Eindexamen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Suze, Keep Frozen, Havaianas, Cheng, Bestelzuil, Hulp uit Nederland.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 32. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (10), inkomen en consumptie (6) en productie en kosten (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Arbeidsmarkt1-3, 12-13, 24-2810
Inkomen en consumptie4, 19-236
Productie en kosten7-115
Internationale handel14-185
Geld en inflatie5-62
Overheid en belastingen321

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 5 examens economie vmbo-bb sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Suze

Suze is 19 jaar en heeft direct na haar ROC- opleiding een baan gevonden. In een magazijn zorgt ze er als logistiek medewerker voor dat alle goederen op de juiste plek terechtkomen.

Informatiebron 1

startsalaris maximumsalaris functie bruto per maand *) bruto per maand *) logistiek medewerker € 1.700 € 2.700 *) exclusief 8% vakantiegeld

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 1 1 punt

Suze verdient het startsalaris. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door bij (1) het juiste woord te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Vul bij (2) zelf een antwoord in.

Bekijk het antwoord
  • (1) hoger (2) voorbeelden van een juist antwoord: − belastingen − sociale premies indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Het bedrag van Suzes brutosalaris is …(1)… (hoger / lager) dan het bedrag van haar nettosalaris. Het verschil tussen beide bedragen wordt veroorzaakt door …(2)….

(1) ............................................................................................................

(2) ............................................................................................................

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 2 2 punten

Suze verdient het startsalaris. Bereken het totale brutojaarsalaris van Suze. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • € 1.700 x 12 = € 20.400 (1)
  • € 20.400 x 1,08 = € 22.032 (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 3 1 punt

Noem een verklaring waarom andere medewerkers in dezelfde functie per uur een hoger salaris krijgen dan Suze.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste verklaring: − meer werkervaring − hogere productiviteit − tussentijds bijgeschoold (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 4 1 punt

Suze woont sinds kort in een huurwoning. Ze ontvangt maandelijks € 47 huurtoeslag. Haar totale inkomen bestaat uit de volgende onderdelen:

  • salaris
  • huurtoeslag Welke vormen van inkomen ontvangt Suze? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. inkomen uit inkomen uit inkomen uit arbeid bezit overdracht salaris huurtoeslag
Bekijk het antwoord
  • inkomen uit inkomen uit inkomen uit arbeid bezit overdracht salaris x huurtoeslag x indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Informatiebron 2

termijnbedrag duur totaal kredietbedrag per maand kredietovereenkomst € 1.000 € 24,42 54 maanden € 1.000 € 33,56 36 maanden

Vraag 5 1 punt

Suze heeft incidentele uitgaven. Om die te kunnen betalen, kan ze een lening afsluiten. Maar geld lenen kost wel extra geld. Welk economisch begrip hoort bij dit extra geld?

  1. A aflossing
  2. B dividend
  3. C rente
  4. D sparen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 6 2 punten

Suze sluit een lening af met een looptijd van 36 maanden. Bereken de totale kosten van de lening. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 36 x € 33,56 = € 1.208,16 (1)
  • € 1.208,16 - € 1.000 = € 208,16 (1)

Keep Frozen

Welkom bij Keep Frozen! Bij ons in de fabriek wordt verse groente verwerkt tot een diepvriesproduct. Onze producten zijn lang houdbaar en door de consument makkelijk klaar te maken. Eet smakelijk!

Vraag 7 1 punt

Keep Frozen heeft de vorige periode afgesloten met brutowinst. In welke situatie ontstaat brutowinst?

  1. A als de bedrijfskosten hoger zijn dan de omzet
  2. B als de inkoopwaarde hoger is dan de omzet
  3. C als de omzet hoger is dan de btw
  4. D als de omzet hoger is dan de inkoopwaarde
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 8 1 punt

In welke regel staan uitsluitend juiste voorbeelden van bedrijfskosten?

  1. A btw, huisvestingskosten en verkoopkosten
  2. B huisvestingskosten, loonkosten en verkoopkosten
  3. C inkoopwaarde van de verkopen, loonkosten en btw
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 9 1 punt

Consumenten hebben voordeel van de productie door Keep Frozen. In de fabriek worden de groenten bijvoorbeeld schoongemaakt, gesneden en lang houdbaar gemaakt. Maar voor de samenleving kunnen er ook nadelen van deze productie zijn. Welk economisch begrip hoort bij het nadeel voor de samenleving van de productie en de consumptie?

