Eindexamen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 28. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (6), kostprijs en break-even (6) en financiering (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Balans en resultatenrekening | 8, 10-11, 26-28 | 6 |
| Kostprijs en break-even | 15, 18, 21-24 | 6 |
| Financiering | 2-3, 7, 9 | 4 |
| Investeren | 12-14 | 3 |
| Marketing | 16-17, 19 | 3 |
| Personeel en organisatie | 20 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 13 examens bedrijfseconomie havo sinds 2021: dit examen vroeg meer over kostprijs en break-even (26% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over personeel en organisatie (4% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
Jessie en Bianca hebben op 1 januari 2025 een huis gekocht met een hypothecaire lening. Bij het afsluiten van de hypothecaire lening was het verplicht om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Een overlijdensrisicoverzekering is een levensverzekering.
Vraag 1 1 punt
Noem een verschil tussen een levensverzekering en een schadeverzekering.
Bekijk het antwoord
Een levensverzekering keert uit bij overlijden, (of op een afgesproken moment bij leven) in plaats van bij een schade, zoals bij een schadeverzekering.
Jessie en Bianca hebben voor verschillende verzekerde percentages gekozen. Het verzekerde bedrag van de overlijdensrisicoverzekering wordt als volgt berekend:
- bij het overlijden van Jessie wordt 60% van de schuldrest van de hypothecaire lening aan Bianca uitgekeerd.
- bij het overlijden van Bianca wordt 20% van de schuldrest van de hypothecaire lening aan Jessie uitgekeerd.
Een lager verzekerd percentage van de schuldrest van de hypothecaire lening leidt tot een lagere premie van de overlijdensrisicoverzekering.
Vraag 2 2 punten
Noem twee andere financiële redenen waarom Jessie en Bianca hebben gekozen voor een verschil in het verzekerde percentage van de schuldrest van de hypothecaire lening.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- Bianca heeft een minder hoog inkomen dan Jessie. (1)
- Bianca heeft minder spaargeld / een kleiner vermogen dan Jessie. (1)
Gegevens van de hypothecaire lening:
| hypothecaire lening | € 240.000 |
|---|---|
| afsluitdatum | 1 januari 2025 |
| aflossingsvorm | aflossing op basis van annuïteiten |
| jaarlijkse annuïteit | € 11.621 |
| interest | 2,6% per jaar |
| looptijd lening | 30 jaar |
| periode dat de interest is vastgezet (rentevaste periode) | 10 jaar |
| betaling aflossing en interest | jaarlijks achteraf op 31 december, voor het eerst op 31 december 2025 |
Vraag 3 1 punt
Noem een financieel voordeel voor Jessie en Bianca om te kiezen voor een hypothecaire lening met aflossing op basis van annuïteiten ten opzichte van een hypothecaire lening met lineaire aflossing.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
− Bij een hypothecaire lening op basis van annuïteiten zijn de uitgaven (na hypotheekrenteaftrek) aan het begin van de looptijd lager (in vergelijking met een hypothecaire lening met lineaire aflossing) − Bij een hypothecaire lening op basis van annuïteiten profiteer je (over de gehele looptijd van de lening) meer van hypotheekrenteaftrek.
Jessie overlijdt op 1 januari 2027. Voor de verzekeraar ontstaat er op deze datum een verplichting om het verzekerde bedrag aan Bianca uit te keren als gevolg van het overlijden van Jessie.
Vraag 4 3 punten
Bereken de uitkeringsverplichting die door het overlijden van Jessie op 1 januari 2027 ontstaat.
Bekijk het antwoord
- aflossing in jaar 1: 11.621 – 240.000 x 0,026 = 5.381 schuldrest 1 januari 2026: 240.000 – 5.381 = 234.619 (1)
- interest jaar 2: 234.619 x 0,026 = 6.100,09 aflossing jaar 2: 11.621 – 6.100,09= 5.520,91 schuldrest 1 januari 2027: 234.619 – 5.520,91= 229.098,09 (1)
- De uitkeringsverplichting bedraagt: 229.098,09 x 0,6 = € 137.458,86 (1)
Opmerking
Wanneer de interest niet is berekend maximaal 1 scorepunt toekennen.
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 4.
In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.
