Eindexamen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De wereld van Nutella, De Passport Power Index, Vulkanisme op Java, Indonesië, Just digg it!, Nationale parken in Brazilië, De fysische geografie van Guadeloupe, Valuta in het Caribisch gebied.

Kort antwoord

Het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (12), endogene en exogene processen (9) en weer en klimaat (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Globalisering1-5, 7-8, 21, 31-3412
Endogene en exogene processen9-11, 13, 16, 26-28, 309
Weer en klimaat12, 15, 17-19, 296
Ontwikkelingsvraagstukken20, 22-255
Bevolking en migratie61
Landbouw en voedsel141

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens aardrijkskunde havo Cariben sinds 2024: dit examen vroeg meer over globalisering (35% van de vragen, gemiddeld 19%) en ontwikkelingsvraagstukken (15% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over bevolking en migratie (3% van de vragen, gemiddeld 13%) en landbouw en voedsel (3% van de vragen, gemiddeld 11%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De wereld van Nutella

Bij deze opgave horen de bronnen 1 en 2.

bron 1

Nutella

Nutella is een zoet broodbeleg op basis van hazelnoten en cacaopoeder. De chocolatier Pietro Ferrero bedacht het mengsel vlak na de Tweede Wereldoorlog als alternatief voor chocolade als broodbeleg. Cacao was op dat moment zeer schaars en dus werden hazelnoten gebruikt. Die groeiden op grote schaal in het deel van Italië waar Pietro Ferrero woonde.

Inmiddels is Ferrero een multinational met het hoofdkantoor in het noorden van Italië en wordt het broodbeleg Nutella wereldwijd verkocht in supermarkten, restaurants en Nutella-winkels.

Nutella bestaat vooral uit suiker, plantaardige olie en hazelnoten. Daarnaast bevat het cacao- en melkpoeder. De suiker en melk worden uit de omgeving van de fabrieken gehaald. De plantaardige olie is vooral palmolie uit Thailand en Maleisië.

Foto van een Nutella-café met een toonbank vol crêpes en croissants en rijen potten Nutella in de vitrine.
Een Nutella-café in Canada

bron 2

Vier kaarten over de productieketen van Nutella (2022)

Wereldkaart a met hoeveelheden in miljoen kilo (minder dan 8, 8 - 25, 25 - 60, 60 - 100, 100 en meer, geen gegevens). De hoogste klasse ligt in Turkije; ook de Verenigde Staten, Chili, Italië en enkele landen in Europa en Azië hebben een kleur.
Wereldkaart b met de legenda aanwezig en niet aanwezig. Een groot deel van Amerika, Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, India, Zuidoost-Azië, Zuid-Afrika en Australië is aanwezig.
Wereldkaart c met hoeveelheden in miljoen kilo (minder dan 25, 25 - 50, 50 - 100, 100 - 200, 200 - 500, 500 en meer, geen gegevens). Gekleurd zijn landen in tropisch Zuid- en Midden-Amerika, West- en Centraal-Afrika en Zuidoost-Azië; de hoogste klassen liggen in West-Afrika en Indonesië.
Wereldkaart d met de legenda aanwezig en niet aanwezig. Aanwezig zijn onder andere Canada, Mexico, Brazilië, een aantal Europese landen, Turkije, Rusland en Australië.

Gebruik de bronnen 1 en 2.

In bron 2 staan vier kaarten (a tot en met d) over de productieketen van Nutella. In willekeurige volgorde zijn dat kaarten met:

  • 1 het afzetgebied van Nutella;
  • 2 landen met een Nutella-fabriek;
  • 3 cacao-producerende landen;
  • 4 hazelnoot-producerende landen.

Vraag 1 2 punten

Noteer de cijfers 1 tot en met 4 onder elkaar op je antwoordblad.

Schrijf achter elk cijfer de letter van de juiste kaart.

Bekijk het antwoord
  • 1 b
  • 2 d
  • 3 c
  • 4 a
indien vier juiste antwoorden2
indien drie of twee juiste antwoorden1
indien minder dan twee juiste antwoorden0

In de voedingsmiddelenindustrie is offshoring in de productieketen moeilijker te realiseren dan in bijvoorbeeld de kledingindustrie.

Vraag 2 2 punten

Beredeneer waarom offshoring in de voedingsmiddelenindustrie moeilijker te realiseren is.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste redenering zijn:

  • De voedingsmiddelenindustrie werkt met grondstoffen en/of eindproducten die (in tegenstelling tot grondstoffen en/of eindproducten voor de kledingindustrie) vaak niet lang houdbaar zijn, (1)
  • zodat grondstoffen dicht bij het afzetgebied verwerkt moeten worden / vervoer over lange afstanden moeilijk is. (1)

of

  • De voedingsmiddelenindustrie is minder arbeidsintensief dan de kledingindustrie, (1)
  • zodat het uitbesteden van productie aan landen buiten het afzetgebied niet efficiënter is. (1)

Ferrero wil het afzetgebied van Nutella vergroten. Om dit te realiseren heeft het bedrijf gekozen voor uitbreiding in Afrika en Azië en niet voor uitbreiding in Europa.

