Eindexamen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Stripboeken, Lekkend zwembad, Vakantie, Assenstelsel, Druivenstruik, Autoslaaptrein, Bacteriën.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (8), formules en grafieken (6) en lineaire verbanden (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Getallen en bewerkingen1-3, 11, 15-16, 21-228
Formules en grafieken6, 17-18, 23-256
Lineaire verbanden4-5, 73
Meetkunde12-143
Breuken en procenten9-102
Statistiek81
Goniometrie191
Verhoudingen201

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens wiskunde vmbo-bb sinds 2019: dit examen vroeg meer over getallen en bewerkingen (32% van de vragen, gemiddeld 20%) en formules en grafieken (24% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over oppervlakte en inhoud (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en verhoudingen (4% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Stripboeken

Ben verzamelt stripboeken. Hij heeft in totaal 4850 stripboeken.

Vraag 1 2 punten

Omdat Ben gaat verhuizen, verpakt hij de stripboeken in dozen. Er passen maximaal 150 stripboeken in één verhuisdoos. Hoeveel verhuisdozen heeft Ben minimaal nodig voor al zijn stripboeken? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 4850 : 150 = 32,3 (verhuisdozen) (1)
  • Het antwoord: 33 (verhuisdozen) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Ben wil zijn stripboeken in zijn nieuwe huis in andere boekenkasten zetten. De stripboeken worden rechtop gezet. Hij heeft gemeten dat

25 stripboeken naast elkaar 11 cm breed zijn.

Vraag 2 2 punten

Laat met een berekening zien dat alle stripboeken naast elkaar 21,34 meter breed zijn.

Bekijk het antwoord
  • 4850 : 25 = 194 (1)
  • 194 × 11 = 2134 (cm) (en dit is 21,34 meter) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Ben heeft een boekenkast gezien in een folder.

Vraag 3 4 punten

Op de zes planken in de boekenkast wil Ben de stripboeken rechtop en naast elkaar zetten. Op elke plank is 80 cm ruimte voor de stripboeken. Bereken hoeveel boekenkasten Ben minimaal voor zijn stripboeken moet kopen. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 6 × 80 = 480 (cm) (1)
  • 480 cm = 4,8 m (1)
  • 21,34 : 4,8 = 4,44… (kasten) (1)
  • Het antwoord: 5 (kasten) (1)

Lekkend zwembad

Tom heeft een zwembad in zijn achtertuin staan met daarin 4200 liter water. Op een ochtend ontdekt hij dat het zwembad lek is. In de grafiek kun je de hoeveelheid water in het zwembad aflezen.

4400 hoeveelheid water 4000 (liter)

3600

3200

2800

2400

2000

1600

1200

800

400

0

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 tijd (uren)

Vraag 4 2 punten

Het lekken van het zwembad begon om 01.30 uur. Hoeveel water zat er nog in het zwembad om 09.30 uur? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Tijd (van 01.30 tot 09.30) is 8 (uur) (1)
  • Het antwoord: 2600 (liter) (met een marge van 50 liter) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 5 1 punt

Na hoeveel uur is het zwembad leeg?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 21 (uur) (1)

..................................................................................................................

Vraag 6 3 punten

Geef een woordformule bij de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een juiste woordformule: hoeveelheid water = 4200

  • 200 × tijd

hoeveelheid water = ..................................................................................

Vraag 7 3 punten

Als Tom het zwembad gerepareerd en getest heeft, zit er weer 1000 liter water in het zwembad. Daarna laat hij het zwembad verder vollopen. Per uur komt er 600 liter water bij. Tom vult het zwembad tot 4000 liter. Teken de grafiek die hoort bij het vullen van het zwembad. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

tijd (uren) 0 1 2 3 4 (5) hoeveelheid 1000 1600 2200 2800 3400 4000 water (liter)

Vakantie

Aan 675 mensen zijn vragen gesteld over hun vakantie. Van al deze ondervraagde mensen maakte 51 deel dagtochten tijdens hun vakantie.

