Eindexamen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Door de tijd heen, Prehistorie en oudheid, De middeleeuwen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.
Het centraal examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over historische vaardigheden (8), tijd van ontdekkers en hervormers (4) en tijd van burgers en stoommachines (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Historische vaardigheden | 1, 8, 11-12, 15, 18, 20, 22 | 8 |
| Tijd van ontdekkers en hervormers | 6-7, 9-10 | 4 |
| Tijd van burgers en stoommachines | 13-14, 16-17 | 4 |
| Koude Oorlog | 23-26 | 4 |
| Tijd van Grieken en Romeinen | 2-3 | 2 |
| Tijd van wereldoorlogen | 19, 21 | 2 |
| Tijd van monniken en ridders | 4 | 1 |
| Tijd van steden en staten | 5 | 1 |
| Tijd van televisie en computer | 27 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 2 examens geschiedenis vwo (bezemexamen) sinds 2022: dit examen vroeg meer over historische vaardigheden (30% van de vragen, gemiddeld 21%) en Koude Oorlog (15% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over tijd van regenten en vorsten (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en tijd van pruiken en revoluties (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Door de tijd heen
De volgende gebeurtenissen, die te maken hebben met de verwoesting van steden, staan in willekeurige volgorde:
1 Colonia, de hoofdstad van de Romeinse provincie Germania Secunda, werd verwoest door Germanen.
2 De Griekse dichter Homerus beweerde dat de stad Troje verwoest werd door een leger dat onder leiding stond van Agamemnon, de koning van de Griekse stadsstaat Mycene.
3 De stad Geyne, waarvan de verdediging verzwakt was door financieel wanbeleid van de bisschop van Utrecht, werd verwoest toen de graaf van Holland het Sticht Utrecht veroverde.
4 Legers die de islam verspreidden in Noord-Afrika verwoestten de stad Leptis Magna, waarna de ruïnes verdwenen onder het woestijnzand.
5 Op bevel van keizer Karel V werd de stad Terwaan volledig afgebrand, de wegen erheen opgebroken en de velden eromheen met zout doorploegd.
6 Spaanse legers brandden de stad Coevorden tot de grond af omdat de stad zich aan de kant van de Nederlandse opstandelingen had geschaard.
Vraag 1 2 punten
Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.
Prehistorie en oudheid
In de Griekse stadstaat Gortyn was adoptie geregeld via de wet. Een burger mocht zelf bepalen wie hij wilde adopteren, waarbij het veelal om jonge volwassen mannen ging. Twee gegevens over de artikelen over adoptie in de wet van Gortyn:
1 In de wet stond dat een burger verplicht was een voorgenomen adoptie op de agora (de marktplaats) aan te kondigen tijdens de volksvergadering.
2 Deze wet werd op de muur bij de agora als inscriptie aangebracht.
Vraag 2 2 punten
Geef voor elk van beide gegevens apart aan waardoor dit de politieke stabiliteit van de stadsstaat beschermde.
Bekijk het antwoord
- Door te bepalen dat een burger niet mocht adopteren zonder zijn medeburgers te informeren, werd voorkómen dat het onduidelijk was welke mannen in de stadsstaat het burgerschap hadden / dat ongeschikte/ongewenste mannen burgerschap kregen (1)
- Door de wet als inscriptie aan te brengen op de muur bij de agora, waren de burgers goed op de hoogte van de regels rondom nieuwe burgers/hun rechten en plichten / werd ingrijpen bij misstanden makkelijker (1)
Gebruik bron 1. Keizer Claudius ondervindt tijdens zijn regeringsperiode veel tegenstand van Romeinse senatoren.
Vraag 3 3 punten
Toon aan dat Claudius met deze speech:
- suggereert dat hij de bloei van het Romeinse Rijk wil bevorderen, waarbij je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en tegelijkertijd
- zijn eigen politieke positie wil verstevigen.
Bron 1
In het jaar 48 wordt in de Romeinse senaat (bestuurlijk orgaan) een debat gevoerd over het opnemen van Galliërs1) in de senaat. Hierin zegt de Romeinse keizer Claudius:
Wat is Sparta en Athene, militaire grootmachten van weleer, fataal geworden? Er is maar één antwoord: ze hielden hun tegenstanders, nadat ze hen verslagen hadden, op afstand en behandelden hen als ongewenste vreemdelingen. Neem daarentegen Romulus, de stichter van onze stad. Hij was zo verstandig om tal van volken nog op dezelfde dag als waarop zij de wapens tegen ons opnamen in de gemeenschap van burgers op te nemen. (…) Als men al die oorlogen de revue laat passeren, dan is er niet één zo snel beëindigd als die tegen de Galliërs. Sindsdien was het constant vrede, niemand pleegde verraad. In cultureel opzicht hebben ze zich al helemaal met ons vermengd, er zijn familiebanden aangeknoopt, het is veel beter wanneer zij hun goud bij ons inbrengen dan wanneer zij het voor zichzelf houden doordat wij hen op afstand houden.
noot 1 Gallië is een provincie van het Romeinse Rijk.