Vraag 3 2 punten

Geef een reden waarom Ferrero niet voor uitbreiding van het afzetgebied in Europa gekozen heeft

  • vanuit de economische dimensie;
  • vanuit de demografische dimensie.
Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste reden vanuit de economische dimensie is: mensen die Nutella kunnen betalen, worden al bereikt / de afzetmarkt in Europa is verzadigd. (1)
  • Voorbeelden van een juiste reden vanuit de demografische dimensie zijn: (1) Het aantal inwoners / De bevolkingsgroei van Europa stagneert. Het aantal kinderen in Europa neemt af.

Opmerking: Aan antwoorden die ingaan op Afrika en/of Azië mogen geen scorepunten worden toegekend.

Gebruik bron 1.

Stelling: de culturele diffusie van Nutella is een voorbeeld van amerikanisering.

Vraag 4 2 punten

Geef

  • een argument vóór de stelling;
  • een argument tegen de stelling.
Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist argument vóór de stelling is: Nutella wordt vanuit de westerse wereld over de rest van de wereld verspreid. (1)
  • Een voorbeeld van een juist argument tegen de stelling is: Nutella / Ferrero is een Italiaans / geen Amerikaans bedrijf. (1)

De Passport Power Index

Bij deze opgave horen de bronnen 3 tot en met 5.

bron 3

De Passport Power Index

Mensen met een Nederlands paspoort mogen naar 192 landen reizen. Nederland staat daarmee op de 4e positie van de Passport Power Index. Een Chinees paspoort geeft toegang tot 85 landen en staat op de 60e positie. Een Egyptisch paspoort geeft maar toegang tot 55 landen en staat op de 87e positie.

Er kunnen meerdere landen op dezelfde positie op de Passport Power Index staan. Dat gebeurt als het paspoort van die landen toegang geeft tot hetzelfde aantal landen.

Wereldkaart in grijsblauwe tinten met per land het aantal landen dat toegankelijk is met een paspoort uit dat land en de bijbehorende positie op de ranglijst, van 181 - 195 landen (positie 1 t/m 10) tot minder dan 50 landen (lager dan positie 90). Noord-Amerika, Europa, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland zijn het donkerst; grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië zijn het lichtst.
Passport Power Index per land (2024)

Gebruik bron 3.

In 2006 gaf een paspoort toegang tot gemiddeld 57 landen. In 2022 was dit gemiddelde gestegen tot 107 landen. Ondanks deze stijging is er bij de Passport Power Index op mondiaal schaalniveau nog steeds sprake van een centrum-periferieverhouding.

Vraag 5 2 punten

Geef aan

  • waardoor politieke globalisering kan leiden tot een stijging van het aantal landen dat met een paspoort bezocht kan worden;
  • dat bij de Passport Power Index op mondiaal schaalniveau een centrum-periferieverhouding zichtbaar is.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat overheden steeds vaker afspraken maken om de toegang tot elkaars land (voor mensen) te verbeteren. (1)
  • Uit het antwoord moet blijken dat mensen (met een paspoort) uit centrumlanden / welvarende landen tot meer landen toegang hebben dan mensen (met een paspoort) uit perifere / minder welvarende landen. (1)

Gebruik bron 3 en het kaartenkatern.

Wereldkaart met het migratiesaldo per 1000 inwoners (jaargemiddelde 2015-2020), in klassen van meer dan 3 tot minder dan -3, en geen gegevens.
kaartenkatern Wereld Migratiesaldo

Alcarta 2e editie kaartblad 251F

Er bestaat een verband tussen het migratiesaldo van een land en de positie op de Passport Power Index. In één werelddeel vormt meer dan de helft van de landen een uitzondering op dit verband.

Vraag 6 2 punten

Geef

  • dit verband;
  • de naam van dit werelddeel.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat landen met een positief migratiesaldo in het algemeen een hoge positie op de Passport Power Index hebben / dat landen met een negatief migratiesaldo in het algemeen een lage positie op de Passport Power Index hebben. (1)
  • Zuid-Amerika (1)

bron 4

De Passport Power van de Verenigde Arabische Emiraten

In 2011 gaf het paspoort van de Verenigde Arabische Emiraten toegang tot 69 landen. Tegenwoordig is dat 184 landen. Het paspoort van de Verenigde Arabische Emiraten is daarmee gestegen van de 65e positie op de ranglijst in 2011 naar de 8e positie in 2025.

0102030405060702011201220132014201520162017201820192020202120222023202420256564565542383821151816151598Legenda:21positie op de ranglijst

De Verenigde Arabische Emiraten is de afgelopen jaren gestegen op de Passport Power Index (zie bron 4). Dit land in het Midden-Oosten heeft grote hoeveelheden fossiele brandstoffen.

