Eindexamen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Oma op de hometrainer, Kiezelwieren, zondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag, Treurwilgen, Hersenschudding, Verbrande luchtwegen, Zwangerschap, Voeding en vertering, Verschillende kleuren, Bloedsomloop, Bleken van tanden en kiezen, 5b De pootafdruk is korter dan 1 centimeter. muis, Drieteenspecht, Supercoole eekhoorn, Mannelijk voortplantingsstelsel.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 39. Van 35 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voortplanting (7), voeding en vertering (7) en planten en fotosynthese (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting9-10, 13, 22-23, 38-397
Voeding en vertering24-27, 31, 34, 367
Planten en fotosynthese1-2, 7, 11-12, 146
Bloedsomloop6, 18, 20-21, 29-306
Zenuwstelsel en hormonen5, 16-17, 28, 335
Ademhaling4, 192
Cellen81
Ecologie351

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens biologie vmbo-bb sinds 2019: dit examen vroeg meer over planten en fotosynthese (17% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Oma op de hometrainer

De oma van Esther doet mee aan een onderzoek naar de effecten van sporten op ouderen. Ze fietst gedurende 1600 seconden op een hometrainer. Een speciale polsband meet haar hartslag en lichaamstemperatuur. De resultaten van dit onderzoek zie je in de vier diagrammen hieronder.

opstarten fietsen met een constante kracht eindigen kracht 200 (wattage per 150 minuut waarmee gefietst wordt) 100 50 0

hartslag 150 (aantal 120 samentrekkingen van het hart 90 per minuut) 60 0

38 temperatuur (°C) 37 36 35 0

24 melkzuur 18 (mM) 12 6 0

0 400 800 1200 1600 tijd (s)

Vraag 1 1 punt

De hartslag van oma gaat omhoog. Leg uit waarvoor het nodig is dat de hartslag omhoog gaat tijdens het fietsen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat tijdens het fietsen meer zuurstof/glucose rondgepompt moet worden / de spieren meer zuurstof/glucose nodig hebben. (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

De oma van Esther heeft zich tijdens het fietsen maximaal ingespannen. Ook haar hartslag heeft een maximale waarde bereikt. Deze waarde is afhankelijk van de leeftijd. Je kunt de maximale hartslag als volgt berekenen:

220

  • leeftijd = maximale hartslag

Vraag 2 2 punten

Wat is de maximale hartslag van oma en wat is haar leeftijd?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De maximale hartslag van oma is: 149/150/151 De leeftijd van oma is: 69/70/71 jaar

De maximale hartslag van oma is: .............................................................

De leeftijd van oma is: …………………… jaar.

Vraag 3 1 punt

Na ongeveer 360 seconden na het begin van het onderzoek begint oma te zweten. Welke functie van zweten is in de diagrammen te zien?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (het zorgen voor) afkoeling (1)

..................................................................................................................

Vraag 4 2 punten

Melkzuur ontstaat als het lichaam onvoldoende zuurstof beschikbaar heeft om glucose te verbranden. Hoe heten de stoffen die ontstaan bij de verbranding van glucose, als er wel voldoende zuurstof beschikbaar is in het lichaam?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • koolstofdioxide (1)
  • water (1)

stof 1: .......................................................................................................

stof 2: .......................................................................................................

Vraag 5 1 punt

Als er veel melkzuur wordt geproduceerd, kan dit spierpijn in de benen tot gevolg hebben. De zenuwcellen in deze beenspieren geven impulsen af aan het centraal zenuwstelsel. In welk deel van het centraal zenuwstelsel komen deze impulsen als eerste aan?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de hersenstam
  3. C in de kleine hersenen
  4. D in het ruggenmerg

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 6 1 punt

De hoeveelheid melkzuur die ontstaat, hangt af van de hoeveelheid zuurstof die afgegeven wordt door bloeddeeltjes. Welke bloeddeeltjes geven zuurstof af aan de spiercellen?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Kiezelwieren

Kiezelwieren leven in het water en kunnen van koolstofdioxide zuurstof maken. Hierbij vormen ze ook glucose. Ditzelfde stofwisselingsproces vindt ook plaats bij andere planten.

Vraag 7 1 punt

Hoe heet het stofwisselingsproces waarbij in kiezelwieren zuurstof gemaakt wordt?

