Eindexamen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Eilandjes-transplantatie, De waterteunisbloem, Het hart, Ontstoken amandelen, Kattenogen, Voedingsadvies, Maretak, Intensief sporten, Endometriose, Planten kruisen, De pimpelmees, Allemaal schimmels.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), zenuwstelsel en hormonen (8) en voortplanting (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering3, 9, 17-20, 38, 46-479
Zenuwstelsel en hormonen1-2, 12-16, 298
Voortplanting24, 28, 30-358
Ecologie36-37, 39, 44-45, 496
Planten en fotosynthese4-5, 21-235
Bloedsomloop6-8, 25, 275
Cellen40-434
Afweer10-11, 483
Ademhaling261

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2019: dit examen vroeg minder over ademhaling (2% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Eilandjes-transplantatie

Jordy heeft suikerziekte. Zijn eilandjes van Langerhans produceren te weinig van een bepaald hormoon. Hij doet mee aan een onderzoek waarbij hij eilandjes van Langerhans van een donor krijgt ingespoten. In de afbeelding is zo’n transplantatie schematisch weergegeven.

organen van een donor ontvanger

alvleesklier wordt uitgenomen

alvleesklier eilandjes van Langerhans eilandjes worden geisoleerd worden ingespoten in poortader eilandjes blijven steken in poortader en produceren daar hormonen

Vraag 1 1 punt

De getransplanteerde eilandjes blijven steken in de poortader. Daar produceren ze hormonen, die met het bloed worden meegevoerd. Door welk orgaan stroomt dit bloed als eerste vanuit de poortader?

  1. A door de alvleesklier
  2. B door de dunne darm
  3. C door de lever
  4. D door de maag

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 2 1 punt

Als het glucosegehalte van het bloed stijgt, maken de eilandjes van Langerhans meer van een bepaald hormoon. Onder invloed van dit hormoon daalt het glucosegehalte van het bloed. Dit wordt weergegeven in het volgende schema:

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

glucose- glucose- de eilandjes gehalte van gehalte van → maken meer → …2… → het bloed het bloed …1… stijgt daalt

Wat moet worden ingevuld bij 1 en bij 2?

bij 1 bij 2

A glucagon glucose wordt omgezet in glycogeen

B glucagon glycogeen wordt omgezet in glucose

C insuline glucose wordt omgezet in glycogeen

D insuline glycogeen wordt omgezet in glucose

Vraag 3 1 punt

Noem een orgaan waarin veel glycogeen kan worden opgeslagen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de lever/spieren (1)

De waterteunisbloem

De waterteunisbloem is een drijvende waterplant met grote, gele bloemen. Deze plant is afkomstig uit Zuid-Amerika en is in Nederland in de handel als vijverplant.

Vraag 4 1 punt

Vindt bestuiving bij deze plant plaats door insecten of door de wind? Leg je antwoord uit met behulp van de tekst.

Bekijk het antwoord
  • door insecten, uit de uitleg blijkt dat de plant grote/gele bloemen heeft (1)

Vraag 5 2 punten

De waterteunisbloem kan dichte matten vormen op het water, waardoor geen licht meer kan doordringen in het water. Hierdoor kan het water zuurstofarm worden. Leg uit dat het water zuurstofarm wordt als er, door dichte matten van waterteunisbloemen, geen licht kan doordringen.

Bekijk het antwoord
  • (onder de drijvende planten) weinig/geen fotosynthese kan optreden (1)
  • waardoor weinig/geen zuurstof wordt geproduceerd (1)

Het hart

In de afbeelding is het hart met een aantal bloedvaten schematisch weergegeven.

Vraag 6 1 punt

Welke letters in de afbeelding geven bloedvaten aan die behoren tot de kleine bloedsomloop?

  1. A de letters P en Q
  2. B de letters P en R
  3. C de letters P en S
  4. D de letters Q en R
  5. E de letters Q en S
  6. F de letters R en S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 7 1 punt

Welke letter geeft het bloedvat aan waarin de bloeddruk het hoogst is?