Vraag 7 2 punten

Beredeneer waarom de aanwezigheid van fossiele brandstoffen in de Verenigde Arabische Emiraten geleid heeft tot een stijging op de Passport Power Index.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste redenering zijn:

  • De Verenigde Arabische Emiraten is door de olie-inkomsten (zeer) welvarend geworden, (1)
  • zodat andere landen hun grenzen graag openstellen voor inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten. (1)

of

  • Veel landen hebben interesse in de olievoorraden van de Verenigde Arabische Emiraten, (1)
  • zodat overheden willen samenwerken met de Verenigde Arabische Emiraten. (1)

bron 5

Lijngrafiek met vier lijnen a tot en met d van de positie op de ranglijst van 2006 tot en met 2025, met positie 1 bovenaan en 120 onderaan. Lijn a blijft rond positie 1 tot 5. Lijn b zakt van ongeveer 25 naar ongeveer 45. Lijn c daalt eerst van ongeveer 78 naar 95 in 2015 en stijgt daarna naar 60. Lijn d zakt van ongeveer 83 naar 117 in 2021 en stijgt daarna naar 100.
Positie op de Passport Power Index van vier landen (2006 - 2025)

Gebruik de bronnen 3 en 5.

In bron 5 staat van de landen Afghanistan, China, Duitsland en Venezuela de ontwikkeling van de positie op de Passport Power Index weergegeven.

Vraag 8 2 punten

Noteer de namen van deze vier landen op je antwoordblad.

Schrijf achter elk land de letter van de juiste lijn uit bron 5.

Bekijk het antwoord
Afghanistand
Chinac
Duitslanda
Venezuelab
indien vier juiste antwoorden2
indien drie of twee juiste antwoorden1
indien minder dan twee juiste antwoorden0

Vulkanisme op Java, Indonesië

Bij deze opgave horen de bronnen 6 en 7.

bron 6

Het Bromo-Tengger Semeru National Park

Miljoenen jaren geleden ontstond bij een uitbarsting van de Tenggervulkaan een enorme caldera. In deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan, zoals de vaak actieve Bromo. Rondom deze nieuwe vukanen ligt een vlakte met een dikke laag sedimenten.

Ongeveer twintig kilometer van de caldera ligt de hoogste en actiefste vulkaan van Java: de Semeru. Bij een grote uitbarsting van de Semeru in 2022 ontstonden grote hoeveelheden as en lavastromen.

Op de hellingen van de Semeru groeit tropisch regenwoud, dat vanaf 2.400 meter hoogte overgaat in naaldbos. Op de top is er geen vegetatie.

De vulkanen maken deel uit van het Bromo-Tengger-Semeru National Park.

Foto van een vlakte met rokende en kale vulkaankegels in een caldera, met daarachter een hoge kegelvormige vulkaan. Rechts onderin staan bomen op de calderarand.
Nieuwe vulkanen in de Tenggercaldera met op de achtergrond de Semeru

bron 7

Satellietbeeld met noordpijl en schaalstok (0, 300, 600 m). In het noordoosten is de Tenggercaldera rood omlijnd met daarin de Bromo en een vlakte met sedimenten; in het zuidwesten ligt de Semeru met een witte, kale top. De hellingen zijn grotendeels groen begroeid.
Satellietbeeld van het Bromo-Tengger-Semeru National Park
Hoogtekaart van Java met de Javazee in het noorden en de Indische Oceaan in het zuiden, met Jakarta, Bandung, Soerabaja en Bali. In het oosten is het satellietbeeld aangegeven met de Bromo (2.581 m) en de Semeru (3.676 m).
Ligging satellietbeeld op Java, Indonesië

Gebruik de bronnen 6 en 7.

Vraag 9 1 punt

Geef aan in welke kijkrichting de foto in bron 6 gemaakt is. Kies uit:

  1. A in noordelijke richting
  2. B in oostelijke richting
  3. C in zuidelijke richting
  4. D in westelijke richting
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C / in zuidelijke richting

Gebruik het kaartenkatern.

Wereldkaart met de platen en plaatgrenzen, actieve subductie, troggen, oceanische ruggen, de bewegingsrichting van de platen, epicentra van aardbevingen en vulkanen.
kaartenkatern Aarde Platentektoniek

Alcarta 2e editie kaartblad 220

De Bromo en de Semeru maken deel uit van een vulkanische zone op Java (zie bron 7).

Vraag 10 2 punten

Beschrijf in twee stappen het ontstaan van deze vulkanische zone.

Betrek in je eerste stap de namen van de betrokken platen.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • er subductie plaatsvindt van de (Indisch-)Australische plaat onder de Chinese plaat / de (Indisch-)Australische plaat onder de Chinese plaat wordt getrokken, (1)
  • waarbij gesmolten (mantel)gesteente naar het aardoppervlak stijgt. (1)

Gebruik de bronnen 6 en 7.

In de caldera van de Tenggervulkaan ligt een vlakte met een dikke laag sedimenten.

Vraag 11 2 punten

Beschrijf in twee stappen waardoor in de caldera een dikke laag met sedimenten ontstaan is.

Begin je beschrijving met een exogeen proces.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • gesteenten door verwering / erosie worden afgebroken (1)
  • en dat de sedimenten in de laagte van de krater ophopen / door de calderarand worden tegengehouden. (1)

Gebruik de bronnen 6 en 7.

De Semeru ligt in de tropische zone. In de tropische zone liggen geen uitgestrekte naaldbossen. Toch groeien op een deel van de hellingen van de Semeru naaldbomen.

