Eindexamen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Chili, Filipijnen en Spanje, De geografie van steenkool, Mawson Peak op Heard Island, De Namib-woestijn in het zuiden van Afrika, Brasília, de hoofdstad van Brazilië, Mangroven in Brazilië, Hispaniola, een eiland met twee landen.

Kort antwoord

Het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over endogene en exogene processen (11), globalisering (6) en ontwikkelingsvraagstukken (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Endogene en exogene processen5, 9-10, 12, 15-16, 21-23, 27-2811
Globalisering1-2, 4, 6-7, 316
Ontwikkelingsvraagstukken8, 18, 24, 32-33, 356
Weer en klimaat11, 13-14, 25-265
Verstedelijking3, 17, 19-204
Landbouw en voedsel29-302
Bevolking en migratie341

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens aardrijkskunde havo Cariben sinds 2024: dit examen vroeg meer over ontwikkelingsvraagstukken (17% van de vragen, gemiddeld 6%) en endogene en exogene processen (31% van de vragen, gemiddeld 21%). Minder over bevolking en migratie (3% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Chili, Filipijnen en Spanje

Bij deze opgave horen de bronnen 1 tot en met 3.

Kolonialisme speelde een belangrijke rol bij de verspreiding van culturele verschijnselen over de wereld.

Vraag 1 2 punten

Geef twee andere manieren waarop culturele verschijnselen tegenwoordig over de wereld verspreid worden.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste manieren zijn:

  • handelscontacten
  • migratie
  • militaire veroveringen
  • (sociale) media

per juiste manier: 1 scorepunt

Gebruik de bronnen 1 en 2.

bron 1 Chili en Filipijnen, oud-koloniën van Spanje

De kolonisatie van Chili door Spanje begon in 1540. In 1810 verklaarde Chili zich onafhankelijk en brak de onafhankelijkheidsoorlog uit. Spanje wist het land te heroveren, maar in 1817 werd Chili definitief onafhankelijk van Spanje.

Filipijnen werd in 1543 gekoloniseerd door de Spanjaarden. De eilandengroep kreeg een andere naam en werd vernoemd naar de toenmalige Spaanse kroonprins: Filips II. Ruim 300 jaar was het land een Spaanse kolonie. Vanaf 1898 kwam Filipijnen in Amerikaanse handen. In 1946 werd Filipijnen onafhankelijk.

Wereldkaart waarop de Spaanse koloniale gebieden in de 17e eeuw oranje zijn gekleurd: het Iberisch schiereiland, delen van Italië en de Lage Landen, een kuststrook in Noordwest-Afrika, Mexico en Midden-Amerika, Caribische eilanden, het westen en zuiden van Zuid-Amerika en de Filipijnen.
Maximale uitbreiding van het Spaanse koloniale rijk (17e eeuw)

bron 2 Gegevens van Chili, Filipijnen en Spanje, 2024

ChiliFilipijnenSpanje
aantal inwoners19.764.800115.844.00048.347.900
bbp per inwoner$ 17.067$ 3.804$ 33.509
samenstelling van de beroepsbevolkinglandbouw: 6,3%; industrie: 22,8%; diensten: 70,9%landbouw: 23,7%; industrie: 18,9%; diensten: 57,4%landbouw: 3,8%; industrie: 20,1%; diensten: 76,1%
verstedelijkingsgraad88%48,3%81,6%
officiële landstaalSpaansFilipijns, EngelsSpaans
religiechristelijk: 88,1%christelijk: 90,6%; moslim: 5,5%christelijk: 86,7%; moslim: 2,8%
analfabetisme (15 jr. en ouder)3%3,7%1,4%

Chili was voor Spanje een exploitatiekolonie én een vestigingskolonie. Filipijnen was wel een Spaanse kolonie, maar de Spanjaarden hebben zich er nooit op grote schaal gevestigd.

Vraag 2 2 punten

Geef

  • met bron 1 een reden waarom de Spanjaarden zich nooit op grote schaal in Filipijnen gevestigd hebben;
  • met bron 2 een cultureel verschil dat daardoor tussen Chili en Filipijnen ontstaan is.
Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste reden is: Filipijnen heeft een afgelegen ligging ten opzichte van ander Spaans (koloniaal) grondgebied / is door de eilandstructuur moeilijk te besturen.
  • Uit het antwoord moet blijken dat de landstaal in Chili Spaans (geworden) is en in Filipijnen Filipijns (gebleven) is.

Gebruik bron 2.

Op mondiale schaal bestaat een algemeen verband tussen de samenstelling van de beroepsbevolking en de verstedelijkingsgraad.

Vraag 3 2 punten

Geef

  • het algemene verband tussen de samenstelling van de beroepsbevolking en de verstedelijkingsgraad;
  • met bron 2 een uitzondering op dit algemene verband.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist algemeen verband zijn:

  • Hoe meer werkenden in de industrie / dienstensector, hoe hoger de verstedelijkingsgraad.
  • Hoe minder werkenden in de landbouw, hoe hoger de verstedelijkingsgraad.

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Chili heeft een hogere verstedelijkingsgraad dan Spanje, maar er werken in Chili relatief meer mensen in de landbouw dan in Spanje.