Vroegmoderne tijd
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- Claudius suggereert dat het opnemen van Galliërs in de Senaat de bloei van het Romeinse Rijk bevordert omdat (een van de volgende): (2p)
- dit het Romeinse Rijk voor opstanden/oorlog behoedt, door te zeggen dat het onverstandig is overwonnen volken niet op te nemen / dat het opnemen van de overwonnen volkeren al sinds Romulus de Romeinse methode is.
- dit de economische bloei van het Romeinse Rijk zal bevorderen, door te zeggen dat de Galliërs door de toelating hun goud zullen delen met de Romeinen.
Opmerking Alleen als het antwoord op de eerste deelvraag een combinatie is van een juiste suggestie van Claudius en een passende verwijzing naar bron, worden scorepunten toegekend.
De middeleeuwen
In 795 bepaalde de Frankische koning Karel de Grote (747-814) dat op de koninklijke domeinen in zijn rijk ambachtslieden aanwezig moesten zijn, zoals smeden, schildenmakers, schoenmakers, leerlooiers, timmerlui, vissers, bakkers, en mensen die bier, cider en perenwijn konden bereiden. Je concludeert dat deze bepaling het mogelijk maakte dat Karel de Grote en zijn hofhouding bij elk domein in zijn rijk kon verblijven.
Vraag 4 4 punten
Ondersteun deze bewering door uit te leggen:
- waardoor de economische verandering na de val van het West-Romeinse Rijk deze bepaling noodzakelijk maakte, en
- met een politiek argument dat Karel de Grote als vorst in die tijd voortdurend moest rondreizen.
Bekijk het antwoord
- door de val van het West-Romeinse Rijk de handel grotendeels tot stilstand kwam / het onveilig werd over langere afstanden te handelen, zodat het noodzakelijk werd dat de domeinen zelf voor ambachtelijke producten zorgden / zelfvoorzienend werden op ambachtelijk gebied (2)
- Karel de Grote een feodaal heer/leenheer was, zodat hij het persoonlijk contact met zijn vazallen moest onderhouden om ervoor te zorgen dat de vazallen bleven voldoen aan hun plichten / trouw bleven aan hem (2)
In 1339 sloten de hertog van Brabant en de graaf van Vlaanderen het Eeuwigdurend Verbond, een verdrag met veertien Brabantse en Vlaamse steden. Hierin werd onder andere vastgelegd dat:
1 er een gemeenschappelijke munt kwam en een commissie die erop toezag dat de waarde van de munt constant bleef. De steden leverden zes vertegenwoordigers, de landsheren ieder twee.
2 er een speciale rechtbank kwam om onderlinge conflicten op te lossen. De zes grootste steden leverden elk één vertegenwoordiger, de landsheren ieder twee.
Vraag 5 2 punten
Beredeneer welke politieke ontwikkeling in de late middeleeuwen je kunt aantonen met van dit verdrag, waarbij je je antwoord ondersteunt met een kenmerkend aspect.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als het antwoord een juist kenmerkend aspect bevat zonder een juiste verwijzing naar het verdrag, worden geen scorepunten toegekend.
Vroegmoderne tijd
Het Eeuwigdurend Verbond uit 1339 (zie vraag 5) werd vanaf 1576 verschillende keren gedrukt in de Noordelijke Nederlanden.
Vraag 6 2 punten
Geef een politieke verklaring voor deze hernieuwde belangstelling.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als in het antwoord wordt ingegaan op de centralisatiepolitiek van de Spaanse koning / het verliezen van privileges aan de Spaanse koning, worden scorepunten toegekend.
In 1517 werd aan de Universiteit van Leuven het Collegium Trilingue (Drietalencollege) opgericht. Aan dit Collegium Trilingue werden in gratis en vrij toegankelijke lessen drie talen (Hebreeuws, Grieks en Latijn) onderwezen waarmee teksten van de Bijbel konden worden gelezen. De oprichting van het Collegium Trilingue past bij de vroegmoderne tijd.
Vraag 7 3 punten
Toon dit aan door:
- aan te geven waardoor dit college kon bijdragen aan de reformatie, en
- twee andere kenmerkende aspecten uit de zestiende eeuw te noemen waarmee je de oprichting van het Collegium Trilingue kunt verklaren.
Bekijk het antwoord
- Door het bestuderen van de teksten onstond kritiek op de Bijbelvertaling die door de katholieke kerk werd gebruikt / werd het mogelijk om de Bijbel zelf te bestuderen en daardoor de katholieke leer te bekritiseren (1)
- ‘de hernieuwde heroriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid’ en (1)
- ‘het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling’ (1)
Een gegeven: Lakenkoopman Evert Thijsz zei tijdens een gesprek in Amsterdam onder andere dat Willem van Oranje het recht had zich Hollandse steden toe te eigenen en dat de Beeldenstorm 'Gods wil' was geweest. Na dit gesprek werd Evert opgepakt en in opdracht van het Amsterdamse stadsbestuur veroordeeld tot een boete van 300 gulden en een verbanning uit de stad voor drie jaar. Je concludeert dat de veroordeling van Thijsz moet hebben plaatsgevonden voor de Alteratie van Amsterdam.
