Eindexamen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Humor, Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa, Opgave 3 Burgertoppen in de Streuvelse Vallei.
Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 24. Van 22 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (11), vorming (6) en verandering (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Macht en gezag | 11-13, 16-23 | 11 |
| Vorming | 1-2, 6, 8-10 | 6 |
| Verandering | 3-5 | 3 |
| Verhouding | 14 | 1 |
| Binding | 24 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 2 examens maatschappijwetenschappen vwo (pilot) sinds 2018: dit examen vroeg meer over vorming (27% van de vragen, gemiddeld 11%) en macht en gezag (50% van de vragen, gemiddeld 38%). Minder over binding (5% van de vragen, gemiddeld 20%) en verhouding (5% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Humor
Bij deze opgave horen tekst 1, tekst 2 en tabel 1 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over de historische ontwikkeling van humor als sociaal-cultureel verschijnsel en over de functie van humor in de huidige samenleving. Socioloog Kuipers heeft daar onderzoek naar gedaan.
Gebruik tekst 1.
Vraag 1 2 punten
a Leg uit dat de mop een onderdeel is van onze cultuur. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept cultuur;
- een voorbeeld uit tekst 1 van het kernconcept cultuur. b Leg uit dat het sociaal-culturele verschijnsel humor dynamisch is. Gebruik in je uitleg informatie uit tekst 1 waaruit het dynamische karakter van cultuur blijkt.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Tekst 2
Statusdaling van de klucht1)
Rond 1600 waren ‘kluchten’, voor creativiteit en gevatheid. (…) Men zover te overzien, overal: ze waren dient zijn eigen sprankelende geest rond de elite populair, maar te demonsteren door inventieve circuleerden ook onder het gewone 20 geestigheden en verfijnde
5 volk. [In] deze periode [kwam] de woordgrapjes. (…) ‘Esprit’2) is geen verwijdering tussen hoge en lage kwestie van bulderlach of humor op gang. Hoge humor moest clandestiene verwijzingen, maar van verfijnd en beschaafd zijn (…). In de beheerste, gedisciplineerde achttiende eeuw verschijnt bovendien 25 glimlachjes. Het feit dat de grap, in al
10 nog (…) een nieuw bezwaar tegen haar verfijning, behoorlijk scherp kon humoristische vertellingen, dat ook zijn, wijst hoogstens op een nog nu nog vaak tegen moppen gemaakt effectievere affectbeheersing3). Deze wordt: ze zijn niet zelf bedacht. (…) opeenstapeling van bezwaren tegen Dit leidt niet alleen tot steeds grotere 30 kluchten (…) leidde (…) tot een
15 taligheid van de humor, maar ook tot statusdaling van de humoristische een nadruk op oorspronkelijkheid, vertelling (…).
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres. noot 2 esprit = spitsvondigheid, geestigheid noot 3 affectbeheersing = beheersing van emoties, impulsen
tabel 1
Humorstijlen naar opleidingsniveau
middelbaar HBO en lager opgeleiden en hoger opgeleiden iemand met een goed sociabel1), gezellig, gevat, geestig, gevoel voor humor is … uitbundig, vrolijk scherp, snel platte humor is … kwetsend, grof gemakkelijk, simpel, flauw
naar: G. Kuipers, 2001 en 2013
noot 1 sociabel = onderhoudend, prettig in de omgang
Toelichting Humorstijlen zijn opvattingen over humor. Uit tabel 1 is bijvoorbeeld af te lezen dat middelbaar en lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor veelal als een gezellig, vrolijk persoon beschrijven.
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een uitleg dat de mop een onderdeel is van onze cultuur, met een toepassing van het kernconcept cultuur en daarvan een voorbeeld uit tekst 1 (1) b • een uitleg dat het sociaal-culturele verschijnsel humor dynamisch is, met informatie uit tekst 1 waaruit blijkt dat uitdrukkingsvormen van humor veranderen in de tijd (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • De mop is een uitdrukkingsvorm van humor die mensen als lid van de samenleving verworven hebben. Rond de negentiende eeuw ontstaat de mop met de clou als kenmerkende eis (r. 16-20). Deze uitdrukking van humor is dus een onderdeel van onze cultuur (1) b • Uit kluchtboeken blijkt dat de eis van een clou niet aan oudere uitdrukkingsvormen van humor werd gesteld (r. 20-21). Uitdrukkingsvormen van het verschijnsel humor in de samenleving veranderen in de tijd. Het sociaal-culturele verschijnsel humor is dus dynamisch (1) (2)
Gebruik tekst 1. Een kenmerk van instituties is dat zij ‘enerzijds vrij stabiel, maar anderzijds ook relatief veranderlijk’ zijn.
Vraag 2 3 punten
a Leg uit dat dit kenmerk van instituties herkenbaar is in de mop. Gebruik in je uitleg:
- bovenstaand kenmerk van instituties;
- een voorbeeld uit tekst 1 van dit kenmerk van instituties. b Leg uit dat institutionalisering van de humoristische vertelling heeft plaatsgevonden. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept institutionalisering;
- informatie uit tekst 1 waaruit institutionalisering blijkt.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een uitleg dat in de mop het kenmerk van instituties ‘enerzijds vrij stabiel, maar anderzijds ook relatief veranderlijk’ herkenbaar is, met daarvan een voorbeeld uit tekst 1 (1) b • een uitleg dat institutionalisering van de humoristische vertelling heeft plaatsgevonden, met een toepassing van het kernconcept institutionalisering (1) • informatie uit tekst 1 over de humoristische vertelling waaruit institutionalisering blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • In de mop is dit kenmerk van instituties herkenbaar. Als humoristische vertelling is de mop al duizenden jaren oud (r. 7-9) en daarmee is humor een stabiel gedragspatroon. Het nieuwe humoristische genre mop is vermoedelijk pas honderdvijftig jaar oud (r. 1-4) en daarmee is humor ook relatief veranderlijk (1) b • Onder invloed van de modernisering veranderden de oude humoristische genres in een meer puntig genre, de mop (r. 25-28). Aan de mop zitten striktere eisen, over de herkenbaarheid van personages en setting, de opbouw en de clou (r. 10-16) (1) • Meer dan oudere vormen van humor voldoet de mop aan min of meer geformaliseerde regels in standaardgedragspatronen. Daaraan is institutionalisering van de humoristische vertelling te herkennen (1) (3)
Gebruik tekst 1. Urbanisatie is een demografisch proces, dat de moderne westerse samenleving kenmerkt.
Vraag 3 1 punt
Leg uit dat urbanisatie de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor beïnvloed heeft. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het begrip urbanisatie;
- informatie uit tekst 1 waaruit de invloed van urbanisatie blijkt.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat urbanisatie de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor beïnvloed heeft, met daarover informatie uit tekst 1 voorbeeld van een juist antwoord: In tekst 1 staat dat de toon voor nieuwe standaarden in humor gezet is door de sterk tot bloei gekomen stedelijke vermaakscultuur (r. 29-33). De stedelijke vermaakscultuur kon opbloeien door de toename van mensen in de steden. Het demografische kenmerk urbanisatie heeft dus de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor beïnvloed. (1)
Gebruik tekst 2.