Vraag 12 2 punten

Geef aan

  • in welke landschapszone wel uitgestrekte naaldbossen kunnen groeien;
  • waardoor op een deel van de Semeru naaldbomen kunnen groeien.
Bekijk het antwoord
  • boreale zone (1)
  • Uit het antwoord moet blijken dat het op grote hoogte / op de top van de Semeru koud genoeg is voor naaldbomen. (1)

Op de hellingen van de Semeru ontstaan vaak aardverschuivingen. Dat komt onder andere doordat de hellingen deels onbegroeid zijn.

Vraag 13 2 punten

Geef nog twee andere oorzaken waardoor op de hellingen van de Semeru vaak aardverschuivingen ontstaan.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:

  • De hellingen van de Semeru zijn steil.
  • De Semeru ligt in een gebied waar veel neerslag valt.
  • Bij de Semeru zijn vaak aardbevingen (waardoor aardverschuivingen ontstaan).
  • Op de hellingen ligt losliggend materiaal.

per juiste oorzaak 1

Just digg it!

Bij deze opgave horen de bronnen 8 tot en met 10.

bron 8

Water bunds in het zuiden van Kenia

Justdiggit is een Nederlandse organisatie die de gevolgen van klimaatverandering wil tegengaan. De organisatie zet projecten op in onder andere de Afrikaanse landen Ethiopië, Kenia, Oeganda en Tanzania.

Het doel is om gedegradeerde landschappen te vergroenen. De projecten worden op lokale schaal opgezet, waarbij de organisatie samenwerkt met lokale gemeenschappen.

In het zuiden van Kenia heeft de organisatie het Kuku Group Ranch project gestart. Samen met de lokale Masai-gemeenschap zijn meer dan 360 duizend ‘water bunds’ gegraven. Water bunds zijn halvemaanvormige gaten die - vaak op hellingen - worden gegraven om de harde toplaag van de bodem open te breken.

Foto van een droog, rood-bruin landschap met verspreide bomen. Een man hakt met een houweel in de harde grond; om hem heen liggen rijen gegraven halvemaanvormige kuilen met opgeworpen randen.
Het graven van water bunds

Gebruik bron 8 en de kaart Afrika Bodemgebruik en natuurlijke hulpbronnen in het kaartenkatern.

Kaart van Afrika met het bodemgebruik (onder andere mediterrane landbouw, geïrrigeerd gebied, tropisch (regen)woud en savanne met zelfvoorzienende landbouw, steppe met extensieve veeteelt, nomadische veeteelt) en symbolen voor landbouwproducten en delfstoffen.
kaartenkatern Afrika Bodemgebruik en natuurlijke hulpbronnen

Grote Bosatlas 56e editie kaartblad 168A

In Kenia en Tanzania komt verwoestijning voor.

Vraag 14 3 punten

Beschrijf in drie stappen waardoor het bodemgebruik in Kenia en Tanzania tot verwoestijning kan leiden.

Begin je beschrijving met het bodemgebruik in Kenia en Tanzania.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • in Kenia en Tanzania extensieve veeteelt en/of zelfvoorzienende landbouw plaatsvindt, (1)
  • waarbij overbeweiding / ontbossing plaatsvindt, (1)
  • waardoor de bodem / water niet meer vastgehouden wordt (en het landschap verstuift / verdroogt). (1)

of

  • in Kenia en Tanzania handelsgewassen (zoals snijbloemen, sisal en koffie) worden verbouwd, (1)
  • waarbij veel water gebruikt wordt, (1)
  • en er verdroging plaatsvindt. (1)

Door klimaatverandering wordt het steeds warmer. Justdiggit is een organisatie die door het uitbreiden van vegetatie de effecten van klimaatverandering wil tegengaan.

Vraag 15 2 punten

Geef aan op welke manier vegetatie voor verkoeling kan zorgen op

  • lokaal schaalniveau;
  • mondiaal schaalniveau.
Bekijk het antwoord
  • Juiste voorbeelden van manieren waarop vegetatie op lokaal schaalniveau voor verkoeling kan zorgen, zijn: (1) Vegetatie zorgt voor schaduw. Verdamping van water (uit de vegetatie) verkoelt.
  • Uit het antwoord op mondiaal schaalniveau moet blijken dat vegetatie koolstofdioxide / broeikasgassen uit de lucht opneemt. (1)

bron 9

Vier luchtfoto's van hetzelfde gebied, juni 2018, juni 2019, juni 2020 en juni 2022. In 2018 zijn de halvemaanvormige water bunds in kale rode grond te zien; in de jaren daarna groeit er steeds meer groene vegetatie in en rond de water bunds, tot het gebied in 2022 grotendeels begroeid is.
Foto’s van vier jaren na het graven van water bunds bij het Kuku Group Ranch project

bron 10

Klimaatdiagram met neerslag in mm (staven, as 0 tot 450) en temperatuur in °C (lijn, as -50 tot 40). De neerslag is het hoogst in april (ongeveer 400 mm) en is ook hoog in november en december (ongeveer 245 en 210 mm); van juni tot en met september valt weinig neerslag (ongeveer 50 tot 85 mm). De temperatuur ligt het hele jaar rond 20 tot 22 °C.
Klimaatdiagram van een plaats vlak bij het Kuku Group Ranch-project

Gebruik de bronnen 8 tot en met 10.

