Eindexamen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Criminaliteit in de regio Streuvelland, Opgave 2 Voedsel, Opgave 3 Het Arctisch gebied, Opgave 4 De opmars van de robot.
Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 26. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (8), binding (6) en verandering (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Macht en gezag | 14-18, 20, 25-26 | 8 |
| Binding | 2, 4, 8, 10, 12-13 | 6 |
| Verandering | 7, 9, 21, 23 | 4 |
| Vorming | 3, 6, 24 | 3 |
| Verhouding | 11, 19, 22 | 3 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 2 examens maatschappijwetenschappen vwo (pilot) sinds 2019: dit examen vroeg meer over binding (25% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over macht en gezag (33% van de vragen, gemiddeld 46%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Criminaliteit in de regio Streuvelland
Alle gegevens in deze opgave zijn fictief.
Bij deze opgave hoort tabel 1 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over een fictief onderzoek naar criminaliteit in de fictieve regio Streuvelland. Er is gekeken naar veelvoorkomende vergrijpen, zoals diefstal en vernielingen.
In de regio Streuvelland blijken daders een grotere kans te hebben om slachtoffer te worden van veelvoorkomende criminaliteit dan niet-daders.
Vraag 1 1 punt
Leg uit of dit verband tussen daderschap en slachtofferschap beschreven is als een causaal verband of als een correlatie. Gebruik in je uitleg het verschil tussen een causaal verband en een correlatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Het verband is beschreven als een correlatie omdat alleen de samenhang tussen daderschap en slachtofferschap beschreven wordt. Het verband is niet beschreven als een causaal verband. Er staat niet dat daderschap een directe oorzaak is voor de grotere kans op slachtofferschap. (1)
Gebruik tabel 1. In tabel 1 staan resultaten uit een fictief onderzoek naar het verband tussen slachtofferschap en daderschap. Het onderzoek is in 2017 afgenomen onder 400 slachtoffers van veelvoorkomende criminaliteit in de regio Streuvelland.
Vraag 2 2 punten
Leg uit dat tabel 1 veelvoorkomende criminaliteit als een bindingsvraagstuk beschrijft. Gebruik in je uitleg:
- het hoofdconcept binding;
- een kernconcept bij het hoofdconcept binding;
- een indicator van het kernconcept in tabel 1. Noem in je antwoord de naam van het gekozen kernconcept en de gekozen indicator uit tabel 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg waaruit blijkt dat tabel 1 het verband tussen slachtofferschap en daderschap beschrijft vanuit het hoofdconcept binding en het kernconcept sociale cohesie of groepsvorming, met: • gebruik van het hoofdconcept binding (1) • het noemen van de indicator uit tabel 1 en gebruik van het kernconcept sociale cohesie of groepsvorming (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Tabel 1 beschrijft vriendschappen tussen slachtoffers en daders. Vriendschappen zijn hier relaties tussen slachtoffers en daders/slachtoffers en relaties zijn een element van binding (1) • Een van de indicatoren die is gebruikt in dit onderzoek is de mate van contact van slachtoffers met dadervrienden. De mate van contact zegt iets over het gevoel een vriendengroep te zijn en daarmee over sociale cohesie / over het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen en daarmee over groepsvorming (1) (2)
Gebruik tabel 1. De verbanden in tabel 1 kunnen op verschillende manieren verklaard worden.
Vraag 3 3 punten
a Geef een beschrijving van een verband uit tabel 1 dat niet aan het toeval kan worden toegeschreven. Gebruik in je beschrijving de formulering: hoe …, des te … b Geef met het kernconcept socialisatie een verklaring voor het hierboven beschreven verband uit tabel 1. c Leg uit of er in deze verklaring sprake is van primaire, secundaire of tertiaire socialisatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een beschrijving van de significante correlatie voor het kenmerk ‘percentage vrienden dat dader is’ of het kenmerk ‘mate van contact met dadervrienden’ uit tabel 1 (1) b • een verklaring voor de significante correlatie uit tabel 1 met gebruik van het kernconcept socialisatie met de elementen ‘omgang met anderen’ en ‘overdracht en eigen maken van cultuur’ (1) c • een uitleg van welke vorm van socialisatie sprake is bij deze verklaring met een kenmerk van de gekozen vorm van socialisatie (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • Hoe hoger het percentage dadervrienden van het slachtoffer, des te groter de kans dat hij/zij de afgelopen 12 maanden een delict heeft gepleegd (1) of • Hoe vaker het slachtoffer contact heeft met dadervrienden, des te groter de kans dat hij/zij de afgelopen 12 maanden een delict heeft gepleegd (1) b • Dit verband tussen het percentage dadervrienden / mate van contact met dadervrienden en het plegen van delicten is te verklaren met socialisatie. Contact tussen slachtoffers en hun dadervrienden is een vorm van omgang met elkaar. Door omgang met vrienden kunnen dadervrienden criminele waarden en normen overdragen aan vrienden, die zich zo een meer criminele cultuur eigen maken. Door het eigen maken van een criminele cultuur neemt de kans toe zelf dader te worden (1) c • Er is hier sprake van primaire socialisatie, want vriendschappen zijn directe/persoonlijke relaties (1) (3)
De beschrijving ‘daders van veelvoorkomende criminaliteit’ kan zowel verwijzen naar een sociale categorie als naar een groep.
Vraag 4 2 punten
Leg met een eigen voorbeeld uit onder welke voorwaarden daders van veelvoorkomende criminaliteit een groep te noemen zijn. Gebruik in je uitleg twee kenmerken van een groep.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
een juist antwoord bevat: een uitleg met een eigen voorbeeld waaruit blijkt dat daders van veelvoorkomende criminaliteit een groep te noemen zijn als zij interactie hebben en als zij gedeelde waarden en normen hebben (per kenmerk
1 scorepunt)
voorbeeld van een juist antwoord:
Stel dat jij een onderzoek uitvoert naar dadergroepen van veelvoorkomende criminaliteit in de regio Streuvelland. Een korte beschrijving van het onderzoek: De hypothese is dat in de regio Streuvelland vrouwen vaker van plan zijn om veelvoorkomende delicten te plegen dan mannen. Je stelt alle respondenten vragen over de kans dat zij een delict zouden plegen.
Vraag 5 1 punt
Hoe wordt de betrouwbaarheid van het onderzoek vooral vergroot?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Stel dat jij een onderzoek opzet naar risicofactoren voor veelvoorkomende criminaliteit onder jongvolwassenen in de regio Streuvelland. Een onderzoeksvraag is: ‘In hoeverre maakt alcoholgebruik deel uit van de cultuur van vriendengroepen onder jongvolwassen daders?’ Hiervoor wil je een enquête afnemen onder jongvolwassen daders en niet-daders in de regio Streuvelland.
