Eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een torso, Allergisch voor huisdieren, Verkouden, Yoghurt en melk, Wangslijmvlies, Aardappelen, Schrik, Ongesteldheid, Vernauwing van bloedvaten, Nectar, Geluid, Het zandoogje, De eikenbladroller, Trekvogels, Bloed en weefselvloeistof, Verstoorde eicelrijping, Eten koken, Goudplevieren, Paardenkastanje.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 telt 54 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voeding en vertering (9) en planten en fotosynthese (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Zenuwstelsel en hormonen6, 18-20, 29-31, 50-5210
Voeding en vertering1-2, 10-11, 28, 46-499
Planten en fotosynthese15-16, 27, 35-36, 53-547
Voortplanting17, 22-24, 43-457
Bloedsomloop7, 25-26, 40-426
Cellen4-5, 12-145
Ecologie32-34, 374
Afweer3, 82
Ademhaling9, 212
Gedrag38-392

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Een torso

In de afbeelding zie je een torso met organen in de borstholte en de buikholte.

Vraag 1 1 punt

In de afbeelding zijn delen van het verteringsstelsel met een letter aangegeven. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan of in de afbeelding ook een deel van het ademhalingsstelsel en een deel van het bloedvatenstelsel met een letter aangegeven zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Vraag 2 1 punt

Een van de organen in de afbeelding heeft onder andere als taak om bacteriën in het voedsel te bestrijden. Welke letter geeft dit orgaan aan?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Allergisch voor huisdieren

Sommige mensen zijn allergisch voor huisdieren zoals katten. Bepaalde cellen in hun bloed maken dan antistoffen tegen huidschilfers van de kat aan. Bij een allergische reactie kan het gebeuren dat de bloeddruk sterk daalt. Dit kan levensbedreigend zijn.

Vraag 3 1 punt

Welke bloedcellen maken antistoffen tegen huidschilfers aan?

  1. A alleen rode bloedcellen
  2. B alleen witte bloedcellen
  3. C rode en witte bloedcellen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 4 1 punt

De huid van een kat heeft dezelfde bouw als die van een mens. Van welke laag van de huid zijn huidschilfers afkomstig?

  1. A van de lederhuid
  2. B van de opperhuid
  3. C van het onderhuids bindweefsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 5 1 punt

De huid van een kat maakt talg, net als de menselijke huid. In de afbeelding hierboven zie je een stukje huid schematisch getekend. Welke letter geeft het deel aan dat talg maakt?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 6 1 punt

Sommige mensen die allergisch zijn voor huisdieren krijgen last van tranende ogen. Welke letter in de afbeelding hierboven geeft het orgaan aan dat traanvocht produceert?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 7 1 punt

Na een ernstige allergische reactie is het verstandig om de bloeddruk te laten controleren. De bloeddruk wordt bij een armslagader gemeten. Welk deel van het hart veroorzaakt de bloeddruk in een armslagader?

  1. A de linkerboezem
  2. B de linkerkamer
  3. C de rechterboezem
  4. D de rechterkamer
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Verkouden

Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen sneller verkouden worden als het buiten koud is. Door het inademen van koude lucht wordt de temperatuur in de neusholte enkele graden lager. Ziekteverwekkers worden daardoor minder goed bestreden. Het verkoudheidsvirus kan zich daardoor in de neusholte snel vermenigvuldigen.

Vraag 8 1 punt

Noem een abiotische factor in de neusholte die volgens de informatie gunstig is voor het verkoudheidsvirus.

Bekijk het antwoord
  • (lage) temperatuur (1)

Vraag 9 1 punt

Door de verkoudheid zwelt het neusslijmvlies op en gaat de neus dichtzitten. Je gaat dan vaker ademhalen door de mond. Noem een nadeel van mondademhaling ten opzichte van neusademhaling.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist nadeel: − De lucht wordt minder goed gezuiverd. − De lucht wordt minder goed verwarmd. − De lucht wordt minder goed vochtig gemaakt. − De lucht wordt niet gekeurd. (1)

Yoghurt en melk

Om yoghurt te maken worden melkzuurbacteriën aan melk toegevoegd. Deze bacteriën breken koolhydraten in de melk af, waarbij melkzuur ontstaat. Melkzuur laat eiwitten in de melk klonteren. De melk wordt dan dikker en zo ontstaat yoghurt.