  1. A de letter P
  2. B de letter Q
  3. C de letter R
  4. D de letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 8 1 punt

Naomi heeft een hartafwijking. Er is bij haar een opening tussen de hartkamers op plaats T in de afbeelding. Hierdoor stroomt bloed van haar linkerkamer naar haar rechterkamer, als de kamers zich samentrekken. In welk bloedvat zal de hoeveelheid zuurstof in het bloed bij Naomi hoger zijn dan bij iemand zonder deze afwijking?

  1. A in de aorta
  2. B in de holle ader
  3. C in de longader
  4. D in de longslagader

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Ontstoken amandelen

De amandelen zijn een onderdeel van het lymfevatenstelsel. Ze hebben een functie bij de afweer tegen ziekteverwekkers. Amandelen kunnen ontstoken raken en daardoor opzwellen. Hierdoor krijg je keelpijn en pijn in de hals.

Vraag 9 1 punt

Opgezwollen amandelen maken het slikken moeilijker. Het deel dat in de afbeelding is aangegeven met de letter P, sluit dan niet goed. Hoe heet dit deel?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • huig (1)

Vraag 10 1 punt

De bacteriën die de ontsteking van de amandelen veroorzaken, kunnen vanuit de keelholte in de trommelholte terechtkomen. Dit kan leiden tot een middenoorontsteking. Langs welke weg kunnen deze bacteriën in de trommelholte terechtkomen?

  1. A via de buis van Eustachius
  2. B via de gehoorgang
  3. C via het slakkenhuis
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 11 1 punt

Bij een ernstige amandelontsteking ontstaat etter. Etter bestaat uit dode bacteriën en bloeddeeltjes die betrokken zijn bij de bestrijding van ziekteverwekkers. Welke bloedddeeltjes zijn dit?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Kattenogen

Katten kunnen bij weinig licht nog goed zien. Door een aangepaste bouw van de ogen kunnen zij hun pupilgrootte meer variëren dan de mens. In de afbeelding zie je een deel van een kattenoog met daarin een pupil bij weinig licht.

Vraag 12 1 punt

In de afbeelding geeft P het deel van het oog aan dat rondom de pupil ligt. In dit deel bevinden zich de spieren die betrokken zijn bij de pupilreflex. Geef de naam van P.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • iris/regenboogvlies (1)

Als de ogen worden beschenen met een felle lamp worden de pupillen kleiner, doordat de spieren rondom de pupil samentrekken. Dit wordt de pupilreflex genoemd.

Vraag 13 1 punt

Hieronder staan drie verschillende vormen van een pupil.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

1 2 3

Welk cijfer geeft de vorm van de pupil van de kat in fel licht juist weer?

A cijfer 1

B cijfer 2

C cijfer 3

Bij de pupilreflex gaan er impulsen vanuit het oog via het centraal zenuwstelsel naar de spieren rondom de pupil.

Vraag 14 1 punt

Door welk deel van het centraal zenuwstelsel worden de impulsen geleid om de pupilreflex te laten optreden?

  1. A door de grote hersenen
  2. B door de hersenstam
  3. C door de kleine hersenen
  4. D door het ruggenmerg

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 15 1 punt

Door welk soort zenuwcellen worden de impulsen vanuit het centraal zenuwstelsel naar de spieren rondom de pupil geleid?

  1. A door bewegingszenuwcellen
  2. B door gevoelszenuwcellen
  3. C door schakelcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 16 1 punt

Om een prooi te kunnen vangen moet een kat goed afstanden kunnen schatten. De afstand kan het best geschat worden als de prooi met beide ogen tegelijk wordt gezien. Door de plaats van de ogen in de schedel kunnen katten een groot deel van hun gezichtsveld met beide ogen tegelijk zien (zie de afbeelding).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 140° (1)

Voedingsadvies

In Nederland wordt al sinds 1953 voedingsadvies gegeven met behulp van een afbeelding met verschillende groepen voedingsmiddelen. Bij de indeling van deze groepen wordt gekeken naar de voedingsstoffen die deze voedingsmiddelen leveren. Hieronder zie je hoe deze afbeelding in de loop van de jaren veranderd is.

