amicitia 19-22
Regel 17-19 Est t/m datum
Uit dit tekstgedeelte kan een conclusie getrokken worden over Laelius’ waardering van bepaalde geschenken van de goden.
Vraag 24 1 punt
Neem de onderstaande zin over en citeer op de puntjes de juiste twee Latijnse woorden uit het tekstgedeelte Est t/m datum (regel 17-19):
Laelius verkiest … boven … als beste cadeau van de goden.
Bekijk het antwoord
(Laelius verkiest) sapientia (boven) amicitia (als beste cadeau van de goden.)
Opmerkingen: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn en in de juiste volgorde staan. Niet fout rekenen wanneer in plaats van sapientia is genoteerd ‘wijsheid’ en/of in plaats van amicitia ‘vriendschap’.
Regel 24-25 sed t/m potest
Vraag 25 1 punt
Wat is de juiste omschrijving van de verhouding tussen amicitia en virtus die Laelius in dit tekstgedeelte beschrijft?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Regel 27 virosque t/m numeremus
Dit tekstgedeelte wordt door W.A.M. Peters als volgt vertaald:
Welnu, langs die weg moeten we hen tot de voortreffelijke karakters rekenen die algemeen als zodanig worden erkend.
Vraag 26 1 punt
Noteer het grammaticale gegeven op grond waarvan in de vertaling het woord ‘moeten’ is gebruikt.
Bekijk het antwoord
(coniunctivus) adhortativus / coniunctivus (van aansporing)
Regel 25-29 Iam t/m reperiuntur
In dit tekstgedeelte beschrijft Laelius de manier waarop hij wil uitleggen wat deugd inhoudt. Hij beschrijft ook de manier waarop hij dat beslist niet wil doen.
Vraag 27 1 punt
Beschrijf in eigen woorden deze twee manieren.
Bekijk het antwoord
(Hij wil het uitleggen) op basis van de concrete levenspraktijk; (de manier waarop hij het niet wil uitleggen is) op grond van hoogdravende wijsneuzerij. / (Hij wil het uitleggen) in eenvoudige bewoordingen; (de manier waarop hij het niet wil uitleggen is) met moeilijke termen / met grootsheid van woorden.
Of woorden van overeenkomstige strekking.
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Regel 30 Tales
Met Tales wordt terugverwezen naar het voorafgaande, waar specifieker is aangegeven wat met Tales bedoeld wordt.
Vraag 28 1 punt
Citeer uit het voorafgaande (vanaf regel 25 Iam) het desbetreffende Latijnse woord.
Bekijk het antwoord
bonos (regel 27)
Regel 32 mutua benevolentia
In het vervolg (t/m regel 35 tu ferret) geeft Laelius enkele concrete voorbeelden van mutua benevolentia.
Vraag 29 2 punten
Noteer in eigen woorden twee van deze voorbeelden.
Bekijk het antwoord
Twee van de volgende antwoorden:
- te kunnen spreken met de ander zoals je met jezelf spreekt / volkomen jezelf te kunnen zijn bij de ander
- dat de ander meeleeft met jouw voorspoed
- dat de ander meeleeft met jouw tegenspoed / nog meer dan jijzelf lijdt onder jouw tegenspoed
Of woorden van overeenkomstige strekking. Per juist antwoord 1 scorepunt.
Vraag 30 1 punt
Citeer uit het tekstgedeelte Ik t/m niet (regel 1-10) het Nederlandse tekstelement dat inhoudelijk vergelijkbaar is met benevolentia (regel 32).
Bekijk het antwoord
(hartelijke) genegenheid (regel 9)
Regel 31-34 Principio t/m gauderet
Vraag 31 1 punt
Noteer de naam van het stilistisch middel dat in dit tekstgedeelte driemaal gebruikt is.
Bekijk het antwoord
retorische vraag
Opmerking: Niet fout rekenen wanneer geantwoord is ‘parallellisme’.
Regel 34-35 Adversas t/m tu ferret
Vraag 32 1 punt
Vind jij dat de omschrijving van een goede vriend die Laelius in dit tekstgedeelte geeft, van toepassing is op Atticus, zoals Cicero hem in tekst 2 beschrijft in het tekstgedeelte Quod t/m es (tekst 2, regel 1-2)? Ga in je antwoord in op zowel Laelius’ omschrijving van een goede vriend als op Cicero’s beschrijving van Atticus.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een goed antwoord zijn:
- (Ja,) Atticus is begaan met Cicero’s verdriet / Cicero kan zijn verdriet goed met Atticus delen; daarmee voldoet Atticus aan Laelius’ omschrijving dat een goede vriend met je meelijdt / het beste met je voorheeft.
