Eindexamen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Slijm maken, Vulkaan, Het Pentagon, Gardameer, De ICE, Kerk.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over meetkunde (5), getallen en bewerkingen (4) en formules en grafieken (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Meetkunde10-12, 20-215
Getallen en bewerkingen1, 3-4, 134
Formules en grafieken7-8, 16-174
Lineaire verbanden6, 92
Goniometrie15, 192
Breuken en procenten21
Vergelijkingen51
Verhoudingen141
Kwadratische verbanden181
Oppervlakte en inhoud221

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens wiskunde vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over meetkunde (23% van de vragen, gemiddeld 17%). Minder over verhoudingen (5% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Slijm maken

Amy gaat slijm maken. Voor elk bakje slijm gebruikt ze 100 ml hobbylijm,

5 ml lenzenvloeistof en 50 ml scheerschuim.

Vraag 1 1 punt

Hoeveel liter hobbylijm gebruikt Amy voor één bakje slijm?

Bekijk het antwoord
  • 0,1 (1)

Vul in:

100 ml = .................. liter

Vraag 2 4 punten

Bereken hoeveel procent van het slijm uit lenzenvloeistof bestaat. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • (100 + 5 + 50 =) 155 (ml) (1) • Een verhoudingstabel als: aantal ml 155 1 (5) 2 % 100 … … • Het antwoord: 3(%) (of nauwkeuriger) (1) (4)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 3 3 punten

Amy wil 10 van deze bakjes slijm maken. Ze heeft genoeg hobbylijm en lenzenvloeistof, maar ze heeft geen scheerschuim. Scheerschuim wordt verkocht in bussen van 200 ml. Hoeveel bussen scheerschuim moet Amy minimaal kopen om deze

10 bakjes slijm te maken? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 50 × 10 = 500 (ml) (1)
  • 500 : 200 = 2,5 (1)
  • Het antwoord: 3 (bussen scheerschuim) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Amy wil 10 bakjes kopen waar ze het slijm in kan bewaren. Ze ziet van twee webwinkels een advertentie voor deze bakjes.

Bakjespaleis Bakjes Voordeelshop

€ 0,49 per stuk € 0,89 per stuk € 2,80 verzendkosten Geen verzendkosten

Vraag 4 3 punten

Bereken bij welke webwinkel Amy het goedkoopst uit is. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 10 × 0,49 + 2,80 = 7,70 (euro) (1)
  • 10 × 0,89 = 8,90 (euro) (1)
  • Het antwoord: bij het Bakjespaleis (is Amy het goedkoopst uit) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 5 3 punten

Bereken bij hoeveel bakjes deze twee webwinkels even duur zijn. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • Met gericht proberen vinden dat 7 × 0,49 + 2,80 = 6,23 (euro) (1)
  • Met gericht proberen vinden dat 7 × 0,89 = 6,23 (euro) (1)
  • Het antwoord: (bij) 7 (bakjes) (1)

Vulkaan

Tijdens een vulkaanuitbarsting stroomt lava uit de krater langs de vulkaan naar beneden. Er is een lineair verband tussen de temperatuur van de lava in °C en de afstand in meters vanaf de krater.

Bij een uitbarsting van de vulkaan de Etna is de temperatuur van de lava bij de krater 1095 °C. Als de lava 15 meter van de krater gestroomd is, is de temperatuur gedaald naar 1065 °C.

Vraag 6 2 punten

Laat met een berekening zien dat de temperatuur van de lava vanaf de krater van de Etna met 2 °C per meter afneemt.

Bekijk het antwoord
  • (1095 – 1065 =) 30 (°C) (1)
  • 30 : 15 (= 2 °C) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 7 3 punten

Geef een woordformule die hoort bij het verband tussen de temperatuur van de lava in °C en de afstand in meters vanaf de krater.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een juiste woordformule: temperatuur = 1095

  • 2 × afstand

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Bij de uitbarsting van een andere vulkaan hoort de volgende woordformule:

temperatuur = 1200

  • 3,5 × afstand

Hierin is temperatuur de temperatuur van de lava in °C en afstand de afstand in meters vanaf de krater.

Vraag 8 4 punten

Teken in het assenstelsel de grafiek bij deze woordformule. Vul eerst de tabel in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

afstand (meter) 0 100 200 300 temperatuur (°C) 1200 850 500 150

Opmerkingen Voor elk foutief of ontbrekend getal in de tabel 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten. Als de kandidaat de grafiek getekend heeft tot het punt (300,150), hiervoor geen scorepunt in mindering brengen.

afstand (meter) 0 100 200 300 temperatuur (°C)

Vraag 9 3 punten

De menselijke huid kan verbranden als die langere tijd wordt blootgesteld aan temperaturen boven de 42 °C. Bereken hoeveel hele meters de lava van de krater van deze andere vulkaan afgestroomd moet zijn om zo ver afgekoeld te zijn dat een mens zich er niet aan kan verbranden. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • Als afstand = 330, dan temperatuur = 1200 – 3,5 × 330 = 45 (°C) (1)
  • Als afstand = 331, dan temperatuur = 1200 – 3,5 × 331 = 41,5 (°C) (1)
  • Het antwoord: 331 (meter) (1)

Het Pentagon

Het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie heet het Pentagon. Het bovenaanzicht van het Pentagon is een regelmatige vijfhoek: de vijf zijden van de buitenkant zijn even lang.

