Eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een torso, Allergisch voor huisdieren, Verkouden, Yoghurt en melk, Wangslijmvlies, Aardappelen, Schrik, Ongesteldheid, Vernauwing van bloedvaten, Nectar, Geluid, Het zandoogje, De eikenbladroller, Trekvogels, Bloed en weefselvloeistof, Verstoorde eicelrijping, Eten koken, Goudplevieren, Paardenkastanje.
Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 telt 54 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voeding en vertering (9) en planten en fotosynthese (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Zenuwstelsel en hormonen | 6, 18-20, 29-31, 50-52 | 10 |
| Voeding en vertering | 1-2, 10-11, 28, 46-49 | 9 |
| Planten en fotosynthese | 15-16, 27, 35-36, 53-54 | 7 |
| Voortplanting | 17, 22-24, 43-45 | 7 |
| Bloedsomloop | 7, 25-26, 40-42 | 6 |
| Cellen | 4-5, 12-14 | 5 |
| Ecologie | 32-34, 37 | 4 |
| Afweer | 3, 8 | 2 |
| Ademhaling | 9, 21 | 2 |
| Gedrag | 38-39 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Een torso
In de afbeelding zie je een torso met organen in de borstholte en de buikholte.
Vraag 1 1 punt
In de afbeelding zijn delen van het verteringsstelsel met een letter aangegeven. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan of in de afbeelding ook een deel van het ademhalingsstelsel en een deel van het bloedvatenstelsel met een letter aangegeven zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Vraag 2 1 punt
Een van de organen in de afbeelding heeft onder andere als taak om bacteriën in het voedsel te bestrijden. Welke letter geeft dit orgaan aan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Allergisch voor huisdieren
Sommige mensen zijn allergisch voor huisdieren zoals katten. Bepaalde cellen in hun bloed maken dan antistoffen tegen huidschilfers van de kat aan. Bij een allergische reactie kan het gebeuren dat de bloeddruk sterk daalt. Dit kan levensbedreigend zijn.
Vraag 3 1 punt
Welke bloedcellen maken antistoffen tegen huidschilfers aan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 4 1 punt
De huid van een kat heeft dezelfde bouw als die van een mens. Van welke laag van de huid zijn huidschilfers afkomstig?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 5 1 punt
De huid van een kat maakt talg, net als de menselijke huid. In de afbeelding hierboven zie je een stukje huid schematisch getekend. Welke letter geeft het deel aan dat talg maakt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 6 1 punt
Sommige mensen die allergisch zijn voor huisdieren krijgen last van tranende ogen. Welke letter in de afbeelding hierboven geeft het orgaan aan dat traanvocht produceert?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 7 1 punt
Na een ernstige allergische reactie is het verstandig om de bloeddruk te laten controleren. De bloeddruk wordt bij een armslagader gemeten. Welk deel van het hart veroorzaakt de bloeddruk in een armslagader?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Verkouden
Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen sneller verkouden worden als het buiten koud is. Door het inademen van koude lucht wordt de temperatuur in de neusholte enkele graden lager. Ziekteverwekkers worden daardoor minder goed bestreden. Het verkoudheidsvirus kan zich daardoor in de neusholte snel vermenigvuldigen.
Vraag 8 1 punt
Noem een abiotische factor in de neusholte die volgens de informatie gunstig is voor het verkoudheidsvirus.
Bekijk het antwoord
- (lage) temperatuur (1)
Vraag 9 1 punt
Door de verkoudheid zwelt het neusslijmvlies op en gaat de neus dichtzitten. Je gaat dan vaker ademhalen door de mond. Noem een nadeel van mondademhaling ten opzichte van neusademhaling.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist nadeel: − De lucht wordt minder goed gezuiverd. − De lucht wordt minder goed verwarmd. − De lucht wordt minder goed vochtig gemaakt. − De lucht wordt niet gekeurd. (1)
Yoghurt en melk
Om yoghurt te maken worden melkzuurbacteriën aan melk toegevoegd. Deze bacteriën breken koolhydraten in de melk af, waarbij melkzuur ontstaat. Melkzuur laat eiwitten in de melk klonteren. De melk wordt dan dikker en zo ontstaat yoghurt.