Vraag 6 3 punten
− Formuleer een gesloten enquêtevraag om te meten in hoeverre alcoholgebruik deel uitmaakt van de cultuur van vriendengroepen onder jongvolwassen. Gebruik in je formulering het kernconcept cultuur. Je mag het woord ‘cultuur’ niet gebruiken.
- Formuleer vier antwoordmogelijkheden voor de persoon die de enquêtevraag beantwoordt.
- Leg uit waarom je met het afnemen van deze enquêtevraag meet in hoeverre alcoholgebruik deel uitmaakt van de cultuur van vriendengroepen onder jongvolwassen. Gebruik in je uitleg het kernconcept cultuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Geen scorepunt toekennen aan een enquêtevraag met het woord ‘cultuur’.
Opgave 2 Voedsel
Bij deze opgave horen figuur 1 en tekst 1 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over ontwikkelingen in de mondiale voedselvoorziening, een productieketen van voedsel en fairtrade (eerlijke handel) in de voedselindustrie.
In 2014 verscheen een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over voedsel. In dit rapport staat een ontwikkeling beschreven over mondiale voedselvoorziening: De positie van de minst ontwikkelde landen veranderde van ‘landen die meer producten uitvoeren dan invoeren’ in ‘landen die meer producten invoeren dan uitvoeren’. Dit komt onder andere door het gesubsidieerd dumpen van voedseloverschotten door vooral welvarende landen. De (onder)ontwikkeling van landen is met verschillende groepen van theorieën te verklaren.
Vraag 7 2 punten
a Leg uit met welke groep theorieën de in het WRR-rapport beschreven ontwikkeling het beste te verklaren is: afhankelijkheidstheorieën of evolutionistische theorieën. Gebruik in je uitleg een kenmerk van de gekozen groep theorieën. b Leg uit welk kernconcept in de verklaring van de gekozen groep theorieën te herkennen is. Gebruik in je uitleg een kernconcept.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een uitleg dat de ontwikkeling het beste met de groep afhankelijkheidstheorieën is te verklaren, met gebruik van een kenmerk van afhankelijkheidstheorieën (1) b • een uitleg welk kernconcept te herkennen is in een verklaring van de ontwikkeling, met gebruik van het kernconcept macht (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • De ontwikkeling is het best te verklaren met de groep afhankelijkheidstheorieën. De ontwikkeling is te verklaren vanuit de scheve machtsverhoudingen tussen de meer welvarende landen en de minst ontwikkelde landen. De welvarende landen kunnen onder andere met subsidies voor het dumpen van voedsel de positie van de minst ontwikkelde landen veranderen. Scheve machtsverhoudingen als verklaring voor onderontwikkeling is een kenmerk van de afhankelijkheidstheorieën (1) b • In deze verklaring vanuit de groep afhankelijkheidstheorieën is het kernconcept macht te herkennen, omdat de meer welvarende landen het vermogen hebben om hulpbronnen in te zetten, zoals subsidies voor het dumpen van voedsel. Daarmee verkleinen zij de handelingsmogelijkheden van de minder ontwikkelde landen om hun voedsel te exporteren (1) (2)
Gebruik figuur 1. Figuur 1 geeft een voorbeeld van bindingen in een productieketen van voedsel, in dit geval van soja. Er zijn verschillende typen bindingen tussen actoren, bijvoorbeeld politieke bindingen.
Vraag 8 2 punten
Leg op grond van figuur 1 uit van welk type binding er sprake is in de sojaketen. Gebruik in je uitleg:
- een voorbeeld uit figuur 1 bij het hoofdconcept binding;
- het hoofdconcept binding;
- een omschrijving van één van de typen bindingen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • het gebruik van een voorbeeld uit figuur 1 waaruit blijkt dat bedrijven uit de sojaketen onderling afhankelijk zijn (1) • een uitleg dat bedrijven economische of cognitieve bindingen hebben bij de productie en distributie van voedsel als schaars goed (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit figuur 1 blijkt dat er sprake is van onderlinge afhankelijkheden tussen bedrijven uit de sojaketen voor de productie van sojaproducten. Veehouderijen gebruiken bijvoorbeeld veevoer voor kippen. Dit veevoer wordt met sojameel gemaakt door raffinaderijen. Veehouderijen en raffinaderijen zijn dus van elkaar afhankelijk (1) • Bedrijven uit de sojaketen zijn voor de productie en distributie van sojaproducten met elkaar verbonden. Soja is een schaars goed dus er is sprake van economische bindingen (1) (2)
Gebruik figuur 1.
Vraag 9 1 punt
Welk belangrijk aspect van de rationalisering van het productieproces is te herkennen in figuur 1?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- taakdifferentiatie / een ver doorgevoerde specialisatie / arbeidsverdeling / arbeidsdeling (1)
Figuur 1 komt uit het WRR-rapport. Een uitspraak uit het WRR-rapport bij deze figuur is: ‘Een Braziliaanse sojaleverancier weet niet waarvoor zijn soja na aankomst in Rotterdam zal worden gebruikt; de Brabantse veehouder die de soja als veevoer gebruikt, weet niet op welke plantage die soja werd verbouwd’.
Vraag 10 2 punten
− Leg uit dat de beschreven binding kan leiden tot vervreemding bij de sojaleverancier.
- Geef een kenmerk van netwerken in de moderne samenleving dat te herkennen is in de beschreven binding tussen de sojaleverancier en de veehouder.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg waaruit blijkt dat de productie van soja voor de sojaleverancier minder betekenisvol wordt en dat daardoor vervreemding kan optreden (1) • De netwerken zijn grootschaliger/uitgestrekter/op mondiale schaal / De netwerken bestaan uit lossere contacten / zijn meer anoniem (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De Braziliaanse sojaleverancier weet niet door wie en waarvoor de soja in Nederland wordt gebruikt. Dit kan ervoor zorgen dat deze het gevoel krijgt geen invloed te hebben op wat er met zijn product gebeurt. De productie van soja kan daardoor minder betekenisvol worden. Deze leverancier kan vervreemden van zijn/haar product (1) • De netwerken zijn grootschaliger (1) (2)
Gebruik tekst 1. In het WRR-rapport staat dat een klein, maar groeiend deel van de consumenten zich bij de aanschaf van producten niet alleen laat leiden door de prijs, maar bijvoorbeeld ook door het keurmerk fairtrade. Tekst 1 gaat over fairtrade in de cacao-industrie en de positie van de cacaoboeren.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat er sprake is van sociale ongelijkheid tussen cacaoboeren en andere actoren uit de productieketen van cacao. Gebruik in je uitleg:
- het kernconcept sociale ongelijkheid;
- een voorbeeld uit tekst 1 bij het kernconcept sociale ongelijkheid.