Gebruik de bronnen 2 en 3.

bron 3 Bevolkingsdiagrammen van Chili, Filipijnen en Spanje, 2024

leeftijdmannenvrouwen
0-42,52,3
5-932,9
10-143,153,1
15-193,153,05
20-243,43,3
25-293,93,9
30-344,254,2
35-393,954
40-443,653,55
45-493,43,3
50-543,253,2
55-5933,1
60-642,652,8
65-692,32,4
70-741,71,95
75-791,21,4
80-840,70,9
85-890,350,6
90-940,150,35
95-9900,15
100+00
leeftijdmannenvrouwen
0-44,13,85
5-94,954,8
10-145,154,95
15-194,954,8
20-244,74,65
25-294,454,3
30-344,154
35-393,653,5
40-443,13,1
45-492,652,65
50-542,352,3
55-591,952,05
60-641,551,65
65-691,11,35
70-740,70,9
75-790,30,5
80-840,150,3
85-890,10,1
90-9400,05
95-9900
100+00
leeftijdmannenvrouwen
0-41,81,7
5-92,22,1
10-142,552,35
15-192,752,55
20-242,652,45
25-292,552,45
30-342,852,75
35-393,13
40-443,653,55
45-494,254,1
50-544,053,95
55-593,83,85
60-643,353,55
65-692,753
70-742,252,5
75-791,82,3
80-841,21,65
85-890,71,2
90-940,350,65
95-990,10,2
100+00

Westerse bedrijven willen investeren in de arbeidsintensieve industrie.

Stelling: het is voor westerse bedrijven gunstiger om deze investeringen in Filipijnen te doen dan in Chili.

Vraag 4 2 punten

Geef met een gegeven uit de bronnen een argument voor de stelling

  • vanuit de economische dimensie;
  • vanuit de demografische dimensie.
Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist argument vanuit de economische dimensie is: in Filipijnen is het bbp per inwoner / zijn de lonen lager dan in Chili.
  • Een voorbeeld van een juist argument vanuit de demografische dimensie is: Filipijnen heeft een grotere beroepsbevolking / een relatief jongere bevolking dan Chili.

De geografie van steenkool

Bij deze opgave horen de bronnen 4 tot en met 6.

Gebruik bron 4.

bron 4 De geschiedenis van steenkoolgebruik

Steenkool is een gesteente dat honderden miljoenen jaren geleden is ontstaan. Delen van de aarde waren in die periode bedekt met uitgestrekte tropische moerassen, waarin dikke veenlagen ontstonden. Afzettingen van zand en klei bedekten het veen, waardoor de veenlagen werden omgezet in steenkool.

Steenkool wordt al sinds de oudheid gebruikt als fossiele brandstof. Maar vanaf 1750 namen de winning en het gebruik van steenkool toe. Met steenkool werden stoommachines en staalfabrieken aangedreven.

Vanaf 1880 begon het gebruik van steenkool te veranderen. Stoommachines werden geleidelijk vervangen door verbrandingsmotoren die draaiden op aardolieproducten. Tegelijkertijd werd steeds meer steenkool verstookt voor de opwekking van elektriciteit. Sindsdien is de mondiale productie van steenkool alleen maar toegenomen.

Tegenwoordig wordt ongeveer 70% van alle gewonnen steenkool in de wereld gebruikt voor de elektriciteitsproductie. Er zijn wel grote verschillen tussen landen. In 2024 werd in de Verenigde Staten 17% van alle elektriciteit opgewekt met steenkool, in China was dat 60% en in India 68%.

Vraag 5 1 punt

Tot welke hoofdgroep van gesteenten behoort steenkool?

Bekijk het antwoord

sedimentgesteenten

Gebruik bron 4.

Het gebruik van steenkool heeft het globaliseringsproces versneld.

Vraag 6 2 punten

Beredeneer waarom het gebruik van steenkool het globaliseringsproces versneld heeft.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Steenkool maakte de ontwikkeling van stoomschepen / stoomtreinen mogelijk,
  • zodat grondstoffen / goederen / producten sneller / grootschaliger (mondiaal) verspreid konden worden.

Gebruik de bronnen 5 en 6.

bron 5 Top 10 steenkool-producerende landen (in miljoen ton)

positie in 2024land20222024
1China4.5594.710
2India9111.011
3Indonesië687775
4Verenigde Staten539526
5Australië440456
6Rusland439433
7Zuid-Afrika230229
8Kazachstan118116
9Duitsland131102
10Polen10889
Wereldkaart met pijlen van de belangrijkste steenkoolexporteurs naar hun afzetgebieden, met de hoeveelheden in miljoen ton. De grootste exporteurs zijn Indonesië (465), Australië (344) en Rusland (223); de dikste pijlen lopen naar Oost-Azië, India en de ASEAN-landen, kleinere stromen komen uit Zuid-Afrika (67), Colombia (54), de Verenigde Staten (77), Canada (28) en Mongolië (14).
bron 6 Belangrijkste handelsstromen van steenkool in miljoen ton (2022)

De handelsstromen van steenkool wijken af van de traditionele handelsstromen in het centrum-periferiepatroon.

Vraag 7 3 punten

Geef aan

  • waaruit blijkt dat Australië van het traditionele centrum-periferiepatroon afwijkt;
  • waarom de vraag naar steenkool in China groot is;
  • waarom de vraag naar steenkool in Europa daalt.
Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat Australië als centrumland vooral steenkool / een grondstof exporteert (waaruit blijkt dat het kenmerken van een land uit de periferie heeft).