  1. A fotosynthese
  2. B verbranding
  3. C vertering
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 8 1 punt

Net als veel andere organismen hebben kiezelwieren cellen met een celwand. Welke groep organismen heeft of welke groepen organismen hebben ook cellen met een celwand?

  1. A alleen bacteriën
  2. B alleen dieren
  3. C alleen schimmels
  4. D bacteriën en dieren
  5. E bacteriën en schimmels
  6. F dieren en schimmels
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

zondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag

1 2 3 4 5

6 7 8 9 10 11 12

13 14 15 16 17 18 19

20 21 22 23 24 25 26

27 28 29 30 31

Legenda: menstruatie ovulatie

Vraag 9 1 punt

In het schema is Denise vergeten de datum van haar ovulatie aan te geven. Omcirkel deze datum.

Bekijk het antwoord
  • In het schema van de maand oktober is dag 14/15/16/17 omcirkeld. (1)

Vraag 10 1 punt

Denise heeft op 8 oktober geslachtsgemeenschap, waarbij zaadcellen in de vagina terechtkomen. Leg uit dat de kans op bevruchting van een eicel bij Denise zeer klein is.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat zaadcellen niet zo lang kunnen overleven om nog een bevruchting tot stand te laten komen. (1)

Treurwilgen

Treurwilgen groeien langs oevers. Ze worden daar geplant omdat de wortels de grond langs de oever goed vast kunnen houden. Vanuit de wortels wordt via transportvaten water naar de bladeren vervoerd. Vanuit de bladeren worden weer stoffen richting de wortels vervoerd.

Vraag 11 1 punt

Geef de naam van een transportvat dat water vervoert naar delen van de plant.

Bekijk het antwoord
  • houtvat / bastvat (1)

..................................................................................................................

Vraag 12 1 punt

Wortels van treurwilgen bevatten veel reservestoffen. Hoe heet de reservestof die vooral opgeslagen wordt in de wortels?

  1. A cellulose
  2. B vet
  3. C zetmeel
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 13 1 punt

Je ziet een mannelijke en een vrouwelijke bloem van een treurwilg. Zet een kruisje in het hokje dat de stamper aangeeft.

Bekijk het antwoord
  • het juiste antwoord: (1)

Vraag 14 1 punt

Je ziet een dwarsdoorsnede van een wortel van de treurwilg.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

Hersenschudding

Bij sommige sporten loop je het risico op het krijgen van een hersenschudding. Een hersenschudding is het gevolg van een klap of stoot tegen het hoofd. Hierbij worden de hersenen voor korte tijd letterlijk door elkaar geschud. De gevolgen van een hersenschudding zijn voor de korte termijn goed onderzocht. Wat de gevolgen op de lange termijn zijn, is minder goed bekend. Een groep wetenschappers heeft sporters die ooit een hersenschudding gehad hebben, onderzocht. De hersenen van deze sporters werden vergeleken met een controlegroep. Je ziet een doorsnede van de hersenen.

P

Vraag 15 1 punt

Wat is een juiste controlegroep bij dit onderzoek?

  1. A een groep niet-sporters die een hersenschudding gehad hebben
  2. B een groep niet-sporters die geen hersenschudding gehad hebben
  3. C een groep sporters die geen hersenschudding gehad hebben
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 16 1 punt

Deel P bleek bij sporters die een hersenschudding gehad hebben, tot wel 20% kleiner. En in deel P stroomde bij deze mensen tot 35% minder bloed. Hoe heet deel P?

  1. A grote hersenen
  2. B hersenstam
  3. C kleine hersenen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 17 1 punt

Wat kan een gevolg zijn van een kleiner deel P?

  1. A verminderde coördinatie van bewegingen
  2. B verminderde reflexen in hoofd- en halsgebied
  3. C verminderde zintuiglijke waarneming
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 18 1 punt

Als er minder bloed naar deel P gaat, zullen er ook minder hormonen en voedingsstoffen naartoe vervoerd worden. Noteer een andere stof die dan ook minder naar deel P vervoerd wordt.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste stoffen: − zuurstof − water − antistof (1)

Verbrande luchtwegen

Soms komen slachtoffers van een felle brand in het ziekenhuis met verbrande luchtwegen. De behandeling hangt af van de schade die is opgetreden in de luchtwegen. Als de trilhaarcellen zijn weggebrand, wordt het moeilijker om slijm naar de keelholte te verplaatsen. Bij deze mensen wordt dan slijm uit de luchtwegen gezogen. Soms wordt als behandeling de stof heparine ingeademd. Deze stof vermindert de werking van de bloedplaatjes.