Vraag 8 2 punten
Leg deze conclusie uit.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat vóór de Alteratie het Amsterdamse stadsbestuur in katholieke handen was, die de Beeldenstorm veroordeelde (als veroorzaakt door protestanten) / die de opstand tegen Filips II afwees, en iedereen die daar positief over was liet straffen. (2)
Gebruik bron 2. Er worden door historici verschillende jaartallen genoemd voor de vervaardiging van deze prent, maar een aantal denkt dat de prent is gemaakt na 1579.
Vraag 9 3 punten
Ondersteun de interpretatie dat de prent na 1579 is gemaakt door:
- aan te geven welke politieke verandering in 1579 plaatsvindt in de Nederlanden, en
- uit te leggen welke boodschap met deze prent wordt verspreid, waarbij je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron.
Bron 2
Een Nederlandse gravure met de titel Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse varkens!:
Toelichting: Op de omheining staan de namen en wapens van Hollandse steden, op het toegangshek het wapen van Willem van Oranje. Links de zee, met schepen waarop de namen van Zeeuwse steden staan, die zijn bemand door ganzen, een verwijzing naar watergeuzen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- door af te beelden dat (een van de volgende): (1p)
- Spaanse soldaten als varkens het land verwoesten.
- de Nederlandse leeuw de gewesten in de Unie verdedigt.
- de Unie binnen de omheining veilig is voor de aanval van de (Spaanse) varkens (als de poort gesloten blijft).
- de Hollandse en Zeeuwse schepen ten strijde trekken tegen de Spanjaarden.
Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag een juiste politieke boodschap wordt genoemd, wordt 1 scorepunt toegekend aan een passende verwijzing naar de bron.
Gebruik bron 3. Enkele Nederlandse gewesten bieden Leicester aan om landvoogd te worden namens de Engelse koningin. Leicester gaat in op het aanbod, maar Elisabeth I keurt dit af en eist dat hij de functie weer neerlegt.
Vraag 10 4 punten
Licht de gebeurtenissen in de winter 1585-1586 toe door:
- zonder bron aan te geven welk politiek probleem de gewesten met het aanbod aan Leicester wilden oplossen, en
- uit te leggen dat je de beschrijving van Leicester van de reacties op zijn bezoek minder betrouwbaar vindt vanwege zijn positie, en
- zonder bron met een politieke reden de afwijzing van Elisabeth I te verklaren.
Bron 3
In de winter van 1585-1586 stuurt de protestantse Engelse koningin Elisabeth I de Engelse graaf van Leicester naar de Noordelijke Nederlanden. Hij schrijft over zijn bezoek aan Delft in een brief:
Ik smeek uwe majesteit dankbrieven te verzenden aan de steden die mij zo eervol en rijkelijk hebben ontvangen in de naam van uwe majesteit; zoals Dordrecht, Rotterdam en deze stad Delft, die alle drie opmerkelijke steden zijn. (…) De stad [Delft] is in pracht en gerechtigheid bijna gelijk aan Londen en heeft me op zeer eervolle wijze ontvangen, zoals de brengers van deze brief u kunnen vertellen, met de grootste optredens die ik ooit zag. En er was een enorm kabaal, zowel hier als in Rotterdam en Dordrecht, waar 'God zegene de koningin' werd geroepen alsof het Cheapside [wijk in Londen] betrof. Deze steden willen alleen de koningin van Engeland als soeverein, dat verzeker ik u.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als het antwoord bij de tweede deelvraag een combinatie bevat van een uitleg van de mindere betrouwbaarheid en een verwijzing naar de beschrijving door Leicester, worden scorepunten toegekend.
Gebruik bron 4. Dit schilderij is in 1967 opgenomen in een Franse tentoonstelling over La vie en Hollande au XVIIème siècle (het leven in Holland in de zeventiende eeuw), omdat de samenstellers van de tentoonstelling vinden dat een schilderij van een straattafereel goed past bij de culturele bloei van de Republiek in de zeventiende eeuw.
Vraag 11 2 punten
Leg uit welke redenering de tentoonstellingsmakers hebben gevolgd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als het antwoord ingaat op het bestaan van een universiteit / op de wetenschap in de Republiek, worden geen scorepunten toegekend (omdat het antwoord niet ingaat op het afbeelden van een straattafereel).
Gebruik bron 5. Marat ondersteunt met dit artikel de verandering in de staatsrechtelijke positie van de koning die zich in Frankrijk voltrekt na 1789.
Vraag 12 2 punten
Leg uit welke verandering dit is.
Bron 5
Begin oktober 1789 breken in Parijs rellen uit over de hoge prijzen van brood. Een groep vrouwen marcheert naar het paleis van de Franse koning in Versailles en eist dat de koning meekomt naar Parijs. Op 7 oktober schrijft de journalist Jean Paul Marat in zijn krant L'Ami du peuple (De vriend van het volk):
De koning, de koningin, de kroonprins en het gevolg zijn om zeven uur in de avond aangekomen in de hoofdstad. Het is een feest voor de goede Parijzenaren dat ze nu eindelijk over hun koning kunnen beschikken. Zijn aanwezigheid zal snel verandering met zich meebrengen: de armen zullen niet langer sterven van de honger. Maar dit geluk zal spoedig als een droom voorbijgaan als we er niet voor zorgen dat de koninklijke familie hier in ons midden haar verblijf houdt totdat de grondwet in zijn geheel zal zijn aangenomen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als in het antwoord wordt ingegaan op het feit dat Marat met dit artikel de verandering ondersteunt van de (eerdere) absolute positie van de koning naar de (veranderde) positie van constitutioneel monarch, worden scorepunten toegekend.
