Eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een praktische opdracht, Loopsnelheid en ademhaling, Loopsnelheid en ademhaling, Smaak, Trommelvliesbuisjes, Problemen met de lever, De menstruatiecyclus, De navelstreng, Eiwit in een maaltijd, Sikkelcel-ziekte, Een maagzweer, Spataders, De mannelijke voortplantingsorganen, Een oogonderzoek, Jicht, Witlof, Konijnen.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 51. Van 50 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over bloedsomloop (12), voeding en vertering (11) en ademhaling (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Bloedsomloop16-17, 19-21, 24-29, 3212
Voeding en vertering12, 18, 36-37, 41-4711
Ademhaling1-77
Zenuwstelsel en hormonen8-11, 33-357
Voortplanting13-15, 30-31, 49-507
Afweer22-232
Planten en fotosynthese38-392
Cellen481
Evolutie511

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 6 examens biologie vmbo-kb sinds 2018: dit examen vroeg meer over bloedsomloop (24% van de vragen, gemiddeld 13%) en voeding en vertering (22% van de vragen, gemiddeld 14%). Minder over ecologie (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en planten en fotosynthese (4% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Een praktische opdracht

Shafiek en Stefan schrijven een verslag van een praktische opdracht. De titel van hun verslag is: “Geven pissebedden koolstofdioxide af aan de lucht?”

Vraag 1 1 punt

In de inleiding van hun verslag schrijven ze, dat in de cellen van de pissebedden verbranding optreedt. De brandstof die daarvoor nodig is, halen de pissebedden uit hun voeding. Daarnaast nemen ze ook nog een gas uit de lucht op. Welk gas wordt verbruikt bij de verbranding?

Bekijk het antwoord
  • zuurstof (1)

Shafiek heeft voor het verslag de twee buizen van de proefopstelling nagetekend (zie de afbeelding hieronder).

rubberen stop

lucht

pisse- bedden soort zeefje (gaas) indicator indicator P Q

Onderin de buizen zit een indicator. Dat is een kalkwater-oplossing waarmee koolstofdioxide aangetoond kan worden.

Vraag 2 1 punt

Leg uit wat de functie is van buis Q bij het experiment.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat buis Q als controlebuis dient. (1)

Vraag 3 1 punt

Bij de resultaten in hun verslag geven de jongens aan dat de indicatoroplossing in buis P tijdens het experiment verandert. Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een antwoord als "Kalkwater wordt troebel" geen punt toekennen.

Loopsnelheid en ademhaling

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 4 1 punt

De afbeelding is een lengtedoorsnede van een gedeelte van het hoofd en de hals op een bepaald moment tijdens diepe ademhaling. De pijl geeft de richting van de luchtstroom aan. Zijn er tussenribspieren samengetrokken op dat moment? En zijn de middenrifspieren dan samengetrokken?

  1. A geen van de genoemde spieren zijn samengetrokken
  2. B alleen tussenribspieren zijn samengetrokken
  3. C alleen middenrifspieren zijn samengetrokken
  4. D zowel tussenribspieren als middenrifspieren zijn samengetrokken

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 5 1 punt

Er wordt een onderzoek gedaan naar het verband tussen loopsnelheid en ademhaling. De resultaten van enkele uitgevoerde metingen staan in de tabel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (20 x 2,5 =) 50 (1)

Loopsnelheid en ademhaling

loopsnelheid aantal hoeveelheid lucht totale hoeveelheid (km/uur) inademingen per per inademing ingeademde lucht minuut (liter) per minuut (liter)

2 15 0,8 12,0

5 17 1,6 27,2

7 19 2,0 38,0

9 20 2,5 X

Welk getal moet in de tabel bij X worden ingevuld?

Vraag 6 2 punten

Maak op het grafiekpapier op de uitwerkbijlage een lijndiagram van de totale hoeveelheid ingeademde lucht per minuut bij de vier verschillende loopsnelheden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • bij de assen staan de juiste grootheden en eenheden (1)
  • de vier waarden uit de tabel (drie gegeven en één berekend) zijn juist uitgezet en door een lijn met elkaar verbonden (1)

Vraag 7 1 punt

Bij een proefpersoon wordt bij verschillende loopsnelheden de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed van een beenader gemeten. Is de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed van een beenader het grootst bij loopsnelheid 2 of bij loopsnelheid 7? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Bij loopsnelheid 7, met een uitleg waaruit blijkt dat dan de meeste verbranding optreedt. (1)

Smaak

Bij het proeven spelen vier soorten smaakzintuigcellen een rol. Van elk van deze soorten liggen smaakzintuigcellen in groepjes in de tong bij elkaar. Eén zo’n groepje wordt een smaakknop genoemd (zie de afbeelding hieronder).

