Eindexamen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Afval, Waterbakken, Hoogtelijnen, Medicijnen, Sluis, Kaars.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 25. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (5), oppervlakte en inhoud (5) en lineaire verbanden (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Getallen en bewerkingen1-2, 4, 17, 205
Oppervlakte en inhoud5, 18, 23-255
Lineaire verbanden6-83
Verhoudingen14-163
Formules en grafieken19, 212
Breuken en procenten31
Vergelijkingen91
Meetkunde221

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 5 examens wiskunde vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over oppervlakte en inhoud (24% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over meetkunde (5% van de vragen, gemiddeld 20%) en goniometrie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Afval

In 2017 werd in Nederland in totaal 8 313 000 000 kg afval geproduceerd.

Vraag 1 1 punt

Vul in: 8 313 000 000 = ....................... miljard

Bekijk het antwoord
  • 8,313 (of 8 of 8,3 of 8,31) (miljard) (1)

In Nederland werd in 2017 gemiddeld 489 kg afval per inwoner geproduceerd.

Vraag 2 2 punten

Bereken met hoeveel inwoners gerekend is. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat rekent met het afgeronde getal van vraag 1, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 3 3 punten

Van de 489 kg afval die een inwoner in 2017 produceerde, werd 53% gescheiden ingeleverd. Bereken hoeveel kg afval per inwoner gescheiden werd ingeleverd. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Een verhoudingstabel als kg afval 489 … … 2 % 100 1 (53) • Het antwoord: 259,17 (of 259,2 of 259) (kg afval) (1) (3)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

BB-0153-a-o

Vraag 4 3 punten

Marieke gooit per week 6 kranten bij het oud papier weg. Een krant weegt gemiddeld 200 gram. Bereken hoeveel kg aan kranten Marieke per jaar weggooit. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het antwoord: 63 (kg) (of nauwkeuriger) (1p)

Waterbakken

Een docent heeft een grote en een kleine bak tot de rand gevuld met water. Hij laat beide bakken daarna weer leeglopen door een kraantje onder aan elke bak open te zetten.

De hoeveelheid water die in de grote bak zit, is te berekenen met de woordformule

hoeveelheid water = 24

  • 1,5 × tijd

Hierbij is de hoeveelheid water in liters en de tijd in minuten vanaf het moment dat hij het kraantje open zet.

Vraag 5 1 punt

Hoeveel liter is de inhoud van de grote bak?

Bekijk het antwoord
  • 24 (liter) (1)

..................................................................................................................

Vraag 6 4 punten

Teken de grafiek bij de hoeveelheid water in de grote bak. Je mag de tabel gebruiken. Maak zelf een juiste schaalverdeling langs de verticale as.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juiste schaalverdeling langs de verticale as (1)
  • Het tekenen van 2 juiste punten (bijvoorbeeld (0,24) en (16,0)) (2)
  • Het tekenen van een rechte lijn door deze punten (1)

BB-0153-a-o De kleine bak heeft een inhoud van 18 liter. Elke minuut loopt er een halve liter water uit de kleine bak.

Vraag 7 3 punten

Schrijf de woordformule op die hoort bij de hoeveelheid water in liters in de kleine bak en de tijd in minuten.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste woordformule hoeveelheid water = 18

  • 0,5 × tijd

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 8 2 punten

Het leeglopen van beide bakken begint om 10.45 uur. Hoe laat is de kleine bak leeg? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 18 : 0,5 = 36 (minuten) (1)
  • Het antwoord: 11.21 (uur) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 9 3 punten

Bij hoeveel minuten zit in beide bakken evenveel water? Laat zien hoe je aan je antwoord komt. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als tijd = 6 (minuten), dan bij grote bak hoeveelheid water = 15 (liter) (1)
  • Als tijd = 6 (minuten), dan bij kleine bak hoeveelheid water = 15 (liter) (1)
  • Het antwoord: 6 (minuten) (1)

Hoogtelijnen

Yvonne maakt een bergwandeling. Ze heeft een kaart waarop twee bergen te zien zijn in hoogtelijnen. De hoogtelijnen zijn in meters.

Vraag 10 2 punten

Kleur hierboven de gebieden die tussen de 300 en 400 meter hoogte liggen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Kleuren van het linker gebied tussen de hoogtelijnen 300 en 400 (1)
  • Kleuren van het rechter gebied tussen de hoogtelijnen 300 en 400 (1)

Vraag 11 2 punten

Yvonne zegt: “Het hoogste punt op de kaart ligt op 620 meter.” Kan Yvonne gelijk hebben? Leg je antwoord uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg: Het hoogste punt ligt tussen de 500 en 600 meter (1)
  • Het antwoord: Nee (Yvonne kan geen gelijk hebben) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 12 2 punten

Yvonne staat bij punt A en ze wil naar het restaurant bij punt B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 100 (1)
  • lager (1)

Omcirkel in de zin de juiste antwoorden.

0

100 hoger Het restaurant (B) ligt 200 meter lager dan Yvonne (A). 300 400

BB-0153-a-o

Vraag 13 2 punten

Vanaf het restaurant bij punt B loopt Yvonne naar punt C.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het antwoord is goed of fout.

Medicijnen

Koos ligt in het ziekenhuis en krijgt medicijnen via een infuus toegediend.