Gebruik bron 6. Je concludeert dat Paul François Roos met de vergelijking in zijn gedicht een eenzijdig beeld weergeeft van slavernij.
Vraag 13 3 punten
Ondersteun deze conclusie door:
- uit te leggen welk eenzijdig beeld Roos weergeeft van slavernij, en
- aan te geven welk verlicht argument abolitionisten tegen de vergelijking van Roos zullen inbrengen.
Bron 5
Begin oktober 1789 breken in Parijs rellen uit over de hoge prijzen van brood. Een groep vrouwen marcheert naar het paleis van de Franse koning in Versailles en eist dat de koning meekomt naar Parijs. Op 7 oktober schrijft de journalist Jean Paul Marat in zijn krant L'Ami du peuple (De vriend van het volk):
De koning, de koningin, de kroonprins en het gevolg zijn om zeven uur in de avond aangekomen in de hoofdstad. Het is een feest voor de goede Parijzenaren dat ze nu eindelijk over hun koning kunnen beschikken. Zijn aanwezigheid zal snel verandering met zich meebrengen: de armen zullen niet langer sterven van de honger. Maar dit geluk zal spoedig als een droom voorbijgaan als we er niet voor zorgen dat de koninklijke familie hier in ons midden haar verblijf houdt totdat de grondwet in zijn geheel zal zijn aangenomen.
Bron 6
Tussen 1783 en 1789 publiceert Paul François Roos, directeur van een plantage in de Nederlandse kolonie Suriname, gedichten. Een voorbeeld daarvan is dit gedicht, waarin twee slaafgemaakten spreken over vrijheid:
Ik zal u van het vrij nog meer vertellen: Toen ik mijn meester mocht vergezellen naar het vrijheidminnende Nederland, dacht ik: zie zo! Nu zal ik leren de vrijheidswaarde te waarderen, omdat men daar de slaafsheid bant. Ik bedroog mij, want het arme vrij scheen erger daar dan slavernij.
Ik zag een reeks van arme blanken die het Opperwezen [God] zouden danken, indien zij het hadden zoals wij: Ik zag het kruien, torsen en zwoegen, ik zag hen trekken, graven en ploegen. Behoefte heerste aan hun zij: Toen dacht ik: Ach! Is dit nu vrij? Zo vrij is het ook in slavernij.
Moderne tijd
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag een verlicht standpunt wordt weergegeven, wordt 1 scorepunt toegekend.
Moderne tijd
In 1826 besloot koning Willem I dat er een 'Algemene Geschiedenis der Nederlanden' geschreven moest worden die betrekking had op alle delen van zijn koninkrijk.
Vraag 14 3 punten
Licht het besluit van Willem I toe door:
- uit te leggen welk politiek doel Willem I wilde bereiken met het laten schrijven van 'De Algemene Geschiedenis der Nederlanden', en
- met een gebeurtenis uit 1830 aan te tonen dat Willem I zijn doel niet bereikte.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als in het antwoord op de eerste deelvraag wordt aangegeven dat aandacht voor een gemeenschappelijk verleden leidt tot eenheid, worden scorepunten toegekend.
In 1847 publiceerde de Franse historicus Jules Michelet het eerste deel van een zevendelige reeks over het verloop van de Franse Revolutie. Drie uitgangspunten hierin waren:
1 Michelet wilde het gebruik van 'mondelinge geschiedenis' bevorderen: het interviewen van mensen om meer te weten te komen over hun leven en de gebeurtenissen die zij meegemaakt hadden.
2 Michelet benadrukte dat geschiedenis zich vooral zou moeten richten op het volk en niet alleen op de leiders of zijn instellingen.
3 Michelet vond dat het de taak van een historicus was om de geschiedenis zo te beschrijven dat het tot de verbeelding van de lezer sprak. Deze uitgangspunten van Michelet maken de betrouwbaarheid van zijn reeks als bron voor de geschiedenis van de Franse Revolutie zowel groter als kleiner.
Vraag 15 2 punten
Toon dit aan door:
- voor een uitgangspunt duidelijk te maken dat dit de betrouwbaarheid van zijn reeks vergroot, en
- voor een ander uitgangspunt duidelijk te maken dat dit de betrouwbaarheid van zijn reeks verkleint.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Kern van een juist antwoord is:
- De betrouwbaarheid van de reeks is groter omdat (een van de volgende): (1p)
- Michelet het belangrijk vond om ooggetuigen te interviewen, zodat hij over primair bronmateriaal beschikte (punt 1).
- Michelet verschillende kanten van de revolutie belichtte omdat hij niet alleen oog had voor de leiders / ook oog had voor het volk (punt 2).