In de tabellen hieronder zie je de voedingswaarden van de melk die gebruikt is voor het maken van yoghurt en de voedingswaarden van de yoghurt.
melk yoghurt voedingswaarden per 100 mL voedingswaarden per 100 mL energie 295 kJ energie 230 kJ eiwitten 4,00 g eiwitten 3,00 g koolhydraten (suikers) 5,00 g koolhydraten (suikers) 3,00 g vetten 3,80 g vetten 3,40 g voedingsvezels 0,00 g voedingsvezels 0,00 g natrium 0,04 g natrium 0,04 g calcium 0,12 g calcium 0,12 g
Vraag 10 2 punten
Hoeveel procent van de koolhydraten uit de melk is door de melkzuurbacteriën afgebroken? Leg je antwoord uit met een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juiste berekening: 5,0
- 3,0 = 2 gram koolhydraten zijn afgebroken
2 : 5,0 x 100 = 40%
Opmerking Als de kandidaat beide rekenstappen in één juiste formule verwerkt met een juiste uitkomst, mogen beide scorepunten toegekend worden.
Vraag 11 2 punten
Melk en yoghurt bevatten vetten. Om vetten goed te kunnen verteren, is gal nodig. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Noteer in de tabel de naam van het orgaan dat gal maakt. Noteer ook de naam van het stukje dunne darm waar gal aan het voedsel toegevoegd wordt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: Dit orgaan maakt gal. lever In dit stukje dunne darm wordt gal twaalfvingerige darm toegevoegd aan het voedsel. per juist ingevuld orgaan (1) (2)
Wangslijmvlies
Josje doet een practicum bij biologie. Met een wattenstaafje gaat ze langs de binnenkant van haar wang. Cellen van haar wangslijmvlies blijven aan het wattenstaafje plakken. Josje maakt van deze cellen een preparaat en voegt een beetje kleurstof toe. Daarna bekijkt ze het preparaat door de microscoop. In de afbeelding zie je wat Josje dan ziet.
Vraag 12 1 punt
De cellen van het wangslijmvlies behoren tot één weefsel. Geef een kenmerk van cellen die tot één weefsel behoren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een juist kenmerk: − dezelfde vorm/bouw − dezelfde functie (1)
Vraag 13 1 punt
Josje maakt een schematische tekening van één zo’n wangslijmvliescel. Een deel wijst ze aan met de letter P.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- celmembraan (1)
Schrijf de naam van deel P op.
Vraag 14 1 punt
Alle cellen in het preparaat van Josje hebben een celkern. Kunnen in haar mond ook cellen voorkomen die geen celkern hebben? Leg je antwoord uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ja, met een uitleg waaruit blijkt dat in de mond bacteriën kunnen voorkomen (1)
Aardappelen
Petra legt een zak aardappelen in haar keukenkast. In de kast is het donker. Na enkele weken zijn er uit de aardappelknollen witte stengels gegroeid. De aardappelen zelf zijn kleiner en zachter geworden. De binnenkant van de zak met aardappelen is vochtig geworden.
Petra plant de aardappelen met witte stengels in haar tuin. Na enige tijd groeien de witte stengels uit tot nieuwe aardappelplanten.
Vraag 15 1 punt
De witte stengels hebben tijdens hun groei in de keukenkast een reservestof uit de knollen verbruikt. Welke reservestof is dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 16 1 punt
Het water aan de binnenkant van de zak met aardappelen is gedeeltelijk ontstaan bij een bepaald stofwisselingsproces in de aardappelcellen. Geef de naam van dit stofwisselingsproces.
