Eindexamen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Het aalputmotje, Galactose, Polio, De klapekster, Een blauwe plek, Ahorn-siroop, Een anticonceptie-gel, Foliumzuur, Wieren, door, Ziek door longwormen, Endocarditis, Ziekte van Weil bij honden, Orka in de overgang, Horen wat er niet is.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1 telt 46 vragen. De meeste vragen gaan over planten en fotosynthese (10), bloedsomloop (8) en voortplanting (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Planten en fotosynthese13-19, 28-3010
Bloedsomloop6, 10-12, 32, 35-378
Voortplanting20-22, 25, 27, 42-437
Ademhaling2-3, 8, 33-345
Zenuwstelsel en hormonen7, 23, 44-465
Afweer38-414
Ecologie1, 9, 313
Voeding en vertering4-5, 243
Erfelijkheid261

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg meer over planten en fotosynthese (22% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over voeding en vertering (7% van de vragen, gemiddeld 16%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Het aalputmotje

Het aalputmotje is een insect dat vaak wordt aangezien voor een fruitvliegje. Het is ongeveer drie millimeter groot en eet dode resten van organismen.

Vraag 1 1 punt

Voedingsstoffen in dode resten van organismen leveren energie aan het aalputmotje. Welke voedingsstoffen leveren energie?

  1. A koolhydraten en mineralen
  2. B koolhydraten en vetten
  3. C koolhydraten en vitamines
  4. D vetten en mineralen
  5. E vetten en vitamines
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 2 1 punt

Aalputmotjes komen over de hele wereld voor. Ze leggen hun eitjes in water. De larven die uit de eitjes komen, kunnen leven in een omgeving waar bijna geen zuurstof is. Toch hebben de larven zuurstof nodig. Hoe heet het stofwisselingsproces waarbij de larven zuurstof verbruiken?

Bekijk het antwoord
  • verbranding (1)

Vraag 3 1 punt

Waarmee neemt een volwassen aalputmotje zuurstof op uit de omgeving?

  1. A met de huid
  2. B met kieuwen
  3. C met longen
  4. D met tracheeën
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Galactose

In melk en andere zuivelproducten zit melksuiker. Stoffen in verteringssappen breken melksuiker af. Daarbij ontstaat galactose, die in het bloed opgenomen wordt.

Vraag 4 1 punt

Hoe heten de stoffen in de verteringssappen die melksuiker afbreken?

Bekijk het antwoord
  • (verterings)enzymen (1)

Vraag 5 1 punt

Waar wordt de galactose in het bloed opgenomen?

  1. A in de mond
  2. B in de slokdarm
  3. C in de dunne darm
  4. D in de dikke darm
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 6 1 punt

Op een gegeven moment komt de galactose in de lever terecht. Hoe heet het bloedvat dat galactose naar de lever brengt?

Bekijk het antwoord
  • poortader / leverslagader (1)

Polio

Polio is een besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door het poliovirus. Bij polio ontstaan in het ruggenmerg ontstekingen in zenuwcellen, waardoor verlammingen kunnen optreden, vooral in de benen.

Vraag 7 1 punt

Door de ontstekingen worden vooral zenuwcellen aangetast die impulsen vanuit het ruggenmerg naar spieren geleiden. Wat is de naam van deze zenuwcellen?

  1. A bewegingszenuwcellen
  2. B gevoelszenuwcellen
  3. C schakelcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 8 1 punt

Bij polio kunnen ook de ademhalingsspieren verlamd raken. Drie groepen spieren zijn buikspieren, middenrifspieren en tussenribspieren. Welke van deze groepen spieren zijn betrokken bij de ademhaling?

  1. A alleen buikspieren en middenrifspieren
  2. B alleen buikspieren en tussenribspieren
  3. C alleen middenrifspieren en tussenribspieren
  4. D buikspieren, middenrifspieren en tussenribspieren
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

De klapekster

Op internet is de volgende informatie over de klapekster te vinden.

Kenmerken:

  • De bovenzijde is grijs van kleur.
  • De onderzijde is wit.
  • Er is aan beide kanten een brede, zwarte oogstreep aanwezig.
  • De snavel heeft een haakvormige punt.
  • De staart is zwart, met witte strepen aan de zijkanten.
  • De vleugels zijn zwart, met een witte vlek aan de zijkant.

Vraag 9 1 punt

Vogels worden op grond van hun voedsel ingedeeld in drie groepen:

  • insecteneters
  • roofvogels
  • zaadeters De vogel op de afbeelding heeft volgens de informatie een kenmerk dat bij roofvogels hoort. Schrijf dit kenmerk op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De snavel heeft een haakvormige punt. (1)

Een blauwe plek

Als je je flink stoot, kan er een blauwe plek ontstaan. Bloedvaten onder de huid gaan kapot en het bloed komt tussen de cellen van het weefsel terecht (zie de afbeelding). Dit bloed zie je door de huid heen als een blauwe plek.