Vraag 4 2 punten
Leg uit dat individualisering te herkennen is in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept individualisering;
- een voorbeeld uit tekst 2 waaruit individualisering blijkt.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Tekst 2
Statusdaling van de klucht1)
Rond 1600 waren ‘kluchten’, voor creativiteit en gevatheid. (…) Men zover te overzien, overal: ze waren dient zijn eigen sprankelende geest rond de elite populair, maar te demonsteren door inventieve circuleerden ook onder het gewone 20 geestigheden en verfijnde
5 volk. [In] deze periode [kwam] de woordgrapjes. (…) ‘Esprit’2) is geen verwijdering tussen hoge en lage kwestie van bulderlach of humor op gang. Hoge humor moest clandestiene verwijzingen, maar van verfijnd en beschaafd zijn (…). In de beheerste, gedisciplineerde achttiende eeuw verschijnt bovendien 25 glimlachjes. Het feit dat de grap, in al
10 nog (…) een nieuw bezwaar tegen haar verfijning, behoorlijk scherp kon humoristische vertellingen, dat ook zijn, wijst hoogstens op een nog nu nog vaak tegen moppen gemaakt effectievere affectbeheersing3). Deze wordt: ze zijn niet zelf bedacht. (…) opeenstapeling van bezwaren tegen Dit leidt niet alleen tot steeds grotere 30 kluchten (…) leidde (…) tot een
15 taligheid van de humor, maar ook tot statusdaling van de humoristische een nadruk op oorspronkelijkheid, vertelling (…).
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres. noot 2 esprit = spitsvondigheid, geestigheid noot 3 affectbeheersing = beheersing van emoties, impulsen
tabel 1
Humorstijlen naar opleidingsniveau
middelbaar HBO en lager opgeleiden en hoger opgeleiden iemand met een goed sociabel1), gezellig, gevat, geestig, gevoel voor humor is … uitbundig, vrolijk scherp, snel platte humor is … kwetsend, grof gemakkelijk, simpel, flauw
naar: G. Kuipers, 2001 en 2013
noot 1 sociabel = onderhoudend, prettig in de omgang
Toelichting Humorstijlen zijn opvattingen over humor. Uit tabel 1 is bijvoorbeeld af te lezen dat middelbaar en lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor veelal als een gezellig, vrolijk persoon beschrijven.
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor individualisering te herkennen is, met een toepassing van het kernconcept individualisering (1) • een voorbeeld uit tekst 2 waaruit individualisering blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Vanaf de achttiende eeuw werd humor meer gewaardeerd als het voortkwam uit de eigen sprankelende geest en dus zelfbedachte geestigheden waren (r. 17-21), en werd humor minder gewaardeerd als het kluchten, oftewel traditionele humoristische vertellingen, waren (1) • In de hogere waardering van zelfbedachte geestigheden, vanaf de achttiende eeuw, is een toename van zelfstandigheid in het bedenken en waarderen van grappen te herkennen. Dus is in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor individualisering te herkennen (1) (2)
Gebruik tekst 2.
Vraag 5 2 punten
Leg uit dat het civilisatieproces te herkennen is in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor. Gebruik in je uitleg:
- een kenmerk van het civilisatieproces;
- een voorbeeld uit tekst 2 van dit kenmerk.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Tekst 2
Statusdaling van de klucht1)
Rond 1600 waren ‘kluchten’, voor creativiteit en gevatheid. (…) Men zover te overzien, overal: ze waren dient zijn eigen sprankelende geest rond de elite populair, maar te demonsteren door inventieve circuleerden ook onder het gewone 20 geestigheden en verfijnde
5 volk. [In] deze periode [kwam] de woordgrapjes. (…) ‘Esprit’2) is geen verwijdering tussen hoge en lage kwestie van bulderlach of humor op gang. Hoge humor moest clandestiene verwijzingen, maar van verfijnd en beschaafd zijn (…). In de beheerste, gedisciplineerde achttiende eeuw verschijnt bovendien 25 glimlachjes. Het feit dat de grap, in al
10 nog (…) een nieuw bezwaar tegen haar verfijning, behoorlijk scherp kon humoristische vertellingen, dat ook zijn, wijst hoogstens op een nog nu nog vaak tegen moppen gemaakt effectievere affectbeheersing3). Deze wordt: ze zijn niet zelf bedacht. (…) opeenstapeling van bezwaren tegen Dit leidt niet alleen tot steeds grotere 30 kluchten (…) leidde (…) tot een
15 taligheid van de humor, maar ook tot statusdaling van de humoristische een nadruk op oorspronkelijkheid, vertelling (…).
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres. noot 2 esprit = spitsvondigheid, geestigheid noot 3 affectbeheersing = beheersing van emoties, impulsen
tabel 1
Humorstijlen naar opleidingsniveau
middelbaar HBO en lager opgeleiden en hoger opgeleiden iemand met een goed sociabel1), gezellig, gevat, geestig, gevoel voor humor is … uitbundig, vrolijk scherp, snel platte humor is … kwetsend, grof gemakkelijk, simpel, flauw
naar: G. Kuipers, 2001 en 2013
noot 1 sociabel = onderhoudend, prettig in de omgang
Toelichting Humorstijlen zijn opvattingen over humor. Uit tabel 1 is bijvoorbeeld af te lezen dat middelbaar en lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor veelal als een gezellig, vrolijk persoon beschrijven.
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor het civilisatieproces te herkennen is, met gebruik van een kenmerk van het civilisatieproces (1) • een voorbeeld uit tekst 2 van het gekozen kenmerk (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het civilisatieproces in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor is te herkennen in een effectievere beheersing van impulsen, oftewel de toegenomen zelfdwang (1) • Deze toegenomen zelfdwang uit zich in de ontwikkeling van het sociaal-culturele verschijnsel humor in beheerste en gedisciplineerde glimlachjes, in plaats van in een onbeheerste bulderlach (r. 21-25) (1) (2)
Gebruik tabel 1. Socioloog Kuipers heeft onderzoek gedaan naar de samenhang tussen humorstijlen en opleidingsniveau. In tabel 1 staan resultaten uit het onderzoek.
Vraag 6 2 punten
Leg uit welk sociaalwetenschappelijk paradigma te herkennen is in het onderscheid in humorstijlen in tabel 1. Gebruik in je uitleg:
- de naam en een kenmerk van het gekozen paradigma;
- informatie uit tabel 1 over het gekozen kenmerk.
Tekst 1
Geschiedenis van de mop
(…) De mop zoals wij die kennen lijkt deze eis toentertijd niet werd gesteld een relatief nieuw genre te zijn: (…). [Een klucht2)] is gewoon een vermoedelijk is het genre ongeveer verhaal dat
- voor ons gevoel
- wat honderdvijftig jaar oud. (…) De voortkabbelt en dan zomaar stopt.
5 datering van een genre is afhankelijk 25 (…) Onder invloed van de van hoe het genre gedefinieerd modernisering veranderden oude, wordt. Als onder ‘mop’ wordt relatief onveranderlijke, mondelinge verstaan ‘humoristische vertelling’ is genres in een vluchtig, puntig genre de mop al vele duizenden jaren oud. (…). Een belangrijke rol bij deze
10 Het stramien dat tegenwoordig ‘mop’ 30 omvorming van oude naar nieuwe wordt genoemd stelt echter striktere genres speelde de, in het kielzog van eisen dan alleen een verhaal met een de industrialisering sterk tot bloei grap: er moeten een clou1), gekomen stedelijke vermaakscultuur. herkenbare personages en settings In Engeland heette het music hall, in
15 zijn, en er zijn bepaalde eisen voor 35 Amerika vaudeville, op het continent de opbouw. (…) Het bepalende cabaret of revue. (…) Het is zeer verschil tussen de moderne mop en waarschijnlijk dat vaudeville, music anekdotes, kluchten en vertellingen hall en cabaret de toon hebben gezet van vóór de negentiende eeuw is de voor nieuwe standaarden voor
20 clou. (…) Uit kluchtboeken blijkt dat 40 humor.
