Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Geluid in het technieklokaal, De tram, Zeeschip, Gasfles, Practicum elektriciteit, Laptop onderweg, Geluidsmeting, Snowboarden, Jam in de pot, Hijsen met een lier, Temperatuuralarm.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), elektriciteit (10) en stoffen en materialen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen3-8, 23-25, 28, 30-3213
Elektriciteit12-19, 33-3410
Stoffen en materialen9-11, 26-27, 296
Licht en geluid1-2, 20-225

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 3 examens natuur- en scheikunde I vmbo-bb sinds 2021. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Geluid in het technieklokaal

In een technieklokaal worden machines gebruikt die veel geluid maken.

Vraag 1 2 punten

Een leerling gebruikt een afkortzaag. De afkortzaag maakt een geluid van

100 dB. Over het geluid van de afkortzaag staan twee zinnen. Maak elke zin compleet. Gebruik BINAS.

Bekijk het antwoord
  • zeer luid / gevaarlijk geluid; kans op gehoorbeschadiging (1)
  • 2 (uur) (1)

Het geluid van de afkortzaag ligt in de zone …………………………….……

De maximale blootstellingsduur aan dit geluid is ……………………… uur.

Vraag 2 1 punt

De wanden van het lokaal zijn bekleed met materiaal dat machinegeluid goed absorbeert. Welk materiaal is hiervoor het meest geschikt?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

De tram

In de herfst kunnen boombladeren op natte tramrails voor problemen zorgen. Met blad op de rails is de remweg van een tram langer.

Vraag 3 1 punt

Als er veel blad op de rails ligt, strooit men zand op de rails. De tram komt hierdoor eerder tot stilstand. Noteer de naam van de kracht die wordt vergroot door het zand.

Bekijk het antwoord
  • (rol)wrijving(skracht) (1)

..................................................................................................................

Vraag 4 3 punten

De tram remt en komt in 15 s tot stilstand. De gemiddelde snelheid bij het remmen is 10 km/h. Bereken de afstand in meter, die de tram tijdens het remmen aflegt. Reken eerst de snelheid om naar m/s.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de snelheid (1)
  • gebruik van de formule afstand = gemiddelde snelheid x tijd (1)
  • rest van de berekening juist (1)

snelheid = …………….…………… m/s.

berekening: ...............................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Je ziet het afstand,tijd-diagram tijdens het remmen van een tram met blad en zonder blad op de rails.

50 afstand met blad (m)

40

30

zonder blad 20

10

0

0 2 4 6 8

tijd (s)

Vraag 5 1 punt

Noteer de remtijd van de tram met blad op de rails.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (rem)tijd = 6,0 s (antwoorden van 5,6 tot en met 6,4 s goed rekenen) (1)

..................................................................................................................

Vraag 6 1 punt

Wat is het verschil in remafstand van de tram met blad en zonder blad op de rails?

  1. A 15 m
  2. B 17 m
  3. C 27 m
  4. D 44 m

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Zeeschip

Een zeeschip wordt met een sleepboot een haven binnengebracht.

Vraag 7 1 punt

Het zeeschip vaart met constante snelheid. De trekkracht is 120 kN. Wat is juist over de tegenwerkende kracht op het zeeschip? Die is:

  1. A groter dan 120 kN.
  2. B gelijk aan 120 kN.
  3. C kleiner dan 120 kN.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 8 2 punten

De sleepboot trekt met een kracht van 120 kN vanuit punt P aan het schip. Teken deze kracht. Gebruik als krachtenschaal 1 cm ≙ 40 kN.

Bekijk het antwoord
  • juiste aangrijpingspunt en richting (naar rechts) (1)
  • juiste grootte (3,0 cm) (1)

Gasfles

Jos heeft een nieuwe gasfles voor zijn gasbarbecue gekocht. Je ziet het pictogram op de gasfles.

Vraag 9 1 punt

Noteer de betekenis van dit veiligheidspictogram. Gebruik BINAS.

Bekijk het antwoord
  • ontvlambaar (1)

………………………………………………………………………………………..

