Eindexamen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Beyoncé, Beyoncé, Estland, Metaal heeft de toekomst, Sporthorloge, Stichting Hospital, Pierre’s Pizzeria.
Het centraal examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 33. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (7), productie en kosten (7) en arbeidsmarkt (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Inkomen en consumptie | 1-6, 8 | 7 |
| Productie en kosten | 9, 28-33 | 7 |
| Arbeidsmarkt | 12-17 | 6 |
| Internationale handel | 7, 10-11, 27 | 4 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 5 examens economie vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over productie en kosten (29% van de vragen, gemiddeld 18%) en inkomen en consumptie (29% van de vragen, gemiddeld 21%). Minder over arbeidsmarkt (25% van de vragen, gemiddeld 31%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Beyoncé
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 2 punten
Lisa en Bart zijn fan van Beyoncé. Wanneer ze horen dat de Amerikaanse zangeres een concert geeft in Amsterdam, willen ze hiernaartoe. Lisa moet nog wel sparen voor het concertticket. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.
Bekijk het antwoord
- (1) niet volledig (2) voor een doel (3) ontvangt ze van indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Beyoncé
Om te kunnen sparen, moet Lisa de komende tijd haar inkomen …(1)… (volledig / niet volledig) uitgeven. Het spaarmotief voor Lisa is sparen …(2)… (uit voorzorg / voor een doel). Lisa zet het gespaarde bedrag op een spaarrekening. Hiervoor …(3)… (betaalt ze aan / ontvangt ze van) de bank rente.
(1) .............................................................................................................
(2) .............................................................................................................
(3) .............................................................................................................
BB-0233-a-o
Vraag 2 2 punten
In het overzicht staan de toegangsprijzen van het concert.
Bekijk het antwoord
Opmerking Houd rekening met eventuele doorwerkfouten.
toegangsprijzen concert Beyoncé soort ticket prijs per ticket per persoon staanplaats € 135 zitplaats A € 120 zitplaats B € 105 zitplaats C € 85 zitplaats D € 59 exclusief € 3 reserveringskosten per ticket
Lisa kan kiezen uit verschillende soorten tickets. Bij een duurder ticket heeft zij een beter zicht op het podium en kan zij het concert beter volgen. Lisa heeft € 35 op een spaarrekening staan. Vanaf nu spaart ze elke week € 5 op haar spaarrekening. Lisa kan in totaal 13 weken sparen. Welk ticket kan Lisa over 13 weken van het geld op haar spaarrekening kopen? Ze wil het concert zo goed mogelijk kunnen zien en volgen. Schrijf je berekening op.
berekening: ...............................................................................................
..................................................................................................................
soort ticket: ...............................................................................................
Vraag 3 1 punt
Lisa zegt dat het voor iedere Beyoncé-fan een basisbehoefte is om een concert van Beyoncé te bezoeken. “Als je een echte fan bent, dan moet je daar gewoon bij zijn”, zegt ze. Bart is het totaal niet met Lisa eens. Leg uit dat het bezoek aan een concert geen basisbehoefte is.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste uitleg: Een bezoek aan een concert is niet per se nodig om gezond in leven te blijven, zoals dat wel het geval is bij voedsel en kleding. (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 4 1 punt
Bart bekijkt ook het overzicht met toegangsprijzen. Hij heeft gezien dat het prijsverschil tussen het duurste en goedkoopste ticket € 76 is. Tot nu toe heeft hij € 65 opzijgelegd om een ticket te kunnen kopen. Welke functies van geld heeft Bart hier gebruikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
BB-0233-a-o
Vraag 5 1 punt
Gisteren is de fiets van Lisa waarmee ze elke dag naar school gaat, kapotgegaan. Ze twijfelt of ze een deel van haar spaargeld moet uitgeven voor reparatie bij de fietsenmaker. Als Lisa dat doet, heeft ze niet genoeg spaargeld meer voor een concertticket. Ze besluit nu elke dag lopend naar school te gaan. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.