P Legenda: P = prikkelontvangende uitloper van de zintuigcel (smaakhaar) Q = zintuigcel R = uitlopers van zenuwcellen

Q

R

Vraag 8 1 punt

In de afbeelding zijn onder andere uitlopers van bepaalde zenuwcellen weergegeven. Tot welk type zenuwcel behoren deze cellen?

  1. A tot de bewegingszenuwcellen
  2. B tot de gevoelszenuwcellen
  3. C tot de schakelcellen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 9 1 punt

Wat is een adequate prikkel voor een smaakzintuigcel in de tong?

  1. A alleen gasvormige stoffen
  2. B alleen opgeloste stoffen
  3. C zowel gasvormige als opgeloste stoffen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Trommelvliesbuisjes

Bij een middenoorontsteking bevindt zich vocht in de trommelholte. Als gevolg hiervan kan iemand met zo’n ontsteking minder goed horen. Als een kind regelmatig een middenoorontsteking heeft, wordt wel een trommelvliesbuisje geplaatst (zie de afbeelding). Door het buisje wordt vocht uit de trommelholte afgevoerd.

Vraag 10 1 punt

Leg uit waardoor je minder goed kan horen, als zich vocht in de trommelholte bevindt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat geluidstrillingen dan niet goed opgevangen / doorgegeven kunnen worden. (1)

Vraag 11 1 punt

Hoe heet het deel van het oor waarin het vocht uit de trommelholte terechtkomt, als het afgevoerd wordt door een trommelvliesbuisje?

  1. A de buis van Eustachius
  2. B de gehoorgang
  3. C het slakkenhuis

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Problemen met de lever

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 12 2 punten

Bij sommige ziekten wordt de lever van de patiënt onherstelbaar beschadigd. Als gevolg hiervan moet zo iemand een aangepast dieet houden. Moet de voeding dan weinig eiwitten, weinig koolhydraten of weinig vetten bevatten? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • weinig vetten (1)
  • uit de uitleg moet blijken dat het emulgeren van vetten/de vetvertering minder goed verloopt (doordat de lever minder gal maakt) (1)

De menstruatiecyclus

In de afbeelding zijn de veranderingen in de dikte van het baarmoederslijmvlies van Yvonne weergegeven gedurende een aantal weken.

dikte van het baarmoeder slijmvlies

P Q R S tijd

Vraag 13 1 punt

In welke periode in de afbeelding treedt menstruatie op?

  1. A in periode P
  2. B in periode Q
  3. C in periode R
  4. D in periode S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 14 1 punt

Bij Yvonne is in de weken die in de afbeelding zijn weergegeven, geen bevruchting opgetreden. Als er wel een bevruchting optreedt en een vrouw zwanger wordt, zijn de veranderingen in het baarmoederslijmvlies anders. In de afbeelding hieronder zijn twee diagrammen weergegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Cijfer 2, met een uitleg waaruit blijkt dat in dat diagram de dikte van het baarmoederslijmvlies niet afneemt. (1)

dikte van het dikte van het slijmvlies slijmvlies

T tijd T tijd diagram 1 diagram 2

Welk cijfer geeft het diagram weer van de dikte van het baarmoederslijmvlies van een vrouw die zwanger wordt als er een bevruchting optreedt op tijdstip T, cijfer 1 of cijfer 2? Leg je antwoord uit.

Vraag 15 1 punt

Vrouwen met een zeer onregelmatige menstruatiecyclus wordt soms aangeraden de pil te gaan gebruiken. Door gebruik van de pil wordt de cyclus regelmatiger. De pil is eigenlijk een middel om zwangerschap te voorkomen. Leg uit waardoor er bij gebruik van de pil geen bevruchting plaats vindt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de pil ovulatie voorkomt. (1)

De navelstreng

Tijdens de zwangerschap verbindt de navelstreng het ongeboren kind met de placenta. Door de navelstreng worden stoffen vervoerd: naar het kind toe en van het kind af. Na de geboorte wordt de navelstreng afgebonden en doorgeknipt.

Vraag 16 1 punt

Komt in een navelstreng een ader voor? En komt er een slagader in voor?

  1. A alleen een ader
  2. B alleen een slagader
  3. C zowel een ader als een slagader
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 17 1 punt

Behoren de bloedvaten in de navelstreng tot de bloedsomloop van het kind, van de moeder, of van beiden?