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • China is sterk geïndustrialiseerd (zodat de vraag naar energie groot is).
  • China heeft zeer veel inwoners (zodat de vraag naar energie groot is).

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • In Europa wordt steeds meer elektriciteit opgewekt met duurzame vormen van energie.
  • In Europa wordt (voor het opwekken van elektriciteit) steenkool vervangen door aardgas.

Bij de verbranding van steenkool komt koolstofdioxide vrij. Tijdens de klimaatconferentie in Glasgow in 2021 wilden landen daarom afspreken om het steenkoolgebruik af te bouwen. De Indiase klimaatminister had bezwaar en stelde het volgende: ‘Opkomende landen moeten het recht hebben op het gebruik van fossiele brandstoffen’.

Vraag 8 2 punten

Geef

  • een argument vóór de stelling van de Indiase klimaatminister;
  • een argument tegen de stelling van de Indiase klimaatminister.
Bekijk het antwoord

Juiste voorbeelden van een argument voor de stelling zijn:

  • Ontwikkelingslanden hebben niet de (financiële) mogelijkheden om over te stappen op duurzame energiebronnen.
  • Het gebruik van fossiele brandstoffen is relatief goedkoop (en noodzakelijk om tot ontwikkeling te komen).
  • Veel centrumlanden hebben hun ontwikkeling / welvaart te danken aan het decennialange gebruik van fossiele brandstoffen.

Juiste voorbeelden van een argument tegen de stelling zijn:

  • De uitstoot van broeikasgassen is een mondiaal probleem dat alleen door alle landen samen kan worden gestopt.
  • Door fossiele brandstoffen te blijven gebruiken, worden de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen afgewenteld in tijd.

Mawson Peak op Heard Island

Bij deze opgave horen de bronnen 7 en 8.

Gebruik bron 7 en het kaartenkatern.

bron 7 Vulkanisme op Heard Island

Op ongeveer 1.700 kilometer ten noorden van Antarctica ligt het onbewoonde Heard Island. Het eiland maakt deel uit van de Kerguelenrug. Op Heard Island ligt een 2.745 meter hoge vulkaan: Mawson Peak. Sinds 2012 is Mawson Peak regelmatig actief.

Op 5 januari 2022 strekte een lavastroom zich enkele kilometers uit langs de zuidwestflank van de berg. De uitbarsting bestond uit relatief langzaam bewegende lavastromen met weinig of geen explosies.

Kaart van de zuidelijke Indische Oceaan met de zeebodem in blauwtinten, met de Kerguelen-eilanden, Heard Island, de Kerguelenrug, de Zuidoost-Indische rug en het Zuid-Indisch Bekken. Rechts een wereldbol die de ligging van het kaartfragment tussen Afrika, Australië en Antarctica aangeeft.
Ligging Heard Island

In het zuiden van de Indische Oceaan liggen twee tektonische ruggen: de Zuidoost-Indische rug en de Kerguelenrug.

Vraag 9 2 punten

Geef aan waardoor

  • de Zuidoost-Indische rug ontstaan is;
  • de Kerguelenrug ontstaan is.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de Zuidoost-Indische rug is ontstaan door divergentie (van de Antarctische plaat en de Indisch-Australische plaat).
  • Uit het antwoord moet blijken dat de Kerguelenrug is ontstaan door een hotspot / mantelpluim.

Gebruik de bronnen 7 en 8.

Foto van een groep koningspinguïns in ondiep water aan een stenig strand, met op de achtergrond een met sneeuw en ijs bedekte, brede vulkaan onder een blauwe lucht.
bron 8 Heard Island met de vulkaan Mawson Peak op de achtergrond

bron: www.abc.net.au, Matt Curnock and Australian Antarctic Division, 2019

Mawson Peak bestaat voornamelijk uit … a … (basalt / graniet).
Dit is een … b … (metamorf gesteente / stollingsgesteente).
De lava uit Mawson Peak heeft een … c … (hoge / lage) viscositeit.

Vraag 10 2 punten

Noteer de letters a tot en met c op je antwoordblad.

Schrijf achter elke letter het juiste antwoord.

Bekijk het antwoord
  • a basalt
  • b stollingsgesteente
  • c lage

indien drie juiste antwoorden: 2 scorepunten

indien twee juiste antwoorden: 1 scorepunt

indien minder dan twee juiste antwoorden: 0 scorepunten

Gebruik de bronnen 7 en 8 en het kaartenkatern.

Heard Island ligt op 53° zuiderbreedte. De Nederlandse Waddeneilanden liggen op 53° noorderbreedte. Ondanks de ligging op dezelfde breedtegraad verschillen de klimaten in deze gebieden van elkaar.

Vraag 11 2 punten

Geef aan

  • welk klimaat Heard Island heeft én welk klimaat de Nederlandse Waddeneilanden hebben;
  • waardoor dit verschil in klimaat ontstaat.
Bekijk het antwoord

Heard Island heeft een toendraklimaat / E-klimaat / poolklimaat en de Nederlandse Waddeneilanden hebben een gematigd zeeklimaat / Cf-klimaat.

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Heard Island staat onder invloed van een koude zeestroom en de Nederlandse Waddeneilanden staan onder invloed van een warme zeestroom.
  • Bij Heard Island waait vooral een wind vanuit het (zuid)poolgebied / uit een koud gebied en bij de Nederlandse Waddeneilanden waait de wind (vooral) vanuit het (warme) zuidwesten.

