Eindexamen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Maxine wil werken, De deelauto, Goed onderwijs of een schoolmaaltijd?, Made in China, Inkomensarmoede, Een klein landje.
Het centraal examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 37. Van 30 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (11), inkomen en consumptie (10) en internationale handel (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Arbeidsmarkt | 1-3, 5-6, 19-24 | 11 |
| Inkomen en consumptie | 4, 10, 15, 25-31 | 10 |
| Internationale handel | 32-37 | 6 |
| Productie en kosten | 7-9 | 3 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 6 examens economie vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg meer over arbeidsmarkt (37% van de vragen, gemiddeld 13%) en inkomen en consumptie (33% van de vragen, gemiddeld 21%). Minder over productie en kosten (10% van de vragen, gemiddeld 22%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Maxine wil werken
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 en 2 in de bijlage.
Maxine verloor haar baan tijdens de economische crisis. Haar bedrijf verkocht minder producten. Zij is nu al drie jaar werkloos en op zoek naar een baan.
Vraag 1 2 punten
Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De werkloosheid van Maxine was een gevolg van te weinig …(1)… (aanbod van / vraag naar) producten en wordt …(2)… (conjuncturele / structurele) werkloosheid genoemd. Als werkzoekende behoort Maxine tot de …(3)… (aanbieders / vragers) op de arbeidsmarkt.
Bekijk het antwoord
- (1) vraag naar (2) conjuncturele (3) aanbieders indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Vraag 2 1 punt
Gelukkig krijgt Maxine hulp bij het zoeken naar een baan. Welke instantie bemiddelt in Nederland tussen vragers naar en aanbieders van werk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Gebruik informatiebron 1 en 2.
Vraag 3 1 punt
Maxine solliciteert op een vacature bij fietsenwinkel Beter Fiets en wordt aangenomen. Zij krijgt een flexibel arbeidscontract: het arbeidscontract is …
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Drie weken later werkt Maxine nog steeds met veel plezier bij Beter Fiets en verdient lekker.
Gebruik informatiebron 1 en 2.
Vraag 4 2 punten
Bereken het brutoloon dat Maxine in de afgelopen drie weken in totaal heeft ontvangen. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- week 1: 20 × € 9,50 € 190 week 2: 26 × € 9,50 € 247 (1)
- week 3: 20 × € 9,50 € 190 totaal: € 627 (1)
Vraag 5 1 punt
Voor Beter Fiets heeft een arbeidscontract met vaste uren financiële nadelen vergeleken met een contract met variabele uren. Noem een financieel nadeel voor Beter Fiets van een arbeidscontract met vaste uren vergeleken met een arbeidscontract met variabele uren.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juist nadeel: Als Beter Fiets haar voor meer uren vast aanneemt, moet Beter Fiets haar altijd deze uren uitbetalen, ook al is er geen werk voor haar. (1)
Vraag 6 1 punt
Volgens de vakbonden zijn er ook belangrijke financiële nadelen verbonden aan tijdelijke arbeidscontracten voor werknemers. Noem een financieel nadeel van tijdelijke arbeidscontracten voor werknemers.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist nadeel: − Werknemers (met een tijdelijk arbeidscontract) hebben minder inkomenszekerheid (door minder baanzekerheid). − Werknemers (met een tijdelijk arbeidscontract) kunnen moeilijker een huis kopen (door minder baanzekerheid). (1)
De deelauto
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 3 en 4 in de bijlage.
Een deelauto is een auto die je kunt gebruiken wanneer je hem nodig hebt. Je huurt de auto en betaalt per uur en per gereden kilometer (km). Een deelauto kan een goedkoper alternatief zijn voor het dure bezit van een eigen auto. Bovendien is het beter voor het milieu. Een deelauto is vaak ook goedkoper dan reizen met het openbaar vervoer.