Bekijk het antwoord
- verbranding (1)
Vraag 17 1 punt
Aan de nieuwe aardappelplanten in de tuin van Petra zijn na de zomer weer aardappelknollen gegroeid. Is dit een voorbeeld van geslachtelijke voortplanting of van ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- (een voorbeeld van) ongeslachtelijke voortplanting, met een uitleg waaruit blijkt dat (aardappel)knollen zonder bevruchting ontstaan (1)
Schrik
Richard loopt in het donker de trap af in zijn huis. Plotseling hoort hij een hard geluid. Richard schrikt. Klieren in zijn lijf geven adrenaline af aan zijn bloed. Enkele organen reageren op de adrenaline: Richard ademt sneller, zijn hartslag gaat omhoog en er wordt glucose aan het bloed afgegeven.
Vraag 18 1 punt
In de afbeelding zie je enkele hormoonklieren in het lichaam van een man.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
Welke letter geeft een hormoonklier aan die adrenaline maakt?
A letter P
B letter Q
C letter R
D letter S
Vraag 19 1 punt
Welk orgaan geeft in reactie op adrenaline glucose aan het bloed af?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 20 1 punt
Leg uit waarvoor het nodig is dat er meer glucose in het bloed komt als iemand schrikt.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de hersenen meer glucose nodig hebben om de situatie te begrijpen en te verwerken / dat de spieren meer glucose nodig hebben om te kunnen vluchten/vechten. (1)
Vraag 21 1 punt
Richard probeert rustig te worden. Hij ademt een paar keer diep in en uit. Is de ademhaling van Richard tijdens het diep in- en uitademen voornamelijk een buikademhaling of voornamelijk een borstademhaling? Leg je antwoord uit.
Bekijk het antwoord
- (voornamelijk) een buikademhaling, met een uitleg waaruit blijkt dat door buikademhaling meer lucht in de longen komt/de longen groter worden getrokken (1)
Ongesteldheid
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd worden gemiddeld eens per vier weken ongesteld. Vrouwelijke geslachtshormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies na de ongesteldheid weer dikker wordt.
Vraag 22 1 punt
Voor welke gebeurtenis is het noodzakelijk dat het baarmoederslijmvlies na de ongesteldheid weer dikker wordt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 23 1 punt
Welk deel van het vrouwelijke voortplantingsstelsel maakt tijdens de ongesteldheid hormonen aan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 24 1 punt
Wat gebeurt er met het baarmoederslijmvlies als een eicel bevrucht wordt en innestelt?
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Het baarmoederslijmvlies wordt dan niet meer afgebroken. − Het baarmoederslijmvlies verandert dan van structuur. − Het baarmoederslijmvlies groeit op de plek van innesteling uit tot een placenta. (1)
Vernauwing van bloedvaten
Cholesterol in het bloed kan ervoor zorgen dat bloedvaten vernauwen. In de afbeelding hiernaast zie je zo’n vernauwing. De pijl wijst afzettingen van cholesterol en kalk in de wand van het bloedvat aan. Dit wordt aderverkalking genoemd.
Vraag 25 1 punt
Noem een aandoening die veroorzaakt wordt door aderverkalking.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste aandoening: − hartinfarct/hartaanval − herseninfarct/beroerte − longembolie (1)
Vraag 26 1 punt
Josien heeft een vernauwd bloedvat. Het bloed in dit bloedvat stroomt rechtstreeks naar een nier. Hoe heet dit bloedvat?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- nierslagader (1)
Nectar
In de afbeelding zie je de bloemen van twee planten. Een van deze planten maakt nectar die door bijen wordt verzameld.
Vraag 27 1 punt
Welke van de twee planten maakt nectar? Noteer de naam van de plant op de uitwerkbijlage. Noteer ook een kenmerk uit de afbeelding waaruit je kunt afleiden dat de plant nectar maakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen bij een volledig juist antwoord 1 scorepunt toekennen.
Vraag 28 1 punt
Van nectar maken bijen honing. Honing bestaat onder andere uit eiwitten, koolhydraten en vitaminen. Welke van deze voedingsstoffen kunnen mensen als brandstof gebruiken?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Geluid
In de afbeelding zie je delen van het oor.