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Een clou is de centrale eis die moderne moppentappers aan een mop stellen dat hij een ontknoping aan het eind heeft, waardoor het voorgaande in een ander licht wordt gesteld (Kuipers, 2001, p.35). noot 2 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres.
Tekst 2
Statusdaling van de klucht1)
Rond 1600 waren ‘kluchten’, voor creativiteit en gevatheid. (…) Men zover te overzien, overal: ze waren dient zijn eigen sprankelende geest rond de elite populair, maar te demonsteren door inventieve circuleerden ook onder het gewone 20 geestigheden en verfijnde
5 volk. [In] deze periode [kwam] de woordgrapjes. (…) ‘Esprit’2) is geen verwijdering tussen hoge en lage kwestie van bulderlach of humor op gang. Hoge humor moest clandestiene verwijzingen, maar van verfijnd en beschaafd zijn (…). In de beheerste, gedisciplineerde achttiende eeuw verschijnt bovendien 25 glimlachjes. Het feit dat de grap, in al
10 nog (…) een nieuw bezwaar tegen haar verfijning, behoorlijk scherp kon humoristische vertellingen, dat ook zijn, wijst hoogstens op een nog nu nog vaak tegen moppen gemaakt effectievere affectbeheersing3). Deze wordt: ze zijn niet zelf bedacht. (…) opeenstapeling van bezwaren tegen Dit leidt niet alleen tot steeds grotere 30 kluchten (…) leidde (…) tot een
15 taligheid van de humor, maar ook tot statusdaling van de humoristische een nadruk op oorspronkelijkheid, vertelling (…).
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres. noot 2 esprit = spitsvondigheid, geestigheid noot 3 affectbeheersing = beheersing van emoties, impulsen
tabel 1
Humorstijlen naar opleidingsniveau
middelbaar HBO en lager opgeleiden en hoger opgeleiden iemand met een goed sociabel1), gezellig, gevat, geestig, gevoel voor humor is … uitbundig, vrolijk scherp, snel platte humor is … kwetsend, grof gemakkelijk, simpel, flauw
naar: G. Kuipers, 2001 en 2013
noot 1 sociabel = onderhoudend, prettig in de omgang
Toelichting Humorstijlen zijn opvattingen over humor. Uit tabel 1 is bijvoorbeeld af te lezen dat middelbaar en lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor veelal als een gezellig, vrolijk persoon beschrijven.
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • het sociaalconstructivisme-paradigma of het conflictparadigma (1) • een uitleg dat het gekozen paradigma te herkennen is in het onderscheid in humorstijlen, met een kenmerk van het gekozen paradigma en informatie uit tabel 1 daarover (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In het onderscheid in humorstijlen in tabel 1 is het sociaalconstructivisme-paradigma te herkennen (1) • In tabel 1 worden verschillende betekenisgevingen aan platte humor onderscheiden. In de ene groep wordt platte humor als ‘kwetsend’ gezien en in de andere als ‘gemakkelijk’. In het onderzoeken van sociaal-geconstrueerde betekenissen is het sociaalconstructivisme- paradigma te herkennen (1) of • In het onderscheid in humorstijlen in tabel 1 is het conflictparadigma te herkennen (1) • In tabel 1 wordt onderscheid gemaakt tussen lager en hoger opgeleiden. Het onderscheid in humorstijlen in tabel 1 is een uiting van bestaande tegenstellingen tussen deze groepen. Door humor te beschrijven in termen van benodigd intellect bestendigen hoger opgeleiden hun maatschappelijke positie ten opzichte van lager opgeleiden, die dat niet doen. In het onderzoeken van maatschappelijke tegenstellingen is het conflictparadigma te herkennen (1) (2)
Gebruik tabel 1. In tabel 1 staat een indeling van humorstijlen naar opleidingsniveau.
Vraag 7 2 punten
a Leg uit welke onderzoeksmethode het best gebruikt kan worden voor het samenstellen van tabel 1: interview of observatie. Gebruik in je uitleg:
- een vergelijking van beide onderzoeksmethoden;
- informatie uit tabel 1 die verkregen kan worden met de gekozen onderzoeksmethode. b Leg uit dat, voor het samenstellen van tabel 1, met de gekozen onderzoeksmethode meer valide gegevens verkregen kunnen worden dan met de andere onderzoeksmethode. Gebruik in je uitleg een omschrijving van de eis van validiteit.
Tekst 2
Statusdaling van de klucht1)
Rond 1600 waren ‘kluchten’, voor creativiteit en gevatheid. (…) Men zover te overzien, overal: ze waren dient zijn eigen sprankelende geest rond de elite populair, maar te demonsteren door inventieve circuleerden ook onder het gewone 20 geestigheden en verfijnde
5 volk. [In] deze periode [kwam] de woordgrapjes. (…) ‘Esprit’2) is geen verwijdering tussen hoge en lage kwestie van bulderlach of humor op gang. Hoge humor moest clandestiene verwijzingen, maar van verfijnd en beschaafd zijn (…). In de beheerste, gedisciplineerde achttiende eeuw verschijnt bovendien 25 glimlachjes. Het feit dat de grap, in al
10 nog (…) een nieuw bezwaar tegen haar verfijning, behoorlijk scherp kon humoristische vertellingen, dat ook zijn, wijst hoogstens op een nog nu nog vaak tegen moppen gemaakt effectievere affectbeheersing3). Deze wordt: ze zijn niet zelf bedacht. (…) opeenstapeling van bezwaren tegen Dit leidt niet alleen tot steeds grotere 30 kluchten (…) leidde (…) tot een
15 taligheid van de humor, maar ook tot statusdaling van de humoristische een nadruk op oorspronkelijkheid, vertelling (…).
bron: G. Kuipers, 2001
noot 1 Het woord ‘klucht’ werd vroeger niet alleen gebruikt in de zin van komisch toneelstuk, maar ook voor andere (eenvoudige) humoristische genres. noot 2 esprit = spitsvondigheid, geestigheid noot 3 affectbeheersing = beheersing van emoties, impulsen
tabel 1
Humorstijlen naar opleidingsniveau
middelbaar HBO en lager opgeleiden en hoger opgeleiden iemand met een goed sociabel1), gezellig, gevat, geestig, gevoel voor humor is … uitbundig, vrolijk scherp, snel platte humor is … kwetsend, grof gemakkelijk, simpel, flauw
naar: G. Kuipers, 2001 en 2013
noot 1 sociabel = onderhoudend, prettig in de omgang
Toelichting Humorstijlen zijn opvattingen over humor. Uit tabel 1 is bijvoorbeeld af te lezen dat middelbaar en lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor veelal als een gezellig, vrolijk persoon beschrijven.
