Eindexamen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: van hem.”, toekomst beter met geld omgaan.”, niemand meer op straat, en jij doet dat toch maar mooi.”, Tekst 4, Schrijfopdracht.

Kort antwoord

Het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (14), tekstverbanden en signaalwoorden (5) en tekstsoorten en tekstdoelen (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Leesvaardigheid2-6, 8, 11-12, 16-19, 21, 2414
Tekstverbanden en signaalwoorden1, 7, 10, 13, 155
Tekstsoorten en tekstdoelen14, 20, 22-234
Argumentatie91
Schrijfvaardigheid251

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens Nederlands vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over leesvaardigheid (56% van de vragen, gemiddeld 44%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

van hem.”

naar een artikel van Gerben van ’t Hof, de Gelderlander, 9 december 2016

noot 1 Evolutie is de ontwikkeling van het leven op aarde.

Vraag 1 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke twee manieren worden in alinea 1 gebruikt? Schrijf in de uitwerkbijlage alleen de letters op. In alinea 1 a worden voor de tekst belangrijke vragen gesteld. b wordt de aanleiding voor het schrijven van de tekst gegeven. c wordt de mening van de schrijver over het onderwerp weergegeven. d wordt het onderwerp van de tekst geïntroduceerd. e wordt vooraf een samenvatting van de tekst gegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt slechts toekennen als beide deelantwoorden juist zijn.

Vraag 2 2 punten

In alinea 2 staat “Het past perfect bij de oorspronkelijke betekenis van de naam giraffe: charmant en zacht.” Geef bij elke zin aan of dit wel of geen voorbeeld is van deze uitspraak. Zet in de uitwerkbijlage steeds een kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • wel geen Die lange wimpers en gracieuze tong. X Giraffen zijn de langste dieren op land. X Het zijn een soort reusachtige bambi’s. X Kijk eens hoe de moeder zich over een pasgeboren X veulen ontfermt. Ze imponeren met hun lange nek. X indien vijf of vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien twee of minder antwoorden juist (0) (2)

wel geen Die lange wimpers en gracieuze tong. Giraffen zijn de langste dieren op land. Het zijn een soort reusachtige bambi’s. Kijk eens hoe de moeder zich over een pasgeboren veulen ontfermt. Ze imponeren met hun lange nek.

Vraag 3 1 punt

Waarom heeft de internationale natuurorganisatie IUCN de giraffe op de zogenoemde Rode Lijst van beschermde diersoorten gezet?

  1. A Er zijn meer olifanten op aarde dan giraffen.
  2. B Het aantal giraffen in het wild is flink afgenomen.
  3. C Het jagen op giraffen neemt toe.
  4. D Mensen zijn zich er niet van bewust dat giraffen uitsterven.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 4 1 punt

In alinea 4 staat “Maar laten we niet met ons vingertje zwaaien.” Welke twee zinnen uit de tekst geven voorbeelden van waarom wij niet met ons vingertje moeten zwaaien? Schrijf in de uitwerkbijlage alleen de letters op. a “Mensen zijn zich er niet van bewust dat ze stilletjes uitsterven” (alinea 3) b “Wij knallen hier ganzen van het weiland, omdat ze voor een tientje schade aanrichten.” (alinea 4) c “Dierentuinen hebben soms zelfs zoveel giraffen dat ze aan de leeuwen worden gevoerd” (alinea 5) d “Opeens liepen overal mensen rond met mutsen en jassen met giraffenprint.” (alinea 5) e “Eigenlijk is het bezopen zo lang als de giraffe is.” (alinea 6)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt slechts toekennen als beide deelantwoorden juist zijn.

Vraag 5 1 punt

“Dierentuinen hebben soms zelfs zoveel giraffen dat ze aan de leeuwen worden gevoerd”, merkt Dekkers venijnig op.” (alinea 5) Wat weet je door deze opmerking zeker over Dekkers?

  1. A Hij is boos over deze actie van dierentuinen.
  2. B Hij is teleurgesteld door deze actie van dierentuinen.
  3. C Hij is verdrietig door deze actie van dierentuinen.
  4. D Hij voelt zich ongelukkig door deze actie van dierentuinen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 6 1 punt

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

  1. A De giraffe is in de dierentuin een geliefde publiekstrekker.
  2. B De nek van een giraffe is een fout in de evolutie.
  3. C Er zijn meer olifanten op aarde dan giraffen.
  4. D Giraffen in het wild worden bedreigd met uitsterven.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

toekomst beter met geld omgaan.”

naar een artikel van Guus Peters, Algemeen Dagblad, 29 juli 2017

noot 1 Een deadline is de uiterste datum waarop iets af moet zijn.

Vraag 7 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke twee manieren gebruikt de schrijver in alinea 1? Schrijf in de uitwerkbijlage alleen de letters op. De schrijver a geeft vooraf een belangrijke conclusie over het onderwerp van de tekst. b geeft zijn eigen mening over het onderwerp weer. c introduceert een voor de tekst belangrijke persoon. d stelt een voor de tekst belangrijke vraag.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt slechts toekennen als beide deelantwoorden juist zijn.

