Eindexamen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De sportschool, Een eigen kledingzaak, Leren budgetteren, Zuid-Afrika, Kom in de bouw, Patatje over de grens.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 38. Van 37 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over internationale handel (9), marktvormen (7) en productie en kosten (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Internationale handel22, 24-25, 32-33, 35-389
Marktvormen1-6, 127
Productie en kosten7-10, 26, 346
Inkomen en consumptie14, 17-216
Arbeidsmarkt27-315
Geld en inflatie13, 15-163
Vraag en aanbod231

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens economie vmbo-kb sinds 2019: dit examen vroeg meer over marktvormen (19% van de vragen, gemiddeld 1%) en geld en inflatie (8% van de vragen, gemiddeld 2%). Minder over inkomen en consumptie (16% van de vragen, gemiddeld 24%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De sportschool

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de bijlage.

Stavros, 17 jaar, wil na de kerstvakantie gaan sporten bij een sportschool. Sportscholen proberen zich van elkaar te onderscheiden. Bij de ene sportschool krijg je een gratis sporttas en bij de andere een korting op het inschrijfgeld.

Vraag 1 1 punt

Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Sportscholen maken met deze aanbiedingen gebruik van de marketingmix met het instrument …(1)… (personeelsbeleid / plaatsbeleid / prijsbeleid). Een sportschool produceert …(2)… (diensten / gebruiksgoederen / verbruiksgoederen).

Bekijk het antwoord
  • (1) prijsbeleid (2) diensten indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Stavros vergelijkt de twee aanbiedingen van sportscholen. Sportschool Conditie berekent in het eerste jaar eenmalig € 20 inschrijfgeld.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 2 1 punt

Bereken het bedrag in twee decimalen dat sportschool Conditie in het eerste jaar per maand duurder is door het inschrijfgeld. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 20 = € 1,67 per maand extra 12 (1)

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 3 3 punten

Bereken in één decimaal hoeveel procent sportschool Conditie duurder is dan sportschool Om de hoek. Ga uit van een individueel jaarabonnement en inschrijving voor Stavros. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • Conditie: € 20 + (12 × € 30) = € 380 (1)
  • Om de hoek: 13 × € 23,50 = € 305,50 (1)
  • × 100% = 24,4% (1)

Vraag 4 1 punt

De termijn van een abonnement is een belangrijk punt voor een sportschool. Noem een reden waarom een sportschool het liefst kiest voor een jaarabonnement.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: De sportscholen willen hun inkomsten (voor het gehele jaar) zeker stellen. (1)

Vraag 5 1 punt

De termijn van een abonnement is ook een belangrijk punt voor een sporter. Noem een reden waarom de termijn van een abonnement ook een belangrijk punt is voor een sporter.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: De sporter wil niet langer betalen voor een abonnement dan noodzakelijk. (1)

Vanwege de sterke concurrentie tussen sportscholen maken ze intensief gebruik van marketing.

Vraag 6 2 punten

Maak van de volgende zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Sportscholen maken gebruik van instrumenten van de marketingmix om …(1)… (het assortiment / de doelgroep) te bereiken. Zij gebruiken …(2)… (informatieve reclame / productaansprakelijkheid) om de sportschool te promoten. Individuele coaching van sporters door de sportscholen behoort tot …(3)… (productbeleid / plaatsbeleid).

Bekijk het antwoord
  • (1) de doelgroep (2) informatieve reclame (3) productbeleid indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Een eigen kledingzaak

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 en 3 in de bijlage.

Henriëtte wil een winkel beginnen in exclusieve, Italiaanse designkleding voor vrouwen. Haar vriend Thomas denkt dat kledingverkoop op het moment niet winstgevend is. Henriëtte wil toch haar kledingwinkel starten. Een naam heeft ze al: SHE.

Eerst gaat ze kijken naar het aantal kledingwinkels voor vrouwenkleding in de stad en hun marktaandeel.

naam winkel marktaandeel vrouwenkleding Chez Marlène 40% Women 25% Seestore 35%

Vraag 7 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Een marktaandeel is de …(1)… (afzet / brutowinst / nettowinst) als percentage van het totaal in de markt. Als de totale markt gelijk blijft en Henriëtte met succes toetreedt tot de markt, zal het marktaandeel van de concurrenten …(2)… (gelijk blijven / groter worden / kleiner worden).

