Eindexamen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Meerkeuzevragen.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (11), bloedsomloop (9) en voeding en vertering (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voortplanting1, 24-27, 34-3911
Bloedsomloop8-10, 20-23, 40-419
Voeding en vertering5-7, 29, 33, 47, 497
Ecologie11-13, 15, 42-447
Planten en fotosynthese14, 16-195
Ademhaling30-32, 45-465
Zenuwstelsel en hormonen2-4, 484
Cellen281

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg meer over voortplanting (22% van de vragen, gemiddeld 15%) en ecologie (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over zenuwstelsel en hormonen (8% van de vragen, gemiddeld 16%) en afweer (0% van de vragen, gemiddeld 6%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.

Een bionisch oor

Vincent is doof geboren. Als hij 11 maanden oud is, krijgt hij een bionisch oor. Het bionische oor vangt geluidstrillingen op en zet deze geluidstrillingen om in elektronische signalen. Een kabeltje zet deze signalen weer om in trillingen, zodat Vincent iets kan horen.

In de afbeelding zie je hoe een bionisch oor met een kabeltje verbonden is met het natuurlijke oor van Vincent.

Vraag 1 1 punt

Hoe heet de levensfase waarin Vincent zijn bionische oor krijgt?

  1. A baby
  2. B kleuter
  3. C peuter
  4. D puber
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 2 2 punten

Het kabeltje van het bionische oor eindigt in een bepaald deel van het natuurlijke oor.

Geef de naam en de functie van dit deel.

Schrijf je antwoord zo op:

Naam: ................................................................

Functie: ................................................................

Schematische weergave van een bionisch oor met het kabeltje en het natuurlijke oor, waarbij de delen P, Q, R en S zijn aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

Naam: slakkenhuis

Functie: het omzetten van trillingen / prikkels in impulsen

Vraag 3 1 punt

In een natuurlijk oor geven de gehoorbeentjes trillingen door.

Welk deel van het oor laat de gehoorbeentjes trillen?

  1. A deel P
  2. B deel Q
  3. C deel R
  4. D deel S

Schematische weergave van een bionisch oor met het kabeltje en het natuurlijke oor, waarbij de delen P, Q, R en S zijn aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 2

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 4 1 punt

Na de plaatsing van het bionische oor kan Vincent voor het eerst geluiden horen.

In welk deel van het centraal zenuwstelsel wordt hij zich bewust van het geluid?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de hersenstam
  3. C in de kleine hersenen
  4. D in het ruggenmerg
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Galstenen

Soms ontstaan er vaste deeltjes in de gal die is opgeslagen in de galblaas. Deze deeltjes worden galstenen genoemd. Als een galsteen in de afvoerbuis van de galblaas terechtkomt, kan de gal niet goed doorstromen. De spijsvertering werkt dan minder goed.

Vraag 5 1 punt

Geef de naam van het orgaan dat gal maakt.

Bekijk het antwoord

(de) lever

Vraag 6 1 punt

In welk deel van het verteringsstelsel komt de gal bij het voedsel?

  1. A in de dikke darm
  2. B in de maag
  3. C in de slokdarm
  4. D in de twaalfvingerige darm
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 7 2 punten

Je ziet de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf bestaat uit vijf groepen voedingsmiddelen.

Als er weinig gal is, worden bepaalde voedingsstoffen minder goed verteerd.

Welke voedingsstoffen worden dan minder goed verteerd? Noteer ook het nummer van de groep waarin voedingsmiddelen met vooral die voedingsstoffen zitten.

Schrijf je antwoord zo op:

Naam voedingsstoffen: .........................................

Zitten vooral in groep: .........................................

De Schijf van Vijf met de vijf groepen voedingsmiddelen, genummerd 1 tot en met 5. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

vetten

3

Oedeem

Een oedeem is een ophoping van vloeistof in een weefsel. Klachten die hierbij kunnen ontstaan, zijn zwellingen en pijn. Een oedeem kan allerlei oorzaken hebben en kan in verschillende weefsels van het lichaam voorkomen.

Een patiënt heeft een oedeem. Bij de patiënt wordt eerst de lymfe onderzocht. Met een naald wordt er wat lymfe opgezogen. Je ziet een schematische afbeelding van een deel van het lichaam met de weefsels P, Q en R.

Vraag 8 1 punt

In P, Q en R tref je vloeistoffen aan.

Waar bevindt zich de lymfe?

