Eindexamen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Bedreigde vogels, Bridgedrive, Talen, Benzineverbruik, Compressie.
Het centraal examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over veranderingen en afgeleide (5), kansrekening (4) en statistiek (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Veranderingen en afgeleide | 2-4, 12-13 | 5 |
| Kansrekening | 6-7, 10, 22 | 4 |
| Statistiek | 8, 16, 18, 21 | 4 |
| Formules en grafieken | 11, 14-15, 20 | 4 |
| Exponentiële groei | 1 | 1 |
| Combinatoriek | 5 | 1 |
| Hypothesetoetsen | 9 | 1 |
| Lineaire verbanden | 17 | 1 |
| Rijen | 19 | 1 |
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Bedreigde vogels
In Nederland worden veel soorten figuur weidevogels in hun bestaan 100 populatie bedreigd. In de figuur staat een index grafiek van de ontwikkeling van de 80 aantallen broedende grutto-paren 60 sinds 1964. Bij deze grafiek heeft men gebruik 40 gemaakt van indexcijfers: men kiest een basisjaar en geeft de aantallen 20 broedende grutto-paren in elk ander jaar als percentage van het aantal 0 broedende grutto-paren in het 1960 1970 1980 1990 2000 2010 jaar basisjaar. Als basisjaar is 1964 genomen. In 1964 waren er ongeveer 126 000 broedende grutto-paren in Nederland. De figuur staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.
Vraag 1 3 punten
Bereken met behulp van de grafiek het aantal broedende grutto-paren in 2005. Rond je antwoord af op duizendtallen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De afgelezen waarde van de populatie index dient in het interval [32, 34] te liggen.
Als de populatie van een bepaald soort vogels elk jaar afneemt, is de jaarlijkse groeifactor kleiner dan 1, waardoor deze soort op den duur met uitsterven bedreigd wordt.
Volgens Nederlandse onderzoekers hangt de groeifactor g voor veel vogelsoorten af van de volgende gegevens:
- a, de overlevingskans per jaar van nog niet broedrijpe vogels ( 0 < a ≤ 1 );
- s, de overlevingskans per jaar van broedvogels ( 0 < s ≤ 1 );
- m, het gemiddeld aantal jongen per broedpaar per jaar. a + a 2 + 2ms 2 De onderzoekers werken met het model: g = . 2
Voor een vogelsoort in een bepaald gebied geldt: a = 0,81 en s = 0,81 .
Vraag 2 4 punten
Bereken vanaf welke waarde van m de populatie niet met uitsterven bedreigd wordt. Rond je antwoord af op 2 decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voor de grenswaarde geldt =1 (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
- Het antwoord: 0,58 (2)
Volgens sommige onderzoekers is het voor het voortbestaan van een soort voldoende als broedparen gemiddeld per jaar 2 jongen hebben, dus als m = 2 . We vragen ons af of er waarden van a en s zijn waarbij m = 2 niet voldoende is om er voor te zorgen dat g ≥ 1 .
Vraag 3 3 punten
Onderzoek of er zulke waarden voor a en s zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het invullen van m = 2 en voldoende kleine waarden voor a en s (1)
- Het berekenen van de bijbehorende waarde van g (1)
- Dit geeft g < 1 , dus zulke waarden van a en s bestaan (1)
Zolang g = 1 geldt, wordt een vogelsoort nog net niet met uitsterven bedreigd. Als dan ook m = 1 geldt, kan het model herschreven worden tot: s = 2
- 2a Een bioloog beweert dat dit betekent dat bij g = 1 en m = 1 een toename van a een afname van s tot gevolg heeft.
Vraag 4 4 punten
Onderzoek of dit juist is met behulp van de afgeleide functie van s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (of (2)
- Deze afgeleide is (voor alle relevante waarden van a) negatief (1)
- Dus de bewering is juist (1)
Bridgedrive
Bridge is een kaartspel waarbij een team van twee spelers tegen een ander team van twee spelers speelt. Zo’n team van twee spelers heet een paar. De Oldenzaalse Bridge Club organiseert ieder jaar een bridgedrive (een toernooi) waar een groot aantal paren aan deelneemt. Aan de bridgedrive van 2008 namen 192 paren deel. Elk paar speelde acht rondes waarin ze in elke ronde vier spellen speelden. Nadat elk paar deze 32 spellen had gespeeld werden de eindscores bepaald. Het paar met de hoogste eindscore werd de winnaar.
