Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Visvinder, Transformeren, Warm mes, Magneten, Rekstokfinale, Zeilrecord, Wiebelstep, Wensballon.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1 telt 42 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (14), stoffen en materialen (8) en energie (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen24, 26-29, 31-38, 4214
Stoffen en materialen18-23, 39, 418
Energie6-7, 11, 13-14, 25, 307
Elektriciteit8-10, 12, 15-177
Licht en geluid1-55
Verbranden401

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens natuur- en scheikunde I vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg minder over elektriciteit (17% van de vragen, gemiddeld 27%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Visvinder

Vissen zijn te vinden met een Fishfinder. Het uiteinde van de Fishfinder hangt in het water. de Fishfinder

De Fishfinder zendt geluid uit. Dit geluid wordt teruggekaatst door de vissen en weer opgevangen door de Fishfinder.

Vraag 1 1 punt

Hoe noem je teruggekaatst geluid?

Bekijk het antwoord
  • echo (1)

Vraag 2 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de werking van de Fishfinder. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Het uitgezonden signaal van de Fishfinder wordt op het beeldscherm van een ander apparaat zichtbaar gemaakt. Je ziet een afbeelding van het beeldscherm.

10 µs

Vraag 3 1 punt

Dit geluidssignaal kan zichtbaar worden gemaakt met een

  1. A decibelmeter
  2. B oscilloscoop
  3. C toongenerator

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 4 1 punt

Het ontvangen signaal van de Fishfinder is ook op een beeldscherm weergegeven. Welke afbeelding geeft het ontvangen geluid weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

10 µs 10 µs 10 µs

A B C

Vraag 5 3 punten

Met het signaal op het beeldscherm is bepaald dat de trillingstijd van het ontvangen geluid 2,0 · 10–5 s is. Bereken de frequentie en noteer of dit geluid hoorbaar is voor de mens. Gebruik de gehoorgrenzen van de mens bij je conclusie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

f = 50 kHz / f = 50 000 Hz / f = 5,0 x 104 Hz. Dit is niet hoorbaar omdat dit boven de gehoorgrens van de mens (20 kHz) ligt.

Transformeren

Menne onderzoekt het rendement van een transformator. Hij sluit de primaire spoel via een kWh-meter aan op netspanning. Op de secundaire spoel sluit hij een gloeilamp aan.

kWh-meter transformator

Vraag 6 2 punten

In de transformator wordt energie omgezet. Op de uitwerkbijlage staat een schema van de energie-omzettingen. Noteer in het schema de juiste energiesoorten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

indien drie energiesoorten juist (2) indien twee energiesoorten juist (1) indien een of geen energiesoort juist (0)

Vraag 7 4 punten

Op de kWh-meter is de meterstand af te lezen. Als er energie wordt gebruikt, dan draait er ook een schijf rond. Op de kWh-meter staat 375 U/kWh. Dit betekent:

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de energie in één rondje (1)
  • omrekenen van de tijd (1)
  • gebruik van de formule E = P · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

als de schijf 375 keer is rondgedraaid, is er 1,0 kWh energie omgezet.

Menne meet dat de schijf een tijd van 2,5 minuut nodig heeft om één keer rond te draaien. Toon met een berekening aan dat het opgenomen vermogen van de transformator 64 W is. Bereken daarvoor eerst de energie in kWh die er in één rondje is omgezet.

Vraag 8 2 punten

Menne heeft bij de gloeilamp aan de secundaire kant een ampèremeter en een voltmeter aangesloten. Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema. Maak het schema compleet met de lamp en beide meters op de juiste plaats.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een of meer componenten plaatst of verbindingen maakt waardoor er een niet-werkend circuit ontstaat, hiervoor een scorepunt aftrekken.

De primaire spoel (n = 500) is aangesloten op netspanning (230 V). De spanning aan de secundaire kant is 21 V.

Vraag 9 2 punten

Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Neem aan dat de transformator ideaal is.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of het symbool voor het aantal windingen niet genoteerd te zijn.

Vraag 10 3 punten

Je ziet een afbeelding van de ampèremeter bij een meting.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juiste aflezing van de ampèremeter (1,3 A) (1)
  • gebruik van de formule P = U · I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Toon met een berekening aan dat de secundaire spoel van de transformator een vermogen van 27,3 W levert. Noteer eerst de aanwijzing van de stroommeter.

Vraag 11 2 punten

Het opgenomen vermogen van de primaire spoel is 64 W. Bereken het rendement van deze transformator.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of het symbool voor het rendement niet genoteerd te zijn.

Warm mes

Voor het smeren van koude boter is er een speciaal mes met een verwarmd snijblad.

led en weerstand

verwarmings- drukknop batterijen element

In het handvat van het mes zitten twee batterijen. In het snijblad zit een verwarmingselement.