Lisa heeft een passie voor vintage meubels en koffie. Ze is op 1 januari 2025 KRING gestart om van haar passie haar werk te maken.
Informatiebron 1 bevat het eerste deel van haar ondernemingsplan met een beschrijving van KRING. Uit het ondernemingsplan blijkt het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Informatiebron 1
Een passage uit het ondernemingsplan van Lisa:
KRING is een combinatie van een koffiebar en een winkel voor vintage meubels en accessoires. Het bedrijf is gevestigd in een gehuurd pand. De vintage meubels en accessoires worden ingekocht via kringloopwinkels, particuliere inboedels en markten. De meubels worden opgeknapt voordat ze worden verkocht.
Bij KRING staat maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal.
a Door tweedehands meubels en accessoires te gebruiken, draagt de onderneming bij aan duurzaamheid.
b Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (arbeidsbeperking) krijgen een arbeidsovereenkomst met begeleiding en opleiding aangeboden.
c Bij de bedrijfsvoering wordt gewerkt aan een positief resultaat.
Het assortiment van de winkel en de koffiebar bestaat uit:
- meubels: kasten, eettafels en stoelen, bureaus en nachtkastjes.
- accessoires: vazen, potten, schalen, kopjes en schoteltjes.
- warme koffiedrankjes zoals espresso, cappuccino, latte macchiato,
americano en ijskoffies zoals iced coffee, iced latte en iced americano.
Vraag 5 3 punten
Noem de drie P’s van maatschappelijk verantwoord ondernemen en licht met behulp van informatiebron 1 toe hoe KRING deze P’s heeft uitgewerkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- People: door mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, (laat KRING zien dat zij bijdragen aan een inclusievere samenleving). (1)
- Planet: door met tweedehands meubels (en accessoires) te werken, (zijn er minder negatieve effecten op het milieu). (1)
- Profit: er wordt gewerkt aan een positief resultaat. (1)
Het assortiment van KRING is zowel breed als diep.
De ... (a) ... van het assortiment van KRING bestaat uit de verschillende productcategorieën meubels, accessoires en koffie. Een voorbeeld van de ... (b) ... van het assortiment is de productgroep koffie. Er worden veel verschillende koffiedrankjes aangeboden die verkrijgbaar zijn bij de koffiebar.
Vraag 6 1 punt
Noteer de letters a en b op het antwoordblad.
Kies uit: breedte / diepte.
Bekijk het antwoord
(a) breedte (b) diepte
Voor de financiering van de benodigde investeringen maakt Lisa gebruik van eigen vermogen, een onderhandse lening bij haar neef en leverancierskrediet.
De neef van Lisa stelt voor het verstrekken van de onderhandse lening als voorwaarde dat KRING een rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid heeft.
Vraag 7 2 punten
Leg uit waarom de neef van Lisa deze voorwaarde stelt. Betrek zowel de rechtsvorm als de onderhandse lening in het antwoord.
Bekijk het antwoord
- Bij een rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid is Lisa hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de onderneming, (1)
- waardoor de neef de mogelijkheid heeft om haar privé aansprakelijk te stellen bij wanbetaling van de (onderhandse) lening / hij minder risico loopt dat de lening niet wordt terugbetaald. (1)
Openingsbalans
Informatiebron 2 bevat informatie over de investeringen en de bijbehorende financiering voor de start van KRING.
Informatiebron 2
Investeringen en financiering van KRING per 1 januari 2025
Investeringen:
- een bestelbus om de meubels en accessoires te kunnen vervoeren
met een aanschafprijs van € 15.000
- een inventaris met een aanschafprijs van € 12.675
- een voorraad meubels en accessoires met een aanschafprijs van
€ 6.000
- een voorraad ingrediënten voor de koffiebar van € 1.650
- De maandelijkse huur van het pand is € 2.500. Bij het tekenen van het
huurcontract op 31 december 2024 is de huur voor drie maanden vooruitbetaald. Op de laatste dag van ieder kwartaal wordt de huur voor het volgende kwartaal vooruitbetaald.
Financiering:
- Er is een onderhandse lening afgesloten bij de neef van Lisa voor
€ 30.000 met een interestpercentage van 5% per jaar. De looptijd van de lening is 3 jaar en er wordt iedere maand lineair afgelost. De interest en aflossing worden op de laatste dag van de maand betaald, voor het eerst op 31 januari 2025.