Bij een infuus kun je instellen hoeveel druppels vocht per minuut iemand krijgt toegediend. Het infuus is ingesteld op 30 druppels vocht per minuut.

Er geldt: 20 druppels = 1 ml

Vraag 14 2 punten

Bereken hoeveel ml vocht per uur uit het infuus komt. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 30 × 60 = 1800 (druppels per uur) (1)
  • 1800 : 20 = 90 (ml vocht per uur) (1)

.................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 15 3 punten

In het vocht dat Koos krijgt toegediend, zijn medicijnen opgelost. In 1 ml vocht is 50 mg van een medicijn opgelost. Koos krijgt 750 mg van het medicijn toegediend. Bereken hoeveel druppels vocht Koos krijgt toegediend. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Een verhoudingstabel als ml vocht 1 … (15) 2 mg medicijn 50 1 750 • 15 × 20 = 300 (druppels) (1) (3)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

BB-0153-a-o

Vraag 16 3 punten

Een infuus wordt in het ziekenhuis aan een standaard opgehangen. Op de foto zie je een infuusstandaard op schaal 1 : 30.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een hoogte opmeten van 5,7 (cm) (met een marge van 0,2 cm) (1)
  • 5,7 × 30 = 171 (cm) (1)
  • Het antwoord: 1,7 (meter) (1)

Sluis

Bob vaart met zijn boot door een sluis. Hij vaart van laag water naar hoog water. Als de boot de sluis in vaart, staat het water in de sluis even hoog als het lage water. Het water in de sluis stijgt tot de hoogte van het hoge water. De sluisdeur gaat open en Bob kan de sluis uitvaren.

In de grafiek zie je de waterstand in een sluis in meters en de tijd in minuten. Bij de laagste en de hoogste waterstand gaat een sluisdeur open en kan de boot in of uit de sluis varen.

Vraag 17 1 punt

Laat met een berekening zien dat het verschil tussen de laagste en de hoogste waterstand in de sluis 3,5 meter is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 5 – 1,5 (= 3,5 meter) (1)

..................................................................................................................

BB-0153-a-o

Vraag 18 2 punten

De sluis is 10 meter lang en 4,5 meter breed. Hoeveel m3 water stroomt er uit de sluis als het water van de hoogste naar de laagste waterstand zakt? Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 10 × 4,5 × 3,5 (1)
  • Het antwoord: 158 (of 157,5) (m3) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 19 1 punt

De grafiek herhaalt zich steeds. Omcirkel in de zin het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • constant (1)

aan het dalen Bij 120 minuten is het water in de sluis constant . aan het stijgen

Vraag 20 3 punten

Boten kunnen de sluis elke dag gebruiken van 06.00 uur tot 21.00 uur. Bereken hoeveel keer op één dag het water in de sluis de laagste waterstand heeft. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (Van 06.00 uur tot 21.00 uur is) 15 (uur) (1)
  • 15 × 60 = 900 (minuten) (1)
  • 900 : 50 = 18 (keer) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 21 4 punten

De tijd om in en uit te varen wordt verlengd met 5 minuten. Hierdoor staat een sluisdeur telkens 20 minuten open. Teken de grafiek voor de nieuwe waterstanden in de sluis tot

70 minuten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het juist tekenen van het constante gedeelte van 20 min bij 5 m (1)
  • Het juist tekenen van een dalende lijn gedurende 10 min tot 1,5 m (1)
  • Het juist tekenen van het constante gedeelte van 20 min bij 1,5 m (1)
  • Het juist tekenen van een stijgende lijn gedurende 10 min tot 5 m (1)

Kaars

Sam maakt kaarsen met een diameter van 6 cm.

Vraag 22 1 punt

Welke wiskundige ruimtefiguur herken je in de kaars?

Bekijk het antwoord
  • cilinder (1)

..................................................................................................................

Sam gebruikt de volgende woordformule om uit te rekenen hoeveel kaarsvet voor een kaars nodig is

kaarsvet = 28,3 × hoogte

Hierbij is kaarsvet in cm3 en hoogte in cm.

Vraag 23 4 punten

Bereken hoeveel kaarsen met een hoogte van 10 cm Sam kan maken met

3 liter kaarsvet. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 3 liter is 3000 (cm3) (1)
  • 28,3 × 10 = 283 (cm3) (1)
  • 3000 : 283 = 10,6… (kaarsen) (1)
  • Het antwoord: 10 (kaarsen) (1)

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

BB-0153-a-o

Vraag 24 2 punten

Sam vervoert de kaarsen met een hoogte van 10 cm en een diameter van

6 cm in een doos. Je ziet een foto van de doos.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 4×6×2 (1)
  • Het antwoord: 48 (kaarsen) (1)

Bereken hoeveel van deze kaarsen maximaal in de doos passen. Schrijf je berekening op.

..................................................................................................................

..................................................................................................................

..................................................................................................................

Vraag 25 2 punten

Sam maakt een nieuwe kaars die twee keer zo hoog is. Heeft Sam dan twee keer zo veel kaarsvet nodig? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg 28,3 × 20 = 566 (cm3) (1)
  • Het antwoord: ja (566 is twee keer zo veel als 283) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Wiskunde 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-22-1-o

Andere examens wiskunde vmbo-bb

Hoe ToetsChecker wiskunde per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 25. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (5), oppervlakte en inhoud (5) en lineaire verbanden (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-22-1-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde vmbo-bb 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.