Vraag 17 1 punt

In de afbeelding van 1953 staan aardappels in dezelfde groep als groente en fruit. Vanaf 1981 zijn aardappels verplaatst naar de groep met brood en pasta, omdat deze voedingsmiddelen veel van dezelfde voedingsstof leveren. Welke stof is dit?

  1. A eiwit
  2. B vet
  3. C zetmeel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 18 1 punt

Vergelijk de afbeelding van 1981 met die van 2004. In 1981 bestond de afbeelding uit vier groepen. In 2004 is er een vijfde groep bijgekomen. Welke voedingsstof levert deze vijfde groep vooral?

  1. A eiwitten
  2. B koolhydraten
  3. C mineralen
  4. D vetten
  5. E vitamines
  6. F water

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 19 1 punt

Rond 1953 hadden veel kinderen een tekort aan kalkzouten. Omdat zuivelproducten veel kalkzouten bevatten, is voor deze producten toen een aparte groep gemaakt. Gebruikt het lichaam deze zouten vooral als bouwstoffen, als brandstoffen of als reservestoffen?

  1. A vooral als bouwstoffen
  2. B vooral als brandstoffen
  3. C vooral als reservestoffen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 20 2 punten

Eén van de adviezen uit de Schijf van Vijf van 2004 luidt: “Niet te veel”. Niet alleen te veel eten, maar ook weinig bewegen kan leiden tot overgewicht. Leg uit dat ook weinig bewegen kan leiden tot overgewicht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • er (bij weinig bewegen) minder verbranding is (1)
  • waardoor (meer) brandstof / energierijke stof wordt opgeslagen als reservestof (dan bij veel bewegen) (1)

Maretak

De maretak, ook wel mistletoe genoemd, is een plant die op takken van bepaalde bomen groeit (zie de afbeelding hieronder). Hij heeft het hele jaar door groene bladeren. In het voorjaar heeft de maretak geelgroene bloemen.

Vraag 21 1 punt

De maretak neemt water en zouten op uit de vaatbundels van de boom. Uit welke vaten van de boom neemt de maretak zowel water als zouten op?

  1. A alleen uit bastvaten
  2. B alleen uit houtvaten
  3. C zowel uit bastvaten als uit houtvaten

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 22 1 punt

De boom in de afbeelding kan in de winter geen energierijke voedingsstoffen maken. De maretak kan dit wel. Leg uit waardoor de maretak in de winter wel energierijke voedingsstoffen kan maken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de maretak in de winter (wel) bladeren heeft. (1)

Vraag 23 2 punten

In de maretak vindt zowel verbranding als fotosynthese plaats. Over deze processen bij de maretak worden vier beweringen gedaan.

1 Fotosynthese kan in alle levende cellen van de maretak plaatsvinden.

2 Verbranding kan in alle levende cellen van de maretak plaatsvinden.

3 Fotosynthese kan alleen plaatsvinden in het licht.

4 Verbranding kan alleen plaatsvinden in het donker. Noteer de nummers 1 tot en met 4 op je antwoordblad en geef achter elk nummer aan of de bijbehorende bewering juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 onjuist 2 juist 3 juist 4 onjuist indien vier antwoorden goed (2) indien drie antwoorden goed (1) indien minder dan drie antwoorden goed (0) (2)

Vraag 24 1 punt

De maretak heeft kleine, geelgroene bloemen die mannelijk of vrouwelijk zijn. Uit een vrouwelijke bloem kan een vrucht met een zaad gevormd worden. In de afbeelding is schematisch een vrouwelijke bloem van de maretak te zien.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (letter) R (1)

Intensief sporten

In Nederland overlijden jaarlijks ongeveer 200 mensen tijdens of vlak na intensief sporten. Vaak is een hartinfarct de oorzaak. Een hartinfarct kan het gevolg zijn van een verstopping van een kransslagader. Een deel van de hartspier krijgt dan onvoldoende zuurstof aangevoerd en sterft af.

