Eindexamen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: cel 1, cel 2 en cel 3. Enkele delen zijn met een letter aangegeven., cel 1, cel 2 en cel 3. Enkele delen zijn met een letter aangegeven., Spruitjesteelt, Salmonella, Dennenbomen bedreigd, Ivf, Wormen in het verteringskanaal, Zuurstof in de sloot, Glucose in het bloed, Longfibrose, Reflexen, Snelbloeiende sinaasappelbomen, Moedermelk, Reanimatie.
Het centraal examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 48. Van 47 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voortplanting (8) en bloedsomloop (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Zenuwstelsel en hormonen | 24-26, 30-33, 35-37 | 10 |
| Voortplanting | 5, 12-16, 38-39 | 8 |
| Bloedsomloop | 8, 44-45, 47-48 | 5 |
| Cellen | 1-3, 18 | 4 |
| Ecologie | 6, 11, 22-23 | 4 |
| Afweer | 9, 19, 42-43 | 4 |
| Voeding en vertering | 17, 20, 40-41 | 4 |
| Ademhaling | 27-29, 46 | 4 |
| Planten en fotosynthese | 4, 10, 21 | 3 |
| Gedrag | 7 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg meer over zenuwstelsel en hormonen (21% van de vragen, gemiddeld 14%). Minder over voeding en vertering (9% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
cel 1, cel 2 en cel 3. Enkele delen zijn met een letter aangegeven.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 2 punten
Welke letter geeft een vacuole aan? En welke letter geeft een plaats aan waar zich cytoplasma bevindt? Schrijf je antwoord zo op: vacuole: letter ……………………………... cytoplasma: letter ………………………….
Bekijk het antwoord
- vacuole: (letter) Q (1)
- cytoplasma: (letter) R (1)
Vraag 2 2 punten
Hieronder staan afbeeldingen van drie verschillende soorten organismen: champignons, een kip en een tulp.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: cel 1 cel 2 cel 3 champignon X kip X tulp X (X) indien drie regels juist (2) indien twee regels juist (1) indien minder dan twee regels juist (0) (2)
cel 1, cel 2 en cel 3. Enkele delen zijn met een letter aangegeven.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis bij elk organisme aan welk type cel uit de informatie hierbij hoort.
Vraag 3 1 punt
Heeft een kip organen? En heeft een tulp organen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Spruitjesteelt
Boer Henk teelt spruitjes. Spruitjes zijn knoppen van spruitkoolplanten. Alle andere planten op zijn akker noemt hij onkruid.
Vraag 4 1 punt
Als er veel onkruid op zijn akker staat, groeien de spruitkoolplanten minder goed. Eén oorzaak is dat spruitkoolplanten door de schaduw van het onkruid minder licht krijgen. Noem een andere oorzaak waardoor spruitkoolplanten minder goed kunnen groeien als er veel onkruid op zijn akker staat.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat spruitkoolplanten minder water/mineralen/voedingszouten/voedingsstoffen/ruimte beschikbaar hebben. (1)
Vraag 5 1 punt
Het bestrijden van onkruid is lastig. Onkruid verspreidt zich door zaden en wortelstokken te vormen. In een tabel op de uitwerkbijlage staan deze twee manieren van voortplanting. Kruis bij elke manier aan of deze manier van voortplanting geslachtelijk of ongeslachtelijk is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Boer Henk heeft ook last van koolwitjes. Deze vlinders leggen eitjes op spruitkoolplanten. De rupsen die uit de eitjes komen, eten van de bladeren. Boer Henk is blij met sluipwespen, want zij leggen hun eitjes in de rupsen van de koolwitjes. De sluipwesp-larven vreten de rupsen van binnenuit op.
Vraag 6 2 punten
Met de gegevens uit de informatie kan je een voedselketen met drie schakels maken. Schrijf deze voedselketen op.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
De juiste voedselketen is: spruitkoolplant rups / koolwitje sluipwesp(-larve)
Vraag 7 1 punt
Onderzoekers vragen zich af waardoor sluipwespen op spruitkoolplanten afvliegen. Ze doen in het laboratorium een experiment met drie groepen spruitkoolplanten:
- Van groep 1 worden de bladeren met een mes beschadigd.
- Van groep 2 worden de bladeren door rupsen aangevreten.
