Eindexamen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Meerkeuzevragen.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 53. Van 52 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), zenuwstelsel en hormonen (8) en bloedsomloop (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Voeding en vertering1, 5, 34, 42, 46, 48-49, 51, 539
Zenuwstelsel en hormonen13, 16, 21-22, 25, 32-33, 418
Bloedsomloop2, 4, 7-8, 14, 306
Planten en fotosynthese9-11, 19, 29, 366
Voortplanting12, 27, 38-40, 526
Ecologie20, 28, 35, 37, 505
Ademhaling26, 43-454
Afweer17-18, 473
Cellen6, 312
Evolutie31
Gedrag231
Erfelijkheid241

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Meerkeuzevragen

Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Er is sprake van normale situaties en gezonde organismen, tenzij anders vermeld.

De Afrikaanse pinguïn

Afrikaanse pinguïns hebben een zwarte rug en een witte buik. Het lichaam is bedekt met gladde veren. De kop is zwart met een smalle witte band boven de ogen. Direct boven de ogen hebben ze een roze vlek, waar een netwerk van bloedvaten onder de huid te zien is. Deze vlek is belangrijk voor de temperatuurregeling van de pinguïn. Afrikaanse pinguïns zijn viseters.

Vraag 1 1 punt

In de informatie staat dat de Afrikaanse pinguïn gladde veren heeft.

Leg uit dat deze eigenschap zorgt dat de pinguïn minder energie nodig heeft om te zwemmen.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat een pinguïn (door gladde veren/een gestroomlijnd lichaam) minder weerstand ondervindt in het water.

Vraag 2 1 punt

Als de lichaamstemperatuur van de pinguïn te hoog wordt, verwijden of vernauwen de bloedvaten boven de ogen zich dan? En geeft de pinguïn dan meer of minder warmte af aan zijn omgeving?

de bloedvatenpinguïn geeft meer / minder warmte af
Avernauwenmeer
Bvernauwenminder
Cverwijdenmeer
Dverwijdenminder
  1. A vernauwen, meer
  2. B vernauwen, minder
  3. C verwijden, meer
  4. D verwijden, minder
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Mauro vindt op internet een determineertabel voor pinguïns. In de tabel zijn de wetenschappelijke namen opgenomen.

Determineertabel voor pinguïns

1a. de pinguïn heeft een zwarte rugga verder met 2
b. de pinguïn heeft geen zwarte rugga verder met 3
2a. de pinguïn heeft een roze vlek boven het oogga verder met 4
b. de pinguïn heeft geen roze vlek boven het oogS. mendiculus
3a. de pinguïn heeft een grijze rugE. albosignata
b. de pinguïn heeft een blauwe rugE. minor
4a. de pinguïn heeft een smalle witte band boven de ogenS. humboldti
b. de pinguïn heeft een brede witte band boven de ogenS. demersus

Vraag 3 1 punt

Wat is de wetenschappelijke naam van de Afrikaanse pinguïn?

  1. A S. mendiculus
  2. B E. albosignata
  3. C E. minor
  4. D S. humboldti
  5. E S. demersus
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 4 1 punt

Het bloedvatenstelsel van een pinguïn is vergelijkbaar met dat van de mens. Een deel van het bloed stroomt vanaf het hart naar de huid. Wat is het eerste bloedvat waar het bloed dan doorheen stroomt?

  1. A de aorta
  2. B de holle ader
  3. C de longader
  4. D de longslagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 5 1 punt

Ganzen zijn ongeveer even grote vogels als pinguïns. De lengte van het darmkanaal is aangepast aan het voedsel dat een organisme eet. Ganzen eten voornamelijk gras.

Is het darmkanaal van een pinguïn in vergelijking met het darmkanaal van een gans korter, even lang of langer?

  1. A Het darmkanaal van een pinguïn is korter.
  2. B Het darmkanaal van een pinguïn en een gans is even lang.
  3. C Het darmkanaal van een pinguïn is langer.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

De nicotinepleister

Als je rookt, kan je verslaafd raken aan de nicotine die in een sigaret zit. Iemand die wil stoppen met roken, heeft daar soms hulp bij nodig. De nicotinepleister kan daarbij helpen. Deze wordt op de huid geplakt (zie afbeelding) en geeft gedurende de dag een bepaalde hoeveelheid nicotine af aan de huid. Via de huid komt de nicotine in het bloed terecht. De hoeveelheid nicotine in de pleister kan langzaam worden afgebouwd.