Tekst 1
‘Fairtrade1) chocola is een pleister op een kapot systeem’
Er is steeds meer chocola met een 35 worden aangepakt als alle spelers duurzaam keurmerk2), maar de met elkaar om tafel gaan zitten, positie van arme boeren in de inclusief de kartelwaakhond.” Goed productieketen van cacao blijft nieuws is dat Ivoorkust, de belang-
5 dramatisch slecht. (…) Dat blijkt uit rijkste exporteur van cacao, in eigen de Cacao Barometer 2015, een 40 land is begonnen aan een serieuze internationaal initiatief van de hervorming van de sector. Dat leidde belangrijkste organisaties die vorig jaar al tot kritiek van de betrokken zijn bij duurzame cacao. industrie, die de winsten zag dalen.
10 “Er gebeurt heel veel in de sector, Volgens deskundigen is de inkoop- maar het belangrijkste probleem 45 prijs bij boeren met 40 procent wordt niet aangepakt: de extreme gestegen. (…) armoede van cacaoboeren en hun slechte positie in de productieketen”, Het ontbreken van een leefbaar
15 zegt Antonie Fountain, co-auteur van inkomen voor cacaoboeren leidt tot de Barometer. (…) slechte arbeidsomstandigheden,
50 mensenrechtenschendingen, en vele Fusies en overnames hebben ertoe andere problemen zoals kinder- geleid dat slechts een handjevol arbeid. Cacao biedt geen aantrekke- bedrijven 80 procent van de keten in lijke toekomst meer. Steeds meer
20 handen hebben, terwijl er miljoenen kinderen van cacaoboeren verlaten boeren zijn die slecht georganiseerd 55 de sector (…). zijn. Vooral chocolademakers als Mars, Nestlé, Ferrero en Mondelez, Als er één sector is waar verandering verwerkers zoals Barry Callebaut en mogelijk moet zijn, is het wel cacao,
25 Cargill, en supermarkten verdienen denkt Fountain. “Er is overleg, tussen veel in vergelijking met de andere alle spelers, en dat is bijzonder. Veel actoren in de keten. (…) 60 van die spelers zijn niet beurs- genoteerd, maar zijn familiebedrijven. “Aan de andere kant van de keten, bij Die zien ook wel in dat ze hun eigen de boeren, zijn de inkomens markt ondergraven als er geen
30 schokkerend laag”, aldus Fountain. boeren meer zijn. (…) De sector (…) “Er moet één ding gebeuren: het 65 moet fundamenteel veranderen. Als prijsmechanisme moet veranderen, dat niet gebeurt, is er geen toekomst met andere woorden, de chocola voor cacaoboeren.” moet duurder worden. Dit kan alleen
bron: www.oneworld.nl, 2015
noot 1 fairtrade = eerlijke handel noot 2 Een keurmerk is een hulpmiddel op de verpakking van voedingsmiddelen voor het maken van een duurzame of gezonde keuze. Een keurmerk geeft bijvoorbeeld aan dat het product is gemaakt met extra aandacht voor het milieu of dierenwelzijn. Je ziet zo bijvoorbeeld (…) of er sprake is van eerlijke handel (fairtrade). (bron: voedingscentrum.nl)
Opgave 3 Het Arctisch gebied
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat er sprake is van sociale ongelijkheid tussen cacaoboeren en andere actoren, met gebruik van het kernconcept sociale ongelijkheid met de elementen ‘verschillen tussen groepen’ en ‘een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken / ongelijke behandeling / ongelijke waardering’ (1) • een voorbeeld uit tekst 1 waaruit blijkt dat er sociale ongelijkheid is tussen cacaoboeren en andere actoren (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Verschillen tussen betrokkenen in de cacao-industrie leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, namelijk inkomsten uit de productie en verwerking van cacao (1) • In tekst 1 staat dat cacaoboeren veel minder verdienen aan cacao dan de chocolademakers en supermarkten (r. 22-27). Dit verschil in inkomsten wijst op sociale ongelijkheid tussen cacaoboeren en verwerkers en verkopers van cacaoproducten (1) (2)
Gebruik tekst 1. Actoren kunnen verschillende motieven hebben om samen te werken. Samenwerking kan bijvoorbeeld plaatsvinden vanwege dwang of gedeelde waarden.
Vraag 12 2 punten
Leg uit welk ander motief voor samenwerking te herkennen is bij het streven naar fairtrade in de cacao-industrie. Gebruik in je antwoord informatie uit tekst 1 waaruit dit motief blijkt.
Tekst 1
‘Fairtrade1) chocola is een pleister op een kapot systeem’
Er is steeds meer chocola met een 35 worden aangepakt als alle spelers duurzaam keurmerk2), maar de met elkaar om tafel gaan zitten, positie van arme boeren in de inclusief de kartelwaakhond.” Goed productieketen van cacao blijft nieuws is dat Ivoorkust, de belang-
5 dramatisch slecht. (…) Dat blijkt uit rijkste exporteur van cacao, in eigen de Cacao Barometer 2015, een 40 land is begonnen aan een serieuze internationaal initiatief van de hervorming van de sector. Dat leidde belangrijkste organisaties die vorig jaar al tot kritiek van de betrokken zijn bij duurzame cacao. industrie, die de winsten zag dalen.