Vraag 7 1 punt
Een van de grootste kosten van een auto is de waardevermindering van de auto. Hoe noemen we deze kosten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 8 2 punten
Een auto huren lijkt duur maar het bezit en gebruik van een eigen auto brengt ook hoge kosten met zich mee. Geef van de onderstaande kosten aan of deze te maken hebben met het bezit van een auto of het gebruik van een auto. Doe het zo: Noteer de letters a, b, c en d op je antwoordblad en noteer het juiste antwoord, bezit of gebruik.
Bekijk het antwoord
- a gebruik b gebruik c bezit d gebruik indien vier juist (2) indien drie of twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
kosten bezit gebruik a brandstof b tolgeldbetaling c motorrijtuigenbelasting d 10.000 km onderhoudsbeurt
Een deelauto is ook vaak goedkoper dan de trein. Het gezin LaMère wil een dagje naar zee; de enkele reisafstand bedraagt 62,5 kilometer. Na acht uur leveren ze de deelauto weer in.
Gebruik informatiebron 3.
Vraag 9 2 punten
Bereken hoeveel procent de deelauto goedkoper is dan de trein voor het gezin LaMère. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- (62,5 × 2 × € 0,20) + (8 × € 3) = € 49 (1)
- × 100% = −30% (1)
Vraag 10 1 punt
De deelauto is vooral populair onder jongeren van 18 tot 25 jaar. Noem een reden waarom juist deze leeftijdsgroep vaak gebruikmaakt van een deelauto.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste reden: − Deze leeftijdsgroep heeft vaak nog niet de middelen om een eigen auto aan te schaffen. − Deze leeftijdsgroep woont vaak in een stedelijk gebied, waar een eigen auto vaak weinig noodzakelijk is. (Parkeerplekken in de stad zijn duur en moeilijk te vinden.) (1)
Een deelauto is milieuvriendelijker. Door het gebruik van de deelauto worden er per persoon minder kilometers per jaar gereden. De regering wil dat de totale CO2-uitstoot van auto’s in 2020 is gedaald met 20%, vergeleken met 1990.
Gebruik informatiebron 4.
Vraag 11 2 punten
Bereken of de verlaging van CO2-uitstoot met 20% gehaald wordt als alle bezitters van een personenauto overgaan tot het delen van de auto. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- verlaging: 8.000.000 × 220 = 1.760.000.000 kg (1)
- voorgenomen verlaging: 0,2 × 220.000.000.000 = 44.000.000.000 kg (1)
Goed onderwijs of een schoolmaaltijd?
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave hoef je geen gebruik te maken van een informatiebron.
De economieles gaat vandaag over ontwikkelingslanden. Docent Jaap neemt Ethiopië als voorbeeld van een ontwikkelingsland en heeft het volgende op het bord geschreven:
Vraag 12 1 punt
Noem nog twee andere kenmerken van een ontwikkelingsland.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste kenmerken: − hoog percentage ondervoeden − snelle bevolkingsgroei − hoog percentage analfabetisme − beperkte technische ontwikkeling − eenzijdige economische structuur − slechte positie op de wereldmarkt − monocultuur − hoge werkloosheid indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
Vraag 13 1 punt
Een laag inkomen per hoofd van de bevolking is één van de kenmerken. In welke regel staat de juiste berekening van het inkomen per hoofd van de bevolking?
A het aantal inwoners × totaal inkomen het aantal inwoners
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
B totaal inkomen het totaal inkomen C aantal inwoners
D het gemiddeld inkomen × aantal inwoners
Docent Jaap: “Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van Ethiopië bedraagt $ 2.000 per jaar. Maar dat cijfer zegt niet alles over de welvaart van de inwoners.”
Vraag 14 1 punt
Noem een reden waarom het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking geen goede maatstaf is voor de welvaart van de inwoners van een land.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste reden: − Niet alle economische activiteiten van mensen worden meegeteld in de bepaling van de hoogte van het nationaal inkomen van een land. − De verdeling van het nationaal inkomen is onbekend. − Het prijspeil in een land is onbekend. − Veel economische activiteiten in een ontwikkelingsland vinden plaats in het grijze of zwarte circuit. (1)
De armste 10 miljoen mensen in Ethiopië ontvangen 5% van het nationaal inkomen. Het nationaal inkomen bedraagt per jaar $ 175 miljard in dit land.
