Eindexamen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over kostprijs en break-even (13), financiering (8) en balans en resultatenrekening (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kostprijs en break-even | 6-11, 13, 15, 21, 24-27 | 13 |
| Financiering | 1-3, 17-20, 28 | 8 |
| Balans en resultatenrekening | 5, 14, 16, 22-23 | 5 |
| Personeel en organisatie | 4, 12 | 2 |
| Investeren | 29 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 2 examens management en organisatie vwo (bezemexamen) sinds 2021: dit examen vroeg meer over financiering (28% van de vragen, gemiddeld 9%) en kostprijs en break-even (45% van de vragen, gemiddeld 35%). Minder over balans en resultatenrekening (17% van de vragen, gemiddeld 40%) en investeren (3% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
Youssra gaat studeren in Tilburg. Per 1 september 2019 kan ze een ongemeubileerde kamer betrekken in een studentenhuis. Ze is op zoek naar een hoogslaper, gecombineerd met een bank. Youssra vindt de volgende advertentie voor een hoogslaper met bank bij Oome Leen:
Van € 750 nu voor € 600 (inclusief 21% btw)1)
noot 1 Aanbieding geldig tot 10 september 2019, zolang de voorraad strekt.
Youssra wil van deze aanbieding profiteren, maar heeft er het geld niet voor. De verkoper van Oome Leen biedt aan dit meubel op krediet te verkopen, waarbij Youssra in termijnen kan betalen.
Vraag 1 1 punt
Wie is in deze situatie de kredietgever?
Bekijk het antwoord
- Oome Leen / de verkoper van Oome Leen, namens Oome Leen (1)
Bij het betalen in termijnen bij Oome Leen gelden de volgende voorwaarden:
- Er zijn 24 maandelijkse termijnen.
- Er moet een keuze gemaakt worden tussen
- aflossingen door middel van annuïteiten óf
- lineaire aflossingen.
- De interestvergoeding is 0,75% per maand.
- Bij vervroegd aflossen is de boeterente 1% van de nog openstaande schuld.
Youssra vergelijkt beide aflossingsmogelijkheden. Ze kijkt daarbij onder andere naar de totale interestkosten over de gehele looptijd.
Vraag 2 2 punten
Leg uit, zonder een berekening, dat bij een krediet met lineaire aflossingen de totale interest over de gehele looptijd lager is dan bij aflossingen door middel van annuïteiten.
Bekijk het antwoord
- Bij een krediet met lineaire aflossing is de aflossing in het begin hoger, waardoor de schuld sneller afneemt (1)
- De gemiddelde schuld over de gehele looptijd is lager, waardoor de totale te betalen interest ook lager is (1)
Youssra vindt dit nadeel niet zwaarwegend en kiest voor het krediet met aflossingen door middel van annuïteiten. Op 1 september 2019 koopt Youssra deze hoogslaper met bank, op krediet. De annuïteit van € 27,41 wordt op de laatste dag van elke maand betaald, voor het eerst op 30 september 2019. In oktober 2019 heeft de vader van Youssra een financiële meevaller en op 1 november 2019 wil hij de openstaande schuld van Youssra in zijn geheel aflossen.
Vraag 3 3 punten
Bereken het bedrag dat de vader van Youssra op 1 november 2019 moet betalen voor de aflossing van het krediet.
Bekijk het antwoord
- aflossing op 30 september 2019: 27,41 – (600 x 0,0075) = 22,91 schuldrest op 30 september 2019: 600 – 22,91 = 577,09 (1)
- aflossing op 31 oktober 2019: 27,41 – (577,09 x 0,0075) = 23,08 schuldrest op 31 oktober 2019: 577,09 – 23,08 = 554,01 (1)
- te betalen door de vader: 554,01 x 1,01 = € 559,55 (1)
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 en 2.
In deze opgave blijven de btw en de financiering buiten beschouwing.
Oprichting Warmtenet bv en de voorwaarden
De wijk Hengstdal is door de gemeente Nijmegen aangewezen om, met ingang van 1 januari 2030, als eerste wijk van Nijmegen het gas te vervangen door een alternatieve energiebron. Studies wijzen op twee alternatieve energiebronnen:
- elektrisch verwarmen
- verwarmen met aardwarmte. Een en ander vraagt om investeringen in de infrastructuur (leidingen) en woningen.