Opmerking: Aan een antwoord dat ingaat op het verschil in hoogte mag geen scorepunt toegekend worden.

Gebruik bron 8.

Gesteenten op Heard Island worden vooral afgebroken door fysische verwering.

Vraag 12 2 punten

Beschrijf in twee stappen op welke manier fysische verwering bijdraagt aan de afbraak van gesteenten op Heard Island.

Begin je beschrijving met een kenmerk van het klimaat op Heard Island.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat

  • de temperatuur op Heard Island laag is / rond het vriespunt schommelt,
  • waardoor het gesteente krimpt en uitzet / het water in het gesteente bevriest en uitzet.

De Namib-woestijn in het zuiden van Afrika

Bij deze opgave horen de bronnen 9 tot en met 11.

Gebruik bron 9 en de kaart Aarde Klimaatgebieden en zeestromen in het kaartenkatern.

bron 9 De Namib-woestijn

De Namib-woestijn is een smalle kustwoestijn aan de Atlantische kust in het zuiden van Afrika. De woestijn strekt zich uit over een lengte van 1.900 kilometer. De Namib-woestijn is de oudste woestijn in de wereld. In het gebied heerst al 50 tot 80 miljoen jaar een droog klimaat.

Tussen de plaatsen Walvisbaai en Lüderitz ligt de Namibische Zandzee, een zandwoestijn met imposante duinen.

Kaart van zuidelijk Afrika en Madagaskar met landschapstypen in kleur, met de steden Luanda, Walvisbaai, Lüderitz, Kaapstad, Johannesburg en Harare, de Zambezi en de Oranjerivier. Langs de westkust ligt een smalle strook (half)woestijn, de Namib; daarachter steppe en de Kalahari, in het noorden (sub)tropisch bosland en rond Kaapstad mediterraan landschap.
Landschappen in het zuiden van Afrika

De Namib-woestijn staat permanent onder invloed van een hogedrukgebied.

Vraag 13 2 punten

Geef twee oorzaken van de aanwezigheid van een permanent hogedrukgebied.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:

  • breedteligging rond 23° zuiderbreedte / ligging op de Steenbokskeerkring
  • Voor de kust ligt een koude zeestroom.

per juiste oorzaak: 1 scorepunt

Gebruik de bronnen 9 en 10 en de kaart Aarde Klimaatgebieden en zeestromen in het kaartenkatern.

bron 10 Vier klimaatdiagrammen

050100150200250300350400450-50-40-30-20-10010203040mm°CJFMAMJJASOND
klimaatdiagram a
050100150200250300350400450-50-40-30-20-10010203040mm°CJFMAMJJASOND
klimaatdiagram b
050100150200250300350400450-50-40-30-20-10010203040mm°CJFMAMJJASOND
klimaatdiagram c
050100150200250300350400450-50-40-30-20-10010203040mm°CJFMAMJJASOND
klimaatdiagram d

De klimaatdiagrammen uit bron 10 horen in willekeurige volgorde bij de steden Harare, Johannesburg, Kaapstad en Walvisbaai (zie bron 9).

Vraag 14 2 punten

Noteer de steden Harare, Johannesburg, Kaapstad en Walvisbaai onder elkaar op je antwoordblad.

Schrijf achter elke stad de letter van het bijbehorende klimaatdiagram.

Bekijk het antwoord
Harareb
Johannesburga
Kaapstadd
Walvisbaaic

indien vier juiste antwoorden: 2 scorepunten

indien drie of twee juiste antwoorden: 1 scorepunt

indien minder dan twee juiste antwoorden: 0 scorepunten

Aanvulling: in de aanvulling op het correctievoorschrift is de scoreverdeling „indien vier juiste antwoorden 2, indien drie juiste antwoorden 1, indien minder dan drie juiste antwoorden 0” vervangen door: indien vier juiste antwoorden 2; indien drie of twee juiste antwoorden 1; indien minder dan twee juiste antwoorden 0.

Gebruik de bronnen 9 en 11.

bron 11 De Namibische Zandzee

In de Namib-woestijn ligt tussen de steden Walvisbaai en Lüderitz (zie bron 9) een zandwoestijn die de Namibische Zandzee wordt genoemd. In deze woestijn komen bijzondere zandduinen voor. Een voorbeeld is het 325 meter hoge zandduin ‘Big Daddy’ dat op de foto te zien is. Aan de voet van dit zandduin ligt een vallei: de Sossusvlei.

Foto van mensen die over de kam van een hoge oranje zandduin lopen; rechts beneden ligt een vlakke, witte vallei met verspreide dode bomen, omringd door duinen.
De Sossusvlei omringd door zandduinen
Foto van een vlakke, witte, uitgedroogde bodem met zwarte dode bomen voor een hoge oranje zandduin.

bron: Shutterstock Hector Ruiz Villar, 2016 Shutterstock, Vladimir Zhoga, 2024

Het ontstaan van de Namibische Zandzee is in vijf stappen te beschrijven. De stappen staan hieronder in willekeurige volgorde.

  • a De Oranjerivier transporteert zand naar de kust.
  • b Exogene krachten breken gesteenten af in het binnenland.
  • c Golf- en getijdenwerking leggen zand op het strand.
  • d Het zand wordt door zeestromen verplaatst.
  • e Wind blaast het zand op tot duinen.