Vraag 29 2 punten
In de afbeelding geven de letters P en Q twee delen van het oor aan. Hoe heten deze delen? Schrijf je antwoord zo op: P: ........................................................... Q: ..........................................................
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (P:) trommelvlies (1)
- (Q:) slakkenhuis (1)
Vraag 30 1 punt
De gehoorzenuw geleidt impulsen naar het centraal zenuwstelsel. Door welke uitlopers gaan deze impulsen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 31 1 punt
De gehoorzenuw geleidt impulsen naar het centraal zenuwstelsel. Daar worden de impulsen verwerkt, zodat je het geluid hoort. In welk deel van het centraal zenuwstelsel vindt deze verwerking plaats?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Het zandoogje
Het zandoogje is een vlindersoort die in Malawi (Afrika) voorkomt. Zandoogjes planten zich voort door eitjes te leggen. Uit de eitjes komen rupsen die zich na enige tijd verpoppen. Uit de poppen komen volwassen vlinders.
In Malawi wisselen droge en natte seizoenen elkaar af. De zandoogjes zien er in die verschillende seizoenen anders uit. In het droge seizoen komen vlinders met een onopvallende kleur uit de poppen (type P in de afbeelding hieronder). In het natte seizoen komen vlinders met opvallende stippen uit de poppen (type Q in de afbeelding hieronder).
Wetenschappers hebben in een gebied met zandoogjes gedurende een jaar gemeten hoeveel regen er valt. In het staafdiagram hieronder zie je de gemiddelde regenval in dat jaar.
Vraag 32 1 punt
In welke maanden komen er volgens de informatie vlinders met opvallende stippen uit de poppen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 33 2 punten
Wetenschappers vermoeden dat de gemiddelde temperatuur in de tijd dat de vlinders rupsen zijn, bepaalt welk type vlinder uit de poppen komt. In het droge seizoen is de gemiddelde temperatuur in Malawi 17 oC en in het natte seizoen 23 oC. De wetenschappers willen onderzoeken of bij een lagere temperatuur vlinders van het type P ontstaan en bij een hogere temperatuur vlinders van het type Q. Schrijf een werkplan op voor zo’n onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- één groep rupsen (van het zandoogje) laten opgroeien bij 17 oC, een andere groep bij 23 oC (de andere omstandigheden hetzelfde houden) (1)
- na het uitkomen van de poppen het uiterlijk van de vlinders in beide groepen met elkaar vergelijken (1)
De eikenbladroller
De eikenbladroller is een vlindersoort. In het najaar leggen de vrouwtjes eitjes in de bladknoppen van eikenbomen. In het voorjaar komen rupsen uit de eitjes. De rupsen eten de jonge bladeren en bloemknoppen van de eikenbomen op. Hierdoor blijven de bomen lang kaal en kunnen ze minder goed groeien. Nadat de rupsen vlinders geworden zijn, groeien nieuwe bladeren aan de eikenbomen, maar de eikenbomen kunnen dan geen bloemen meer maken.
Koolmezen voeden zich met de rupsen, maar eekhoorns hebben door de rupsen juist minder voedsel. In het najaar groeien er namelijk voor de eekhoorns geen eikels aan de eerder kaal gegeten eikenbomen.
Vraag 34 1 punt
In de informatie worden enkele organismen genoemd die deel uitmaken van voedselketens. Welke voedselketen is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 35 2 punten
Leg uit waardoor bomen minder goed groeien als veel bladeren zijn opgegeten.
Bekijk het antwoord
- dat er minder fotosynthese is (als er minder/geen bladeren zijn) (1)
- waardoor er minder energie/stoffen beschikbaar is/zijn om te groeien (1)
Vraag 36 1 punt
Eikels zijn de vruchten van de eikenboom. Leg uit waardoor zich geen eikels ontwikkelen aan bomen die in het voorjaar door rupsen kaal gegeten worden.