Vraag 5 3 punten
Bereken hoeveel keer er tijdens deze bridgedrive een spelletje bridge werd gespeeld.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- 192 ⋅ 32 =6144 (2p)
- Wegens dubbeltellen moet er nog door 2 worden gedeeld, dus in totaal
6144 : 2 = 3072 spellen (1)
De bridgedrive wordt gespeeld op 16 verschillende horecalocaties in Oldenzaal. Op elke locatie spelen evenveel paren. Na vier spellen wisselen de paren van locatie volgens een schema dat de spelers van tevoren niet bekend is.
Het paar Hendriks-Hendriks zit klaar voor de eerste ronde. Zij vragen zich af of het paar Van Zomeren-Zenderink tijdens de eerste ronde op dezelfde locatie speelt.
Vraag 6 3 punten
Bereken de kans dat het paar Van Zomeren-Zenderink de eerste ronde op dezelfde locatie speelt als het paar Hendriks-Hendriks.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Op elke locatie spelen ( 192 :16 = ) 12 paren (1)
- Van de 191 beschikbare plaatsen voor het paar Van Zomeren-Zenderink geldt dat nog 11 van deze plaatsen op dezelfde locatie zijn (1)
- De kans dat het tweede paar op dezelfde locatie speelt als het eerste 11 paar is (of 0,06 (of nauwkeuriger)) (1)
Per spel krijgt elk paar een score op een schaal van 0 tot en met 100. Na afloop van de drive wordt voor elk paar de totale score gedeeld door het aantal gespeelde spellen. Dit geeft een eindscore die wordt afgerond op twee decimalen. Het paar met de hoogste eindscore krijgt positie 1 en wint de hoofdprijs.
We nemen aan dat in 2008 de eindscores normaal verdeeld waren met gemiddelde 50,00 en standaardafwijking 7,12. Het paar Hendriks- Hendriks had een eindscore van 54,66.
Vraag 7 4 punten
Bereken op grond hiervan de positie van dit paar in de eindklassering.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor een juiste berekening met de conclusie dat het paar op positie 49 is geëindigd geen scorepunten in mindering brengen.
- Als de kans P( X ≥ 54, = 66 | µ 50, 00 = en σ 7,12) is berekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
In 2007 namen 190 paren deel aan de drive. Hun eindscores staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Het gemiddelde van deze eindscores is 49,93 en de standaardafwijking is 7,07. Men vraagt zich af of deze scores ook bij benadering normaal verdeeld zijn. Dit is te onderzoeken door te controleren of deze gegevens in overeenstemming zijn met onder andere de volgende drie regels voor de normale verdeling:
1 de 68%-vuistregel;
2 de 95%-vuistregel;
3 de mediaan is gelijk aan het gemiddelde.
Aan de eerste regel (de 68%-vuistregel) is voldaan.
Vraag 8 5 punten
Onderzoek of de scores in de tabel op de uitwerkbijlage ook aan elk van de andere twee regels voldoen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De grenzen van de 95%-vuistregel zijn hier 35,79 en 64,07 (1)
- Er zijn 181 scores tussen 35,79 en 64,07 (1)
- Dat is ⋅100 ( % ) = 95, 2.. ( % ) , dus aan de tweede regel is voldaan (1)
- De mediaan is 50,35 (of 50,345) (1)
- De mediaan is niet gelijk aan het gemiddelde, dus aan de derde regel is niet voldaan (1)
Het paar Fussel-Stoffer neemt voor het eerst deel. Gezien hun grote ervaring bij andere bridgetoernooien verwachten zij zelf een hoge klassering. “Tegen zulke tegenstanders hebben wij in ieder spel 80% kans op een score van 60 punten of meer”, zo menen zij. Een toeschouwer vindt dit paar niet zo sterk en twijfelt aan deze uitspraak. Zij volgt de eerste 16 spellen. Op die spellen blijkt het paar 10 keer een score van 60 punten of meer gehaald te hebben.