Vraag 8 1 punt

In alinea 2 staat “Kun je tegen een duwtje?” Waar vraagt deze zin naar? naar de vraag of iemand

  1. A een financiële tegenvaller kan opvangen
  2. B geleerd heeft om met geld om te gaan
  3. C toe durft te geven dat hij een financieel probleem heeft
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 9 1 punt

Eef van Opdorp zegt in de tekst: “Geld gaat vaak niet over geld, maar over gedrag”. Welke zin uit alinea 3 geeft hiervoor bewijs?

  1. A “Het zijn vragen die een veel grotere rol spelen.”
  2. B “Als je voor een dubbeltje bent geboren, word je niet snel een kwartje - al zijn er altijd uitzonderingen.”
  3. C “Belangrijk: kinderen luisteren niet naar wat volwassenen zeggen, maar kijken naar wat ze doen.”
  4. D “Hoe moet een twaalfjarige zelf zijn geld verdienen?”
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 10 1 punt

In alinea 4 staat “Dat geldt overigens voor iedereen...”. Waarnaar verwijst het woord ‘dat’?

  1. A dat armoede stress veroorzaakt
  2. B dat door stress je denkvermogen beperkt wordt
  3. C dat iedereen geldproblemen kan hebben
  4. D dat iedereen last krijgt van stress
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 11 1 punt

In alinea 6 staat “Dat is een grote groep bevoorrechte mensen.”. Wat wordt hiermee bedoeld? Deze mensen hebben

  1. A genoeg geld.
  2. B lang gestudeerd.
  3. C vooroordelen over arme mensen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 12 1 punt

Welk advies wordt in alinea 7 gegeven?

  1. A Geef mensen met geldproblemen vooral persoonlijke begeleiding.
  2. B Houd digitaal bij welke mensen geldtekort hebben.
  3. C Onderneem sportieve activiteiten als je geldzorgen hebt.
  4. D Zorg dat je taalvaardig genoeg bent om een formulier in te vullen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 13 1 punt

Op welke manier sluit de laatste alinea de tekst af?

  1. A door een advies te geven hoe je kunt leren om met geld om te gaan
  2. B door een conclusie te trekken over de manier waarop ouders zelf met geld omgaan
  3. C door een plan voor scholen aan te bieden over hoe ze lessen rondom geld kunnen vormgeven
  4. D door te waarschuwen voor het gevaar van te veel geld uitgeven
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 14 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst? De lezer

  1. A kennis te laten maken met de budgetexpert Eef van Opdorp.
  2. B te informeren over de oorzaken en gevolgen van geldproblemen.
  3. C te overtuigen dat een advies van een budgetcoach voor iedereen goed zou zijn.
  4. D te waarschuwen dat jongeren van nu zuiniger met hun geld moeten omgaan.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

niemand meer op straat, en jij doet dat toch maar mooi.”

naar een artikel van Maaike Bezemer, Trouw, 20 september 2017

Vraag 15 1 punt

Een tekst kan op verschillende manieren worden ingeleid. Welke manier wordt in alinea 1 gebruikt? In alinea 1

  1. A worden enkele interessante vragen gesteld over het onderwerp van de tekst.
  2. B wordt de aanleiding voor het schrijven van de tekst genoemd.
  3. C wordt vooraf een korte samenvatting van de tekst gegeven.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 16 1 punt

In alinea 2 staat “Misschien geen vraag om voor te leggen aan een sportarts en sportpsycholoog.” Waarom is dit misschien geen vraag voor hen?

  1. A omdat deze personen het ook moeilijk vinden om hierop een antwoord te geven
  2. B omdat deze personen waarschijnlijk geen uitgesproken mening over dit onderwerp hebben
  3. C omdat je het antwoord eigenlijk al kunt voorspellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 17 2 punten

Onder bepaalde omstandigheden kan buiten sporten problemen opleveren. Geef van elke omstandigheid aan of deze volgens alinea 3 en 4 wel of geen problemen kan opleveren. Zet in de uitwerkbijlage steeds een kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • wel geen als de lichaamstemperatuur lager wordt dan X 35 graden als het buiten hard regent X als je geen sportkleding draagt tijdens het sporten X als je lang in natte kleding blijft rondlopen X indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien twee of minder antwoorden juist (0) (2)

wel geen als de lichaamstemperatuur lager wordt dan 35 graden als het buiten hard regent als je geen sportkleding draagt tijdens het sporten als je lang in natte kleding blijft rondlopen

Vraag 18 1 punt

Welke zin uit alinea 4 geeft een conclusie weer?

  1. A “Sporten levert altijd wel wat spierschade op, zegt hij.”
  2. B “Dus droge kleren in de tas, zodat ze zich kunnen omkleden.”
  3. C “Maar van één keer met de auto worden het vast geen watjes, nuanceert Vroemen.”
  4. D “Hij zet zijn meisjes weleens bij de atletiekbaan af.”
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 19 1 punt

Alinea 6, 7 en 8 gaan over hetzelfde deelonderwerp. Welk deelonderwerp is dit?

