AI-nakijken per vak: waar zitten de punten, en wat leg je vast?
Een wiskundetoets vraagt iets anders van je correctiemodel dan een bronvraag bij geschiedenis of een grammaticatoets Engels. Per vak de valkuilen, de afspraken die je vooraf maakt en een uitgewerkt voorbeeld.
AI-nakijken werkt in elk vak volgens hetzelfde principe: het AI-model legt het antwoord langs jouw correctiemodel en jij keurt goed. Wat per vak verschilt, is wat je in dat correctiemodel moet vastleggen. Bij wiskunde en de exacte vakken zijn dat tussenstappen, doorwerkfouten, eenheden en significantie. Bij talen de vraag of een taalfout meetelt. Bij biologie, geschiedenis en economie de schakels in een redenering en de koppeling tussen bron en kennis. Dit overzicht zet de verschillen naast elkaar en verwijst naar een uitgewerkt artikel per vak.
- Het AI-model volgt je correctiemodel. Wat er per vak in moet staan, verschilt.
- Exacte vakken: punten per tussenstap, en afspraken over doorwerkfouten, eenheden en afronden.
- Talen: per vraag vastleggen of je inhoud of taal beoordeelt.
- Mens- en maatschappijvakken: punten per schakel, en bron en kennis als aparte helften.
- Tekeningen, grafieken en schema's worden tekenvragen met een voorbeeldtekening.
Wie AI-nakijken uitprobeert, begint meestal met een bestaand correctiemodel. Dat werkt, maar de kwaliteit van het voorstel hangt af van wat er in dat correctiemodel staat. En wat er in moet staan, verschilt per vak. Een wiskundedocent wil dat een doorwerkfout één keer telt. Een docent Engels wil dat een spelfout bij grammatica wel telt en bij tekstbegrip niet. Een geschiedenisdocent wil dat bron en kennis los worden beoordeeld. Dat zijn afspraken die je als docent vanzelf maakt, en die een AI-model alleen toepast als ze op papier staan.
De verschillen naast elkaar
| Vak | Waar de punten zitten | Wat je vooraf vastlegt | Uitgewerkt |
|---|---|---|---|
| Wiskunde | Opzet, berekening, conclusie | Doorwerkfouten, ontbrekende berekening, tussentijds afronden, GR-gebruik | Wiskunde |
| Natuurkunde en scheikunde | Formule, invullen, uitkomst; formules voor en na de pijl | Eenheden, significante cijfers, toestandsaanduidingen | Natuurkunde en scheikunde |
| Nederlands | Kernelementen van een antwoord, criteria bij een schrijfopdracht | Woordgrens, te veel elementen, of taalfouten meetellen | Nederlands |
| Engels, Duits, Frans | De vorm bij grammatica, begrip bij lezen, niveaus bij schrijven | Alle goede varianten per gat, of spelling meetelt | Moderne vreemde talen |
| Biologie | Schakels in een redeneerketen, begrippen bij een proef | Verplichte vaktermen, bekende misvattingen | Biologie |
| Geschiedenis | Een gegeven uit de bron plus historische kennis | De kern van een kenmerkend aspect, eisen aan betrouwbaarheidsvragen | Geschiedenis |
| Economie | Stappen in een berekening, schakels in een verklaring | Procenten of procentpunten, doorrekenen, grafiekverschuivingen | Economie |
Wat in elk vak hetzelfde werkt
Subcriteria in plaats van één puntentotaal
Een vraag van drie punten met drie subcriteria laat het AI-model per onderdeel beslissen. Een vraag van drie punten met alleen een modelantwoord laat het raden hoe een half goed antwoord scoort. Lees ook hoe je een waterdicht correctiemodel schrijft.
AI-context voor de afspraken van je sectie
Regels die voor de hele toets gelden, zoals "een fout telt één keer" of "spelfouten tellen niet mee", zet je één keer in de AI-context van het correctiemodel. Regels voor één vraag zet je in de vraagcontext van die vraag.
Bronnen bij de vraag
Een tekst, tabel, grafiek of spotprent die bij een vraag hoort, koppel je als bron. De leerling ziet hem bij een digitale afname, en het AI-model krijgt hem mee bij het nakijken.
Tekenvragen voor grafieken en schema's
Moet de leerling iets tekenen, maak er dan een tekenvraag van en voeg een voorbeeldtekening toe. Het AI-model legt de tekening van de leerling ernaast, op de scan of in het tekenvlak van de digitale afname. Staat de goede tekening al in je correctiemodel, dan knipt ToetsChecker hem er bij het uploaden uit.
Een nakijkstijl die bij de klas past
In je profiel kies je mild, normaal of streng. Een brugklas vraagt een ander oordeel dan een examenklas, en dat stel je op één plek in in plaats van bij elke vraag.
Waar je in elk vak zelf naar kijkt
Het AI-model geeft per subcriterium aan hoe zeker het is, en de tekstherkenning markeert woorden en getallen die ze niet goed kon lezen. In het nakijkscherm kleuren die oranje of rood, naast de scan. Daar begin je. De rest loop je na in het tempo dat bij jou past, en pas als jij goedkeurt ziet de leerling zijn cijfer en feedback. Waarom dat zo blijft, lees je in De docent blijft de baas.
Veelgestelde vragen
Voor welke vakken werkt AI-nakijken?
Voor elk vak met open vragen, meerkeuze, koppel-, volgorde-, waar/onwaar- of aanvulvragen, en voor verslagen en schrijfopdrachten. Wat per vak verschilt, is wat je in het correctiemodel vastlegt: tussenstappen bij wiskunde, taalafspraken bij talen, schakels en bronnen bij de mens- en maatschappijvakken.
Kan de AI ook tekeningen en grafieken nakijken?
Ja, als tekenvraag. Je voegt een voorbeeldtekening toe en zet de punten in subcriteria. Het AI-model bekijkt de tekening van de leerling op de scan of in het tekenvlak van de digitale afname.
Moet ik voor elk vak een nieuw correctiemodel maken?
Nee. Je kunt je bestaande correctiemodel uploaden als PDF, Word-bestand of foto. De AI leest de vragen en punten uit. Daarna vul je aan wat per vak belangrijk is: subcriteria, AI-context en eventueel bronnen of voorbeeldtekeningen.