  1. A consumentengedrag
  2. B economische crisis
  3. C maatschappelijke kosten
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Informatiebron 3

bedrijfsgegevens Keep Frozen productie per uur 1.620 diepvriesproducten productiedagen maandag tot en met zaterdag aantal uur productie per dag 8 uur

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 10 1 punt

Bereken de totale wekelijkse productie. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 1.620 x 8 uur x 6 dagen = 77.760 diepvriesproducten per week (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 11 1 punt

Keep Frozen wil een nieuwe machine kopen. Door de nieuwe machine stijgt de productie van diepvriesproducten per week met 15%. De nieuwe machine moet ook zorgen voor een stijging van de arbeidsproductiviteit. Wanneer stijgt in elk geval de arbeidsproductiviteit?

  1. A als het aantal werkuren van de medewerkers meer dan 15% stijgt
  2. B als het aantal werkuren van de medewerkers met precies 15% stijgt
  3. C als het aantal werkuren van de medewerkers minder dan 15% stijgt
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Informatiebron 4

werkzaamheden oud nieuw werkrooster werkrooster

van 8.00 tot van 8.00 tot van 11.00 tot van 14.00 tot werktijden 17.00 uur 11.00 uur 14.00 uur 17.00 uur grondstoffen Alisa Alisa Brian Ceyda voorbereiden machines bedienen Brian Ceyda Alisa Brian producten inpakken Ceyda Brian Ceyda Alisa

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 12 1 punt

De directeur van Keep Frozen zoekt naar meer mogelijkheden om de arbeidsproductiviteit te laten stijgen. Hij wil voor drie productie- medewerkers een nieuw werkrooster invoeren. Noem een verklaring waarom de arbeidsproductiviteit van deze productiemedewerkers zou kunnen stijgen door het nieuwe werkrooster.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste verklaring: Het werk is voor de medewerkers afwisselender geworden (waardoor ze harder gaan werken). (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 13 1 punt

Welke twee kenmerken van arbeid zijn van toepassing op de productiemedewerkers in het werkrooster?

  1. A leidinggevende arbeid en onbetaalde arbeid
  2. B leidinggevende arbeid en betaalde arbeid
  3. C uitvoerende arbeid en betaalde arbeid
  4. D uitvoerende arbeid en onbetaalde arbeid
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Havaianas

Havaianas is een merk slippers. Ze worden alleen in Brazilië geproduceerd en van daaruit over de hele wereld geëxporteerd. In Brazilië kosten de slippers in de winkel omgerekend € 5 per paar. In Nederland betaal je voor precies hetzelfde paar € 20. Kees gaat binnenkort naar Brazilië, hij zegt: “Ik wacht wel even met slippers kopen tot ik daar ben.”

Vraag 14 2 punten

Kunnen de volgende oorzaken een verklaring zijn voor het verschil in winkelprijs van hetzelfde paar slippers tussen Brazilië en Nederland? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. wel een geen verklaring verklaring importheffingen van de Europese Unie (EU) invloed van marketing lagere productiekosten in Brazilië

Bekijk het antwoord
  • wel een geen verklaring verklaring importheffingen van de Europese Unie (EU) x invloed van marketing x lagere productiekosten in Brazilië x indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Vraag 15 1 punt

De EU kan door contingentering de handel in teenslippers uit Brazilië naar de EU beïnvloeden. Stel dat de EU deze maatregel invoert. Welk gevolg heeft deze contingentering dan voor Brazilië?

  1. A Brazilië mag een maximale hoeveelheid slippers naar Europa exporteren.
  2. B Brazilië mag een maximale hoeveelheid slippers naar Europa importeren.
  3. C Brazilië mag een minimale hoeveelheid slippers naar Europa exporteren.
  4. D Brazilië mag een minimale hoeveelheid slippers naar Europa importeren.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 16 1 punt

In de Braziliaanse fabriek worden jaarlijks miljoenen slippers geproduceerd. Kees zegt: “Stel je eens voor dat de fabriek naar Nederland wordt verplaatst, dat zou hier zorgen voor een enorme toename van de werkgelegenheid.” Behalve het voordeel dat Kees noemt, zijn er ook nadelen. Noem een nadeel voor Nederland van het verplaatsen van de productie van Brazilië naar Nederland.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Het zorgt voor meer (lucht)vervuiling. − Het zorgt voor hogere productiekosten (en winkelprijzen). (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Informatiebron 5 Nederlandse import vanuit en export naar Brazilië

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 17 1 punt

Nederland importeert nog meer goederen uit Brazilië dan alleen slippers. Bovendien exporteert Nederland goederen naar Brazilië. De grafiek toont het onderdeel goederen van de betalingsbalans van Nederland met Brazilië. Welke conclusie over 2018 is juist?