De volgende partijen zijn erbij betrokken (zie informatiebron 1):
1 bewoners
2 bedrijven
3 gemeente
4 Netbeheer bv
De bewoners hebben een voorkeur voor verwarmen met aardwarmte omdat verwarmen met aardwarmte duurzamer is dan elektrisch verwarmen. Naast de bewoners zullen ook in Hengstdal gevestigde bedrijven gebruik kunnen gaan maken van aardwarmte als energiebron.
De bewoners stellen een nog op te richten “Warmtenet bv” voor. Deze zal voor de opwekking van aardwarmte gaan zorgen. Alle bewoners kunnen behalve afnemer ook aandeelhouder worden van Warmtenet.
De gebruikers van aardwarmte zullen jaarlijks aan Warmtenet een vast tarief per aansluiting èn een tarief per afgenomen gigajoule (GJ) aardwarmte gaan betalen. De bewoners stellen als voorwaarden voor het oprichten van Warmtenet:
- Het vaste tarief per aansluiting per jaar en het tarief per GJ moeten binnen het maximumtarief van de landelijke overheid blijven.
- De jaarlijkse energiekosten voor een bewoner van een woning met een gemiddelde warmtevraag in Hengstdal moeten na overstap naar verwarming met aardwarmte in 2030 lager zijn dan bij elektrisch verwarmen.
Er is door de bewoners voor Warmtenet gekozen voor de rechtsvorm van een besloten vennootschap. Er had voor Warmtenet ook gekozen kunnen worden voor de rechtsvorm naamloze vennootschap.
Vraag 4 2 punten
Leg uit op welke manier de zeggenschap van de bewoners bij een bv meer gegarandeerd is dan bij een nv. Betrek in het antwoord zowel de bv als de nv.
Bekijk het antwoord
- Bij een nv kunnen de aandelen (aan toonder) op de effectenbeurs gekocht worden en verdwijnt mogelijk een stuk zeggenschap uit de wijk Hengstdal (1)
- bij een bv zijn de aandelen (op naam en) niet vrij verhandelbaar, waardoor de zeggenschap over Warmtenet niet zomaar verloren kan gaan (1)
Vaststellen tarieven
Informatie over de investeringen in en exploitatie van verwarming met aardwarmte staat in informatiebron 1. Bij de berekening van de afschrijvingskosten is de restwaarde van de warmteleidingen op € 0 gesteld. Enkele bewoners vragen zich af waarom dit is gedaan.
Vraag 5 1 punt
Geef een bedrijfseconomisch argument om de restwaarde van de warmteleidingen op € 0 te stellen.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Warmteleidingen zijn niet verhandelbaar. − Voorzichtigheid: het is onbekend of deze techniek over 50 jaar nog gebruikt wordt en welke waarde de leidingen dan nog hebben. (1)
Bij het vaststellen van de tarieven van aardwarmte (zie informatiebron 2) voor de bewoners is het uitgangspunt van Warmtenet dat het vaste tarief per aansluiting van aardwarmte gelijk wordt gesteld aan het maximale vaste tarief van € 350 per aansluiting dat de overheid heeft bepaald. In Hengstdal zal in 2030 naar verwachting het aantal aansluitingen op aardwarmte bestaan uit 3.463 woningen en 360 bedrijven.
Vraag 6 2 punten
Toon met een berekening aan dat het vaste tarief van € 350 per aansluiting ontoereikend is om dan alle constante kosten te dekken.
Bekijk het antwoord
- warmtebron boren: = 400.000 30 15.000.000 bovengrondse installatie: = 500.000 30 40.000.000 warmteleidingen: = 800.000 50 afschrijvingskosten per jaar: 1.700.000 (1)
- gedekt uit vast tarief: (3.463 + 360) x 350 = 1.338.050 € 1.338.050 < € 1.700.000 (1)
Warmtenet draagt een deel van het te ontvangen vaste tarief en tarief per GJ af aan de gemeente en Netbeheer.
Vraag 7 1 punt
Bereken het totale bedrag voor het gebruik van de warmteleidingen dat de gemeente in 2030 zal moeten ontvangen via het tarief per GJ aardwarmte ten einde de kosten als gevolg van de afschrijvingen op de investeringen in warmteleidingen te dekken.
Bekijk het antwoord
- 1.700.000 – 1.338.050 = € 361.950. (1)
Een gevolg van de wijze van tariefvaststelling is volgens de bewoners dat dit voorstel aanspoort tot woningisolatie.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat het voorstel over het verschuiven van constante kosten naar het tarief per GJ de bewoners aanspoort tot woningisolatie.