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een uitleg dat voor het samenstellen van tabel 1 beter gebruikgemaakt kan worden van de onderzoeksmethode interview dan van observatie, met een verschil tussen deze onderzoeksmethoden en informatie uit tabel 1 die direct verkregen kan worden met een interview (1) b • een uitleg dat voor het samenstellen van tabel 1 met de onderzoeksmethode interview meer valide gegevens verkregen kunnen worden dan met observatie, met een toepassing van het begrip validiteit (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • Met een interview kan de onderzoeker mensen direct vragen naar eigen opvattingen over iemand met goede humor en over platte humor. Met een observatie kan alleen waargenomen worden of en wanneer mensen om bepaalde humor lachen, niet wat hun opvattingen zijn. Daarom kan een interview het best gebruikt worden voor het samenstellen van tabel 1 (1) b • Doordat opvattingen niet direct te observeren zijn, maar in een interview wel direct naar opvattingen gevraagd kan worden, kan de onderzoeker met een interview beter meten wat de onderzoeker wil meten dan met een observatie. Zo kan voor het onderscheiden van humorstijlen met een interview beter aan de eis van validiteit voldaan worden dan met een observatie (1) (2)
Gebruik tabel 1. Er zijn verschillende soorten kapitaal.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat socialisatie kan verklaren dat een verschil in kapitaal tussen lager en hoger opgeleiden kan leiden tot een verschil in humorstijlen tussen deze groepen. Gebruik in je uitleg:
- een soort kapitaal;
- informatie uit tabel 1 waaruit een verschil in de gekozen soort kapitaal blijkt;
- de omschrijving van het kernconcept socialisatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat er een verschil is in cultureel kapitaal tussen lager en hoger opgeleiden, met een toepassing van het begrip cultureel kapitaal en informatie uit tabel 1 daarover (1) • een uitleg met het begrip cultureel kapitaal dat socialisatie een verschil in humorstijlen tussen lager en hoger opgeleiden kan verklaren, met een toepassing van het kernconcept socialisatie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tabel 1 staat dat lager opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor als sociabel of gezellig beschrijven. Terwijl hoger opgeleiden iemand met een goed gevoel voor humor als gevat of scherp beschrijven, oftewel als een ontwikkeld iemand. Anders dan lager opgeleiden waarderen hoger opgeleiden eerder humor waarvoor kennis of een verfijnde smaak, oftewel meer cultureel kapitaal, nodig is (1) • Hoger opgeleiden hebben, in tegenstelling tot lager opgeleiden, tijdens hun opleiding cultureel kapitaal kunnen verwerven, waarmee zij andere humor waarderen. Dit verschil in socialisatie draagt dus bij aan verschil in humorstijlen tussen lager en hoger opgeleiden (1) (2)
Gebruik tabel 1.
Vraag 9 2 punten
Leg uit dat het verschil in referentiekader tussen lager en hoger opgeleiden wat betreft humor kan leiden tot weinig sociale cohesie tussen lager en hoger opgeleiden. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het begrip referentiekader;
- informatie uit tabel 1 over het verschil in referentiekader;
- de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat er een verschil is in referentiekader tussen lager en hoger opgeleiden, met een toepassing van het begrip referentiekader en informatie uit tabel 1 daarover (1) • een uitleg dat het verschil in referentiekader kan leiden tot weinig sociale cohesie tussen lager en hoger opgeleiden, met een toepassing van het kernconcept sociale cohesie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tabel 1 staat dat lager opgeleiden iemand met goede humor eerder als gezellig beschrijven en dat hoger opgeleiden iemand met goede humor eerder als gevat beschrijven. Lager en hoger opgeleiden hebben dus veelal andere opvattingen over wat humoristisch gedrag is. Er is hierover een verschil in referentiekader tussen lager en hoger opgeleiden (1) • Dit verschil in referentiekader kan de mogelijkheid om samen om een grap te lachen tegenwerken. Dit draagt niet bij aan het gevoel een groep te zijn, en kan dus leiden tot weinig sociale cohesie tussen lager en hoger opgeleiden (1) (2)
Vraag 10 1 punt
Met welk begrip is te verklaren, dat iemand wel met buurtkinderen om een Belgenmop lacht, maar niet met collega’s?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Opgave 2 Defensiesamenwerking in Europa
Bij deze opgave horen tekst 3, figuur 1 en tekst 4 uit het bronnenboekje.
Inleiding In december 2017 is in de Europese Unie (EU) op het gebied van defensie een Permanente Gestructureerde Samenwerkingsovereenkomst (PESCO) opgesteld. Deze opgave gaat over de samenwerking op het gebied van defensie tussen lidstaten binnen de EU en binnen de NAVO.
Gebruik tekst 3. De EU heeft twee belangrijke doelen. De PESCO kan een middel zijn om deze doelen te bereiken.
Vraag 11 2 punten
Leg voor een van deze doelen met het kernconcept samenwerking uit dat de PESCO aan dit doel bijdraagt. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept samenwerking;
- een voorbeeld uit tekst 3 van het kernconcept samenwerking;
- een doel van de EU.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat de PESCO door samenwerking tot stand komt, met een toepassing van het kernconcept samenwerking en daarvan een voorbeeld uit tekst 3 (1) • een uitleg dat de PESCO bijdraagt aan het doel van de EU om economische voorspoed te bevorderen / het doel van de EU om oorlog tussen landen te voorkomen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De Europese leden van de EU die de PESCO hebben ondertekend stemmen hun handelen op elkaar af, met investeringen in nieuwe militaire technologie (r. 51-55) (1) • Met het bevorderen van investeringen kan de PESCO bijdragen bij aan werkgelegenheid en economische groei en daarmee aan het doel van de EU om economische voorspoed te bevorderen (1) of • De leden van de EU die de PESCO hebben ondertekend stemmen hun handelen op elkaar af, met investeringen in operaties, missies en materieel van defensie (r. 24-32), voor een gemeenschappelijk doel, tegenwicht bieden aan bijvoorbeeld de Amerikanen (r. 40-43) en dreiging uit Rusland (r. 9) (1) • Met het bevorderen van samenwerken tussen EU-landen draagt de PESCO indirect bij aan het doel van de EU om onderling oorlog te voorkomen (1) (2)
Gebruik tekst 3. Er zijn verschillende voorbeelden van globaliseringsprocessen die de autonomie en macht van staten aantasten, zoals internationalisering van militaire macht.
Vraag 12 2 punten
− Geef een voorbeeld uit tekst 3 van internationalisering van militaire macht.
- Leg uit dat dit voorbeeld uit tekst 3 de autonomie en macht van staten aantast. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept macht.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een voorbeeld uit tekst 3 van internationalisering van militaire macht (1) • een uitleg dat het gekozen voorbeeld de autonomie en macht van staten aantast, met een toepassing van het kernconcept macht (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een voorbeeld van internationalisering van militaire macht uit tekst 3 is deelneming van EU-lidstaten aan Europese capaciteitsprojecten en EU-missies en operaties (r. 27-29) (1) • Deelneming aan Europese capaciteitsprojecten en EU-missies en operaties beperkt het vermogen van lidstaten om onafhankelijk van de EU militaire hulpbronnen in te zetten voor missies en operaties, dus tast deze deelneming de autonomie en macht van staten aan (1) (2)
Gebruik tekst 3. Het instellen van de PESCO kan onderbouwd worden vanuit de liberale theorieën.
Vraag 13 2 punten
a Geef een reden voor het instellen van de PESCO die past bij de liberale theorieën. b Verklaar het instellen van de PESCO vanuit de liberale theorieën. Gebruik in je verklaring:
- een kenmerk van de liberale theorieën;
- een voorbeeld uit tekst 3 van het gekozen kenmerk.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een reden voor het instellen van de PESCO, die past bij de liberale theorieën (1) b • een verklaring voor het instellen van de PESCO, met gebruik van een kenmerk van liberale theorieën en een voorbeeld uit tekst 3 waaruit het gekozen kenmerk blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • Het instellen van de PESCO is van belang om gezamenlijk te kunnen optreden tegen dreigingen (1) b • Volgens de liberale theorieën is samenwerking in het gezamenlijk belang van alle lidstaten, omdat zij op elkaar aangewezen zijn. De lidstaten zijn namelijk wederzijds afhankelijk door dreiging vanuit Rusland, geweld uit het Midden-Oosten en grote migratiebewegingen in Afrika (r. 9-11) (1) (2)
Gebruik figuur 1. Het ‘free riders’ probleem wordt ook wel het probleem van collectieve actie of het dilemma van collectieve actie genoemd. Het ‘free riders’ probleem wordt veroorzaakt door ‘free riders’ gedrag. In figuur 1 staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten in 2015.