Vraag 9 6 punten
Formuleer een hypothesetoets en onderzoek of dit resultaat voldoende reden geeft om de toeschouwer gelijk te geven. Neem een significantieniveau van 5%.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- H 0: p = 0,8 (of H 0: p ≥ 0,8 ) moet getoetst worden tegen H1: p < 0,8 (1)
- Onder H 0 geldt dat het aantal spellen met een score van 60 punten of meer binomiaal verdeeld is met n = 16 en p = 0,8 (1)
- P(hoogstens 10 keer een score van 60 punten of meer) moet worden berekend (1)
- Beschrijven hoe deze kans berekend kan worden (1)
- Deze kans is 0,08… (1)
- 0, 08... > 0, 05 , dus is er niet voldoende reden (om de toeschouwer gelijk te geven) (1)
Talen
De wereldbevolking bedroeg in 2010 ongeveer 6800 miljoen (6,8 miljard) mensen. Volgens schattingen uit dat jaar werden er toen op de wereld ruim 500 talen gesproken. In deze opgave verstaan we onder sprekers van een taal alleen de mensen voor wie deze taal hun moedertaal is. Sommige talen worden door meer dan 100 miljoen mensen gesproken, maar er zijn ook talen die nog slechts door enkele tientallen mensen gesproken worden. Hoe meer mensen een taal spreken, hoe groter we die taal noemen. Alle aantallen in deze opgave hebben betrekking op het jaar 2010 en zijn benaderingen op grond van schattingen.
De grootste taal is het Mandarijn met 800 miljoen sprekers. De kans dat van 6 willekeurig gekozen mensen uit de totale wereldbevolking er minstens één Mandarijn spreekt, is groter dan 0,5.
Vraag 10 4 punten
Bereken deze kans in drie decimalen nauwkeurig.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De kans dat iemand geen Mandarijn spreekt is (bij benadering) (1) 68 6 60
- De kans dat geen van de 6 Mandarijn spreekt is (1) 68 6 60
- De kans dat minstens één van de 6 Mandarijn spreekt is 1
- (1) 68
Opmerking Als een kandidaat gebruik maakt van een kansmodel zonder teruglegging, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Van alle gesproken talen is er een ranglijst waar de talen op volgorde van veel naar weinig sprekers staan. De top-15 van de meest gesproken talen in 2010 staat in onderstaande tabel.
tabel
1 Mandarijn 800 000 000
2 Spaans 358 000 000
3 Engels 350 000 000
4 Hindi/Urdu 240 000 000
5 Bengaals 170 000 000
6 Russisch 160 000 000
7 Portugees 150 000 000
8 Arabisch 150 000 000
9 Japans 126 000 000
10 Duits 100 000 000
11 Wu 90 000 000
12 Javaans 70 000 000
13 Punjab 70 000 000
14 Frans 70 000 000
15 Telugu 70 000 000 Deze 15 talen hebben samen 2974 miljoen sprekers. Van de ruim 500 talen zijn er 86 talen met 10 miljoen of meer sprekers. Op de 44e plaats staat het Nederlands met 20 miljoen sprekers. Hieruit kun je concluderen dat de talen op de plaatsen 45 tot en met 86 elk minstens 10 miljoen en hoogstens 20 miljoen sprekers hebben.
Met deze gegevens kun je niet het exacte totaal aantal sprekers van de
86 talen met meer dan 10 miljoen sprekers berekenen. Wel is het mogelijk om een onder- en een bovengrens van dit aantal te berekenen.
Vraag 11 4 punten
Laat zien dat het mogelijk is dat het totaal aantal sprekers van de eerste
86 talen groter is dan 5,7 miljard.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat met gebruik van andere, correcte aantallen sprekers laat zien dat het totaal aantal sprekers groter is dat 5,7 miljard, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Onderzoekers willen een formule opstellen waarmee het totaal aantal sprekers van de n grootste talen berekend kan worden als n gegeven is. Neem aan dat geen enkel tweetal talen precies hetzelfde aantal sprekers heeft.
Vraag 12 3 punten
Beredeneer dat de grafiek van het totaal aantal sprekers afnemend stijgend is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als n groter wordt, wordt het totaal aantal sprekers groter, dus de grafiek is stijgend (1)
- Omdat het aantal sprekers gesorteerd is van groot naar klein wordt de toename steeds kleiner (1)
- Dus de grafiek is afnemend stijgend (1)
We ordenen de talen van groot naar klein en maken een staafdiagram met cumulatieve totalen. In onderstaande figuur is het staafdiagram weergegeven met op de horizontale as het plaatsnummer n van de 30 meest gesproken talen en op de verticale as het totaal aantal sprekers A in miljarden van de n grootste talen.
figuur 4,0 totaal aantal sprekers A in 3,5 miljarden van de n grootste talen 3,0
2,5
2,0
1,5
1,0
0,5 0
1 3 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 plaatsnummer n van de taal
De 15e staaf in deze figuur geeft aan dat het totaal aantal sprekers van de 15 grootste talen 2974 miljoen (2,974 miljard) is.