Bekijk het antwoord
- Opname van afschrijvingskosten in het tarief per GJ zorgt voor een verhoging van dat tarief (1)
- Daarom loont het om je woning te isoleren, want daarmee neemt de vraag naar warmte af (1)
Vervolgens wordt het tarief per GJ aardwarmte berekend.
Maak bij vraag 9 tot en met 12 gebruik van onderstaande tabel.
in 2018 gemiddelde warmtevraag per woning 35 GJ 01-01-2019 door isolatie is de jaarlijkse daling van de tot en met warmtevraag per woning ten opzichte van het 2% 31-12-2029 voorafgaande jaar in 2030 warmtevraag per woning daalt ten opzichte van 10%
2029 met in 2030 warmtevraag per jaar door alle bedrijven is stabiel 85.000 GJ
Vraag 9 3 punten
Bereken de verwachte warmtevraag in GJ voor de wijk Hengstdal in 2030.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- woningen: 3.463 x 35 x 0,98 11 x 0,90 = 87.347 GJ (2)
- woningen plus bedrijven: 87.347 + 85.000 = 172.347 GJ (1)
Vraag 10 2 punten
Bereken het minimale tarief per GJ aardwarmte dat een gebruiker zal betalen in 2030 (zie informatiebronnen 1 en 2). Vul hiertoe de uitwerkbijlage die bij deze vraag hoort volledig in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
variabel warmtetarief in 2030 bij aardwarmte opslag per GJ voor gebruik van warmteleidingen gemeente € 2,10 opslag per GJ voor netbeheer € 5,22 opslag belasting energietransitie per GJ € 4,87 tarief per GJ € 12,19
opslag per GJ voor gebruik van 361.950 = 2,10 warmteleidingen gemeente 172.347 opslag per GJ voor netbeheer 900.000 = 5,22 172.347
Conclusie
In de uitwerkbijlage bij vraag 11 staat de lijn die de jaarlijkse kosten per woning in Hengstdal in 2030 bij verwarming met elektriciteit en bij een vraag van 0 tot 50 GJ warmte per jaar weergeeft.
Vraag 11 2 punten
Teken op de uitwerkbijlage die bij deze vraag hoort het verloop van de totale warmtekosten bij verwarming met aardwarmte van één woning in Hengstdal in 2030 bij een vraag van 0 tot 50 GJ warmte per jaar.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Lijn (1) geeft de jaarlijkse kosten per woning aan bij verwarming met elektriciteit.
Vraag 12 3 punten
Lukt het om binnen beide gestelde voorwaarden (zie boven vraag 4) Warmtenet op te richten? Motiveer het antwoord met verwijzing naar deze gestelde voorwaarden voor de oprichting ervan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het vaste tarief en het tarief per GJ blijven respectievelijk op en binnen het maximum van respectievelijk € 350 en € 12,19 < € 24,05 (1)
- Volgens de grafiek blijven de kosten van verwarmen met aardwarmte 87.347 bij = 25,22 GJ onder de kosten van verwarming met 3.463 elektriciteit (1)
- Conclusie: Ja, het lukt (1)
Opgave 3
In deze opgave is het btw-tarief 21%.
Handelsonderneming Spruyt handelt in het product Dolma. Bij Spruyt worden onder andere de volgende twee afdelingen onderscheiden:
1 Afdeling Verkoop: deze afdeling streeft naar een zo hoog mogelijke servicegraad:
al afgeleverde producten aan afnemers x 100%. bestelde producten door afnemers
2 Afdeling Magazijnbeheer: deze afdeling streeft naar lage voorraadkosten.
De afdelingen hebben tegengestelde belangen bij de grootte van de aan te houden technische voorraad.
Vraag 13 4 punten
Geef voor beide afdelingen aan of ze gebaat zijn bij een hoge of een lage aan te houden technische voorraad. Motiveer de antwoorden aan de hand van het streven van beide afdelingen.
Bekijk het antwoord
- Hoe meer producten aanwezig zijn, hoe kleiner de kans op nee- verkopen (1)
- Hierdoor is het aantal geleverde producten per bestelling groter (1)
- Hoe lager de voorraad, hoe minder opslagruimte/onderhoud er nodig is (1)
- en dus minder opslagkosten (1)
Van het product Dolma is het volgende bekend per 1 januari 2020:
- De economische voorraad is 500 stuks, gewaardeerd tegen de inkoopprijs van € 37 exclusief btw per stuk.
