Eindexamen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Suikerbieten, Tegels, Zandbak, Vloggers, Reistijd, Ladder.
Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (6), verhoudingen (5) en goniometrie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Getallen en bewerkingen | 1, 5, 7, 12-14 | 6 |
| Verhoudingen | 2-3, 15, 17, 19 | 5 |
| Goniometrie | 20-23 | 4 |
| Breuken en procenten | 4, 16 | 2 |
| Formules en grafieken | 6, 8 | 2 |
| Meetkunde | 9, 11 | 2 |
| Oppervlakte en inhoud | 10 | 1 |
| Lineaire verbanden | 18 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 5 examens wiskunde vmbo-bb sinds 2018: dit examen vroeg meer over verhoudingen (22% van de vragen, gemiddeld 8%) en goniometrie (17% van de vragen, gemiddeld 5%). Minder over meetkunde (9% van de vragen, gemiddeld 19%) en formules en grafieken (9% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Suikerbieten
In een fabriek worden suikerbieten verwerkt tot suiker.
Vraag 1 1 punt
De verwerking van suikerbieten in de fabriek vindt plaats van half september tot en met half januari. Hoeveel maanden duurt de verwerking van suikerbieten in de fabriek?
Bekijk het antwoord
- 4 (maanden) (1)
..................................................................................................................
Vraag 2 3 punten
In Nederland staan twee suikerfabrieken waar suikerbieten worden verwerkt. De rechte lijn op de kaart geeft de afstand aan tussen de twee suikerfabrieken. De schaal van de kaart is 1 : 5 000 000.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Opmeten 4,5 cm (met een marge van 0,2 cm) (1)
- 5 000 000 cm is 50 km (1)
- 4,5 × 50 = 225 (km) (1)
Bereken hoeveel km de afstand tussen deze twee fabrieken is. Schrijf je berekening op.
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Voor het produceren van 1 ton suiker is 6 ton suikerbieten nodig. Een fabriek produceert in een week 80 000 kg suiker.
Vraag 3 3 punten
Hoeveel ton suikerbieten heeft de fabriek hiervoor in een week nodig? Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 1 ton is 1000 kg (1)
- 80 000 : 1000 = 80 (ton suiker) (1)
- 80 × 6 = 480 (ton suikerbieten) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 4 4 punten
Van de 80 000 kg suiker wordt 1,8% gebruikt voor stroop. In een fles stroop zit 11 gram suiker. Bereken hoeveel flessen stroop er geproduceerd kunnen worden met deze 80 000 kg suiker. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het afronden naar 130 000 of 131 000 flessen stroop geen scorepunt in mindering brengen.
Tegels
Ron maakt een tuinpad. Hij legt 7 tegels per rij.
Vraag 5 1 punt
Hoeveel rijen met tegels moet Ron leggen voor een tuinpad van in totaal
280 tegels? Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 280 : 7 = 40 (rijen) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Met de volgende woordformule kan Ron berekenen hoeveel tegels hij heeft gelegd als hij het aantal rijen weet
totaal aantal tegels = 7 × aantal rijen
Vraag 6 4 punten
Teken de grafiek bij deze woordformule. Maak zelf een juiste verdeling voor de verticale as. Je mag de tabel gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste grafiek:
320 totaal aantal tegels
280
240
200
160
120
80
40
0
0 5 10 15 20 25 30 35 (40) aantal rijen
aantal rijen
totaal aantal tegels totaal aantal tegels
0 5 10 15 20 25 30 35 40 aantal rijen
Vraag 7 2 punten
Ron maakt een ander tuinpad met 4 tegels per rij. Hij heeft al 120 tegels gelegd. Bereken hoeveel rijen met tegels Ron nog moet leggen voor een tuinpad van in totaal 300 tegels. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 300 – 120 = 180 (tegels) (1)
- 180 : 4 = 45 (rijen) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 8 2 punten
Je ziet hieronder de woordformules van drie andere personen die een tuinpad met tegels aan het leggen zijn. Ze kunnen hiermee het totaal aantal tegels berekenen.
Bekijk het antwoord
- Voorbeeld van een juiste uitleg: Tico legt 5 tegels per rij (Demi 6 tegels en Ali 8 tegels) (1)
- Het antwoord: Tico (legt het minste aantal tegels per rij) (1)
Zandbak
Hans heeft een zandbak in zijn tuin in de vorm van een hart.
Vraag 9 1 punt
Je ziet een tekening van het bovenaanzicht van de zandbak. Het bovenaanzicht is symmetrisch. Teken in het bovenaanzicht de symmetrie-as(sen).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Het tekenen van de juiste symmetrie-as (1)
Het bovenaanzicht van de zandbak is te verdelen in een vierkant en twee halve cirkels.
1,5 m
oppervlakte cirkel = 3,14 × straal × straal
Vraag 10 4 punten
Bereken hoeveel m2 de oppervlakte van de zandbak is. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 1,5 × 1,5 = 2,25 (m2) (1)
- Straal is (1,5 : 2 =) 0,75 (m) (1)
- oppervlakte cirkel = 3,14 × 0,75 × 0,75 = 1,76… (m2) (1)
- 2,25 + 1,76… = 4 (m2) (of nauwkeuriger) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 11 4 punten
omtrek cirkel = 3,14 × diameter Bereken hoeveel meter de omtrek van de zandbak is. Schrijf je berekening op en rond je antwoord af op één decimaal.