De bovenkanten van de staven kunnen worden benaderd met een kromme die het verband tussen het totaal aantal sprekers A van de n grootste talen en n weergeeft. Een benadering van de kromme door de bovenkanten van de staven wordt gegeven door de formule:
A = 0,92 · n0,43 Hierbij is n het plaatsnummer van een taal en A het totaal aantal sprekers in miljarden van de n grootste talen.
Vraag 13 4 punten
Toon met behulp van de afgeleide functie aan dat de grafiek van A inderdaad afnemend stijgend is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- = 0,3956 ⋅ n −0,57 (1)
- De afgeleide is voor (positieve) waarden van n positief, dus de functie is stijgend (2)
- Voor toenemende waarden van n neemt de afgeleide af, dus de functie is afnemend stijgend (1)
De formule A = 0,92 · n 0,43 kan ook gebruikt worden om te berekenen hoeveel talen er ten minste nodig zijn om een bepaald aantal mensen in hun eigen taal te kunnen bereiken. De formule kan hiervoor herleid worden tot de vorm: n = b · Ac
Vraag 14 4 punten
Bereken b en c. Rond je antwoorden af op twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 • n= 0,43 ⋅A (1) 0,92 1 1 0,43 0,43 1 (4)
De formule A = 0,92 · n0,43 geeft voor kleine waarden van n een redelijke benadering van A. Een nadeel van deze formule is dat voor grote waarden van n het totaal aantal sprekers A groter wordt dan de totale wereldbevolking. Onderzoekers willen daarom een formule gebruiken waarin de waarde van A niet groter wordt dan 6,8. Daarom stelden zij voor een formule te gebruiken van de vorm:
A = 6,8(1
- g n ) Ook in deze formule is n het plaatsnummer van een taal en A het totaal aantal sprekers in miljarden van de n grootste talen.
Er is een waarde van g, waarbij deze nieuwe formule voor de 15 grootste talen het aantal van 2,974 miljard sprekers oplevert.
Vraag 15 4 punten
Bereken deze waarde van g in twee decimalen nauwkeurig.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 6,8(1 − g15 ) = 2,974 moet opgelost worden (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (2)
- Het antwoord: 0,96 (1)
Benzineverbruik
Op sommige stukken snelweg staat een bord met de aansporing ‘Rij schoner, rij 80 in z’n 5.’ Naar aanleiding hiervan onderzocht een journalist hoe het benzineverbruik van een auto afhangt van de snelheid en de versnelling waarin de auto rijdt.
De journalist reed ’s nachts 6 keer een afstand van 10 km op een recht stuk snelweg. Met behulp van cruise control reed hij eerst met
80 km per uur in de derde, vierde en vijfde versnelling en vervolgens met
90 km per uur in de derde, vierde en vijfde versnelling.
De gemiddelde snelheid van de journalist over de 60 km was niet
85 km per uur.
Vraag 16 4 punten
Toon aan dat de gemiddelde snelheid afgerond op één decimaal 84,7 km per uur is.
Bekijk het antwoord
- 30 km met 80 km per uur levert een reistijd op van 22,5 minuten (1)
- 30 km met 90 km per uur levert een reistijd op van 20 minuten (1)
- Totaal 60 km in 42,5 minuten (1)
- De gemiddelde snelheid is ⋅ 60 ≈ 84, 7 km per uur (1)
In de vijfde versnelling is de auto steeds het zuinigst. In de tabel staat de literafstand L (het aantal kilometer dat je per liter benzine kunt rijden) van de auto in de vijfde versnelling bij verschillende snelheden. In de tabel kun je bijvoorbeeld zien dat de literafstand van de auto bij een snelheid van 80 km per uur 21,62 km is. Dat betekent dat je bij deze snelheid 21,62 km kunt rijden met 1 liter benzine.
tabel literafstand en de bijbehorende snelheid in de vijfde versnelling snelheid v (km per uur) 80 90 100 110 literafstand L (km) 21,62 19,88 17,82 15,95
De journalist stelde dat er tot een snelheid van 110 km per uur bij benadering sprake was van een lineair verband tussen de literafstand L en de snelheid v.