Bekijk het antwoord
  • (1) afzet (2) kleiner worden indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Op een site vindt ze gegevens over kledingwinkels in Nederland. “Volgens mij kan ik genoeg winst maken met mijn kledingwinkel”, zegt ze.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 8 1 punt

Henriëtte wil met SHE per maand een nettowinst van € 1.100 behalen. Het gegeven over de nettowinst in informatiebron 2 geldt ook voor SHE. Bereken hoe groot de omzet van Henriëtte per maand moet zijn om deze nettowinst te behalen. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 1.100 × 100 = € 20.000 5,5 (1)

Vraag 9 1 punt

“Als startende winkelier kan ik besparen op de personeelskosten”, zegt ze. Noem een reden waardoor Henriëtte als starter op de personeelskosten kan besparen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: In het begin zal het (in vergelijking met bestaande kledingwinkels) nauwelijks nodig zijn winkelpersoneel in dienst te nemen. (1)

Henriëtte: “Laat ik voor 2018 eens een kleine begroting maken.”

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 10 1 punt

Bereken de verwachte nettowinst voor 2018 van SHE. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: omzet € 72.500 inkoopwaarde van de verkopen € 34.300 − brutowinst € 38.200 bedrijfskosten € 25.000 − nettowinst € 13.200 (1)

Henriëtte maakt zich vooral zorgen over de concurrentie van onlinewinkels.

Vraag 11 1 punt

SHE kan de prijzen niet verlagen. Om de concurrentie aan te gaan, zal ze andere marketinginstrumenten moeten gebruiken. Noem één ander instrument uit de marketingmix dat SHE zou kunnen gebruiken. Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen scorepunt toekennen als bij het voorbeeld ook de juiste toelichting is gegeven.

“Ik weet heel goed wat de kenmerken van mijn doelgroep zijn”, zegt ze.

Kenmerken van haar doelgroep zijn:

  • vrouw, hoogopgeleid, met een hoog inkomen
  • ambitieus en optimistisch
  • bereid meer te betalen voor extra service en aandacht

Vraag 12 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Het organiseren van een maandelijkse modeshow is een voorbeeld van ...(1)… (productbeleid / promotiebeleid). De aanwezigheid van een schoonheidsspecialiste in de winkel is een voorbeeld van …(2)… (prijsbeleid / productbeleid).

Bekijk het antwoord
  • (1) promotiebeleid (2) productbeleid indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Leren budgetteren

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.

Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) publiceert al jarenlang gegevens over zakgeld aan jongeren. Enrico vergelijkt zijn zakgeld met het gemiddelde zakgeld van zijn leeftijdsgenoten.

Gebruik bovenstaande tekst.

Vraag 13 1 punt

Van welke functie van geld is sprake bij Enrico?

  1. A van rekenmiddel
  2. B van ruilmiddel
  3. C van spaarmiddel
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Volgens het Nibud is zakgeld voor kinderen vanaf zes jaar een goede manier om de waarde van geld te ontdekken.

Vraag 14 1 punt

Met welk doel publiceert het Nibud informatie over zakgeld en jongeren?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist doel: − Het Nibud wil deze informatie geven, zodat jongeren verstandige keuzes kunnen maken. − Het Nibud wil ouders informeren omtrent de functie en hoogte van het zakgeld. (1)

Vanaf zes jaar gaan kinderen munten herkennen en beginnen met rekenen.

Vraag 15 1 punt

Tot welke geldsoort worden munten gerekend?

  1. A tot chartaal geld
  2. B tot direct geld
  3. C tot giraal geld
  4. D tot indirect geld
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 16 1 punt

Enrico’s ouders maken zijn zakgeld over naar zijn betaalrekening. Welk voordeel heeft het hebben van zakgeld op een betaalrekening vergeleken met contant geld?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist voordeel: − Het geld staat veilig op een betaalrekening. − Je hebt een beter overzicht van inkomsten en uitgaven. − Je ontvangt rente bij een creditsaldo. (1)

De ouders van Enrico vinden dat hij een aantal uitgaven (zoals snacks, games en sport) zelf moet betalen van zijn zakgeld.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 17 2 punten

Bereken in twee decimalen welk totaal bedrag Enrico per week ten minste aan zakgeld moet ontvangen om deze uitgaven te kunnen betalen. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • = € 1,15 (1)
  • = € 1,67 52 € 1,15 + € 1,67 + € 1,50 = € 4,32 (1)

Het Nibud vindt het ook belangrijk dat jongeren leren sparen van hun zakgeld. Enrico spaart elke maand € 55 voor een nieuwe vishengel. Deze kost € 300. Er staat nu € 52,50 op zijn spaarrekening. Over vijf maanden wil hij hem kopen, want dan start het visseizoen weer.

Vraag 18 2 punten

Kan Enrico de nieuwe vishengel na vijf maanden kopen? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • nog te sparen: € 300 − € 52,50 = € 247,50 (1)
  • hij spaart: € 55 × 5 = € 275 (1)

Vraag 19 2 punten

Enrico zet zijn spaargeld op een spaarrekening. Noem drie motieven om te sparen.

Bekijk het antwoord
  • − sparen voor een doel − sparen uit voorzorg − sparen voor de rente indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Zuid-Afrika

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 en 6 in de bijlage.