Bekijk het antwoord
- omtrek cirkel = 3,14 × 1,5 = 4,71 (m) (2)
- 4,71 + 1,5 + 1,5 (1)
- Het antwoord: 7,7 (m) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 12 4 punten
Langs de rechte zijden van de zandbak (zijde a en zijde b) wil Hans één rij tegels per zijde leggen. De tegels zijn 15 bij 15 cm.
Bekijk het antwoord
- 1,5 m is 150 cm (1)
- 150 : 15 = 10 (tegels) (1)
- 2 × 10 = 20 (tegels) (1)
- 20 + 1 = 21 (tegels) (1)
Vloggers
Een vlogger is iemand die een deel van zijn of haar leven vastlegt op video en dit op internet deelt met anderen.
Je ziet de drie bekendste vloggers van Nederland in 2017 met het aantal ‘views’. Dit is het aantal keer dat hun video’s zijn bekeken.
vlogger aantal views
1 Kwebbelkop 2 748 480 000
2 Enzo Knol 1 403 129 000
3 Nikkie Tutorials 644 740 000
Vraag 13 1 punt
Hoeveel miljard views heeft Kwebbelkop in 2017? Vul in en geef je antwoord in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- 2,7 (miljard) (1)
2 748 480 000 = ………..… miljard
Vraag 14 2 punten
Enzo Knol heeft meer views dan Nikkie Tutorials. Bereken hoeveel miljoen views meer. Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 1 403 129 000 – 644 740 000 = 758 389 000 (views) (1)
- Het antwoord: 758 (miljoen views) (of nauwkeuriger) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 15 2 punten
Nikkie Tutorials verdient € 0,80 per 1000 views. Hoeveel euro heeft Nikkie verdiend met de 644 740 000 views? Schrijf je berekening op.
Bekijk het antwoord
- 644 740 000 : 1000 = 644 740 (1)
- 644 740 × 0,80 = 515 792 (euro) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 16 3 punten
Enzo Knol verdient extra geld met de verkoop van producten van zijn merk Knol Power. Een trui van Knol Power kost € 34,99. Hiervan gaat € 5,25 naar Enzo Knol. Hoeveel procent van de verkoop van een trui gaat naar Enzo Knol? Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- • Een verhoudingstabel als: € 34,99 1 5,25 2 % 100 … … • Het antwoord: 15% (of nauwkeuriger) (1) (3)
Reistijd
Evelien wil op bezoek bij haar oma. Oma woont 24 km bij Evelien vandaan.
Evelien berekent haar gemiddelde snelheid met de woordformule
gemiddelde snelheid = 24 : reistijd
Hierin is de gemiddelde snelheid in km per uur en de reistijd in uren.
Vraag 17 2 punten
Evelien gaat met de auto naar haar oma. Ze doet er 30 minuten over. Laat met een berekening zien dat haar gemiddelde snelheid
48 km per uur is.
Bekijk het antwoord
- 30 minuten is 0,5 uur (1)
- 24 : 0,5 (= 48 km per uur) (1)
..................................................................................................................
..................................................................................................................
..................................................................................................................
Vraag 18 4 punten
Teken de grafiek bij de woordformule. Vul eerst de tabel in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
reistijd (uren) 0,5 1 1,5 2 2,5 (3) snelheid (km per uur) 48 24 16 12 9,6 (8)
60 snelheid (km per uur)
50
40
30
20
10
0 0,5 1 1,5 2 2,5 (3) reistijd (uren)
reistijd (uren) 0,5 1 1,5 2 2,5 3 snelheid (km per uur)
60 snelheid (km per uur)
50
40
30
20
10
0 0,5 1 1,5 2 2,5 3 reistijd (uren)
Vraag 19 4 punten
In de zomervakantie besluit Evelien om op één dag op en neer naar haar oma te lopen. Evelien loopt met een gemiddelde snelheid van 6 km per uur. Ze is 2 uur op bezoek bij haar oma. Bereken hoe laat Evelien weer thuis is als ze om 9 uur ’s morgens thuis vertrekt. Schrijf je berekening op. Je mag de tabel gebruiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 2 × 24 = 48 (km) (1)
- 48 : 6 = 8 (uur) (1)
- 9.00 + 8 + 2 (1)
- Het antwoord: 19.00 (uur) (of 7 uur ’s avonds) (1)
Ladder
Sara klimt op een ladder. Hoek A is de hoek die de ladder met de grond maakt.
Vraag 20 1 punt
Meet de grootte van hoek A.
Bekijk het antwoord
- Hoek A = 59(°) (met een marge van 2°) (1)
Hoek A = ............... °
Vraag 21 2 punten
Even later zet Sara de ladder tegen de muur van een huis. De ladder staat op de grond bij punt L. De ladder maakt een hoek van 70° met de grond. Teken de ladder.
Bekijk het antwoord
- Het tekenen van een ladder onder een hoek van 70° (met een marge van 2°) L (2)
L
Vraag 22 1 punt
Omcirkel het juiste gedeelte van de volgende zin:
Bekijk het antwoord
- wordt hoek A groter (1)
Als Sara de afstand op de grond van de ladder tot de muur korter maakt,
wordt hoek A groter. dan wordt hoek A kleiner. blijft hoek A gelijk.
Vraag 23 2 punten
Met de volgende woordformule rekent Sara uit op welke afstand tot de muur de ladder moet staan, zodat de ladder veilig staat
Bekijk het antwoord
- afstand = (1)
- Het antwoord: 1,3 (meter) (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-bb Wiskunde 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-19-1-o
Andere examens wiskunde vmbo-bb
Hoe ToetsChecker wiskunde per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over getallen en bewerkingen (6), verhoudingen (5) en goniometrie (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-bb/documenten/cse-1/bb-0153-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde vmbo-bb 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.