- De leveranciers van de ingrediënten voor de koffiebar zijn bereid om
50% van de voorraad te financieren met een krediettermijn van een maand. Van deze krediettermijn wordt volledig gebruikgemaakt.
- Er is door de bank een rekening-courantkrediet met een kredietlimiet
van € 10.000 beschikbaar gesteld. Van dit krediet maakt Lisa op 1 januari 2025 nog geen gebruik.
- Het resterende bedrag om de investeringen te financieren wordt
ingebracht met eigen vermogen.
Vraag 8 4 punten
Stel met behulp van informatiebron 2 de balans van KRING per 1 januari 2025 op.
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag verder in.

Bekijk het antwoord
| debet | balans per 1 januari 2025 (getallen x € 1) | credit | |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | Eigen vermogen | 13.000 | |
| Bestelbus | 15.000 | ||
| Inventaris | 12.675 | Lang vreemd vermogen | |
| Vlottende activa | 5% Onderhandse lening | 30.000 | |
| Voorraad meubelen en accessoires | 6.000 | Kort vreemd vermogen | |
| Voorraad koffiebar | 1.650 | Crediteuren | 825 |
| Vooruitbetaalde huur | 7.500 | ||
| Liquide middelen | |||
| Bank | 1.000 | ||
| 43.825 | 43.825 |
- Bestelbus, inventaris, voorraad meubelen en accessoires, voorraad koffiebar, onderhandse lening, met juiste bedragen (1)
- Vooruitbetaalde huur en: (3 x 2.500 =) 7.500 (1)
- Crediteuren (0,50 x 1.650 =) 825 (1)
- Eigen vermogen en: (43.825 – 30.000 – 825 =) 13.000 en 43.825 (1)
Opmerkingen: Als het rekening-courantkrediet met 0 op de balans is opgenomen geen scorepunt aftrekken.
Als de Voorraad meubelen en accessoires en de Voorraad koffiebar als één balanspost zijn opgenomen, geen scorepunt aftrekken.
Liquiditeitsbegroting
Lisa stelt een liquiditeitsbegroting op over het eerste kwartaal van 2025.
Vraag 9 2 punten
Bereken de uitgaven aan de onderhandse lening die op 31 maart 2025 betaald moeten worden (zie informatiebron 2).
Bekijk het antwoord
3 0.000
- aflossing onderhandse lening: 3 x 12 = 833,33 (1)
- interest: (30.000 – 2 x 833,33) x 0,05 x 1 12 = 118,06
833,33 + 118,06 = € 951,39 (1)
Informatiebron 3 bevat informatie over de inkopen van KRING en de gedeeltelijk opgestelde liquiditeitsbegroting voor het eerste kwartaal van 2025. De maanden januari en februari zijn al ingevuld.
Informatiebron 3
Inkopen bij KRING
Er worden iedere maand twee verschillende inkopen gedaan bij KRING.
1 Inkopen van meubels en accessoires
De ingekochte meubels en accessoires worden bij aankoop contant betaald. Alle ingekochte meubels en accessoires in een maand worden de volgende maand verkocht. De inkoopprijs van de ingekochte meubels en accessoires bedraagt 40% van de verkoopprijs.
2 Inkopen van ingrediënten voor de koffiebar
De ingrediënten voor de koffiebar worden iedere maand op de eerste dag ingekocht. De ene helft van deze inkopen wordt contant betaald, de andere helft wordt de volgende maand betaald. Alle ingekochte producten in een maand worden in dezelfde maand verkocht. De inkoopprijs van de ingrediënten voor de koffiebar bedraagt 30% van de verkoopprijs.
Verkopen bij KRING (getallen x € 1)
| productgroep | februari | maart | april |
|---|---|---|---|
| meubels en accessoires | 5.000 | 6.500 | 5.500 |
| ingrediënten koffiebar | 8.000 | 6.000 | 4.000 |
Gedeeltelijk opgestelde liquiditeitsbegroting voor het eerste kwartaal van 2025

Vraag 10 2 punten
Bereken het bedrag aan contante inkopen in de maand maart 2025.