- Van groep 3 worden de bladeren niet beschadigd. Daarna laten de onderzoekers in het laboratorium 50 sluipwespen los. Na twee minuten noteren ze hoeveel sluipwespen op de planten van de drie groepen aanwezig zijn. De resultaten zie je in de tabel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Sluipwespen vliegen vooral af op (spruitkool)planten die door rupsen zijn aangevreten. − Onbeschadigde planten trekken minder sluipwespen aan (dan beschadigde planten). (1)
Salmonella
Als je besmet voedsel eet, kunnen salmonellabacteriën in het verteringskanaal terechtkomen. In de dunne darm kunnen deze bacteriën via de darmwand in het bloed komen en zo gewrichtsklachten veroorzaken, bijvoorbeeld in de elleboog.
Vraag 8 1 punt
In de afbeelding wordt het bloedvatenstelsel schematisch weergegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (1) onderste holle ader (2) longslagader (3) aorta (1)
dunne darm
Enkele bloedvaten zijn:
- aorta
- longslagader
- onderste holle ader In welke volgorde gaan de bacteriën door deze bloedvaten vanaf de dunne darm naar de elleboog? Schrijf je antwoord zo op:
1 …………….. 2 ……………… 3 ………………
Vraag 9 2 punten
Onderzoekers vermoeden dat calcium in het voedsel de darmwand beschermt. Hierdoor zou de kans op een infectie met salmonellabacteriën kleiner worden. In de afbeelding staan twee etiketten afgebeeld.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- een beker chocolademelk levert 1,5 x 13% = 19,5% (van de ADH voor calcium) (1p)
- een pakje drinkyoghurt levert 2 x 12% = 24% (van de ADH voor calcium) (1p)
Opmerking Als de kandidaat een antwoord geeft zonder daarbij een berekening te geven, geen scorepunten toekennen.
Dennenbomen bedreigd
In het hout van dennen in Zuid-Europa komen soms aaltjes voor. Aaltjes zijn kleine wormpjes. Bij warm en droog weer vermenigvuldigen de aaltjes zich snel in het hout van de dennen. Daardoor ontstaan verstoppingen van de houtvaten. Een den kan hierdoor binnen een jaar sterven.
Vraag 10 1 punt
Door de verstopping wordt het transport van stoffen in de houtvaten geremd. Welk transport is dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 11 1 punt
De aaltjes worden verspreid door boktorren. Deze kevers eten van jonge dennentakken en leggen hun eieren in de stam van de boom. De aaltjes kruipen in de tracheeën van de kevers en laten zich zo meevoeren naar andere dennen. De aaltjes worden meegevoerd in de tracheeën van een boktor. Hiervan ondervindt de boktor nadeel. Wat is het nadeel voor de boktor?
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de ademhaling / de opname van zuurstof / de afgifte van koolstofdioxide wordt belemmerd. (1)
Ivf
Vrouwen met een kinderwens die niet op een natuurlijke manier zwanger kunnen worden, gaan naar een vrouwenarts of gynaecoloog. Een van de behandelmethoden is de ivf-behandeling.
Vraag 12 1 punt
Bij een ivf-behandeling krijgt een vrouw een hormoon toegediend waardoor extra eicellen rijpen. Geef de naam van het orgaan waarin eicellen rijpen.
Bekijk het antwoord
- eierstok/ovarium (1)
Vraag 13 1 punt
Bij de eisprong haalt de vrouwenarts de eicellen met een holle naald uit het lichaam van de vrouw. De eicellen worden elk in een aparte reageerbuis gedaan, samen met spermacellen van haar man. Na 24 uur wordt met een microscoop gekeken in welke buisjes de eicel en een zaadcel zijn samengesmolten. Geef de naam van het proces waarbij eicel en zaadcel samengaan.
Bekijk het antwoord
- bevruchting (1)
Vraag 14 1 punt
Na drie dagen brengt de vrouwenarts een embryo door een dunne buis via de vagina in de baarmoeder. Het embryo gaat zich daar innestelen. Hoe heet het gedeelte waarin innesteling plaatsvindt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Als de ivf-behandeling is geslaagd, doet de vrouwenarts ook prenataal onderzoek. Eén onderzoeksmethode is echografie (zie de afbeelding links).