Bij het Kuku Group Ranch-project heeft Justdiggit water bunds gegraven. Door de water bunds groeit de vegetatie beter.

Vraag 16 2 punten

Geef twee oorzaken waardoor de vegetatie in deze water bunds beter groeit.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:

  • Het (regen)water blijft in de water bunds staan / spoelt de bodem niet weg.
  • Het (regen)water kan infiltreren in de opengebroken grond.
  • Planten kunnen beter wortelen in de opengebroken grond.
  • Water bunds bevorderen de (bodem)vruchtbaarheid.

per juiste oorzaak 1

Gebruik bron 10 en de kaart Aarde Luchtdruk en wind in het kaartenkatern.

Vier wereldkaarten (januari, maart, juli, september) met de gemiddelde luchtdruk, hoge- en lagedrukgebieden, de gemiddelde windrichting en windkracht en de ligging van de intertropische convergentiezone (ITCZ).
kaartenkatern Aarde Luchtdruk en wind

Alcarta 2e editie kaartblad 228/229

Het Kuku Group Ranch-project vindt plaats in het zuiden van Kenia.

Vraag 17 2 punten

Beschrijf in twee stappen het ontstaan van de jaarlijkse neerslagpieken in het zuiden van Kenia.

Begin je beschrijving met een liggingskenmerk van het zuiden van Kenia.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • het zuiden van Kenia vlak bij de evenaar ligt, (1)
  • waar de intertropische convergentiezone (ITCZ) / het tropisch lagedrukgebied twee keer per jaar passeert. (1)

Nationale parken in Brazilië

Bij deze opgave horen de bronnen 11 tot en met 14.

bron 11

Nationale parken in Brazilië

Een nationaal park is een beschermd gebied dat door de overheid wordt aangewezen vanwege de bijzondere natuur. In 1937 benoemde de Braziliaanse overheid het eerste nationale park. Inmiddels heeft Brazilië 73 nationale parken. Er mogen wel menselijke activiteiten plaatsvinden, maar de belangen van de natuur moeten voorop staan.

De nationale parken variëren in omvang. Het kleinste en meest bezochte park is Tijuca. In dit park in Rio de Janeiro staat het beroemde beeld ‘Christus de Verlosser’. In het noorden van Brazilië, op de grens met Frans-Guyana, ligt het grootste park: Montanhas de Tumucumaque.

De Braziliaanse overheid wil de nationale parken gebruiken om de inkomsten uit het toerisme te vergroten. Daarom kunnen particuliere bedrijven rechten kopen om in een park faciliteiten zoals bezoekerscentra en restaurants te bouwen en te exploiteren. Ook wordt de bereikbaarheid van de nationale parken verbeterd. De opbrengsten moeten ten goede komen aan het beheer van het park.

Kaart van Brazilië met de deelstaatgrenzen en de nationale parken in donkergroen. Het grote park Montanhas de Tumucumaque ligt in het noorden; cijfer 1 staat in het uiterste westen, cijfer 2 aan de noordoostkust en cijfer 3 bij Tijuca aan de zuidoostkust. In het Amazonegebied liggen veel grote parken, in het zuidoosten vooral kleine.
Nationale parken in Brazilië

bron 12

Foto’s genomen in drie nationale parken in Brazilië

Een man staat op een rots boven een bebost berglandschap en kijkt uit over een kuststad aan een baai met bergen.
foto a
Een droog landschap met lage struiken en een rode rotsformatie; een persoon staat op een kale rotsplaat.
foto b
Een groep mensen op een uitkijkplatform boven een uitgestrekt, dicht tropisch regenwoud met een rivier.
foto c

Gebruik de bronnen 11 en 12 en het kaartenkatern.

Op de kaart in bron 11 worden drie nationale parken aangegeven met een cijfer. In bron 12 staan foto’s van deze nationale parken.

Vraag 18 1 punt

Welke foto uit bron 12 hoort bij cijfer 2 uit bron 11?

Bekijk het antwoord

foto b

bron 13 Zuid-Amerika, temperatuur en neerslag

Kaart van Zuid-Amerika in januari met de neerslag in mm (van minder dan 25 tot 300 of meer) en isothermen. Een groot deel van het noorden en het binnenland van Brazilië krijgt veel neerslag.
in januari
Kaart van Zuid-Amerika in juli met de neerslag in mm (van minder dan 25 tot 300 of meer) en isothermen. Het noorden rond Caracas, Bogotá en Paramaribo krijgt veel neerslag; het midden en oosten van Brazilië krijgen weinig neerslag.
in juli

Gebruik de bronnen 11 en 13.

De gemiddelde temperatuur in het nationale park Montanhas de Tumucumaque is hoger dan in het nationale park Tijuca.

Vraag 19 3 punten

Geef

  • twee andere klimatologische verschillen tussen beide parken;
  • de oorzaak van het ontstaan van deze klimaatverschillen.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste verschillen zijn: (2)

  • De temperatuur in Montanhas de Tumucumaque is gedurende het jaar gelijkmatiger dan in Tijuca.
  • De gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag in Montanhas de Tumucumaque is hoger dan in Tijuca.
  • In Montanhas de Tumucumaque is minder verschil tussen een droge en een natte tijd dan in Tijuca.