In de tabellen hieronder zie je de voedingswaarden van de melk die gebruikt is voor het maken van yoghurt en de voedingswaarden van de yoghurt.

melk yoghurt voedingswaarden per 100 mL voedingswaarden per 100 mL energie 295 kJ energie 230 kJ eiwitten 4,00 g eiwitten 3,00 g koolhydraten (suikers) 5,00 g koolhydraten (suikers) 3,00 g vetten 3,80 g vetten 3,40 g voedingsvezels 0,00 g voedingsvezels 0,00 g natrium 0,04 g natrium 0,04 g calcium 0,12 g calcium 0,12 g

Vraag 10 2 punten

Hoeveel procent van de koolhydraten uit de melk is door de melkzuurbacteriën afgebroken? Leg je antwoord uit met een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: 5,0

  • 3,0 = 2 gram koolhydraten zijn afgebroken

2 : 5,0 x 100 = 40%

Opmerking Als de kandidaat beide rekenstappen in één juiste formule verwerkt met een juiste uitkomst, mogen beide scorepunten toegekend worden.

Vraag 11 2 punten

Melk en yoghurt bevatten vetten. Om vetten goed te kunnen verteren, is gal nodig. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Noteer in de tabel de naam van het orgaan dat gal maakt. Noteer ook de naam van het stukje dunne darm waar gal aan het voedsel toegevoegd wordt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: Dit orgaan maakt gal. lever In dit stukje dunne darm wordt gal twaalfvingerige darm toegevoegd aan het voedsel. per juist ingevuld orgaan (1) (2)

Wangslijmvlies

Josje doet een practicum bij biologie. Met een wattenstaafje gaat ze langs de binnenkant van haar wang. Cellen van haar wangslijmvlies blijven aan het wattenstaafje plakken. Josje maakt van deze cellen een preparaat en voegt een beetje kleurstof toe. Daarna bekijkt ze het preparaat door de microscoop. In de afbeelding zie je wat Josje dan ziet.

Vraag 12 1 punt

De cellen van het wangslijmvlies behoren tot één weefsel. Geef een kenmerk van cellen die tot één weefsel behoren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • een juist kenmerk: − dezelfde vorm/bouw − dezelfde functie (1)

Vraag 13 1 punt

Josje maakt een schematische tekening van één zo’n wangslijmvliescel. Een deel wijst ze aan met de letter P.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • celmembraan (1)

Schrijf de naam van deel P op.

Vraag 14 1 punt

Alle cellen in het preparaat van Josje hebben een celkern. Kunnen in haar mond ook cellen voorkomen die geen celkern hebben? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • ja, met een uitleg waaruit blijkt dat in de mond bacteriën kunnen voorkomen (1)

Aardappelen

Petra legt een zak aardappelen in haar keukenkast. In de kast is het donker. Na enkele weken zijn er uit de aardappelknollen witte stengels gegroeid. De aardappelen zelf zijn kleiner en zachter geworden. De binnenkant van de zak met aardappelen is vochtig geworden.

Petra plant de aardappelen met witte stengels in haar tuin. Na enige tijd groeien de witte stengels uit tot nieuwe aardappelplanten.

Vraag 15 1 punt

De witte stengels hebben tijdens hun groei in de keukenkast een reservestof uit de knollen verbruikt. Welke reservestof is dat?

  1. A glucose
  2. B glycogeen
  3. C vet
  4. D zetmeel
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 16 1 punt

Het water aan de binnenkant van de zak met aardappelen is gedeeltelijk ontstaan bij een bepaald stofwisselingsproces in de aardappelcellen. Geef de naam van dit stofwisselingsproces.

Bekijk het antwoord
  • verbranding (1)

Vraag 17 1 punt

Aan de nieuwe aardappelplanten in de tuin van Petra zijn na de zomer weer aardappelknollen gegroeid. Is dit een voorbeeld van geslachtelijke voortplanting of van ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • (een voorbeeld van) ongeslachtelijke voortplanting, met een uitleg waaruit blijkt dat (aardappel)knollen zonder bevruchting ontstaan (1)

Schrik

Richard loopt in het donker de trap af in zijn huis. Plotseling hoort hij een hard geluid. Richard schrikt. Klieren in zijn lijf geven adrenaline af aan zijn bloed. Enkele organen reageren op de adrenaline: Richard ademt sneller, zijn hartslag gaat omhoog en er wordt glucose aan het bloed afgegeven.

