Eindexamen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Kwaliteit van lucht, Effecten van medicijnen, Diabetes, Nieuwe voorbehoedmiddelen, Vogels in een bos, Ruiken, Biologisch bewijsmateriaal, Giftige insecten, Tanden en kiezen, Voeding, Overmatig eten.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 38. Van 37 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), bloedsomloop (8) en zenuwstelsel en hormonen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering17, 30-36, 389
Bloedsomloop2, 6-9, 27-298
Zenuwstelsel en hormonen5, 10, 19, 21, 375
Voortplanting11-144
Planten en fotosynthese3-4, 243
Ademhaling1, 202
Ecologie15-162
Cellen22-232
Erfelijkheid25-262

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens biologie vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over bloedsomloop (22% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Kwaliteit van lucht

Meerkeuzevragen

Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef verbeteringen aan volgens voorbeeld 2 of 3.

Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.

Kwaliteit van lucht

Goede ventilatie is belangrijk in een klaslokaal. Ramen worden opengedaan om frisse lucht het lokaal binnen te laten en de koolstofdioxide af te voeren. De frisse lucht neemt zuurstof mee.

Vraag 1 1 punt

In welk deel van het ademhalingsstelsel komen deze deeltjes direct in het bloed?

  1. A in de bronchiën
  2. B in de longblaasjes
  3. C in de luchtpijp
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 2 1 punt

Hoe heten de bloeddeeltjes die de zuurstof vervoeren?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

In sommige klaslokalen staan kamerplanten. Iedere kamerplant produceert zuurstof. Wanneer er veel zuurstof in de lucht zit, kun je je vaak beter concentreren.

Vraag 3 1 punt

Hoe heet het proces waarbij kamerplanten zuurstof produceren?

Bekijk het antwoord

fotosynthese

Je ziet vijf planten die een luchtzuiverende werking hebben.

Annan vindt de middelste plant mooi en vraagt zich af hoe deze plant heet.

Hij maakt een foto van de plant.

Hij gebruikt de volgende determineertabel om de naam van deze plant te bepalen:

Determineertabel luchtzuiverende planten
1ade plant heeft takkenga naar 2
1bde plant heeft geen takkenga naar 3
2ade bladeren van de plant hebben één kleurrubberplant
2bde bladeren van de plant hebben meerdere kleurenaronskelk
3ade bladeren zijn gekruldnestvaren
3bde bladeren zijn niet gekruldlepelplant

Vraag 4 1 punt

Welke plant vindt Annan mooi?

  1. A rubberplant
  2. B aronskelk
  3. C nestvaren
  4. D lepelplant

Vijf luchtzuiverende planten naast elkaar en een foto van de middelste plant. Bekijk in Opgaven, pagina 3

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Effecten van medicijnen

Parkinson is een ziekte die je kunt herkennen aan onder andere trillende handen. Het deel van het centraal zenuwstelsel dat bewegingen coördineert, is dan beschadigd.

Vraag 5 1 punt

Welk deel van het centraal zenuwstelsel is volgens de informatie beschadigd geraakt bij de ziekte van Parkinson?

  1. A de grote hersenen
  2. B de hersenstam
  3. C de kleine hersenen
  4. D het ruggenmerg
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Mensen met de ziekte van Parkinson slikken een bepaald medicijn. Onderzoekers vroegen zich af of dit medicijn ook gebruikt kon worden bij jongeren met diabetes type 1. Jongeren met dit type diabetes deden mee aan het onderzoek. Aan het begin en aan het einde van het onderzoek werd de bloeddruk gemeten bij de jongeren. Uit de resultaten blijkt dat het Parkinson medicijn de bloeddruk verlaagt in het bloedvat met de hoogste bloeddruk.

Vraag 6 1 punt

Welk type bloedvat wordt hier bedoeld?

  1. A een ader
  2. B een haarvat
  3. C een slagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Een verlaging van de bloeddruk heeft gunstige effecten op verschillende organen in het lichaam. Een hoge bloeddruk is een risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct.

Vraag 7 1 punt

Noem een andere risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste risicofactoren:

  • stress
  • overgewicht
  • roken
  • te grote inspanning
  • erfelijke aanleg

Een verklaring voor de verlaging van de bloeddruk is dat het medicijn de rekbaarheid van de aorta verbetert.

In de afbeelding zie je een deel van de bloedsomloop.

Vraag 8 1 punt

Welke letter geeft het bloedvat aan waarop het medicijn invloed heeft?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Deel van de bloedsomloop met het hart en de bloedvaten, aangegeven met de letters P, Q, R en S. Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

De onderzoeksgroep bestond uit 12 mannen en 22 vrouwen.

