Eindexamen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Invloed, Bridgedrive, Talen, Benzineverbruik, Vingerafdrukken.
Het centraal examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over kansrekening (9), statistiek (6) en formules en grafieken (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kansrekening | 2-8, 10, 22 | 9 |
| Statistiek | 1, 14, 18-21 | 6 |
| Formules en grafieken | 12-13, 15-17 | 5 |
| Logisch redeneren | 9 | 1 |
| Rijen | 11 | 1 |
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Invloed
Bij verkiezingen wordt vaak gekeken naar het opkomstpercentage, het percentage van de stemgerechtigden dat een stem uitbrengt. In de periode 1986-1998 daalde het opkomstpercentage voor de Tweede Kamerverkiezingen voortdurend. In 1986 brachten 9 199 621 van de
10 727 701 stemgerechtigden hun stem uit, in 1998 waren dat er 8 919 787 van de 11 112 189.
Vraag 1 2 punten
Laat zien dat het opkomstpercentage in de periode 1986-1998 inderdaad is afgenomen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
9199 621
- Het opkomstpercentage is 1986 was ⋅100(%) = 85,...(%) (1p)
10 727 701
8 919 787
- Het aantal stemmers is afgenomen, terwijl het aantal stemgerechtigden is toegenomen (1p)
- Dan is het opkomstpercentage afgenomen (1p)
Eén van de redenen die vaak genoemd wordt om niet te gaan stemmen is ‘het gevoel geen invloed te hebben’. Het vervolg van deze opgave gaat over invloed bij beslissingen die via een stemming tot stand komen.
Als voorbeeld bekijken we een groep van 9 personen, die bij meerderheid mogen beslissen over het al dan niet aanvaarden van een voorstel. Eén van hen is Johan. Hij vraagt zich af hoe groot de kans is dat zijn stem de doorslag geeft. Johans stem is doorslaggevend als van de andere groepsleden er 4 voor het voorstel en 4 tegen het voorstel stemmen. We gaan uit van de volgende veronderstellingen:
- ieder lid van de groep brengt zijn stem uit;
- ieder lid van de groep heeft dezelfde kans p om vóór het voorstel te stemmen.
Vraag 2 4 punten
Bereken de kans dat Johans stem doorslaggevend is als p = 0,8.
Bekijk het antwoord
- Het aantal voorstemmers X onder de anderen is binomiaal verdeeld met n = 8 en p = 0,8 (1)
- De kans dat Johans stem doorslaggevend is, is P( X = 4) (1)
- Beschrijven hoe deze kans berekend kan worden (1)
- Het antwoord: 0,05 (of nauwkeuriger) (1)
We bekijken nu een groep van 11 personen. De kans dat Johans stem de doorslag geeft, is dan PJohan = 252 · p 5 · (1
- p )5 . Ook hier heeft ieder lid van de groep dezelfde kans p om vóór het voorstel te stemmen.
Vraag 3 3 punten
Onderzoek bij welke waarde van p de kans dat Johans stem doorslaggevend is, maximaal is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Beschrijven hoe de waarde van p waarvoor PJohan maximaal is, berekend kan worden (1p)
De kans PJohan dat Johans stem doorslaggevend is bij een dergelijke stemming hangt af van het aantal medestemgerechtigden en van de waarde van p . We gaan vanaf nu uit van een situatie met 2n medestemgerechtigden en p = 0,5 . 2n De bedoelde kans is dan gelijk aan PJohan = · 0,52 n . n Voor grote waarden van n kun je deze kans goed benaderen met de volgende formule: 0,564 PJohan ≈ n
Vraag 4 4 punten
Bereken hoe groot het verschil is tussen de benaderde kans en de echte kans als er 50 medestemgerechtigden zijn.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat gerekend heeft met n=50, leidend tot kansen 0,0795… en 0,0797… en een verschil van 0,0002 (of nauwkeuriger), hiervoor ten hoogste 3 scorepunten toekennen.
Naarmate een groep groter wordt, neemt de kans dat Johans stem beslissend is natuurlijk af. 0,564 We bekijken dit verschijnsel bij de formule PJohan ≈ . n Johan vraagt zich af wat er gebeurt met de kans dat zijn stem doorslaggevend is als de groep medestemgerechtigden groter wordt.