- Er zijn geen voorinkopen, omdat de inkopen altijd direct worden ontvangen.
- De voorverkopen zijn 240 stuks, gewaardeerd tegen de inkoopprijs van € 37 exclusief btw per stuk. Deze verkoop vond plaats op
30 december 2019 tegen een verkoopprijs van € 69 exclusief btw per stuk. Spruyt zal de producten op 3 januari 2020 bij haar afnemers afleveren.
Vraag 14 2 punten
Bereken de waarde van de technische voorraad Dolma per
1 januari 2020.
Bekijk het antwoord
- (500 + 240) x 37 = € 27.380 (2)
Gerealiseerde verkopen in januari en februari 2020
De verkopen van Dolma in de eerste twee maanden van 2020 zijn hieronder weergegeven.
datum van aantal stuks verkoopprijs omzet omzet verkoop exclusief exclusief inclusief btw btw btw
8 januari 150 € 69 € 10.350 € 12.523,50
14 januari 220 € 69 € 15.180 € 18.367,80
27 januari 100 € 69 € 6.900 € 8.349,00
9 februari 175 € 70 € 12.250 € 14.822,50
19 februari 85 € 70 € 5.950 € 7.199,50
23 februari 180 € 70 € 12.600 € 16.093,00 totaal 910 € 63.230 € 76.508,30
Gerealiseerde inkopen in januari en februari 2020
De inkopen van Dolma in de eerste twee maanden van 2020 zijn als volgt:
datum van aantal stuks inkoopprijs inkoopprijs inkoop exclusief btw inclusief btw
2 januari 240 € 37 € 44,77
16 januari 370 € 39 € 47,19
2 februari 100 € 40 € 48,40
16 februari 175 € 42 € 50,82
Spruyt hanteert bij de bepaling van de inkoopwaarde van de omzet het lifo-systeem.
Vraag 15 4 punten
Bereken de brutowinst van de verkopen van Dolma over de eerste twee maanden van 2020.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- (100 + 75 + 90) x 39 = 10.335
100 x 40 = 4.000
175 x 42 = 7.350 35.375 (2)
Vraag 16 2 punten
Zou de brutowinst van de verkopen van Dolma over de eerste twee maanden van 2020 hoger, gelijk of lager zijn geweest indien het fifo- systeem zou zijn gehanteerd in plaats van het lifo-systeem? Motiveer de keuze zonder een berekening.
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt kan alleen worden behaald als het eerste scorepunt is behaald.
Opgave 4
In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.
Meubelmakerij De Eiken Kast (DEK bv) maakt eikenhouten meubels op bestelling. De klant kan zijn eigen meubels ontwerpen en na het doen van een aanbetaling worden de meubels gemaakt. Wanneer er productiefouten zijn gemaakt, worden deze afgekeurde meubels door DEK aangeboden in de eigen outlet. DEK wil uitbreiden en wil daarvoor per 4 januari 2020 een naastgelegen pand overnemen. Dit vergt een investering van € 200.000. DEK wil de overname financieren met:
- een uitverkoop van meubels op 2 januari 2020 en
- een verhoging van de langlopende ING-banklening per 3 januari 2020.
Uitverkoop In aanloop naar de overname organiseert DEK op 2 januari 2020 een uitverkoop, waarin meubels uit de voorraad van de outlet worden aangeboden tegen 80% van de balanswaarde. DEK verwacht de helft van deze voorraad tijdens deze uitverkoop te verkopen. DEK neemt deze verwachting mee bij de onderhandelingen met ING over de verhoging van de lening.
Verhogen ING-banklening ING-bank zal de aanvraag voor de verhoging van de lening goedkeuren als DEK na de uitverkoop, verhoging van de lening en de investering voldoet aan een solvabiliteitseis.
Per 1 januari 2020 is de volgende balans opgesteld:
debet Balans Meubelmakerij De Eiken credit Kast per 1 januari 2020 (getallen x € 1) Terreinen 90.000 Aandelenkapitaal 125.000 Bedrijfspand 560.000 Reserves 455.000 Voorraad meubels 154.000 Voorzieningen 26.000 Voorraad meubels outlet 96.000 ING-banklening 232.000 Voorraad materiaal 48.000 Crediteuren 142.000 Vooruitbetaalde Vooruitontvangen bedragen 78.000 bedragen 98.000 Debiteuren 27.000 Liquide middelen 25.000 1.078.000 1.078.000
Vraag 17 1 punt
Bereken de benodigde verhoging van de ING-lening.