  1. A alleen van het kind
  2. B alleen van de moeder
  3. C zowel van het kind als van de moeder
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Eiwit in een maaltijd

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 18 2 punten

Iemand eet 's avonds een maaltijd die bestaat uit twee delen:

  • deel 1 bevat 150 g aardappelen met 100 g spinazie en 100 g gehakt
  • deel 2 bevat 150 g yoghurt met 5 g suiker Hieronder is een gedeelte van de voedingsmiddelentabel weergegeven.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

het juiste antwoord: deel 1, want deel 1 bevat (1,5 x 2) + 2 + 16 = 21 gram eiwit en deel 2 bevat (1,5 x 3,5) = 5,25 gram eiwit

Sikkelcel-ziekte

Rode bloedcellen zijn zó gebouwd, dat ze makkelijk door de allerkleinste bloedvaatjes getransporteerd kunnen worden. Bij patiënten die lijden aan sikkelcel-ziekte kunnen de rode bloedcellen een afwijkende vorm krijgen. Dat gebeurt wanneer het bloed zuurstofarm wordt. Deze bloedcellen worden dan sikkelcellen genoemd. Door hun afwijkende vorm verstoppen sikkelcellen kleine bloedvaatjes en raken weefsels beschadigd of sterven zelfs af.

Vraag 19 1 punt

In de tekst wordt gesproken over "de allerkleinste bloedvaatjes". Wat is de naam van deze bloedvaatjes?

  1. A aders
  2. B haarvaten
  3. C slagaders
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 20 1 punt

Leg uit dat een weefsel kan afsterven als er minder bloed doorheen stroomt als gevolg van verstopte bloedvaatjes.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat (door vermindering van de doorbloeding) in een weefsel gebrek aan zuurstof/voedingsstoffen ontstaat / ophoping van afvalstoffen ontstaat. (1)

Vraag 21 1 punt

Opgehoopte sikkelcellen worden afgebroken. Het tekort aan rode bloedcellen wordt dan snel weer aangevuld door het aanmaken van grote aantallen nieuwe rode bloedcellen. Waar worden nieuwe rode bloedcellen gemaakt?

  1. A in de lever
  2. B in de nieren
  3. C in het beenmerg
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Een maagzweer

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 22 1 punt

Bepaalde bacteriën in de plooien van de maagwand spelen een rol bij het ontstaan van een maagzweer. Het heeft lang geduurd, voor men ontdekte dat deze bacteriën in de maag van veel mensen voorkomen. In de maag heersen omstandigheden die de meeste bacteriën niet overleven. Noem een oorzaak waardoor de meeste bacteriën niet kunnen overleven in de maag.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat maagzuur (de meeste) bacteriën doodt. (1)

Vraag 23 1 punt

Men vermoedt, dat stress invloed heeft op het ontstaan van een maagzweer. Door stress is de doorbloeding van de maagwand verminderd. Eén van de gevolgen is, dat witte bloedcellen hun werk in de strijd tegen de bacteriën niet goed kunnen doen. In de afbeelding zijn drie verschillende bloeddeeltjes met een letter aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Spataders

Spataders komen meestal voor in de benen. Ze zijn te zien als opgezwollen, blauwe bloedvaten die door de huid heen schijnen. Spataders ontstaan door veranderingen in de wand van de aders en door niet goed werkende kleppen in die bloedvaten. Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van spataders zijn: erfelijke aanleg, altijd veel zitten of staan en overgewicht. Ook hormonen die gemaakt worden door de eierstokken vergroten de kans op spataders.

Vraag 24 1 punt

In de onderstaande afbeelding zijn een slagader en een ader weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Tekening 2, met een uitleg waaruit blijkt dat het daar weergegeven bloedvat de dunste wand heeft. (1)

Welke tekening geeft een ader weer? Leg uit waaraan je dat in de tekening kunt zien.

Vraag 25 1 punt

Wat is de functie van de kleppen in de beenaders?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de kleppen de terugstroming van het bloed tegengaan / de doorstroming van het bloed bevorderen. (1)

Vraag 26 1 punt

Leg uit waardoor spataders vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen. Gebruik de bovenstaande informatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat vrouwelijke hormonen de kans op spataders vergroten. (1)

Vraag 27 1 punt

Mensen die bij hun werk veel zitten of staan, wordt aangeraden regelmatig de voeten en de benen te bewegen. Op de uitwerkbijlage staan twee uitspraken. Geef bij elke uitspraak met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel wordt één punt toegekend.

Vraag 28 1 punt

Een gevolg van spataders kan zijn, dat het weefselvocht uit de benen niet goed wordt afgevoerd. Er ontstaat dan vochtophoping in de benen. Door welke vaten wordt weefselvocht uit de benen afgevoerd?