Vraag 5 3 punten
Beredeneer hoeveel keer zo klein deze kans wordt als het aantal medestemgerechtigden vier keer zo groot wordt.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat het antwoord heeft gevonden met behulp van getallenvoorbeelden, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Bridgedrive
Bridge is een kaartspel waarbij een team van twee spelers tegen een ander team van twee spelers speelt. Zo’n team van twee spelers heet een paar. De Oldenzaalse Bridge Club organiseert ieder jaar een bridgedrive (een toernooi) waar een groot aantal paren aan deelneemt. Aan de bridgedrive van 2008 namen 192 paren deel. Elk paar speelde acht rondes waarin ze in elke ronde vier spellen speelden. Nadat elk paar deze 32 spellen had gespeeld werden de eindscores bepaald. Het paar met de hoogste eindscore werd de winnaar.
Vraag 6 3 punten
Bereken hoeveel keer er tijdens deze bridgedrive een spelletje bridge werd gespeeld.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- 192 ⋅ 32 =6144 (2p)
- Wegens dubbeltellen moet er nog door 2 worden gedeeld, dus in totaal
6144 : 2 = 3072 spellen (1)
De bridgedrive wordt gespeeld op 16 verschillende horecalocaties in Oldenzaal. Op elke locatie spelen evenveel paren. Na vier spellen wisselen de paren van locatie volgens een schema dat de spelers van tevoren niet bekend is.
Het paar Hendriks-Hendriks zit klaar voor de eerste ronde. Zij vragen zich af of het paar Van Zomeren-Zenderink tijdens de eerste ronde op dezelfde locatie speelt.
Vraag 7 3 punten
Bereken de kans dat het paar Van Zomeren-Zenderink de eerste ronde op dezelfde locatie speelt als het paar Hendriks-Hendriks.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Op elke locatie spelen ( 192 :16 = ) 12 paren (1)
- Van de 191 beschikbare plaatsen voor het paar Van Zomeren-Zenderink geldt dat nog 11 van deze plaatsen op dezelfde locatie zijn (1)
- De kans dat het tweede paar op dezelfde locatie speelt als het eerste 11 paar is (of 0,06 (of nauwkeuriger)) (1)
Per spel krijgt elk paar een score op een schaal van 0 tot en met 100. Na afloop van de drive wordt voor elk paar de totale score gedeeld door het aantal gespeelde spellen. Dit geeft een eindscore die wordt afgerond op twee decimalen. Het paar met de hoogste eindscore krijgt positie 1 en wint de hoofdprijs.
We nemen aan dat in 2008 de eindscores normaal verdeeld waren met gemiddelde 50,00 en standaardafwijking 7,12. Het paar Hendriks- Hendriks had een eindscore van 54,66.
Vraag 8 4 punten
Bereken op grond hiervan de positie van dit paar in de eindklassering.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor een juiste berekening met de conclusie dat het paar op positie 49 is geëindigd geen scorepunten in mindering brengen.
- Als de kans P( X ≥ 54, = 66 | µ 50, 00 = en σ 7,12) is berekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
In 2007 namen 190 paren deel aan de drive. Hun eindscores staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Het gemiddelde van deze eindscores is 49,93 en de standaardafwijking is 7,07. Men vraagt zich af of deze scores ook bij benadering normaal verdeeld zijn. Dit is te onderzoeken door te controleren of deze gegevens in overeenstemming zijn met onder andere de volgende twee regels voor de normale verdeling:
1 de 68%-vuistregel;
2 de 95%-vuistregel.
Aan de eerste regel (de 68%-vuistregel) is voldaan.
Vraag 9 3 punten
Onderzoek of de scores in de tabel op de uitwerkbijlage ook aan de tweede regel voldoen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De grenzen van de 95%-vuistregel zijn hier 35,79 en 64,07 (1)
- Er zijn 181 scores tussen 35,79 en 64,07 (1)
- Dat is ⋅100 ( % ) = 95, 2.. ( % ) , dus aan de tweede regel is voldaan (1)
Talen
De wereldbevolking bedroeg in 2010 ongeveer 6800 miljoen (6,8 miljard) mensen. Volgens schattingen uit dat jaar werden er toen op de wereld ruim 500 talen gesproken. In deze opgave verstaan we onder sprekers van een taal alleen de mensen voor wie deze taal hun moedertaal is. Sommige talen worden door meer dan 100 miljoen mensen gesproken, maar er zijn ook talen die nog slechts door enkele tientallen mensen gesproken worden. Hoe meer mensen een taal spreken, hoe groter we die taal noemen. Alle aantallen in deze opgave hebben betrekking op het jaar 2010 en zijn benaderingen op grond van schattingen.