Opmerking: Per juist verschil 1 scorepunt toekennen.

Voorbeelden van een juiste oorzaak zijn: (1)

  • Montanhas de Tumucumaque ligt dichter bij de evenaar dan Tijuca.
  • Montanhas de Tumucumaque en Tijuca liggen op verschillende breedte.

Opmerking: Als bij de eerste deelscore alleen wordt ingegaan op de neerslagverschillen kan bij de tweede deelscore worden ingegaan op de ligging van de ITCZ.

bron 14

Kaart van Brazilië met per deelstaat het jaartal van het eerste aangewezen nationale park, in groentinten. In het zuidoosten staan de vroegste jaartallen (1937, 1959, 1961); in het Amazonegebied in het noorden en westen latere jaartallen (1979 tot 1989, en 2006).
Jaartal eerste aangewezen nationale park per deelstaat

Hoe donkerder de kleur, hoe recenter een nationaal park in de deelstaat aangewezen is.

Gebruik de bronnen 11 en 14.

Vanaf 1937 zijn in de loop van de tijd vrijwel overal in Brazilië nationale parken aangewezen.

Vraag 20 3 punten

Geef

  • twee verschillen, één met bron 11 en één met bron 14, tussen de nationale parken in het economisch kerngebied van Brazilië en de nationale parken in het Amazonegebied;
  • voor elk verschil een reden.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de nationale parken in het economisch kerngebied kleiner (zie bron 11) én ouder zijn (zie bron 14) dan de nationale parken in het Amazonegebied. (1)

Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen als beide verschillen juist zijn.

  • Een voorbeeld van een juiste reden voor kleinere nationale parken in het economisch kerngebied is: in het economisch kerngebied was veel grondgebied al ingenomen door bebouwing / was minder ruimte voor natuur. (1)
  • Een voorbeeld van een juiste reden voor oudere nationale parken in het economisch kerngebied is: in het economisch kerngebied kwam de natuur eerder onder druk te staan / bestond eerder de behoefte om de natuur te beschermen dan in het Amazonegebied. (1)

Opmerking: Aan juiste antwoorden die uitgaan van het Amazonegebied in plaats van het economisch kerngebied dienen scorepunten toegekend te worden.

Veel Europeanen hebben vanuit de dimensie natuur een stereotiepe beeld van Brazilië. Met het aanwijzen van nationale parken kan de Braziliaanse overheid dit stereotiepe beeld beïnvloeden.

Vraag 21 2 punten

Beredeneer dat de Braziliaanse overheid het stereotiepe beeld kan beïnvloeden dat veel Europeanen vanuit de dimensie natuur van Brazilië hebben.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste redenering zijn:

  • De Braziliaanse overheid kan verschillende soorten natuurgebieden en/of landschappen aanwijzen als nationaal parken, (1)
  • zodat het stereotiepe beeld van Brazilië als land met voornamelijk tropisch regenwoud geografischer / vollediger kan worden. (1)

of

  • De Braziliaanse overheid beschermt natuurgebieden en/of landschappen door ze aan te wijzen als nationale parken, (1)
  • zodat het stereotiepe beeld van Brazilië als land waar de biodiversiteit wordt aangetast, kan worden genuanceerd. (1)

Gebruik bron 11.

De Braziliaanse overheid verkoopt rechten aan particuliere bedrijven om de nationale parken te exploiteren.

Vraag 22 2 punten

Geef

  • een voordeel voor de Braziliaanse overheid om de nationale parken door particuliere bedrijven te laten exploiteren;
  • de reden waarom bij het beheer van enkele nationale parken samenwerking op een hoger schaalniveau gewenst is.
Bekijk het antwoord

Juiste voorbeelden van een voordeel voor de Braziliaanse overheid zijn: (1)

  • De Braziliaanse overheid hoeft niet zelf (met belastinggeld) te investeren in de nationale parken.
  • De Braziliaanse overheid kan door de verkoop van exploitatierechten van de nationale parken geld verdienen.

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)

  • Brazilië heeft nationale parken die grenzen aan andere landen.
  • Brazilië wil internationale afspraken nakomen / maken die de natuur beschermen.

De Braziliaanse overheid verkoopt rechten aan particuliere bedrijven om de nationale parken te exploiteren.

Vraag 23 2 punten

Beredeneer waarom hierbij good governance belangrijk is.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Er komt in Brazilië corruptie voor / Bescherming van natuur en/of inheemse volken is niet altijd het primaire doel van bedrijven, (1)
  • zodat het belangrijk is dat de overheid de gemaakte afspraken controleert / transparant en/of integer handelt. (1)

In de nationale parken wonen vaak inheemse gemeenschappen. Deze inheemse gemeenschappen kunnen in het beheer van de nationale parken een waardevolle rol spelen.

Vraag 24 1 punt

Geef aan waarom juist inheemse gemeenschappen een waardevolle rol kunnen spelen in het beheer van de nationale parken.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is: inheemse gemeenschappen hebben vaak veel lokale kennis van de natuur.