Vraag 18 1 punt

In de afbeelding zie je enkele hormoonklieren in het lichaam van een man.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Welke letter geeft een hormoonklier aan die adrenaline maakt?

A letter P

B letter Q

C letter R

D letter S

Vraag 19 1 punt

Welk orgaan geeft in reactie op adrenaline glucose aan het bloed af?

  1. A de alvleesklier
  2. B de lever
  3. C de maag
  4. D de nier
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 20 1 punt

Leg uit waarvoor het nodig is dat er meer glucose in het bloed komt als iemand schrikt.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de hersenen meer glucose nodig hebben om de situatie te begrijpen en te verwerken / dat de spieren meer glucose nodig hebben om te kunnen vluchten/vechten. (1)

Vraag 21 1 punt

Richard probeert rustig te worden. Hij ademt een paar keer diep in en uit. Is de ademhaling van Richard tijdens het diep in- en uitademen voornamelijk een buikademhaling of voornamelijk een borstademhaling? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • (voornamelijk) een buikademhaling, met een uitleg waaruit blijkt dat door buikademhaling meer lucht in de longen komt/de longen groter worden getrokken (1)

Ongesteldheid

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd worden gemiddeld eens per vier weken ongesteld. Vrouwelijke geslachtshormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies na de ongesteldheid weer dikker wordt.

Vraag 22 1 punt

Voor welke gebeurtenis is het noodzakelijk dat het baarmoederslijmvlies na de ongesteldheid weer dikker wordt?

  1. A voor een bevruchting
  2. B voor een innesteling
  3. C voor een ovulatie
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 23 1 punt

Welk deel van het vrouwelijke voortplantingsstelsel maakt tijdens de ongesteldheid hormonen aan?

  1. A de baarmoeder
  2. B de eierstok
  3. C de eileider
  4. D de vagina
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 24 1 punt

Wat gebeurt er met het baarmoederslijmvlies als een eicel bevrucht wordt en innestelt?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Het baarmoederslijmvlies wordt dan niet meer afgebroken. − Het baarmoederslijmvlies verandert dan van structuur. − Het baarmoederslijmvlies groeit op de plek van innesteling uit tot een placenta. (1)

Vernauwing van bloedvaten

Cholesterol in het bloed kan ervoor zorgen dat bloedvaten vernauwen. In de afbeelding hiernaast zie je zo’n vernauwing. De pijl wijst afzettingen van cholesterol en kalk in de wand van het bloedvat aan. Dit wordt aderverkalking genoemd.

Vraag 25 1 punt

Noem een aandoening die veroorzaakt wordt door aderverkalking.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste aandoening: − hartinfarct/hartaanval − herseninfarct/beroerte − longembolie (1)

Vraag 26 1 punt

Josien heeft een vernauwd bloedvat. Het bloed in dit bloedvat stroomt rechtstreeks naar een nier. Hoe heet dit bloedvat?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • nierslagader (1)

Nectar

In de afbeelding zie je de bloemen van twee planten. Een van deze planten maakt nectar die door bijen wordt verzameld.

Vraag 27 1 punt

Welke van de twee planten maakt nectar? Noteer de naam van de plant op de uitwerkbijlage. Noteer ook een kenmerk uit de afbeelding waaruit je kunt afleiden dat de plant nectar maakt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen bij een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.

Vraag 28 1 punt

Van nectar maken bijen honing. Honing bestaat onder andere uit eiwitten, koolhydraten en vitaminen. Welke van deze voedingsstoffen kunnen mensen als brandstof gebruiken?

  1. A alleen eiwitten en koolhydraten
  2. B alleen eiwitten en vitaminen
  3. C alleen koolhydraten en vitaminen
  4. D eiwitten, koolhydraten en vitaminen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Geluid

In de afbeelding zie je delen van het oor.

Vraag 29 2 punten

In de afbeelding geven de letters P en Q twee delen van het oor aan. Hoe heten deze delen? Schrijf je antwoord zo op: P: ........................................................... Q: ..........................................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (P:) trommelvlies (1)
  • (Q:) slakkenhuis (1)

Vraag 30 1 punt

De gehoorzenuw geleidt impulsen naar het centraal zenuwstelsel. Door welke uitlopers gaan deze impulsen?