Bekijk het antwoord
- 0,8 x 96.000 200.000 – = € 161.600 2 (1)
ING stelt een solvabiliteitseis, gemeten via eigen vermogen / vreemd vermogen, van ten minste 0,85 bij de eventuele verhoging van de ING- lening.
Vraag 18 2 punten
Geef een reden waarom ING een solvabiliteitseis stelt. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Voorbeelden van een juiste toelichting: (1p)
- Het EV vormt een buffer voor het opvangen van toekomstige verliezen van DEK waardoor de continuïteit van DEK beter gewaarborgd is. Hierdoor is de kans kleiner dat DEK failliet gaat.
- hoe minder vreemd vermogen bij DEK, des te minder interestverplichtingen, dus minder kans op liquiditeitsproblemen bij DEK.
- hoe meer vreemd vermogen bij DEK, hoe groter de kans dat de ING bij faillissement haar geld niet terugkrijgt.
Het boekverlies op de verkochte meubelen van de outlet wordt van de Reserves afgeboekt.
Vraag 19 2 punten
Bereken (na de uitverkoop, verhoging van de lening en de investering) op basis van de solvabiliteitseis van ING, het maximale extra vreemd vermogen dat ING beschikbaar wil stellen.
Bekijk het antwoord
- EV = 125.000 + 455.000 – 0,20 x 48.000 = 570.400 570.400 = 0,85 VV 570.400 VV = = 671.058,82 (1)
- ING leent maximaal 671.058,82 – 26.000 – 142.000 – 98.000 = 405.058,82. De extra ING lening: 405.058,82 – 232.000 = € 173.058,82 (1)
Vraag 20 2 punten
Krijgt DEK de financiering van de uitbreiding rond? Motiveer het antwoord.
Bekijk het antwoord
- € 173.058,82 > € 161.600 (1)
- dus DEK krijgt de financiering rond (1)
Opgave 5
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 3 tot en met 5.
In deze opgave is het btw-tarief 21%.
MarZee Projectmeubels bv maakt grote partijen tafels op bestelling voor scholen, ziekenhuizen en congrescentra.
Vraag 21 2 punten
Geef twee financiële voordelen voor MarZee van productie op bestelling ten opzichte van productie op voorraad. Motiveer het antwoord.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn (twee van de volgende): − Ruimte: productie op bestelling geeft minder beslag op ruimte met bijbehorende afschrijvings-, verwarmings-, opslag- en bewakingskosten. − Risico: er is geen risico van onverkoopbaarheid; de tafels worden zeker afgenomen. − Interest: productie op bestelling legt minder lang beslag op vermogen dan productie op voorraad met bijbehorende vermogenskosten. voor elk correct voordeel (1) (2)
2019
Het laswerk werd altijd door gecertificeerde lassers gedaan. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, maar ook door de toegenomen precisie van geautomatiseerd werk, wil MarZee in de toekomst met een lasrobot gaan werken. Hiervoor is scholing van het personeel dat de robot bedient nodig. Deze scholing vond in 2019 plaats.
van naar
In 2019 heeft MarZee een offerte voor een lasrobot en scholing ontvangen (zie informatiebron 3). MarZee accepteert de offerte. Eind december 2019 is de lasrobot gebruiksklaar en de scholing van het personeel afgerond. Financieel directeur Jens van der Zee wil de uitgaven van de scholing van het personeel activeren op de balans.
Vraag 22 2 punten
Geef een bedrijfseconomisch argument voor het activeren van de scholingsuitgaven. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
- (Economisch gezien is de scholing een investering waarvan gedurende meerdere jaren gebruik wordt gemaakt.) Door het activeren ontstaat de mogelijkheid van afschrijven en verdelen van de uitgaven als kosten over de periodes waarin scholing opbrengsten genereert. (2)
Van der Zee raadpleegt de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en komt tot de conclusie dat de scholingsuitgaven niet geactiveerd mogen worden, maar als kosten op de resultatenrekening moeten staan.