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat in figuur 1 het gedrag van ‘free riders’ te herkennen is. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het gedrag van ‘free riders’;
- informatie uit figuur 1 over de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in figuur 1 gedrag van ‘free riders’ te herkennen is (1) • informatie uit figuur 1 over de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten waaruit gedrag van ‘free riders’ blijkt (1) voorbeeld van juist antwoord: • Het gedrag van ‘free riders’ houdt het rationale gedrag in van actoren om inspanningen die nodig zijn voor een collectief doel door anderen te laten verrichten. Zo is het voor de verschillende NAVO-lidstaten rationeel om de eigen inspanningen die nodig zijn voor collectieve militaire veiligheid zo veel mogelijk te laten verrichten door de andere lidstaten. In de militaire uitgaven van het merendeel van de lidstaten is dit gedrag van ‘free riders’ te herkennen (1) • Uit figuur 1 is af te lezen dat het merendeel van de lidstaten minder uitgeeft aan defensie dan de afgesproken NAVO-richtlijn van 2%. Deze leden laten de inspanningen voor collectieve militaire veiligheid voor een deel over aan anderen, met name de VS. De uitgaven van de VS zijn 3,6% van het BNP (1) (2)
Gebruik figuur 1. In 2014 annexeerde Rusland de Krim, een deel van het aangrenzende land Oekraïne. Stel dat jij onderzoek doet naar de groei van militaire uitgaven van NAVO-lidstaten die aan Rusland grenzen in vergelijking met de andere NAVO-lidstaten. In figuur 1 zijn de landen die aan Rusland grenzen grijs gemarkeerd.
Vraag 15 3 punten
Formuleer een hypothese over de groei van militaire uitgaven in
2015 van NAVO-lidstaten die aan Rusland grenzen, die te toetsen is met figuur 1.
- Noem de afhankelijke en de onafhankelijke variabele in je hypothese.
- Leg uit of de gegevens in figuur 1 je hypothese bevestigen of weerleggen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een hypothese over de groei van militaire uitgaven van NAVO-lidstaten die aan Rusland grenzen, die te toetsen is met figuur 1 (1) • een onafhankelijke en afhankelijke variabele (1) • het toetsen van de hypothese met gegevens in figuur 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Van de NAVO-lidstaten die aan Rusland grenzen verhogen relatief meer lidstaten hun militaire budgetten dan van lidstaten die niet aan Rusland grenzen (1) • Het wel of niet aan Rusland grenzen is de onafhankelijke variabele. En de groei van militaire uitgaven is de afhankelijke variabele (1) • Uit figuur 1 is af te lezen dat van de vier aan Rusland grenzende NAVO-lidstaten de militaire uitgaven van drie lidstaten stijgen: Polen, Estland en Litouwen. Van de niet-aangrenzende lidstaten in figuur 1 stijgen alleen van Noorwegen en Luxemburg de militaire uitgaven. De gegevens in figuur 1 bevestigen dus de hypothese (1) (3)
Gebruik tekst 3 en tekst 4. De PESCO is een bepaald type machtsbron. In tekst 3 en tekst 4 wordt deze machtsbron verschillend gewaardeerd.
Vraag 16 2 punten
a Leg uit welk type machtsbron de PESCO is. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het gekozen type machtsbron. b Leg het verschil in waardering van de PESCO als machtsbron uit. Gebruik in je uitleg:
- een voorbeeld uit tekst 3 van de waardering van het gekozen type machtsbron;
- een voorbeeld uit tekst 4 van de waardering van het gekozen type machtsbron.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Tekst 4
Diplomatiek compromis
De opbouw van het Europese waarbinnen we zelf projecten kiezen defensiebeleid verloopt enorm om met andere landen samen te succesvol, zo is de boodschap van 15 werken.” (...) veel Europese politici en diplomaten. De Europese defensiesamenwerking
5 (…) Maar niet iedereen gebruikt ziet er dan ook anders uit dan de EU- zulke grote woorden. Simon verdragsteksten het bedoeld hadden. Coveney, minister van Buitenlandse (…) Maar om iedereen te vriend te Zaken in (…) Ierland, bagatelliseerde 20 houden, is er dit jaar een diplomatiek de samenwerking op defensiegebied compromis bedacht waarbij de
10 toen hij zijn parlement probeerde te samenwerking ook ‘inclusief’1) is. (…) overtuigen. “Het verplicht Ierland De toetredingseisen voor Pesco zijn nergens toe. Er komt een structuur dan ook boterzacht. (…)
bron: Trouw, 2017
noot 1 Dit wil zeggen dat alle EU-lidstaten mee mogen doen.
Opgave 3 Burgertoppen in de Streuvelse Vallei
tabel 2
Tevredenheid over politiek, personen van 18 jaar en ouder, 1992-2016/’17 (in procenten)
1992 2000 2008/’09 2012/’13 2014/’15 2016/’17 In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert? - - 79 71 69 68 Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet? - 77 75 63 61 65 In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: Kamerleden letten te veel op het belang van enkele machtige groepen in plaats van op het algemeen belang 58 58 56 60 65 62
naar: SCP, 2017
Toelichting In tabel 2 staat het percentage respondenten dat ‘zeer’ en ‘tamelijk’ tevreden heeft geantwoord op de vraag ‘In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert?’ en ‘zeer’ en ‘min of meer’ tevreden in antwoord op de vraag ‘Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet?’ en het percentage respondenten dat heeft aangegeven het ‘zeer eens’ en ‘eens’ te zijn met de stelling.
tabel 3
Leeftijdsverdeling van de bevolking, de raadsleden en de deelnemers aan de burgertop in drie gemeenten in de Streuvelse Vallei, 2017 (in procenten)
leeftijd 16-29 30-49 50+ totaal Streuvel bevolking 32 23 45 100 raadsleden 5 25 70 100 deelnemers burgertop 17 23 60 100
Laag Zoerden bevolking 35 15 50 100 raadsleden 5 15 80 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Streuveldam bevolking 30 30 40 100 raadsleden 10 20 70 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Deze bron is fictief.
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • een uitleg dat de PESCO een politieke machtsbron is, met een toepassing van het begrip politieke machtsbron (1) b • een uitleg dat de PESCO als politieke machtsbron verschillend wordt gewaardeerd, met daarvan een voorbeeld uit tekst 3 en een voorbeeld uit tekst 4 (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • De PESCO is een politieke machtsbron van de deelnemende EU-lidstaten. De PESCO is een middel tot het legitiem uitoefenen van dwang om elkaar aan de gemaakte afspraken te houden (1) b • In tekst 3 staat dat de verplichtingen die de deelnemende lidstaten met de PESCO aangaan niet vrijblijvend zijn, maar juridisch bindend (r. 61-62), terwijl in tekst 4 staat dat de PESCO de lidstaat Ierland nergens toe verplicht (r. 11-12). In tekst 3 en tekst 4 wordt deze politieke machtsbron dus verschillend gewaardeerd (1) (2)
Gebruik tekst 4. Om zoveel mogelijk lidstaten deel te laten nemen aan de PESCO is een diplomatiek compromis gesloten.