Vraag 10 1 punt

De letter P in de afbeelding geeft een bloeddeeltje aan. Hoe heet zo’n bloeddeeltje?

  1. A bloedplaatje
  2. B rode bloedcel
  3. C witte bloedcel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 11 2 punten

Er zijn drie typen bloedvaten. Hoe heet het type bloedvat dat je in de afbeelding ziet? Leg uit waaraan je in de afbeelding kunt zien dat het dit type bloedvat is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • haarvat(en) (1)
  • met een uitleg waaruit blijkt dat de wand uit één laag cellen bestaat / dat de wand (zeer) dun is (1)

Vraag 12 1 punt

Als het bloedvat is hersteld en de blauwe plek helemaal is verdwenen, bevindt zich tussen de cellen van het weefsel alleen een kleurloze vloeistof. Hoe heet deze vloeistof?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • weefselvloeistof/weefselvocht (1)

Ahorn-siroop

Ahorn-siroop wordt gemaakt uit het zoete sap van de suiker-esdoorn. Het sap wordt in het vroege voorjaar uit de boom gehaald door een gaatje te boren in de boomstam. Het sap wordt opgevangen in emmers (zie de afbeelding).

Het sap stroomt in de transportvaten die normaal water met mineralen vervoeren. Maar in het vroege voorjaar vervoeren deze vaten glucose. De glucose is afkomstig uit een reservestof in de wortels van de suiker-esdoorn.

Vraag 13 1 punt

Uit welk type transportvaten wordt het sap voor ahorn-siroop gehaald?

  1. A alleen uit bastvaten
  2. B alleen uit houtvaten
  3. C uit bastvaten en uit houtvaten

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 14 1 punt

Uit welke reservestof maken de wortels glucose?

  1. A uit glycogeen
  2. B uit koolstofdioxide
  3. C uit zetmeel
  4. D uit zuurstof

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 15 1 punt

De bladeren van de suiker-esdoorn vallen in de herfst van de boom af. In het voorjaar moet de boom nieuwe bladeren maken. Daarvoor is het nodig om sap met glucose van de wortels naar de takken te laten stromen. Leg uit dat glucose nodig is om nieuwe bladeren te maken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de takken glucose nodig hebben om energie vrij te maken (om nieuwe bladeren te kunnen maken) / als bouwstof (om nieuwe bladeren te kunnen maken). (1)

Vraag 16 2 punten

Voor het maken van 1 liter ahorn-siroop is 45 liter sap nodig. Uit een volgroeide boom kan in één voorjaar 38 liter sap worden gehaald. Hoeveel volgroeide bomen zijn nodig om in één voorjaar 5 liter ahorn- siroop te kunnen maken? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening:

5 x 45 = 225 liter sap nodig

225 : 38 = 6 bomen (of nauwkeuriger (5,92))

Opmerking Als een kandidaat beide berekeningen laat zien in één formule en tot een juist antwoord komt, beide scorepunten toekennen.

De suiker-esdoorn draagt bloemen in april en mei. De bloemen hangen in bundels aan lange stelen. De zaden verschijnen in augustus aan de boom. In de herfst kleuren de bladeren van de boom goudgeel tot rood.

bloemen zaden

Vraag 17 1 punt

De meeldraden en de stempels van de bloemen van de suiker-esdoorn hangen ver buiten de bloem. Uit dit gegeven kun je andere kenmerken van deze bloemen afleiden. Zijn de kroonbladeren van de suiker-esdoorn felgekleurd of onopvallend gekleurd? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat in zijn antwoord een relatie legt met de vorm van de vruchten, géén scorepunt toekennen.

Vraag 18 1 punt

Op welke manier worden de zaden van de suiker-esdoorn verspreid?

  1. A door de plant zelf
  2. B door de wind
  3. C door dieren

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 19 1 punt

Marijke en Teun praten over het van de boom afvallen van de bladeren aan het eind van de herfst. Marijke zegt: “Doordat de suiker-esdoorn zijn bladeren laat vallen, verliest hij in de winter minder water.” Teun zegt: “De mineralen uit de afgevallen bladeren komen weer in de grond terecht.” Wie heeft gelijk?