Vraag 25 1 punt

De verstopping van een kransslagader kan ontstaan door erfelijke aanleg of door ongezond gedrag. Geef een voorbeeld van ongezond gedrag dat een oorzaak kan zijn van een hartinfarct.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − stress − roken − weinig bewegen − ongezond eten − te veel eten (1)

Vraag 26 1 punt

Zuurstof is nodig voor de verbranding. De spiercellen van het hart verbruiken behalve zuurstof nog een stof bij de verbranding. Geef de naam van deze brandstof.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een andere brandstof noemt die in het lichaam voorkomt, het scorepunt toekennen.

Vraag 27 1 punt

Een verstopping van een kransslagader kan het gevolg zijn van een ophoping van bloedstolsels. Welke bloeddeeltjes laten zulke stolsels ontstaan?

  1. A bloedplaatjes
  2. B rode bloedcellen
  3. C witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Endometriose

Endometriose is een afwijking waarbij het baarmoederslijmvlies niet alleen in de baarmoeder zit, maar ook op andere plekken in de buikholte aanwezig is. Tijdens de menstruatiecyclus verandert de dikte van het baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder ook.

Vraag 28 1 punt

Op welk moment in de menstruatiecyclus is het baarmoederslijmvlies het dikst?

  1. A tijdens de menstruatie
  2. B tijdens de ovulatie
  3. C vlak na de menstruatie
  4. D vlak voor de menstruatie
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 29 1 punt

Het slikken van de anticonceptiepil vermindert de buikpijn door endometriose. Hormonen uit deze pil remmen de opbouw van het slijmvlies in en buiten de baarmoeder. Via welk orgaanstelsel bereiken hormonen het baarmoederslijmvlies in de buikholte?

  1. A via het bloedvatenstelsel
  2. B via het voortplantingsstelsel
  3. C via het zenuwstelsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 30 1 punt

Endometriose kan op veel plekken in de buikholte voorkomen, bijvoorbeeld tussen de baarmoeder en de endeldarm. In de afbeelding worden drie plekken met een letter aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (letter) R (1)

Welke van deze drie letters geeft de plek tussen baarmoeder en endeldarm aan?

Vraag 31 1 punt

Volgens een krantenartikel heeft 12,5% van alle vruchtbare vrouwen last van endometriose. Er zijn op een bepaald moment 3.360.000 vruchtbare vrouwen in Nederland. Hoeveel vruchtbare vrouwen in Nederland hebben dan last van endometriose?

Bekijk het antwoord
  • (1% van 3.360.000 = 33.600) (12,5 x 33.600 =) 420.000 (1)

Vraag 32 1 punt

Endometriose kan ook in de eileiders voorkomen. Als gevolg daarvan kunnen de eileiders verstopt raken, waardoor een vrouw onvruchtbaar kan worden. Leg uit waardoor een vrouw onvruchtbaar is als de eileiders geheel verstopt zijn.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de zaadcel de eicel niet kan bereiken. (1)

Planten kruisen

Een bloemenkweekster brengt met een kwastje stuifmeel over van een bloem naar een andere bloem van dezelfde plantensoort. Ze heeft hiervoor planten met bepaalde eigenschappen geselecteerd om die met elkaar te kruisen.

Vraag 33 1 punt

Over de beschreven manier van voortplanting worden twee uitspraken gedaan.

1 De kweekster wil er met het overbrengen van stuifmeel voor zorgen dat de plant zaden gaat maken.

2 Deze manier van voortplanting is ongeslachtelijke voortplanting. Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

  1. A geen van beide
  2. B alleen 1
  3. C alleen 2
  4. D zowel 1 als 2
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 34 1 punt

Hoe heet het overbrengen van stuifmeel op de stempel van een andere bloem van dezelfde plantensoort?