Bekijk het antwoord
- Contante inkopen koffiebar 6.000 x 0,3 x 0,5 = 900 (1)
- Contante inkopen meubelen en accessoires 5.500 x 0,4 = 2.200 + Contante inkopen maart 2025 € 3.100 (1)
Conclusie
Lisa onderzoekt of zij maandelijks een privéopname van € 3.800 kan doen. Om een privéopname mogelijk te maken kan ze eventueel gebruikmaken van een rekening-courantkrediet van de bank met een kredietlimiet van € 10.000.
Informatiebron 4 bevat de overige gegevens over het eerste kwartaal van 2025.
Informatiebron 4
Overige gegevens voor het eerste kwartaal van 2025
Personeel
Lisa neemt per 1 januari 2025 vier medewerkers in dienst:
| functie | aantal fulltime- werknemers | medewerker met arbeidsbeperking (ja/nee) | maandloon per medewerker in 2025 |
|---|---|---|---|
| medewerker koffiebar | 2 | ja | wettelijk minimumloon van € 1.960 |
| winkelmedewerker | 1 | ja | wettelijk minimumloon van € 1.960 |
| sociaal werker | 1 | nee | € 3.150 |
Loonkostensubsidie
Bedrijven die mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen, lopen het risico dat deze werknemers minder productief zijn dan mensen zonder een arbeidsbeperking. Werknemers met een arbeidsbeperking worden begeleid door een sociaal werker.
Vanwege de verminderde productiviteit van deze werknemers ontvangen bedrijven een loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking.
De loonkostensubsidie is 70% van het wettelijk minimumloon en wordt maandelijks aan het begin van de maand ontvangen.
Vraag 11 4 punten
Toon met een berekening aan of Lisa in de maand maart van 2025 gebruik moet maken van het rekening-courantkrediet om een privéopname van € 3.800 te kunnen doen.
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in (zie informatiebronnen 2 tot en met 4).

Bekijk het antwoord

conclusie:
Lisa heeft in maart 2025 wel / geen gebruik moeten maken van het rekening-courantkrediet om maandelijks ook een privéopname van € 3.800 te kunnen doen, want in de maand maart is het eindsaldo liquide middelen (€ 8.846,39) negatief.
- loon medewerkers 3 x 1.960 + 3.150 = 9.030 loonkostensubsidie 3 x 1.960 x 0,7 = 4.116 (1)
- betaling crediteuren 8.000 x 0,3 x 0,5 = 1.200 (1)
- huur en eindsaldo liquide middelen (1)
- conclusie (1)
Opgave 3
Devin overweegt om haar spaarrekening bij Bank A op te heffen en een beleggingsrekening te openen bij een duurzamere bank. Ze maakt daarbij gebruik van De Eerlijke Geldwijzer. De Eerlijke Geldwijzer maakt het mogelijk om de scores van banken op een aantal duurzaamheidsthema’s zoals klimaat, mensenrechten en dierenwelzijn te vergelijken.
De scores van de banken zijn hieronder te vinden waarbij 10 de hoogste en 1 de laagste score is.
| banken | score Mensen- rechten | score Klimaat- bewust handelen | score Belastingen | score Gender- gelijkheid | score Dieren- welzijn |
|---|---|---|---|---|---|
| Bank A | 8 | 7 | 5 | 4 | 7 |
| Bank B | 7 | 5 | 4 | 4 | 5 |
| Bank C | 9 | 9 | 8 | 8 | 9 |
| Bank D | 10 | 10 | 8 | 7 | 8 |
Voor Devin weegt niet ieder duurzaamheidsthema even zwaar mee. Ze maakt daarom gebruik van de volgende wegingsfactoren voor de thema’s die zij belangrijk vindt:
| duurzaamheidsthema | wegingsfactor |
|---|---|
| a. Mensenrechten | 5 |
| b. Klimaatbewust handelen | 4 |
| c. Belastingen | 2 |
| d. Gendergelijkheid | 1 |
| e. Dierenwelzijn | 3 |
| totaal wegingsfactoren | 15 |
Devin kiest voor de bank die de hoogste gewogen gemiddelde score heeft op de vijf duurzaamheidsthema’s. Bank A en Bank B scoren op alle thema’s lager dan de andere banken waardoor zij al afvallen. Het gewogen gemiddelde van Bank C is een 8,8.