Vraag 12 1 punt

Je ziet vier afbeeldingen van een deel van het schakelschema. In welke afbeelding zijn de batterijen juist aangesloten?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A + - + -

B - + - +

C + - - +

D - + + -

Vraag 13 1 punt

Wat is de belangrijkste vorm van warmtetransport die voor het verwarmen van het snijblad zorgt?

  1. A geleiding
  2. B straling
  3. C stroming
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 14 1 punt

Het snijblad van het mes wordt verwarmd tot een temperatuur van 315 K. Noteer deze temperatuur in graden Celsius.

Bekijk het antwoord
  • (T =) 42 (°C) (1)

Op het handvat zit een led. De led brandt als de stroomkring gesloten is. Om de led op de juiste spanning te laten branden is er een weerstand R1 in serie geschakeld. Je ziet een vereenvoudigd schakelschema van het mes.

Utotaal = 3,0 V

- +

1,8 V R1

16 mA

verwarmingselement

Vraag 15 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de led en R1. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Als je de stroomkring sluit, dan is de totale stroomsterkte 0,12 A.

Vraag 16 2 punten

Bereken de totale weerstand van de schakeling.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule R = U / I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 17 2 punten

De totale capaciteit van de volle batterijen is 1800 mAh. Bereken de tijd die de batterijen bij deze stroomsterkte energie kunnen leveren.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule C = I · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Magneten

Arend heeft schijfmagneetjes gekocht.

Op de verpakking staat een tabel met een aantal gegevens.

tabel

maximale gebruikstemperatuur 353 K

dichtheid 7,6 g/cm3

samenstelling ijzer, neodymium, boor

coating nikkel

Arend wil het volume van één magneetje meten. Hij vult een maatcilinder met een volume van 10,0 mL water. Dan laat hij tien magneetjes in de maatcilinder zakken.

Vraag 18 1 punt

Waarom is het beter tien magneetjes in de maatcilinder te doen dan één magneetje?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat dan de meetfout kleiner is / de meting nauwkeuriger is. (1)

Vraag 19 3 punten

Arend bepaalt met een weegschaal dat de massa van één magneetje 5,17 g is. Bereken op de uitwerkbijlage het volume van tien magneetjes en geef het eindniveau van de maatcilinder aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de factor 10 (1)
  • gebruik van de formule ρ = m / V (1)
  • rest van de berekening juist en het eindniveau juist aangegeven (V = 16,8 cm 3) (1)

Vraag 20 1 punt

Als Arend een magneetje bij een paperclip houdt, beweegt de paperclip naar het magneetje toe. Wat is juist?

  1. A Dit is een chemische reactie.
  2. B Dit is een natuurkundig proces.
  3. C Dit is zowel een natuurkundig proces als een chemische reactie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 21 1 punt

De coating van nikkel beschermt een magneetje tegen corrosie. Wat is corrosie?

  1. A de reactie van een magneetje met zuurstof
  2. B het indeuken van een magneetje bij stoten of vallen
  3. C het smelten van een magneetje bij hoge temperaturen
  4. D het uitzetten van een magneetje bij hoge temperaturen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Op de verpakking van de magneetjes staat de verdeling van de noord- en de zuidpool in een magneetje.

N Z

Vraag 22 1 punt

Arend stapelt vier magneetjes op elkaar. In welke afbeelding is de verdeling van de noord- en zuidpolen over de vier magneetjes juist weergegeven?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B C D

Op de verpakking staat ook een waarschuwing:

Let op: Houd magneten uit de buurt van alle apparaten en voorwerpen die door sterke magnetische velden kunnen worden beschadigd.

Vraag 23 1 punt

Arend maakt zich zorgen over zijn horloge. Welke metalen in het horloge zijn gevoelig voor magnetische velden?

  1. A aluminium en nikkel
  2. B ijzer en magnesium
  3. C ijzer en nikkel
  4. D magnesium en aluminium

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Rekstokfinale

Epke Zonderland won goud aan de rekstok bij de Olympische Zomerspelen in Londen. Aan het begin van zijn oefening zet Epke zich af om aan de rekstok te gaan hangen.

Vraag 24 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de afzet. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het eerste scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Je ziet twee schematische afbeeldingen van Epke tijdens zijn oefening.

laagste stand hoogste stand

Vraag 25 2 punten

De zwaarte-energie van de laagste stand naar de hoogste stand neemt toe met 1530 J. Bereken de afstand in meter die Epke (massa 68 kg) omhoog beweegt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 26 1 punt

Om een blessure te voorkomen, buigt Epke bij de landing door zijn knieën. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de landing. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Vraag 27 2 punten

Het door de knieën buigen is te vergelijken met veiligheidsvoorzieningen in een auto. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met veiligheidsvoorzieningen in een auto. Zet in de tabel een kruisje achter elke veiligheidsvoorziening in een auto die te vergelijken is met het door de knieën buigen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • veiligheidsvoorziening airbag X veiligheidsgordel X kooiconstructie kreukelzone X indien drie kruisjes juist (2) indien twee kruisjes juist (1) indien een of geen kruisje juist (0) (2)

Zeilrecord

Paul Larsen heeft het snelheidsrecord zeilen behaald.