  1. A door uitlopers van bewegingszenuwcellen
  2. B door uitlopers van gevoelszenuwcellen
  3. C door uitlopers van schakelzenuwcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 31 1 punt

De gehoorzenuw geleidt impulsen naar het centraal zenuwstelsel. Daar worden de impulsen verwerkt, zodat je het geluid hoort. In welk deel van het centraal zenuwstelsel vindt deze verwerking plaats?

  1. A in de grote hersenen
  2. B in de hersenstam
  3. C in de kleine hersenen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Het zandoogje

Het zandoogje is een vlindersoort die in Malawi (Afrika) voorkomt. Zandoogjes planten zich voort door eitjes te leggen. Uit de eitjes komen rupsen die zich na enige tijd verpoppen. Uit de poppen komen volwassen vlinders.

In Malawi wisselen droge en natte seizoenen elkaar af. De zandoogjes zien er in die verschillende seizoenen anders uit. In het droge seizoen komen vlinders met een onopvallende kleur uit de poppen (type P in de afbeelding hieronder). In het natte seizoen komen vlinders met opvallende stippen uit de poppen (type Q in de afbeelding hieronder).

Wetenschappers hebben in een gebied met zandoogjes gedurende een jaar gemeten hoeveel regen er valt. In het staafdiagram hieronder zie je de gemiddelde regenval in dat jaar.

Vraag 32 1 punt

In welke maanden komen er volgens de informatie vlinders met opvallende stippen uit de poppen?

  1. A in juni en juli
  2. B in augustus en september
  3. C in december en januari

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 33 2 punten

Wetenschappers vermoeden dat de gemiddelde temperatuur in de tijd dat de vlinders rupsen zijn, bepaalt welk type vlinder uit de poppen komt. In het droge seizoen is de gemiddelde temperatuur in Malawi 17 oC en in het natte seizoen 23 oC. De wetenschappers willen onderzoeken of bij een lagere temperatuur vlinders van het type P ontstaan en bij een hogere temperatuur vlinders van het type Q. Schrijf een werkplan op voor zo’n onderzoek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • één groep rupsen (van het zandoogje) laten opgroeien bij 17 oC, een andere groep bij 23 oC (de andere omstandigheden hetzelfde houden) (1)
  • na het uitkomen van de poppen het uiterlijk van de vlinders in beide groepen met elkaar vergelijken (1)

De eikenbladroller

De eikenbladroller is een vlindersoort. In het najaar leggen de vrouwtjes eitjes in de bladknoppen van eikenbomen. In het voorjaar komen rupsen uit de eitjes. De rupsen eten de jonge bladeren en bloemknoppen van de eikenbomen op. Hierdoor blijven de bomen lang kaal en kunnen ze minder goed groeien. Nadat de rupsen vlinders geworden zijn, groeien nieuwe bladeren aan de eikenbomen, maar de eikenbomen kunnen dan geen bloemen meer maken.

Koolmezen voeden zich met de rupsen, maar eekhoorns hebben door de rupsen juist minder voedsel. In het najaar groeien er namelijk voor de eekhoorns geen eikels aan de eerder kaal gegeten eikenbomen.

Vraag 34 1 punt

In de informatie worden enkele organismen genoemd die deel uitmaken van voedselketens. Welke voedselketen is juist?

  1. A eikenbladroller eikenboom eekhoorn
  2. B eikenbladroller eikenboom koolmees
  3. C eikenboom eikenbladroller eekhoorn
  4. D eikenboom eikenbladroller koolmees
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 35 2 punten

Leg uit waardoor bomen minder goed groeien als veel bladeren zijn opgegeten.

Bekijk het antwoord
  • dat er minder fotosynthese is (als er minder/geen bladeren zijn) (1)
  • waardoor er minder energie/stoffen beschikbaar is/zijn om te groeien (1)

Vraag 36 1 punt

Eikels zijn de vruchten van de eikenboom. Leg uit waardoor zich geen eikels ontwikkelen aan bomen die in het voorjaar door rupsen kaal gegeten worden.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de eikenbomen geen bloemen meer kunnen maken (waaruit zich eikels ontwikkelen). (1)

Vraag 37 1 punt

In een eikenboom met veel rupsen valt zo veel rupsenpoep omlaag dat het lijkt alsof het regent. In de bodem zetten bepaalde organismen deze poep om in koolstofdioxide, water en mineralen. Hoe worden deze organismen genoemd?