  1. A in P
  2. B in Q
  3. C in R

Schematische afbeelding van een deel van het lichaam met een slagader, een ader en de weefsels P, Q en R. Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 9 1 punt

Bij de patiënt is uit de weefsels P, Q en R vloeistof opgezogen. De laboratoriummedewerker onderzoekt de drie soorten vloeistof met een microscoop.

In de afbeelding hieronder zie je een schematische tekening van wat zij bij een van de vloeistoffen ziet.

Kan deze vloeistof lymfe zijn? Leg je antwoord uit.

Schematische tekening van een microscopisch beeld van een vloeistof met onder meer rode bloedcellen en bloedplaatjes. Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

nee, met een uitleg waaruit blijkt dat er rode bloedcellen / bloedplaatjes te zien zijn (die in lymfe niet voorkomen)

Vraag 10 2 punten

Er wordt een stukje lymfevat onderzocht. Het lymfevat heeft kleppen en de wand is ongespierd. Deze kenmerken worden vergeleken met de kenmerken van de bloedvaten.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met kenmerken van bloedvaten.

Geef voor elk kenmerk met een kruisje aan bij welk type bloedvat het voorkomt.

adershaarvatenslagaders
dikke gespierde wanden
kleppen
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

adershaarvatenslagaders
dikke gespierde wandenX
kleppenX

per juist ingevulde regel

Wormen

Wormen leven in de bovenste laag van de bodem. Wormen eten de bladeren die van de bomen afgevallen zijn, om er voedingsstoffen uit te halen.

Biologen onderzochten de invloed van milieufactoren op de aanwezigheid van wormen. In gebieden met verschillende milieus deden zij waarnemingen. In elk gebied bepaalden zij:

  • het aantal verschillende soorten wormen;
  • het aantal wormen per liter bodem;
  • het gewicht van de wormen per liter bodem.

In de afbeelding zie je de invloed van milieufactoren op de aanwezigheid van wormen. Hoe groter de cirkel is, hoe belangrijker die milieufactor is.

Vraag 11 1 punt

Welke milieufactor is een biotische factor?

  1. A begroeiing
  2. B grondsoort
  3. C neerslag
  4. D temperatuur

Diagram met cirkels die per milieufactor de invloed op de aanwezigheid van wormen weergeven; hoe groter de cirkel, hoe belangrijker de factor. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 12 1 punt

Welke milieufactor is het minst belangrijk voor het aantal soorten wormen?

  1. A begroeiing
  2. B grondsoort
  3. C neerslag
  4. D temperatuur

Diagram met cirkels die per milieufactor de invloed op de aanwezigheid van wormen weergeven; hoe groter de cirkel, hoe belangrijker de factor. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 13 1 punt

De milieufactoren temperatuur en hoeveelheid begroeiing hebben invloed op de aanwezigheid van wormen in de bodem.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel over deze invloed.

Zet in elke rij één kruisje in het juiste vak.

zijn de wormen gemiddeld zwaarder.zijn er meer soorten wormen.zijn er meer wormen per liter bodem.
Bij een goede temperatuur
Bij een goede hoeveelheid begroeiing
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

zijn de wormen gemiddeld zwaarder.zijn er meer soorten wormen.zijn er meer wormen per liter bodem.
Bij een goede temperatuurX
Bij een goede hoeveelheid begroeiingX

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 14 1 punt

De activiteit van wormen is ook gunstig voor planten, omdat wormen schimmels door de bodem verspreiden.

Leg uit dat de aanwezigheid van schimmels gunstig is voor planten.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat schimmels (reducenten zijn en) zorgen voor de aanwezigheid van (voedings)zouten/mineralen voor de planten.

In de afbeelding hieronder zie je twee kenmerken van wormen en een deel van een determineertabel waarmee soorten wormen kunnen worden onderscheiden.

Wormen-determineertabel

stapkenmerk
1Heeft de worm een zadel?jaga door naar stap 2
neede worm is niet volwassen
2Is het hele lichaam aan de bovenkant gestreept?jaga door naar stap 4
neega door naar stap 3
3Is de worm groenig?jagroene worm
neega door naar stap 5
4Is de worm lang en dik?jacompostworm
neemestpier
5Is het eerste deel van de worm donker gekleurd?jaga door naar stap 7
neega door naar stap 6
6Zijn de laatste segmenten geel?jagewone geelstaartworm
neega door naar stap 8
7Is de worm als hij stil ligt 8 cm of langer?jaga door naar stap 9
neega door naar stap 15
8Heeft de worm een gele ring bij de kop?jagroene regenworm
neega door naar stap 13
9Zijn er uitstulpingen zichtbaar?jaga door naar stap 10
neerode regenworm
10Is de worm lang en dunner dan een potlood?jagrote regenworm
neegewone regenworm

Vraag 15 1 punt

In een tabel op de uitwerkbijlage staan twee stellingen over wormen en hun kenmerken.