10 “Er gebeurt heel veel in de sector, Volgens deskundigen is de inkoop- maar het belangrijkste probleem 45 prijs bij boeren met 40 procent wordt niet aangepakt: de extreme gestegen. (…) armoede van cacaoboeren en hun slechte positie in de productieketen”, Het ontbreken van een leefbaar
15 zegt Antonie Fountain, co-auteur van inkomen voor cacaoboeren leidt tot de Barometer. (…) slechte arbeidsomstandigheden,
50 mensenrechtenschendingen, en vele Fusies en overnames hebben ertoe andere problemen zoals kinder- geleid dat slechts een handjevol arbeid. Cacao biedt geen aantrekke- bedrijven 80 procent van de keten in lijke toekomst meer. Steeds meer
20 handen hebben, terwijl er miljoenen kinderen van cacaoboeren verlaten boeren zijn die slecht georganiseerd 55 de sector (…). zijn. Vooral chocolademakers als Mars, Nestlé, Ferrero en Mondelez, Als er één sector is waar verandering verwerkers zoals Barry Callebaut en mogelijk moet zijn, is het wel cacao,
25 Cargill, en supermarkten verdienen denkt Fountain. “Er is overleg, tussen veel in vergelijking met de andere alle spelers, en dat is bijzonder. Veel actoren in de keten. (…) 60 van die spelers zijn niet beurs- genoteerd, maar zijn familiebedrijven. “Aan de andere kant van de keten, bij Die zien ook wel in dat ze hun eigen de boeren, zijn de inkomens markt ondergraven als er geen
30 schokkerend laag”, aldus Fountain. boeren meer zijn. (…) De sector (…) “Er moet één ding gebeuren: het 65 moet fundamenteel veranderen. Als prijsmechanisme moet veranderen, dat niet gebeurt, is er geen toekomst met andere woorden, de chocola voor cacaoboeren.” moet duurder worden. Dit kan alleen
bron: www.oneworld.nl, 2015
noot 1 fairtrade = eerlijke handel noot 2 Een keurmerk is een hulpmiddel op de verpakking van voedingsmiddelen voor het maken van een duurzame of gezonde keuze. Een keurmerk geeft bijvoorbeeld aan dat het product is gemaakt met extra aandacht voor het milieu of dierenwelzijn. Je ziet zo bijvoorbeeld (…) of er sprake is van eerlijke handel (fairtrade). (bron: voedingscentrum.nl)
Opgave 3 Het Arctisch gebied
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • gedeelde belangen als motief voor samenwerking (1) • gebruik van informatie uit tekst 1 waaruit deze gedeelde belangen blijken (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het motief van gedeelde belangen is in tekst 1 te herkennen bij het streven naar fairtrade in de cacao-industrie (1) • Dit blijkt uit tekst 1 omdat actoren op elkaar aangewezen zijn voor de productie en verwerking van cacao. Alle spelers moeten met elkaar om de tafel gaan zitten, anders is er zowel voor de cacaoboeren geen toekomst (r. 65-67) als voor de verwerkers van cacao geen markt meer (r. 62-64) (1) (2)
Gebruik tekst 1. In tekst 1 staat dat de handel in cacao eerlijker moet worden. Volgens het functionalisme-paradigma zal een betere toekomst voor cacaoboeren alleen onder invloed van bepaalde sociale stabilisatoren tot stand kunnen komen.
Vraag 13 2 punten
− Geef aan welke sociale stabilisator hier van toepassing is.
- Geef een eigen voorbeeld van deze sociale stabilisator gebaseerd op tekst 1.
Tekst 1
‘Fairtrade1) chocola is een pleister op een kapot systeem’
Er is steeds meer chocola met een 35 worden aangepakt als alle spelers duurzaam keurmerk2), maar de met elkaar om tafel gaan zitten, positie van arme boeren in de inclusief de kartelwaakhond.” Goed productieketen van cacao blijft nieuws is dat Ivoorkust, de belang-
5 dramatisch slecht. (…) Dat blijkt uit rijkste exporteur van cacao, in eigen de Cacao Barometer 2015, een 40 land is begonnen aan een serieuze internationaal initiatief van de hervorming van de sector. Dat leidde belangrijkste organisaties die vorig jaar al tot kritiek van de betrokken zijn bij duurzame cacao. industrie, die de winsten zag dalen.
10 “Er gebeurt heel veel in de sector, Volgens deskundigen is de inkoop- maar het belangrijkste probleem 45 prijs bij boeren met 40 procent wordt niet aangepakt: de extreme gestegen. (…) armoede van cacaoboeren en hun slechte positie in de productieketen”, Het ontbreken van een leefbaar
15 zegt Antonie Fountain, co-auteur van inkomen voor cacaoboeren leidt tot de Barometer. (…) slechte arbeidsomstandigheden,
50 mensenrechtenschendingen, en vele Fusies en overnames hebben ertoe andere problemen zoals kinder- geleid dat slechts een handjevol arbeid. Cacao biedt geen aantrekke- bedrijven 80 procent van de keten in lijke toekomst meer. Steeds meer
20 handen hebben, terwijl er miljoenen kinderen van cacaoboeren verlaten boeren zijn die slecht georganiseerd 55 de sector (…). zijn. Vooral chocolademakers als Mars, Nestlé, Ferrero en Mondelez, Als er één sector is waar verandering verwerkers zoals Barry Callebaut en mogelijk moet zijn, is het wel cacao,
25 Cargill, en supermarkten verdienen denkt Fountain. “Er is overleg, tussen veel in vergelijking met de andere alle spelers, en dat is bijzonder. Veel actoren in de keten. (…) 60 van die spelers zijn niet beurs- genoteerd, maar zijn familiebedrijven. “Aan de andere kant van de keten, bij Die zien ook wel in dat ze hun eigen de boeren, zijn de inkomens markt ondergraven als er geen
30 schokkerend laag”, aldus Fountain. boeren meer zijn. (…) De sector (…) “Er moet één ding gebeuren: het 65 moet fundamenteel veranderen. Als prijsmechanisme moet veranderen, dat niet gebeurt, is er geen toekomst met andere woorden, de chocola voor cacaoboeren.” moet duurder worden. Dit kan alleen
bron: www.oneworld.nl, 2015
noot 1 fairtrade = eerlijke handel noot 2 Een keurmerk is een hulpmiddel op de verpakking van voedingsmiddelen voor het maken van een duurzame of gezonde keuze. Een keurmerk geeft bijvoorbeeld aan dat het product is gemaakt met extra aandacht voor het milieu of dierenwelzijn. Je ziet zo bijvoorbeeld (…) of er sprake is van eerlijke handel (fairtrade). (bron: voedingscentrum.nl)
Opgave 3 Het Arctisch gebied
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • gemeenschappelijke morele overtuigingen (1) • een eigen voorbeeld van deze sociale stabilisator gebaseerd op tekst 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • gemeenschappelijke morele overtuigingen (1) • de overtuiging dat cacaoboeren een leefbaar inkomen moeten kunnen halen uit hun productie van cacao (1) (2)
Opgave 3 Het Arctisch gebied
Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over de betrekkingen tussen staten en organisaties in het noordpoolgebied, ook wel het Arctisch gebied genoemd.
Gebruik tekst 2. In tekst 2 staat hoe de Arctische Raad is georganiseerd.
Vraag 14 1 punt
− Is de Arctische Raad een voorbeeld van supranationale of intergouvernementele samenwerking?
- Geef het citaat uit tekst 2 waar deze vorm van samenwerking uit blijkt.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Bekijk het antwoord
- Intergouvernementele samenwerking. Citaat: “Beslissingen van de Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Arctische Staten” (r. 44-47). (1)
Gebruik tekst 2. Er zijn verschillende machtsbronnen te onderscheiden, zoals economische.