- De betrouwbaarheid van de reeks is kleiner omdat (een van de volgende): (1p)
- Michelet ooggetuigen interviewde over gebeurtenissen van meer dan veertig jaar daarvoor, zodat het mogelijk was dat mensen fouten maakten / zich gebeurtenissen anders herinnerden (punt 1).
- Michelet vond dat de beschrijving tot de verbeelding moest spreken, waardoor hij mogelijk verhalen mooier maakte / selectief was in wat hij opnam (punt 3).
Opmerkingen
- Als in een antwoord alleen een juist uitgangspunt wordt genoemd zonder toelichting, wordt geen scorepunt toegekend.
- Als hetzelfde uitgangspunt meer dan één keer gebruikt wordt, wordt alleen bij de eerste vermelding 1 scorepunt toegekend.
Gebruik bron 7. Volgens historici is de Naval Defence Bill een reactie op zowel de buitenlandse politiek van Bismarck als de bestaande rivaliteit tussen Europese grootmachten.
Vraag 16 3 punten
Ondersteun deze visie door:
- met de bron uit te leggen dat de buitenlandse politiek van Bismarck bijdraagt aan de Naval Defence Bill, en
- zonder bron aan te geven op welke bestaande rivaliteit tussen Europese grootmachten de Naval Defence Bill een reactie is.
Bron 7
In 1889 neemt het Britse Parlement de Naval Defence Bill (Zeeverdedigingswet) aan. De Britse minister-president Lord Salisbury zegt hierover:
Het meest interessante punt is: wat is de verhouding tussen de vloot die we in
1894 hopen te hebben en de vloten van andere mogendheden? Het is een soort algemene regel van dit land
- als grote maritieme natie
- dat we altijd een vloot onder ons bevel zouden moeten hebben die gelijk is aan de combinatie van twee grote landen waartegen wij mogelijk zouden moeten vechten. Ik denk dat deze ideale toestand in 1894 zal zijn bereikt. In dat jaar zullen de gepantserde slagschepen van Engeland 77 zijn, die van Frankrijk 48, van Duitsland 40, van Rusland 27 en van Italië 19. Stel dat Duitsland en Frankrijk zich tegen ons verenigen
- ik denk niet dat die combinatie waarschijnlijk is
- dan kunnen ze slechts 88 gepantserde schepen tegen onze
77 brengen. (…) Maar in elke andere combinatie, zoals die van Frankrijk en Rusland, Frankrijk en Italië, Duitsland en Italië, of Rusland en Italië, zouden onze gepantserde slagschepen talrijker zijn dan de gepantserde slagschepen van elke twee landen gecombineerd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag een juist voorbeeld van rivaliteit wordt genoemd, wordt 1 scorepunt toegekend.
Gebruik bron 8. Lord Curzon verdedigt het Britse modern imperialisme.
Vraag 17 3 punten
Licht dit toe door:
- met telkens een verschillend fragment aan te tonen dat Lord Curzon het Britse modern imperialisme ondersteunt met een politiek-maatschappelijk en met een ethisch argument, en
- daarna met een kenmerkend aspect uit de eerste helft van de twintigste eeuw te verklaren dat Lord Curzon het Britse modern imperialisme verdedigt. Let op: je mag elk fragment maar één keer gebruiken.
Bron 7
In 1889 neemt het Britse Parlement de Naval Defence Bill (Zeeverdedigingswet) aan. De Britse minister-president Lord Salisbury zegt hierover:
Het meest interessante punt is: wat is de verhouding tussen de vloot die we in
1894 hopen te hebben en de vloten van andere mogendheden? Het is een soort algemene regel van dit land
- als grote maritieme natie
- dat we altijd een vloot onder ons bevel zouden moeten hebben die gelijk is aan de combinatie van twee grote landen waartegen wij mogelijk zouden moeten vechten. Ik denk dat deze ideale toestand in 1894 zal zijn bereikt. In dat jaar zullen de gepantserde slagschepen van Engeland 77 zijn, die van Frankrijk 48, van Duitsland 40, van Rusland 27 en van Italië 19. Stel dat Duitsland en Frankrijk zich tegen ons verenigen
- ik denk niet dat die combinatie waarschijnlijk is
- dan kunnen ze slechts 88 gepantserde schepen tegen onze
77 brengen. (…) Maar in elke andere combinatie, zoals die van Frankrijk en Rusland, Frankrijk en Italië, Duitsland en Italië, of Rusland en Italië, zouden onze gepantserde slagschepen talrijker zijn dan de gepantserde slagschepen van elke twee landen gecombineerd.
Bron 8
Lord Curzon is tussen 1899 en 1905 onderkoning (de hoogste bestuurder) van Brits-Indië. Twee fragmenten van zijn toespraken:
Fragment 1: Zolang als wij over India heersen zijn we de grootmacht van de wereld. Als we het kwijtraken zullen we meteen afzakken tot een derdegraads macht.