Geef bij elke stelling met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
Alle volwassen wormen hebben een zadel.
Een mestpier heeft strepen aan de bovenkant.

Tekening van een worm met het zadel aangewezen, en een detail van de segmenten. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
Alle volwassen wormen hebben een zadel.X
Een mestpier heeft strepen aan de bovenkant.X

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Samenwerking tussen planten en bacteriën

Sommige planten werken samen met bepaalde bacteriën die in hun wortels leven. De bacteriën gebruiken stikstofgas uit de lucht om stikstofhoudende mineralen te maken. De mineralen geven ze aan de plant. De plant heeft deze mineralen nodig om te kunnen groeien. In ruil daarvoor krijgen de bacteriën suikers van de plant. De plaatsen waar veel van deze bacteriën leven, zijn zichtbaar en worden wortelknolletjes genoemd.

Vraag 16 1 punt

Stofwisseling, waaronder voeden en uitscheiden, zijn levenskenmerken van een plant.

Geef nog een ander levenskenmerk van een plant uit de informatie.

Foto van de wortels van een plant, met een wortelknolletje aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

groei(en)

Vraag 17 2 punten

Bacteriën en de cellen van de wortelharen van de plant hebben overeenkomstige en verschillende kenmerken.

Geef in de tabel op de uitwerkbijlage met een kruisje aan welke kenmerken de bacteriën en welke kenmerken de wortelcellen hebben.

celkerncelmembraancelwand
bacteriën
wortelcellen
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

celkerncelmembraancelwand
bacteriënXX
wortelcellenXXX

per juiste regel

Vraag 18 1 punt

Een plant die gebruikmaakt van deze bacteriën groeit beter als er voldoende lucht in de bodem zit.

Leg dat uit.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat er dan zuurstof beschikbaar is (voor de bacteriën en de wortelcellen).

Opmerking

Als de leerling antwoordt dat er dan stikstofgas beschikbaar is (om in stikstofmineralen om te zetten), dit ook goed rekenen.

Vraag 19 1 punt

De mineralen worden gemaakt door de bacteriën in de wortels en gaan naar de bladeren en de vruchten. De suikers worden gemaakt in de bladeren en gaan naar de bacteriën in de wortels.

Geef in de tabel op de uitwerkbijlage met een kruisje aan via welke vaten deze stoffen worden getransporteerd.

bastvatenhoutvaten
mineralen
suikers
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

bastvatenhoutvaten
mineralenX
suikersX

Opmerking

Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Een nieuwe nier

Dex is nierpatiënt. Zijn eigen nieren werkten niet goed en daarom heeft hij een donornier gekregen. Zijn eigen nieren zijn bij de operatie niet weggehaald. In de afbeelding hieronder zie je hoe de situatie na de operatie is.

Vraag 20 1 punt

Hoe heet het orgaanstelsel waar de nier bij hoort?

  1. A het bloedvatenstelsel
  2. B het uitscheidingsstelsel
  3. C het verteringsstelsel
  4. D het voortplantingsstelsel
  5. E het zenuwstelsel

Schematische afbeelding van de buikstreek met de nieren, de slagader, de ader, de donornier en de delen P en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 21 1 punt

De nieuwe nier van Dex is verbonden met een slagader en een ader. Ook is de nier via deel P verbonden met orgaan Q.

Geef de naam van deel P en van orgaan Q.

Schrijf je antwoord zo op:

Naam P: ........................................................

Naam Q: ........................................................

Schematische afbeelding van de buikstreek met de nieren, de slagader, de ader, de donornier en de delen P en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Naam P: urineleider

Naam Q: (urine)blaas

Vraag 22 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie uitspraken over de functie van de nieren.

Geef bij elke uitspraak met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.

juistonjuist
De nieren maken ureum.
De nieren verwijderen afvalstoffen uit het bloed.
De nieren slaan de urine op.
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
De nieren maken ureum.X
De nieren verwijderen afvalstoffen uit het bloed.X
De nieren slaan de urine op.X

Vraag 23 1 punt

Het bloed dat in de nierader komt, gaat terug naar het hart.

