Hoe ga je als docent om met plagiaat en AI?

Een leerling levert werk in dat niet van hem lijkt te zijn. Wat doe je dan? Een praktische aanpak in vier lagen: afspraken, toetsontwerp, afname en het gesprek achteraf.

Praktijk · door Daniël van Egdom, Oprichter ToetsChecker · · 9 min lezen

Kort antwoord

Ga bij een vermoeden van AI-gebruik of plagiaat niet af op een detector, maar op wat je kunt aantonen: werk dat afwijkt van eerder werk van dezelfde leerling, bronnen die niet bestaan, of een leerling die zijn eigen tekst niet kan uitleggen. Het meeste werk zit vooraf: duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, toetsen waarin het denkproces zichtbaar wordt en een afname onder toezicht voor alles wat meetelt. Een vermoeden bij een schoolexamen meld je bij de examencommissie of de directie, zoals het examenreglement van je school voorschrijft. Je legt dan vast wat je hebt gezien en beslist niet zelf over de maatregel.

In het kort
  • Een AI-detector is geen bewijs. Een leerling die zijn eigen werk niet kan uitleggen is een veel sterker signaal.
  • Voorkomen kost minder tijd dan bewijzen: maak per opdracht duidelijk welk AI-gebruik mag en welk niet.
  • Alles wat zwaar meetelt, laat je maken onder toezicht: op papier of in een bewaakte digitale afname.
  • Een vermoeden bij een schoolexamen volgt het examenreglement. De docent legt vast, de school beslist.

Je leest een betoog van een leerling die normaal moeite heeft met een alinea, en ineens staat er een foutloze tekst met woorden als "bovendien" en "desalniettemin". Het eerste wat bijna elke docent dan doet, is de tekst in een AI-detector plakken. Dat is begrijpelijk, maar het is ook de stap die het minst oplevert. Dit artikel loopt door wat wél werkt, van de afspraken aan het begin van het jaar tot het gesprek met de leerling als het mis lijkt te gaan.

Plagiaat en AI-gebruik zijn niet hetzelfde

Klassiek plagiaat is tekst van iemand anders overnemen zonder bron. Dat is aan te tonen: je vindt de bron en legt de twee teksten naast elkaar. Bij tekst van een AI-assistent bestaat zo'n bron niet. Elke uitvoer is nieuw, en dezelfde vraag levert een tweede keer een andere tekst op. Daarom werkt de oude aanpak (zoeken, vinden, vergelijken) niet meer, en daarom moet je anders kijken naar wat bewijs is.

Plagiaat
Werk van een ander gebruiken als eigen werk, zonder bronvermelding. Aan te tonen door de bron te vinden.
Ongeoorloofd AI-gebruik
Een AI-assistent gebruiken op een manier die bij die opdracht niet is toegestaan, bijvoorbeeld een tekst laten schrijven terwijl de opdracht het schrijven zelf toetst. Of het fraude is, hangt dus af van de afspraak bij die opdracht.
Onregelmatigheid
De term die examenreglementen gebruiken voor fraude of ander gedrag dat een eerlijke beoordeling in de weg staat. Bij een schoolexamen bepaalt het examenreglement van de school wat er dan gebeurt.

Laag 1: maak per opdracht duidelijk wat mag

"Je mag geen AI gebruiken" is een afspraak die niemand kan controleren en die leerlingen verschillend opvatten. Is spellingcontrole AI? Een vertaalapp? Een assistent die je laat uitleggen wat een begrip betekent? Duidelijker is om per opdracht te benoemen welk gebruik past bij wat je wilt meten. Een veelgebruikte indeling:

Een indeling die je per opdracht op het opdrachtblad kunt zetten.
NiveauWat magPast bij
Geen AIAlles komt van de leerling zelfToetsen onder toezicht, schrijfvaardigheid, basiskennis
AI voor voorbereidingUitleg vragen, oefenvragen laten maken, ideeën verzamelenLeren voor een toets, oriënteren op een onderwerp
AI als feedbackgeverEigen tekst laten becommentariëren, zelf herschrijvenSchrijfopdrachten in fases, revisie
AI als gereedschapAI gebruiken en verantwoorden hoe, met de prompts erbijProfielwerkstuk, onderzoek, projectwerk

Het voordeel is dat "heeft hij AI gebruikt?" verandert in "heeft hij zich aan de afspraak van deze opdracht gehouden?". Die vraag kun je beantwoorden, en een leerling weet vooraf waar hij aan toe is. Leg de indeling ook vast in het PTA of de schoolafspraken, zodat collega's dezelfde taal spreken.

Laag 2: ontwerp opdrachten waarin het denken zichtbaar is

Een opdracht die alleen een eindproduct vraagt, is een opdracht die een AI-assistent in één keer kan maken. Hoe meer van het proces je beoordeelt, hoe minder een kant-en-klare tekst oplevert. Dat is ook didactisch beter, want je ziet waar een leerling vastloopt.

Meer over toetsen die bestand zijn tegen AI staat in Toetsen ontwerpen die AI niet voor de leerling kan maken.

Laag 3: neem af onder toezicht wat zwaar meetelt

Thuiswerk is leerwerk. Voor een cijfer dat zwaar telt, is de enige betrouwbare aanpak dat de leerling het maakt terwijl je erbij bent. Dat kan op twee manieren.