Fragment 2: (…) om te ervaren dat u ergens tussen deze miljoenen mensen een klein beetje gerechtigheid of geluk of welvaart hebt gebracht, een gevoel van mannelijkheid of morele waardigheid, een bron van patriotisme, een dageraad van intellectuele verlichting of het begin van plichtsbesef; iets dat er nog niet was
- dat is genoeg, dat is de rechtvaardiging voor de aanwezigheid van de Engelsman in India.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als bij de eerste deelvraag voor beide argumenten naar hetzelfde frament wordt verwezen, wordt alleen aan de eerste juiste verwijzing 1 scorepunt toegekend.
De volgende zes gebeurtenissen uit het leven van de Duitse generaal Heinz Wilhelm Guderian (1888-1954) staan in willekeurige volgorde:
1 Adolf Hitler, de net aangestelde rijkskanselier van Duitsland, was onder de indruk van de voorstellen van Guderian voor het ontwikkelen van een pantserdivisie.
2 Guderian bevond zich in Berlijn op het moment dat de voorlopige regering in Duitsland de republiek uitriep.
3 Guderian viel met een Duitse pantserdivisie Polen binnen.
4 Guderian waarschuwde Hitler dat door het bevel legereenheden te verplaatsen, de laatste buffer tussen Berlijn en de Russische troepen verdwenen zou zijn.
5 Na de slag bij Stalingrad werd Guderian aangesteld als inspecteur van de pantsertroepen voor het geplande zomeroffensief aan het Oostfront.
6 Tijdens de slag bij de Marne vocht Guderian mee aan het front.
Vraag 18 2 punten
Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.
Gebruik bron 9. Tegenstanders van de Republiek van Weimar gebruiken vaak toespraken van de Duitse regering in hun propagandacampagnes tegen de Republiek. Deze toespraak gebruiken ze echter nooit.
Vraag 19 2 punten
Leg uit welk kritiekpunt van de tegenstanders van de Republiek van Weimar met deze toespraak kan worden weerlegd.
Bron 9
De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Ulrich von Brockdorff-Rantzau spreekt op
7 mei 1919 tijdens de vredesconferentie in Versailles:
We zijn hier niet gekomen om de verantwoordelijkheid kleiner te maken van mensen die de oorlog (...) hebben gevoerd, en ontkennen niet dat het volkenrecht is geschonden. (...) Maar in de manier waarop de oorlog werd gevoerd, was Duitsland niet de enige die fout zat. Iedere Europese natie kent wel [voorbeelden van] daden en individuen waaraan de besten onder hen slechts met spijt terugdenken. Ik wil op verwijten niet antwoorden met verwijten, maar als wij als enige gevraagd worden daarvoor te boeten, moet men terugdenken aan de wapenstilstand. (...) Sinds 11 november zijn er honderdduizenden [Duitse] burgers omgekomen door de [geallieerde] blokkade. Zij werden koelbloedig en opzettelijk uit de weg geruimd nadat onze tegenstanders al een zekere overwinning hadden geboekt. Denk daaraan, wanneer u spreekt over schuld en boetedoening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Kern van een juist antwoord is: Het kritiekpunt dat de regering Duitsland had verraden in Versailles / dat de regering verantwoordelijk was voor het (strenge) Verdrag van Versailles kan worden weerlegd, omdat uit de toespraak blijkt dat ook de Weimarregering zich verzette tegen de (oneerlijke) behandeling van Duitsland / aandacht vroeg voor de behandeling van Duitsland door de geallieerden. (2)
Gebruik de fragmenten uit bron 10. Hieronder staan zes gebeurtenissen uit de geschiedenis van Duitsland 1930-1939 in chronologische volgorde: a verkiezingszege van de NSDAP na de Beurskrach b benoeming van Hitler tot rijkskanselier c de Rijksdagbrand d aanname van de Machtigingswet e instelling van de Rijkscultuurkamer f conferentie van München De fragmenten uit het dagboek van Bella Fromm passen bij deze gebeurtenissen.
Vraag 20 2 punten
Zet bij elk fragment de juiste gebeurtenis. Noteer alleen de nummers en de daarbij passende letters. Let op: er blijft één gebeurtenis over.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De juiste combinaties zijn: 1 - c, 2 - f, 3 - e, 4 - b, 5 - a indien vijf combinaties juist (2) indien vier of drie combinaties juist (1) indien minder dan drie combinaties juist (0) (2)
Op 14 november 1935 vaardigde de Duitse regering een decreet uit dat onderscheid maakte tussen Joden en Mischlinge (Duitsers met één of twee Joodse grootouders). Om vast te stellen of iemands grootouders 'volbloed' Joods waren, raadpleegden 'familieonderzoekers' de registers van synagogen, die daarin de namen hadden opgenomen van de gelovigen.