Het exploiteren van nationale parken in Brazilië kan de natuur in die parken schade toebrengen. Door het verbeteren van de bereikbaarheid van de nationale parken komt ook de natuur buiten die parken onder druk te staan.

Vraag 25 2 punten

Beredeneer waarom door het bereikbaarder maken van nationale parken ook de natuur buiten die parken onder druk komt te staan.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Om de bereikbaarheid van de nationale parken te verbeteren, worden wegen aangelegd, (1)
  • zodat ook andere stukken (beschermde) natuur / tropisch regenwoud waar die wegen doorheen gaan toegankelijker worden (en onder druk komen te staan). (1)

De fysische geografie van Guadeloupe

Bij deze opgave horen de bronnen 15 tot en met 17.

bron 15

De ligging van Guadeloupe

Guadeloupe is een archipel van de Bovenwindse Eilanden. Het hoofdeiland bestaat uit Basse Terre en Grande Terre. De twee delen van het hoofdeiland zijn geologisch verschillend. Basse Terre maakt deel uit van een andere boog dan Grande Terre. Eromheen ligt nog een aantal kleinere eilanden.

Hoogtekaart van Guadeloupe met de Caribische Zee in het noordwesten en de Atlantische Oceaan in het oosten. Basse Terre in het westen is bergachtig; Grande Terre in het oosten is laag en vlak. Schaalstok 0, 15, 30 km.
Kaart van de Kleine Antillen van Saba tot Grenada met vulkanisch gesteente (rood), sedimentgesteente (geel), de actieve vulkanische boog (rode stippellijn) en de oude vulkanische boog (groene stippellijn). Het westelijke deel van Guadeloupe ligt op de actieve boog, het oostelijke deel en Antigua bestaan uit sedimentgesteente op de oude boog.

Gebruik bron 15 en de kaart Midden-Amerika Tektoniek en vulkanisme in het kaartenkatern.

Kaart van Midden-Amerika en het Caribisch gebied met de platen (onder andere Noord-Amerikaanse, Caribische, Cocos-, Noord-Andes- en Zuid-Amerikaanse plaat), het type plaatgrens, de hoofdbewegingsrichting van de platen, aardbevingsrisico, aardbevingen en actieve vulkanen.
kaartenkatern Midden-Amerika Tektoniek en vulkanisme

Grote Bosatlas 56e editie kaartblad 198A

Basse Terre heeft vulkanische activiteit, maar Grande Terre niet. Dit komt doordat bij Grande Terre geen magma ontstaat.

Vraag 26 1 punt

Geef de oorzaak waardoor bij Grande Terre geen magma ontstaat.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat bij Grande Terre de onderduikende plaat/ de oceanische plaat / de Zuid-Amerikaanse plaat niet diep genoeg ligt (om (mantel)gesteente te laten smelten).

bron 17

Foto van een strand met donker, bijna zwart zand, golven en palmbomen, met op de achtergrond een beboste kust.
Malendure Beach, een zwart strand op Basse Terre

Gebruik de bronnen 15 en 17.

Op Guadeloupe liggen zwarte zandstranden.

Vraag 27 2 punten

Beschrijf in twee stappen het ontstaan van de zwarte zandstranden op Guadeloupe. Begin je beschrijving met een exogeen proces.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • de zwarte / vulkanische gesteenten (andesiet) verweren / eroderen tot (fijn) zwart zand, (1)
  • waarna het (zwarte) zand (door golfwerking) op het strand sedimenteert. (1)

Grande Terre bestaat uit kalksteen. Dit is ontstaan doordat koraalriffen boven zeeniveau kwamen te liggen.

Vraag 28 3 punten

Geef drie natuurlijke omstandigheden die nodig zijn om deze koralen te laten groeien.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste natuurlijke omstandigheden zijn:

  • De zee moet niet te diep zijn.
  • warm zeewater
  • helder zeewater
  • zout water

per juiste omstandigheid 1

bron 16

Kaart van Guadeloupe met de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag in mm, in klassen van 500 tot 7.500. Op Basse Terre neemt de neerslag naar het zuidelijke binnenland toe tot meer dan 7.000 mm; Grande Terre, La Désirade en Marie Galante krijgen overwegend 1.000 tot 2.000 mm.
Neerslagpatroon van Guadeloupe

Gebruik de bronnen 15 en 16.

Op Guadeloupe waait een noordoostpassaat die veel waterdamp bevat. Toch valt op Grande Terre weinig neerslag.

Vraag 29 2 punten

Leg uit waardoor op Grande Terre ondanks de vochtige noordoostpassaat weinig neerslag valt.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat

  • op Grande Terre bijna geen reliëf is, (oorzaak) (1)
  • waardoor de noordoostpassaat / wind / lucht niet opstijgt. (gevolg) (1)

Zelfs als op Grande Terre neerslag valt, blijft het landschap droog.

Vraag 30 1 punt

Geef een kenmerk van de ondergrond van Grande Terre waardoor het landschap, zelfs als het er wel regent, droog is.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de ondergrond van Grande Terre bestaat uit poreus gesteente / dat de neerslag makkelijk wegzakt in de ondergrond.