Zuid-Afrika is een land met een roerige geschiedenis. Na de eerste democratische verkiezingen in

1994 groeide het nationaal inkomen sterk. Toch profiteerden lang niet alle inwoners van Zuid-Afrika van de groei. ZUID-AFRIKA

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 20 1 punt

Een groot deel van de bevolking van Zuid-Afrika leeft nog steeds onder de armoedegrens. Bereken het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 19.075.000 × 100% = 35% 54.500.000 (1)

Vraag 21 1 punt

In Zuid-Afrika verdient de meest verdienende 10% van de bevolking 51,7% van het nationaal inkomen. In Nederland verdient de meest verdienende 10% van de bevolking 25% van het nationaal inkomen. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De inkomens zijn in Zuid-Afrika in verhouding …(1)… zeer (gelijkmatig / ongelijkmatig) verdeeld. Dit is één van de kenmerken van een …(2)… (ontwikkelingsland / ontwikkeld land).

Bekijk het antwoord
  • (1) ongelijkmatig (2) ontwikkelingsland indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

De mijnbouw is een belangrijke sector voor de Zuid-Afrikaanse economie. Zo is het land de grootste producent van platina, een edelmetaal.

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 22 2 punten

In 2015 bedroeg de productie van platina in Zuid-Afrika 125.000 kilogram. Helaas was de wereldmarktprijs in november 2015 ($ 26.749) veel lager dan in januari 2013 ($ 53.916). Bereken de extra opbrengst voor Zuid-Afrika in US dollars als het de productie van 2015 voor de hogere prijs in januari 2013, in plaats van de lagere prijs in november 2015 had kunnen verkopen. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • verschil in prijs: $ 53.916 − $ 26.749 = $ 27.167 (1)
  • extra opbrengst: $ 27.167 × 125.000 kilogram = $ 3.395.875.000 (1)

Zuid-Afrika biedt het overgrote deel van de platinaproductie aan op de wereldmarkt. Van platina is het volgende bekend:

  • Een groot deel van de vraag naar platina komt vanuit de auto- industrie.
  • De auto-industrie kan palladium als vervanger van platina gebruiken.
  • Een deel van de platina kan worden gerecycled.
  • Op korte termijn verandert het aanbod van platina niet.

Vraag 23 1 punt

Welke van de volgende gebeurtenissen kan leiden tot een stijging van de wereldmarktprijs van platina?

  1. A De kosten van het recyclen van gebruikt platina worden lager.
  2. B De wereldmarktprijs van palladium wordt hoger.
  3. C Er is sprake van een wereldwijde economische crisis.
  4. D Er worden nieuwe platinamijnen geopend.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 24 1 punt

Zuid-Afrika heeft in het verleden geprobeerd het land minder afhankelijk te maken van de opbrengst van land-, tuin- en mijnbouw. Het wilde ook andere industriële producten exporteren. Welk voordeel heeft Zuid-Afrika als het andere industriële producten kan exporteren?

  1. A Als de prijs van land-, tuin- en mijnbouwproducten op de wereldmarkt sterk daalt, heeft het nog andere inkomsten.
  2. B Als de prijs van land-, tuin- en mijnbouwproducten op de wereldmarkt sterk stijgt, heeft het geen andere inkomsten.
  3. C De vraag naar land-, tuin- en mijnbouwproducten op de wereldmarkt is te hoog om er genoeg aan te verdienen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Historicus R.W. Johnson schreef een boek over Zuid-Afrika. Een van de problemen van Zuid-Afrika is volgens Johnson de slechte staat van overheidsinstellingen, zoals het onderwijs.

Vraag 25 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Investeren in onderwijs is investeren in de kwaliteit van de productiefactor …(1)… (arbeid / kapitaal / natuur). Hierdoor zullen de werknemers …(2)… (meer / minder) productief worden en kwalitatief …(3)… (betere / slechtere) producten kunnen produceren.

Bekijk het antwoord

Opmerking Let op doorwerkfouten.

Kom in de bouw

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 7 in de bijlage.

krantenbericht in 2016:

De economische crisis veroorzaakte vanaf 2008 een aantal zware jaren in de bouw. De bouw groeit echter weer. De productie groeide in 2015 met € 4 miljard, een toename van 7% vergeleken met 2014. Ook in de komende jaren wordt de bouw de grootste groeier in de Nederlandse economie.

Vraag 26 1 punt

De productie in een land verdelen we in vier productiesectoren. Tot welke productiesector behoort de bouw?

  1. A tot de primaire sector
  2. B tot de secundaire sector
  3. C tot de tertiaire sector
  4. D tot de quartaire sector
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 27 1 punt

In de crisisjaren van 2008 tot 2015 zijn er in de bouw ruim 80.000 arbeidsjaren verloren gegaan. Wat verstaan we onder een arbeidsjaar?