Vraag 15 4 punten
Beredeneer met een ander soort machtsbron welke raad meer macht heeft: de Arctische Raad of de VN Veiligheidsraad. Gebruik in je redenering:
- een kenmerk van de VN Veiligheidsraad;
- een kenmerk van de Arctische Raad uit tekst 2;
- de omschrijving van de gekozen soort machtsbron;
- het kernconcept macht. Noem in je antwoord de naam van de soort machtsbron.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een kenmerk van de VN Veiligheidsraad waaruit blijkt dat deze raad over een politieke machtsbron beschikt (1) • een kenmerk van de Arctische Raad uit tekst 2 waaruit blijkt dat deze raad niet over een politieke machtsbron beschikt (1) • het verschil tussen de twee raden, met gebruikmaking van de omschrijving van politieke machtsbronnen (1) • de conclusie dat de VN Veiligsheidsraad meer macht heeft dan de Arctische Raad met gebruikmaking van het kernconcept macht (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De VN Veiligheidsraad kan bindende sancties aan staten opleggen (1) • In tekst 2 staat dat de Arctische Raad geen afspraken kan opleggen aan staten (r. 57-60) (1) • Met het kunnen opleggen van sancties aan staten en dus het legitiem dwang uit kunnen oefenen op staten heeft de VN Veiligheidsraad een politieke machtsbron, die de Arctische Raad niet heeft (1) • Daarmee heeft de VN Veiligheidsraad wél het vermogen om voldoende hulpbronnen, zoals sancties, in te zetten waardoor de handelingsmogelijkheden van de staten kan worden beperkt, terwijl de Arctische Raad de gemaakte afspraken niet kan opleggen. De VN Veiligheidsraad heeft dus meer macht dan de Arctische Raad (1) (4)
Gebruik tekst 2. Verhoudingen tussen staten kunnen verklaard worden met behulp van theorieën.
Vraag 16 4 punten
− Noem twee kenmerken van liberale theorieën die te herkennen zijn in de verhoudingen tussen staten zoals beschreven in tekst 2.
- Leg voor elk kenmerk uit dat het te herkennen is in tekst 2. Gebruik in je uitleg bij elk kenmerk een voorbeeld uit tekst 2.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Bekijk het antwoord
- twee kenmerken van de liberale theorieën (per kenmerk 1 scorepunt) (2p)
- bij elk kenmerk het gebruik van een voorbeeld uit tekst 2 om dit kenmerk uit te leggen (per voorbeeld 1 scorepunt) (2p)
voorbeeld van een juist antwoord:
Gebruik tekst 2.
Vraag 17 2 punten
Leg uit dat er een verschil is tussen representatie en representativiteit van de Arctische inheemse bevolking bij de besluitvorming in de Arctische Raad. Gebruik in je uitleg:
- de kernconcepten representatie en representativiteit;
- bij elk kernconcept een voorbeeld uit tekst 2.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat er een verschil is tussen representatie en representativiteit van de Arctische inheemse bevolking bij de besluitvorming in de Arctische Raad, met gebruik van: • het kernconcept representatie met een voorbeeld uit tekst 2 (1) • het kernconcept representativiteit met een voorbeeld uit tekst 2 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 2 staat dat zes organisaties, die de Arctische inheemse bevolking representeren, een status van Permanente Deelnemer hebben in de Arctische Raad (r. 21-25). De organisaties vertegenwoordigen dus de Arctische inheemse bevolking door namens hen in de Arctische Raad op te treden. Er is dan sprake van representatie (1) • Deze representatie betekent echter niet noodzakelijk representativiteit. In tekst 2 staat dat de beslissingen door de leden van de Arctische Raad worden genomen. De Permanente Deelnemers, die de Arctische inheemse bevolking representeren, worden geraadpleegd en betrokken. De Permanente Deelnemers hebben een adviserende rol, geen beslissende rol (r. 44-49). Dat betekent dat uiteindelijke besluiten van de Arctische Raad niet overeen hoeven te komen met de standpunten van de organisaties die de Arctische inheemse bevolking vertegenwoordigen (1) (2)
Gebruik tekst 2.
Vraag 18 2 punten
Leg uit dat de Arctische Raad een politieke institutie is. Gebruik in je uitleg:
- het kernconcept politieke institutie;
- een voorbeeld van het kernconcept politieke institutie uit tekst 2.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat de Arctische Raad een politieke institutie is, met gebruik van: • het kernconcept politieke institutie (1) • een voorbeeld van het kernconcept politieke institutie uit tekst 2 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De Arctische Raad is een politieke institutie omdat er sprake is van vastgelegde en daarmee geformaliseerde regels voor onder andere staten en organisaties uit het Arctisch gebied. Deze regels bepalen onder andere de verhouding tussen staten en organisaties bij politieke besluiten die in de Arctische Raad worden genomen (1) • Een voorbeeld van een dergelijke regel is dat bij besluitvorming de Permanente Deelnemers actief moeten worden geraadpleegd en betrokken (r. 44-49) (1) (2)
Gebruik tekst 3. In tekst 3 staat dat verschillende staten claims leggen op het Arctisch gebied.
Vraag 19 2 punten
Leg op grond van tekst 3 uit of er over die claims wel of geen conflict is. Gebruik in je uitleg:
- het kernconcept conflict;
- een voorbeeld van het kernconcept conflict uit tekst 3.
Tekst 2
Arctische Raad
Wat is de Arctische Raad? mondiale, regionale en niet- De Arctische Raad is het 35 overheidsinstellingen kunnen de belangrijkste (…) forum voor het status van observator krijgen als de stimuleren van samenwerking, Raad vaststelt dat zij een bijdrage
5 coördinatie en interactie tussen de kunnen leveren aan zijn werk. Deze Arctische staten (het noordpool- observatoren leveren vooral een gebied), de inheemse bevolking en 40 bijdrage binnen werkgroepen. (…) andere bewoners. De Raad houdt zich bezig met gemeenschappelijke Hoe werkt het?
10 kwesties en met name met onder- De analyses en aanbevelingen van werpen als duurzame ontwikkeling en de Raad worden gedaan door de milieubescherming in het noordpool- werkgroepen. Beslissingen van de gebied. 45 Arctische Raad worden genomen op basis van consensus tussen de acht Wie nemen er deel? Arctische Staten met intensieve raad-
15 In de Verklaring van Ottawa zijn de pleging en betrokkenheid van de volgende landen opgenomen als Permanente Deelnemers. (…) leden van de Arctische Raad: Canada, Denemarken, Finland, 50 Wat doet de Raad niet? IJsland, Noorwegen, Rusland, De Arctische Raad is een forum en
20 Zweden en de Verenigde Staten. heeft geen programmabudget. Alle Daarnaast zijn er zes organisaties projecten en initiatieven worden die de inheemse bevolking van het gesponsord door een of meer noordpoolgebied vertegenwoordigen, 55 lidstaten. Sommige projecten die de status van Permanente ontvangen ook steun van andere
25 Deelnemer hebben. De categorie entiteiten. De Arctische Raad legt Permanente Deelnemer is in het haar richtlijnen, analyses en leven geroepen om actieve deelname aanbevelingen niet op en kan dat ook van en afstemming met de inheemse 60 niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij bevolking van het noordpoolgebied elke individuele Arctische Staat. Het
30 binnen de Raad te waarborgen. (…) mandaat van de Arctische Raad Landen die niet tot het noordpool- zoals beschreven in de Verklaring gebied behoren evenals inter- van Ottawa sluit militaire veiligheid gouvernementele, interparlementaire, 65 expliciet uit.