Vraag 21 3 punten
Licht deze aanpak toe door:
- uit te leggen dat het maken van onderscheid tussen Joden en Mischlinge van belang werd door het invoeren van de Neurenberger wetten, en
- aan te geven bij welk uitgangspunt van de nationaalsocialistische ideologie de aanpak om het onderzoek te baseren op de namen van gelovigen in de registers van synagogen, niet paste.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De Neurenberger wetten ontnamen Joden het Duitse staatsburgerschap / hielden allerlei discriminerende bepalingen tegen Joden in / verboden huwelijken tussen Joden en niet-Joden, zodat de vaststelling of iemand al dan niet volbloeds Joods was / viel onder de condities van de Neurenberger wetten, van invloed zou zijn op zijn/haar juridische status / persoonlijke leven (2)
- Volgens de nationaalsocialistische rassenleer behoorde iemand door geboorte tot een bepaald ras / werd ras niet bepaald door iemands geloof (zodat het onderzoek baseren op namen van gelovigen in registers van synagogen niet paste bij de rassenleer) (1)
Gebruik bron 11. Stel: je wilt een boek schrijven over het proces van dekolonisatie in Nederlands-Indië na de Tweede Wereldoorlog. Je hebt twee hoofdstukken:
1 De oorzaken van het dekolonisatieproces in Nederlands-Indië
2 De houding van Nederlanders tegenover het streven naar dekolonisatie in Nederlands-Indië
Vraag 22 2 punten
Leg uit voor welk hoofdstuk het dagboekfragment de meest bruikbare informatie bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Kern van een juist antwoord is: Het dagboekfragment bevat de meest bruikbare informatie voor het hoofdstuk over de houding van Nederlanders tegenover het streven naar dekolonisatie (hoofdstuk 2), omdat Hetty Wertheim-Gijse Weenink uit eigen ervaring beschrijft dat de vrouwen de onafhankelijkheidswensen van de Indonesiërs afwijzen / omdat uit het dagboekfragment op te maken valt dat de Nederlandse vrouwen negatief staan tegenover het uitroepen van de onafhankelijkheid (en het fragment niet ingaat op de oorzaken van het dekolonisatieproces). (2)
In 1950 gaf president Truman een veto af op de McCarran International Security Act, een wet die Amerikaanse communistische organisaties verplichtte om zich te registreren. Het Congres van de Verenigde Staten hief dit veto op, waarna de wet werd ingevoerd.
Vraag 23 3 punten
Licht het opheffen van het veto door het Congres toe door:
- aan te geven dat het Congres hiermee de politiek van senator McCarthy steunde, en
- uit te leggen dat het uitroepen van de Volksrepubliek China door Mao Zedong in 1949 bijdroeg aan het politieke klimaat waardoor McCarthy zijn invloed in het Congres kon vergroten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- McCarthy voerde een anticommunistische politiek binnen de Verenigde Staten (wat vergemakkelijkt werd door een wet die ervoor zorgde dat communistische organisaties zich verplicht moesten registeren) (1)
- Het uitroepen van de Volksrepubliek China versterkte de angst in de Verenigde Staten voor (verdere verspreiding van) het communisme / versterkte in de Verenigde Staten het idee dat de communistische invloedssfeer sterker werd, waardoor het Congres het nodig vond nieuwe wetgeving in te voeren om te voorkomen dat het communisme (net als in China) verspreid zou worden in de Verenigde Staten (2)
Gebruik bron 12. Nixon spreekt over zijn twijfel of de Amerikanen moeten ingrijpen in buitenlandse conflicten zoals in Burundi. Hij verwijst hierbij naar de binnenlands-politieke verhoudingen in de Verenigde Staten en naar de vooroorlogse geschiedenis van Europa.
Vraag 24 3 punten
Licht dit toe door:
- uit te leggen dat de binnenlands-politieke verhoudingen voor Nixon een reden vormen om niet in te grijpen, waarbij je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
- aan te geven aan welke historische gebeurtenis Nixon een argument ontleent dat de Verenigde Staten wel moeten ingrijpen in buitenlandse conflicten zoals in Burundi.
Bron 12
In 1972 voert Nixon een gesprek met zijn assistent voor nationale veiligheid, Henry Kissinger, over de burgeroorlog in Burundi (in Afrika):
Nixon: Is een mens potverdomme niet gewoon een mens? Weet je, er zijn mensen die praten over Vietnam als ‘die mensen zijn ver weg en we kennen ze niet’. Herinner je je nog die arme oude Chamberlain1), die sprak over de Tsjechen? Dat ze ver weg waren en ‘dat hij ze niet zo goed kende’. Nou, potverdomme mensen zijn mensen volgens mij. (…) Nixon: Ik bedoel niet dat onze nationale belangen erbij betrokken worden. Maar elke keer, elke keer als er iemand betrokken raakt
- een individu of wij, en je hebt hier [Verenigde Staten] een pressiegroep, dan breekt de hel los. Maar ik word er moe van toe te kijken hoe die Afrikanen honderdduizend mensen opvreten2) en er niets aan te doen. Kissinger: En dan hebben we al die 'bloedende harten' in dit land die zeggen dat we het leuk vinden om gele mensen te doden3). Nixon: Precies. Kissinger: Er zijn niet zo veel mensen gedood in acht jaar oorlog [in Vietnam] als in drie maanden in Burundi.
noot 1 Chamberlain is de Britse premier tussen 1937 en 1940. noot 2 Nixon bedoelt doden. noot 3 Kissinger verwijst hiermee naar de Vietnamoorlog.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- wat blijkt uit (een van de volgende): (1p)
- de opmerking: 'dan krijg je meteen weer van die pressiegroepen'.