Vraag 15 2 punten
Bereken het gemiddelde inkomen per jaar dat de armste 10 miljoen mensen in Ethiopië ontvangen. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- $ 175.000.000.000 × 0,05 = $ 8.750.000.000 (1)
- = $ 875 (1)
Vraag 16 2 punten
Docent Jaap: “Verschillende organisaties en overheden verlenen steun aan Ethiopië met verschillende soorten ontwikkelingshulp.” Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de getallen de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Ethiopië is in 2016 door een enorme droogte getroffen. Daarom trok de Nederlandse minister van Ontwikkelingshulp drie miljoen euro uit voor …(1)… (noodhulp / structurele hulp). Als deze hulp rechtstreeks van Nederland naar het getroffen land gaat, is er …(2)… (geen / wel) sprake van bilaterale hulp. Voor deze hulp hoeft het ontvangende land geen tegenprestatie te leveren. Dit noemen we …(3)… (gebonden / ongebonden) hulp.
Bekijk het antwoord
- (1) noodhulp (2) wel (3) ongebonden indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Docent Jaap stelt een vraag aan de klas: “Wat kan het best leiden tot economische groei in Ethiopië: betere voeding of meer onderwijs?” Volgens de klas kunnen beide leiden tot economische groei.
Vraag 17 2 punten
Leg in twee stappen uit dat betere voeding kan leiden tot economische groei.
Bekijk het antwoord
- Een betere voeding zorgt voor een betere gezondheid (1)
- hetgeen kan leiden tot hogere arbeidsproductiviteit (en hogere productie / economische groei) (1)
Vraag 18 1 punt
Volgens de klas kan meer onderwijs dus ook leiden tot economische groei. Hieronder staan vijf economische verschijnselen:
1 meer onderwijs
2 de arbeidsproductiviteit stijgt
3 de export van Ethiopië stijgt
4 de prijzen van exportgoederen dalen
5 economische groei In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat een logische gedachtegang ontstaat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Made in China
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 in de bijlage.
Nog niet zo lang geleden was China een lagelonenland. Om die reden vestigden ook Nederlandse bedrijven zich in dat land. De werkloosheid nam daardoor in Nederland toe.
Vraag 19 2 punten
Leidt de verplaatsing van Nederlandse bedrijven naar China tot conjuncturele of structurele werkloosheid in Nederland? Maak een keuze en verklaar je antwoord.
Bekijk het antwoord
- structurele werkloosheid (1)
- want deze werkloosheid is het gevolg van een verandering in de productiestructuur (1)
Vraag 20 1 punt
In de laatste tien jaar zijn de lonen in China sterk gestegen. In welke situatie op de arbeidsmarkt zullen de lonen stijgen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Zeker in vergelijking met andere landen zijn de lonen van fabrieksarbeiders in China spectaculair gestegen.
Gebruik informatiebron 5.
Vraag 21 1 punt
Welke juiste conclusie kun je trekken uit de grafiek?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 22 1 punt
In de hoogontwikkelde kustprovincie Fujian is sprake van een tekort aan arbeidskrachten, terwijl in andere provincies werkloosheid heerst. Het leven in Fujian is te duur in verhouding tot de lonen. De Chinese overheid heeft in Fujian de minimumlonen in 2016 met 25% verhoogd. Noem een reden waarom de overheid het minimumloon in Fujian heeft verhoogd met 25%.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste reden: − Met een verhoging van het minimumloon wil de overheid meer werknemers overhalen om in Fujian te komen werken. − Met een verhoging van het minimumloon wil de overheid meer werknemers een beter bestaan bieden (in deze dure provincie). (1)
Vraag 23 2 punten
De lonen van Chinese werknemers stijgen sterk in de laatste jaren. Voor de werkgelegenheid in China is dit gunstig. Leg in twee stappen uit dat verhoging van de lonen gunstig is voor de werkgelegenheid in China.