Vraag 12 1 punt
Toon met een berekening aan dat Devin zal overstappen naar Bank D.
Bekijk het antwoord
Bank D: 10 x 5 + 10 x 4 + 8 x 2 + 7 x 1 + 8 x 3 = 9,1 (> 8,8) 15
Devin neemt op 1 juli 2025 het bedrag op haar spaarrekening bij bank A op en beëindigt de spaarrekening. Deze spaarrekening heeft een vaste looptijd met een einddatum van 1 juli 2030. Er is op deze spaarrekening twee keer geld ingelegd:
- op 1 juli 2010 een bedrag van € 10.000;
- op 1 juli 2015 een bedrag van € 12.500.
Van 1 juli 2010 tot 1 juli 2015 was de samengestelde interest 2,5% per jaar en daarna 1,5% per jaar.
Door het voortijdig opnemen van het spaarbedrag bij Bank A is Devin een boetebedrag verschuldigd. De Bank rekent een boete van 1% over de oorspronkelijk ingelegde bedragen voor elk jaar dat dit bedrag nog vast zou moeten staan.
Het spaarbedrag na aftrek van de boete gaat Devin beleggen bij Bank D.
Vraag 13 2 punten
Bereken het totale bedrag dat Devin na aftrek van de boete op 1 juli 2025 kan beleggen bij Bank D.
Bekijk het antwoord
- (10.000 x 1,025⁵+ 12.500) x 1,015¹⁰ = 27.637,21 (1)
- 22.500 x 0,01 x 5 = 1.125 27.637,21 – 1.125 = € 26.512,21 (1)
Devin kan bij het beleggen kiezen voor zelf geselecteerde aandelen of voor het beleggen in een beleggingsfonds van Bank D. Devin kiest voor het beleggen in een beleggingsfonds.
Vraag 14 2 punten
Noem twee financiële voordelen voor het beleggen in een beleggingsfonds in plaats van zelf geselecteerde aandelen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: (−)/(−) Er is meer kennis / expertise.
De kosten zijn lager dan bij zelf beleggen. − Beleggingsrisico’s kunnen beter worden gespreid.
per juist antwoord (1)
Opgave 4
In deze opgave blijven belastingen buiten beschouwing.
Leraar bedrijfseconomie Nadal besluit om samenvattingen uit te geven in een boekje: Always BeCo voor het eindexamen Havo (kortweg: ABC). Nadal heeft onderstaande grafiek gemaakt van de totale kosten, afgezet tegen het aantal verkochte boekjes. De totale kosten bestaan uit variabele en constante kosten.

Vraag 15 1 punt
Bereken de variabele kosten per boekje.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juiste berekening is: 33.000 - 3 .000 = € 6 5 .000
Nadal heeft een enquête afgenomen in zijn havo-examenklassen. Hieronder is een overzicht gegeven van het aantal leerlingen dat het boekje wil kopen bij twee verschillende verkoopprijzen. De verkoopprijs van dit boekje bij de concurrent bedraagt € 15,95.
| totaal aantal leerlingen | aantal leerlingen dat maximaal € 15,95 wil betalen | aantal leerlingen dat maximaal € 10 wil betalen1) | |||
|---|---|---|---|---|---|
| klas a | 30 | 10 | 18 | ||
| klas b | 26 | 10 | 16 | ||
| klas c | 24 | 15 | 18 | ||
| totaal | 80 | 35 | 52 |
noot 1 Leerlingen met een betalingsbereidheid van € 10 zullen ABC ook daadwerkelijk kopen.
Nadal besluit zijn boekje ABC tegen een verkoopprijs van € 10 te verkopen.
Vraag 16 2 punten
Noem het prijsbeleid dat Nadal toepast. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
- penetratiepolitiek (1)
- Door een lagere prijs te kiezen dan die van zijn concurrenten (hoopt hij een deel van de markt te veroveren). (1)
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het eerste scorepunt is behaald.
Nadal gaat ervan uit dat alleen havo-examenkandidaten met bedrijfseconomie in hun vakkenpakket zijn boekje ABC zullen kopen en dat een leerling nooit meer dan 1 boekje koopt.