Vraag 6 1 punt

In de afbeelding hieronder is een deel van de huid te zien. De nicotine uit de pleister wordt via de huid opgenomen in het bloed. Tot in welke huidlaag zal de nicotine minimaal moeten doordringen om te worden opgenomen?

  1. A tot in de hoornlaag
  2. B tot in de kiemlaag
  3. C tot in de lederhuid

Doorsnede van de huid met een haar in zijn haarzakje, een talgklier, een zweetklier en bloedvaten. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 7 1 punt

Nicotine uit de pleister wordt opgenomen in het bloed. Door welk type bloedvat zal nicotine opgenomen worden in het bloed?

  1. A door een ader
  2. B door een haarvat
  3. C door een slagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 8 1 punt

De lever breekt nicotine af. Hoe vaak komt het bloed met nicotine minimaal door het hart als de nicotine van de huid naar de lever gaat?

  1. A geen enkele keer
  2. B één keer
  3. C twee keer
  4. D drie keer
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Het groeien van aardappelplanten

In de afbeelding zie je een aardappelplant met bloemen en met aardappelen. De bloemen kunnen roze of wit zijn. In de bodem waar aardappelplanten groeien, kunnen kleine wormen leven. Zij kunnen de wortels van de aardappelplant aantasten. Hierdoor kan de plant niet goed meer groeien. Dit heet aardappelmoeheid.

Vraag 9 2 punten

Aardappelen bevatten veel zetmeel.

Geef de naam van een indicator waarmee zetmeel in een aardappel aangetoond kan worden. En welke kleur neem je waar als zetmeel in de aardappel aanwezig is?

Schrijf je antwoord zo op:

naam indicator: ........................................................................................

waargenomen kleur: .................................................................................

Aardappelplant met bloemen en aardappelen aan de wortels. Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

naam indicator: jodium

waargenomen kleur: (kleurt) donkerblauw / paars / zwart

Vraag 10 1 punt

Zonder bladeren met bladgroenkorrels kunnen aardappelen niet goed groeien.

Leg uit waarom bladgroenkorrels nodig zijn bij de groei van aardappelplanten.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat in bladgroenkorrels fotosynthese plaatsvindt / glucose die bij fotosynthese gemaakt wordt, nodig is (om aardappelplanten) te laten groeien.

Vraag 11 1 punt

Door aardappelmoeheid kunnen aardappelplanten minder goed bepaalde stoffen opnemen met hun wortels.

Welke stof(fen) kunnen aardappelplanten dan minder goed opnemen?

  1. A koolstofdioxide
  2. B mineralen
  3. C stikstof
  4. D vitaminen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 12 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan in een tabel verschillende manieren waarop telers planten kunnen laten vermenigvuldigen.

Kruis in deze tabel aan op welke manier(en) aardappelplanten vermenigvuldigd kunnen worden.

manieren van vermenigvuldigen bij plantenmanieren van vermenigvuldigen bij aardappelplanten
bollen
knollen
uitlopers
wortelstokken
zaden
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

manieren van vermenigvuldigen bij plantenmanieren van vermenigvuldigen bij aardappelplanten
bollen
knollenX
uitlopers
wortelstokken
zadenX

De slak

Op de kop van de slak zitten vier sprieten. Met deze sprieten kan een slak prikkels waarnemen uit zijn omgeving. De bovenste twee sprieten bevatten zintuigcellen om te kunnen zien en de onderste twee sprieten bevatten zintuigcellen om geuren mee te kunnen waarnemen.

In de afbeelding hieronder zijn verschillende organen van de slak te zien, zoals de ademholte en het hart.

Vraag 13 1 punt

Wat is de adequate prikkel voor de zintuigcellen in de bovenste twee sprieten?

Zijaanzicht van een slak met de organen darmen, hart, ademholte, maag en mond; de bovenste en onderste sprieten zijn aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

licht

Opmerking

Aan het antwoord ‘zien’ geen scorepunt toekennen.