Via welk bloedvat stroomt het bloed terug naar het hart?

  1. A via de aorta
  2. B via de poortader
  3. C via een holle ader
  4. D via een kransader
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Doe-het-zelf-zaadtest

Marieke en Wesley willen graag een kind. Ze hebben vaak seks, maar het lukt niet om zwanger te worden. Wesley koopt een apparaat waarmee hij zijn sperma kan testen.

Het apparaat werkt zo:

Wesley doet wat sperma op een teststaafje. Via een app op zijn telefoon ziet hij het resultaat. Zie ook onderstaande afbeelding.

Vraag 24 1 punt

Sperma bestaat uit zaadcellen en veel vocht met voedingsstoffen. Tijdens de zaadlozing wordt het vocht toegevoegd aan de zaadcellen.

Geef de naam van een orgaan dat het vocht toevoegt.

  1. A eikel
  2. B bijballen
  3. C zaadblaasjes
  4. D zwellichamen

Schematische weergave van de test: een man, een beker met sperma, het apparaat met sensor, chip en usb, en een smartphone. Bekijk in Opgaven, pagina 12

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 25 1 punt

Wesley leest op zijn smartphone dat er weinig zaadcellen in zijn sperma aanwezig zijn.

In welk deel van het mannelijk voortplantingsstelsel worden zaadcellen geproduceerd?

  1. A in de bijballen
  2. B in de teelballen
  3. C in de prostaat
  4. D in de zaadleiders
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 26 1 punt

Het apparaatje meet ook de beweeglijkheid van de zaadcellen.

Leg uit waarvoor het belangrijk is dat de zaadcellen goed kunnen bewegen.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat de zaadcellen naar de eicel toe moeten kunnen zwemmen/bewegen / dat de zaadcellen anders de eicel niet kunnen bereiken.

Vraag 27 2 punten

De huisarts raadt aan om kunstmatige inseminatie te proberen. Daarbij worden in een laboratorium de meest beweeglijke zaadcellen geselecteerd en in een vloeistof gedaan. Deze vloeistof wordt op een gunstig moment in de baarmoeder van Marieke gebracht.

Op welk moment in de menstruatiecyclus is de kans op bevruchting na kunstmatige inseminatie het grootst? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • rond de ovulatie/eisprong / rond dag 14 (van de menstruatiecyclus)
  • met een uitleg waaruit blijkt dat dan een eicel beschikbaar is / komt

Opmerking

Bij een uitleg met de strekking ‘op dag 14 want dan is er een ovulatie’ ook 2 scorepunten toekennen.

Rimpelige huid

Als je lang in het water bent, wordt de huid van je voeten en handen rimpelig (zie de afbeelding). Uit onderzoek blijkt dat die rimpels ervoor zorgen dat je beter grip hebt op voorwerpen in het water. Een wetenschapper beweert dat dit een aanwijzing is voor de theorie dat de mens vroeger in het water leefde. Andere aanwijzingen voor deze theorie zijn:

  • Mensen kunnen blijven drijven in water.
  • Mensen hebben een duikreflex.
  • Mensen kunnen makkelijk zout uitscheiden.

Vraag 28 1 punt

Mensen kunnen blijven drijven in water doordat ze veel vetcellen hebben. In welke laag van de huid komen de meeste vetcellen voor?

  1. A in de hoornlaag
  2. B in de kiemlaag
  3. C in de lederhuid
  4. D in het onderhuids bindweefsel

Foto van een hand met gerimpelde vingers in water. Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 29 1 punt

De vetlaag helpt bij het blijven drijven, maar de vetlaag heeft ook andere functies.

Noem zo’n functie.

Bekijk het antwoord

opslag reservestoffen / isolatie/temperatuurregeling

Vraag 30 1 punt

Mensen hebben net als waterzoogdieren een duikreflex. Als het hoofd onder water komt, stopt de ademhaling door de duikreflex. Deze reflex is een onbewuste beweging die wordt geregeld door de hersenstam.

Je ziet de weg van de impuls bij deze reflex.

zintuig → gevoelszenuwcel → ____________ → bewegingszenuwcel → ademhaling stopt

Wat moet er staan op de plaats van het lege vakje?

  1. A grote hersenen
  2. B kleine hersenen
  3. C ruggenmerg
  4. D schakelcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 31 1 punt

Door de duikreflex stopt de ademhaling, waardoor de hoeveelheid zuurstof in het bloed afneemt.