Vraag 17 4 punten
Bereken met behulp van dit lineaire verband de literafstand bij een snelheid van 127 km per uur. Rond je antwoord af op één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat twee of meer andere waarden uit de tabel heeft gebruikt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Het verband tussen de literafstand L en de snelheid v blijkt bij een snelheid boven 110 km per uur niet lineair te zijn. In een voorlichtingsfolder over zuinig rijden lezen we: ‘Een zuinige snelheid is 90 km per uur. Als je 120 km per uur rijdt, dan neemt de literafstand met 30% af. Rijd je 140 km per uur, dan is de literafstand al met 48% afgenomen.’ Je kunt met bovenstaande gegevens berekenen met hoeveel procent de literafstand afneemt als de snelheid toeneemt van 120 km per uur naar
140 km per uur.
Vraag 18 4 punten
Bereken dit percentage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De bijbehorende groeifactoren zijn 0,7 en 0,52 (1)
- = 0, 74... (2)
- Het antwoord: 26(%) (of nauwkeuriger) (1)
Compressie
Zonder dat je het merkt, heb je regelmatig te maken met gecomprimeerde computerbestanden. Daardoor passen er heel veel nummers op een iPod en past een hele film op een dvd. We bekijken in deze opgave een vereenvoudigde compressiemethode.
De rij 000000001111110000001 kan met deze methode gecomprimeerd worden tot 80616011. In de nieuwe rij wordt elk teken voorafgegaan door het aantal keren dat het voorkomt:
8 keer een 0, 6 keer een 1, 6 keer een 0 en nog één 1. De oorspronkelijke rij van 21 tekens is zo teruggebracht tot 8 tekens. Als het aantal tekens na compressie kleiner is geworden, noemen we de compressie voordelig. Voor deze rij is de compressieratio 0,62. De compressieratio kunnen we als volgt berekenen:
aantal tekens voor compressie
- aantal tekens na compressie compressieratio = aantal tekens voor compressie
Bekijk de rij 001100110011000111000. Op deze rij wordt bovenstaande compressiemethode toegepast.
Vraag 19 3 punten
Bereken de compressieratio van deze rij en geef aan of de compressie voordelig is.
Bekijk het antwoord
- De gecomprimeerde rij is 202120212021303130 (1)
- De compressieratio is 0,14… (1)
- De compressie is voordelig (1)
Een rij met veel dezelfde tekens achter elkaar is natuurlijk beter te comprimeren dan een rij waarin de tekens vaak wisselen. Bij een rij waarin de tekens vaak wisselen kan de compressieratio zelfs negatief worden. Het aantal tekens is dan na compressie groter dan ervoor.
Vraag 20 3 punten
Onderzoek wat de kleinste waarde is die de compressieratio volgens de formule kan aannemen.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat door middel van een sluitend voorbeeld heeft laten zien dat de kleinst mogelijke compressie gelijk is aan –1, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Omdat computerbestanden bestaan uit rijen tekens kunnen we hiervan ook de compressieratio berekenen. Voor grote bestanden is er een verband tussen de compressieratio en het gemiddelde aantal gelijke tekens achter elkaar (de gemiddelde serielengte). Het verband hiertussen is in de figuur weergegeven.
figuur 0,5 compressie- ratio 0,4
0,3
0,2
0,1
0 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 5,5 gemiddelde serielengte L van een bestand
Bij deze grafiek past de volgende formule: 1, 4709 compressieratio = 1
- L0,561 Hierin is L de gemiddelde serielengte.
De compressieratio van een bestand is 0,40.
Vraag 21 3 punten
Bereken met de formule de gemiddelde serielengte van dit bestand. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 0, 40 = 1 − moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: 4,95 (1)
Informatici doen veel onderzoek naar de compressie van grote bestanden. Zij genereren met behulp van een toevalsgenerator rijen enen en nullen om te onderzoeken onder welke omstandigheden compressie voordelig is. Als de toevalsgenerator zo wordt ingesteld dat de kans op een 0 gelijk is aan 0,8 en de kans op een 1 gelijk is aan 0,2, dan zal er een behoorlijke kans zijn dat het begin van een rij uit 3 of meer dezelfde tekens bestaat.
Vraag 22 4 punten
Bereken deze kans.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De rij moet beginnen met 000 of 111 (1)
- De kans op 000 is 0,83 ( = 0,512 ) (1)
- De kans op 111 is 0, 23 ( = 0, 008 ) (1)
- Het antwoord: (0,512 + 0,008 =) 0,52 (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-h-18-1-o
Andere examens wiskunde A vwo (bezemexamen)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over veranderingen en afgeleide (5), kansrekening (4) en statistiek (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1024-h-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde A vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.