Vraag 14 2 punten

In de afbeelding is het hart van de slak weergegeven. De pijl geeft de stroomrichting van het bloed weer.

Is het bloed dat door het hart van de slak stroomt zuurstofrijk of zuurstofarm? Leg je antwoord uit.

Zijaanzicht van een slak met het hart, waarbij een pijl de stroomrichting van het bloed aangeeft; ook de ademholte is aangegeven. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

zuurstofrijk

met een uitleg waaruit blijkt dat het bloed van de ademhalingsorganen (ademholte) naar het hart stroomt

Vraag 15 2 punten

Behalve het bloedvatenstelsel en het zintuigstelsel zijn in de afbeelding ook delen van twee andere orgaanstelsels benoemd.

Noem deze twee orgaanstelsels.

Zijaanzicht van een slak met de organen darmen, hart, ademholte, maag en mond. Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

ademhalingsstelsel

verteringsstelsel

Een loopoor

Een middenoorontsteking kan ontstaan doordat bacteriën vanuit de keelholte naar het middenoor gaan. Door een ontsteking kan pus ontstaan. Wanneer er te veel pus is, kan er een gaatje in het trommelvlies komen. De pus kan dan het oor uit, dit heet een loopoor. Bij sommige kinderen kunnen in het trommelvlies buisjes geplaatst worden, zodat de pus gemakkelijk het middenoor uit kan via de gehoorgang.

Vraag 16 1 punt

In welk deel van het oor worden de buisjes geplaatst?

  1. A in deel P
  2. B in deel Q
  3. C in deel R
  4. D in deel S

Doorsnede van het oor met de aanduidingen P, Q, R en S. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 17 1 punt

Via welk deel kunnen bacteriën in het middenoor terechtkomen?

  1. A via deel P
  2. B via deel Q
  3. C via deel R
  4. D via deel S

Doorsnede van het oor met de aanduidingen P, Q, R en S. Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 18 1 punt

Bij een loopoor zitten in de pus bloeddeeltjes die helpen bij het onschadelijk maken van ziekteverwekkers.

Geef de naam van deze bloeddeeltjes die in de pus zitten.

Bekijk het antwoord

witte bloedcel(len)

Een vijver

Merve heeft voor biologie een poster gemaakt van een ecosysteem.

Vraag 19 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan de namen van drie organismen uit het ecosysteem van Merve.

Kruis in deze tabel aan welke organismen zuurstof maken.

organismemaakt zuurstof
algen
voorn
libelle

Poster van een vijver met reiger, libel, kikker, muggenlarve, algen, waterplanten, watervlooien, stekelbaars, voorn, resten organisch materiaal en de bodem. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

organismemaakt zuurstof
algenX
voorn
libelle

Vraag 20 1 punt

In het ecosysteem van Merve komt een muggenlarve voor.

Is de muggenlarve een consument, een producent of een reducent?

  1. A een consument
  2. B een producent
  3. C een reducent

Poster van een vijver met reiger, libel, kikker, muggenlarve, algen, waterplanten, watervlooien, stekelbaars, voorn, resten organisch materiaal en de bodem. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

De boa constrictor

De boa constrictor is een slang die jaagt op dieren zoals ratten. Bij het opsporen van een prooi speelt geur een belangrijke rol. De slang neemt geurdeeltjes waar met het orgaan van Jacobson, dat in de mond ligt. Dit orgaan is een holte met zintuigcellen. Deze zintuigcellen worden geprikkeld door de geurdeeltjes en geven impulsen af die naar het centraal zenuwstelsel worden geleid. Als een boa constrictor zijn prooi gevangen heeft, zal hij de prooi gaan wurgen. Na het wurgen eet de boa constrictor de prooi op.

Vraag 21 1 punt

Bij een boa constrictor is de verwerking van impulsen hetzelfde als bij de mens.

Waar worden de impulsen verwerkt zodat de boa constrictor de geur bewust waarneemt?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de kleine hersenen
  3. C in het orgaan van Jacobson
  4. D in de tong
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 22 1 punt

Via welk type zenuwcellen gaan de impulsen van de zintuigcellen naar het centrale zenuwstelsel?

