Eindexamen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Algemeen Dagblad, 2 juli 2016, maken en ervaren wat gezonde voeding kan betekenen.”, Tekst 3, Tekst 4, Schrijfopdracht Heel Holland maakt schoon.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over tekstverbanden en signaalwoorden (10), leesvaardigheid (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tekstverbanden en signaalwoorden1, 4-6, 8-9, 11, 13, 16-1710
Leesvaardigheid2-3, 10, 14, 18-21, 239
Tekstsoorten en tekstdoelen7, 15, 22, 244
Argumentatie121
Stijlfouten251
Schrijfvaardigheid261

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens Nederlands vmbo-bb sinds 2019: dit examen vroeg meer over tekstverbanden en signaalwoorden (38% van de vragen, gemiddeld 21%). Minder over leesvaardigheid (35% van de vragen, gemiddeld 47%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Algemeen Dagblad, 2 juli 2016

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 1 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke manier gebruikt de schrijver in alinea 1? De schrijver

  1. A blikt vooruit op de toekomst van Bloom Your Message.
  2. B geeft weer hoe Bloom Your Message is ontstaan.
  3. C geeft zijn mening over Bloom Your Message.
  4. D vertelt een grappig bedoeld verhaaltje over Bloom Your Message.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 2 1 punt

In alinea 2 staat: “Na een eerste test met vier ontwerpen besloten de drie op een plaatselijk festival te peilen of er interesse voor was.” Welke interesse wordt hier bedoeld? de interesse voor

  1. A bloeikaarten
  2. B handgemaakte kaarten
  3. C kaarten van hergebruikt papier
  4. D verjaardagskaarten
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 3 1 punt

In alinea 3 staat: “… ontdekten de ondernemers het geheim van de smid.” Wat wordt met dit gedeelte van de zin bedoeld? De ondernemers

  1. A hoorden van een smid hoe ze hun kaarten het best konden produceren.
  2. B vonden een manier waarop ze hun kaarten het best konden produceren.
  3. C vonden uit hoe de smid zijn kaarten produceerde.
  4. D willen niet prijsgeven hoe ze hun kaarten produceren.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 4 1 punt

Alinea’s kunnen op verschillende manieren op elkaar aansluiten. Op welke manier sluiten alinea 2 en alinea 3 op elkaar aan?

  1. A Alinea 2 beschrijft samen met alinea 3 de ontwikkeling van Bloom Your Message.
  2. B Alinea 2 noemt een probleem waarvoor in alinea 3 de oplossing wordt gegeven.
  3. C Alinea 3 is een herhaling van wat in alinea 2 beschreven staat.
  4. D Alinea 3 vormt een tegenstelling met wat in alinea 2 beschreven staat.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 5 1 punt

Wat is de belangrijkste functie van de laatste alinea van de tekst?

  1. A een advies geven
  2. B een samenvatting van de hele tekst geven
  3. C een toekomstverwachting uitspreken
  4. D nieuwe gegevens toevoegen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 6 1 punt

Zinnen in een alinea kunnen op verschillende manieren op elkaar aansluiten. Waarvan is sprake in de eerste vier zinnen van alinea 4?

  1. A van een gevolg
  2. B van een opsomming
  3. C van een tegenstelling
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 7 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver van deze tekst? De schrijver wil de lezer

  1. A amuseren met een tekst over een nieuw soort ansichtkaarten.
  2. B informeren over het werk van drie jonge ondernemers.
  3. C overhalen om bloeikaarten te gaan kopen.
  4. D zijn mening over de kaarten vertellen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

maken en ervaren wat gezonde voeding kan betekenen.”

naar een artikel van Ingrid Beckers, de Gelderlander, 1 november 2014

Vraag 8 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke manier gebruikt de schrijver in alinea 1? De schrijver

  1. A geeft de aanleiding voor het schrijven van de tekst.
  2. B geeft een uitleg over hoe de tekst is opgebouwd.
  3. C geeft haar standpunt over het onderwerp.
  4. D geeft vooraf een samenvatting van de rest van de tekst.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 9 1 punt

Alinea’s kunnen op verschillende manieren op elkaar aansluiten. Op welke manier sluiten alinea 2 en alinea 3 op elkaar aan?