- zijn instemming met de opmerking: 'dan heb je van die 'bloedende harten' die beweren dat we het leuk vinden'.
Gebruik bron 13. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie sluiten in mei 1971 een deelakkoord waarin wordt afgesproken om het aantal raketten voor defensief gebruik te verminderen. Het akkoord gaat niet over raketten voor offensief gebruik. Lurie geeft in deze prent een mening weer over dit akkoord.
Vraag 25 3 punten
Licht deze mening toe door:
- aan te tonen dat Lurie de Salt-gesprekken noodzakelijk acht, waarbij je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
- te beredeneren welke kritiek Lurie weergeeft op het akkoord van mei 1971.
Bron 13
In de Amerikaanse krant The New York Times verschijnt op 23 mei 1971 deze prent van Ranan Lurie:
Toelichting: De man linksboven stelt de Sovjet-Unie voor. De man rechtsboven stelt de Verenigde Staten voor. Op het bord op tafel staat SALT talks (SALT-besprekingen). Op de man linksonder staat Soviet tax payer (Sovjet-belastingbetaler). Op de man rechtsonder staat US tax payer (VS-belastingbetaler).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- door af te beelden (een van de volgende): (1p)
- dat de belastingbetalers in de Sovjet-Unie / de Verenigde Staten worden geplet onder de raketten,
- dat de toren van raketten hoog/wankel is.
Opmerking Alleen als bij de eerste deelvraag met een juist argument aangetoond wordt dat Lurie de gesprekken noodzakelijk acht, wordt 1 scorepunt toegekend aan een passende verwijzing naar de bron.
Gebruik bron 14. Dit advies is alleen bedoeld voor Gorbatsjov en wordt tot het einde van de Koude Oorlog geheimgehouden.
Vraag 26 3 punten
Geef hiervoor een verklaring door:
- aan te geven welke waarschuwing Shakhnazarov geeft over de toekomst van het Oostblok, en
- aan te geven bij welk buitenlands-politiek beleid van Gorbatsjov dit advies aansluit, en
- een binnenlands politieke reden te geven voor het geheimhouden van dit advies.
Bron 14
George Shakhnazarov, politiek adviseur van de Sovjetregering, schrijft op
6 oktober 1988 in een advies aan Gorbatsjov:
Alhoewel we afstand hebben gedaan van onze rechten als 'oudste broer' in de communistische wereld, kunnen we ons niet onttrekken aan de rol van leider, de rol die altijd objectief gezien heeft toebehoord aan de Sovjet-Unie als het machtigste communistische land, het moederland van de Oktoberrevolutie 1). (…) We moeten niet onze kop als een struisvogel in het zand steken, maar met een open blik naar de toekomst kijken en ons scherpe vragen stellen: Kunnen de communistische landen uit een crisis komen zonder hulp vanuit het Westen? Welke prijs zullen zij moeten betalen voor deze hulp? In hoeverre moeten we dit bij deze gang van zaken aanmoedigen of ondergaan? In welke mate zijn we geïnteresseerd in de doorgaande aanwezigheid van Sovjettroepen op het grondgebied van een aantal van onze bondgenoten?
noot 1 De Oktoberrevolutie is de communistische revolutie in 1917 in Rusland.
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Shaknazarov geeft de waarschuwing dat de Oostbloklanden zich mogelijk zullen aansluiten bij het Westen in ruil voor hulp (1)
- wat aansluit bij het loslaten van de Brezjnevdoctrine / bij het besluit om de Oostbloklanden de gelegenheid te geven om hun eigen politieke koers te volgen (1)
- Door het advies geheim te houden moet voorkomen worden dat de steun voor het beleid van Gorbatsjov in de Sovjet-Unie afneemt / de steun onder de regering van de Sovjet-Unie afneemt / dat Gorbatsjov onder druk wordt gezet om zijn beleid weer aan te passen (om de val van het Oostblok te voorkomen) (1)
Een anekdote: De ANWB (een Nederlandse organisatie voor verkeer en toerisme) bood in maart 1985 in hun tijdschrift Kampioen een cursus Frans aan, met lessen over onder andere: het verkeer (onderweg, de autoroute, benzine tanken); de camping; het hotel; boodschappen doen; het restaurant; bezoek aan musea. De ANWB speelde in op een groeiende behoefte aan dit soort taalcursussen in Nederland.
Vraag 27 2 punten
Leg uit waardoor er in Nederland steeds meer behoefte ontstond aan taalcursussen zoals deze, waarbij je je antwoord ondersteunt met een kenmerkend aspect.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als in het antwoord wordt uitgelegd waardoor de behoefte aan taalcursussen groeide, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passend kenmerkend aspect.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-1021-h-22-3-o
Andere examens geschiedenis vwo (bezemexamen)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3?
Het centraal examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over historische vaardigheden (8), tijd van ontdekkers en hervormers (4) en tijd van burgers en stoommachines (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-1021-h-22-3-c).
Hoe oefen ik met het examen geschiedenis vwo (bezemexamen) 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.