bron: www.arctic-council.org, 2015
Tekst 3
VN Zeerechtverdrag en claims in het Arctisch gebied
Kuststaten kunnen claims leggen op 20 van het Noordpoolgebied, de zeebodem voorbij de 200 zeemijl Noorwegen in 2006 en Denemarken zone tot maximaal 350 zeemijl van in 2014. Naar verwachting zal ook de basislijn wanneer zij kunnen Canada nog een claim indienen. De
5 aantonen dat dit gebied deel is van belangrijkste geschillen in het gebied hun continentaal plat 1). 25 hebben betrekking op de deels overlappende claims van de Op basis van het VN Zeerecht- verschillende landen, zoals de verdrag is de Commission on the Lomonosovrug, die door Rusland, Limits of the Continental Shelf Canada en Denemarken als
10 (CLCS) opgericht, die aanbevelingen 30 onderdeel van hun continentaal plat doet betreffende de vaststelling van wordt gezien. De overlappende de buitengrenzen van een claims van deze Arctische kuststaten continentaal plat. Kuststaten dienen dragen bij aan het beeld van een hun claims op een continentaal plat ‘Arctic scramble’3), maar tot nu toe 2)
15 voorbij de EEZ , dat tot 200 35 houden alle Arctische staten zich aan zeemijlen vanaf de kustlijn reikt, voor het VN Zeerechtverdrag en is er te leggen aan de CLCS. geen reden om aan te nemen dat dit zal veranderen. Rusland heeft in 2001 een officiële claim ingediend op een (groot) deel
naar: Nederlandse Polaire Strategie, 2016
noot 1 continentaal plat = het gedeelte van een continent dat onder water staat noot 2 EEZ = exclusieve economische zone noot 3 scramble = landjepik, wedstrijdje, stoelendans
Opgave 4 De opmars van de robot
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg of er wel of geen conflict is over de claims, met gebruik van: • het kernconcept conflict (1) • een voorbeeld van het kernconcept conflict uit tekst 3 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Er is bij de claims in het Arctisch gebied op grond van tekst 3 geen sprake van een conflict. Uit tekst 3 blijkt dat staten bij overlappende claims elkaar niet tegenwerken om hun doel, namelijk het erkend krijgen van de claims, te bereiken (1) • Dit blijkt uit tekst 3 omdat bij overlappende claims alle Arctische staten zich tot nu toe aan het VN Zeerechtverdrag houden (r. 34-36) (1) of • Er is bij de claims in het Arctisch gebied op grond van tekst 3 wel sprake van een conflict. Uit tekst 3 blijkt dat staten verschillende doelen hebben en elkaar daarin tegenwerken (1) • Dit blijkt uit tekst 3 omdat bijvoorbeeld Rusland, Noorwegen en Denemarken overlappend noodpoolgebied claimen (r. 18-22) (1) (2)
Gebruik tekst 3. De CLCS is de Commission on the Limits of the Continental Shelf. Deze commissie doet aanbevelingen over de vaststelling van de buitengrenzen van het continentaal plat. Stel dat je onderzoekt of de CLCS politiek gezag heeft.
Vraag 20 1 punt
Formuleer een onderzoeksvraag om te onderzoeken of de CLCS politiek gezag heeft. Gebruik in je onderzoeksvraag de omschrijving van het begrip politiek gezag. Je mag de woorden ‘politiek’ en ‘gezag’ niet gebruiken.
Tekst 3
VN Zeerechtverdrag en claims in het Arctisch gebied
Kuststaten kunnen claims leggen op 20 van het Noordpoolgebied, de zeebodem voorbij de 200 zeemijl Noorwegen in 2006 en Denemarken zone tot maximaal 350 zeemijl van in 2014. Naar verwachting zal ook de basislijn wanneer zij kunnen Canada nog een claim indienen. De
5 aantonen dat dit gebied deel is van belangrijkste geschillen in het gebied hun continentaal plat 1). 25 hebben betrekking op de deels overlappende claims van de Op basis van het VN Zeerecht- verschillende landen, zoals de verdrag is de Commission on the Lomonosovrug, die door Rusland, Limits of the Continental Shelf Canada en Denemarken als
10 (CLCS) opgericht, die aanbevelingen 30 onderdeel van hun continentaal plat doet betreffende de vaststelling van wordt gezien. De overlappende de buitengrenzen van een claims van deze Arctische kuststaten continentaal plat. Kuststaten dienen dragen bij aan het beeld van een hun claims op een continentaal plat ‘Arctic scramble’3), maar tot nu toe 2)
15 voorbij de EEZ , dat tot 200 35 houden alle Arctische staten zich aan zeemijlen vanaf de kustlijn reikt, voor het VN Zeerechtverdrag en is er te leggen aan de CLCS. geen reden om aan te nemen dat dit zal veranderen. Rusland heeft in 2001 een officiële claim ingediend op een (groot) deel
naar: Nederlandse Polaire Strategie, 2016
noot 1 continentaal plat = het gedeelte van een continent dat onder water staat noot 2 EEZ = exclusieve economische zone noot 3 scramble = landjepik, wedstrijdje, stoelendans
Opgave 4 De opmars van de robot
Bekijk het antwoord
Opmerking Geen scorepunt toekennen als de woorden ‘politiek’ of ‘gezag’ zijn gebruikt.
Opgave 4 De opmars van de robot
Bij deze opgave horen de teksten 4 tot en met 6 en figuur 2 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over de gevolgen van het gebruik van robots en andere machines in de samenleving.
Gebruik tekst 4. In tekst 4 beschrijft de econoom Richard Freeman een gedachte-experiment over robotisering. In de opzet van dit gedachte-experiment is een sociaalwetenschappelijk paradigma te herkennen.
Vraag 21 2 punten
Leg uit welk sociaalwetenschappelijk paradigma in het gedachte-experiment te herkennen is. Gebruik in je antwoord:
- twee kenmerken van het gekozen paradigma;
- informatie uit tekst 4 over ieder kenmerk. Noem in je antwoord de naam van het gekozen paradigma.