Valuta in het Caribisch gebied

Bij deze opgave horen de bronnen 18 tot en met 20.

bron 18

Caribische landen met hun munteenheid (2025)

Officiële munteenheidLanden
Amerikaanse dollarAmerikaanse Maagdeneilanden Bonaire Britse Maagdeneilanden Saba St. Eustatius Turks- en Caicoseilanden
Barbadiaanse dollarBarbados
Jamaicaanse dollarJamaica
Kaaimaneilandse dollarKaaimaneilanden
Oost-Caribische dollarAnguilla Antigua en Barbuda Dominica Grenada Montserrat Saint Kitts en Nevis Saint Lucia Saint Vincent en de Grenadines
EuroGuadeloupe Saint-Martin
Cubaanse pesoCuba
Dominicaanse pesoDominicaanse Republiek
Arubaanse florinAruba
Haïtiaanse gourdeHaïti
Caribische guldenCuraçao Sint Maarten

Gebruik bron 18 en het kaartenkatern.

Op de meeste eilanden van de Grote Antillen wordt betaald met verschillende dollars. Voordat deze munteenheid werd geïntroduceerd, werd de munt van een ander land gebruikt.

Vraag 31 2 punten

Geef

  • de naam van dit andere land;
  • een economische reden waarom de meeste eilanden van de Kleine Antillen geen eigen munteenheid hebben.
Bekijk het antwoord
  • Spanje (1)
  • Uit het antwoord moet blijken dat de eilanden van de Kleine Antillen niet genoeg financiële slagkracht hebben om een eigen munt in te voeren. (1)

Aanvulling: Op pagina 14, bij vraag 31 moet bij de eerste deelscore Groot-Brittannië / Verenigd Koninkrijk vervangen worden door: Spanje

bron 19

De Caribische gulden

In 2025 werd de Caribische gulden in Curaçao en Sint Maarten ingevoerd. Het ontwerp laat de culturele en natuurlijke rijkdommen van de eilanden zien. Er werd een zeebioloog ingeschakeld om de koralen en andere zeedieren te kiezen die op de bankbiljetten en de munten zijn afgebeeld. De Caribische gulden blijft net als de Antilliaanse gulden gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.

Bankbiljetten van de Caribische gulden van 10, 20, 50, 100 en 200 in een waaier, met afbeeldingen van zeedieren zoals een vis, een rog, een schildpad en een zeepaardje, en daaronder zes munten.

Gebruik de bronnen 18 en 19.

In 2025 werd op Curaçao en Sint Maarten de Antilliaanse gulden vervangen door de Caribische gulden. Op Aruba en Bonaire is deze munt al eerder vervangen.

Vraag 32 2 punten

Geef aan

  • waarom de introductie van de Caribische gulden wordt gezien als nation building;
  • waarom het voor Curaçao en Sint Maarten vanuit de politieke dimensie wenselijk was om de Antilliaanse gulden te vervangen.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)

  • De symbolen op een eigen (ontworpen) valuta kunnen bijdragen aan een eigen identiteit.
  • Het invoeren van een eigen munt kan de zelfstandigheid / de trots van een natie benadrukken.

Uit het antwoord moet blijken dat de Nederlandse Antillen (sinds 2010) niet meer bestaan / Curaçao en Sint Maarten (sinds 2010) autonome landen zijn. (1)

bron 20

Billboard op Sint Maarten

De minister van Financiën van Sint Maarten heeft de directeur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten gevraagd om onderstaand billboard over de nieuwe Caribische gulden (Caribbean guilder) weg te halen. Het billboard laat namelijk een onvolledig beeld zien, omdat Saint-Martin ontbreekt.

Billboard met twee verbaasd kijkende mensen en de tekst MY OH MY, The new Caribbean Guilder, een handgeschreven regel met Curaçao en Sint Maarten, een silhouet van de eilanden en het logo van de CBCS.

Gebruik de bronnen 18 tot en met 20 en het kaartenkatern.

Op het billboard ter introductie van de Caribische gulden staat Saint-Martin niet afgebeeld, omdat Saint-Martin niet meedoet met de Caribische gulden.

Vraag 33 2 punten

Beredeneer waarom Saint-Martin niet meedoet met de Caribische gulden.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Saint-Martin is een overzees gebiedsdeel / departement van Frankrijk, (1)
  • zodat Saint-Martin vasthoudt aan de euro als officieel betaalmiddel. (1)

Sinds 1 januari 2011 is de Amerikaanse dollar het wettige betaalmiddel op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Deze eilanden hebben de Antilliaanse gulden toen ingeruild voor de Amerikaanse dollar.

Vraag 34 2 punten

Geef twee economische redenen waarom Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben gekozen voor de Amerikaanse dollar.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste redenen zijn:

  • De meeste toeristen op deze eilanden komen uit de Verenigde Staten.
  • Internationale handel vindt voornamelijk plaats in Amerikaanse dollar.
  • De Verenigde Staten is de belangrijkste handelspartner van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

per juiste reden 1

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens aardrijkskunde havo Cariben

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (12), endogene en exogene processen (9) en weer en klimaat (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-1/ha-0131-t-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.