  1. A Het saldo is € 1.600.000.000 negatief.
  2. B Het saldo is € 1.600.000.000 positief.
  3. C Het saldo is € 2.400.000.000 positief.
  4. D Het saldo is € 4.000.000.000 negatief.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 18 2 punten

In de Rotterdamse haven komen alle slippers uit Brazilië aan die bestemd zijn voor de landen van de EU. Zijn de volgende beweringen juist of onjuist? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. juist onjuist Alle handelspartners van Nederland horen bij de EU. Alle landen van de EU hebben de euro als munteenheid. Alle landen van de EU hebben onderling vrij verkeer van goederen.

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist Alle handelspartners van Nederland horen bij de EU. x Alle landen van de EU hebben de euro als x munteenheid. Alle landen van de EU hebben onderling vrij verkeer x van goederen. indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Cheng

Informatiebron 7

Hoi, ik ben Cheng. Wil je mij vandaag helpen met mijn financiën? Ik heb zojuist wat gegevens opgezocht. Mijn maandelijkse inkomsten en uitgaven zijn:

  • boodschappen € 250
  • loon € 1.800
  • ontvangen rente € 2
  • uitgaan € 110
  • vaste lasten € 1.250

Vraag 19 1 punt

Noem een voorbeeld van vaste lasten. Geef ook een verklaring waarom dit voorbeeld bij vaste lasten hoort.

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen een scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.

voorbeeld ..................................................................................................

..................................................................................................................

verklaring ..................................................................................................

..................................................................................................................

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 20 2 punten

Bereken hoeveel euro Cheng per maand spaart. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • inkomsten: € 1.800 + € 2 = € 1.802 (1)
  • uitgaven: € 250 + € 110 + € 1.250 = € 1.610 - spaarbedrag per maand: € 192 (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 21 1 punt

Het berekende spaarbedrag valt Cheng tegen. Hij zegt: “Ik moet een hoger bedrag per maand over kunnen houden. Ik geef veel geld uit aan boodschappen en vaste lasten.” Cheng gaat op zoek naar informatie en komt terecht op de website van het Nibud. Welke werkzaamheden voert het Nibud uit?

  1. A Ze adviseren over het omgaan met geld.
  2. B Ze informeren over aanbiedingen bij supermarkten.
  3. C Ze openen spaarrekeningen voor huishoudens.
  4. D Ze stellen vergelijkende warenonderzoeken op.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 22 2 punten

Cheng denkt dat marketing invloed heeft op zijn consumentengedrag, vooral in de supermarkt, tijdens het boodschappen doen. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door bij (1) en (2) de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Vul bij (3) zelf een antwoord in.

Bekijk het antwoord
  • (1) bevorderen van de verkoop (2) commerciële (3) voorbeelden van een juist antwoord: − promotie(beleid) − prijs(beleid) indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Marketing heeft als doel het …(1)… (bevorderen van de verkoop / maken van reclame). Winkels, zoals supermarkten, gebruiken deze …(2)… (commerciële / sociale) beïnvloeding om het koopgedrag van consumenten te sturen. Hierbij gebruiken zij een aantal marketinginstrumenten. Eén van de instrumenten uit de marketingmix is …(3)….

(1) ............................................................................................................

(2) ............................................................................................................

(3) ............................................................................................................

Vraag 23 1 punt

Een vriendin van Cheng probeert te helpen. Zij heeft een bespaartip voor Chengs supermarktuitgaven. Met welke tip bespaar je uitgaven in de supermarkt?

  1. A Gebruik geld meer als ruilmiddel.
  2. B Stap over op collectieve goederen.
  3. C Zorg voor meer zelfvoorziening.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bestelzuil

Toen ik in 2005 nog werkte in het hamburgerrestaurant, bestond het personeel voor de helft uit keukenmedewerkers en voor de andere helft uit kassiers. Als ik nu het restaurant bezoek, geef ik mijn bestelling bijna altijd op bij een computer (bestelzuil) en is er nog nauwelijks een kassier. Saai hoor!

Paula, oud-medewerker hamburgerrestaurant

Een consument geeft een bestelling door bij de bestelzuil.

Vraag 24 2 punten

Zijn de volgende beweringen over de bestelzuil juist of onjuist? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. juist onjuist Een bestelzuil is een vorm van automatisering. Een bestelzuil vervangt arbeid bij het hamburgerrestaurant. Een bestelzuil wordt onderdeel van de beroepsbevolking op het moment dat de zuil werk overneemt van werknemers.

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist Een bestelzuil is een vorm van automatisering. x Een bestelzuil vervangt arbeid bij het x hamburgerrestaurant. Een bestelzuil wordt onderdeel van de beroepsbevolking op het moment dat de zuil werk x overneemt van werknemers. indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Vraag 25 1 punt

Vooral oudere medewerkers zijn sinds de komst van de bestelzuil ontslagen. Hun werk werd volledig overgenomen door de computer, net zoals bij Paula. Welke vorm van werkloosheid was toen op Paula van toepassing?