Vraag 15 1 punt
Een andere methode is vruchtwaterpunctie (zie de afbeelding rechts). Gaat bij vruchtwaterpunctie de naald door de vruchtvliezen? En gaat de naald door de wand van de baarmoeder?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 16 2 punten
Echografie en vruchtwaterpunctie zijn twee manieren waarmee informatie kan worden verzameld over de ongeboren baby. Met welke manier wordt het erfelijk materiaal onderzocht? En met welke manier wordt de groei onderzocht? Geef je antwoord door kruisjes te zetten in de tabel op de uitwerkbijlage.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: echografie vruchtwaterpunctie onderzoek aan X het erfelijk materiaal onderzoek naar X de groei per juist ingevulde regel (1) (2)
Wormen in het verteringskanaal
Op een begraafplaats uit de elfde eeuw zijn goed bewaarde resten van lichamen gevonden. In deze resten vonden wetenschappers versteende ontlasting. Deze versteende ontlasting werd verder onderzocht. Hierdoor weten we nu dat in de darmen van de mensen uit die tijd wormen geleefd hebben.
Vraag 17 2 punten
In de afbeelding zie je het verteringsstelsel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- P: dikke darm (1)
- Q: endeldarm (1)
P
Q
De letters P en Q geven delen aan waarin de onderzoekers de versteende ontlasting aantroffen. Hoe heten deze delen van het verteringskanaal? Schrijf je antwoord zo op: P: ........................................................... Q: ..........................................................
Vraag 18 1 punt
Een arts onderzoekt de ontlasting van iemand bij wie wormen in het verteringskanaal leven. Hij vindt cellen van wormen, bacteriën en darmcellen. Drie delen die een cel kan hebben, zijn: celkern, celmembraan en celwand. Welk van deze drie delen komt voor bij alle cellen die de arts vond?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 19 1 punt
Door het eten van besmet voedsel kunnen eitjes van spoelwormen in de darmen terechtkomen. De larven die uit die eitjes komen, boren zich door de darmwand heen en komen via het bloed in de longen terecht. Daar blijven ze enkele dagen. Vanuit de longen worden ze met slijm opgehoest en komen ze opnieuw in het verteringskanaal, waar ze volwassen worden. Op de uitwerkbijlage staat een doorsnede van een hoofd getekend. Geef met pijlen in deze afbeelding aan langs welke weg spoelwormen vanuit de longen terechtkomen in het verteringskanaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste weg aangegeven met pijlen: In de afbeelding zijn pijlen getekend vanuit de luchtpijp via de keelholte en/of de mondholte de slokdarm in. (1)
Vraag 20 2 punten
Volwassen spoelwormen zijn vijftien tot twintig centimeter lang. Mensen die ermee besmet zijn, merken er weinig van. In een enkel geval kan een spoelworm in de buis kruipen die van de lever naar de twaalfvingerige darm gaat. Daardoor wordt de vertering van een bepaalde groep voedingsstoffen verstoord. Geef de naam van deze groep voedingsstoffen en leg uit waardoor deze dan niet goed verteerd kunnen worden.
Bekijk het antwoord
- vet(ten) (1)
- Een uitleg waaruit blijkt dat er geen gal bij het voedsel terechtkomt / vet niet meer wordt geëmulgeerd (1)
Zuurstof in de sloot
In de afbeelding staan twee sloten afgebeeld. Sloot 1 heeft helder water met veel zuurstof. Er groeien veel waterplanten. De oppervlakte van sloot 2 is helemaal bedekt met kleine plantjes, kroos. Door de laag kroos is het water van sloot 2 zuurstofarm.
sloot 1 sloot 2
Vraag 21 1 punt
Leg uit waardoor er onder het kroos geen andere waterplanten kunnen leven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er te weinig licht is / te weinig fotosynthese kan optreden. (1)
Vraag 22 2 punten
In sloot 2 leven minder vissen dan in sloot 1. Noteer een abiotische factor die hiervan de oorzaak kan zijn. En noteer een biotische factor die hiervan de oorzaak kan zijn. Schrijf je antwoord zo op: abiotische factor: .................................... biotische factor: ......................................