Vraag 15 2 punten

Noteer op je antwoordblad de vijf stappen van het ontstaan van de Namibische Zandzee in de juiste volgorde.

Bekijk het antwoord

b - a - d - c - e

Opmerking: Als door het weglaten van een foutief geplaatste letter een verder complete en foutloze reeks ontstaat, 1 scorepunt toekennen.

Gebruik bron 11.

Honderden jaren geleden stond er water in de Sossusvlei. Dat is in het huidige landschap nog steeds te zien.

Vraag 16 2 punten

Geef met bron 11 twee aanwijzingen waaruit blijkt dat in de Sossusvlei water stond.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste aanwijzingen zijn:

  • In de vallei staan (dode) bomen.
  • De Sossusvlei is (een) vlak(te).
  • De vallei is verzilt / een (witte) zoutpan.

per juiste aanwijzing: 1 scorepunt

Brasília, de hoofdstad van Brazilië

Bij deze opgave horen de bronnen 12 tot en met 14.

Tussen 1763 en 1960 was Rio de Janeiro de hoofdstad van Brazilië. In 1960 besloot de Braziliaanse regering landinwaarts een nieuwe hoofdstad te bouwen: Brasília.

Vraag 17 2 punten

Geef aan welke doelen de toenmalige regering van Brazilië had om landinwaarts een nieuwe hoofdstad te bouwen

  • vanuit de economische dimensie;
  • vanuit de politieke dimensie.
Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist doel vanuit de economische dimensie is: de hoofdstad werd verplaatst om de (economische) ontwikkeling van het binnenland van Brazilië te stimuleren.

Voorbeelden van een juist doel vanuit de politieke dimensie zijn:

  • Een centraal gelegen hoofdstad versterkt de eenheid van het land.
  • De regering wilde voorkomen dat de macht te veel geconcentreerd zou zijn bij de kuststeden.
  • De regering wilde loskomen van de koloniale / keizerlijke hoofdstad.

Gebruik de bronnen 12 en 13.

Detailkaart van Brasília rond het Paranoástuwmeer met woonwijken naar klasse (hoge klasse, middenklasse, lage klasse), favela's (enkele punten aan de randen, onder meer bij São Sebastião), regeringswijken, ambassadewijk, overige bebouwing, parken en verkeer, met belangrijke gebouwen genummerd 1 tot en met 6. Rechtsonder een kaartje van Zuid-Amerika met de ligging van Brasília.
bron 12 Het centrum van Federal District Brasília

bron 13 Thematische kaarten van Brazilië

Kaart van Brazilië per deelstaat met het bruto regionaal product per inwoner in euro's, 2013, in vijf klassen van minder dan 5000 tot 15 000 of meer. Het Federaal District en de deelstaten in het zuidoosten (São Paulo, Rio de Janeiro) hebben de hoogste klasse; deelstaten in het noordoosten hebben minder dan 5000 of 5000 - 7500.
Bruto regionaal product
Kaart van Brazilië per deelstaat met de Gini-coëfficiënt in 2003, in vijf klassen van minder dan 0,46 tot 0,52 of meer. Het Federaal District, een aantal deelstaten in het noordoosten en het westen hebben hoge waarden. Onderschrift: de Gini-coëfficiënt wordt gebruikt om inkomensongelijkheid weer te geven; hoe groter het getal, hoe ongelijker de verdeling.
Sociale ongelijkheid

In Brazilië is sprake van ongelijkheid op verschillende schaalniveaus.

Vraag 18 3 punten

Geef

  • met bron 12 een aanwijzing dat binnen Brasília sprake is van ongelijkheid;
  • met bron 13 aan waardoor er ook op een hoger schaalniveau sprake is van ongelijkheid.
  • een reden waarom de Gini-coëfficiënt juist in Brasília hoog is.
Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: in Brasília liggen zowel favela’s, als middenklasse woonwijken.
  • Uit het antwoord moet blijken dat er een groot verschil bestaat tussen het brp van de deelstaten in Brazilië.
  • Een voorbeeld van een juiste reden is: in Brasília zijn naast goedbetaalde overheidsbanen ook laagbetaalde banen.

Gebruik bron 14.

bron 14 Sol Nascente, een favela in Brasília

Het Braziliaanse instituut voor geografie en statistiek (IBGE) heeft na de volkstelling van 2022 geconcludeerd dat de wijk Sol Nascente, gelegen in het oosten van Brasília, een van de grootste favela’s van het land is. In Sol Nascente werden zo’n 32.000 huishoudens geregistreerd.

Luchtfoto van een dichtbebouwde wijk met lage, aaneengesloten huizen van baksteen en beton, platte en schuine daken met blauwe watertanks en enkele bomen.
Luchtfoto van Sol Nascente
Kaartje van het Federaal District Brasília met de bestuurlijke indeling; Sol Nascente is rood gekleurd in het westen van het district. Schaalbalk 0 - 15 - 30 km.
Ligging Sol Nascente in het Federaal District Brasília

bron: www.folhape.com.br, Magno Martins, 2024

Het is lastig om in favela’s betrouwbare demografische gegevens te verzamelen, maar in Sol Nascente wilden veel inwoners graag meewerken aan de volkstelling van het IBGE. Meedoen aan de volkstelling werd gezien als een manier om de wijk verder te ontwikkelen.