Bekijk het antwoord
- Chinese werknemers (gaan er in koopkracht op vooruit en) zullen meer gaan besteden (1)
- daardoor stijgt de productie (1)
Vraag 24 2 punten
De Chinese beroepsbevolking krimpt en vergrijst tegelijkertijd. Daarom stimuleert de Chinese overheid het gebruik van robots in industriële bedrijven. Maak van de zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door meer robots te gebruiken wordt een bedrijf ...(1)... (arbeidsintensiever / kapitaalintensiever) en kan de arbeidsproductiviteit ...(2)... (afnemen / toenemen). De loonkosten per product zullen dan bij een gelijkblijvend uurloon ...(3)... (afnemen / toenemen).
Bekijk het antwoord
- (1) kapitaalintensiever (2) toenemen (3) afnemen indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Inkomensarmoede
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave hoef je geen gebruik te maken van een informatiebron.
Economiedocente Tromp bespreekt een krantenartikel in 4 vmbo. Volgens het artikel is het gemiddelde inkomen in Nederland in 2015 gestegen, terwijl ook het aantal huishoudens die leven onder de armoedegrens is toegenomen.
Vraag 25 2 punten
Hieronder staan enkele uitspraken over inkomensvormen. Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is. Doe het zo: Noteer op je antwoordblad 1, 2 of 3. Zet daarachter: juist of onjuist.
1 Het inkomen dat de economiedocente van haar werkgever ontvangt, is inkomen uit arbeid.
2 De winst die de economiedocente maakt met haar bijlesinstituut is inkomen uit overdracht.
3 De kinderbijslag die de economiedocente ontvangt voor haar dochter is inkomen uit bezit.
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 onjuist indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Vraag 26 1 punt
Het artikel vermeldt: “Volgens het CBS zijn de inkomens en de bestedingen in 2015 toegenomen.” Volgens de economiedocente zullen niet alle huishoudens meer gaan kopen als hun inkomen stijgt. Noem een reden waarom huishoudens, ondanks hun inkomensstijging, niet meer gaan kopen.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste reden: − Huishoudens willen meer sparen. − De prijzen zijn relatief meer gestegen dan de inkomens van deze groep. (1)
Vraag 27 1 punt
Het artikel meldt verder dat in 2015 huishoudens met het hoogste inkomen per jaar gemiddeld € 52.000 uitgeven en de huishoudens met de laagste inkomens gemiddeld € 20.000. Bereken hoeveel procent er meer wordt uitgegeven door de huishoudens in de hoogste inkomensgroep ten opzichte van de huishoudens in de laagste inkomensgroep. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 52.000 − € 20.000 × 100% = 160% € 20.000 (1)
Vraag 28 1 punt
In het artikel staat verder dat de uitgaven door huishoudens aan huisvesting, water en energie in 2015 toenamen van 27% naar 31% van het netto-inkomen, terwijl het netto-inkomen gelijk bleef. Hoeveel procent stegen in 2015 de uitgaven door huishoudens aan huisvesting, water en energie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De economiedocente vertelt dat niet alle huishoudens profiteerden van de inkomensstijging. Er was in 2015 ook sprake van een toename van de inkomensarmoede. Er is sprake van inkomensarmoede als het inkomen niet voldoende is om te kunnen voldoen aan de basisbehoeften van een huishouden. Volgens het artikel zijn in 2015 de schulden van huishoudens gestegen.
Vraag 29 1 punt
Als huishoudens minder inkomen ontvangen (inkomensval) kan er inkomensarmoede ontstaan. In welke regel staan deze verschijnselen zó dat een logische gedachtegang ontstaat?
