We praten te veel over de negatieve kanten van AI in het onderwijs

Het debat gaat vrijwel volledig over leerlingen die minder gaan doen. Ondertussen zit de grootste winst aan de andere kant van het bureau.

Opinie · door Daniël van Egdom, Oprichter ToetsChecker · · 4 min lezen

Kort antwoord

Bijna elk gesprek over AI in het onderwijs gaat over leerlingen die hun werk laten maken. Die zorg is terecht, maar hij heeft het hele debat opgeslokt. De vraag die nauwelijks gesteld wordt is wat AI kan wegnemen bij de docent, en juist daar zit winst die niemand hoeft te verdedigen: minder administratie, meer tijd voor de leerling.

In het kort
  • Het debat gaat over de leerlingkant; de docentkant blijft grotendeels onbesproken.
  • Fraudebestrijding is een verdedigend gesprek dat op zijn best de oude situatie oplevert.
  • De tijd die vrijkomt bij de docent gaat terug naar contact met de leerling.
  • Nuance hoort erbij: niet alles wat kan, moet ook. Maar niet-doen is net zo goed een keuze met kosten.

Ga naar een studiedag over AI in het onderwijs en tel de onderwerpen. Detectietools. Toetsen die je niet meer thuis kunt laten maken. Mondelinge controles. Bronvermelding. Het gesprek gaat vrijwel volledig over één vraag: hoe voorkomen we dat leerlingen het werk niet meer zelf doen?

Die vraag is niet onterecht. Maar hij is wel het hele gesprek geworden, en dat heeft een prijs.

Een verdedigend gesprek levert nooit iets op

Het valt op hoe het debat is opgebouwd. Vrijwel alles wat besproken wordt, gaat over iets tegenhouden. En het beste resultaat dat je met tegenhouden kunt bereiken, is de situatie van vijf jaar geleden.

Dat is geen argument om de zorg weg te wuiven, want een leerling die zijn essay laat schrijven leert inderdaad niets. Het is een argument om te zien wat er níét besproken wordt zolang die zorg alle ruimte inneemt.

We voeren een gesprek over wat leerlingen niet meer hoeven te doen, terwijl de opvallendste kans zit in wat docenten niet meer hoeven te doen.

De andere kant van het bureau

Een voltijds VO-docent kijkt per jaar ruim duizend toetsen na. Het grootste deel van die tijd gaat niet op aan didactiek, maar aan vergelijken: staat er in dit antwoord wat er in het correctiemodel staat, dertig keer achter elkaar, voor elke vraag opnieuw. De rekensom staat uitgewerkt in De anatomie van docentenwerkdruk.

En dat is nog maar één stapel. Daarnaast: absentie bijwerken, cijfers overtypen, verslagen samenvatten voor de rapportvergadering, dezelfde ouderbrief drie keer aanpassen, notulen van de sectievergadering. Werk dat niemand mist als het weg is, en waar niemand een studiedag over organiseert.

Wat er met die tijd gebeurt

Het argument "dan houdt de docent tijd over" is te vaag om iets mee te doen. Concreter:

De nuance die er hoort te zijn

Er is een versie van dit betoog die ik niet wil schrijven: die waarin elk bezwaar tegen AI in het onderwijs wordt weggezet als angst voor verandering. Dat zou net zo eenzijdig zijn als het gesprek dat ik bekritiseer.

Dus: er zijn dingen die je niet zou moeten automatiseren. Een gesprek met een leerling die vastloopt. Het oordeel over een grensgeval. De beslissing of iemand overgaat. En er zijn zorgen die volkomen terecht zijn: over waar de gegevens van minderjarigen staan, over wie ze mag inzien, over wat er gebeurt als een systeem zich vergist en niemand het merkt.

Maar niet-doen is ook een keuze, en die keuze heeft kosten. Ze staan alleen niet op een studiedag, want ze zijn al jaren de normale gang van zaken: 25% van de sector met burn-outklachten, feedback die verschraalt tot een cijfer, en docenten die vertrekken omdat de administratie hen inhaalt.

De vraag die vaker gesteld zou moeten worden

De vraag is niet hoe we AI buiten de klas houden. De vraag is: welk werk in deze school kost tijd en levert niets op voor het leren van een leerling, en kan daar iets van weg?

Veelgestelde vragen

Is de zorg over leerlingen die AI misbruiken dan onterecht?

Nee. Een leerling die zijn werk laat maken leert niets, en scholen doen er goed aan daar iets tegen te doen ([mijn oplossing daarvoor](/kennisbank/terug-naar-papier)). Het punt is dat die ene zorg het hele gesprek is gaan vullen, waardoor de vraag wat AI aan de docentkant kan wegnemen nauwelijks nog gesteld wordt.

Wat levert AI de docent concreet op?

Vooral tijd bij het herhalende deel van het werk: het vergelijken van antwoorden met een correctiemodel, het optellen van punten en het omzetten naar een cijfer. In een gemiddelde voltijdsaanstelling gaat daar honderd tot honderdvijftig uur per jaar in zitten.

Wat zou je níét moeten automatiseren?

Het oordeel bij twijfelgevallen, het gesprek met een leerling die vastloopt, en beslissingen met gevolgen zoals overgaan of doubleren. Dat zijn precies de onderdelen waar een systeem de context mist die de docent wel heeft.

Daniël van Egdom

Daniël van EgdomOprichter ToetsChecker

Meer uit de kennisbank