In onderstaande grafiek is het totale aantal examenkandidaten gegeven, uitgesplitst naar niveau.

noot 1 Er zijn in totaal 172.000 examenkandidaten. Van de havo-examenkandidaten heeft 30% het vak bedrijfseconomie.
Nadal gaat ervan uit dat landelijk het percentage van de leerlingen dat ABC koopt 50 procentpunt lager is dan in zijn eigen examenklassen bij een prijs van € 10.
Vraag 17 3 punten
Bereken hoeveel leerlingen ABC zullen kopen. Bereken hiervoor eerst hoeveel procent van de leerlingen in zijn klassen bereid is om € 10 te betalen. Rond af op hele leerlingen.
Bekijk het antwoord
- percentage havoleerlingen in zijn klassen dat ABC koopt: 52 80 x 100% = 65% (1)
- totaal aantal havoleerlingen dat bedrijfseconomie heeft: 172.000 x 0,27 x 0,30 = 13.932 (1)
- aantal leerlingen dat ABC koopt: (0,65 – 0,50) x 13.932 = 2.090 (1)
Opmerkingen: Afronden naar beneden niet fout rekenen.
De derde deelscore mag ook worden toegekend aan het antwoord: 52 + (0,65 – 0,50) x (13.932 – 80) = 2.130.
Vraag 18 2 punten
Bereken het resultaat dat Nadal bij dit aantal boeken zal behalen.
Bekijk het antwoord
2.090 x (10 – 6) – 3.000 = € 5.360
Opmerking
Voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Om een grotere afzet te behalen zou Nadal, behalve een nog lagere prijs te kiezen, ook een ander instrument van de marketingmix kunnen gebruiken.
Vraag 19 2 punten
Noem een ander marketinginstrument dan prijsbeleid en leg uit hoe Nadal dit instrument kan inzetten.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- Promotie(beleid) (1)
- Nadal zou (op social media) meer reclame kunnen maken voor zijn boekje. (1)
of
- Plaats(beleid) (1)
- Nadal kan zijn boekje via een platform (Bol.com) verkopen / via scholen aanbieden. (1)
of
- Product(beleid) (1)
- Nadal gaat zijn boekje nog overzichtelijker maken / meer relevante opgaven toevoegen dan de concurrent. (1)
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het eerste scorepunt is behaald.
Opgave 5
Bij deze opgaven horen informatiebronnen 5 tot en met 7.
Bij deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.
De introductiecommissie van de hbo opleiding Ondernemerschap en Retail Management (ORM) organiseert de introductieweek van studiejaar 2025-2026. De directie van de ORM-opleiding stelt hiervoor jaarlijks een bijdrage beschikbaar aan de introductiecommissie.
In het voorjaar van 2025 komt de introductiecommissie voor het eerst samen om de exploitatiebegroting op te stellen en vast te stellen hoeveel mentoren er onder studenten geworven moeten worden.
De introductiecommissie wil op tijd beginnen met het werven van mentoren. Daarvoor is een vacature opgesteld. De verantwoordelijkheid van de mentor voor het bedenken en laten uitvoeren van leuke kennismakingsactiviteiten en het wegwijs maken van nieuwe studenten is een onderdeel van … (a)… (zie informatiebron 5).
Informatiebron 5
Wervingscampagne mentoren introductieweek 2025
Onderstaande vacature is gedeeld met de klassen en op de socialmediakanalen van de hogeschool.
Mentoren gezocht voor introductieweek 2025!
Ben jij een tweedejaarsstudent ORM en zou jij graag nieuwe studenten van de opleiding willen begeleiden tijdens de introductieweek 2025? Dan zijn we op zoek naar jou als mentor!
Wat ga je doen?
Je bent verantwoordelijk voor het bedenken en laten uitvoeren van leuke kennismakingsactiviteiten en het wegwijs maken van nieuwe studenten.
Wat zit er voor jou in?
Je verdient 25 studie-uren die je kunt inzetten voor het onderdeel professionele ontwikkeling. Daarnaast ontvang je een cadeaubon van € 50.
Ben je enthousiast? Schrijf je dan nu in via de volgende link: www.inschrijvenmentorORM2025.nl
Vraag 20 1 punt
Geef aan wat er bij (a) moet komen te staan. Kies bij (a) uit: het functieprofiel / de functiewaardering.
