Nakijken met AI voor geschiedenis: bronvragen, kenmerkende aspecten en argumentatie

Een bronvraag bij geschiedenis vraagt twee dingen tegelijk: iets uit de bron halen en het koppelen aan je kennis. Zo leg je die twee helften vast, zodat een AI-model ze apart beoordeelt en de bron zelf ook ziet.

Per vak · door Daniël van Egdom, Oprichter ToetsChecker · · 5 min lezen

Kort antwoord

Geschiedenisvragen combineren bijna altijd twee helften: een gegeven uit de bron en historische kennis, zoals een kenmerkend aspect of een historische context. Een AI-model kijkt die goed na als het correctiemodel beide helften als apart subcriterium noemt, en als de bron bij de vraag is gevoegd, zodat het AI-model de spotprent of het tekstfragment zelf kan bekijken. Voor vragen over betrouwbaarheid en standplaatsgebondenheid leg je vast welke redenering je verwacht.

In het kort
  • Splits een bronvraag in wat er uit de bron moet komen en welke kennis erbij hoort.
  • Voeg de bron toe aan de vraag: het AI-model bekijkt dan de spotprent of de tekst zelf.
  • Noem bij een kenmerkend aspect welke kern je verwacht, niet alleen de naam van het aspect.
  • Leg vast welke redenering je verwacht bij betrouwbaarheid, representativiteit en standplaatsgebondenheid.

Het lastigste antwoord om na te kijken bij geschiedenis is niet het foute antwoord. Het is het halve: een leerling die de spotprent perfect beschrijft maar vergeet te zeggen waarom hij bij het imperialisme past, of een leerling die het kenmerkend aspect uit zijn hoofd kent maar niets met de bron doet. Een correctiemodel dat die twee helften uit elkaar haalt, maakt het oordeel voor een AI-model én voor jezelf eenduidig.

De twee helften van een bronvraag

Neem als voorbeeld een vraag bij een spotprent uit het einde van de negentiende eeuw, waarop Europese leiders een kaart van Afrika onder elkaar verdelen:

Leg met behulp van de bron uit dat deze spotprent past bij het kenmerkend aspect "de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie". (2 punten)

Twee subcriteria: één voor de bron, één voor de kennis.
SubcriteriumWat teltWat niet telt
Uit de bron (1 punt)Een gegeven dat je in de spotprent ziet: Europese landen verdelen Afrika onderlingEen algemene beschrijving zonder koppeling aan wat er te zien is ("het gaat over kolonies")
Historische kennis (1 punt)De koppeling met industrialisatie: gebieden als bron van grondstoffen en als afzetmarkt voor fabrieksproductenAlleen de naam van het kenmerkend aspect herhalen

Zet de spotprent als bron bij de vraag. Dan krijgt het AI-model de afbeelding mee bij het nakijken en kan het controleren of wat de leerling "in de bron ziet" er ook echt staat. Bij een tekstbron werkt het net zo: het AI-model leest het fragment mee en ziet of een citaat klopt.

Kenmerkende aspecten en historische contexten

De 49 kenmerkende aspecten, verdeeld over tien tijdvakken, zijn het kader waar veel geschiedenistoetsen op leunen. De valkuil in een correctiemodel is dat alleen de naam van het aspect erin staat. Een AI-model weet dan niet welke kern jij bij dat aspect hoort. Schrijf de kern erbij, in een zin, zoals je die in de les behandelt. Hetzelfde geldt voor de historische contexten in de bovenbouw: noem welke ontwikkeling of gebeurtenis je verwacht, niet alleen de naam van de context.

Betrouwbaarheid, representativiteit en standplaatsgebondenheid

Bij deze vragen zit de fout meestal niet in de kennis maar in de redenering. Leg vast welke je verwacht:

  1. Betrouwbaarheid hangt af van de vraag

    Een propagandaposter is onbetrouwbaar als bron over wat er aan het front gebeurde, en juist betrouwbaar als bron over hoe de regering de oorlog wilde laten zien. Een antwoord als "de bron is onbetrouwbaar want subjectief" zonder die koppeling levert geen punt op.

  2. Representativiteit gaat over de groep

    Staat deze bron voor een grotere groep, of is het de mening van één persoon? Het antwoord moet de groep noemen waarvoor de bron wel of niet spreekt.

  3. Standplaatsgebondenheid vraagt om een verband

    Niet alleen wie de maker was, maar hoe zijn positie zichtbaar wordt in de bron. "De maker was Duits" is een feit, geen uitleg.

Een oordeel over betrouwbaarheid telt alleen als de leerling het koppelt aan de vraag die met de bron beantwoord moet worden. Beoordeel alleen de eerste elementen die de leerling noemt, tot het gevraagde aantal.

Voorbeeld van AI-context bij een geschiedenistoets

Argumenteren en betogen

Een vraag als "Was het Verdrag van Versailles een oorzaak van de Tweede Wereldoorlog? Geef een argument voor en een argument tegen" beoordeel je met subcriteria per argument, elk met een eis aan de onderbouwing. Een langere historische redenering of een werkstuk beoordeel je met de modus voor verslagen: criteria met niveaus, en markeringen in de tekst. Gebruikt de leerling internetbronnen, dan worden de links uit de bronnenlijst opgezocht, zodat je ziet of een bron bestaat en zegt wat de leerling beweert.

Veelgestelde vragen

Kan een AI-model geschiedenis nakijken?

Ja, als het correctiemodel per vraag de helft uit de bron en de helft uit kennis apart noemt, en de bron bij de vraag is gevoegd. Het AI-model beoordeelt de helften los van elkaar. De docent controleert het voorstel en keurt goed.

Ziet de AI de spotprent of foto bij de vraag?

Ja, als je hem als bron aan de vraag koppelt. Bronafbeeldingen gaan mee naar het AI-model bij het nakijken, zodat het kan nagaan of wat de leerling beschrijft ook in de bron staat.

Hoe gaat de AI om met jaartallen?

De tekstherkenning neemt een jaartal over zoals de leerling het schreef, ook als het fout is. Het wordt nooit "verbeterd" naar het juiste jaartal, zodat een fout ook als fout wordt beoordeeld. Of een jaartal meetelt, zet je in het subcriterium.

Wat als een leerling vier argumenten noemt terwijl er twee gevraagd zijn?

Zet in de AI-context dat alleen de eerste elementen tot het gevraagde aantal worden beoordeeld, zoals bij het centraal examen gebruikelijk is. Vermeld het ook op de toets.

Daniël van Egdom

Daniël van EgdomOprichter ToetsChecker

Meer uit de kennisbank