  1. A Een arbeidsjaar is een deeltijdbaan.
  2. B Een arbeidsjaar is een flexibele baan.
  3. C Een arbeidsjaar is een tijdelijke baan.
  4. D Een arbeidsjaar is een voltijdbaan.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 28 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de economische crisis zijn de bestedingen in Nederland …(1)… afgenomen / toegenomen). Hierdoor …(2)… (daalde / steeg) de vraag naar arbeid en ontstond er …(3)… (conjuncturele / structurele) werkloosheid.

Bekijk het antwoord
  • (1) afgenomen (2) daalde (3) conjuncturele indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

De productie in de bouw groeide in 2015 ten opzichte van 2014 met 7%. Toch is de werkgelegenheid in de bouw niet met 7% gegroeid.

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 29 1 punt

Bereken in één decimaal de procentuele groei van de werkgelegenheid in de bouw in 2015 ten opzichte van 2014. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 6.000 × 100% = 1,5% 400.000 (1)

De groei van de werkgelegenheid in 2015 in de bouw levert vooral meer werk op voor uitzendkrachten.

Vraag 30 1 punt

Noem een reden waarom bouwbedrijven in 2015 eerder voor uitzendkrachten kiezen dan voor vaste werknemers.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste reden: − Ze twijfelen of de economische groei aanhoudt. − Ze nemen liever mensen aan die gemakkelijker zijn te ontslaan. (1)

In de toekomst worden er problemen verwacht op de arbeidsmarkt voor de bouw.

Vraag 31 2 punten

Werkgevers in de bouw proberen het werken in de bouw voor werknemers aantrekkelijker te maken. Noem twee maatregelen waardoor werken in de bouw voor werknemers aantrekkelijker kan worden.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste maatregelen (twee noemen): − verhoging van de lonen − verbetering van de pensioenregeling − verhoging van het aantal vakantiedagen − aanbieden auto van de zaak − verbetering van de arbeidsomstandigheden − aanbieden vast arbeidscontract per juiste maatregel (1) (2)

Patatje over de grens

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 8 en 9 in de bijlage.

Nederland verdient een groot deel van het nationaal inkomen door export naar andere Europese landen.

Vraag 32 1 punt

Noem een reden voor de grote omvang van de Nederlandse export naar andere Europese landen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste reden: − goede vervoersmogelijkheden over land, water en zee − de centrale ligging van Nederland ten opzichte van het (Duitse) achterland − lidmaatschap van de EU (1)

De Nederlandse overheid stimuleert Nederlandse exportbedrijven om te exporteren.

Vraag 33 1 punt

Op welke manier kan de Nederlandse overheid de Nederlandse export stimuleren?

  1. A door een exportheffing
  2. B door een exportquote
  3. C door een exportsubsidie
  4. D door een exportvolume
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Nederland is de grootste producent van aardappelproducten in Europa. Een groot deel van deze producten, zoals patat, aardappelkroketten en rösti, is bestemd voor de export. De totale productiewaarde van aardappelproducten in Europa bedraagt € 3 miljard.

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 34 1 punt

Bereken de totale waarde van de Nederlandse productie van aardappelproducten. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 0,30 × € 3 miljard = € 900 miljoen (1)

Gebruik informatiebron 9.

Vraag 35 1 punt

Bereken het percentage aardappelproducten dat door Nederland wordt geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk van de totale export naar de vijf landen. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 310 miljoen × 100% = 44% € 704 miljoen (1)

Vraag 36 2 punten

Ook het Verenigd Koninkrijk is een grote producent van aardappelproducten. Noem twee redenen waarom het Verenigd Koninkrijk aardappelproducten importeert, ondanks hun eigen productie.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste redenen (twee noemen): − Deze producten uit Nederland zijn voordeliger. − Er wordt in het Verenigd Koninkrijk niet voldoende geproduceerd. − De kwaliteit van Nederlandse producten is beter. per juiste reden (1) (2)

Vraag 37 2 punten

Na de voorgenomen uittreding uit de Europese Unie (Brexit), wil de regering van het Verenigd Koninkrijk maatregelen nemen om de import te beperken. Noem twee maatregelen die de regering van het Verenigd Koninkrijk kan treffen om de import te beperken.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste maatregelen (twee noemen): − invoerquota voor buitenlandse producten instellen − invoerrechten op buitenlandse producten instellen − volledig invoerverbod instellen per juiste maatregel (1) (2)

Vraag 38 1 punt

Noem een reden waarom het Verenigd Koninkrijk de import wil beperken.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: Het Verenigd Koninkrijk wil de productie in eigen land beschermen. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Economie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0233-a-18-1-o

Andere examens economie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 38. Van 37 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over internationale handel (9), marktvormen (7) en productie en kosten (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0233-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.