- (Nee,) Atticus doet (weliswaar) zijn best / doet alles om Cicero op te beuren; Cicero schrijft echter niet, dat Atticus meer lijdt onder Cicero’s verdriet/ellende dan Cicero zelf.
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen wanneer beide onderdelen van het antwoord juist zijn.
Tekst 4
Het onderwerp van de onderstaande tekst is het proces van voortdurende verandering waaraan alles onderworpen is, inclusief de mens zelf. Seneca schrijft dat mensen wat dat betreft op stromende rivieren lijken. Hij haalt daarbij een beroemde uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus aan, die hij daarna ook even uitlegt. Vervolgens uit Seneca zijn verbazing over het feit dat veel mensen zich zo druk maken over het sterven: we sterven immers elke dag al een klein beetje. We zouden gewend moeten zijn aan de vergankelijkheid van alles, inclusief onze eigen lichamen.
1 Nemo nostrum idem est in senectute, qui fuit iuvenis; nemo nostrum est
2 idem mane, qui fuit pridie. Corpora nostra rapiuntur fluminum more.
3 Quicquid vides, currit cum tempore. Nihil ex iis, quae videmus, manet.
4 Ego ipse, dum loquor mutari ista, mutatus sum. Hoc est, quod ait
5 Heraclitus: "Als iemand zegt dat hij tweemaal in dezelfde rivier is gestapt,
6 dan is dat waar, maar toch ook niet waar." Manet enim idem fluminis
7 nomen, aqua transmissa est.
8 Hoc in amne manifestius est quam in homine. Sed nos quoque non minus
9 velox cursus praetervehit, et ideo admiror dementiam nostram, quod
10 tantopere amamus rem fugacissimam, corpus, timemusque, ne quando
11 moriamur, cum omne momentum mors prioris habitus sit. Vis tu non
12 timere, ne semel fiat, quod cotidie fit!
Aantekeningen
- regel 1 nostrum (tweemaal in regel 1): van ons. iuvenis: predicatief vertalen.
- regel 2 rapi: snel voorbijgaan. more + genitivus: zoals
- regel 3 currere: vergaan
- regel 4 mutari (tweemaal in regel 4): veranderen
- regel 5 Heraclitus: een beroemde Griekse filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus
- regel 7 transmitti: verder stromen
- regel 8 Hoc: hiermee bedoelt Seneca het proces van voortdurende verandering.
- regel 9 praetervehere: meesleuren. admirari + accusativus: zich verbazen over
- regel 10 fugax: vergankelijk. corpus: hiermee duidt Seneca aan, wat hij concreet bedoelt met rem fugacissimam (regel 10). quando: ooit
- regel 11 cum t/m sit: terwijl elk nieuw moment de dood van onze vorige toestand inhoudt. Vis tu non: je moet niet
Seneca, Epistulae Morales ad Lucilium 58.22-23
Bestudeer de inleiding en de aantekeningen bij tekst 4.
Vraag 33 36 punten
Vertaal de regels 1 t/m 12 in het Nederlands.
Bekijk het antwoord
Het correctievoorschrift geeft per kolon de juiste vertaling en de scorepunten; die staan bij de criteria.
Vakspecifieke regels voor de vertaling: bij een ernstige fout in een kolon krijgt dat kolon 0 punten, en die score wordt niet gecompenseerd door de juiste weergave van de rest van het kolon. Een genegeerde aantekening die tot een onjuiste weergave van het tekstelement leidt, levert één of meer punten minder op, afhankelijk van de zwaarte van de fout en het maximum van het kolon. Een Latijns woord dat niet is vertaald en dat niet van essentieel belang is voor de betekenis van het kolon, levert één punt minder op, tenzij het beoordelingsmodel anders vermeldt.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Latijnse taal en cultuur 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens Latijnse taal en cultuur vwo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2025, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2024, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2024, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2023, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2023, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2022, tijdvak 3 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2021, tijdvak 3 (op examenblad.nl)
- 2019, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2019, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
- 2018, tijdvak 1 (op examenblad.nl)
- 2018, tijdvak 2 (op examenblad.nl)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over grammatica en woordbetekenis (11), lezen (10) en filosofie en cultuur (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-1110-a-26-1-c).
Hoe oefen ik met het examen Latijnse taal en cultuur vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.