Bekijk het antwoord
- (1) lagere (2) zelfvoorziening indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
Lisa geeft het repareren van haar fiets door de fietsenmaker een …(1)… (hogere / lagere) prioriteit dan het concert van Beyoncé. Als Lisa haar eigen fiets zou repareren in plaats van reparatie door de fietsenmaker te laten doen, dan is dit voor haar een vorm van een …(2)… (collectieve voorziening / zelfvoorziening).
(1) .............................................................................................................
(2) .............................................................................................................
Vraag 6 1 punt
De fiets van Lisa is al een week stuk. Ze laat de fiets toch maar repareren door de fietsenmaker. Haar vader wil de reparatie betalen. Gelukkig maar: de reparatie kostte € 70. Bij welke uitgavensoort hoort de reparatie van de fiets?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Estland
Estland ligt in het noordoosten van Europa en is ongeveer zo groot als Nederland. Sinds 2004 is Estland lid van de Europese Unie (EU).
Vraag 7 2 punten
Geef van de volgende stellingen over de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de Europese Unie (EU) aan of ze juist of onjuist zijn. Zet telkens een kruisje in de juiste kolom.
Bekijk het antwoord
- juist onjuist De landen die bij de EMU horen, hebben allemaal als x munteenheid de euro. Tussen de landen die bij de EU horen, is sprake van x vrij verkeer van goederen en diensten. De landen die bij de EU horen, horen ook allemaal bij x de EMU. indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
juist onjuist De landen die bij de EMU horen, hebben allemaal als munteenheid de euro. Tussen de landen die bij de EU horen, is sprake van vrij verkeer van goederen en diensten. De landen die bij de EU horen, horen ook allemaal bij de EMU.
Vraag 8 2 punten
De 1,3 miljoen inwoners van Estland hebben een gezamenlijk jaarinkomen van € 19,5 miljard. Bereken het gemiddelde inkomen per maand van een inwoner van Estland. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- € 19,5 miljard : 1,3 miljoen inwoners = € 15.000 per inwoner per jaar (1)
- € 15.000 : 12 maanden = € 1.250 per inwoner per maand (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
BB-0233-a-o
Vraag 9 1 punt
In Estland is het gemiddelde inkomen per inwoner meer dan twee keer zo laag als in Nederland. Zijn de volgende stellingen een mogelijke verklaring voor dit verschil? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. ja nee De arbeidsproductiviteit in Estland is lager dan in Nederland. De prijzen in Estland zijn lager dan in Nederland.
Bekijk het antwoord
- ja nee De arbeidsproductiviteit in Estland is lager dan in x Nederland. De prijzen in Estland zijn lager dan in Nederland. x indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
Vraag 10 1 punt
Zowel in Estland als in Nederland zijn fabrieken gevestigd die landbouwmachines produceren. Boeren in Estland hebben de keuze om hun nieuwe landbouwmachine in eigen land te kopen óf te importeren uit Nederland. Een nadeel van de landbouwmachines uit Nederland is dat ze duurder zijn dan de landbouwmachines uit Estland. Noem voor een boer uit Estland een argument om toch een duurdere landbouwmachine uit Nederland te importeren.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist argument: − De kwaliteit van de landbouwmachines uit Nederland is beter. − De producent uit Nederland luistert beter naar de wensen van de klant. − De producent uit Nederland kan sneller leveren dan zijn concurrent in Estland. (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 11 1 punt
De Nederlandse export van landbouwmachines naar Estland levert direct werkgelegenheid op in Nederland. Toch kan diezelfde export ook in Estland tot werkgelegenheid leiden. Geef hiervoor een verklaring.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste verklaring: De machines moeten naar Estland vervoerd worden, wat werkgelegenheid kan opleveren. (1)
Metaal heeft de toekomst
Uit de krant:
UTRECHT - Het UWV biedt een nieuw opleidingstraject aan. Werklozen met een werkloosheidsuitkering kunnen een opleiding tot lasser volgen. Na de opleiding kunnen ze direct bij een bedrijf aan de slag. In de metaalindustrie is veel behoefte aan goed opgeleid personeel.