  1. A Geen van beiden heeft gelijk.
  2. B Alleen Marijke heeft gelijk.
  3. C Alleen Teun heeft gelijk.
  4. D Marijke heeft gelijk en Teun heeft gelijk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Een anticonceptie-gel

Onderzoekers zijn bezig om een nieuw voorbehoedmiddel voor mannen te testen. Het nieuwe middel is een gel die een arts bij een man inspuit. De anticonceptie-gel blokkeert de zaadleiders, zodat de zaadcellen er niet doorheen kunnen. De man kan nog wel klaarkomen. De gel blijft in de zaadleiders zitten totdat de man weer vruchtbaar wil zijn. Dan kan een arts de ingreep terugdraaien.

In de afbeelding zie je het voortplantingsstelsel van een man.

Vraag 20 2 punten

Sperma bestaat uit zaadcellen en zaadvocht. Tijdens het klaarkomen komt er bij deze man alleen zaadvocht uit de penis. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met organen. Door welke twee organen is het zaadvocht van deze man geproduceerd? Kruis deze twee organen aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als een kandidaat drie organen aankruist waaronder één juiste, géén scorepunt toekennen. Als een kandidaat drie organen aankruist waaronder twee juiste, 1 scorepunt toekennen. Als een kandidaat meer dan drie organen aankruist, géén scorepunten toekennen.

Vraag 21 1 punt

Welke letter in de afbeelding geeft het deel aan dat door de anticonceptie- gel geblokkeerd wordt?

  1. A letter P
  2. B letter S
  3. C letter T
  4. D letter U

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 22 1 punt

Een condoom gebruiken en sterilisatie zijn twee andere manieren van anticonceptie voor mannen. Welke van deze twee manieren komt het meest overeen met de werking van de anticonceptie-gel? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • sterilisatie, met een uitleg waaruit blijkt dat bij sterilisatie een blokkade in de zaadleiders wordt aangebracht (1)

Vraag 23 1 punt

Nadat de anticonceptie-gel is geplaatst, maken de teelballen nog steeds hormonen aan. Over deze hormonen worden twee beweringen gedaan:

1 Deze hormonen beïnvloeden de secundaire geslachtskenmerken.

2 Nadat de gel geplaatst is, kunnen deze hormonen andere organen niet meer bereiken. Wat is juist?

  1. A geen van beide
  2. B alleen bewering 1
  3. C alleen bewering 2
  4. D bewering 1 en bewering 2

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Foliumzuur

Foliumzuur is een vitamine die veel voorkomt in groente en fruit. Folium- zuur speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de foetus. Een tekort aan foliumzuur kan afwijkingen bij de foetus tot gevolg hebben.

Vraag 24 1 punt

Net als andere vitamines kan foliumzuur zonder vertering in het bloed worden opgenomen. Noem een andere groep voedingsstoffen die zonder vertering in het bloed kan worden opgenomen.

Bekijk het antwoord
  • mineralen / water (1)

Vraag 25 1 punt

In de afbeelding zie je een foetus in de baarmoeder.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Welke letter geeft een plaats aan waar foliumzuur in het bloed van de baby komt?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

Uit onderzoek blijkt dat ook muizen voldoende foliumzuur nodig hebben voor een normale embryonale ontwikkeling.

Wetenschappers onderzoeken of foliumzuur bij mannetjesmuizen invloed heeft op de ontwikkeling van hun nakomelingen. Ze gebruiken hiervoor twee groepen muizen (zie de tabel).

aantal opgegroeid met mannetjesmuizen groep 1 35 voldoende foliumzuur in het voedsel groep 2 35 tekort aan foliumzuur in het voedsel

Als de mannetjesmuizen volwassen zijn, laten de onderzoekers ze paren met vrouwtjesmuizen. Ze houden bij hoeveel vrouwtjesmuizen zwanger worden en hoeveel muizenbaby’s na de geboorte afwijkingen hebben. De resultaten staan in de tabel hieronder.

vrouwtjes zwanger na muizenbaby’s met paring (%) afwijkingen (%) groep 1 85 3 groep 2 52 27

Vraag 26 1 punt

De wetenschappers trekken de conclusie dat een tekort aan foliumzuur in het voedsel van mannetjesmuizen invloed heeft op de ontwikkeling van hun nakomelingen. Uit de resultaten kan nóg een conclusie getrokken worden. Schrijf deze conclusie op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • een juiste conclusie waaruit blijkt dat een tekort aan foliumzuur bij mannetjesmuizen leidt tot verminderde vruchtbaarheid van de mannetjesmuizen / tot minder zwangerschappen (bij de vrouwtjesmuizen) (1)

Vraag 27 1 punt

Moeten de vrouwtjesmuizen waarmee de mannetjesmuizen in dit onderzoek paren, opgegroeid zijn met voldoende foliumzuur in hun voedsel of met een tekort aan foliumzuur in het voedsel?