  1. A Alinea 3 is een herhaling van wat in alinea 2 beschreven staat.
  2. B Alinea 3 is een uitwerking van wat in alinea 2 beschreven staat.
  3. C Alinea 3 vormt een tegenstelling met wat in alinea 2 beschreven staat.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 10 2 punten

In alinea’s 2 en 3 worden maatregelen genoemd die de oliemaatschappij gebruikt om een gezonde leefstijl te stimuleren. Geef bij elke maatregel aan of deze maatregel volgens de tekst wel of niet wordt gebruikt. Zet in de uitwerkbijlage steeds een kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • wel niet 1 De keuze in de bedrijfskantine is maar beperkt. X 2 Het aantal calorieën van een gerecht wordt X weergegeven. 3 In de kantine kom je eerst langs de gezonde X producten. 4 Kroketten liggen op een plek die niet duidelijk X zichtbaar is. indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien twee of minder antwoorden juist (0) (2)

wel niet

1 De keuze in de bedrijfskantine is maar beperkt.

2 Het aantal calorieën van een gerecht wordt weergegeven.

3 In de kantine kom je eerst langs de gezonde producten.

4 Kroketten liggen op een plek die niet duidelijk zichtbaar is.

Vraag 11 1 punt

In alinea 5 staat: “Ze geloven, net als wij …”. Wie worden bedoeld met ‘ze’?

  1. A bedrijfscateraars
  2. B trendwatchers
  3. C werkgevers
  4. D werknemers
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 12 1 punt

In alinea 5 legt Annemarie Driessen uit wat de meerwaarde is van een gezonde lunch. Waarvan maakt Annemarie Driessen in deze uitleg gebruik?

  1. A Ze beschrijft een probleem en de oplossing voor het probleem.
  2. B Ze geeft een opsomming.
  3. C Ze geeft een tegenstelling.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 13 1 punt

Alinea’s kunnen op verschillende manieren op elkaar aansluiten. Op welke manier sluiten alinea 5 en alinea 6 op elkaar aan?

  1. A Alinea 5 en 6 vormen een opsomming.
  2. B Alinea 6 beschrijft een gevolg van wat in alinea 5 beschreven staat.
  3. C Alinea 6 is een herhaling van wat in alinea 5 beschreven staat.
  4. D Alinea 6 vormt een tegenstelling met wat in alinea 5 beschreven staat.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 14 1 punt

Welk tussenkopje pas het best bij alinea 7?

  1. A Alles biologisch
  2. B Kleinere porties
  3. C Lokale leveranciers
  4. D Vers en gevarieerd
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 15 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver van deze tekst? De schrijver wil de lezer

  1. A informeren over de invloed van cateraars op het aanbod in bedrijfskantines.
  2. B informeren over de positieve invloed van gezond eten op de energie van werknemers.
  3. C overtuigen dat het verstandig is zo snel mogelijk te stoppen met ongezond eten.
  4. D overtuigen van het feit dat ongezond eten kan leiden tot meer ziekteverzuim.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Tekst 3

De tijd vliegt

(1) Honderd jaar geleden landde het eerste vliegtuig op een moerassig stuk grond in de polder. Luchthaven Schiphol verwelkomt nu bijna 60 miljoen passagiers per jaar.

(2) Het begon heel bescheiden, op een weiland in de Haarlemmermeerpolder. Vier barakken stonden op een moerassig veld. Op 19 september 1916 landde naast die vier gebouwtjes een tweedekker van het Nederlandse leger. Op dat moment werd luchthaven Schiphol geboren. “Schiphol was aanvankelijk een militair vliegveld”, weet Johan van Tuyl. Hij werkte van 1959 tot eind 1988 op de luchthaven. “Pas in

1920 landde er de eerste commerciële vlucht van de KLM. In dat jaar stonden er zes barakken en daarvan mocht de KLM er een huren!”

(3) Van Tuyl (72) werkte op het oude Schiphol, bij de passagiersadministratie van de KLM. “Heerlijk sfeertje hing daar, op Schiphol-Oost. Iedereen kende iedereen. Je kwam elkaar tegen tussen de middag tijdens het wandelen en bij de paar winkeltjes die er toen waren, zoals het souvenirwinkeltje, het sigarenzaakje en bij Moe Patat. En je liep toen nog zó het platform op! Ik weet nog goed dat The Beatles aankwamen met de SAS in 1964. Ik stond onderaan de trap, geweldig was dat.”