Bekijk het antwoord
(a) het functieprofiel
Voor het opstellen van de exploitatiebegroting dient de resultatenrekening van de introductieweek van het vorige studiejaar als uitgangspunt (zie informatiebron 6).
Informatiebron 6
Introductieweek
realisatie studiejaar 2024-2025 en begroting 2025-2026 (getallen x €1)
| resultatenrekening 2024-2025 | exploitatiebegroting 2025-2026 | |
|---|---|---|
| opbrengsten | ||
| bijdrage directie | 15.000 | |
| eigen bijdrage studenten | 4.050 | |
| totale opbrengsten | 19.050 | |
| kosten | ||
| cadeaubonnen mentoren | 480 | |
| lunch maandag en dinsdag | 1.920 | |
| T-shirts | 1.248 | |
| fotograaf | 400 | |
| cadeau sprekers | 40 | 50 |
| boothuur | 4.200 | 4.536 |
| huur feestlocatie | 13.400 | 14.472 |
| totale kosten | 21.633 | |
| resultaat | -2.538 |
In het studiejaar 2024-2025 zijn 180 studenten gestart met de opleiding ORM. De eigen bijdrage was in het studiejaar 2024-2025 € 25 per student.
Voor het studiejaar 2025-2026 wordt verwacht dat er 210 studenten zullen starten met de opleiding ORM en de eigen bijdrage is € 35 per student.
Voor het bepalen van het aantal benodigde mentoren ten opzichte van het aantal studenten is uitgegaan van 1:15.
De volgende kosten stijgen volgens de introductiecommissie met 8% in schooljaar 2025-2026:
- de kosten van de fotograaf
- de boothuur
- de huur van de feestlocatie
Het aantal studenten dat deelneemt aan de introductie stijgt met meer dan 8%.
Vraag 21 1 punt
Leg uit of deze kosten variabele of constante kosten zijn
Bekijk het antwoord
Constante kosten, omdat deze niet afhankelijk zijn van het aantal studenten / als de kosten variabel zijn, zouden de kosten toenemen met de groei van het aantal studenten.
De exploitatiebegroting 2025-2026 wordt door de introductiecommissie verder ingevuld, waarna deze begroting wordt voorgelegd aan de directie. Bij de exploitatiebegroting wordt uitgegaan van:
- hetzelfde percentage niet-betalende studenten voor het studiejaar 2025-2026 als in het studiejaar 2024-2025;
- het verwachte aantal studenten voor het studiejaar 2025-2026 (zie informatiebron 6).
Vraag 22 6 punten
Bereken welke bijdrage er van de directie nodig is om de exploitatiebegroting sluitend te krijgen (zie informatiebronnen 5 tot en met 7).
Vul de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in.

Bekijk het antwoord

| berekeningen (getallen x € 1) | |
|---|---|
| verwachte opbrengsten eigen bijdrage | (180 x 25) – 4.050 = 450 450 x 100% = 10% 4.500 (1– 0,10) x 210 x 35 = 6.615 |
| cadeaubonnen mentoren | 210 = 14 15 14 x 50 = 700 |
| lunch maandag en dinsdag | (2,75 + 1 + 0,75 + 1) x (210 + 14) x 2 = 2.464 |
| fotograaf | 400 x 1,08 = 432 |
| bijdrage directie | 700 + 2.464 +1.568 + 432 + 50 + 4.536 + 14.472 – 6.615 = 17.607 |
- 6.615 (2)
- 700 (1)
- 2.464 (1)
- 432 (1)
- 17.607 (1)
Opmerking
Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
De directie heeft de exploitatiebegroting ontvangen en geeft in juni 2025 aan een lagere bijdrage te geven dan de bijdrage waar de introductiecommissie om vraagt. De introductiecommissie bedenkt twee oplossingen om de exploitatiebegroting sluitend te krijgen:
- studenten vóór de start van de introductieweek de eigen bijdrage laten betalen.
- de boottocht vervangen door een roeiclinic, verzorgd door de roeivereniging.
Een van de voordelen van het vooraf laten betalen is dat er geen nietbetalende studenten zullen zijn.