  1. A Hoe kunnen ouders je stimuleren om buiten te blijven sporten?
  2. B Hoe leer je om te gaan met tegenslagen bij het sporten in de buitenlucht?
  3. C Wat zorgt ervoor dat je gemotiveerd bent om buiten te blijven sporten?
  4. D Wat zorgt ervoor dat je succesvol bent in het sporten in de buitenlucht?
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 20 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze tekst?

  1. A De lezer amuseren met voorbeelden van buiten sporten.
  2. B De lezer informeren over buiten sporten bij slecht weer.
  3. C De lezer overhalen om te blijven sporten ongeacht of het buiten of binnen is.
  4. D De lezer overtuigen om meer buiten te gaan sporten.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 21 2 punten

Geef van onderstaande beweringen aan of deze juist of onjuist zijn op basis van de informatie in de tekst. Zet in de uitwerkbijlage steeds een kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist onjuist Als een lichaam te veel afkoelt, werkt het lichaam X minder goed. De experts die in de tekst aan het woord komen, vinden beiden dat je met slecht weer over het X algemeen gewoon buiten kunt sporten. Het voordeel van buiten sporten is dat er buiten meer X zuurstof in de lucht zit. Ivo Spanjersberg vindt het over het algemeen prima dat ouders hun kinderen met slecht weer met de auto X wegbrengen. indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien twee of minder antwoorden juist (0) (2)

Tekst 4

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 22 1 punt

Op welke manier ondersteunen de afbeeldingen de tekst? De afbeeldingen

  1. A geven voorbeelden van de foto’s die je op de expositie kunt zien.
  2. B geven voorbeelden van reisbestemmingen van de NS.
  3. C laten duurzame initiatieven van ProRail en NS zien.
  4. D maken duidelijk dat National Geographic 125 jaar bestaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 23 1 punt

Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?

  1. A mensen laten weten dat de NS samenwerkt met andere organisaties
  2. B mensen laten weten dat National Geographic 125 jaar bestaat
  3. C mensen overhalen lid te worden van het tijdschrift National Geographic
  4. D mensen overhalen meer met het openbaar vervoer te reizen
  5. E mensen overhalen om naar de foto-expositie van National Geographic te komen
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 24 1 punt

Welke zin past het best bij de kop van de advertentie ‘Venster op de wereld’?

  1. A De expositie geeft je een beeld van de mooie plekken op de wereld.
  2. B De NS vindt een duurzame wereld heel belangrijk.
  3. C Met de NS kun je op de mooiste plekken op de wereld komen.
  4. D National Geographic zorgt voor een mooiere wereld.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Schrijfopdracht

Bloggers of vloggers gezocht

Jouw mentor vertelt de klas over een oproep op de site www.jouweindexamen.nl en vraagt welke leerlingen mee willen doen aan deze actie.

Bloggers1) of vloggers2) gezocht!

De eindexamens staan weer volop in de belangstelling. De redactie van de website Jouw Eindexamen is dan ook op zoek naar leerlingen die dit jaar examen doen. Zit jij in de vierde klas vmbo, ben je handig met internet, kun je goed communiceren? Dan ben jij degene die wij zoeken! We willen namelijk op onze examensite www.jouweindexamen.nl vmbo-leerlingen volgen tijdens de afname van het landelijk examen en we zoeken daarvoor bloggers en vloggers.

We vragen je op elke examendag een blog of een vlog te maken over je ervaringen tijdens die dag. Deze blogs en vlogs plaatsen we dan op onze site.

Ben jij de blogger of vlogger die we zoeken? Schrijf dan een e-mail naar onze redactie via redactie@jouweindexamen.nl waarin je uitlegt waarom we op zoek zijn naar jou!

noot 1 Bloggen is het bijhouden van een persoonlijk dagboek op internet. noot 2 Vloggen is het bijhouden van een persoonlijk dagboek op internet met videobeelden.

Vraag 25 12 punten

Schrijf een enthousiaste e-mail naar de redactie van Jouw Eindexamen waarin je aangeeft graag een bijdrage te willen leveren.

Bekijk het antwoord

Score = 6 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Indien de volgende elementen onjuist zijn of ontbreken: De kandidaat

Score = 4 scorepunten minus aftrek. De score kan niet lager zijn dan 0.

Let op: Om taalgebruik te kunnen beoordelen, moet de uitwerking van de kandidaat een minimum aantal woorden bevatten. Als de uitwerking van de kandidaat uit minder dan 75 woorden bestaat, geen scorepunten voor taalgebruik toekennen. De voorgedrukte gegevens tellen niet mee voor het bepalen van het aantal woorden.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Nederlands 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0011-a-19-1-o

Andere examens Nederlands vmbo-bb

Hoe ToetsChecker Nederlands per vraagtype nakijkt, lees je op Nederlands toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over leesvaardigheid (14), tekstverbanden en signaalwoorden (5) en tekstsoorten en tekstdoelen (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0011-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen Nederlands vmbo-bb 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.