  1. A consumenten
  2. B producenten
  3. C reducenten
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Trekvogels

Veel vogelsoorten die in Nederland broeden, trekken elk jaar duizenden kilometers naar het zuiden om te overwinteren. In de overwinterings- gebieden is in die periode meer voedsel beschikbaar dan in Nederland. Insecteneters, zoals de boerenzwaluw, vertrekken al eind augustus. Zaadeters, zoals de groenling, beginnen pas in oktober en november aan hun trektocht.

Vraag 38 1 punt

De groenling begint later in het jaar aan de trektocht naar het zuiden dan de boerenzwaluw. Verklaar waardoor de groenling later dan de boerenzwaluw naar het zuiden vertrekt. Maak gebruik van de informatie.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste verklaring: − De groenling kan in Nederland langer voedsel vinden dan de boerenzwaluw. − Zaden zijn langer beschikbaar dan insecten. (1)

Vraag 39 1 punt

Vogels die in de winter in Nederland blijven, hebben een grotere energiebehoefte. Een reden is dat voedsel vinden in de winter extra energie kost. Geef nog een andere reden waarvoor de vogels in de winter extra energie nodig hebben.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: De vogels hebben meer energie nodig om zich warm te houden. (1)

Bloed en weefselvloeistof

In de afbeelding zie je weefsel met bloedvaten uit een arm. Tussen de cellen van het weefsel bevindt zich weefselvloeistof. De stroomrichting is met pijlen aangegeven en drie plaatsen zijn met een letter aangegeven.

Vraag 40 1 punt

Komen in weefselvloeistof rode bloedcellen voor? En komen in weefselvloeistof witte bloedcellen voor?

  1. A geen van beide
  2. B alleen rode bloedcellen
  3. C alleen witte bloedcellen
  4. D rode en witte bloedcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 41 2 punten

Het zuurstofgehalte en het gehalte aan koolhydraten op de plaatsen P en Q worden met elkaar vergeleken. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan of het zuurstofgehalte op plaats P lager dan, hoger dan of hetzelfde is als op plaats Q. Doe dat ook voor het gehalte aan koolhydraten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de juist ingevulde tabel: lager hoger hetzelfde dan op dan op als op plaats Q plaats Q plaats Q het zuurstofgehalte is op X plaats P het gehalte aan X koolhydraten is op plaats P per juiste regel (1) (2)

Vraag 42 1 punt

Een klein deel van de weefselvloeistof wordt niet door bloedvaten afgevoerd, maar door een ander vat. Dit vat is in de afbeelding aangegeven met de letter R. Schrijf de naam van R op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • lymfevat (van een arm) (1)

Verstoorde eicelrijping

PCOS is een aandoening bij vrouwen, waarbij de rijping van eicellen in de eierstokken is verstoord. Het gevolg is dat het vrijkomen van een rijpe eicel niet of zeer onregelmatig gebeurt.

Vraag 43 1 punt

In de afbeelding hierboven zie je de vrouwelijke voortplantingsorganen schematisch getekend. Met welke letter is een orgaan aangegeven dat bij PCOS niet goed werkt?

  1. A letter P
  2. B letter Q
  3. C letter R
  4. D letter S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 44 1 punt

In het schema hieronder zie je een tijdbalk van een regelmatige menstruatiecyclus. Vier fases zijn aangegeven met een letter. In welke fase komt normaal gesproken een rijpe eicel vrij?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A in fase P

B in fase Q

C in fase R

D in fase S

Vraag 45 1 punt

Tijdens een onderzoek naar PCOS worden de eierstokken door middel van geluidsgolven zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Deze techniek wordt ook gebruikt bij prenataal onderzoek. Hoe heet deze techniek?

  1. A echoscopie
  2. B vlokkentest
  3. C vruchtwaterpunctie
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Eten koken

Ruben wil gezond eten. Hij zoekt informatie op over de voedingswaarden van enkele voedingsmiddelen.