  1. A via bewegingszenuwcellen
  2. B via gevoelszenuwcellen
  3. C via schakelcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 23 1 punt

Onderzoekers doen een onderzoek naar hoe boa constrictors ratten wurgen. De onderzoekers gebruiken daarvoor verdoofde ratten. De verdoofde ratten krijgen sensoren in de huid waarmee de onderzoekers de hartslag kunnen meten.

Elke maand krijgen de boa constrictors een verdoofde rat aangeboden. Na aan aantal maanden kunnen de onderzoekers concluderen dat de boa constrictors alleen de ratten met een hartslag blijven wurgen. Zodra de verdoofde rat geen hartslag meer heeft, stopt de boa constrictor met wurgen. Nadat de boa constrictor stopt met wurgen, verwijderen de onderzoekers de sensoren van de rat, zodat de boa constrictor zijn prooi veilig kan opeten.

Schrijf een mogelijke onderzoeksvraag op.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste onderzoeksvraag:

  • Wat gebeurt er met de rat waardoor de boa constrictor stopt met wurgen?
  • Stopt de boa constrictor met het wurgen van de rat als de hartslag van de rat stopt?
  • Op welk moment stopt de boa constrictor met het wurgen van de rat?
  • Wat doet de boa constrictor op het moment dat de hartslag van de rat stopt?

Een pasgeboren baby

De meeste foetussen worden tijdens de zwangerschap gecontroleerd op de groei en de ontwikkeling. Ook kunnen er bepaalde onderzoeken uitgevoerd worden om te kijken of de foetus een aandoening heeft of niet.

Als een baby geboren wordt, kan hij nog niet goed zien. Dit komt doordat bepaalde delen van het oog nog verder moeten ontwikkelen. Pasgeboren baby’s zien de eerste maanden alles in grijstinten, pas na drie maanden kunnen ze kleuren zien.

Vraag 24 1 punt

De moeder van Wout heeft tijdens de zwangerschap prenataal onderzoek laten uitvoeren. Er zijn toen cellen van de foetus weggenomen voor onderzoek.

Geef de naam van een vorm van prenataal onderzoek waarbij cellen van de foetus weggenomen worden.

Bekijk het antwoord

vlokkentest / vruchtwaterpunctie

Opmerking

Aan het antwoord ‘NIPT(-test)’ geen scorepunt toekennen.

Vraag 25 1 punt

Wout is net geboren. De verloskundige vertelt zijn ouders dat een bepaald deel van het oog nog verder moet ontwikkelen. Dit deel is aangegeven met de letter P in de afbeelding.

Hoe heet dit deel van het oog?

  1. A harde oogvlies
  2. B hoornvlies
  3. C netvlies
  4. D vaatvlies

Doorsnede van het oog met de aanduiding P op de binnenste laag aan de achterkant van het oog. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 26 1 punt

Wout drinkt na de geboorte al snel melk bij zijn moeder. Hij verslikt zich en moet hoesten. Een klepje in de keel had de luchtpijp niet goed afgesloten.

Geef de naam van dit klepje.

Bekijk het antwoord

strotklepje

De zomereik

Er zijn verschillende soorten eikenbomen, zoals de zomereik (zie de afbeelding). De zomereik is een boom met groene bladeren. In tijden van grote droogte laat hij een deel van zijn bladeren vallen. Als de zomereik bloeit, heeft hij onopvallende mannelijke én vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen maken veel, klein stuifmeel. Beide bloemen hebben geen geur.

Vraag 27 2 punten

Geef aan op welke manier de bloemen van de zomereik bestoven worden.

Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.

Tekening van een zomereik met bladeren, mannelijke en vrouwelijke bloemen en eikels. Bekijk in Opgaven, pagina 12

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat

  • de zomereik door de wind wordt bestoven.
  • de mannelijke bloemen veel (klein) stuifmeel maken / de bloemen geen geur hebben / onopvallend zijn.

Vraag 28 1 punt

In de periode van 2000 tot en met 2013 zijn op de Veluwe de hoeveelheden eikels geschat die geproduceerd werden door twee soorten eikenbomen, de zomereik en de Amerikaanse eik (zie de afbeelding).

Op de uitwerkbijlage staan in een tabel twee uitspraken.