Vraag 19 2 punten

Beredeneer waarom het in favela’s lastig is om betrouwbare demografische gegevens te verzamelen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Favela’s zijn zelfbouwwijken / wijken waar vaak (noodgedwongen) zonder toestemming en/of vergunningen wordt gebouwd,
  • zodat het voor inwoners niet altijd mogelijk is om zich te registeren / niet altijd duidelijk is hoeveel personen in een huis wonen.

Vraag 20 1 punt

Geef een reden waarom inwoners de volkstelling zagen als een manier om de wijk verder te ontwikkelen.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste reden zijn:

  • Officiële registratie (van het aantal inwoners) kan de noodzaak voor de aanleg van (meer) voorzieningen bij de overheid kenbaar maken.
  • Officiële registratie (van het aantal inwoners) kan een eerste stap zijn in het legaliseren van de wijk.

Mangroven in Brazilië

Bij deze opgave horen de bronnen 15 tot en met 17.

Gebruik de bronnen 15 tot en met 17.

bron 15 Mangroven

Mangroven zijn boom- of struiksoorten die met hun wortelstelsel boven de grond of het water uitsteken. Deze soorten hebben zich aangepast aan leven in (half)zout water en komen voor in tropische en subtropische kustgebieden en rivierdelta’s met getijdenwerking. Ze zijn bestand tegen sterk wisselende waterstanden. Mangroven heb je in allerlei maten: van kleine struikjes tot bomen van zestig meter hoog. Ongeveer 10% van alle mangroven in de wereld ligt in Brazilië. Het grootste deel van de mangroven in Brazilië groeit aan de noordkust, ten westen van de stad Fortaleza.

Twee foto's van mangroven: links een geul met bruin water tussen dichte mangrovebomen met een wirwar van luchtwortels, rechts mangrovebomen die op hun steltwortels in zee staan.
Mangroven aan de Braziliaanse kust

bron: Shutterstock, Fred S. Pinheiro 2023 Shutterstock, lazyllama, 2019

Reliëfkaart van de noord- en oostkust van Brazilië met de mangroven in groen langs de kust en de afkortingen van de deelstaten. Vier vierkantjes, genummerd 1 tot en met 4, zijn uitvergroot tot kaartfragmenten met water, zandafzetting, modderafzetting, mangroven en ouder gesteente, elk met een doorsnedelijn (1-1', 2-2', 3-3' en 4-4').
bron 16 Mangroven aan de Braziliaanse kust
Vier dwarsdoorsnedes, A-A' tot en met D-D', met lagen ouder gesteente, zandafzetting, modderafzetting, mangroven (met boompjes) en water, in willekeurige volgorde.
bron 17 Vier dwarsdoorsnedes van mangroven aan de Braziliaanse kust

Door zeespiegelstijging neemt erosie van de kust toe. Mangroven beschermen de kust tegen erosie.

Vraag 21 2 punten

Geef twee manieren waarop mangroven de kust beschermen tegen erosie.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste manieren zijn:

  • De wortels van de mangroven houden sediment vast.
  • De wortels van de mangroven remmen de stroomsnelheid van het water.

per juiste manier: 1 scorepunt

Gebruik de bronnen 16 en 17.

In bron 16 zijn vier ingezoomde kaartfragmenten aangegeven met de cijfers 1 tot en met 4. Bron 17 geeft in willekeurige volgorde een dwarsdoorsnede van deze kaartfragmenten weer.

Vraag 22 2 punten

Noteer de cijfers 1 tot en met 4 uit bron 16 op je antwoordblad.

Schrijf achter elk cijfer de letter van de bijbehorende dwarsdoorsnede uit bron 17.

Bekijk het antwoord
  • 1 A
  • 2 C
  • 3 B
  • 4 D

indien vier juiste antwoorden: 2 scorepunten

indien drie of twee juiste antwoorden: 1 scorepunt

indien minder dan twee juiste antwoorden: 0 scorepunten

Gebruik de bronnen 15 en 16 en het kaartenkatern.

In het noorden van Brazilië groeien aan de kust meer mangroven dan in het zuiden. Het kustgebied in het noorden is gunstiger voor de groei van mangroven.

Vraag 23 2 punten

Geef twee kenmerken van het kustgebied in het noorden van Brazilië waardoor het daar gunstig is om mangroven te laten groeien.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste kenmerken zijn:

  • In het noorden is de (water)temperatuur hoger dan in het zuiden.
  • In het noorden wordt (vanuit de Amazone) meer sediment aangevoerd dan in het zuiden (waardoor aangroei mogelijk is).
  • In het noorden is het verschil tussen eb en vloed groter dan in het zuiden.
  • In het noorden loopt het kustgebied geleidelijk af (waardoor het gebied makkelijker overstroomt).

per juist kenmerk: 1 scorepunt

De ontwikkeling van toerisme aan de Braziliaanse noordkust heeft gevolgen voor het behoud van mangrovekusten.

Vraag 24 2 punten

Beredeneer waarom toerisme aan de Braziliaanse noordkust voor het behoud van mangrovekusten zowel een kans als een bedreiging kan zijn.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Inkomsten uit toerisme kunnen in het behoud van mangrovekusten geïnvesteerd worden / Alleen onaangetaste en/of schone mangrovekusten zullen toeristen trekken,
  • maar voor de bouw van hotels / voorzieningen voor toeristen zal ook (mangrove)bos worden gekapt / aangetast.