  1. A bestuiving
  2. B bevruchting
  3. C ontwikkeling
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 35 1 punt

Hoe heet het deel van de bloem waaruit het stuifmeel afkomstig is?

  1. A helmknop
  2. B stempel
  3. C zaadbeginsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

De pimpelmees

De pimpelmees is een vogel die veel te zien is in bossen en tuinen. Onderzoekers hebben ontdekt dat pimpelmezen steeds vroeger in het jaar beginnen met broeden. In 2006 was dat op 10 april, terwijl dat in 1986 nog op 20 april was. Biologen denken dat dit te maken heeft met het warmer worden van de aarde. Daardoor zijn er vroeger in het seizoen al veel insecten. Pimpelmezen gebruiken vooral insecten als voedsel voor hun jongen. Fruittelers van appels en peren zien graag pimpelmezen in hun boomgaarden. De vogels eten daar bladluizen die de bladeren van appel- en perenbomen aantasten.

Vraag 36 1 punt

Schrijf een biotische factor op die volgens de informatie invloed heeft op het starten van het broedseizoen van pimpelmezen.

Bekijk het antwoord
  • (aanbod van) insecten/bladluizen/voedsel (1)

Vraag 37 2 punten

Schrijf een voedselketen op met drie schakels die in de informatie worden genoemd.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

de juiste voedselketen: (peren/appel)boom bladluis/insect pimpelmees

Vraag 38 1 punt

Een pimpelmees eet vooral insecten. In de afbeelding zie je vier snaveltypen van vogels.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Allemaal schimmels

Schimmels zijn

  • net als dieren
  • afhankelijk van andere organismen voor het opnemen van energierijke stoffen. Schimmels worden daarbij in drie groepen verdeeld:
  • parasieten: deze nemen stoffen op uit andere organismen en zijn nadelig voor deze organismen;
  • saprofyten: deze nemen stoffen op uit dode resten van organismen;
  • symbionten: deze nemen stoffen op uit plantenwortels, en geven in ruil daarvoor water en mineralen af aan de plant.

Vraag 39 1 punt

Veel schimmels zijn saprofyten. Zijn saprofyten consumenten, producenten of reducenten?

  1. A consumenten
  2. B producenten
  3. C reducenten
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gisten zijn eencellige schimmels. De bekendste gistsoort is bakkersgist, die wordt gebruikt bij het maken van brood. De cellen van bakkersgist zijn bolvormig en planten zich voort door deling. Gisten gebruiken suiker als brandstof. Uit suiker maken ze alcohol en koolstofdioxide. gist (400x)

Vraag 40 1 punt

Heeft een gistcel een celwand? En heeft een gistcel een celkern?

  1. A alleen een celkern
  2. B alleen een celwand
  3. C zowel een celkern als een celwand
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 41 1 punt

Is bij het maken van de foto van gist een hulpmiddel zoals een loep of een microscoop gebruikt?

  1. A nee
  2. B ja, een loep
  3. C ja, een microscoop

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 42 1 punt

In een krant stond een bericht dat een hert dronken in een bos was aangetroffen. De schrijver beweerde dat dit hert veel rottend fruit had gegeten. De suikers van het fruit waren afgebroken door gisten. Leg uit dat een dier dronken kan worden als het veel rottend fruit eet.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat gisten alcohol produceren (bij de afbraak van suiker in het fruit). (1)

Sofie en Ilias doen een experiment met gist. In de afbeelding zie je de proefopstelling.