Tekst 4
Econoom Richard Freeman over het robottijdperk
Mijn stelling is eenvoudig: ongeacht verdienen. Zouden we dan beter of of de technologische vooruitgang slechter af zijn? Als we zelf eigenaar arbeidsbesparend, kapitaal- zouden zijn van onze plaats- besparend, skill-biased1) is of niet, en vervangers, zouden we onze huidige
5 ongeacht hoe snel robots of andere 25 inkomsten hebben, plus de machines de menselijke kennis en vrijgekomen tijd die we naar believen kunde evenaren of overtreffen, het kunnen besteden. effect van de nieuwe technologieën We zouden ook een andere op het welzijn van mensen in de hele productieve activiteit kunnen zoeken,
10 wereld wordt bepaald door de vraag 30 eventueel tegen een lager loon. Dus wie de eigenaar is van de nieuwe zouden we beter af zijn. Echter, als technologieën. anderen de robots zouden bezitten, Een gedachte-experiment laat zien zouden wij werkloos zijn en op zoek waarom de eigendomsvraag zo moeten naar ander werk tegen
15 belangrijk is. 35 minder betaling. De eigenaars van de Stel je voor dat we robots/machines robots zouden de beloning opstrijken creëren die onze werkzaamheden zo van de machines waaraan we onze goed kunnen nabootsen dat ze ons baan zijn kwijtgeraakt. (…) Zij geheel zouden kunnen vervangen en zouden beter af zijn, wij slechter.
20 dat ze zouden verdienen wat wij nu
bron: www.wrr.nl, 2015
noot 1 skill-biased = technologische vooruitgang die bepaalde vaardigheden bevoordeelt
figuur 2
Ontwikkelingen in werkgelegenheidsaandeel van volledig routinematige en niet-routinematige taken, 1996-2012
4% %-puntverandering t.o.v. 1996 2%
0%
-2%
-4%
1996 1998 2000 2002 2004 2006 2008 2010 2012 jaartal Legenda: non-routine analytisch non-routine interactief routine handvaardig routine cognitief
naar: www.wrr.nl, 2015
Toelichting Routinematige taken worden op een standaardwijze uitgevoerd, terwijl niet-routinematige taken aanpassingsvermogen van de werknemer vergen. Niet-routinematige taken vragen om creativiteit, probleemoplossend vermogen, flexibiliteit en andere vaardigheden, waarbij de gewenste acties van de werknemer niet vooraf te bepalen zijn. Bijvoorbeeld: Als een beroep volledig uit routinematige, handvaardige taken bestaat, is het aandeel in de werkgelegenheid met 2 procentpunt afgenomen in de periode 1996-2012.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat in het gedachte-experiment in tekst 4 het conflictparadigma het meest herkenbaar is, met gebruik van de volgende twee kenmerken van het paradigma met informatie over deze kenmerken uit tekst 4: • door maatschappelijke veranderingen kunnen opnieuw maatschappelijke tegenstellingen ontstaan (1) • ongelijkheid is gebaseerd op machtsverschillen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het meest herkenbaar is het conflictparadigma omdat door maatschappelijke veranderingen, namelijk veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van robotisering (r. 16-21), opnieuw maatschappelijke tegenstellingen tussen werknemers en kapitaalbezitters kunnen ontstaan (r. 11-12) (1) • Robotisering kan zorgen voor meer inkomensongelijkheid tussen werknemers en kapitaalbezitters. Deze inkomensongelijkheid is gebaseerd op machtsverschillen omdat kapitaalbezitters door winst uit machines meer macht zullen krijgen ten opzichte van werknemers die door robotisering werkloos kunnen worden (r. 31-38) (1) (2)
Gebruik figuur 2. In figuur 2 is een verschil in de ontwikkeling van het werkgelegenheidsaandeel van routinematige en dat van non-routinematige taken af te lezen.
Vraag 22 3 punten
a Geef voor dit verschil in ontwikkeling uit figuur 2 een mogelijk gevolg voor verhoudingen tussen werknemers op de arbeidsmarkt. b Leg het gevolg uit met gebruik van:
- de toelichting bij figuur 2;
- het begrip cultureel kapitaal;
- het kernconcept sociale ongelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • het noemen van het toenemende verschil in het werkgelegenheidsaandeel tussen non-routinematige en routinematige taken uit figuur 2 en geven van mogelijk gevolg voor de verhoudingen tussen werknemers op de arbeidsmarkt (1) b een uitleg van het gevolg, met gebruik van: • het begrip cultureel kapitaal (1) • het kernconcept sociale ongelijkheid (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • Uit figuur 2 blijkt dat het aandeel in de werkgelegenheid van beroepen met volledig non-routinematige taken in 2012 ten opzichte van 1996 is toegenomen, terwijl het aandeel in de werkgelegenheid van beroepen met volledig routinematige taken in 2012 ten opzichte van 1996 is afgenomen. Dit oplopend verschil in werkgelegenheidsaandeel kan zorgen voor een ongelijke verdeling van kansen op de arbeidsmarkt tussen huidige werknemers en toekomstige werknemers / tussen werknemers met non-routinematige taken en werknemers met routinematige taken (1) b • Uit de toelichting bij figuur 2 blijkt dat voor non-routinematige taken andere vaardigheden nodig zijn dan voor routinematige taken. Het beheersen van vaardigheden is een onderdeel van een competentie die nodig is voor het verwerven van een hogere positie op de arbeidsmarkt. Deze vaardigheden zijn dus cultureel kapitaal (1) • Als werknemers die vooral routinematige taken hebben uitgevoerd, zonder scholing gaan concurreren met werknemers die wel deze vaardigheden hebben geleerd, kan dit leiden tot sociale ongelijkheid. Verschillen in cultureel kapitaal tussen werknemers kunnen dan zorgen voor een ongelijke verdeling van werkgelegenheid als schaars en hooggewaardeerde zaak (1) (3)
De mate waarin een nieuwe technologie maatschappelijk zal worden geaccepteerd is van verschillende factoren afhankelijk. Volgens het sociaalconstructivisme-paradigma is dit van andere factoren afhankelijk dan volgens het rationele actor-paradigma.
Vraag 23 2 punten
Geef voor elk van de twee paradigma’s een factor die de mate van acceptatie van nieuwe technologie kan beïnvloeden. Gebruik in je antwoord voor elk paradigma een kenmerk van dat paradigma.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een factor die de mate van acceptatie van nieuwe technologie kan beïnvloeden, die afhangt van: • betekenisverlening/interpretaties, volgens het sociaalconstructivisme-paradigma (1) • kosten-batenafweging, volgens het rationele actor-paradigma (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De mate waarin nieuwe technologie maatschappelijk zal worden geaccepteerd, is volgens het sociaalconstructivisme-paradigma afhankelijk van onder andere de positieve betekenis die mensen geven aan deze technologie (1) • De mate waarin nieuwe technologie maatschappelijk zal worden geaccepteerd, is volgens het rationele actor-paradigma afhankelijk van de baten van deze technologie ten opzichte van de kosten (1) (2)
Gebruik tekst 5. Tekst 5 is een fragment uit het onderzoeksrapport naar robotisering van het Rathenau Instituut. De wijze waarop een samenleving omgaat met robotisering kan per cultuur verschillen. Hofstede onderscheidt verschillende culturele dimensies, zoals onzekerheidsmijding.