Vraag 17 2 punten
Leg uit dat het hechten aan de soevereiniteit van EU-lidstaten een reden kan zijn geweest voor het sluiten van dit diplomatiek compromis. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het begrip soevereiniteit;
- een voorbeeld uit tekst 4 van soevereiniteit.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Tekst 4
Diplomatiek compromis
De opbouw van het Europese waarbinnen we zelf projecten kiezen defensiebeleid verloopt enorm om met andere landen samen te succesvol, zo is de boodschap van 15 werken.” (...) veel Europese politici en diplomaten. De Europese defensiesamenwerking
5 (…) Maar niet iedereen gebruikt ziet er dan ook anders uit dan de EU- zulke grote woorden. Simon verdragsteksten het bedoeld hadden. Coveney, minister van Buitenlandse (…) Maar om iedereen te vriend te Zaken in (…) Ierland, bagatelliseerde 20 houden, is er dit jaar een diplomatiek de samenwerking op defensiegebied compromis bedacht waarbij de
10 toen hij zijn parlement probeerde te samenwerking ook ‘inclusief’1) is. (…) overtuigen. “Het verplicht Ierland De toetredingseisen voor Pesco zijn nergens toe. Er komt een structuur dan ook boterzacht. (…)
bron: Trouw, 2017
noot 1 Dit wil zeggen dat alle EU-lidstaten mee mogen doen.
Opgave 3 Burgertoppen in de Streuvelse Vallei
tabel 2
Tevredenheid over politiek, personen van 18 jaar en ouder, 1992-2016/’17 (in procenten)
1992 2000 2008/’09 2012/’13 2014/’15 2016/’17 In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert? - - 79 71 69 68 Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet? - 77 75 63 61 65 In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: Kamerleden letten te veel op het belang van enkele machtige groepen in plaats van op het algemeen belang 58 58 56 60 65 62
naar: SCP, 2017
Toelichting In tabel 2 staat het percentage respondenten dat ‘zeer’ en ‘tamelijk’ tevreden heeft geantwoord op de vraag ‘In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert?’ en ‘zeer’ en ‘min of meer’ tevreden in antwoord op de vraag ‘Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet?’ en het percentage respondenten dat heeft aangegeven het ‘zeer eens’ en ‘eens’ te zijn met de stelling.
tabel 3
Leeftijdsverdeling van de bevolking, de raadsleden en de deelnemers aan de burgertop in drie gemeenten in de Streuvelse Vallei, 2017 (in procenten)
leeftijd 16-29 30-49 50+ totaal Streuvel bevolking 32 23 45 100 raadsleden 5 25 70 100 deelnemers burgertop 17 23 60 100
Laag Zoerden bevolking 35 15 50 100 raadsleden 5 15 80 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Streuveldam bevolking 30 30 40 100 raadsleden 10 20 70 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Deze bron is fictief.
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • soevereiniteit als reden voor het sluiten van een diplomatiek compromis, met een toepassing van het begrip soevereiniteit (1) • een uitleg dat het hechten aan soevereiniteit een reden kan zijn voor het sluiten van een diplomatiek compromis, met een voorbeeld uit tekst 4 van soevereiniteit (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een reden voor het sluiten van een diplomatiek compromis kan zijn dat EU-lidstaten niet ondergeschikt willen zijn aan elkaars gezag (1) • Met het diplomatieke compromis kunnen de EU-lidstaten elkaar namelijk niet dwingen te voldoen aan zware toetredingseisen (r. 23-24). Het hechten van de EU-lidstaten aan soevereiniteit kan dus een reden zijn voor het sluiten van dit compromis (1) (2)
Gebruik tekst 4. Voor het instellen van de PESCO is een diplomatiek compromis tussen lidstaten gesloten.
Vraag 18 2 punten
Leg het diplomatiek compromis uit vanuit het rationele actor-paradigma. Gebruik in je uitleg:
- een kenmerk van het rationele actor-paradigma;
- informatie uit tekst 4 waaruit het gekozen kenmerk blijkt.
Tekst 3
PESCO
De Europese Unie gaat meer (…) Federica Mogherini, de investeren in defensie en ook meer buitenlandchef van de Europese samenwerken op dit terrein. Bij het 35 Unie, wil dat de EU voortaan instellen van de ‘Permanente gezamenlijk nieuwe wapensystemen
5 Gestructureerde Samenwerkings- ontwikkelt, samen materieel overeenkomst’ (PESCO) is sprake aankoopt en samen operaties van een doorbraak op dit gebied. uitvoert. Dat is volgens haar niet Daar is ook alle aanleiding toe. (…) 40 alleen goedkoper en efficiënter, maar ook de enige manier om een “Dreiging vanuit Rusland, geweld in tegenwicht te bieden aan de
10 het Midden-Oosten en grote Amerikanen. Zo zijn inefficiëntie en migratiebewegingen in Afrika nopen onnodige doublures in de EU grote Europa tot een sterkere defensie”, zo 45 problemen. Binnen de EU zijn zei minister van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld 17 tanktypes in gebruik, Halbe Zijlstra, in Brussel, waar (…) in de Verenigde Staten slechts één;
15 de PESCO werd getekend. Maar ook in Europa vliegen twintig de brexit (waardoor de EU een verschillende gevechtsvliegtuigen, in militaire mogendheid kwijtraakt), 50 de Verenigde Staten zes. (…) Trump1) (die twijfel zaait over de PESCO moet ook leiden tot de Amerikaanse bijstandsverplichting) ontwikkeling van nieuwe militaire
20 en de verslechterde verhouding met technologie, waarbij de nationale NAVO-bondgenoot Turkije (die defensie-industrieën kennis en Russische raketverdedigings- 55 belangen bundelen. (…) systemen koopt) spelen een rol. (…) Besluitvorming over de inzet van De aangegane verplichtingen (…) militairen blijft een nationale
25 betreffen onder meer doelstellingen verantwoordelijkheid. Belangrijk en voor investeringen in defensie, het nieuwe van PESCO is echter wel deelneming aan Europese 60 dat de verplichtingen die worden capaciteitsprojecten en EU-missies aangegaan, niet vrijblijvend maar en operaties, alsmede het verbeteren juridisch bindend zijn en de naleving
30 van de gereedheid en inter- ervan jaarlijks getoetst wordt. (…) operabiliteit van militaire troepen en capaciteiten.
bron: Clingendael Instituut, 2018
noot 1 president Trump van de Verenigde Staten
figuur 1
Militaire uitgaven van NAVO in 2015
2,6 % Griekenland van BNP 2,4 in 2015
2,2 Polen Verenigd Koninkrijk Estland 2,0 2% NAVO-richtlijn
1,8 Frankrijk Turkije 1,6 Roemenië Noorwegen Kroatië 1,4 Portugal Nederland Duits- 1,2 Bulgarije Slowakije Albanië land Letland Litouwen
1,0 Italië Denemarken NAVO-lidstaten exclusief de VS: Slovenië - uitgaven van VS zijn $ 560 miljard, Canada meer dan 10x de omvang van de 0,8 Spanje uitgaven van het Verenigd Koninkrijk Tsjechië België - VS militaire uitgaven goed voor circa 3,6% van BNP 0,6 Hongarije Luxemburg 0,4 -10 -0,9 -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 daling van uitgaven stijging van uitgaven
Legenda: landen grenzend aan Rusland
naar: Consultancy.nl, 2016
Toelichting In 2015 namen 28 lidstaten deel aan de NAVO. In figuur 1 staan 26 lidstaten. Lidstaat VS staat apart in een kader. Lidstaat IJsland ontbreekt. De 2% NAVO-richtlijn is het door de NAVO-lidstaten vastgestelde percentage van 2% van het bruto nationaal product (BNP) dat zij aan defensie zouden moeten besteden. Deze richtlijn is geen verplichting. Op de x-as staat het percentage van het BNP waarmee de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten aan de NAVO toe- of afneemt. Op de y-as staan de militaire uitgaven van NAVO-lidstaten als percentage van het BNP in 2015. De grootte van de bollen geeft de grootte weer van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten ten opzichte van elkaar. De militaire uitgaven van de VS staan in het kader beschreven. Een voorbeeld: Nederland leverde in 2015 een NAVO-bijdrage van iets minder dan 1,2% van het BNP. De Nederlandse NAVO-bijdrage als percentage van
het BNP daalt. De militaire uitgaven van Nederland waren in 2015 groter dan die van Denemarken en kleiner dan die van Duitsland.
