De cijferparadox: waarom leerlingen alleen de onderkant van het blad lezen
Een docent schrijft een kwartier lang feedback in de kantlijn. De leerling kijkt op de voorkant, ziet een 6,3 en stopt de toets in zijn tas.
Nakijken kost maximale moeite en levert minimale didactische opbrengst, omdat de feedback de leerling bereikt op het moment dat hij er niets meer mee kan. Feedback werkt alleen als de stof nog vers is en er nog iets te repareren valt. Wie de doorlooptijd van drie weken naar twee dagen brengt, verandert de betekenis van precies dezelfde woorden.
- Feedback in de kantlijn wordt zelden gelezen omdat het cijfer eerder aankomt.
- De grootste voorspeller van bruikbare feedback is niet de kwaliteit maar de snelheid.
- Drie weken na een toets is de stof dood en is bijsturen niet meer aan de orde.
- Wie de doorlooptijd verkort, verandert de waarde van dezelfde woorden.
Er is een moment in elk lesuur waarin de moeite van een docent en de aandacht van een leerling elkaar volledig mislopen. Het is het moment waarop de toetsen worden uitgedeeld.
De docent heeft er per toets een kwartier in gestopt. Uitgeschreven zinnen in de kantlijn, een pijl naar de plek waar de redenering omsloeg, een suggestie voor de volgende keer. De leerling krijgt het blad in handen, scant in een halve seconde de voorkant, ziet een 6,3, en het is klaar. De feedback wordt hoogstens nog gelezen om te kijken of het mogelijk is om nog een half puntje hoger te krijgen. Daarna gaat de toets de tas in en komt er niet meer uit.
De paradox
Dit is de vreemdste verhouding in het hele onderwijs. Nakijken is verreweg de grootste tijdspost buiten de les, en het is tegelijk de activiteit met de laagste gemeten opbrengst per geïnvesteerd uur. Niet omdat de feedback slecht is. Omdat hij te laat komt en verpakt zit bij iets wat harder schreeuwt.
- Wat de docent maakt
- Een gedetailleerde reconstructie van waar het denken van deze leerling afsloeg, geschreven in de vorm van losse opmerkingen bij losse vragen.
- Wat de leerling ontvangt
- Eén getal, dat zichzelf onmiddellijk vertaalt naar voldoende of onvoldoende, en dat de rest van het blad overstemt.
Een cijfer is een oordeel, en een oordeel sluit een gesprek af. Feedback is een uitnodiging, en die opent er een. Zet je ze op hetzelfde vel papier, dan wint het oordeel altijd. Dat is geen gebrek aan motivatie bij de leerling maar een voorspelbare reactie op de manier waarop we het aanbieden.
We hebben feedback ontworpen als iets wat je krijgt bij een cijfer. Zolang dat zo is, leest niemand het.
Waarom snelheid meer uitmaakt dan formulering
In het denken over feedback gaat het meestal over de vorm. Wees concreet, richt je op het werk en niet op de persoon, geef een handelingsperspectief. Dat klopt allemaal, maar het is ook allemaal ondergeschikt aan iets anders: wanneer de feedback aankomt.
Twee dagen na een toets weet een leerling nog waar hij twijfelde. Hij herinnert zich dat hij bij vraag zes tussen twee antwoorden koos en het verkeerde nam. Hoor je dan dat je redenering bij de tweede stap misging, dan valt er iets op zijn plek. Drie weken later is dat helemaal weg. Het hoofdstuk is af, het volgende is begonnen, en de toets is een administratief feit geworden.
| Na twee dagen | Na drie weken | |
|---|---|---|
| Herinnering aan het eigen denken | ✓ Aanwezig | ✗ Weg |
| Stof nog actueel in de les | ✓ Ja | ✗ Nee |
| Ruimte om te herstellen | ✓ Volop | – Nauwelijks |
| Wat de leerling ermee doet | ✓ Nakijken en vragen stellen | ✗ Cijfer bekijken |
Wat er verandert bij een doorlooptijd van twee dagen
Zodra het nakijkwerk niet meer drie avonden kost, verschuift er iets wat groter is dan tijdwinst. De toetsbespreking wordt een ander soort les.
- Je weet vooraf waar het misging. Als je per vraag ziet dat achttien van de negenentwintig leerlingen dezelfde denkfout maakten, bespreek je die vraag klassikaal in plaats van het hele blad langs te lopen.
- Het gesprek gaat over inhoud. Niet over het cijfer, want dat is de dag ervoor al binnengekomen en verwerkt. In de les is er ruimte voor de vraag waarom een antwoord fout is.
- Herkansen wordt zinvol. Een tweede kans twee weken na de toets meet vooral wie er alsnog geleerd heeft, terwijl een tweede kans binnen een week meet of de bespreking werkte.
- Leerlingen stellen vragen. Een leerling die het oneens is met een beoordeling, kan dat aankaarten zolang hij zich nog herinnert wat hij bedoelde te schrijven.
Waarom dit zelden lukt
Vrijwel elke docent weet het bovenstaande. Het probleem is niet het inzicht maar de rekensom. Een stapel van dertig toetsen met open vragen kost al snel vier tot zes uur. Die uren zijn er niet tussen dinsdag en donderdag, want dinsdag en woensdag staan vol met lessen, en donderdag is er een vergadering. Dus wordt het het weekend, en daarna de week erna. De volledige rekensom staat in De anatomie van docentenwerkdruk.
Daarom is dit een van de weinige plekken waar automatisering iets oplost wat met goede voornemens niet op te lossen is. Als het vergelijkende werk 's nachts gebeurt en de docent 's ochtends een voorstel ziet dat hij nog moet controleren en goedkeuren, dan is teruggeven binnen twee dagen ineens haalbaar.
En dan blijft de feedback nog steeds ongelezen, tenzij je ook het tweede deel van de paradox aanpakt: de feedback moet ergens landen waar de leerling hem tegenkomt, en er moet in de les iets mee gebeuren. Techniek levert de tijd. Wat je met die tijd doet, is een didactische keuze.
Veelgestelde vragen
Waarom lezen leerlingen geschreven feedback niet?
Omdat het cijfer op hetzelfde blad staat en eerder binnenkomt. Een cijfer is een afronding: zodra het gelezen is, is de vraag beantwoord en verdwijnt de reden om verder te kijken. Daarbij komt dat de feedback vaak weken na de toets arriveert, wanneer de leerling zich zijn eigen redenering niet meer herinnert.
Helpt het om het cijfer later te geven dan de feedback?
Ja, dat is een van de best onderbouwde ingrepen in het feedbackonderzoek. Geef eerst alleen de opmerkingen, laat leerlingen daar iets mee doen, en geef het cijfer daarna pas. Het kost geen extra nakijktijd, alleen een andere volgorde.
Hoe snel zou een toets terug moeten zijn?
Binnen een week, en bij voorkeur binnen twee of drie schooldagen. De precieze grens is niet hard, maar het onderscheid tussen dagen en weken is dat wel: zolang de leerling zijn eigen denken bij de toets nog kan oproepen, is bijsturen mogelijk. Met ToetsChecker is deze deadline te halen.