Om deze mannen en vrouwen over de twee groepen te verdelen heb je twee manieren:

Manier 1: De mannen en de vrouwen worden gelijk verdeeld over de groepen.

Manier 2: De mannen en de vrouwen worden willekeurig (door loting) over de groepen verdeeld.

Vraag 9 1 punt

Leg uit dat het voor dit onderzoek beter is als je gebruik maakt van manier 1.

Bekijk het antwoord

Deze vraag komt te vervallen. Bij deze vraag moet altijd 1 scorepunt worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord.

Diabetes

Vraag 10 1 punt

Diabetes is een ziekte waarbij een hormoonklier beschadigd raakt. Deze hormoonklier regelt het suikergehalte van het bloed. In de afbeelding zie je enkele hormoonklieren aangegeven met een letter.

Welke letter geeft de hormoonklier aan die beschadigd is bij diabetes?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Menselijk lichaam met hormoonklieren, aangegeven met de letters P, Q, R en S. Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Nieuwe voorbehoedmiddelen

Voorbehoedmiddelen zijn bedoeld om zwangerschap te voorkomen. Soms voorkomen ze ook seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's). Onderzoekers hebben een middel ontdekt dat in de toekomst misschien gebruikt kan worden als nieuw voorbehoedmiddel. Het middel zorgt er bij proefdieren voor dat sperma minder vloeibaar is. Zaadcellen kunnen dan minder vrij bewegen. Hierdoor neemt de kans op een zwangerschap af.

Vraag 11 1 punt

Noteer een voorbehoedmiddel dat gebruikt kan worden om soa's te voorkomen.

Bekijk het antwoord

het (vrouwen)condoom

Vraag 12 2 punten

Hoe heten de twee verschillende organen die vloeistof toevoegen aan de zaadcellen?

orgaan 1:

orgaan 2:

Bekijk het antwoord

de twee juiste organen:

  • prostaat
  • zaadblaasjes

Vraag 13 1 punt

Het nieuwe voorbehoedmiddel moet voorkomen dat een zaadcel een eicel bevrucht. In welk orgaan vindt de bevruchting plaats?

  1. A in de baarmoeder
  2. B in de vagina
  3. C in een eierstok
  4. D in een eileider
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Voorbehoedmiddelen kunnen de menstruatiecyclus beïnvloeden. In de figuur zie je verschillende tijdstippen en perioden aangegeven van deze cyclus. Je ziet ook de opbouw van het baarmoederslijmvlies.

Vraag 14 2 punten

Welke letter geeft de menstruatie aan? En welke letter geeft de eisprong aan?

menstruatie: letter

eisprong: letter

Menstruatiecyclus over 28 dagen met de dikte van het baarmoederslijmvlies, met de letters P, Q, R, S en T. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

menstruatie: letter P

eisprong: letter S

per juiste letter

Vogels in een bos

In bossen die regelmatig te maken hebben met een grote brand vliegen meer soorten vogels dan in bossen die niet regelmatig te maken hebben met een grote brand. Na een brand herstelt een bos weer snel. Vogels hebben daarbij ook een rol.

Vraag 15 1 punt

Hoe kunnen vogels bijdragen aan het weer snel herstellen van een bos?

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste bijdragen:

  • Vogels kunnen zorgen voor zaadverspreiding.
  • Vogels kunnen de grond bemesten (via de ontlasting).

Vraag 16 1 punt

Welke rol hebben vogels in een ecosysteem?

  1. A consument
  2. B producent
  3. C reducent
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vogels in een bos hebben verschillende typen snavels.

Vraag 17 1 punt

Welk type snavel is aangepast aan het eten van insecten?

  1. A een haakvormige snavel
  2. B een kegelvormige snavel
  3. C een puntige snavel
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 18 1 punt

Waaruit bestaat een snavel van een vogel?

  1. A alleen uit meerdere weefsels
  2. B alleen uit meerdere organen
  3. C uit meerdere weefsels en meerdere organen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Ruiken

Aan parfums worden geurstoffen toegevoegd die we lekker vinden ruiken.

Vraag 19 1 punt

Jaap heeft parfum opgespoten. In welk deel van het centraal zenuwstelsel word hij zich bewust van deze geur?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de hersenstam
  3. C in de kleine hersenen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 20 1 punt

Om stoffen te ruiken, moeten we via de neus ademen in plaats van met de mond. Ademen door de neus heeft nog meer voordelen.