  1. A allemaal met voldoende foliumzuur in het voedsel
  2. B allemaal met een tekort aan foliumzuur in het voedsel
  3. C de helft met voldoende foliumzuur en de andere helft met een tekort aan foliumzuur in het voedsel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Wieren

In zee leven verschillende groepen planten, zoals groenwieren, roodwieren en bruinwieren. Groenwieren hebben bladgroenkorrels. Roodwieren en bruinwieren hebben andere kleurstofkorrels die dezelfde functie hebben als bladgroenkorrels. Wieren worden ook geteeld als voedsel voor mensen.

Vraag 28 1 punt

Zijn wieren consumenten, producenten of reducenten?

  1. A consumenten
  2. B producenten
  3. C reducenten
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 29 1 punt

Zonlicht bestaat uit verschillende kleuren licht. Elke kleur licht heeft een eigen golflengte (gemeten in nanometer (nm), zie de tabel). Hoe kleiner de golflengte is, hoe dieper die kleur licht doordringt in zeewater.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (de) roodwieren, met een uitleg waaruit blijkt dat deze wieren kleuren licht gebruiken die het diepst in zee doordringen / die de kleinste golflengtes hebben (1)

door

groenwieren groenwieren groenwieren groenwieren

Welke groep wieren kan het diepst in zee leven, de roodwieren of de bruinwieren? Leg je antwoord uit.

Op verschillende plaatsen in Nederland wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van wieren als voedsel voor mensen en dieren. Wieren bevatten veel mineralen en vitaminen en zijn makkelijk te telen. Wieren nemen voedingsstoffen op uit het zeewater en halen koolstofdioxide uit de lucht.

Vraag 30 1 punt

Wieren nemen koolstofdioxide op. Waarvoor gebruiken ze die koolstofdioxide?

Bekijk het antwoord
  • voor de fotosynthese / voor het maken van glucose/zuurstof (1)

Vraag 31 2 punten

Bij het telen van wieren moet rekening gehouden worden met abiotische factoren en biotische factoren in het zeewater, die invloed hebben op de groei. Geef een voorbeeld van zo’n biotische factor. Leg ook uit hoe deze factor de groei van de wieren beïnvloedt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeelden van een juiste biotische factor met een juiste uitleg:

  • dieren (in zee), die kunnen de groei beïnvloeden door van het zeewier te eten
  • bacteriën/schimmels, die kunnen de groei beïnvloeden door ziektes te veroorzaken
  • andere planten, die kunnen concurreren om licht en/of mineralen

Ziek door longwormen

Jonge zeehonden eten vis waar larven van longwormen in kunnen zitten. De larven van de longwormen gaan met het bloed vanuit de darmwand naar de longen. In de longen groeien de larven uit tot volwassen longwormen die zich voortplanten. De namen en de functies van de organen van zeehonden zijn hetzelfde als die bij mensen.

Vraag 32 1 punt

Met het bloed gaan de larven vanuit de darmwand naar de longen. Komen de larven daarbij door de grote bloedsomloop? En komen ze door de kleine bloedsomloop?

  1. A alleen door de grote bloedsomloop
  2. B alleen door de kleine bloedsomloop
  3. C door de grote en door de kleine bloedsomloop
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 33 1 punt

Door de longwormen raken de longblaasjes van de jonge zeehonden beschadigd. Daardoor kunnen deze jonge zeehonden minder lang onder water blijven dan gezonde jonge zeehonden. Leg dat uit.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat deze jonge zeehonden (door de beschadigde longblaasjes) minder zuurstof (in het bloed) kunnen opnemen. (1)

Vraag 34 1 punt

Soms hoesten de jonge zeehonden longwormen op. In het schema hieronder zie je de weg die de longwormen dan afleggen. Twee delen van het ademhalingsstelsel zijn door nummers vervangen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Endocarditis

Yasmina heeft een wondje in haar mond. Via dit wondje zijn bacteriën in haar bloed terechtgekomen. Deze bacteriën veroorzaken een infectie in de linkerhartklep van Yasmina. Zo’n infectie wordt endocarditis genoemd. In de afbeelding zie je de bloedsomloop schematisch weergegeven.

Vraag 35 2 punten

In het schema hieronder zie je de weg die de bacteriën hebben afgelegd vanuit de mond van Yasmina naar haar linkerhartklep. Drie bloedvaten zijn met nummers aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: holle ader longader longslagader nummer 1 X nummer 2 X nummer 3 X indien drie kruisjes juist ingevuld (2) indien twee kruisjes juist ingevuld (1) indien één of geen kruisje juist ingevuld (0) (2)

halsader … (1) … hart … (2) … … (3) … linkerhartklep

Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan welke bloedvaten bij de nummers 1, 2 en 3 horen te staan.