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- abiotische factor: zuurstofconcentratie / hoeveelheid zuurstof (1) biotische factor: (beschikbaarheid van) voedsel/prooien (1) (2)
Vraag 23 1 punt
Op de bodem van beide sloten bevinden zich dode resten van organismen. Hoe worden de organismen genoemd die deze dode resten afbreken?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Glucose in het bloed
Onderstaand diagram geeft de hoeveelheid glucose in het bloed van een proefpersoon weer.
glucosegehalte (%)
1 2 3 4 tijdstip
Vraag 24 1 punt
Tussen tijdstip 1 en tijdstip 2 verandert de hoeveelheid glucose in het bloed. Dit komt doordat in het bloed de hoeveelheid van een bepaald hormoon toeneemt. Welk hormoon is dat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 25 1 punt
Niet alleen hormonen zijn van invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed. Noem een andere oorzaak waardoor het glucosegehalte van het bloed kan afnemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − verbranding − lichamelijk inspanning − opname van glucose door de lever − opname van glucose door de spieren (1)
Vraag 26 1 punt
In de afbeelding zijn enkele organen met letters aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Longfibrose
Longfibrose is een aandoening waarbij de wanden van de longblaasjes dikker en stugger worden. Hierdoor moeten de spieren die zich samentrekken om de longinhoud groter te maken, steeds harder werken.
Vraag 27 1 punt
Welke spieren moeten steeds harder werken bij longfibrose volgens de informatie hierboven?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 28 1 punt
Bij longfibrose kan in de longblaasjes steeds minder goed zuurstof in het bloed worden opgenomen. Leg uit waardoor de opname van zuurstof in het bloed minder goed gaat bij longfibrose.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de wanden van de longblaasjes dikker worden. (1)
Vraag 29 1 punt
Mensen met longfibrose zijn snel moe door een gebrek aan zuurstof. Leg uit waardoor een gebrek aan zuurstof kan leiden tot vermoeidheid.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er minder verbranding kan plaatsvinden / minder energie vrijgemaakt kan worden. (1)
Reflexen
Twee reflexen bij de mens zijn de pupilreflex en de armreflex.
Vraag 30 1 punt
Om de pupilreflex te laten plaatsvinden worden prikkels omgezet in impulsen. Hoe heten de cellen die prikkels omzetten in impulsen?
Bekijk het antwoord
- zintuigcellen/staafjes/kegeltjes (1)
Vraag 31 1 punt
In de afbeelding zie je een doorsnede van een oog. Enkele delen zijn met een letter aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
P Q
R S
Welke letter geeft het deel aan waarin zich spieren bevinden die de pupil groter of kleiner kunnen maken?
A letter P
B letter Q
C letter R
D letter S
Vraag 32 1 punt
Over de pupilreflex worden twee uitspraken gedaan. Deze uitspraken staan in de tabel op de uitwerkbijlage. Geef bij elke uitspraak met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 33 1 punt
Onderzoekers hebben de grootte van de pupil onderzocht bij een grote groep proefpersonen van verschillende leeftijden. De proefpersonen moesten twee minuten in het donker zitten. Daarna werd de diameter van hun pupil gemeten. In het diagram staan de resultaten van het onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
10 gemiddelde diameter van de pupil 9 (mm) 8
7
6
5
0 10 20 30 40 50 60 70 80 leeftijd (jaar)
Tussen welke twee leeftijden neemt de gemiddelde diameter van de pupil het sterkst af volgens de gegevens?
A tussen 25 en 35 jaar
B tussen 35 en 45 jaar
C tussen 45 en 55 jaar
D tussen 55 en 65 jaar
E tussen 65 en 75 jaar
In de afbeelding geven pijlen de weg aan van impulsen die leiden tot een reflex van de arm. Hierbij zijn de zenuwuiteinden die gevoelig zijn voor pijnprikkels en drie typen zenuwcellen betrokken. De drie typen zenuwcellen zijn met letters aangegeven.
R
Q P
Vraag 34 1 punt
De zenuwuiteinden die gevoelig zijn voor pijnprikkels bevinden zich voornamelijk in de buitenste laag van de huid. Hoe heet deze buitenste laag?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 35 1 punt
De impulsen die de armreflex laten optreden, worden door een deel van het centraal zenuwstelsel geleid. Hoe heet dit deel van het centraal zenuwstelsel?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ruggenmerg (1)
Vraag 36 1 punt
Welke letter in de afbeelding geeft een bewegingszenuwcel aan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 37 1 punt
Reflexen hebben vaak een beschermende functie. Geef aan waartegen de armreflex beschermt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de armreflex beschermt tegen verwonding/beschadiging. (1)
Snelbloeiende sinaasappelbomen
Als sinaasappelbomen ongeveer zes jaar oud zijn, vormen ze voor het eerst bloemen. Onderzoekers hebben snelbloeiende sinaasappelbomen gekweekt die al na één jaar bloeien.