Vraag 19 1 punt

In welke delen van de luchtwegen kunnen de trilhaarcellen verbranden?

  1. A in de bronchiën en in de luchtpijp
  2. B in de longblaasjes en in de bronchiën
  3. C in de longblaasjes en in de luchtpijp
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 20 1 punt

Wat heeft het gebruik van heparine tot gevolg?

  1. A De bestrijding van infecties is minder.
  2. B Er kan minder zuurstof vervoerd worden.
  3. C Het bloed kan minder goed stollen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Zwangerschap

Je ziet een stadium in de ontwikkeling van een foetus van twee verschillende organismen. Verschillende delen zijn met een letter aangegeven. Deze delen hebben bij alle stadiums dezelfde naam en functie.

Vraag 21 1 punt

Tijdens dit stadium van de ontwikkeling worden in deel V de rode bloedcellen gevormd. In een later stadium neemt de lever deze taak over. Na de zwangerschap wordt deze taak overgenomen door een ander deel van het lichaam. Hoe heet dit deel van het lichaam?

Bekijk het antwoord
  • (rood) beenmerg (1)

..................................................................................................................

Vraag 22 2 punten

De vloeistof in deel P komt bij de bevalling mee naar buiten als de vliezen Q en R breken. Hoe heet de vloeistof in deel P? En wat is de functie van deze vloeistof?

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

naam van de vloeistof: vruchtwater voorbeelden van juiste functies:

  • het beschermen van de foetus (tegen stoten)
  • het mogelijk maken van beweging van de foetus
  • het zorgen voor constantere temperatuur van de foetus

naam van de vloeistof: ...............................................................................

functie van de vloeistof: .............................................................................

..................................................................................................................

Vraag 23 1 punt

Nadat de vliezen Q en R zijn gebroken, komt de foetus naar buiten. Hoe heet deze fase van de bevalling?

  1. A indaling
  2. B ontsluiting
  3. C uitdrijving
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Voeding en vertering

Roel heeft op een website een voedingsschema gevonden. Hierin staat wat hij per dag moet eten en drinken. Per dag moet Roel 9700 kJ binnen krijgen. Je ziet een tabel met daarin een deel van dit schema.

voedingsmiddel vak Schijf energie (kJ) P Q R van Vijf muesli (45 gram) 2 650 28 5 2

1 kleine banaan (80 gram) 1 320 17 1 0 magere kwark (150 gram) 5 400 6 15 1 walnoten (10 gram) 4 300 1 2 7 water 3 0 0 0 0

Vraag 24 2 punten

Boven drie kolommen staat een letter. Deze letters stellen elk één voedingsstof voor. Drie voedingsstoffen zijn koolhydraten, vetten en eiwitten. Geef met een kruisje bij elke letter aan welke voedingsstof hierbij hoort. letter koolhydraten vetten eiwitten P Q R

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: letter koolhydraten vetten eiwitten P X Q X R X indien drie kruisjes juist (2) indien twee of één kruisje juist (1) indien geen kruisjes juist (0) (2)

Vraag 25 1 punt

Verteringssappen zoals speeksel en maagsap zorgen voor de vertering van voedingsstoffen. Schrijf een ander verteringssap op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • alvleessap / darmsap (1)

..................................................................................................................

Vraag 26 1 punt

Sommige verteringssappen helpen ook bij de bescherming tegen infecties. Twee verteringssappen zijn: maagsap en speeksel. Welke van deze verteringssappen beschermt of beschermen tegen infecties?

  1. A alleen maagsap
  2. B alleen speeksel
  3. C maagsap en speeksel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 27 1 punt

Als Roel ziek is, eet hij minder. Daardoor bestaat de kans op ondervoeding. Wat is geen gevolg van ondervoeding?

  1. A overgewicht
  2. B vermagering
  3. C verminderde spiermassa

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Verschillende kleuren

Je ziet een doorsnede van een oog.

P

Er bestaat een aandoening waarbij deel P van één oog twee verschillende kleuren heeft. Bij de zeldzaamste vorm verschillen je twee ogen van kleur.

Vraag 28 1 punt

Hoe heet het deel van het oog dat bij deze zeldzaamste vorm een andere kleur heeft?