De grootste taal is het Mandarijn met 800 miljoen sprekers. De kans dat van 6 willekeurig gekozen mensen uit de totale wereldbevolking er minstens één Mandarijn spreekt, is groter dan 0,5.
Vraag 10 4 punten
Bereken deze kans in drie decimalen nauwkeurig.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De kans dat iemand geen Mandarijn spreekt, is (bij benadering) (1) 68 6 60
- De kans dat geen van de 6 Mandarijn spreekt, is (1) 68 6 60
- De kans dat minstens één van de 6 Mandarijn spreekt, is 1
- (1) 68
Opmerking Als een kandidaat gebruik maakt van een kansmodel zonder teruglegging, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Van alle gesproken talen is er een ranglijst waar de talen op volgorde van veel naar weinig sprekers staan. De top-15 van de meest gesproken talen in 2010 staat in onderstaande tabel.
tabel
1 Mandarijn 800 000 000
2 Spaans 358 000 000
3 Engels 350 000 000
4 Hindi/Urdu 240 000 000
5 Bengaals 170 000 000
6 Russisch 160 000 000
7 Portugees 150 000 000
8 Arabisch 150 000 000
9 Japans 126 000 000
10 Duits 100 000 000
11 Wu 90 000 000
12 Javaans 70 000 000
13 Punjab 70 000 000
14 Frans 70 000 000
15 Telugu 70 000 000
Deze 15 talen hebben samen 2974 miljoen sprekers. Van de ruim 500 talen zijn er 86 talen met 10 miljoen of meer sprekers. Op de 44e plaats staat het Nederlands met 20 miljoen sprekers. Hieruit kun je concluderen dat de talen op de plaatsen 45 tot en met 86 elk minstens 10 miljoen en hoogstens 20 miljoen sprekers hebben.
Met deze gegevens kun je niet het exacte totaal aantal sprekers van de
86 talen met meer dan 10 miljoen sprekers berekenen. Wel is het mogelijk om een onder- en een bovengrens van dit aantal te berekenen.
Vraag 11 4 punten
Laat zien dat het mogelijk is dat het totaal aantal sprekers van de eerste
86 talen groter is dan 5,7 miljard.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat met gebruik van andere, correcte aantallen sprekers laat zien dat het totaal aantal sprekers groter is dat 5,7 miljard, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Onderzoekers willen een formule opstellen waarmee het totaal aantal sprekers van de n grootste talen berekend kan worden als n gegeven is. Voor zo’n formule moet dus bijvoorbeeld gelden dat het totaal aantal sprekers gelijk is aan 2,974 miljard voor n = 15. Neem aan dat geen enkel tweetal talen precies hetzelfde aantal sprekers heeft.
Vraag 12 3 punten
Beredeneer dat de grafiek van het totaal aantal sprekers afnemend stijgend is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als n groter wordt, wordt het totaal aantal sprekers groter, dus de grafiek is stijgend (1)
- Omdat het aantal sprekers gesorteerd is van groot naar klein wordt de toename steeds kleiner (1)
- Dus de grafiek is afnemend stijgend (1)
Het verband tussen het totaal aantal sprekers A van de n grootste talen en n kan worden benaderd met de volgende formule:
A = 0,92 · n0,43 Hierbij is n het plaatsnummer van een taal en A het totaal aantal sprekers in miljarden van de n grootste talen.
Volgens deze formule zouden er voor de 6,8 miljard sprekers veel minder dan de eerder genoemde ruim 500 talen zijn.
Vraag 13 3 punten
Bereken hoeveel talen er volgens de formule zouden zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 0,92 ⋅ n0,43 = 6,8 moet opgelost worden (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
- Het antwoord: 105 (1)
Benzineverbruik
Op sommige stukken snelweg staat een bord met de aansporing ‘Rij schoner, rij 80 in z’n 5.’ Naar aanleiding hiervan onderzocht een journalist hoe het benzineverbruik van een auto afhangt van de snelheid en de versnelling waarin de auto rijdt.
De journalist reed ’s nachts 6 keer een afstand van 10 km op een recht stuk snelweg. Met behulp van cruise control reed hij eerst met
80 km per uur in de derde, vierde en vijfde versnelling en vervolgens met
90 km per uur in de derde, vierde en vijfde versnelling. Elke seconde werd het benzineverbruik geregistreerd.
Vraag 14 4 punten
Bereken hoeveel meetgegevens de journalist op deze manier verzamelde.