Hispaniola, een eiland met twee landen

Bij deze opgave horen de bronnen 18 tot en met 22.

Gebruik het kaartenkatern.

bron 18 Hispaniola, een eiland met twee landen

Het eiland Hispaniola bestaat uit twee landen: Haïti en de Dominicaanse Republiek. Aan het eind van de vijftiende eeuw werd het eiland gekoloniseerd door Spanje. Op het eiland werden door de Spanjaarden vooral in het westen suikerrietplantages geplaatst.

In de zeventiende eeuw werden de suikerrietplantages op Hispaniola steeds minder winstgevend. De Spanjaarden verloren hun interesse in het eiland en in 1668 drong Frankrijk het westen van Hispaniola binnen. In 1697 moest Spanje het westelijk deel afstaan aan Frankrijk. Het Spaanse deel werd Santo Domingo (nu Dominicaanse Republiek) en het Franse deel werd Saint-Domingue (nu Haïti).

Aan het begin van de negentiende eeuw werden de landen onafhankelijk van Spanje en Frankrijk. De huidige grens tussen de twee landen loopt vrijwel gelijk met de vroegere grens. Tegenwoordig zijn de verschillen tussen de landen groot.

Kaart van het Caribisch gebied met Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika; het eiland Hispaniola is oranje gekleurd, met Haïti in het westen en de Dominicaanse Republiek in het oosten. Schaalbalk 0 - 300 - 600 km.

In het Caribisch gebied liggen twee eilanden waar het ene deel van het eiland tot een ander land behoort dan het andere deel. Hispaniola is er één van (zie bron 18).

Vraag 25 2 punten

Geef aan

  • welk ander eiland in het Caribisch gebied tot twee landen behoort;
  • of Hispaniola tot de Grote Antillen of tot de Kleine Antillen gerekend wordt;
  • of Hispaniola tot de Bovenwindse Eilanden of tot de Benedenwindse Eilanden gerekend wordt.
Bekijk het antwoord

De juiste antwoorden zijn:

  • Sint Maarten / Saint Martin
  • Grote Antillen
  • Bovenwindse Eilanden

indien drie antwoorden juist: 2 scorepunten

indien twee antwoorden juist: 1 scorepunt

indien minder dan twee antwoorden juist: 0 scorepunten

Gebruik bron 19 en het kaartenkatern.

Kaart van Hispaniola met de klimaten Af, Am, Aw, B en C. Af ligt vooral in het noordoosten van de Dominicaanse Republiek en in het uiterste westen van Haïti, Aw in grote delen van het westen en zuiden, C in het bergland in het midden van het eiland en B in enkele kleinere gebieden ten zuiden van dat bergland en langs de noordwestkust. Schaalbalk 0 - 45 - 90 km.
bron 19 Klimaten op Hispaniola

De Dominicaanse Republiek ligt in de tropen. Toch komen er - van het noordoosten naar het zuidwesten - achtereenvolgens de volgende klimaten voor: Af - C - B.

Vraag 26 3 punten

Beschrijf het ontstaan van deze drie klimaten in de Dominicaanse Republiek.

Ga in je beschrijving in op de invloed van het reliëf.

Bekijk het antwoord

Een juiste beschrijving moet onderstaande stappen bevatten:

  • In het noordoosten van de Dominicaanse Republiek wordt de noordoostpassaat gedwongen te stijgen (en dus af te koelen) tegen het gebergte (en overheerst dus een Af-klimaat).
  • In het gebergte is het (in tegenstelling tot de lager gelegen delen) koeler / niet elke maand gemiddeld warmer dan 18°C (en overheerst dus een C-klimaat).
  • Aan de lijzijde / regenschaduw van het gebergte valt (door de dalende / opwarmende lucht) weinig neerslag (en overheerst dus een B-klimaat).

Gebruik bron 20 en het kaartenkatern.

Kaart van Hispaniola met het bodemgebruik: bos, struikgewas, graslanden, voedselgewassen, bebouwing en water. In de Dominicaanse Republiek overheerst bos; in Haïti liggen veel meer graslanden en is minder bos. Schaalbalk 0 - 45 - 90 km.
bron 20 Bodemgebruik op Hispaniola

In Hispaniola komen verschillende natuurrampen voor. Haïti is echter kwetsbaarder voor natuurrampen dan de Dominicaanse Republiek.

Vraag 27 1 punt

Welke natuurramp komt niet op Hispaniola voor?

Kies uit:

  1. A modderstromen / flash floods
  2. B tropische orkanen
  3. C tsunami’s
  4. D vulkaanuitbarstingen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Gebruik bron 20.

Vraag 28 2 punten

Leg uit welke van de bovenstaande natuurrampen vooral in Haïti optreedt en minder in de Dominicaanse Republiek.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat

  • Haïti veel minder bebost is dan de Dominicaanse Republiek, (oorzaak)
  • waardoor er modderstromen kunnen ontstaan door afstromend water / versnelde bodemerosie. (gevolg)

Gebruik de bronnen 18 en 20.

Het verschil in bodemgebruik tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek is ontstaan in de koloniale tijd. Na de dekolonisatie is dit verschil nog groter geworden.