Kruis in deze tabel aan of de uitspraken juist of onjuist zijn.

juistonjuist
De zomereik heeft elk jaar een grotere hoeveelheid eikels opgeleverd dan de Amerikaanse eik.
In 2004 heeft de zomereik dezelfde hoeveelheid eikels opgeleverd als in 2006.

Staafdiagram van de geschatte hoeveelheid eikels (miljoen kg) per jaar van '00 tot en met '13, verdeeld over zomereik en Amerikaanse eik. Bekijk in Opgaven, pagina 13

Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

juistonjuist
De zomereik heeft elk jaar een grotere hoeveelheid eikels opgeleverd dan de Amerikaanse eik.X
In 2004 heeft de zomereik dezelfde hoeveelheid eikels opgeleverd als in 2006.X

Vraag 29 1 punt

In de informatie staat dat zomereiken bladeren laten vallen bij grote droogte.

Leg uit wat hiervan het voordeel is voor de zomereiken.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de zomereik op deze manier uitdroging/waterverlies tegengaat.

Een bijensteek

Als je door een bij gestoken wordt, komt er gif in het wondje. Dit gif bevat mellitine, een stof die rode bloedcellen beschadigt. In de afbeelding zie je verschillende soorten bloedcellen.

Vraag 30 1 punt

Welke letter in de afbeelding geeft het bloeddeeltje aan dat door mellitine beschadigd wordt?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Afbeelding van verschillende bloedcellen in een cirkel, met de aanduidingen P, Q en R. Bekijk in Opgaven, pagina 14

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 31 1 punt

Mellitine beschadigt de buitenste laag van de rode bloedcellen.

Geef de naam van die buitenste laag.

Bekijk het antwoord

(het) celmembraan

Als je schrikt door een bijensteek, gaat de bijnier een bepaald hormoon maken. Door toename van dit hormoon in je bloed komt er onder andere meer glucose in je bloed.

Vraag 32 1 punt

In de afbeelding zie je het hormoonstelsel van een vrouw. Er worden twee organen aangewezen met de letters P en Q. Met welke letter wordt de bijnier aangegeven? En welk hormoon wordt door de bijnier aangemaakt?

orgaanmaakt het hormoon
APadrenaline
BPglucagon
CQadrenaline
DQglucagon
  1. A P, adrenaline
  2. B P, glucagon
  3. C Q, adrenaline
  4. D Q, glucagon

Silhouet van een vrouw met het hormoonstelsel; P wijst naar de alvleesklier en Q naar een orgaan boven op een van de nieren. Bekijk in Opgaven, pagina 15

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 33 1 punt

Welke lichamelijke verandering kan nog meer plaatsvinden na het vrijkomen van het hormoon uit de bijnieren?

  1. A De ademhaling wordt langzamer.
  2. B De bloedvaten worden wijder.
  3. C De hartslag wordt hoger.
  4. D De lichaamstemperatuur wordt lager.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 34 1 punt

Glucose kan tijdelijk opgeslagen worden in het lichaam in de vorm van glycogeen.

Welke organen slaan veel glycogeen op?

  1. A de alvleesklier en de huid
  2. B de alvleesklier en de lever
  3. C de spieren en de huid
  4. D de spieren en de lever
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Sorghum

Sorghum is een graansoort die in Afrika groeit. Er wordt brood, pap en bier van gemaakt. De graanoogst wordt beïnvloed door factoren zoals droogte en ziekteverwekkers. Ook door heksenkruid gaat een deel van de oogst verloren. Heksenkruid is een plant die groeit op de wortels van sorghum. Het neemt naast mineralen ook glucose op uit de transportvaten van sorghum.

Vraag 35 1 punt

Noem een abiotische factor die volgens de informatie invloed heeft op de oogst van sorghum.

Bekijk het antwoord

droogte

Opmerking

Aan het antwoord ‘temperatuur’ geen scorepunt toekennen.

Vraag 36 1 punt

Heksenkruid neemt glucose en mineralen op uit transportvaten van sorghum.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

Kruis in deze tabel aan uit welke vaten glucose en uit welke vaten mineralen worden opgenomen.

uit bastvatenuit houtvaten
glucose
mineralen
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

uit bastvatenuit houtvaten
glucoseX
mineralenX

Vraag 37 2 punten

Op de wortels van sorghum kunnen ook schimmels groeien.