Vraag 23 2 punten
Noem twee andere bedrijfseconomische voordelen voor de introductiecommissie van het vooraf laten betalen van de eigen bijdrage.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− De commissie/hogeschool beschikt direct over geld om de betalingen te kunnen doen.
− De commissie kan nauwkeuriger inkopen nu er meer zekerheid is over de studentenaantallen.
(−)/(−) minder administratieve kosten meer interestopbrengsten
per juist antwoord (1)
Een van de introductiecommissieleden is lid van de plaatselijke roeivereniging en zal het bestuur van de vereniging vragen of de vereniging een roeiclinic wil organiseren tegen een vergoeding van gemaakte kosten.
Vraag 24 2 punten
Noem twee bedrijfseconomische redenen waarom de roeivereniging genoegen neemt met alleen een vergoeding van gemaakte kosten voor het verzorgen van een roeiclinic tijdens de introductieweek.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− Een vereniging heeft niet als doel om winst te maken / een vereniging is geen commerciële organisatie.
− de (mogelijke) werving van nieuwe leden − het vergroten van de naamsbekendheid − Het is goed voor het imago van de roeivereniging.
per juist antwoord (1)
Opgave 6
In deze opgave blijft de dividendbelasting buiten beschouwing.
Neero nv is een onderneming die elektrische scooters verkoopt. De creditzijde van de balans van Neero is hieronder gegeven.
| creditzijde balans 31 december 2025 (getallen x € 1.000) | ||
|---|---|---|
| Aandelenkapitaal | 4.000 | |
| Reserves | 1.500 | |
| Resultaat 2025 voor belasting | 500 | |
| Hypothecaire lening | 5.000 | |
| Crediteuren | 1.800 | |
| Rekening-courantkrediet | 200 | |
| Totaal | 13.000 |
Het aantal aandelen van Neero is 250.000.
Voor het berekenen van vennootschapsbelasting worden de volgende tarieven gebruikt:
| voor het resultaat: | tarief |
|---|---|
| tot en met € 200.000 | 19% |
| over het meerdere | 25,8% |
Op 1 januari 2026 wordt het resultaat over 2025 verdeeld.
De volgende verdeling van het resultaat over 2025 na aftrek van vennootschapsbelasting is vastgesteld:
- Voor aandeelhouders is € 1,45 dividend per aandeel beschikbaar.
- Het overige deel van het resultaat wordt gereserveerd.
Vraag 25 1 punt
Noem het orgaan binnen de onderneming dat de verdeling van het resultaat goedkeurt.
Bekijk het antwoord
de algemene vergadering van aandeelhouders / AvA
Vraag 26 2 punten
Bereken het totale bedrag dat Neero reserveert als gevolg van de verdeling van het resultaat over 2025.
Bekijk het antwoord
- vennootschapsbelasting: 200.000 x 0,19 + (500.000 – 200.000) x 0,258 = 115.400 (1)
- dividend: 250.000 x 1,45 = 362.500 toevoegen aan reserves: 500.000 – 115.400 – 362.500 = € 22.100 (1)
De directie bestudeert de solvabiliteit op 1 januari 2026 na de verdeling van het resultaat over 2025, maar voordat het dividend en de vennootschapsbelasting zijn betaald.
Vraag 27 2 punten
Bereken de solvabiliteit op 1 januari 2026 (EV/VV) na verdeling van het resultaat, maar voordat het dividend en de vennootschapsbelasting zijn betaald.
Bekijk het antwoord
- vreemd vermogen: 5.000.000 + 1.800.000 + 200.000 + 115.400 + 362.500 = 7.477.900 (1)
- eigen vermogen: 4.000.000 + 1.500.000 + 22.100 = 5.522.100 solvabiliteit (EV/VV): 5.522.100 7.477.900 = 0,74 (1)
De directie is tevreden over de solvabiliteit, maar zoekt nog naar een andere mogelijkheid dan winstinhouding om het eigen vermogen te laten toenemen.
Vraag 28 1 punt
Noem een andere manier dan winstinhouding om het eigen vermogen te laten toenemen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − de emissie van aandelen (boven pari) − herwaardering (van activa)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Bedrijfseconomie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens bedrijfseconomie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 28. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (6), kostprijs en break-even (6) en financiering (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-2/ha-0400-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie havo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.