(4) Het handjevol barakken groeide uit tot een complete stad. Een internationaal knooppunt van vliegverkeer met miljoenen passagiers die maandelijks aankomen, vertrekken en een tussenstop maken. Een luchthaven met zes landingsbanen, honderden winkels en tientallen gates. Revolutionair waren eind jaren 60 de ‘slurven’ die vliegtuigen met de luchthaven verbonden. Die aviobruggen vervingen de trappen die nog altijd wereldwijd op landingsbanen worden uitgeklapt. “Onze aviobruggen waren een nieuw fenomeen”, vertelt Ad Jan Altevogt (68) die tussen 1965 en 2009 diverse functies had op Schiphol. “Uit de hele wereld kwam men kijken. Passagiers hoefden niet meer te lopen naar hun toestel of met de bus gebracht te worden. Van dat oude Schiphol herinner ik mij dat soms de Schipholweg afgesloten werd als er grotere vliegtuigen binnenkwamen. Die kwamen heel laag over omdat de landingsbaan te kort was. De Tupolev1) moest af en toe zelfs de remparachutes gebruiken.”

(5) De slurven zijn nu overal te vinden. Uniek is wel dat zo’n groot vliegveld nog steeds uit één terminal bestaat. Dat heeft de luchthaven te danken aan de vooruitziende blik van vlieger en havenmeester Jan Dellaert. “Onder zijn leiding werd na de Tweede Wereldoorlog een ontwerp gemaakt voor de wederopbouw. Schiphol lag toen helemaal in puin”, zegt Ruud Wever (67), die van 1978 tot 2006 op Schiphol werkte. Hij was persvoorlichter en werkte mee aan de tentoonstelling over 100 jaar Schiphol. “Dat plan bevatte één centraal stationsgebouw waar het banenstelsel als een kompasroos omheen ligt. Bij elke windrichting kan er worden gestart en geland tegen de wind in.” Uitbreiden kan door deze ingenieuze opzet nog steeds. En dat gebeurt. Wever: “De heimachines zijn nooit weggeweest.”

naar een artikel van Xandra van Baarle, &Magazine, 17 september 2016

noot 1 Met de Tupolev wordt een vliegtuig van de Russische vliegtuigfabrikant Tupolev bedoeld.

Vraag 16 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke twee manieren gebruikt de schrijver in alinea 1 en 2 om de tekst in te leiden? Schrijf in de uitwerkbijlage alleen de letters op. De schrijver a geeft de aanleiding voor het schrijven van de tekst. b geeft vooraf een samenvatting van de rest van de tekst. c geeft haar eigen mening over het onderwerp. d introduceert een deskundige. e stelt een voor de tekst belangrijke vraag.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • a en d indien niet beide manieren genoemd zijn (0) (1)

Vraag 17 1 punt

In alinea 1 staat dat op Schiphol 100 jaar geleden het eerste vliegtuig landde en dat er nu bijna 60 miljoen passagiers komen. Hoe sluit alinea 2 hierop aan? Alinea 2 gaat over

  1. A de beginjaren van Schiphol.
  2. B de ontwikkeling van Schiphol tot militaire luchthaven.
  3. C de verschillende passagiers die op Schiphol landen.
  4. D de werkzaamheden van een oud-medewerker van Schiphol.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 18 1 punt

In alinea 3 beschrijft Van Tuyl de sfeer op het oude Schiphol. Hoe kijkt Van Tuyl terug op deze tijd?

  1. A Hij denkt met veel plezier terug aan die tijd.
  2. B Hij is van mening dat vroeger alles veel beter was.
  3. C Hij vindt dat je toen meer tijd had voor leuke dingen tijdens het werk.
  4. D Hij zou niet meer kunnen werken op zo’n kleine luchthaven.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 19 1 punt

Welk tussenkopje past het best bij de inhoud van alinea 4?

  1. A De functie van Schiphol
  2. B De groei van Schiphol
  3. C De verbouwing van Schiphol
  4. D De voorzieningen op Schiphol
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 20 1 punt

In alinea 5 staat “Dat plan bevatte één centraal stationsgebouw waar het banenstelsel als een kompasroos omheen ligt.” Welk plan wordt bedoeld? het plan voor

  1. A de tentoonstelling over Schiphol
  2. B de wederopbouw van Schiphol
  3. C het gebruik van slurven op Schiphol
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 21 1 punt

Wat concludeert Ruud Wever in de laatste alinea?