1 De uitgaven van een huishouden stijgen omdat er rente moet worden betaald.
2 De uitgaven aan basisbehoeften kunnen door huishoudens niet volledig worden gedaan.
3 De huishoudens lenen geld.
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De prijzen van huizen stegen in de laatste jaren. Sommige huishoudens met een inkomensval en een eigen huis, verkochten hun huis. Dit verkregen vermogen konden zij besteden aan basisbehoeften. Niet in alle gevallen leidde verkoop tot een hoger vermogen. Er waren ook grote regionale verschillen in stijgende verkoopprijzen.
Vraag 30 1 punt
In welk geval leidt verkoop van een huis tot een hoger vermogen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 31 1 punt
Volgens economiedocente Tromp veranderde het vermogen van de huishoudens in 2015 omdat de waardestijging van de eigen koopwoning werd meegerekend bij de stijging van de vermogens. Het vermogen van huishoudens is de waarde van de bezittingen minus de schulden. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Huishoudens met hogere inkomens bezitten …(1)… (minder vaak / vaker) een koopwoning dan huishoudens met lage inkomens. Er is sprake van …(2)… (grotere / kleinere) verschillen in vermogen tussen de lage inkomens en de hoge inkomens als de waarde van de eigen koopwoning wordt meegerekend in het vermogen.
Bekijk het antwoord
- (1) vaker (2) grotere indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)
Een klein landje
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 6 in de bijlage.
uit de krant:
Nederland is een grote exporteur van landbouwproducten. In 2016 bedroeg de waarde van de Nederlandse export van landbouwproducten € 84,96 miljard, een record.
Vraag 32 1 punt
In 2016 bedroeg het Nederlandse nationaal inkomen € 708 miljard. Bereken de Nederlandse exportquote van landbouwproducten. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 84,96 mld × 100% = 12% € 708 mld (1)
Gebruik informatiebron 6.
Vraag 33 1 punt
In het krantenartikel trekt de journaliste een conclusie uit de grafiek. Welke conclusie is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 34 2 punten
In 2016 steeg de exportwaarde van landbouwproducten met 4,4%. De prijzen van de geëxporteerde landbouwproducten stegen met 1,5%. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de getallen de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De exportwaarde van landbouwproducten steeg in procenten …(1)… (meer / minder) dan de prijzen van geëxporteerde landbouwproducten. Dit betekent dat de hoeveelheid geëxporteerde landbouwproducten is …(2)… (gedaald / gestegen). Het nationaal inkomen van Nederland zal in 2016 hierdoor …(3)… (dalen / stijgen).
Bekijk het antwoord
Opmerking Let op doorwerkfouten.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Nederland is een grote exporteur van landbouwproducten. De totale exportwaarde van landbouwproducten in 2016 was € 84,6 miljard.
Gebruik informatiebron 6.
Vraag 35 1 punt
Bereken de totale waarde van de Nederlandse export in 2016. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 84,6 mld × 100 = € 423 mld 20 (1)
In 2016 daalde de koers van het Engelse pond ten opzichte van de euro.
Vraag 36 1 punt
Worden Nederlandse exportproducten in het Verenigd Koninkrijk (VK) duurder of goedkoper door de koersdaling van het Engelse pond ten opzichte van de euro?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 37 2 punten
Het Verenigd Koninkrijk (VK) is een belangrijke exportbestemming voor Nederland, maar dat kan veranderen door de uittreding van het VK uit de Europese Unie (de Brexit). Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de getallen de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als het VK uit de Europese Unie (EU) treedt, zal de Nederlandse export naar het VK kunnen dalen, doordat …(1)… (de euro geen betaalmiddel meer is / er geen vrij verkeer van goederen is). Het VK kan handelsbelemmeringen invoeren zoals …(2)… (btw / exportbelasting / invoerrechten). Nederlandse producten worden hierdoor voor het VK …(3)… (duurder / goedkoper).
Bekijk het antwoord
- (1) er geen vrij verkeer van goederen is (2) invoerrechten (3) duurder indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Economie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0233-a-19-1-o
Andere examens economie vmbo-kb
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 37. Van 30 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (11), inkomen en consumptie (10) en internationale handel (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0233-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.