Vraag 10 1 punt

In de gasfles zit vloeibaar propaan. Als je de gaskraan opendraait, dan stroomt er gasvormig propaan uit de fles. Noteer de naam van de faseovergang in de gasfles.

Bekijk het antwoord
  • verdampen (1)

………………………………………………………………………………………..

Vraag 11 1 punt

Er zijn gasflessen gemaakt van staal en van kunststof.

Bekijk het antwoord
  • kleiner dan (1)

Practicum elektriciteit

Sanne en Tom bouwen een schakeling met een lampje en een variabele spanningsbron.

Vraag 12 3 punten

In hun schakeling nemen ze ook een spanningsmeter en een stroommeter op. Teken het schakelschema met het lampje en de twee meters op de juiste plaats.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat kortsluiting maakt of geen gesloten circuit tekent, hiervoor een scorepunt aftrekken.

variabele spanningsbron + -

Ze meten bij verschillende spanningen de stroomsterkte. Je ziet een tabel met hun resultaten.

U (V) 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0

I (mA) 0 25 50 75 100 120 135 140

Vraag 13 3 punten

Bereken de weerstand van het lampje bij een spanning van 6,0 V.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • omrekenen van de stroomsterkte (1)
  • gebruik van de formule weerstand = spanning : stroomsterkte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 14 2 punten

Hun resultaten zetten ze uit in een diagram. Je ziet het diagram met een deel van de meetpunten en de grafiek. Zet de andere meetpunten uit en maak de grafiek compleet.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • juist uitzetten van alle meetpunten (1)
  • rechte lijn door de meetpunten, aansluitend op het al weergegeven deel van de grafiek (1)

140 stroomsterkte (mA) 120

100

80

60

40

20

0 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 spanning (V)

Vraag 15 1 punt

Vergelijk de weerstand van het lampje bij 14,0 V met die bij 8,0 V. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • groter (1)

Laptop onderweg

Cees is voor zijn werk veel onderweg. Bij klanten gebruikt hij zijn laptop. Om onderweg de accu van de laptop op te kunnen laden, koopt hij een omvormer.

De omvormer sluit hij aan op de spanning in de auto (12 V). De omvormer levert een spanning van 230 V.

Vraag 16 1 punt

Hoe heet het onderdeel in de omvormer dat de spanning verhoogt?

  1. A condensator
  2. B relais
  3. C transformator
  4. D transistor
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 17 2 punten

Cees sluit zijn laptop aan op de aansluiting van de omvormer (230 V). Dan is de stroomsterkte naar de laptop 0,35 A. Bereken het vermogen dat de omvormer dan levert.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule vermogen = spanning x stroomsterkte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 18 1 punt

Je ziet een zin over het gebruik van de omvormer. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.

Bekijk het antwoord
  • iets meer (1)

Door het aansluiten van de laptop verbruikt de auto

iets even veel iets meer brandstof. minder

Vraag 19 2 punten

De accu van de laptop heeft een capaciteit van 4,4 Ah. Als Cees de laptop op de accu gebruikt, dan loopt er een stroom van 0,8 A. De tijd die de accu stroom kan leveren, bereken je met de volgende woordformule:

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule tijd = capaciteit : stroomsterkte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Geluidsmeting

In een lokaal wordt een geluidsmeting gedaan. Tegen de rechterwand staat een tafel met een geluidssensor die aangesloten is op een laptop.

lokaal

tafel met laptop en linker- geluidssensor wand

Vraag 20 1 punt

Waarmee is een geluidssensor te vergelijken?

  1. A met een luidspreker
  2. B met een microfoon
  3. C met een oscilloscoop
  4. D met een stemvork
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Peter slaat op de tafel. Op dat moment start de geluidsmeting. Een deel van het geluid weerkaatst tegen de linkerwand. Je ziet het signaal van de klap en het signaal van deze echo.

0 0,01 0,02 0,03 0,04 0,05

tijd (s)

klap echo

De geluidssnelheid in het lokaal is 340 m/s.