  1. A De groei van Schiphol zal ook in de toekomst doorgaan.
  2. B Luchthaven Schiphol kan op deze plaats niet meer groter worden.
  3. C Om te groeien moet Schiphol ingewikkelde machines gebruiken.
  4. D Op luchthaven Schiphol kun je altijd werklui en machines vinden.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 22 1 punt

Wat is de belangrijkste bedoeling van de schrijver van deze tekst? De schrijver wil de lezer

  1. A amuseren met een verhaal over de gezelligheid die werknemers op Schiphol hebben ervaren.
  2. B informeren over de ontwikkelingen van Schiphol door de jaren heen.
  3. C overhalen om in de toekomst meer gebruik te maken van de luchthaven Schiphol.
  4. D waarschuwen voor de gevolgen van de vele uitbreidingen van Schiphol.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Tekst 4

naar een advertentie van ANWB/Wegenwacht

Tekst van de advertentie Het leven is te leuk om stil te staan

Belangrijke momenten wil je niet missen door pech. Daarom doen we er alles aan om je snel weer op weg te helpen in je eigen auto. Of je nou op weg bent naar een bruiloft, romantische date of voetbalwedstrijd.

Mis ook geen moment! Ga naar anwb.nl/waaromwegenwacht

Vraag 23 2 punten

Hier staan uitspraken over de combinatie van de foto’s en de tekst in de advertentie. Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is. Zet in de uitwerkbijlage steeds een kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist 1 De foto’s geven voorbeelden van de belangrijke X momenten die in de tekst genoemd worden. 2 Je hebt alleen de foto’s nodig om de boodschap X van de advertentie te begrijpen. 3 Met de foto’s probeert de reclamemaker een X positieve sfeer op te roepen. 4 Op de foto’s staan mensen die door de ANWB X geholpen zijn. indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien twee of minder antwoorden juist (0) (2)

juist onjuist

1 De foto’s geven voorbeelden van de belangrijke momenten die in de tekst genoemd worden.

2 Je hebt alleen de foto’s nodig om de boodschap van de advertentie te begrijpen.

3 Met de foto’s probeert de reclamemaker een positieve sfeer op te roepen.

4 Op de foto’s staan mensen die door de ANWB geholpen zijn.

Vraag 24 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?

  1. A consumenten informeren over de site van de ANWB
  2. B informatie geven over hoe mensen met pech de Wegenwacht kunnen bereiken
  3. C lezers van deze advertentie ervan overtuigen dat je belangrijke momenten niet mag missen
  4. D mensen overhalen om lid te worden van de Wegenwacht

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 25 1 punt

In de advertentie staat de zin “Het leven is te leuk om stil te staan”. Wat wordt in deze advertentie met deze zin bedoeld?

  1. A Blijf niet te lang treuren om zaken waar je niet bij kunt zijn of die je mist.
  2. B Denk niet te lang na voor je lid wordt van de Wegenwacht.
  3. C Word lid van de Wegenwacht zodat je geen enkele gebeurtenis door autopech hoeft te missen.
  4. D Zorg dat je op belangrijke momenten het nummer van de ANWB bij de hand hebt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Schrijfopdracht Heel Holland maakt schoon

Jouw mentor vertelt de klas over de volgende oproep van de organisatie Heel Holland maakt schoon en vraagt welke leerlingen mee willen doen aan deze actie.

Zit je op het voortgezet onderwijs? Vind je het leuk om buiten te werken? Wil jij bijdragen aan een schonere omgeving van de school? Dan ben jij degene die wij zoeken!

Heel Holland maakt schoon start namelijk op de derde zaterdag van volgende maand een landelijke schoonmaakactie. De schoonmaakactie voor de buurt wordt georganiseerd door scholieren. Er wordt een videoverslag van deze dag gemaakt. Dit verslag komt op de website van de gemeente waar jouw school staat. Dit videoverslag wordt ook gemaakt door scholieren die meedoen aan de actie.

Doe je mee? Schrijf ons dan een e-mail via info@heelhollandmaaktschoon.nl. Geef in je e-mail aan of je naast de schoonmaakwerkzaamheden ook bereid bent om een bijdrage te leveren aan het videoverslag.

Vraag 26 12 punten

Schrijf een enthousiaste e-mail naar de organisatie waarin je aangeeft dat je graag mee wilt helpen aan deze schoonmaakactie.

Bekijk het antwoord

Score = 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Indien de volgende elementen onjuist zijn of ontbreken: De kandidaat

Score = 4 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 75 woorden bestaat, geen scorepunten voor taalgebruik toekennen. De voorgedrukte gegevens tellen niet mee voor het bepalen van het aantal woorden.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Nederlands 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0011-a-18-1-o

Andere examens Nederlands vmbo-bb

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over tekstverbanden en signaalwoorden (10), leesvaardigheid (9) en tekstsoorten en tekstdoelen (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0011-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-bb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.