Vraag 38 1 punt
Over een sinaasappelboom die na één jaar bloemen vormt, worden twee uitspraken gedaan. Deze uitspraken staan in de tabel op de uitwerkbijlage. Geef bij elke uitspraak met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 39 1 punt
In de afbeelding zie je een bloem en een vrucht van een sinaasappelboom. De bloem heeft opvallende witte kroonbladeren en verspreidt geur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Moedermelk
Aan het eind van de zwangerschap beginnen de melkklieren in de borsten van een zwangere vrouw melk te maken. Moedermelk bevat naast alle voedingsstoffen die een baby nodig heeft ook antistoffen en nuttige bacteriën.
moedermelk analyse per 100 g energie 284 kJ eiwitten 1,0 g koolhydraten 6,9 g vetten 4,0 g water 88,0 g overige voedingsstoffen 0,1 g
Vraag 40 2 punten
Volgens de gegevens in de tabel bevat 100 gram moedermelk 0,1 gram overige voedingsstoffen. Noem twee groepen voedingsstoffen die hiertoe behoren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- mineralen (1)
- vitamines (1)
Vraag 41 1 punt
Moedermelk bevat ook oligosachariden. Oligosachariden hebben hetzelfde positieve effect op de werking van de darmen als voedingsvezels. Wat is dit positieve effect van oligosachariden op de werking van de darmen?
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat oligosachariden de darmperistaltiek bevorderen. (1)
Vraag 42 1 punt
Moedermelk bevat antistoffen die de baby beschermen tegen ziekteverwekkers. Welke cellen van de moeder maken antistoffen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 43 1 punt
Tijdens een natuurlijke geboorte kan een baby al in aanraking komen met darmbacteriën van de moeder. Bij een keizersnede komt een baby niet in aanraking met darmbacteriën van de moeder. Een keizersnede is een operatie waarbij de baby via een snee in de buikwand uit de baarmoeder weggenomen wordt (zie de afbeelding).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de baby bij een natuurlijke geboorte in de buurt van de anus komt. (1)
Reanimatie
Een hartstilstand is levensbedreigend. De kans om een hartstilstand te overleven wordt vergroot door reanimatie. Door de hartmassage tijdens de reanimatie komt de bloedsomloop weer op gang. Er wordt ook een AED gebruikt. Dit is een apparaat dat een elektrische schok geeft aan het hart, waardoor het hart zelf weer gaat kloppen.
Vraag 44 1 punt
Wat gebeurt er met de bloeddruk tijdens een hartstilstand?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 45 2 punten
Sanne bekijkt een poster over reanimeren en het gebruik van een AED.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening:
30 keer / 18 sec = 1,67 keer per seconde
Hoeveel keer per seconde moet de borstkas worden ingeduwd tijdens de hartmassage volgens de gegevens op de poster? Leg je antwoord uit met een berekening.
Vraag 46 1 punt
Bij het beademen blaast een hulpverlener lucht naar binnen door de mond van het slachtoffer. Op de poster ziet Sanne dat tijdens dit beademen de neus van het slachtoffer wordt dichtgeknepen. Leg uit waarom de neus dan dichtgeknepen wordt.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de ingeblazen lucht dan niet door de neus naar buiten gaat. (1)
Vraag 47 1 punt
Om de overlevingskansen bij een hartstilstand zo groot mogelijk te maken, moet er zo snel mogelijk gereanimeerd worden (zie de afbeelding). 100
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een antwoord tussen 28 en 32 (procent) (1)
overlevingskans 90 (%) 80
70
60
50
40
30
20
10
0
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 tijd tussen hartstilstand en begin reanimatie (minuten)
Als meteen na een hartstilstand wordt gereanimeerd, is de overlevingskans 90 procent. Hoeveel procent is de overlevingskans als pas na zes minuten begonnen wordt met de reanimatie?
Vraag 48 1 punt
De meest voorkomende oorzaak van een hartstilstand is een hartinfarct. Een hartinfarct is het gevolg van het verstopt raken van een bloedvat.
Bekijk het antwoord
- kransslagader (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-19-1-o
Andere examens biologie vmbo-kb
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 48. Van 47 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voortplanting (8) en bloedsomloop (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.