  1. Op papier in de klas

    De meest bestendige vorm die er is. Met ToetsChecker hoeft papier ook geen extra nakijkwerk te betekenen: je scant de stapel en het AI-model leest het handschrift en doet een nakijkvoorstel. Zie Terug naar toetsen op papier.

  2. Digitaal in een bewaakte afname

    In een bewaakte toetsafname in ToetsChecker opent de toets op volledig scherm, is plakken uitgeschakeld en wordt geregistreerd wanneer een leerling naar een ander tabblad of programma wisselt. Bij een plakpoging zie je hoeveel tekst het was en of die van buiten de toets kwam. De toets loopt in één tabblad: opent de leerling hem in een tweede tabblad, dan staat dat op slot tot jij hem laat doorgaan.

Laag 4: als je iets vermoedt

Een AI-detector geeft een percentage, en dat percentage voelt als bewijs. Dat is het niet. Onderzoek naar de bekende detectors laat zien dat ze zowel AI-tekst missen als menselijke tekst onterecht aanwijzen, en dat dat laatste vaker gebeurt bij leerlingen die in een tweede taal schrijven. Waarom dat zo is, staat in Kun je zien of een leerling AI heeft gebruikt?.

Wat wel houvast geeft, zijn dingen die je kunt laten zien aan een collega, een mentor of de examencommissie:

Het gesprek met de leerling

Begin niet met een beschuldiging maar met nieuwsgierigheid: "Vertel eens hoe je dit hebt aangepakt." Een leerling die het werk zelf maakte, kan vertellen over de opbouw, de twijfels en de bronnen. Een leerling die het liet genereren, loopt vaak vast bij de eerste vervolgvraag. Laat de leerling eventueel een korte vergelijkbare opdracht in de klas maken. Schrijf na het gesprek op wat er gezegd is, met datum.

Bij een schoolexamen: volg het reglement

Gaat het om een onderdeel van het schoolexamen, dan beslis je als docent niet zelf over de gevolgen. Het examenreglement van je school beschrijft wie een onregelmatigheid behandelt (meestal de examencommissie of de directeur), dat de leerling wordt gehoord en welke maatregelen mogelijk zijn. Jouw rol is vastleggen wat je hebt gezien: het werk, het eerdere werk ter vergelijking, je aantekeningen van het gesprek. Hoe concreter dat dossier, hoe eerlijker de afweging.

En als je zelf AI gebruikt bij het nakijken?

Leerlingen stellen die vraag terecht. Het verschil zit in de afspraak en de verantwoording: een docent die een AI-model een nakijkvoorstel laat doen tegen zijn eigen correctiemodel, en daarna zelf elk cijfer controleert en goedkeurt, doet wat je ook van een leerling vraagt bij het niveau "AI als gereedschap". Hij gebruikt het openlijk en blijft verantwoordelijk voor de uitkomst. In ToetsChecker ziet een leerling een cijfer pas nadat de docent het heeft vrijgegeven. Waarom dat een ontwerpeis is, staat in De docent blijft de baas.

Veelgestelde vragen

Kan ik een leerling een onvoldoende geven omdat een AI-detector zegt dat de tekst van AI is?

Dat is niet verstandig. AI-detectors geven een kansschatting, geen bewijs, en ze wijzen ook menselijke tekst onterecht aan, vaker bij leerlingen die in een tweede taal schrijven. Gebruik de uitslag hooguit als reden om beter te kijken. Bewijs bestaat uit dingen die je kunt laten zien: niet-bestaande bronnen, een duidelijke breuk met eerder werk onder toezicht, of een leerling die zijn eigen tekst niet kan uitleggen.

Hoe toon je aan dat een leerling ChatGPT heeft gebruikt?

Volledig aantonen lukt zelden, omdat een AI-tekst geen bron heeft die je kunt terugvinden. Wat je wel kunt doen, is het werk vergelijken met werk dat de leerling onder toezicht maakte, controleren of de genoemde bronnen bestaan en de leerling in een gesprek vragen om de tekst toe te lichten. Leg vast wat je ziet en wat er gezegd wordt.

Is AI-gebruik door een leerling altijd fraude?

Nee. Fraude is het overtreden van de afspraak die bij een opdracht hoort. Als de opdracht AI als hulpmiddel toestaat, is het gebruik ervan geen fraude. Daarom is het belangrijk om per opdracht vast te leggen welk AI-gebruik mag, bijvoorbeeld met een indeling van "geen AI" tot "AI als gereedschap met verantwoording".

Wat doe ik bij een vermoeden van AI-fraude bij een schoolexamen?

Volg het examenreglement van je school. Daarin staat wie een onregelmatigheid behandelt (meestal de examencommissie of de directeur) en welke stappen er zijn, waaronder het horen van de leerling. Als docent leg je vast wat je hebt gezien en lever je dat aan; je beslist niet zelf over de maatregel.

Hoe voorkom je dat leerlingen AI gebruiken bij een digitale toets?

Neem de toets af in een omgeving met toezicht. In een bewaakte afname in ToetsChecker opent de toets op volledig scherm, is plakken uitgeschakeld, wordt wisselen van tabblad of programma geregistreerd en loopt de toets in één tabblad. Combineer dat met toezicht in het lokaal, want geen enkele software ziet een telefoon onder de tafel.

Daniël van Egdom

Daniël van EgdomOprichter ToetsChecker

Meer uit de kennisbank