Bekijk het antwoord
- Bij 80 km per uur doe je 0,125 uur over 10 km (1)
- 0,125 ⋅ 60 ⋅ 60 = 450 seconden (1)
- Bij 90 km per uur doe je 400 seconden over 10 km (1)
- In de drie versnellingen levert dat 3 ⋅ 850 = 2550 (meetgegevens) (1)
In de vijfde versnelling is de auto steeds het zuinigst. In de tabel staat de literafstand L (het aantal kilometer dat je per liter benzine kunt rijden) van de auto in de vijfde versnelling bij verschillende snelheden. In de tabel kun je bijvoorbeeld zien dat de literafstand van de auto bij een snelheid van 80 km per uur 21,62 km is. Dat betekent dat je bij deze snelheid 21,62 km kunt rijden met 1 liter benzine.
tabel literafstand en de bijbehorende snelheid in de vijfde versnelling snelheid v (km per uur) 80 90 100 110 literafstand L (km) 21,62 19,88 17,82 15,95
De journalist stelde dat er tot een snelheid van 110 km per uur bij benadering sprake was van een lineair verband tussen de literafstand L en de snelheid v.
Vraag 15 4 punten
Stel een formule op van dit verband.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat twee of meer andere waarden uit de tabel heeft gebruikt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
In werkelijkheid zal bij snelheden van ten minste 90 km per uur het verband tussen de literafstand en de snelheid niet lineair zijn. Het is ook denkbaar dat de afname van de literafstand exponentieel verloopt.
Vraag 16 4 punten
Bereken in dat geval de groeifactor per 10 km per uur en bereken daarmee bij welke snelheid de literafstand 10 km zal zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De groeifactor van het verbruik is 0,9 (of nauwkeuriger) (1)
- De vergelijking 15,95 ⋅ 0,9 x = 10 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking opgelost kan worden (1)
- x = 4, 4... dus bij een snelheid van 154 (km per uur) (of nauwkeuriger) (1)
In een voorlichtingsfolder over zuinig rijden lezen we: ‘Een zuinige snelheid is 90 km per uur. Als je 120 km per uur rijdt, dan neemt de literafstand met 30% af. Rijd je 140 km per uur, dan is de literafstand al met 48% afgenomen.’ Je kunt met bovenstaande gegevens berekenen met hoeveel procent de literafstand afneemt als de snelheid toeneemt van 120 km per uur naar
140 km per uur.
Vraag 17 4 punten
Bereken dit percentage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De bijbehorende groeifactoren zijn 0,7 en 0,52 (1)
- = 0, 74... (2)
- Het antwoord: 26(%) (of nauwkeuriger) (1)
Vingerafdrukken
Na een misdrijf zoekt de politie vaak naar vingerafdrukken. Van ieder mens zijn de vingerafdrukken uniek. Daardoor kan men aan de hand van vingerafdrukken vaststellen wie er op de plaats van het misdrijf geweest is. De gevonden vingerafdrukken vergelijkt men met de vingerafdrukken van een verdachte of met de vingerafdrukken in een databank. Omdat het vergelijken van vingerafdrukken veel werk is, deelt men de vingerafdrukken in groepen in.
Een bekend systeem is de Henry classificatie. Hierin onderscheidt men drie patronen: de boog, de lus en de kring. Elke vingerafdruk heeft één van deze patronen. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
De vingers worden genummerd, te beginnen bij de rechterduim. Een vingerafdruk met een boog of lus krijgt de waarde 0. Een vingerafdruk met een kring krijgt de waarde zoals aangegeven in tabel 1.
[tabel 1: zie het originele examen] R R R R R L L L L L duim wijs- middel- ring- pink duim wijs- middel- ring- pink vinger vinger vinger vinger vinger vinger vinger-
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 nummer waarde (indien 16 16 8 8 4 4 2 2 1 1 kring)
De Henry classificatie voor een vingerafdrukkenset van tien vingers wordt nu berekend met de volgende formule:
1 + (som van de waarden van de even vingers) H=
1 + (som van de waarden van de oneven vingers)
De waarde van H kan bepaalde grenzen niet overschrijden.
Vraag 18 4 punten
Bereken de minimale en de maximale waarde van H.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- H is minimaal als de noemer zo groot mogelijk en de teller zo klein mogelijk is (1)
- Als dit het geval is, geldt H = 32 1 (1)
- H is maximaal als de noemer zo klein mogelijk en de teller zo groot mogelijk is (1)
- Als dit het geval is, geldt H = 32 (1)
In tabel 2 staat een vingerafdrukkenset uit de databank.