Wat gebeurt er met de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed wanneer de ademhaling stopt?

  1. A Die blijft gelijk.
  2. B Die neemt af.
  3. C Die neemt toe.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 32 1 punt

De ademhaling wordt geregeld door het ademhalingscentrum in de hersenstam.

Je ziet een schematische tekening van een deel van het centraal zenuwstelsel.

Welke letter wijst naar de hersenstam?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Schematische tekening van een doorsnede van de hersenen, met de letters P, Q, R en S aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 14

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 33 1 punt

Zweten is een manier om zouten uit te scheiden. Zoogdieren die in het water leven, kunnen niet zweten. Mensen en sommige zoogdieren die op het land leven, zweten wel.

Welke andere functie heeft zweten voor mensen en dieren die op het land leven?

Bekijk het antwoord

regeling (lichaams)temperatuur / afkoelen

Opmerking

Voor een antwoord met de strekking ‘zweetgeur wordt gebruikt voor het vinden van een paringspartner’ ook 1 scoringspunt toekennen.

Luchtverontreiniging

In sommige regio’s is de lucht sterk vervuild met fijnstof. Bij mensen uit die regio’s wordt een hogere concentratie fijnstof in het bloed gemeten dan bij mensen uit gebieden met minder fijnstof. Zwangere vrouwen die in regio’s wonen met veel fijnstof in de lucht, krijgen daardoor vaker kinderen met een laag geboortegewicht. Ook worden baby’s vaker te vroeg geboren in deze regio’s.

Vraag 34 1 punt

Je ziet hier een afbeelding van een baarmoeder met een foetus.

Met welke letter is de placenta aangegeven?

  1. A met letter P
  2. B met letter Q
  3. C met letter R
  4. D met letter S
  5. E met letter T

Schematische tekening van een baarmoeder met een foetus, met de letters P, Q, R, S en T aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 15

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 35 1 punt

Wat is de functie van de placenta?

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

  • het embryo/de foetus voorzien van voeding / zuurstof
  • uitwisseling van (afval)stoffen tussen moeder en embryo/foetus

Vraag 36 1 punt

Fijnstof wordt door een zwangere vrouw ingeademd.

Langs welke weg komt een fijnstofdeeltje in het lichaam van de foetus?

  1. A longader → hart → aorta → placenta → navelstrengader
  2. B longader → hart → aorta → placenta → navelstrengslagader
  3. C longslagader → hart → aorta → placenta → navelstrengader
  4. D longslagader → hart → aorta → placenta → navelstrengslagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 37 1 punt

Niet alleen fijnstofdeeltjes, maar ook andere schadelijke stoffen kunnen via het bloed van de moeder de groei van de foetus beïnvloeden.

Noem een andere schadelijke stof die de groei van de foetus kan beïnvloeden.

Bekijk het antwoord

alcohol/nicotine/drugs/cafeïne/medicijnen

Vraag 38 1 punt

Linda is zwanger. Tijdens haar zwangerschap wordt er regelmatig gekeken of haar kindje goed groeit. Dit wordt gedaan door een apparaat op de buik van Linda te houden. Dit apparaat zendt geluidsgolven uit en vangt de teruggekaatste geluidsgolven meteen weer op. Het teruggekaatste geluid wordt omgezet in een beeld op een scherm (zie de afbeelding).

Hoe wordt deze manier van prenataal onderzoek genoemd?

Echobeeld van een foetus in de baarmoeder. Bekijk in Opgaven, pagina 16

Bekijk het antwoord

echo(scopie)

Vraag 39 1 punt

Linda maakt op de kalender aantekeningen over haar menstruaties en zwangerschap. Je ziet hier haar aantekeningen in onderstaande afbeelding.

Om te bepalen wanneer een bevalling zal plaatsvinden, wordt er gerekend met deze formule:

\text{datum bevalling} = \text{eerste dag van laatste menstruatie} + 40 \text{ weken}

Linda berekent met deze formule de datum van de bevalling.

In welke week wordt haar baby volgens de berekening geboren?

  1. A in week 42
  2. B in week 46

Kalenders van januari tot en met december 2022 met aantekeningen van Linda over menstruaties en de zwangerschapstest. Bekijk in Opgaven, pagina 17

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 40 1 punt

Bij de baby van Linda is de bloeddruk te hoog.

Van welk bloedvat wordt de bloeddruk bepaald?