Een stukje van een wortel van sorghum wordt bekeken door een microscoop. Er zijn schimmelcellen en wortelcellen te zien. Er wordt gelet op de aanwezigheid van bladgroenkorrels, celkern en de celwand.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

Kruis in deze tabel aan of de delen aanwezig zijn bij deze cellen.

delen in of om een celaanwezig bij een
schimmelcelwortelcel
bladgroenkorrels
celkern
celwand
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

delen in of om een celaanwezig bij een
schimmelcelwortelcel
bladgroenkorrels
celkernXX
celwandXX

per juist ingevulde kolom

Verminderde vruchtbaarheid

Mensen komen steeds vaker in contact met hormoon-verstorende stoffen. Dit zijn chemische stoffen die in plastic zitten. Via ons eten kunnen deze hormoon-verstorende stoffen ons lichaam binnenkomen. Onderzoekers zeggen dat deze stoffen schadelijk zijn voor de vruchtbaarheid en de kwaliteit van de zaadcellen. Steeds meer zaadcellen hebben een afwijking in de bouw, zoals een misvormde staart.

Vraag 38 1 punt

Waar worden zaadcellen aangemaakt?

  1. A in de bijballen
  2. B in de prostaat
  3. C in de zaadblaasjes
  4. D in de zaadballen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Kinderen die in contact gekomen zijn met veel hormoon-verstorende stoffen, komen eerder in de puberteit dan andere kinderen.

Vraag 39 2 punten

Tijdens de puberteit ontwikkelen de secundaire geslachtskenmerken zich.

Geef twee secundaire geslachtskenmerken die alleen bij jongens ontstaan.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste antwoorden:

  • gezichtsbeharing
  • meer spiermassa
  • penisgroei
  • zaadlozing (productie van zaadcellen)
  • zwaardere stem

per juist secundair geslachtskenmerk

Vraag 40 1 punt

Mannen die alleen maar zaadcellen met afwijkingen in hun sperma hebben, zijn onvruchtbaar.

Leg uit dat zaadcellen met afwijkingen kunnen zorgen voor onvruchtbaarheid.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat zaadcellen die een afwijking (aan hun staart) hebben, geen kans hebben om de eicel te bereiken / bevruchten.

De spin

Veel spinnen vangen in hun web insecten zoals muggen of bijen. Als een insect in een spinnenweb vliegt, gaat de spin eropaf. De spin spuit een giftige stof in het insect, dat daardoor verlamd wordt. De spin pakt het insect daarna in met hetzelfde spinsel waarmee hij zijn web maakt. Om de prooi later op te eten, bijt de spin een gaatje in het pakje en spuit er speeksel in. Het speeksel verteert het insect en de spin zuigt het pakje leeg.

Vraag 41 1 punt

Als de spin het gif bij de prooi ingespoten heeft, stopt een levenskenmerk bij de prooi.

Schrijf dit levenskenmerk op.

Bekijk het antwoord

reageren op prikkels / bewegen

Vraag 42 1 punt

In het speeksel zit een verteringssap met stoffen die de prooi verteren.

Hoe heten die stoffen?

Bekijk het antwoord

(verterings)enzymen

Vraag 43 1 punt

Het bloed van spinnen bevat een stof met dezelfde functie als hemoglobine in het bloed van mensen.

Wat is de functie van hemoglobine?

  1. A Het doodt bacteriën.
  2. B Het laat het bloed stollen.
  3. C Het helpt bij het vervoeren van zuurstof.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

De ademhalingsorganen van spinnen heten boeklongen. Boeklongen bestaan uit dunne plaatjes waarin gaswisseling plaatsvindt.

Vraag 44 1 punt

Geef de naam van het gas dat door de boeklongen wordt afgegeven aan de lucht.

Bekijk het antwoord

koolstofdioxide

Vraag 45 1 punt

Waar vindt bij de mens gaswisseling plaats?