Noem zo'n voordeel.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste voordelen:

  • verwarmen van de lucht
  • vochtig maken van de lucht
  • tegenhouden van stofdeeltjes

Vraag 21 2 punten

Over prikkels worden enkele beweringen gedaan.

Geef bij elke bewering met een kruisje aan of deze juist is of onjuist is.

juistonjuist
De geurstof is een prikkel.
Impulsen worden omgezet in prikkels.
Zonder prikkels vindt er geen waarneming plaats.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
De geurstof is een prikkel.X
Impulsen worden omgezet in prikkels.X
Zonder prikkels vindt er geen waarneming plaats.X

Biologisch bewijsmateriaal

Wanneer ergens een misdaad is gepleegd, doet de politie sporenonderzoek. De politie zoekt naar biologisch bewijsmateriaal dat gebruikt kan worden om de dader te vinden. Wanneer cellen gevonden worden, kan de politie deze gebruiken om daaruit het erfelijk materiaal te onderzoeken.

Je ziet zo'n cel met delen aangegeven.

Vraag 22 1 punt

Het mitochondrion bevat erfelijke informatie. Een ander deel van de cel bevat ook erfelijk materiaal. Welke letter in de figuur geeft dit deel van de cel aan?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Links een foto van cellen en rechts de tekening van een cel met de letters P, Q, R en de aanduiding mitochondrion. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Aarde onder een schoen kan ook gebruikt worden om te bepalen of iemand op de plaats was waar de misdaad is gepleegd. Cellen van planten en schimmels komen vaak voor in aarde.

Vraag 23 1 punt

De plantencel en de schimmelcel bevatten celdelen die bij beide cellen voorkomen.

Geef bij elk celdeel aan of het wel of niet voorkomt bij een schimmelcel.

komt wel voor bij een schimmelcelkomt niet voor bij een schimmelcel
celkern
bladgroenkorrel
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

komt wel voor bij een schimmelcelkomt niet voor bij een schimmelcel
celkernX
bladgroenkorrelX

Vraag 24 1 punt

Soms komt de politie ook stuifmeel tegen tijdens het sporenonderzoek. Stuifmeel is aangepast aan de manier waarop bestuiving plaatsvindt bij de plant.

Noem een kenmerk van stuifmeel dat gemaakt wordt door bloemen met windbestuiving.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste kenmerken:

licht / niet plakkerig

Aan de hand van het sporenonderzoek kan er een profiel worden samengesteld van de dader. Daarbij worden soms ook tekeningen gemaakt op basis van getuigenverklaringen.

Een profiel kan er als volgt uitzien:

  • Geslacht: man
  • Leeftijd: 25-35 jaar
  • Haarkleur: geverfd bruin
  • Oogkleur: blauw

Vraag 25 2 punten

In de tabel zie je verschillende conclusies die getrokken worden.

Geef bij elke conclusie met een kruisje aan of deze juist is of onjuist is.

juistonjuist
In de tekening zijn primaire geslachtskenmerken te zien.
In de tekening zijn secundaire geslachtskenmerken te zien.
De dader bevindt zich in de volwassene fase.

Tekening van een man met baard in voor- en zijaanzicht. Bekijk in Opgaven, pagina 12

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
In de tekening zijn primaire geslachtskenmerken te zien.X
In de tekening zijn secundaire geslachtskenmerken te zien.X
De dader bevindt zich in de volwassene fase.X

Vraag 26 1 punt

De oogkleur wordt bepaald door een deel van het oog.

Hoe heet dit deel?

  1. A iris
  2. B netvlies
  3. C vaatvlies
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Giftige insecten

Wanneer iemand gebeten wordt door een giftig dier worden gifstoffen door het bloed vervoerd. De snelheid waarmee de stoffen vervoerd worden, is afhankelijk van je hartslag. Een snelle hartslag zorgt ervoor dat bloed ook sneller door je bloedvaten stroomt.

Je ziet een figuur van de bloedsomloop waarin een bloedvat, een orgaan en een deel van het hart zijn aangegeven.

Vraag 27 1 punt

Claude is door een spin in zijn knieholte gebeten. Het gif komt vervolgens in de knieholteader terecht. De giftige stof wordt vanuit de knieholteader via de kortste weg naar de lever vervoerd. Hoe vaak komt het bloed met deze giftige stof dan door het hart?

