Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Blikje frisdrank, Fietsen, Frituurpan, Geluidsarm vuurwerk, Scheidsrechter, Stoeptegels en klinkers, Stroomkring, WaterLily Turbine.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (11), elektriciteit (10) en stoffen en materialen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen6-10, 23-25, 32-3411
Elektriciteit11-15, 26-28, 30-3110
Stoffen en materialen1-5, 226
Licht en geluid16-216
Energie291

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 3 examens natuur- en scheikunde I vmbo-bb sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Blikje frisdrank

Emma drinkt frisdrank uit een blikje. Daarna gooit ze het lege blikje bij het afval.

Op het blikje staat dit symbool:

Vraag 1 1 punt

Over het lege blikje staat een zin. Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid. Gebruik BINAS.

Bekijk het antwoord
  • hergebruikt (1)

hergebruikt

Het lege blikje wordt volgens het logo gestort .

verbrand

In een metaalsmelterij worden aluminium blikjes verwerkt in een grote oven.

Vraag 2 1 punt

Over de verwerking staat een zin. Maak deze zin compleet. Gebruik BINAS.

Bekijk het antwoord
  • 660 (°C) (1)

Aluminium smelt bij een temperatuur van …………. °C.

In de oven verandert aluminium van fase.

Vraag 3 1 punt

Over deze fase staat een zin. Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid.

Bekijk het antwoord
  • vloeibare (1)

gasvormige Bij het smelten gaat aluminium over naar de vloeibare fase.

vaste

Van aluminium kun je ook pannen maken.

Vraag 4 2 punten

Je ziet een aantal materiaaleigenschappen. Kruis voor elke materiaaleigenschap aan of die wel of niet belangrijk is bij het gebruik van een pan.

Bekijk het antwoord
  • wel niet belangrijk belangrijk geleiding van warmte X verspaanbaarheid X per juiste rij (1) (2)

wel niet belangrijk belangrijk geleiding van warmte verspaanbaarheid

Soms kan voedsel in een pan aanbranden. Dan kan de pan met een speciale reiniger worden schoongemaakt. Op de verpakking van de reiniger staat het volgende pictogram:

Vraag 5 1 punt

Wat is de betekenis van dit pictogram? Gebruik BINAS.

  1. A corrosief
  2. B explosief
  3. C irriterend
  4. D oxiderend
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Fietsen

Sean fietst iedere dag naar zijn werk.

Tijdens het fietsen meet een smartwatch de afstand en tijd tijdens de rit.

Vraag 6 3 punten

Sean fietst een afstand van 10 km in een tijd van 45 minuten. Bereken de gemiddelde snelheid van Sean in km/h.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de tijd (1)
  • gebruik van de formule (gemiddelde) snelheid = afstand : tijd (1)
  • rest van de berekening juist (1)

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

Sean fietst met een constante snelheid.

Vraag 7 1 punt

Bij welke afbeelding is de nettokracht juist weergegeven?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A B C

Vraag 8 2 punten

Bij een rood stoplicht stopt Sean met zijn fiets door te remmen. In de tabel staan verschillende omstandigheden waarmee Sean tijdens het fietsen te maken heeft. Geef bij elke omstandigheid aan of die wel of niet van invloed is op de remweg tijdens het fietsen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • wel van niet van invloed invloed een glad wegdek X luisteren naar muziek X een zwaar beladen fiets X indien drie rijen juist (2) indien twee rijen juist (1) indien één of geen rij juist (0) (2)

wel van niet van invloed invloed een glad wegdek luisteren naar muziek een zwaar beladen fiets

In de winter gebruikt Sean winterbanden op zijn fiets.

Op een glad wegdek merkt Sean goed het verschil in remweg tussen de zomerband en de winterband.

Je ziet de remweg van de fiets met verschillende banden.

Sean rijdt met een snelheid van 25 km/h. Plotseling moet hij remmen en komt tot stilstand.

Vraag 9 2 punten

De reactieafstand van Sean is 7 m. Bereken de stopafstand van Sean als hij winterbanden gebruikt.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord stopafstand of het symbool voor stopafstand niet te zijn genoteerd.

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

In het diagram hieronder staat de remweg weergegeven met zomerbanden en winterbanden bij verschillende snelheden en onder dezelfde omstandigheden op een glad wegdek.

Vraag 10 1 punt

Over de remweg op glad wegdek staat een zin. Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 2 (1)

Frituurpan

Cindy gebruikt een frituurpan om patat te frituren.

Cindy schakelt de frituurpan in. Als de olie in de frituurpan op de juiste temperatuur is, schakelt een temperatuurregelaar het verwarmingselement in de pan uit.

Vraag 11 1 punt

Welk onderdeel zit er in de temperatuurregelaar?