  1. A conjuncturele werkloosheid
  2. B regionale werkloosheid
  3. C seizoenswerkloosheid
  4. D structurele werkloosheid
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 26 1 punt

Toen Paula werd ontslagen kwam ze terecht bij het UWV. Maak de volgende zin juist.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Het UWV is een …

A consumentenorganisatie.

B overheidsinstelling.

C werkgeversvereniging.

Vraag 27 2 punten

Bij het UWV kreeg Paula direct te horen dat er een overschot is op de arbeidsmarkt voor horecamedewerkers. Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Bekijk het antwoord
  • (1) geregistreerde (2) ongunstig (3) groter indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Doordat Paula zich meldde bij het UWV, is het aantal …(1)… (geregistreerde / verborgen) werklozen gestegen. Een overschot op de arbeidsmarkt is …(2)… (gunstig / ongunstig) voor een werkzoekende. Het betekent dat het aanbod van arbeid …(3)… (groter / kleiner) is dan de vraag naar arbeid.

(1) ............................................................................................................

(2) ............................................................................................................

(3) ............................................................................................................

Vraag 28 1 punt

Paula is inmiddels 68 jaar, ze werkt niet meer en is met pensioen. Zijn de volgende beweringen over Paula juist of onjuist? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. juist onjuist Paula is op dit moment onderdeel van de arbeidsmarkt. Paula is op dit moment onderdeel van de beroepsbevolking.

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist Paula is op dit moment onderdeel van de x arbeidsmarkt. Paula is op dit moment onderdeel van de x beroepsbevolking. indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Hulp uit Nederland

Armoede tegengaan is voor Nederland een belangrijk doel bij het geven van hulp aan ontwikkelingslanden.

Vraag 29 2 punten

Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door bij (1) en (2) de juiste woorden te noteren. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Vul bij (3) zelf een antwoord in.

Bekijk het antwoord
  • (1) lager (2) minder goed (3) voorbeelden van een juist antwoord: − eten/voeding − kleding − onderdak indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Het niveau van de welvaart in ontwikkelingslanden is …(1)… (hoger / lager) dan in Nederland. Een oorzaak voor dit verschil is het relatief lage inkomen van de bevolking in ontwikkelingslanden. Hierdoor kunnen zij …(2)… (beter / minder goed) voorzien in hun basisbehoeften, zoals …(3)….

(1) ............................................................................................................

(2) ............................................................................................................

(3) ............................................................................................................

Vraag 30 1 punt

Volgens een Europese afspraak zou elk land 0,7% van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp moeten besteden. In 2019 gaf Nederland € 4,76 miljard uit aan ontwikkelingshulp. Het nationaal inkomen was in dat jaar € 780 miljard. Toon met een berekening aan dat Nederland in 2019 die 0,7% niet haalde. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste berekening: − € 780 miljard x 0,7% = € 5,46 miljard − (€ 4,76 miljard : € 780 miljard) x 100% = 0,61% (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 31 1 punt

Een deel van de Nederlandse ontwikkelingshulp bestaat uit het geven van voedselpakketten en medicijnen, met als doel op korte termijn mensen te laten overleven. Om welke vorm van hulp gaat het hier?

  1. A om gebonden hulp
  2. B om inkomenshulp
  3. C om noodhulp
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Vraag 32 1 punt

Op welke manier financiert de Nederlandse overheid de uitgaven aan ontwikkelingshulp?

  1. A door belastinginkomsten van burgers en bedrijven
  2. B door giften van hulporganisaties, zoals Oxfam Novib en Cordaid
  3. C door het gratis te geven aan het ontwikkelingsland
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 2 punten

Behalve de overheid kunnen ook bedrijven en consumenten helpen om de welvaart in ontwikkelingslanden te verbeteren. Hebben de volgende situaties een positieve of een negatieve invloed op de welvaart in ontwikkelingslanden? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. positieve negatieve invloed invloed Nederlandse bedrijven verhogen de import van goederen uit ontwikkelingslanden. De Nederlandse overheid verhoogt de invoerrechten op goederen uit ontwikkelingslanden. Nederlandse consumenten verhogen hun uitgaven aan fair-trade-producten uit ontwikkelingslanden.

Bekijk het antwoord
  • positieve negatieve invloed invloed Nederlandse bedrijven verhogen de import van x goederen uit ontwikkelingslanden. De Nederlandse overheid verhoogt de invoerrechten op goederen uit x ontwikkelingslanden. Nederlandse consumenten verhogen hun uitgaven aan fair-trade-producten uit x ontwikkelingslanden. indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Economie 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0233-a-22-1-o

Andere examens economie vmbo-bb

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 32. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (10), inkomen en consumptie (6) en productie en kosten (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0233-a-22-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-bb 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.