Vraag 8 2 punten

Bereken hoeveel mensen dagtochten maakten. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 675 : 5 (1)
  • Het antwoord: 135 (mensen) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 9 3 punten

Van de 675 mensen ging 39% twee weken op vakantie. Bereken hoeveel mensen twee weken op vakantie gingen. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • mensen 675 6,75 263,25 • (2) % 100 1 (39) • Het antwoord: 263 (mensen) (1) of • 675 : 100 × 39 = 263,25 (2) • Het antwoord: 263 (mensen) (1) (3)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Aan de ondervraagde mensen is ook gevraagd naar welk land ze op vakantie zijn geweest. In de tabel kun je bijvoorbeeld aflezen dat 14% van deze mensen op vakantie naar Duitsland is geweest.

landen % Nederland 28 Duitsland 14 Frankrijk 12 Spanje Italië 7 andere landen binnen Europa 24 andere landen buiten Europa 6

Vraag 10 2 punten

Bereken hoeveel procent van de mensen op vakantie ging naar Spanje. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 100 – 28 – 14 – 12 – 7 – 24 – 6 (1)
  • Het antwoord: 9(%) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Aan de ondervraagde mensen is ook gevraagd hoeveel euro zij hebben uitgegeven aan hun vakantie. In de tabel kun je bijvoorbeeld aflezen dat

108 mensen 3000 euro per persoon hebben uitgegeven.

aantal euro 1000 2000 3000 4000 5000 aantal mensen 270 244 108 40 13

Vraag 11 3 punten

Bereken hoeveel euro deze 675 mensen in totaal hebben uitgegeven aan hun vakantie. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 270 × 1000 + 244 × 2000 + 108 × 3000 + 40 × 4000 + 13 × 5000 (2)
  • Het antwoord: 1 307 000 (euro) (1)

Assenstelsel

Je ziet een assenstelsel met daarin de roosterpunten A en C getekend.

6 y

5

C 4

3

2

A 1

−3 −2 −1 O 1 2 3 4 5 6 7 x −1

−2

Vraag 12 2 punten

Schrijf de coördinaten op van punt A en van punt C.

A ……………..

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het vergeten van de haakjes 1 scorepunt in mindering brengen.

C …………….

Vraag 13 2 punten

Punt B ligt op een roosterpunt in het assenstelsel. De punten A, B en C vormen samen een rechthoekige driehoek. Teken in het assenstelsel driehoek ABC.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de letter B niet is genoteerd, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Vraag 14 3 punten

Je ziet een assenstelsel met daarin driehoek DEF getekend. Spiegel driehoek DEF in de horizontale as.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het juist gespiegeld in de verticale as 1 scorepunt in mindering brengen.

Druivenstruik

Vera heeft een druivenstruik met een lengte van 0,7 m gekocht.

Vraag 15 1 punt

Reken om: 0,7 m = ………………. cm.

Bekijk het antwoord
  • 70 (1)

De druivenstruik groeit tijdens de 1e zomer tot een veel grotere druivenstruik. Vera snoeit haar druivenstruik voor de winter. Ze knipt alle takken met bladeren eraf. Door het snoeien groeit de druivenstruik in de zomer erna weer beter. Vera snoeit haar druivenstruik voor elke winter. Dit herhaalt zich elk jaar. Vera heeft de groei van haar druivenstruik van de eerste twee jaar op schaal getekend.

einde einde 1e zomer 1e winter 2e zomer 2e winter

?

0,7 m

Vraag 16 3 punten

Hoeveel meter is de lengte van de druivenstruik in de 2e winter? Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Het opmeten van 0,5 cm en 2 cm (beide met een marge van 1 mm) (1) cm in tekening 0,5 … (2) • (1) m in werkelijkheid 0,7 … 2,8 • Het antwoord: 3 (m) (of nauwkeuriger) (1) (3)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 17 1 punt

Je ziet vier grafieken getekend met op de horizontale as de eerste drie jaar en op de verticale as de lengte van de druivenstruik. Welke grafiek hoort bij de lengte van de druivenstruik van Vera? Omcirkel de juiste letter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B C D

Vraag 18 3 punten

Vera heeft naast de lengte van de druivenstruik ook het aantal druiventrossen elk jaar geteld. In de tabel kun je dit aantal aflezen. Teken de grafiek voor het aantal druiventrossen. Maak zelf een juiste verdeling bij de verticale as.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het tekenen van een vloeiende kromme géén scorepunt in mindering brengen.