  1. A LDR
  2. B NTC
  3. C reedcontact
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De frituurpan heeft een controlelampje dat uitgaat zodra de olie op de juiste temperatuur is.

Het controlelampje staat in serie geschakeld met een weerstand.

Je ziet drie afbeeldingen met een deel van het schakelschema van de frituurpan.

Vraag 12 1 punt

In welke schakeling staan het lampje en de weerstand juist geschakeld?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A B C

Cindy meet met een energiemeter de energie tijdens het opwarmen van de olie.

In de tabel staan haar resultaten.

tijd energie (min) (Wh)

0 0

1 50

2 100

3 150

4 200

5 250

6 300

Vraag 13 2 punten

Zet de meetpunten uit in het diagram en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat één meetpunt niet juist heeft uitgezet, dit niet aanrekenen.

De frituurpan heeft 0,50 h aangestaan. Het energieverbruik van de frituurpan is 1,5 kWh.

Vraag 14 2 punten

Bereken het vermogen van de frituurpan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule vermogen = energie : tijd (1)
  • rest van de berekening juist (1)

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

Tijdens het frituren zet Cindy ook de waterkoker en de vaatwasser aan. Deze zijn aangesloten op dezelfde groep. Het totale vermogen wordt hierdoor te groot binnen de groep.

Vraag 15 2 punten

Over het totale vermogen van deze groep staan twee zinnen. Omcirkel in beide zinnen de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • overbelasting (1)
  • groepszekering (1)

Geluidsarm vuurwerk

Ryan kijkt vanaf een afstand naar een vuurwerkshow met geluidsarm vuurwerk.

Geluidsarm vuurwerk heeft een geluidsniveau van slechts 85 dB in plaats van 170 dB.

Vraag 16 1 punt

Waar vindt de vermindering van het geluid plaatst?

  1. A bij de bron
  2. B bij de tussenstof
  3. C bij de ontvanger
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Er wordt een vuurpijl afgeschoten. Na de eerste knal van deze vuurpijl is er een tweede, zachtere knal hoorbaar. Deze tweede knal wordt veroorzaakt door de terugkaatsing van het geluid door omliggende gebouwen.

Vraag 17 1 punt

Hoe heet dit natuurkundig verschijnsel?

  1. A amplitude
  2. B echo
  3. C radar
  4. D sonar
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Ryan ziet een vuurpijl ontploffen en hoort de knal 0,5 s later. De snelheid van geluid door lucht is 343 m/s.

Vraag 18 2 punten

Bereken de afstand van Ryan tot de vuurpijl op het moment dat deze ontploft.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule afstand = snelheid x tijd (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Scheidsrechter

Een scheidsrechter blaast tijdens een wedstrijd op zijn fluit.

De fluit geeft een toon met een frequentie van 3200 Hz. Deze toon is goed hoorbaar voor de spelers.

Je ziet een weergave van het geluid van de fluit.

Vraag 19 1 punt

De scheidsrechter blaast nu harder op dezelfde fluit. Welk beeld hoort hierbij?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A B C

Vraag 20 1 punt

Over de gehoorgrenzen van de mens staat een zin. Maak deze zin compleet.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

De gehoorgrenzen van de mens liggen tussen de

……………. Hz en ………….. Hz.

De scheidsrechter draagt tijdens de wedstrijd een smartwatch. Met de decibelmeter op de smartwatch wordt de geluidsterkte van een fluitsignaal gemeten, deze geeft 120 dB aan.

Vraag 21 1 punt

In welk zone van gehoorgevoeligheid ligt dit geluid? Gebruik de tabel ‘Gehoorgevoeligheid’ in BINAS.

  1. A hinderlijk
  2. B zeer luid
  3. C extreem luid
  4. D pijngrens

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Stoeptegels en klinkers

Stratenmakers plaatsen stoeptegels en klinkers om een nieuwe stoep aan te leggen.

De stratenmakers gebruiken stoeptegels met een standaard afmeting.

De stoeptegel is gemaakt van beton.

Vraag 22 1 punt

Hoe groot is de dichtheid van beton? Gebruik BINAS.

  1. A 1,8 g/cm3
  2. B 2,3 g/cm3
  3. C 2,4 g/cm3
  4. D 2,7 g/cm3
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De klinkers worden met een steenknipper op maat gemaakt.

Je ziet een schematische afbeelding van een steenknipper.

Bij punt D is het draaipunt aangegeven.

Op de afbeeldingen zie je hoe de stratenmaker de steenknipper op twee verschillende plaatsen vasthoudt.

afbeelding 1 afbeelding 2

Vraag 23 1 punt

Over de kracht die hij moet uitoefenen op de steenknipper staat hieronder een zin. Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 2 (1)

1 De stratenmaker oefent in afbeelding de minste kracht uit 2 om de steen te knippen.

Een geknipte stoeptegel heeft een oppervlakte van 310 cm2. Op de stoeptegel werkt een zwaartekracht van 31 N.