Tekst 4
Diplomatiek compromis
De opbouw van het Europese waarbinnen we zelf projecten kiezen defensiebeleid verloopt enorm om met andere landen samen te succesvol, zo is de boodschap van 15 werken.” (...) veel Europese politici en diplomaten. De Europese defensiesamenwerking
5 (…) Maar niet iedereen gebruikt ziet er dan ook anders uit dan de EU- zulke grote woorden. Simon verdragsteksten het bedoeld hadden. Coveney, minister van Buitenlandse (…) Maar om iedereen te vriend te Zaken in (…) Ierland, bagatelliseerde 20 houden, is er dit jaar een diplomatiek de samenwerking op defensiegebied compromis bedacht waarbij de
10 toen hij zijn parlement probeerde te samenwerking ook ‘inclusief’1) is. (…) overtuigen. “Het verplicht Ierland De toetredingseisen voor Pesco zijn nergens toe. Er komt een structuur dan ook boterzacht. (…)
bron: Trouw, 2017
noot 1 Dit wil zeggen dat alle EU-lidstaten mee mogen doen.
Opgave 3 Burgertoppen in de Streuvelse Vallei
tabel 2
Tevredenheid over politiek, personen van 18 jaar en ouder, 1992-2016/’17 (in procenten)
1992 2000 2008/’09 2012/’13 2014/’15 2016/’17 In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert? - - 79 71 69 68 Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet? - 77 75 63 61 65 In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: Kamerleden letten te veel op het belang van enkele machtige groepen in plaats van op het algemeen belang 58 58 56 60 65 62
naar: SCP, 2017
Toelichting In tabel 2 staat het percentage respondenten dat ‘zeer’ en ‘tamelijk’ tevreden heeft geantwoord op de vraag ‘In hoeverre bent u tevreden over de wijze waarop de democratie in Nederland functioneert?’ en ‘zeer’ en ‘min of meer’ tevreden in antwoord op de vraag ‘Hoe tevreden bent u over het algemeen met wat de Nederlandse regering doet?’ en het percentage respondenten dat heeft aangegeven het ‘zeer eens’ en ‘eens’ te zijn met de stelling.
tabel 3
Leeftijdsverdeling van de bevolking, de raadsleden en de deelnemers aan de burgertop in drie gemeenten in de Streuvelse Vallei, 2017 (in procenten)
leeftijd 16-29 30-49 50+ totaal Streuvel bevolking 32 23 45 100 raadsleden 5 25 70 100 deelnemers burgertop 17 23 60 100
Laag Zoerden bevolking 35 15 50 100 raadsleden 5 15 80 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Streuveldam bevolking 30 30 40 100 raadsleden 10 20 70 100 deelnemers burgertop 20 25 55 100
Deze bron is fictief.
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg van het diplomatiek compromis voor de PESCO vanuit het rationele actor-paradigma, met een kenmerk van het rationele actor-paradigma (1) • informatie uit tekst 4 waaruit een toepassing van het gekozen kenmerk blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Vanuit het rationele actor-paradigma kan het diplomatiek compromis beschreven worden als een resultaat van de rationele afweging die EU-lidstaten maken door de kosten en baten van deelname tegen elkaar af te wegen (1) • Met het diplomatiek compromis zijn er boterzachte toetredingseisen voor de PESCO gekomen (r. 23-24), zodat de EU-lidstaten zo min mogelijk verplichtingen hoeven na te komen, en alle EU-lidstaten mee mogen doen (r. 22). De kosten van verplichtingen bij deelname aan de PESCO zijn dus lager dan de baten van het profiteren van een Europese defensie (1) (2)
Opgave 3 Burgertoppen in de Streuvelse Vallei
Bij deze opgave horen tabel 2 en tabel 3 uit het bronnenboekje. Tabel 3 is fictief.
Inleiding Volgens de Vlaamse cultuurhistoricus David Van Reybrouck lijden vrijwel alle westerse samenlevingen aan een zogenaamd ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. Als tekenen daarvan ziet hij dat in de huidige democratie steeds minder gebruikgemaakt wordt van het stemrecht, met name door jongeren, mensen met een migratieachtergrond en lager opgeleiden; kiezers worden grilliger in hun keuze voor politieke partijen, en het ledenaantal van politieke partijen loopt terug. Volgens Van Reybrouck tast dit de legitimiteit van de parlementaire democratie aan. In zijn boek Tegen verkiezingen (2013) pleit Van Reybrouck voor nieuwe vormen van democratie, zoals burgertoppen. Burgertoppen staan los van bestaande politieke besluitvormingsprocessen. Het zijn evenementen waarbij burgers in open dialoog met elkaar praten over maatschappelijke en politieke kwesties en oplossingen. Burgers worden via loting geselecteerd, zodat iedereen een gelijke kans krijgt om mee te doen. Van Reybrouck wil verkiezingen niet per se afschaffen, maar alternatieven ernaast zetten.
Gebruik de inleiding. In politieke besluitvormingsmodellen wordt onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve steun.
Vraag 19 2 punten
− Geef aan of in de inleiding actieve of passieve steun te herkennen is. Gebruik in je antwoord een voorbeeld uit de inleiding van het gekozen type steun.
- Leg uit dat een afname van deze steun de legitimiteit van de parlementaire democratie kan aantasten. Gebruik in je uitleg het gekozen type steun.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een voorbeeld van actieve steun uit de inleiding (1) • een uitleg dat afname van actieve steun de legitimiteit van de parlementaire democratie kan aantasten, met een toepassing van het begrip actieve steun (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In de inleiding is actieve steun te herkennen. Gebruikmaken van het stemrecht is een vorm van actieve steun (1) • Als bepaalde groepen minder gebruikmaken van het stemrecht, kan dat een teken zijn van verminderde steun van die groepen voor ons politieke systeem. Dit kan de legitimiteit van de parlementaire democratie aantasten (1) (2)
Gebruik de inleiding. Van Reybrouck vindt dat de democratie kan worden verrijkt met initiatieven zoals burgertoppen. Er zijn zes politieke vereisten voor een grootschalige democratie, zoals inclusief burgerschap.
Vraag 20 2 punten
− Geef een vereiste waaraan burgertoppen wel voldoen met daarvan een voorbeeld uit de inleiding.