Vraag 12 1 punt
Jaap is werkloos en leest het krantenbericht. Het opleidingstraject lijkt hem wel wat. Jaap werkte eerder in een magazijn, maar daar is hij ontslagen. Zijn werk in het magazijn is namelijk overgenomen door een robot. Welke vorm van werkloosheid is van toepassing op Jaap?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 13 2 punten
Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.
Bekijk het antwoord
- (1) gelijk gebleven (2) tekort aan (3) geschoolde indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Jaap meldt zich direct na zijn ontslag bij het UWV. Door zijn ontslag is het aanbod op de arbeidsmarkt …(1)… (afgenomen / gelijk gebleven / toegenomen). Het UWV organiseert het opleidingstraject tot lasser, omdat er een …(2)… (overschot van / tekort aan) lassers is op de arbeidsmarkt. In de metaalindustrie is vooral behoefte aan …(3)… (geschoolde / ongeschoolde) medewerkers.
(1) .............................................................................................................
(2) .............................................................................................................
(3) ..............................................................................................................
BB-0233-a-o
Vraag 14 2 punten
Na een gesprek bij het UWV start Jaap met het opleidingstraject tot lasser. Wat zijn taken van het UWV? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. wel taak geen taak UWV UWV advies geven bij het zoeken naar een baan helpen bij het zoeken naar vrijwilligerswerk ondersteunen bij het schrijven van een sollicitatiebrief
Bekijk het antwoord
- wel taak geen taak UWV UWV advies geven bij het zoeken naar een baan x helpen bij het zoeken naar vrijwilligerswerk x ondersteunen bij het schrijven van een x sollicitatiebrief indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Vraag 15 1 punt
Werkgevers in de metaalindustrie willen een aantrekkelijke werkgever zijn om voor te werken. De werkgevers proberen met maatregelen ervoor te zorgen dat werknemers in de metaalindustrie blijven werken. Noem twee maatregelen die werkgevers kunnen nemen waardoor het voor werknemers aantrekkelijk blijft om voor ze te blijven werken.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste maatregelen: − een loonsverhoging doorvoeren − een auto van de zaak aanbieden − het aantal vakantiedagen uitbreiden − het aanbieden van scholing − het aanbieden van een vast contract indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
(1) .............................................................................................................
(2) .............................................................................................................
Vraag 16 1 punt
Jaap heeft het opleidingstraject afgerond en werkt nu als lasser. Jaap ontdekt dat een collega een hoger brutoloon ontvangt. Jaap vindt dat vreemd. Hij zegt: “We doen allebei hetzelfde werk, we zijn even oud en we werken hetzelfde aantal uren per week.” Zijn de volgende situaties een mogelijke verklaring voor het hogere brutoloon van de collega van Jaap? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. wel een geen verklaring verklaring De collega heeft drie kinderen en Jaap één. De collega heeft drie jaar werkervaring als lasser en Jaap één maand.
Bekijk het antwoord
- wel een geen verklaring verklaring De collega heeft drie kinderen en Jaap één. x De collega heeft drie jaar werkervaring als x lasser en Jaap één maand. indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
Vraag 17 1 punt
Jaap heeft een baan gevonden via het UWV. Er zijn ook werklozen die zich niet melden bij het UWV en zelf op zoek gaan naar een baan. Hoe heet een werkloze die zich niet meldt bij het UWV?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Sporthorloge
Katja en Yasmine zijn vriendinnen. Ze zijn op zoek naar een sporthorloge. Ze lopen langs een winkel met de volgende poster in de etalage.
Sporthorloges
Loop nu binnen voor de nieuwste modellen.
Dat vinden Katja en Yasmine wel wat: een horloge dat je hartslag en fitheid bijhoudt.