Vraag 24 2 punten

Bereken de druk die de stoeptegel uitoefent op de grond in N/cm2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule druk = kracht : oppervlakte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

De stratenmaker slaat de stoeptegels met een rubberen hamer stevig vast.

Tijdens het slaan vervormt de rubberen kop van de hamer. Na het slaan krijgt de hamer weer zijn oorspronkelijke vorm terug.

Vraag 25 1 punt

Hoe heet de kracht waardoor de hamer zijn oorspronkelijke vorm terugkrijgt?

  1. A spierkracht
  2. B veerkracht
  3. C wrijvingskracht
  4. D zwaartekracht

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Stroomkring

Tijdens de les natuurkunde bouwt Noura een schakeling.

Over het lampje staat een spanning van 6 V. Door het lampje gaat een stroomsterkte van 0,5 A.

Vraag 26 1 punt

Hoe groot is de weerstand van het lampje?

  1. A 0,012 Ω
  2. B 0,083 Ω
  3. C 3Ω
  4. D 12 Ω
  5. E 83 Ω
  6. F 3000 Ω
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Noura breidt de stroomkring uit met nog twee lampjes.

Je ziet hieronder een deel van het schakelschema met de drie lampjes.

Vraag 27 2 punten

Maak het schakelschema compleet.

Bekijk het antwoord
  • juiste symbool gebruikt voor de lampjes (1)
  • de onderdelen juist geschakeld (1)

De totale stroomsterkte in de schakeling met drie lampjes is 0,85 A. Noura heeft deze stroomsterkte gemeten met een stroommeter.

Vraag 28 1 punt

Op welke plaats moest Noura het rode snoertje aansluiten om een stroomsterkte van 0,85 A te kunnen aflezen?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

A in aansluiting A

B in aansluiting B

C in aansluiting C

Noura gebruikt gloeilampjes tijdens het practicum. Ze kan er ook voor kiezen om ledlampjes te gebruiken.

Een ledlamp en een gloeilamp hebben een verschillend rendement.

Vraag 29 1 punt

Hoe groot is het verschil in rendement tussen een ledlamp en een gloeilamp? Gebruik de tabel ‘Rendement bij energieomzettingen’ in BINAS.

  1. A 5%
  2. B 35 %
  3. C 40 %
  4. D 45 %

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

WaterLily Turbine

Met de WaterLily Turbine kun je elektrische energie opwekken.

De turbine gaat draaien als je deze in stromend water plaatst. Door het draaien van de turbine wordt er elektrische energie opgewekt.

De turbine kan een vermogen leveren van maximaal 15 W. De turbine heeft een spanning van 12 V.

Vraag 30 2 punten

Bereken de maximale stroomsterkte van de turbine.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule stroomsterkte = vermogen : spanning (1)
  • rest van de berekening juist (1)

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

Met de turbine kun je een mobiele telefoon opladen.

De mobiele telefoon heeft een accu met een capaciteit van 3 Ah. Dit betekent dat de accu gedurende 1 uur een stroomsterkte levert van 3 A of gedurende 2 uur een stroomsterkte levert van 1,5 A.

De volledig opgeladen telefoon wordt gebruikt om muziek mee te luisteren. De gebruikte stroomsterkte is 0,25 A.

Vraag 31 2 punten

Bereken de tijd hoelang de mobiele telefoon kan worden gebruikt.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord ‘tijd’ of het symbool voor ‘tijd’ niet genoteerd te zijn.

.................................................................................................................

.................................................................................................................

.................................................................................................................

De snelheid van het water mag maximaal 15 km/h zijn om de turbine te laten werken.

Vraag 32 1 punt

Noteer deze snelheid in m/s.

Bekijk het antwoord
  • (snelheid =) 4,2 (m/s) (1)

.................................................................................................................

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

De turbine past goed in een rugzak. Op de rugzak werkt een zwaartekracht van 70 N.

Vraag 33 1 punt

Hoe groot is de totale massa van de rugzak?

  1. A 0,7 kg
  2. B 7 kg
  3. C 70 kg
  4. D 700 kg
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Op de turbine werkt een zwaartekracht van 14 N.

Vraag 34 2 punten

Teken in de afbeelding vanuit punt P de zwaartekracht op de turbine. Gebruik de krachtenschaal 1 cm ≙ 4 N

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • juiste aangrijpingspunt en richting (naar beneden) (1)
  • juiste grootte (3,5 cm met een marge van 0,2 cm) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Natuur- en scheikunde I 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0173-a-24-1-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-bb

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (11), elektriciteit (10) en stoffen en materialen (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0173-a-24-1-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-bb 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.