  1. A één keer
  2. B twee keer
  3. C drie keer
  4. D vier keer

Bloedsomloop met een bloedvat, de lever, de knieholteader en een deel van het hart, aangegeven met de letter P. Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 28 1 punt

Wanneer je gebeten bent door een giftig dier, wordt geadviseerd om een bepaald medicijn in te nemen. Dit medicijn heeft een effect op de werking van deel P van het hart.

Hoe heet dit deel?

  1. A linkerboezem
  2. B linkerkamer
  3. C rechterboezem
  4. D rechterkamer
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 29 1 punt

Giftige stoffen kunnen uit het bloed worden verwijderd. Dit gebeurt in deel P van de nier.

Hoe heet dit deel van de nier?

  1. A nierbekken
  2. B niermerg
  3. C nierschors
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Tanden en kiezen

Melktanden en volwassentanden verschillen in bouw. Melktanden hebben een dunnere laag aan de buitenkant. Hierdoor kunnen sneller gaatjes ontstaan in deze tanden.

Vraag 30 1 punt

Hoe heet de buitenste laag van een tand?

  1. A cement
  2. B glazuur
  3. C tandbeen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 31 1 punt

Wat kun je doen om gaatjes in de buitenste laag te voorkomen?

  1. A alleen een fluorbehandeling
  2. B alleen tanden poetsen
  3. C tanden poetsen en een fluorbehandeling
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 32 1 punt

Uit welk type kiezen bestaat het gebit van mensen?

  1. A knipkiezen
  2. B knobbelkiezen
  3. C plooikiezen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Voeding

Vitamine C is een voorbeeld van een beschermende stof. Het helpt om ons afweersysteem in stand te houden en helpt te beschermen tegen schade aan onze cellen. In groente en fruit zit vaak vitamine C. In de tabel zie je voor een aantal voedingsmiddelen hoeveel milligram vitamine C het bevat.

vitamine C per portieportiegrootte (gram)vitamine C milligram (mg)
1 opscheplepel gekookte spruitjes7092
1 rode paprika120180
1 sinaasappel13066
1 schaaltje aardbeien10060
1 kiwi7559
1 gekookte aardappel706

Vraag 33 2 punten

Het advies is om dagelijks 75 milligram vitamine C binnen te krijgen.

Pieter houdt veel van aardbeien.

Hoeveel gram aardbeien moet hij eten om te voldoen aan het advies? Noteer je berekening.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

60 / 100 × 75 = 125 (gram)

Vraag 34 2 punten

Naast beschermende stoffen, zoals vitamine C, bevatten groente en fruit ook brandstoffen en reservestoffen.

Geef van beide stoffen een voorbeeld.

brandstof:

reservestof:

Bekijk het antwoord

de volgende stoffen zijn brandstoffen:

  • vet
  • koolhydraat/glucose/zetmeel
  • eiwit

de volgende stoffen zijn reservestoffen:

  • vet
  • koolhydraat/zetmeel

Vraag 35 1 punt

Tot welk levenskenmerk behoort het eten van voedsel?

  1. A groei
  2. B reageren op prikkels
  3. C stofwisseling
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Overmatig eten

Op een website over overmatig eten staat:

“Wanneer iemand met regelmaat ‘overmatig eet’, eet je sneller dan normaal. Ook neem je grotere hoeveelheden, zonder dat je daadwerkelijk honger hebt. Langzamerhand overheerst ‘het eten’ je leven en je hebt het idee dat je tijdens een eetbui de controle volledig verliest.”

Soms krijg je na overmatig eten pijn in het orgaan dat je ziet in de figuur.

Vraag 36 1 punt

Hoe heet dit orgaan?

  1. A galblaas
  2. B lever
  3. C maag

Afbeelding van een orgaan met een slokdarm erboven en een darm eronder. Bekijk in Opgaven, pagina 16

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 37 1 punt

Na elke maaltijd gaat de alvleesklier een hormoon produceren. Daarmee behoort de alvleesklier tot het hormoonstelsel. Bij welk ander orgaanstelsel hoort de alvleesklier?

  1. A bij het ademhalingsstelsel
  2. B bij het bloedvatenstelsel
  3. C bij het spierstelsel
  4. D bij het verteringsstelsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 38 1 punt

De peristaltische bewegingen in de darmen moeten ervoor zorgen dat de voedingsmiddelen goed gemengd worden met de verteringssappen. Welke darm produceert een verteringssap?

  1. A slokdarm
  2. B dunne darm
  3. C dikke darm
  4. D endeldarm
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Biologie 2024, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-bb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 38. Van 37 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), bloedsomloop (8) en zenuwstelsel en hormonen (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0191-a-24-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-bb 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.