  1. A alleen door bloedvaten
  2. B alleen door lymfevaten
  3. C zowel door bloedvaten als door lymfevaten

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 29 1 punt

Noem een functie van weefselvocht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste functie: − het aanvoeren van zuurstof / voedingsstoffen / hormonen − het afvoeren van afvalstoffen / koolstofdioxide (1)

De mannelijke voortplantingsorganen

In de afbeelding zijn onder andere de mannelijke voortplantingsorganen weergeven. Vier delen zijn met een letter aangegeven.

P Q R

S

Vraag 30 2 punten

Geef de naam van deel P en van deel Q. Schrijf je antwoord zó op: deel P = ................... deel Q = ...................

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • deel P = zaadblaasje (1)
  • deel Q = prostaat (1)

Vraag 31 1 punt

Door welk van de delen R en S kan zowel afvoer van zaadcellen als afvoer van urine plaatsvinden?

  1. A alleen door deel R
  2. B alleen door deel S
  3. C zowel door deel R als door deel S

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Een oogonderzoek

Om het netvlies en het vaatvlies van een patiënt te onderzoeken, laat een oogarts soms foto’s van de binnenkant van de ogen maken. Om de bloedvaten in het oog zichtbaar te maken, wordt eerst een speciale kleurstof ingespoten in een armader van de patiënt. De kleurstof wordt met het bloed naar het hart gevoerd en daarna door het hele lichaam.

Vraag 32 1 punt

In de afbeelding is een schematische weergave van de bloedsomloop weergegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (bovenste) holle ader (1)

arm

lever

Geef de naam van het bloedvat waardoor de kleurstof met het bloed de rechterboezem binnenstroomt.

Vraag 33 1 punt

Voordat de foto’s gemaakt worden, wordt een vloeistof in de ogen gedruppeld. Hierdoor worden de pupillen wijder. Trekken de kringspieren zich meer samen als de pupil wijder wordt? En trekken de lengtespieren zich dan meer samen?

  1. A alleen de kringspieren
  2. B alleen de lengtespieren
  3. C zowel de kringspieren als de lengtespieren

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 34 1 punt

De foto’s worden met behulp van blauw flitslicht en met een speciale camera gemaakt. Het flitslicht gaat het oog binnen en verlicht de binnenkant van het oog. Enkele delen van het oog zijn:

1 het glasachtig lichaam

2 het hoornvlies

3 de lens In welke volgorde passeert het flitslicht deze delen, voordat het op het netvlies valt?

  1. A 1-2-3
  2. B 1-3-2
  3. C 2-1-3
  4. D 2-3-1
  5. E 3-1-2
  6. F 3-2-1

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 35 1 punt

Op de onderstaande foto van de binnenkant van het oog zijn bloedvaten te zien en het netvlies met de gele vlek en de blinde vlek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen voor een volledig juist ingevulde tabel wordt één punt toegekend.

Jicht

Jicht is een stofwisselingsziekte. Iemand met jicht heeft teveel urinezuur in zijn bloed. Urinezuur ontstaat bij het afbreken van eiwitten. Dit urinezuur wordt bij zo'n patiënt onvoldoende met de urine uitgescheiden. Het urinezuur dat in het lichaam achterblijft, beschadigt gewrichten. Deze gewrichten worden daardoor erg pijnlijk. Naast medicijnen krijgt een jicht-patiënt een dieet voorgeschreven. Zo'n dieet bevat weinig eiwitrijke voedingsmiddelen en veel vezelrijke producten.

Vraag 36 1 punt

Welke organen werken bij een patiënt met jicht onvoldoende om urinezuur uit het bloed te verwijderen? Gebruik de bovenstaande tekst.

  1. A de darmen
  2. B de longen
  3. C de nieren
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 37 1 punt

Het dieet van een jicht-patiënt bevat weinig vlees. Geef hier een reden voor. Gebruik de bovenstaande tekst.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat vlees veel eiwit bevat. (1)

Witlof

Witlof wordt gekweekt uit witlofwortels. Deze wortels worden in het donker in een bak met water en voedingsstoffen gezet. Aan een wortel groeien dan witte bladeren die samen een kropje vormen. Na drie weken kunnen de witlofkropjes geoogst worden. Wanneer de bak met wortels in het licht wordt gezet, groeien er groene kropjes aan de wortels.

in het donker: in het licht: witte kropjes groene kropjes

witlof- wortels

Vraag 38 1 punt

Vindt fotosynthese in volledig witte kropjes plaats? En vindt fotosynthese in groene kropjes plaats?