  1. A hoornvlies
  2. B iris
  3. C ooglens
  4. D pupil
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Bloedsomloop

Je ziet een schematisch overzicht van de bloedsomloop met daarin twee bloedvaten die aangegeven zijn met een letter.

P

aorta Q lever

Vraag 29 1 punt

Hoe heet bloedvat P?

  1. A kransslagader
  2. B linkerlongader
  3. C linkerlongslagader
  4. D rechterlongader
  5. E rechterlongslagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 30 1 punt

Hoe heet bloedvat Q?

  1. A leverader
  2. B leverslagader
  3. C poortader
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 31 1 punt

Bloed stroomt naar de lever. De lever haalt er giftige stoffen uit en zet deze om in niet-giftige stoffen. Wat is een andere functie van de lever?

  1. A het maken van gal
  2. B het maken van rode bloedcellen
  3. C het maken van zetmeel
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Bleken van tanden en kiezen

Als je ouder wordt, wordt de laag tandbeen van de tanden en kiezen dikker. Hierdoor treedt een verdonkering of vergeling van de tandkleur op. Bovendien wordt door slijtage de laag glazuur dunner. Hierdoor wordt het gelere tandbeen beter zichtbaar. De kleur van tanden en kiezen wordt ook beïnvloed door barstjes in het glazuur, waar kleurstoffen doorheen dringen.

Je ziet een doorsnede van een kies.

P Q R

S

Vraag 32 1 punt

Door slijtage van welk deel worden kiezen geler?

  1. A van deel P
  2. B van deel Q
  3. C van deel R
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 1 punt

Bij het bleken van tanden en kiezen worden stoffen gebruikt die tandpijn kunnen veroorzaken. Stoffen die bij het bleken gebruikt worden, kunnen de zenuwen in deel S van de kies irriteren. Hoe heet deel S?

Bekijk het antwoord
  • (tand)wortel / wortelpunt (1)

..................................................................................................................

Vraag 34 1 punt

Door tandbederf kunnen de tanden ook geler worden. Door het poetsen van tanden kan tandbederf worden voorkomen. Noem nog een manier om tandbederf te voorkomen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van manieren om tandbederf te voorkomen: − fluorbehandeling − flossen (1)

5b De pootafdruk is korter dan 1 centimeter. muis

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 35 1 punt

Hoe heet het dier dat de pootafdruk heeft achtergelaten?

  1. A reiger
  2. B drieteenspecht
  3. C kat
  4. D konijn
  5. E eekhoorn
  6. F muis
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Drieteenspecht

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 36 1 punt

De snavelvorm van een vogel geeft aan welk type voedsel een vogel voornamelijk eet. Je ziet de kop en snavel van een drieteenspecht.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Supercoole eekhoorn

Een toendra-eekhoorn in winterslaap heeft een lichaamstemperatuur van -3 °C. Dat is 11 °C lager dan bij andere dieren die een winterslaap hebben. Tijdens een winterslaap wordt ook de hartslag en ademhaling vertraagd.

Vraag 37 1 punt

In de informatie is een aantal levenskenmerken genoemd. Schrijf een ander levenskenmerk op.

Bekijk het antwoord
  • de juiste levenskenmerken: − voeding − uitscheiding − groei − ontwikkeling − voortplanting − reageren op prikkels − beweging (1)

Mannelijk voortplantingsstelsel

Lex Dirkse heeft een tekening gemaakt van het mannelijk voortplantingsstelsel.

Vraag 38 1 punt

In de tekening zijn primaire en secundaire geslachtskenmerken te zien. Is de penis een primair geslachtskenmerk? En is het schaamhaar een primair geslachtskenmerk?

  1. A Alleen de penis is een primair geslachtskenmerk.
  2. B Alleen het schaamhaar is een primair geslachtskenmerk.
  3. C De penis en het schaamhaar zijn primaire geslachtskenmerken

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 39 1 punt

Orgaan P voegt vocht toe aan passerende zaadcellen. Hoe heet orgaan P?

  1. A blaas
  2. B prostaat
  3. C zaadblaasje
  4. D zaadleider

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Biologie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0191-a-18-1-o

Andere examens biologie vmbo-bb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 39. Van 35 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voortplanting (7), voeding en vertering (7) en planten en fotosynthese (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0191-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-bb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.