Vraag 21 3 punten

De echo via de linkerwand wordt na 0,05 s opgevangen. Bereken de afstand van de geluidssensor tot de linkerwand van het lokaal.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule afstand = geluidssnelheid x tijd (1)
  • juist gebruik van de factor 2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 22 1 punt

Peter herhaalt de meting maar slaat nu harder op de tafel. In welke afbeelding zijn de signalen juist weergegeven?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Snowboarden

Je ziet een afbeelding van Nicolien tijdens haar afdaling op een snowboard.

Vraag 23 1 punt

In bochten staat het snowboard op de zijkant. Vergelijk het snowboarden in een bocht met het snowboarden op een recht stuk. Over het contactoppervlak en de druk staan twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

In een bocht is het contactoppervlak

van het snowboard met de sneeuw groter kleiner .

groter In een bocht is de druk onder het contactoppervlak . kleiner

Vraag 24 2 punten

De totale kracht op de sneeuw is 800 N. Het contactoppervlak van het snowboard met de sneeuw is 0,32 m2. Bereken de druk onder het snowboard in N/m2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule druk = kracht : oppervlakte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 25 1 punt

Je ziet een zin over het dragen van een valhelm bij een val. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • vergroot (1)

Jam in de pot

In een jamfabriek worden de glazen potten tot net onder de rand gevuld met warme jam. Dan worden de deksels op de potten gedraaid.

Vraag 26 1 punt

Na het afsluiten van de pot koelt de jam af. De luchtdruk in de pot onder het deksel wordt hierdoor kleiner. Het kleiner worden van de luchtdruk is

  1. A een chemische reactie.
  2. B een natuurkundig proces.
  3. C iets anders dan een chemische reactie of natuurkundig proces.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 27 2 punten

De jam in de volle pot heeft een massa van 340 g. De dichtheid van de jam is 1,2 g/cm3. Het volume bereken je met de volgende woordformule:

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule volume = massa : dichtheid (1)
  • rest van de berekening juist (1)

volume = massa : dichtheid

Bereken het volume van de jam in de volle pot.

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Het deksel van een nieuwe pot jam is vaak moeilijk los te draaien. Met een jampot-opener gaat dit gemakkelijker.

Vraag 28 1 punt

Je ziet twee zinnen over het vastpakken van het handvat van de jampot-opener. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

aan het uiteinde Je kunt het handvat het beste vastpakken . dicht bij de pot

het kleinst Dan is de kracht die je moet uitoefenen . het grootst

Vraag 29 1 punt

De pot jam bestaat uit een glas met een ijzeren deksel. Als de pot leeg is, doe je de materialen in de glasbak. Bij de afvalverwerking worden de materialen gesorteerd. Wat is nodig om het deksel uit het afval te verwijderen?

  1. A een brander
  2. B een elektromagneet
  3. C een oplosmiddel
  4. D veel water
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Hijsen met een lier

Met een lier wordt een kist via een vaste katrol omhooggebracht. De lier bestaat uit een trommel waarop de kabel wordt gewonden en een aandrijving.

De zwaartekracht op de kist is 20 kN.

Vraag 30 1 punt

Hoe groot is de massa van de kist?

  1. A 20 kg
  2. B 200 kg
  3. C 2000 kg
  4. D 20 000 kg
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 31 1 punt

De kist hangt stil. Je ziet een afbeelding met de krachten. In de afbeelding is van twee krachten de grootte niet gegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

2

20 kN 20 kN 1

lier

Wat is juist?

kracht (kN)

1 2

A 20 20

B 40 20

C 20 40

Vraag 32 1 punt

In plaats van met een vaste katrol kan de lier de kist ook omhoogbrengen met een takel.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Temperatuuralarm

Erica maakt een schakeling waarbij een led gaat branden als de temperatuur van haar laptop te hoog wordt.

Vraag 33 1 punt

In haar schakeling gebruikt Erica een transistor. Je ziet drie afbeeldingen van de transistor met de letters van basis (b), emitter (e) en collector (c). In welke afbeelding staan de letters juist?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

e b c

c e b

b c e

A B C

Vraag 34 1 punt

Erica verbindt de onderdelen op verschillende manieren met elkaar. Welke schakeling is geschikt? - -

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Natuur- en scheikunde I 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0173-a-18-1-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-bb

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), elektriciteit (10) en stoffen en materialen (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0173-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.