Voedingswaarden per 100 gram gekookt voedingsmiddel

aardappelen rijst bloemkool karbonade (lam) energie 352 kJ 621 kJ 95 kJ 1453 kJ water 78 g 63,4 g 93,4 g 46,8 g eiwitten 1,9 g 3,2 g 1,8 g 25,8 g koolhydraten 17,3 g 32,3 g 1,9 g 0g vetten 0,3 g 0,3 g 0,4 g 27,5 g vitamine C 9 mg 0 mg 22 mg 0 mg vezels 1,6 g 0,7 g 2,3 g 0,1 g

Vraag 46 1 punt

In de tabel ontbreken gegevens van een bepaalde groep voedingsstoffen. Schrijf de naam op van de ontbrekende groep voedingsstoffen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • mineralen/mineraalzouten/zouten (1)

Vraag 47 1 punt

Ruben bereidt een maaltijd die bestaat uit 150 g aardappelen, 200 g bloemkool en 75 g karbonade. Hoeveel energie bevat deze maaltijd?

  1. A 1608 kJ
  2. B 1708 kJ
  3. C 1808 kJ
  4. D 1908 kJ
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 48 1 punt

Ruben heeft aardappelen gekozen in plaats van rijst, omdat hij die gezonder vindt. Geef met behulp van de informatie een reden waarom Ruben aardappelen gezonder vindt dan rijst.

Bekijk het antwoord
  • een juiste reden: − Aardappelen bevatten minder energie/koolhydraten. − Aardappelen bevatten meer vezels/vitamine C. (1)

Hieronder zie je een afbeelding van de schijf van vijf. De vakken zijn aangegeven met een letter.

Vraag 49 1 punt

In welk vak hoort rijst te staan?

  1. A in vak P
  2. B in vak Q
  3. C in vak R
  4. D in vak S
  5. E in vak T

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Goudplevieren

Goudplevieren zijn vogels die ’s avonds op regenwormen jagen. Ze vinden hun prooi door een tijdje stil te staan en voorover te buigen. Hierna pikken ze een worm uit de grond.

Vraag 50 2 punten

De ogen van goudplevieren bevatten veel meer staafjes dan kegeltjes. Leg uit wat hiervan het voordeel is.

Bekijk het antwoord
  • dat staafjes gevoeliger zijn voor licht (dan kegeltjes) (1)
  • waardoor goudplevieren in het donker meer/beter kunnen zien (1)

Er is een onderzoek gedaan naar het verband tussen de tijd dat een goudplevier voorover gebukt staat om een regenworm te kiezen en de lengte van de gevangen regenworm. In het diagram hieronder zie je de resultaten.

Vraag 51 1 punt

Schrijf een conclusie uit de resultaten op die past bij het onderzoek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste conclusie: Hoe langer een goudplevier voorover gebukt staat, hoe langer de worm is die hij vangt. (1)

Ook is er een onderzoek gedaan naar de plaatsen waar goudplevieren zich bevinden en welk gedrag ze daar vertonen. De resultaten zie je in de afbeelding hieronder.

Vraag 52 1 punt

Naar aanleiding van de afbeelding worden twee uitspraken gedaan. Deze uitspraken staan in de tabel op de uitwerkbijlage. Kruis bij elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.

Paardenkastanje

De witte paardenkastanje is een boom die meer dan dertig meter hoog kan worden. De witte paardenkastanje bloeit in april en begin mei. Een vrucht van de boom bestaat uit een groen omhulsel met flinke stekels en wordt een bolster genoemd. In een bolster bevinden zich één of twee bruine kastanjes, de zaden van de boom. Zo’n kastanje is bitter van smaak. Paarden en herten eten de kastanjes.

Vraag 53 2 punten

Geef de namen van P en Q uit de afbeelding. Schrijf je antwoord zo op: P: ........................................................... Q: ..........................................................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (P:) stamper (1)
  • (Q:) meeldraad/helmknop (1)

Vraag 54 1 punt

Welk deel van een bloem groeit na de bevruchting uit tot een bolster?

  1. A de eicel
  2. B het vruchtbeginsel
  3. C het zaadbeginsel
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-21-1-o

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 telt 54 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voeding en vertering (9) en planten en fotosynthese (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-21-1-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.