[tabel 2: zie het originele examen] vingernummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 boog (B), lus (L) of kring (K) L K B B K B L B K K
Voor de vingerafdrukkenset van tabel 2 is de Henry classificatie:
1 + (16 + 0 + 0 + 0 + 1) 18 H= =
1 + (0 + 0 + 4 + 0 + 1) 6 Dit wordt genoteerd als een breuk en niet vereenvoudigd.
In tabel 3 staat een andere vingerafdrukkenset uit de databank.
[tabel 3: zie het originele examen] vingernummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 boog (B), lus (L) of kring (K) K B B L K B L K L L
Vraag 19 3 punten
Bereken de Henry classificatie van de vingerafdrukkenset in tabel 3.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De waarden 16, 4 en 2 voor respectievelijk de vingers 1, 5 en 8 (1)
- De Henry classificatie is = (2)
Met dit systeem is het ook mogelijk om bij een gegeven Henry classificatie terug te vinden welke vingers een kringpatroon hebben. 7 Een vingerafdrukkenset heeft Henry classificatie . 14
Vraag 20 4 punten
Onderzoek welke vingers van deze vingerafdrukkenset een kringpatroon hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Er moeten 6 punten over de even vingers verdeeld worden en 13 over de oneven vingers (1)
- Voor de even vingers geldt: 6= 4 + 2 en voor de oneven vingers: 13 = 8 + 4 + 1 (1)
- De vingers 6, 8, 3, 5 en 9 hebben een kringpatroon (of de linkerduim, linkermiddelvinger, rechtermiddelvinger, rechterpink en linkerringvinger) (2)
De getallen 16, 8, 4, 2 en 1 in tabel 1 zijn zo gekozen dat met de optelling hiervan alle mogelijke waarden tussen het minimum en maximum gemaakt kunnen worden. De Henry classificatie mag niet vereenvoudigd worden, omdat er meerdere vingerafdrukkensets zijn waarvan we de Henry classificatie kunnen vereenvoudigen tot bijvoorbeeld het getal 3, zoals de set uit het 18 eerste voorbeeld met Henry classificatie . 6
Vraag 21 4 punten
Onderzoek van hoeveel vingerafdrukkensets de Henry classificatie kan worden vereenvoudigd tot 3.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de (classificatiewaarden van de) bedoelde tien vingerafdrukkensets worden genoteerd, per vergeten of fout exemplaar 1 scorepunt in mindering brengen.
- Als een kandidaat bij deze vraag een in vraag 18 foutief berekende waarde voor de teller en noemer gebruikt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Het is mogelijk dat twee verschillende vingerafdrukken dezelfde Henry classificatie hebben. Om te bepalen of twee vingerafdrukken identiek zijn, kijkt men naast de Henry classificatie naar andere bijzondere punten in het vingerafdrukpatroon.
Een deskundige kiest 12 van zulke bijzondere punten en gaat vervolgens in de databank zoeken naar vingerafdrukken met diezelfde 12 bijzondere punten. Een tweede deskundige kiest onafhankelijk van de eerste ook
12 punten en doet hetzelfde. Als beide deskundigen tot dezelfde conclusie komen staat officieel vast dat de twee vingerafdrukken matchen.
Neem aan dat er in een vingerafdruk 34 bijzondere punten voorkomen en dat elke deskundige hieruit willekeurig 12 punten kiest.
Vraag 22 5 punten
Bereken de kans dat de twee deskundigen hierbij samen 24 verschillende punten kiezen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- • De tweede deskundige kiest dan 12 andere punten dan de eerste deskundige (1) 22 • Hij kan daarvoor verschillende twaalftallen kiezen (1) 12 34 • In totaal zijn er verschillende twaalftallen mogelijk (1) 12 22 De gevraagde kans is 12 • (1) 34 12 • Het antwoord: 0,001 (of nauwkeuriger) (1) of • De tweede deskundige kiest dan 12 andere punten dan de eerste deskundige (1) • De kans dat de tweede deskundige als eerste punt een punt kiest dat nog 22 niet gekozen is door de eerste deskundige, is (1) 34 • De kans dat hij vervolgens nog elf punten kiest die nog niet gekozen zijn door de eerste deskundige is 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ (2) 33 32 31 30 29 28 27 26 25 24 23 • Het antwoord: 0,001 (of nauwkeuriger) (1) (5)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-h-18-1-o
Andere examens wiskunde C vwo (bezemexamen)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over kansrekening (9), statistiek (6) en formules en grafieken (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-h-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo (bezemexamen) 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.