  1. A in de bronchiën
  2. B in de keelholte
  3. C in de longblaasjes
  4. D in de luchtpijptakjes
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Maagzuur

Als je veel vetrijk voedsel eet, maakt de maag meer maagzuur. Tussen de maag en de slokdarm zit een spier die de maag afsluit. Als deze spier niet goed werkt, kan zure maaginhoud in de slokdarm terechtkomen. Het weefsel van de slokdarm kan daardoor geïrriteerd raken.

Vraag 46 1 punt

Welke letter in de afbeelding geeft het orgaan aan dat geïrriteerd raakt door maagzuur?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Silhouet van het bovenlichaam met keel, longen, lever, maag en darmen; de aanduidingen P, Q, R en S. Bekijk in Opgaven, pagina 20

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 47 1 punt

Er zijn medicijnen om de productie van maagzuur te remmen. Het gebruik van zulke maagzuur-remmers vergroot de kans op een bacteriële darminfectie.

Leg uit dat de kans op zo’n infectie daardoor toeneemt.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat door (minder) maagzuur (minder) ziekteverwekkers gedood worden.

Vraag 48 1 punt

Maagzuur-remmers kunnen bijwerkingen geven zoals diarree. Diarree ontstaat als een deel van de darm onvoldoende water opneemt uit de onverteerde resten, waardoor de ontlasting dun blijft.

Welk deel van de darm is dat?

  1. A de dikke darm
  2. B de dunne darm
  3. C de slokdarm
  4. D de twaalfvingerige darm
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 49 1 punt

Vetten uit voedsel moeten eerst gemengd worden met gal voordat vet verteerd kan worden.

Welk orgaan maakt gal? En in welk orgaan wordt gal toegevoegd aan de voedselbrij?

maakt galhier wordt gal toegevoegd
Agalblaasmaag
Bgalblaastwaalfvingerige darm
Clevermaag
Dlevertwaalfvingerige darm
  1. A galblaas; maag
  2. B galblaas; twaalfvingerige darm
  3. C lever; maag
  4. D lever; twaalfvingerige darm
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

De bultrug

Op de foto is een mannelijke bultrug (walvis) te zien die voor de kust van Nederland uit zee omhoog springt. Biologen denken dat bultruggen deze sprongen maken om indruk te maken op de vrouwtjes. Er zijn de laatste jaren steeds vaker bultruggen in de Noordzee te zien. Volgens de biologen komt dat doordat er steeds meer haring in de Noordzee zit, waarmee de bultruggen zich voeden. Zowel bultruggen als haringen eten krill. Krill voedt zich met plantaardig plankton dat in de Noordzee aanwezig is.

Vraag 50 2 punten

In de informatie staan namen van verschillende organismen. Deze organismen maken deel uit van voedselketens.

Schrijf een voedselketen op met vier organismen uit de informatie.

Bekijk het antwoord

(plantaardig) plankton → krill → haring → bultrug

Vraag 51 1 punt

Haring en krill bestaan voor een groot deel uit eiwitten.

Tot welke groep voedingsstoffen behoren eiwitten?

  1. A beschermende stoffen
  2. B bouwstoffen
  3. C reservestoffen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 52 1 punt

Als bultruggen paren, kan het vrouwtje zwanger raken. Na gemiddeld 12 maanden zwangerschap wordt het jong geboren. De geboorte bij een bultrug is vergelijkbaar met die van de mens.

Tijdens welke fase komt het jong uit het lichaam van zijn moeder?

  1. A tijdens de indaling
  2. B tijdens de nageboorte
  3. C tijdens de ontsluiting
  4. D tijdens de uitdrijving
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Vraag 53 2 punten

Een pasgeboren bultrug drinkt gemiddeld 190 L moedermelk per dag. De melk bestaat voor 52% uit vet.

Hoeveel liter vet krijgt een pasgeboren bultrug in één week binnen via de moedermelk? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

(190 / 100) × 52 = 98,8 (L)

98,8 × 7 = 691,6 (L) / 692 (L)

Opmerking

Wanneer een kandidaat niet voor 1 week maar voor 1 dag de hoeveelheid vet juist heeft berekend, maximaal 1 scorepunt toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2024, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 53. Van 52 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over voeding en vertering (9), zenuwstelsel en hormonen (8) en bloedsomloop (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-24-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.