Vraag 24 2 punten
Leg uit dat de dimensie onzekerheidsmijding herkenbaar is in tekst 5. Gebruik in je uitleg:
- lage of hoge onzekerheidsmijding;
- een voorbeeld uit tekst 5.
Tekst 5
Maatschappelijk verantwoorde innovatie
De overheid kan (…) kansen creëren digitale vaardigheden. Ook het door te stimuleren dat veel meer ontwikkelen van inclusive mensen hun brood kunnen verdienen technology 1) speelt hierbij een rol. in de digitale economie. Toegang tot Het gaat dan onder andere om
5 internet is niet voldoende voor 15 technologie voor mensen met een effectief gebruik van ICT-diensten, of (lichte) beperking en om inclusive voor het kunnen produceren van innovation: innovatie ten behoeve digitale goederen en diensten om van vooral arme bevolkingsgroepen daarmee de kost te kunnen ver- en het centraal stellen van de
10 dienen. Dat betekent investeren in 20 gebruiker en gebruikersgemak.
bron: Rathenau Instituut, 2015
noot 1 inclusive technology = gebruiksvriendelijke technologie, waarmee meer mensen gebruik kunnen maken van de beschikbare technologie
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat in tekst 5 onzekerheidsmijding herkenbaar is, met gebruik van: • lage of hoge onzekerheidsmijding volgens de dimensie van Hofstede (1) • een voorbeeld uit tekst 5 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Tekst 5 past in een cultuur met een lage onzekerheidsmijding. Daarin kunnen mensen een positieve houding hebben tegenover robotisering. Nieuwe technologie kan als oplossing voor ongewenste situaties worden gezien (1) • In tekst 5 staat dat de overheid kansen kan creëren door te stimuleren dat veel meer mensen hun brood kunnen verdienen in de digitale economie (r. 1-4) (1) of • Het fragment past in een cultuur met een hoge onzekerheidsmijding. Daarin kunnen mensen een negatieve houding hebben tegenover robotisering. Nieuwe technologie kan als bedreiging worden gezien door onzekere situaties (1) • In tekst 5 staat dat er geïnnoveerd moet worden ten behoeve van vooral arme bevolkingsgroepen, anders kunnen zij worden uitgesloten (r. 16-18) (1) (2)
Gebruik tekst 5. Het Rathenau Instituut heeft in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar robotisering. In tekst 5 staat een aantal aanbevelingen van het Rathenau Instituut aan de Tweede Kamer voor beleid rondom robotisering.
Vraag 25 2 punten
Leg uit welke politieke stroming het meest te herkennen is in de aanbevelingen in tekst 5. Gebruik in je uitleg:
- een uitgangspunt van de gekozen stroming;
- een voorbeeld uit tekst 5. Noem in je antwoord de naam van de gekozen stroming.
Tekst 5
Maatschappelijk verantwoorde innovatie
De overheid kan (…) kansen creëren digitale vaardigheden. Ook het door te stimuleren dat veel meer ontwikkelen van inclusive mensen hun brood kunnen verdienen technology 1) speelt hierbij een rol. in de digitale economie. Toegang tot Het gaat dan onder andere om
5 internet is niet voldoende voor 15 technologie voor mensen met een effectief gebruik van ICT-diensten, of (lichte) beperking en om inclusive voor het kunnen produceren van innovation: innovatie ten behoeve digitale goederen en diensten om van vooral arme bevolkingsgroepen daarmee de kost te kunnen ver- en het centraal stellen van de
10 dienen. Dat betekent investeren in 20 gebruiker en gebruikersgemak.
bron: Rathenau Instituut, 2015
noot 1 inclusive technology = gebruiksvriendelijke technologie, waarmee meer mensen gebruik kunnen maken van de beschikbare technologie
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • het noemen van de socialistische/sociaaldemocratische stroming en een uitleg met het uitgangspunt gelijkwaardigheid/sociale gelijkheid bij het gebruik van ICT (1) • een voorbeeld uit tekst 5 bij het uitgangspunt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In de aanbevelingen is de socialistische stroming het meest te herkennen omdat de aanbevelingen gaan over het creëren van gelijke kansen voor burgers bij het gebruik van ICT. Dit past bij het uitgangspunt van gelijkwaardigheid (1) • Een voorbeeld hiervan is het zorgen voor innovaties voor arme bevolkingsgroepen (r. 16-18) (1) (2)
Gebruik tekst 6. Het proces van politieke besluitvorming in bijvoorbeeld de Tweede Kamer kan beschreven worden met verschillende modellen. Het systeemmodel onderscheidt verschillende fasen en subfasen in het proces van politieke besluitvorming.
Vraag 26 2 punten
− Welke fase uit het systeemmodel is te herkennen bij de politieke besluitvorming in tekst 6?
- Leg uit welke rol het Rathenau Instituut heeft in dit politieke besluitvormingsproces in tekst 6. Gebruik in je uitleg een subfase binnen de gekozen fase uit het systeemmodel.
Tekst 6
Werken aan de robotsamenleving
In de Tweede Kamer, specifiek in de vanuit de wetenschap bekend is over Vaste Commissie voor Sociale Zaken de invloed van technologische en Werkgelegenheid, werd de nood- 15 ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zaak gevoeld om meer inzicht te en op de welvaart in de loop der tijd.
5 krijgen in de gevolgen van de techno- Een dergelijke studie is belangrijk om logische ontwikkelingen voor de de inzichten uit de wetenschap en de arbeidsmarkt. Men wilde proactief lessen uit de geschiedenis te met dit belangrijke onderwerp aan de 20 gebruiken als basis voor het politieke slag gaan. De Tweede Kamer heeft debat. Zo kunnen bepaalde ‘mythes’
10 zodoende het Rathenau Instituut ontkracht, en blinde vlekken gevraagd een rapportage op te ingekleurd worden. stellen waaruit duidelijk wordt, wat er
bron: Rathenau Instituut, 2015
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • de fase van omzetting/conversie (1) • een uitleg waaruit blijkt dat het Rathenau Instituut informatie verschaft voor de subfase beleidsvoorbereiding (1) voorbeeld van een juist antwoord: • de fase van omzetting (1) • Uit tekst 6 blijkt dat het Rathenau Instituut is gevraagd om informatie te verzamelen en te analyseren, zodat de Tweede Kamer daarmee adviezen kan formuleren over het te voeren beleid over de gevolgen van technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Er is dus sprake van beleidsvoorbereiding (1) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1034-f-18-1-o
Andere examens maatschappijwetenschappen vwo (pilot)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 26. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (8), binding (6) en verandering (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-1034-f-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.