- Geef een vereiste waaraan burgertoppen niet voldoen met daarvan een voorbeeld uit de inleiding. Je mag de vereiste ‘inclusief burgerschap’ niet gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een vereiste voor een grootschalige democratie waaraan burgertoppen wel voldoen: vrijheid van meningsuiting / vrijheid van vereniging of gelijke rechten voor alle burgers, met daarvan een voorbeeld uit de inleiding (1) • een vereiste voor een grootschalige democratie waaraan burgertoppen niet voldoen: gekozen vertegenwoordiging die de regering controleert / vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen waarbij volksvertegenwoordigers worden gekozen, met daarvan een voorbeeld uit de inleiding (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Burgertoppen voldoen wel aan de vrijheid van meningsuiting, een vereiste voor grootschalige democratie. In de inleiding staat namelijk dat burgers in burgertoppen in open dialoog over maatschappelijke en politieke kwesties kunnen spreken (1) • Burgertoppen voldoen niet aan gekozen vertegenwoordiging die de regering controleert, een vereiste voor grootschalige democratie. In de inleiding staat namelijk dat deelname aan burgertoppen via loting tot stand komt (1) (2)
Gebruik de inleiding.
Vraag 21 1 punt
Leg uit dat burgertoppen, volgens Van Reybrouck, kunnen bijdragen aan democratisering. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept democratisering;
- informatie uit de inleiding om democratisering te illustreren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat burgertoppen, volgens Van Reybrouck, kunnen bijdragen aan democratisering, met een toepassing van het kernconcept democratisering en informatie uit de inleiding om dit te illustreren voorbeeld van een juist antwoord: In de inleiding staat dat burgertoppen, volgens Van Reybrouck, burgers een gelijke kans bieden om deel te nemen aan de democratie. Wanneer burgers met minder macht, zoals lager opgeleiden, door burgertoppen meer mogelijkheden tot medezeggenschap krijgen, treedt er een verandering in de machtsverhoudingen op die in het voordeel is van de degenen met minder macht. Zo kunnen burgertoppen bijdragen aan democratisering. (1)
Gebruik tabel 2. De legitimiteit van onze parlementaire democratie kan afgelezen worden aan tevredenheid van burgers over de politiek. Er zijn drie kenmerken van politiek te onderscheiden, zoals polity.
Vraag 22 3 punten
a Geef de twee andere kenmerken van politiek. b Leg voor deze twee kenmerken van politiek uit in welke richting de tevredenheid daarover zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Gebruik in je uitleg:
- deze twee kenmerken van politiek;
- voor elk van deze twee kenmerken van politiek een indicator uit tabel 2 van de tevredenheid daarover;
- informatie uit tabel 2 over de ontwikkeling van de tevredenheid over elk kenmerk van politiek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: a • policy en politics / beleid en machtsstrijd (1) b • een uitleg dat het kenmerk policy/beleid te herkennen is in wat de regering doet uit tabel 2 en de ontwikkeling van de tevredenheid daarover met informatie uit tabel 2 (1) • een uitleg dat het kenmerk politics/machtsstrijd te herkennen is in de aandacht van Kamerleden voor de belangen van machtige groepen versus het algemeen belang uit tabel 2 en de ontwikkeling van de tevredenheid daarover met informatie uit tabel 2 (1) voorbeeld van een juist antwoord: a • De andere kenmerken van politiek zijn policy en politics (1) b • In tabel 2 is het kenmerk policy te herkennen in wat de regering doet, de beleidskeuzes over hoe de samenleving eruit zou moeten zien en welke middelen daarvoor nodig zijn. De mate van tevredenheid over wat de regering doet, lijkt vanaf de meting in 2000 af te nemen en in 2016/’17 weer toe te nemen (1) • In tabel 2 is het kenmerk politics te herkennen in de aandacht van Kamerleden voor de belangen van machtige groepen versus het algemeen belang, als machtsstrijd om waardevolle zaken toe te delen. De tevredenheid daarover schommelt over de jaren. In de metingen van 1992 en 2000 blijft de tevredenheid gelijk. De tevredenheid hierover lijkt in 2008/’09 toe te nemen, daarna weer af te nemen en in 2016/’17 weer toe te nemen (1) (3)
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Gebruik tabel 3. Het afspiegelingsmodel is een model voor politieke representatie. Tabel 3 gaat over de gemeenten in de Streuvelse Vallei waar een burgertop heeft plaatsgevonden.
Vraag 23 2 punten
Leg uit of het afspiegelingsmodel beter benaderd wordt in de onderzochte burgertoppen dan in de gemeenteraden. Gebruik in je uitleg:
- een kenmerk van het afspiegelingsmodel;
- informatie uit tabel 3 over de bevolking, raadsleden en deelnemers aan de burgertoppen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat de burgertoppen in de Streuvelse Vallei het afspiegelingsmodel beter benaderen dan in de gemeenteraden, met een kenmerk van het afspiegelingsmodel (1) • een vergelijking van de bevolkingsvertegenwoordiging van de verschillende leeftijdsgroepen onder de raadsleden en de deelnemers aan de burgertoppen, met informatie uit tabel 3 daarover (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In alle gemeenteraden van de drie Streuvelse gemeenten zijn de jongeren ondervertegenwoordigd, terwijl de ouderen oververtegenwoordigd zijn. De middengroep loopt minder ver uiteen. Bij de burgertoppen in deze gemeenten zijn de jongeren ook ondervertegenwoordigd, maar veel minder. En ouderen zijn bij de burgertoppen ook oververtegenwoordigd, maar ook veel minder. Bij de middengroep loopt ook bij de burgertoppen de vertegenwoordiging minder uiteen (1) • Het achtergrondkenmerk leeftijd komt in burgertoppen dus beter dan in de gemeenteraad overeen met de groep die vertegenwoordigd wordt, namelijk de bevolking. Het afspiegelingsmodel gaat er namelijk van uit dat de volksvertegenwoordiging een zo goed mogelijke afspiegeling moet zijn van de bevolking. Hieruit kan geconcludeerd worden dat voor wat betreft het achtergrondkenmerk leeftijd de burgertoppen in de Streuvelse Vallei inderdaad het afspiegelingsmodel beter benaderen dan de gemeenteraad (1) (2)
In het voorjaar van 2020 zal er weer een burgertop in de gemeente Streuvel gehouden worden. Deelnemers worden geloot. Stel dat je een onderzoek wilt doen naar het effect van burgertoppen op de politieke cohesie. Een onderzoeksvraag is: ‘In hoeverre draagt deelname aan de burgertop van 2020 bij aan de politieke cohesie van bewoners van de gemeente Streuvel?’. Hiervoor wil je voorafgaande aan de burgertop en achteraf eenzelfde vragenlijst afnemen onder deelnemers en niet-deelnemers aan de burgertop in de gemeente Streuvel.
Vraag 24 4 punten
− Formuleer een gesloten enquêtevraag om politieke cohesie te meten. Je mag het woord ‘politieke cohesie’ niet gebruiken.
- Formuleer twee of meer antwoordmogelijkheden voor de persoon die de enquêtevraag beantwoordt.
- Leg uit waarom je met het afnemen van deze enquêtevraag de politieke cohesie van bewoners van de gemeente Streuvel meet. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het begrip politieke cohesie.
- Leg uit dat de enquêtevraag zowel aan deelnemers, als aan niet-deelnemers voorgelegd moet worden om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Geen scorepunt toekennen aan een enquêtevraag met het woord ‘cohesie’.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-1034-f-19-1-o
Andere examens maatschappijwetenschappen vwo (pilot)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 24. Van 22 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (11), vorming (6) en verandering (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-1034-f-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen vwo (pilot) 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.