De gist in de suikeroplossing maakt koolstofdioxide. Deze koolstofdioxide komt via een buis in een maatcilinder terecht. Sofie en Ilias onderzoeken welke invloed de hoeveelheid suiker in de oplossing heeft op de productie van koolstofdioxide. Ze doen vier metingen, steeds met een verschillende hoeveelheid suiker:

  • meting 1: 1 gram per 20 mL
  • meting 2: 2 gram per 20 mL
  • meting 3: 3 gram per 20 mL
  • meting 4: 4 gram per 20 mL 30 Vijf minuten na het daling begin van elke meting, waterpeil noteren Sofie en Ilias (mm) hoeveel millimeter het 20 waterpeil in de maatcilinder is gedaald. Dit is een maat voor de 10 hoeveelheid koolstofdioxide die daar steeds terechtkomt. De 0

0 1 2 3 4 resultaten staan in het hoeveelheid suiker (gram per 20 mL) diagram.

Vraag 43 1 punt

Sofie en Ilias doen een vijfde meting met een buis met evenveel gist als tijdens de eerste vier metingen, maar met een onbekende hoeveelheid suiker in de oplossing. Na vijf minuten meten ze dat het waterpeil 9,5 millimeter is gedaald. Hoeveel gram suiker bevond zich in de oplossing volgens het diagram?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1,5 (gram) (1)

Schimmels planten zich voort door middel van sporen. Als zo’n spore op een gunstige plek terechtkomt, groeit daaruit een netwerk van draden. Zo’n netwerk heet een zwamvlok. Bij veel schimmelsoorten vormen zich bolletjes op die zwamvlok. Uit zo’n bolletje groeit een paddenstoel die weer miljoenen sporen loslaat.

Sommige paddenstoelen worden als voedingsmiddel gebruikt, bijvoorbeeld champignons. Champignons worden in donkere ruimtes geteeld op een voedingsbodem van mest en stro (zie de afbeelding hieronder).

Vraag 44 1 punt

In de 17e eeuw werd ontdekt dat champignons op een mengsel van mest en stro groeien. Als de mest werd begoten met water waarin champignons waren gewassen, groeiden er meer champignons dan na het begieten met schoon water. Leg uit, met behulp van de informatie, waardoor er meer champignons groeiden na het begieten met het waswater van champignons.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat dit waswater (veel) sporen bevat. (1)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Vraag 45 1 punt

Champignons worden in het donker geteeld. Leg uit dat voor het telen van champignons geen licht nodig is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat champignons niet aan fotosynthese doen / geen bladgroenkorrels hebben / dat champignons energierijke stoffen opnemen. (1)

In de tabel staan gegevens over de voedingswaarde van champignons en van twee soorten vlees.

per 100 gram voedingsmiddel voedingsmiddel eiwitten vetten koolhydraten energie (gram) (gram) (gram) (kJ) champignons 4 0 0 68 rundvlees 20 13 0 834 varkensvlees 16 24 0 1184

Vraag 46 2 punten

Hoeveel gram champignons levert evenveel eiwit als 100 gram rundvlees? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: (20 : 4) x 100 = 500 (gram champignons)

Vraag 47 1 punt

In de laatste kolom van de tabel is te zien dat 100 gram varkensvlees meer energie levert dan 100 gram champignons. Leg uit waardoor 100 gram varkensvlees meer energie levert dan 100 gram champignons.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat varkensvlees (per 100 gram) meer eiwit/vet / energierijke stoffen bevat. (1)

Op de huid van een gezond persoon komen ongeveer 80 verschillende schimmelsoorten voor. Een aantal van deze schimmels kunnen infecties veroorzaken. Een veel voorkomende schimmelinfectie is zwemmerseczeem. De schimmel die dit veroorzaakt, heet Tinea pedis. Deze schimmel tast de buitenste laag van de opperhuid aan en groeit vooral goed op warme, vochtige plekken zoals tussen de tenen.

Vraag 48 1 punt

Hoe heet de laag van de opperhuid die wordt aangetast door de schimmel Tinea pedis?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • hoornlaag (1)

Vraag 49 1 punt

Noem een abiotische factor uit de informatie die van invloed is op het ontstaan van zwemmerseczeem.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • één van de volgende abiotische factoren: − temperatuur/warmte − vocht/water (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-18-1-o

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), zenuwstelsel en hormonen (8) en voortplanting (8).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.