  1. A alleen in volledig witte kropjes
  2. B alleen in groene kropjes
  3. C zowel in volledig witte als in groene kropjes

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 39 1 punt

Het water in de bak bevat voedingsstoffen die opgenomen worden door de witlofwortels. Nemen de wortels glucose op? En nemen ze voedingszouten (mineralen) op?

  1. A alleen glucose
  2. B alleen voedingszouten
  3. C zowel glucose als voedingszouten
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Konijnen

Lees eerst de bijlage met informatie 1 tot en met 8 en beantwoord dan vraag 40 tot en met 51. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

Vraag 40 2 punten

In informatie 1 staan twee konijnen van een verschillend ras afgebeeld. Het zwarte streepje onder elke afbeelding is in werkelijkheid 5 centimeter groot. Bepaal met behulp van de determineertabel van informatie 8 tot welk ras konijn P behoort. Schrijf ook de nummers op van de stappen uit de tabel die je hebt genomen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Papillon (1)
  • 1b-3b-5b-6b (1)

Vraag 41 1 punt

Konijnen hebben tanden en kiezen die altijd doorgroeien. Leg uit wat het voordeel is van het doorgroeien van tanden en kiezen voor een konijn.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat het gebit van een konijn voortdurend slijt. (1)

Vraag 42 1 punt

Bij zoogdieren komen verschillende typen kiezen voor. Welk type kiezen heeft een konijn?

  1. A knipkiezen
  2. B knobbelkiezen
  3. C plooikiezen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 43 1 punt

Hoeveel gram vocht moet een konijn van 3 kg dagelijks opnemen met zijn voedsel?

Bekijk het antwoord
  • 300 (gram) (1)

Vraag 44 1 punt

Een konijn dat veel groenvoer eet, drinkt veel minder dan een konijn dat droogvoer eet. Leg uit waarvoor een konijn dat veel groenvoer eet, niet zoveel hoeft te drinken.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat groenvoer veel vocht bevat. (1)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Vraag 45 1 punt

De eerste drie weken nadat een konijn jongen heeft gekregen, eet en drinkt ze veel meer dan een konijn zonder jongen. Leg uit waarvoor een konijn in die periode veel moet eten en drinken.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat in die periode de jongen gezoogd worden. (1)

Vraag 46 1 punt

In informatie 3 is het verteringskanaal van een konijn afgebeeld. Welk cijfer geeft het deel aan waarin vooral voedsel wordt afgebroken door bacteriën (zie informatie 5)?

Bekijk het antwoord
  • (cijfer) 5 (1)

Vraag 47 2 punten

In omstandigheden die veel stress opleveren, kan een konijn een tekort aan bepaalde voedingsstoffen krijgen, zelfs als hij voldoende eet. Aan welke twee groepen voedingsstoffen kan een konijn dan vooral een tekort krijgen? Leg je antwoord uit met behulp van informatie 5.

Bekijk het antwoord
  • eiwitten en vitaminen (B en K) (1)
  • uit de uitleg moet blijken dat hij dan minder natte keutels kan eten (1)

Vraag 48 1 punt

Een stukje van een natte keutel van een konijn wordt bekeken door een microscoop. Er zijn onder andere cellen te zien met een celwand en een celkern. Kunnen deze cellen bacteriën zijn? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • Nee, met een uitleg waaruit blijkt dat een bacterie geen celkern heeft. (1)

Vraag 49 1 punt

Tamme konijnen kunnen het hele jaar jongen krijgen, wilde konijnen niet. Verklaar dit verschil.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat in de winter de omstandigheden voor wilde konijnen ongunstig zijn / voor tamme konijnen de voedingsomstandigheden het hele jaar gelijk zijn. (1)

Vraag 50 1 punt

De draagtijd is bij een haas langer dan bij een konijn. Dit heeft te maken met het feit dat hazen nestvlieders zijn en konijnen nestblijvers (zie informatie 7). Leg uit dat de draagtijd van een nestvlieder naar verhouding langer moet zijn dan die van een nestblijver.

Bekijk het antwoord
  • Uit de uitleg moet blijken dat de jongen van een nestvlieder bij de geboorte verder ontwikkeld zijn dan bij een nestblijver. (1)

Vraag 51 1 punt

De afbeelding geeft het skelet van twee achterpoten weer: één van een konijn en één van een even grote haas.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Letter P, met een uitleg waaruit blijkt dat de poot zodanig gebouwd is dat het dier harder kan lopen / hoger kan springen. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-kb Biologie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-2/kb-0191-a-21-2-o

Andere examens biologie vmbo-kb

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 51. Van 50 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over bloedsomloop (12), voeding en vertering (11) en ademhaling (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-kb/documenten/cse-2/kb-0191-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie vmbo-kb 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.