  1. A van een ader
  2. B van een haarvat
  3. C van een slagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 41 1 punt

De baby van Linda blijft de komende jaren onder controle van een arts. Ze willen namelijk in de gaten houden of de bloeddruk hoog blijft. Een hoge bloeddruk is een gezondheidsprobleem, maar verhoogt ook de kans op andere gezondheidsproblemen.

Noem zo’n ander gezondheidsprobleem.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist antwoord:

  • hogere kans op een hartinfarct
  • hogere kans op hart- en vaatziekten
  • hogere kans op schade aan bloedvaten
  • hogere kans op nierfalen

Een sloot

Een leerling maakt dit voedselweb van organismen in en om een sloot.

Vraag 42 1 punt

Uit hoeveel schakels bestaat de voedselketen waarin de kikker voorkomt?

  1. A uit 1 schakel
  2. B uit 2 schakels
  3. C uit 4 schakels
  4. D uit 5 schakels
  5. E uit 6 schakels

Voedselweb van organismen in en om een sloot, met onder meer reiger, kikker, snoek, baars, voorn, watervlo en algen. Bekijk in Opgaven, pagina 19

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 43 1 punt

Hoeveel natuurlijke vijanden heeft de watervlo volgens dit voedselweb?

  1. A 1
  2. B 3
  3. C 4
  4. D 6
  5. E 7

Voedselweb van organismen in en om een sloot, met onder meer reiger, kikker, snoek, baars, voorn, watervlo en algen. Bekijk in Opgaven, pagina 19

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 44 1 punt

In de afbeelding zie je een piramide van biomassa.

Op welke plaats in deze piramide moeten de algen staan?

  1. A op plaats P
  2. B op plaats Q
  3. C op plaats R
  4. D op plaats S

Piramide van biomassa met de niveaus producenten (S), consumenten 1e orde (R), consumenten 2e orde (Q) en consumenten 3e orde (P). Bekijk in Opgaven, pagina 20

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 45 2 punten

De kikker is een amfibie.

Geef in de tabel op de uitwerkbijlage met een kruisje aan hoe de gaswisseling bij een kikkervisje plaatsvindt. Geef ook aan hoe de gaswisseling bij een volwassen kikker plaatsvindt.

huidkieuwenlongen
kikkervisje
volwassen kikker
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

huidkieuwenlongen
kikkervisjeXX
volwassen kikkerXX

Vraag 46 1 punt

Het bootsmannetje is een insect. In de afbeelding zie je hoe het bootsmannetje een luchtbel op zijn lichaam meeneemt onder water.

Via welke organen vindt bij insecten gaswisseling plaats?

Tekening van een bootsmannetje onder water met een luchtbel op het lichaam. Bekijk in Opgaven, pagina 20

Bekijk het antwoord

(via) tracheeën

Hardlopen

Sven traint om mee te doen aan een hardloopwedstrijd. In de week voor de wedstrijd eet hij veel koolhydraten. Volgens zijn trainer is dat belangrijk, omdat hij dan voldoende glycogeen in zijn beenspieren opgeslagen heeft.

Vraag 47 1 punt

De beenspieren slaan glycogeen op.

Welk ander orgaan slaat ook glycogeen op?

  1. A de alvleesklier
  2. B de dikke darm
  3. C de huid
  4. D de lever
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 48 2 punten

In de afbeelding zie je hormoonklieren P en Q. Tijdens het hardlopen geven deze twee klieren hormonen af. Deze hormonen zorgen ervoor dat glycogeen wordt omgezet in glucose.

Noteer de namen van deze hormonen.

Schrijf je antwoord zo op:

hormoon van klier P: ............................................

hormoon van klier Q: ............................................

Schematische tekening van de buikorganen met hormoonklier P (alvleesklier) en hormoonklier Q (bijnier) aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 21

Bekijk het antwoord

hormoon van klier P: glucagon

hormoon van klier Q: adrenaline

Opmerking

Als de kandidaat glucagon en adrenaline verwisselt, in totaal 1 scorepunt toekennen.

Vraag 49 1 punt

De trainer vertelt aan Sven: “Het glycogeen in je beenspieren zorgt ervoor dat je de wedstrijd langer vol kunt houden.”

Leg uit dat dit klopt.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat er (door de omzetting van glycogeen in glucose) voldoende glucose/brandstof aanwezig is / voldoende energie vrijkomt (om de spieren samen te trekken).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2023, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over voortplanting (11), bloedsomloop (9) en voeding en vertering (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-23-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.