Bekijk het antwoord
- Uit de uitleg moet blijken dat de eikenbomen geen bloemen meer kunnen maken (waaruit zich eikels ontwikkelen). (1)
Vraag 37 1 punt
In een eikenboom met veel rupsen valt zo veel rupsenpoep omlaag dat het lijkt alsof het regent. In de bodem zetten bepaalde organismen deze poep om in koolstofdioxide, water en mineralen. Hoe worden deze organismen genoemd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Trekvogels
Veel vogelsoorten die in Nederland broeden, trekken elk jaar duizenden kilometers naar het zuiden om te overwinteren. In de overwinterings- gebieden is in die periode meer voedsel beschikbaar dan in Nederland. Insecteneters, zoals de boerenzwaluw, vertrekken al eind augustus. Zaadeters, zoals de groenling, beginnen pas in oktober en november aan hun trektocht.
Vraag 38 1 punt
De groenling begint later in het jaar aan de trektocht naar het zuiden dan de boerenzwaluw. Verklaar waardoor de groenling later dan de boerenzwaluw naar het zuiden vertrekt. Maak gebruik van de informatie.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juiste verklaring: − De groenling kan in Nederland langer voedsel vinden dan de boerenzwaluw. − Zaden zijn langer beschikbaar dan insecten. (1)
Vraag 39 1 punt
Vogels die in de winter in Nederland blijven, hebben een grotere energiebehoefte. Een reden is dat voedsel vinden in de winter extra energie kost. Geef nog een andere reden waarvoor de vogels in de winter extra energie nodig hebben.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste reden: De vogels hebben meer energie nodig om zich warm te houden. (1)
Bloed en weefselvloeistof
In de afbeelding zie je weefsel met bloedvaten uit een arm. Tussen de cellen van het weefsel bevindt zich weefselvloeistof. De stroomrichting is met pijlen aangegeven en drie plaatsen zijn met een letter aangegeven.
Vraag 40 1 punt
Komen in weefselvloeistof rode bloedcellen voor? En komen in weefselvloeistof witte bloedcellen voor?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 41 2 punten
Het zuurstofgehalte en het gehalte aan koolhydraten op de plaatsen P en Q worden met elkaar vergeleken. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Kruis in de tabel aan of het zuurstofgehalte op plaats P lager dan, hoger dan of hetzelfde is als op plaats Q. Doe dat ook voor het gehalte aan koolhydraten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: lager hoger hetzelfde dan op dan op als op plaats Q plaats Q plaats Q het zuurstofgehalte is op X plaats P het gehalte aan X koolhydraten is op plaats P per juiste regel (1) (2)
Vraag 42 1 punt
Een klein deel van de weefselvloeistof wordt niet door bloedvaten afgevoerd, maar door een ander vat. Dit vat is in de afbeelding aangegeven met de letter R. Schrijf de naam van R op.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- lymfevat (van een arm) (1)
Verstoorde eicelrijping
PCOS is een aandoening bij vrouwen, waarbij de rijping van eicellen in de eierstokken is verstoord. Het gevolg is dat het vrijkomen van een rijpe eicel niet of zeer onregelmatig gebeurt.
Vraag 43 1 punt
In de afbeelding hierboven zie je de vrouwelijke voortplantingsorganen schematisch getekend. Met welke letter is een orgaan aangegeven dat bij PCOS niet goed werkt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 44 1 punt
In het schema hieronder zie je een tijdbalk van een regelmatige menstruatiecyclus. Vier fases zijn aangegeven met een letter. In welke fase komt normaal gesproken een rijpe eicel vrij?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
A in fase P
B in fase Q
C in fase R
D in fase S
Vraag 45 1 punt
Tijdens een onderzoek naar PCOS worden de eierstokken door middel van geluidsgolven zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Deze techniek wordt ook gebruikt bij prenataal onderzoek. Hoe heet deze techniek?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Eten koken
Ruben wil gezond eten. Hij zoekt informatie op over de voedingswaarden van enkele voedingsmiddelen.