Autoslaaptrein

Met de autoslaaptrein kun je op vakantie gaan naar verschillende bestemmingen in Europa. Je ziet een kaart met ’s-Hertogenbosch als vertrekpunt en drie eindbestemmingen van de autoslaaptrein.

N

’s-Hertogenbosch

Koper Alessandria

Livorno

Vraag 19 2 punten

Als je in een rechte lijn vanuit ’s-Hertogenbosch vertrekt onder een koershoek van 167 graden, kom je uit in: Alessandria Livorno Koper Omcirkel de juiste eindbestemming. Laat op de kaart zien hoe je aan je antwoord komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Tekenen van de juiste koershoek (1)
  • Het antwoord: Livorno (1)

Vraag 20 3 punten

De kaart is getekend op schaal 1 : 20 000 000. Bereken hoeveel kilometer de autoslaaptrein van ’s-Hertogenbosch naar Koper aflegt. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het opmeten van (1,9 + 2 + 2,4 =) 6,3 cm (met een marge van 3 mm op de totale lengte) (1)
  • 6,3 × 20 000 000 = 126 000 000 (cm) (1)
  • Het antwoord: 1260 (km) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Melvin reist met zijn gezin vanuit ’s-Hertogenbosch met de autoslaaptrein naar Koper. Op de heen- en terugreis nemen ze de auto mee en huren hierbij een ‘Slaap 4 Privé’.

Tarieven heen- en terugreis ’s-Hertogenbosch - Koper tarief enkele reis Fiets € 65 Auto € 289 Motor/aanhangwagen € 199 Slaap Comfort 2-3 € 439 Slaap 4 Privé € 465 Slaap 6 Privé € 529

Vraag 21 2 punten

Bereken hoeveel euro Melvin en zijn gezin moeten betalen om heen en terug met de autoslaaptrein te reizen. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 2 × 289 + 2 × 465 (1)
  • Het antwoord: 1508 (euro) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 22 3 punten

Melvin en zijn gezin vertrekken de heenreis vanuit ’s-Hertogenbosch om 13.17 uur en komen om 9.34 uur de volgende dag aan. De terugreis vertrekken ze vanuit Koper om 14.40 uur en komen om 10.43 uur de volgende dag weer in ’s-Hertogenbosch aan. Welke reis duurt langer, de heenreis of de terugreis? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Heenreis 13.17 uur tot 9.34 uur is 20 uur en 17 minuten (1)
  • Terugreis 14.40 uur tot 10.43 uur is 20 uur en 3 minuten (1)
  • Het antwoord: de heenreis (duurt langer) (1)

Bacteriën

In de biologieles bekijkt Lotte een onderzoek naar de groei van een aantal bacteriën.

20 000

aantal bacteriën

15 000

10 000

5000

0

0 1 2 3 4 tijd (uren)

De grafiek geeft het verband weer tussen het aantal bacteriën en de tijd in uren. Lotte ziet dat het aantal bacteriën elk uur verdubbelt.

Vraag 23 1 punt

Lees uit de grafiek af met hoeveel bacteriën het onderzoek gestart is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1000 (bacteriën) (met een marge van 250 bacteriën) (1)

..................................................................................................................

Vraag 24 2 punten

Vul de tabel verder in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor elk foutief of niet ingevuld aantal 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten.

tijd (uren) 4 5 6 7 aantal bacteriën 16 000

Vraag 25 3 punten

Na hoeveel uur zijn er voor het eerst meer dan 1 miljoen bacteriën? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeeld van een juiste uitleg: tijd (uren) (8) 9 (10) • (2) aantal bacteriën (256 000) 512 000 1 024 000 • Het antwoord: (na) 10 (uur) (1) (3)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Wiskunde 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-18-1-o

Andere examens wiskunde vmbo-bb

Hoe ToetsChecker wiskunde per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (8), formules en grafieken (6) en lineaire verbanden (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde vmbo-bb 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.