Vraag 18 1 punt
Wat verkoopt de winkel volgens de poster?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 19 1 punt
Katja zegt: “Die poster van de winkel is gewoon een vorm van reclame.” Welk instrument van de marketingmix hoort bij de poster?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 20 1 punt
Katja en Yasmine weten van het bestaan van commerciële reclame en ideële reclame. Ze zijn het erover eens dat de poster een vorm is van commerciële reclame. Welke reclamezin is een voorbeeld van ideële reclame?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 21 2 punten
Katja zegt: “Ik wil mij bij de keuze van een sporthorloge niet laten beïnvloeden door een poster of een winkelmedewerker. Ik raadpleeg liever eerst een vergelijkend warenonderzoek.” Geef van de volgende stellingen aan of ze juist of onjuist zijn. Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. juist onjuist Een vergelijkend warenonderzoek kan het consumentengedrag beïnvloeden. Een vergelijkend warenonderzoek vergelijkt verschillende producten van één producent met elkaar. Het Nibud is een organisatie die een vergelijkend warenonderzoek over sporthorloges uitvoert.
Bekijk het antwoord
- juist onjuist Een vergelijkend warenonderzoek kan het x consumentengedrag beïnvloeden. Een vergelijkend warenonderzoek vergelijkt verschillende producten van één producent met x elkaar. Het Nibud is een organisatie die een vergelijkend x warenonderzoek over sporthorloges uitvoert. indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Vraag 22 2 punten
Katja heeft een vergelijkend warenonderzoek over sporthorloges gevonden. Yasmine zegt tegen Katja: “Het vergelijkend warenonderzoek dat je hebt gevonden, is verouderd. Het is niet zinvol om een vergelijkend warenonderzoek van twee jaar geleden te raadplegen.” Noem twee verschillende argumenten waarom het niet zinvol is om een verouderd vergelijkend warenonderzoek te raadplegen.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste argumenten: − Winkelprijzen zijn niet meer actueel. − Producten zijn niet meer verkrijgbaar. − Door technologische ontwikkelingen zijn er nieuwere/betere producten leverbaar. per juist argument (1) (2)
Stichting Hospital
Gambia is een ontwikkelingsland aan de westkust van Afrika. Stichting Hospital is een organisatie die helpt bij het moderniseren van ziekenhuizen in Gambia. De stichting krijgt van Nederlandse ziekenhuizen goederen en apparatuur die niet meer worden gebruikt en brengt die naar ziekenhuizen in Gambia.
Stichting Hospital zorg voor Gambia
Vraag 23 2 punten
Malika is sinds kort vrijwilliger bij Stichting Hospital. Ze heeft op school geleerd welke kenmerken bij een ontwikkelingsland horen. Horen de volgende kenmerken bij een ontwikkelingsland? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. ja nee lage bevolkingsgroei lage levensverwachting lage werkloosheid
Bekijk het antwoord
- ja nee lage bevolkingsgroei x lage levensverwachting x lage werkloosheid x indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Vraag 24 1 punt
Malika vindt dat Stichting Hospital goed werk verricht door ziekenhuizen te moderniseren. Ze vindt dat Stichting Hospital ook op een andere manier zou kunnen helpen, bijvoorbeeld in de vorm van noodhulp. Wat is een voorbeeld van noodhulp die Stichting Hospital direct na een natuurramp zou kunnen bieden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 25 1 punt
Eén ziekenhuis is al helemaal gemoderniseerd met apparatuur uit Nederland. Malika zegt: “Maar door een slechte infrastructuur in Gambia hebben nog maar weinig patiënten er gebruik van kunnen maken.” Leg de uitspraak van Malika met een voorbeeld uit.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste uitleg: Door slechte wegen is het ziekenhuis moeilijk bereikbaar. (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 26 1 punt
Er is nog een ander probleem in Gambia. Van de 2.100.000 inwoners van Gambia kan namelijk 63% niet lezen en schrijven. Bereken het aantal inwoners van Gambia dat niet kan lezen en schrijven. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: 2.100.000 x 0,63 = 1.323.000 (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 27 2 punten
Malika vindt het nationaal inkomen in Gambia laag. Ze onderzoekt wat de landen van de Europese Unie (EU) kunnen doen, waardoor het nationaal inkomen in Gambia kan toenemen. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door bij (1) en (2) de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Vul bij (3) zelf een antwoord in.