Voedingswaarden per 100 gram gekookt voedingsmiddel
aardappelen rijst bloemkool karbonade (lam) energie 352 kJ 621 kJ 95 kJ 1453 kJ water 78 g 63,4 g 93,4 g 46,8 g eiwitten 1,9 g 3,2 g 1,8 g 25,8 g koolhydraten 17,3 g 32,3 g 1,9 g 0g vetten 0,3 g 0,3 g 0,4 g 27,5 g vitamine C 9 mg 0 mg 22 mg 0 mg vezels 1,6 g 0,7 g 2,3 g 0,1 g
Vraag 46 1 punt
In de tabel ontbreken gegevens van een bepaalde groep voedingsstoffen. Schrijf de naam op van de ontbrekende groep voedingsstoffen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- mineralen/mineraalzouten/zouten (1)
Vraag 47 1 punt
Ruben bereidt een maaltijd die bestaat uit 150 g aardappelen, 200 g bloemkool en 75 g karbonade. Hoeveel energie bevat deze maaltijd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 48 1 punt
Ruben heeft aardappelen gekozen in plaats van rijst, omdat hij die gezonder vindt. Geef met behulp van de informatie een reden waarom Ruben aardappelen gezonder vindt dan rijst.
Bekijk het antwoord
- een juiste reden: − Aardappelen bevatten minder energie/koolhydraten. − Aardappelen bevatten meer vezels/vitamine C. (1)
Hieronder zie je een afbeelding van de schijf van vijf. De vakken zijn aangegeven met een letter.
Vraag 49 1 punt
In welk vak hoort rijst te staan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Goudplevieren
Goudplevieren zijn vogels die ’s avonds op regenwormen jagen. Ze vinden hun prooi door een tijdje stil te staan en voorover te buigen. Hierna pikken ze een worm uit de grond.
Vraag 50 2 punten
De ogen van goudplevieren bevatten veel meer staafjes dan kegeltjes. Leg uit wat hiervan het voordeel is.
Bekijk het antwoord
- dat staafjes gevoeliger zijn voor licht (dan kegeltjes) (1)
- waardoor goudplevieren in het donker meer/beter kunnen zien (1)
Er is een onderzoek gedaan naar het verband tussen de tijd dat een goudplevier voorover gebukt staat om een regenworm te kiezen en de lengte van de gevangen regenworm. In het diagram hieronder zie je de resultaten.
Vraag 51 1 punt
Schrijf een conclusie uit de resultaten op die past bij het onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste conclusie: Hoe langer een goudplevier voorover gebukt staat, hoe langer de worm is die hij vangt. (1)
Ook is er een onderzoek gedaan naar de plaatsen waar goudplevieren zich bevinden en welk gedrag ze daar vertonen. De resultaten zie je in de afbeelding hieronder.
Vraag 52 1 punt
Naar aanleiding van de afbeelding worden twee uitspraken gedaan. Deze uitspraken staan in de tabel op de uitwerkbijlage. Kruis bij elke uitspraak aan of hij juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen aan een volledig juist ingevulde tabel 1 scorepunt toekennen.
Paardenkastanje
De witte paardenkastanje is een boom die meer dan dertig meter hoog kan worden. De witte paardenkastanje bloeit in april en begin mei. Een vrucht van de boom bestaat uit een groen omhulsel met flinke stekels en wordt een bolster genoemd. In een bolster bevinden zich één of twee bruine kastanjes, de zaden van de boom. Zo’n kastanje is bitter van smaak. Paarden en herten eten de kastanjes.
Vraag 53 2 punten
Geef de namen van P en Q uit de afbeelding. Schrijf je antwoord zo op: P: ........................................................... Q: ..........................................................
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (P:) stamper (1)
- (Q:) meeldraad/helmknop (1)
Vraag 54 1 punt
Welk deel van een bloem groeit na de bevruchting uit tot een bolster?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-21-1-o
Andere examens biologie vmbo-kb
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 telt 54 vragen. De meeste vragen gaan over zenuwstelsel en hormonen (10), voeding en vertering (9) en planten en fotosynthese (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-1/kb-0191-a-21-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.