Vraag 29 1 punt

Wat is het grootste verschil in bodemgebruik tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek?

Bekijk het antwoord

Op Haïti zijn veel meer graslanden dan in de Dominicaanse Republiek.

Vraag 30 2 punten

Geef

  • een oorzaak van het ontstaan van dit verschil in bodemgebruik in de koloniale tijd;
  • een oorzaak waardoor dit verschil tegenwoordig groter geworden is.
Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat tijdens de koloniale tijd voor de aanleg van suikerrietplantages vooral in het westen van Hispaniola / het huidige Haïti veel bos gekapt werd.

Voorbeelden van een juiste oorzaak zijn:

  • In Haïti wordt door de bevolking veel hout gebruikt (om vuur mee te stoken).
  • In de Dominicaanse Republiek heeft herbebossing plaatsgevonden.

Gebruik bron 21.

Vier vlakdiagrammen. Export (totale exportwaarde 13,6 miljard dollar) naar product: voedingsmiddelen 17%, (medische) instrumenten 17%, kostbare metalen 13%, machines 12%, metalen 12%, textiel 10%, plastics en rubber 6%, groente en fruit 6%, overig; naar land: Verenigde Staten 52%, Zwitserland 7%, Haïti 6%, China 5%, Duitsland 3%, India 3%, overig. Import (totale importwaarde 31,6 miljard dollar) naar product: minerale producten 18%, machines 16%, transportmiddelen 9%, voedingsmiddelen 8%, chemische producten 8%, metalen 8%, plastics en rubber 6%, textiel 6%, groente en fruit 6%, overig; naar land: Verenigde Staten 40%, China 18%, Brazilië 4%, Spanje 4%, Mexico 3%, Italië 3%, overig. De landen zijn gekleurd naar werelddeel.
bron 21a Handel van Dominicaanse Republiek
Vier vlakdiagrammen. Export (totale exportwaarde 1,03 miljard dollar) naar product: textiel 85%, chemische producten 4%, metalen 3%, overig; naar land: het grootste deel naar de Verenigde Staten, India 2%, overig. Import (totale importwaarde 3,72 miljard dollar) naar product: minerale producten 17%, groente en fruit 14%, textiel 8%, voedingsmiddelen 6%, plastics en rubber 5%, dierlijke producten 5%, vlees 3%, overig; naar land: Verenigde Staten 31%, Dominicaanse Republiek 23%, China 14%, Indonesië 4%, India 3%, overig. De landen zijn gekleurd naar werelddeel.
bron 21b Handel van Haïti

De Dominicaanse Republiek en Haïti hebben beide een negatieve handelsbalans. De Dominicaanse Republiek staat er economisch echter beter voor dan Haïti.

Vraag 31 1 punt

Geef aan waaruit die negatieve handelsbalans blijkt.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat (voor zowel de Dominicaanse Republiek als voor Haïti) de waarde van de export kleiner is dan de waarde van de import (of dat de waarde van de import groter is dan de waarde van de export).

Vraag 32 2 punten

Toon met twee gegevens uit de bron aan dat de Dominicaanse Republiek er economisch beter voor staat dan Haïti.

Bekijk het antwoord
  • Het exportpakket van de Dominicaanse Republiek is hoogwaardiger / veel gevarieerder dan dat van Haïti.
  • De Dominicaanse Republiek is veel minder afhankelijk van één handelspartner / de Verenigde Staten dan Haïti.

Gebruik bron 21.

In bron 21 ontbreken juist voor landen in het Caribisch gebied belangrijke economische gegevens om een vollediger beeld van de economische situatie te krijgen.

Vraag 33 2 punten

Geef twee economische gegevens die juist voor landen in het Caribisch gebied belangrijk zijn om een vollediger beeld van de economische situatie te krijgen.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste economische gegevens zijn:

  • de waarde van de geldzendingen / remittances van geëmigreerde bewoners
  • inkomsten uit toerisme

per juist economisch gegeven: 1 scorepunt

Gebruik de bronnen 21b en 22.

Kaart van Hispaniola met de bevolkingsdichtheid in inwoners per km², oplopend van 0 tot 50.000. Haïti is over bijna het hele grondgebied verspreid bewoond, met de hoogste dichtheid in een stad aan de baai in het westen; in de Dominicaanse Republiek is het grootste deel van het land dunbevolkt en liggen de hoge dichtheden vooral in enkele steden, met de grootste aan de zuidkust. Schaalbalk 0 - 45 - 90 km.
bron 22 Bevolkingsdichtheid van Hispaniola

Het zal voor Haïti lastig zijn om tot economische ontwikkeling te komen.

Vraag 34 2 punten

Beredeneer dit vanuit de demografische dimensie.

Bekijk het antwoord

Uit de redenering moet blijken dat

  • Haïti veel dichter bevolkt is dan de Dominicaanse Republiek,
  • zodat de druk op het land / de landbouwgrond / grondstoffen veel groter is dan in de Dominicaanse Republiek.

Vraag 35 1 punt

Geef hiervoor ook een politieke reden.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat Haïti al decennialang te maken heeft met politieke instabiliteit / bendegeweld.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens aardrijkskunde havo Cariben

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over endogene en exogene processen (11), globalisering (6) en ontwikkelingsvraagstukken (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-2/ha-0131-t-26-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde havo Cariben 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.