Vraag 28 2 punten

Paul zeilde een afstand van 500 m met een gemiddelde snelheid van 33,7 m/s. Bereken de tijd die hij voor die afstand nodig had.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule v gem = s / t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De topsnelheid tijdens dit record was 35,0 m/s.

Vraag 29 1 punt

Noteer deze snelheid in km/h.

Bekijk het antwoord
  • (v =) 126 (km/h) (1)

Vraag 30 2 punten

De totale massa van Paul met zijn zeilboot is 360 kg. Bereken de bewegingsenergie van de boot op topsnelheid.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ek = 0,5 ·m · v 2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Op de boot werken voortstuwende en tegenwerkende krachten.

Vraag 31 1 punt

Noteer in de zin op de uitwerkbijlage de oorzaken van de tegenwerkende krachten op de boot.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide oorzaken juist zijn.

Vraag 32 1 punt

De boot vaart met een constante snelheid. In welke afbeelding zijn de voortstuwende en tegenwerkende krachten juist weergegeven?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Wiebelstep

Ties heeft een speciale step. Deze step wordt aangedreven door de voetenplank op en neer te bewegen.

Vraag 33 1 punt

De kracht op de voetenplank wordt op het aandrijfwiel overgebracht via een kabel die over twee katrollen loopt.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Over katrol 2 staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Maak elke zin compleet.

Vraag 34 1 punt

Het op gang komen vanuit stilstand kost veel meer kracht dan het rijden met constante snelheid. Door welk natuurkundig begrip komt dit?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • traagheid (1)

Ties test de handremmen. Hij doet dit door bij verschillende snelheden de remweg te meten. Je ziet een tabel met de meetresultaten.

snelheid (km/h) remweg (m)

4 0,8

8 3,5

10 5,3

14 10,3

16 13,5

Vraag 35 3 punten

Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetresultaten uit en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als minder dan 2/3 deel van beide assen wordt gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen. Als de lijn door de oorsprong is getekend, dit niet aanrekenen.

Vraag 36 1 punt

Uit de tabel en de grafiek volgt een verband tussen de snelheid en de remweg. Op de uitwerkbijlage staat een zin over dit verband. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 4x (1)

Vraag 37 2 punten

Goede remmen hebben invloed op de remweg. Noteer nog twee factoren die invloed hebben op de remweg.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste antwoorden: − de kwaliteit/toestand van het wegdek − de kwaliteit van de banden − de massa van step en berijder − de beginsnelheid − de remkracht per juist antwoord (1) (2)

Vraag 38 1 punt

De stopafstand hangt af van de reactietijd. Noteer een factor die invloed heeft op de reactietijd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat (begin)snelheid noemt, hiervoor geen scorepunt toekennen.

Wensballon

Tijdens feestelijkheden kun je een papieren wensballon laten opstijgen.

Vraag 39 2 punten

De papieren wensballon heeft een ijzeren constructie. IJzer en papier zijn recyclebaar. Noteer op de uitwerkbijlage van elk materiaal nog een materiaaleigenschap die het geschikt maakt voor deze toepassing.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeelden van juiste materiaaleigenschappen: papier:

  • kleine dichtheid
  • bedrukbaar
  • beschrijfbaar
  • vervormbaar
  • doorschijnend

ijzer:

  • vormvast
  • buigzaam
  • hoog smeltpunt

Opmerkingen Als bij papier ‘licht’ / ‘brandbaar’ is genoteerd, hiervoor geen scorepunt toekennen. Als bij ijzer ‘sterk’ is genoteerd, dit goed rekenen.

Onderin de wensballon hangt een ijzeren bakje met brandstof. De brandstof wordt aangestoken.

Vraag 40 1 punt

De brandstof van de wensballon heeft dezelfde verbrandingsproducten als aardgas. Noteer het verbrandingsproduct dat verantwoordelijk is voor het versterkte broeikaseffect.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘waterdamp’ noteert, dit goed rekenen.

Als de lucht in de wensballon warm genoeg is, wordt hij losgelaten. De wensballon gaat na enige tijd met constante snelheid omhoog.

Vraag 41 1 punt

Wat is juist over de dichtheid van de ballon en van de buitenlucht bij het stijgen? De dichtheid van de ballon is

  1. A kleiner dan de dichtheid van de buitenlucht.
  2. B even groot als de dichtheid van de buitenlucht.
  3. C groter dan de dichtheid van de buitenlucht.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 42 1 punt

Wat is juist over de nettokracht bij het stijgen met constante snelheid?

  1. A De nettokracht is nul.
  2. B De nettokracht is omhoog gericht.
  3. C De nettokracht is omlaag gericht.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Natuur- en scheikunde I 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0173-a-19-1-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-kb

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1 telt 42 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (14), stoffen en materialen (8) en energie (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0173-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-kb 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.