Bekijk het antwoord
- (1) import (2) toeneemt (1)
- (3) voorbeeld van een juist antwoord: het afschaffen van invoerrechten (1)
Pierre’s Pizzeria
Pierre is eigenaar van Pierre’s Pizzeria. Pierre heeft een pizzarobot aangeschaft. Dit is een machine die zelfstandig pizza’s kan bereiden. Klanten kunnen via een bestelcomputer een pizza kiezen en betalen. Door de aanschaf van de pizzarobot is Pierre vanaf nu ook de enige medewerker in de pizzeria. Het overige personeel heeft hij ontslagen.
Vraag 28 1 punt
In het overzicht staan gegevens over de oude situatie toen Pierre nog geen pizzarobot had en de nieuwe situatie met pizzarobot.
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
oude situatie zonder pizzarobot nieuwe situatie met pizzarobot aantal medewerkers: 4 aantal medewerkers: 1 totale productie pizza’s per dag: 120 totale productie pizza’s per dag: 120
Welke conclusie over de arbeidsproductiviteit per dag is juist?
A De arbeidsproductiviteit is na aanschaf van de pizzarobot gedaald.
B De arbeidsproductiviteit is na aanschaf van de pizzarobot gelijk gebleven.
C De arbeidsproductiviteit is na aanschaf van de pizzarobot gestegen.
Vraag 29 1 punt
De aanschaf van de pizzarobot heeft invloed op de bedrijfskosten van Pierre. Door het ontslaan van personeel zijn bijvoorbeeld de loonkosten gedaald. Noem een voorbeeld van bedrijfskosten die gestegen kunnen zijn door aanschaf van de pizzarobot. Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − onderhoudskosten, bijvoorbeeld een monteur inhuren bij technische problemen − energiekosten, bijvoorbeeld de pizzarobot gebruikt veel elektriciteit (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 30 2 punten
Een voorbeeld van een pizza die de pizzarobot kan bereiden, is pizza Hawaii. In de prijsopbouw van een pizza Hawaii ontbreken twee omschrijvingen.
Bekijk het antwoord
- (1) verkoopprijs exclusief btw (1)
- (2) btw (1)
prijsopbouw pizza Hawaii omschrijving bedrag inkoopprijs € 1,28 brutowinstopslag + € 7,21 + ………..(1)……….. € 8,49 ………..(2)……….. + € 0,76 + consumentenprijs € 9,25
Welke omschrijving moet staan bij (1) en welke bij (2)? Kies uit de volgende omschrijvingen:
- bedrijfskosten
- btw
- inkoopwaarde
- verkoopprijs exclusief btw
- verkoopprijs inclusief btw
- winkelprijs
(1) .............................................................................................................
(2) .............................................................................................................
BB-0233-a-o
Vraag 31 1 punt
In de grafiek staat de verdeling van de omzet in week 10 van Pierre’s Pizzeria.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Welke berekening is juist om te bepalen hoeveel procent van de omzet uit brutowinst bestaat?
A (€ 1.000 : € 4.000) x 100%
B (€ 1.000 : € 5.000) x 100%
C (€ 4.000 : € 5.000) x 100%
D (€ 5.000 : € 4.000) x 100%
Vraag 32 1 punt
Pierre kijkt naar de omzetverdeling in week 10. De bedrijfskosten in die week bedroegen € 2.750. Bereken de nettowinst in week 10 van Pierre’s Pizzeria. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 4.000 ─ € 2.750 = € 1.250 (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 33 1 punt
Pierre onderzoekt zijn bedrijfskosten in week 10 door nogmaals naar de omzetverdeling te kijken. Hij zegt: “Stel dat in week 10 de bedrijfskosten hoger waren uitgevallen. Welke invloed zou dat hebben op de brutowinst?”
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Economie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0233-a-21-1-o
Andere examens economie vmbo-bb
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 33. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (7), productie en kosten (7) en arbeidsmarkt (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0233-a-21-1-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-bb 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.