Vraag 23 3 punten
Op welke wijze moeten de scholingskosten op de resultatenrekening van MarZee worden verwerkt? Kies de juiste letter en licht het antwoord toe met twee argumenten. a op de resultatenrekening van 2019 voor € 1.500 b op de resultatenrekening van 2019 voor € 1.815 c op de resultatenrekening van 2020 voor € 1.500 d op de resultatenrekening van 2020 voor € 1.815
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede en derde scorepunt kunnen alleen worden behaald als het eerste scorepunt is behaald.
2020
Met ingang van 1 januari 2020 kan met de lasrobot gewerkt worden. Bij het berekenen van offertes heeft MarZee het robot-uurtarief nodig.
Vraag 24 2 punten
Bereken het robot-uurtarief van de lasrobot (zie informatiebron 3 en 4).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
117.000 + 12.600
- 17 280
Op 2 januari 2020 begint MarZee aan een opdracht van 600 schooltafels voor een school. MarZee ontvangt € 85,91 inclusief btw per tafel.
Vraag 25 4 punten
Bereken het gerealiseerde verkoopresultaat van deze opdracht en geef aan of het een voordelig/positief/+ of een nadelig/negatief/- verkoopresultaat betreft (zie informatiebron 5).
Bekijk het antwoord
- buis: 14,00 (4 x 3,50) blad: 20,00 doppen: 2,00 20 arbeid: 12,00 (36 x ) 60 10 robottijd: 4,00 + (24 x ) 60 kostprijs: 52,00 (2)
- verkoopresultaat: 600 x ( – 52 ) = € 11.400 voordelig/positief/+ (2)
Met behulp van de robot is deze opdracht heel precies en met hoge kwaliteit uitgevoerd. Van der Zee wil bij de nacalculatie weten of er, als deze ontwikkeling zich doorzet, in de toekomst misschien scherper gecalculeerd kan worden, zodat MarZee meer op de prijs kan concurreren. Van der Zee berekent hiertoe de budgetresultaten die te maken hebben met de inzet van de lasrobot bij de opdracht van 600 tafels en heeft de volgende gegevens verzameld:
- De opdracht is in precies drie weken uitgevoerd.
- De lasrobot is niet voor andere werkzaamheden ingezet.
- Het werkelijke aantal robot-uren is 88.
- Er is geen prijsresultaat op de constante kosten.
Vraag 26 2 punten
Bereken het bezettingsresultaat op de robot-uren en geef aan of het een voordelig/positief/+ of een nadelig/negatief/- bezettingsresultaat betreft (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
- (88 – 3 x 30) x 15,20 = € 30,40 nadelig/negatief/- (2)
Vraag 27 2 punten
Bereken het efficiencyresultaat op de roboturen en geef aan of het een voordelig/positief/+ of een nadelig/negatief/- efficiencyresultaat betreft (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
- 1 (600 x – 88) x 24 = € 288 voordelig/positief/+ 6 (2)
Opgave 6
Juan heeft op 1 januari 2015 € 15.000 op een spaarrekening bij de Pesosbank gestort. De Pesosbank vergoedt 1% samengestelde interest per jaar. De interest wordt jaarlijks op 31 december bijgeschreven.
Vraag 28 2 punten
Bereken de totaal vergoede interest in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2019 (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
- 15.000 x 1,015 – 15.000 = 765,15 (2)
Te beginnen op 1 januari 2021 wil Juan jaarlijks op 1 januari gedurende
16 jaar € 1.000 van deze spaarrekening opnemen. Gedurende de gehele periode blijft 1% samengestelde interest per jaar van kracht.
Vraag 29 3 punten
Toon met behulp van een berekening van de contante waarde op
1 januari 2020 van die opnamen van € 1.000 aan of deze opnames mogelijk zijn (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
- • de contante waarde op 1 januari 2020 van de 16 opnamen: 1 (1) 1.000 ( (16) …. + )= 1,01 1,01 1,01-16 – 1 1.000 x ( 1,01-1 x ) = € 14.717,87 1,01-1 – 1 met 1 (a = r = 1,01 n = 16 → S =14,71787378) (2) 1,0116 • 14.717,87 < (15.000 + 765,15), dus het is mogelijk (1) (3)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0251-h-21-2-o
Andere examens management en organisatie vwo (bezemexamen)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2?
Het centraal examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over kostprijs en break-even (13), financiering (8) en balans en resultatenrekening (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0251-h-21-2-c).
Hoe oefen ik met het examen management en organisatie vwo (bezemexamen) 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.