In de tekening zie je een vereenvoudigde weergave van het bovenaanzicht van dit gebouw. De schaal van de tekening is 1 : 8000.

Vraag 10 4 punten

Bereken hoeveel meter de omtrek van het gebouw is. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Opmeten zijde: 3,5 (cm) (marge van 0,1 cm) (1)
  • 3,5 × 8000 = 28 000 (cm) (1)
  • 28 000 × 5 = 140 000 (cm) (1)
  • Het antwoord: 1400 (m) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 11 2 punten

Alle hoeken van het bovenaanzicht zijn even groot.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het antwoord is goed of fout.

Meet de grootte van hoek A.

Hoek A = ................. °

Vraag 12 2 punten

Teken in het onderstaande bovenaanzicht alle symmetrieassen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Per foutieve of ontbrekende symmetrieas 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten.

Gardameer

Rob en Kim gaan samen met hun 3 kinderen kamperen aan het Gardameer in Italië.

Op 1 augustus komen Rob, Kim en hun 3 kinderen aan met hun caravan. Ze verblijven 16 nachten op de camping. Per nacht betalen ze een bedrag voor de plaats en een bedrag per persoon. In de tabel staan de prijzen per nacht in euro’s voor deze periode.

prijs per nacht in euro’s

periode Premium Premium standaard- Classic- Plus- volwassene kind plaats plaats plaats 13-07 tot en met 40,40 44,70 48,30 15,50 10,10 24-08

Vraag 13 3 punten

Ze nemen een Premium Classic-plaats. Bereken hoeveel euro hun hele verblijf op de camping kost. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 44,70 × 16 = 715,20 (euro) (1)
  • 2 × 15,50 × 16 + 3 × 10,10 × 16 = 980,80 (euro) (1)
  • 715,20 + 980,80 = 1696 (euro) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 14 3 punten

Rob is op zijn racefiets rond het Gardameer gefietst. Hij heeft 161,24 km gefietst met een gemiddelde snelheid van 27,8 km/u. Bereken in uren en minuten nauwkeurig hoelang Rob heeft gefietst. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Een verhoudingstabel als: km 27,8 1 161,24 2 minuten 60 … 348 • 348 (minuten) = 5 uur en 48 minuten (1) (3)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 15 2 punten

Kim maakt met de kinderen een boottocht over het Gardameer. Ze vertrekken uit Sirmione. De boot vaart met een koershoek van 118°.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het antwoord is goed of fout.

De ICE

De ICE is de hogesnelheidstrein die dagelijks vanuit Nederland via Duitsland naar Zwitserland rijdt.

Door de hoge snelheden van de ICE moet de machinist op tijd beginnen met remmen om op het station stil te staan. De remweg van de ICE is te berekenen met de volgende woordformule:

remweg = 0,042 × snelheid × snelheid

Hierin is remweg in m en snelheid in km/u.

Vraag 16 1 punt

Laat met een berekening zien dat de remweg 3780 m is als de ICE een snelheid heeft van 300 km/u.

Bekijk het antwoord
  • 0,042 × 300 × 300 (= 3780 m) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 17 4 punten

Teken in het assenstelsel de grafiek die hoort bij de remweg van de ICE. Vul eerst de tabel in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

snelheid (km/u) 0 50 100 150 200 250 300 remweg (m) 0 105 420 945 1680 2625 3780

Opmerking Voor elk foutief of ontbrekend getal in de tabel 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten.

snelheid (km/u) 0 50 100 150 200 250 300 remweg (m) 3780

Vraag 18 2 punten

De ICE maakte in Duitsland een noodstop. De remweg van de ICE na de noodstop was 499 m. Hoeveel km/u reed de ICE op het moment van de noodstop? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • Met gericht proberen vinden dat 0,042 × 109 × 109 = 499 (m) (1)
  • Het antwoord: 109 (km/u) (1)

Kerk

Links op de foto zie je een gebouw van 3 verdiepingen dat tegenover de kerktoren van Maasbree staat. Elke verdieping van dat gebouw is gemiddeld 4 meter hoog.

Vraag 19 3 punten

Schat de hoogte van de kerktoren in meters. Laat zien hoe je aan je antwoord komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het gebouw is (3 × 4 =) 12 (meter hoog) (1)
  • Het gebouw past tussen de 4 en 5 keer in de kerktoren (1)
  • Een antwoord tussen de 48 en 60 (meter) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 20 2 punten

Hiernaast staat een tekening van een kerktoren. Welke twee wiskundige ruimtefiguren herken je in de tekening?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Piramide (1)
  • Balk (1)

................................................................................................

................................................................................................

De binnenkant van de kerk bestaat uit twee onderdelen die ze het schip en het koor noemen. Hieronder zie je een vereenvoudigde weergave van het bovenaanzicht van het schip en het koor.

Vraag 21 2 punten

Bereken hoeveel meter de omtrek van het koor is. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 15 + 25 + 15 + 25 (1)
  • Het antwoord: 80 (meter) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 22 2 punten

De oppervlakte van het schip is 750 m2. Bereken, zonder te meten, hoeveel meter de lengte van het schip is. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 750 : 25 (1)
  • Het antwoord: 30 (meter) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Wiskunde 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-21-1-o

Andere examens wiskunde vmbo-bb

Hoe ToetsChecker wiskunde per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over meetkunde (5), getallen en bewerkingen (4) en formules en grafieken (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-21-1-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde vmbo-bb 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.