Vraag 36 1 punt

Door de infectie sluit de linkerhartklep van Yasmina minder goed. De doorstroming van het bloed in haar hart is daardoor veranderd. Leg uit hoe de doorstroming verandert als de linkerhartklep niet goed sluit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er bloed (naar de boezem) terugstroomt / de doorstroming (naar de aorta) minder wordt. (1)

Vraag 37 1 punt

Omdat de infectie niet overgaat, krijgt Yasmina een infuus met antibiotica. De naald van het infuus wordt in haar linkerarmader geprikt. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met twee uitspraken over de linkerarmader. Kruis bij elke uitspraak aan of die juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Ziekte van Weil bij honden

De ziekte van Weil kan worden veroorzaakt door tien soorten eencellige organismen die gemiddeld 0,01 mm lang zijn (zie de afbeelding). Ze hebben een celwand, maar geen celkern.

Honden kunnen besmet raken door water uit een modderpoeltje te drinken. Een hond kan ingeënt worden tegen de ziekte van Weil. De namen en functies van de organen van honden zijn hetzelfde als die bij mensen.

Vraag 38 1 punt

Wordt de ziekte van Weil veroorzaakt door schimmels of door bacteriën? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (door) bacteriën, met een uitleg waaruit blijkt dat de ziekteverwekkers geen celkern hebben (1)

Vraag 39 1 punt

In de afbeelding hieronder zie je het oog van een hond. Bij een hond met de ziekte van Weil verandert na verloop van tijd de kleur op plaats R van wit naar geel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Wat is de naam van het deel dat verkleurt?

A harde oogvlies

B hoornvlies

C iris

D vaatvlies

Vraag 40 1 punt

Bij een hond met de ziekte van Weil zijn bloeddeeltjes actief om de ziekteverwekker te bestrijden. Welke bloeddeeltjes zijn dat?

  1. A de bloedplaatjes
  2. B de rode bloedcellen
  3. C de witte bloedcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 41 1 punt

Een hond kan ingeënt worden tegen de ziekte van Weil. In de afbeelding hieronder zie je een schematische tekening van de huid. Tijdens de inenting prikt de dierenarts met een naald door de delen P en Q heen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Orka in de overgang

Orka’s zijn zoogdieren die in zee leven. Hun geslachtsorganen en hormoonklieren hebben dezelfde namen en functies als bij mensen. Vrouwelijke orka’s worden geslachtsrijp als ze tussen de 6 en 10 jaar oud zijn. Een vrouwelijke orka kan wel 90 jaar worden, maar vanaf haar 30e jaar wordt de vruchtbaarheid minder en komt ze in de overgang. Vanaf ongeveer haar 40e jaar stopt de ovulatie.

Vraag 42 1 punt

Geef de naam van de levensfase waarin een mens geslachtsrijp wordt.

Bekijk het antwoord
  • (de) puberteit (1)

Vraag 43 1 punt

Als de ovulatie is gestopt, kan er geen zwangerschap meer tot stand komen. Leg dat uit.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat er geen rijpe eicel meer vrijkomt (als de ovulatie stopt). (1)

Vraag 44 2 punten

Als een vrouwelijke orka in de overgang komt, verandert de productie van hormonen die haar vruchtbaarheid regelen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met hormoonklieren. Kruis bij elke klier aan of hormonen van deze klier de vruchtbaarheid wel of niet regelen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: hormonen van deze klier regelen de vruchtbaarheid wel niet bijnier X eierstok X hypofyse X schildklier X indien vier kruisjes juist ingevuld (2) indien drie kruisjes juist ingevuld (1) indien minder dan drie kruisjes juist ingevuld (0) (2)

Horen wat er niet is

Sommige mensen hebben last van oorsuizen. Ze horen dan bijvoorbeeld een pieptoon, terwijl er geen geluidsbron in de omgeving is die een pieptoon maakt.

Vraag 45 1 punt

In de afbeelding zie je het oor.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

Welke letter geeft het deel aan dat geluidsprikkels in impulsen omzet?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

E letter T

Vraag 46 1 punt

In welk deel van het centraal zenuwstelsel vindt de bewustwording van de pieptoon plaats?

  1. A in de hersenstam
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in de grote hersenen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-22-1-o

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1 telt 46 vragen. De meeste vragen gaan over planten en fotosynthese (10), bloedsomloop (8) en voortplanting (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-22-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.