Eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Tapijten en borduursels, Menselijke maat, Kritiek op Venus.

Kort antwoord

Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over kunstgeschiedenis (18), beschouwen (7) en beeldaspecten (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Kunstgeschiedenis1-4, 8, 12, 14-19, 21-24, 26, 2818
Beschouwen7, 9, 11, 13, 20, 25, 277
Beeldaspecten5-6, 103

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 10 examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kunstgeschiedenis (64% van de vragen, gemiddeld 38%). Minder over beeldaspecten (11% van de vragen, gemiddeld 25%) en technieken (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Tapijten en borduursels

Vragen bij afbeelding 1 tot en met 8

Op afbeelding 1 zie je het wandtapijt Koning Lodewijk XIV bezoekt de gobelinwerkplaats, 15 oktober 1667. Het is gemaakt naar een ontwerp van de hofschilder Charles Le Brun. Op afbeelding 2 zie je het geschilderde karton dat diende als voorbeeld voor het tapijt.

Zoals te zien op het wandtapijt en het schilderij werden tijdens het bezoek, behalve wandtapijten, ook verschillende andere soorten producten gepresenteerd aan de koning.

Vraag 1 3 punten

Noem drie van deze andere soorten producten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − meubels (tafel) − schilderijen / kartons − (edel)smeedwerk / (een) schaal − vazen (keramiek, smeedwerk) − stoffen − beeldhouwwerk (een reliëf) per juist antwoord (1) (3)

De Manufacture des Gobelins (gobelinswerkplaats) was eigendom van de Franse staat. Net als de academies voor schilderkunst, dans en opera stond deze werkplaats onder ministerieel toezicht. Lodewijk XIV (1638- 1715) bemoeide zich actief met de productie van kunst.

Vraag 2 2 punten

Geef twee politieke doelen die Lodewijk hiermee nastreefde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Lodewijk XIV kon door zijn actieve bemoeienis de inhoud bepalen van de (kunst)werken en daarmee propaganda (voor zijn macht) voeren / de glorie van Frankrijk uitdragen (in binnen- en buitenland). − Lodewijk XIV onderstreept hiermee zijn positie als absolute vorst / dat de volledige macht bij hem ligt. − Lodewijk XIV kon zich op deze manier positioneren als beschermheer van de kunsten / als een ontwikkeld / verlicht vorst. per juist antwoord (1) (2)

Het wandtapijt op afbeelding 1 maakt deel uit van een serie van veertien tapijten gewijd aan belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Lodewijk XIV. Het tapijt is gemaakt tussen 1673 en 1680.

Lodewijk XIV kende aan wandtapijten een hoge status toe. Het feit dat hij belangrijke gebeurtenissen uit zijn regeerperiode in wandtapijten liet uitbeelden is daarvoor een argument.

Vraag 3 3 punten

Geef nog drie argumenten waaruit blijkt dat Lodewijk XIV een hoge status toekende aan wandtapijten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De hoge status van wandtapijten blijkt uit het feit dat (drie van de volgende): − de koning een 'Manufacture des Gobelins' / een speciale werkplaats heeft (en die onder ministerieel toezicht stelt) voor het maken van wandtapijten. − de koning zelf een bezoek brengt aan de 'Manufacture des Gobelins'. − de koning het bezoek aan de werkplaats laat opnemen als onderwerp in de serie over zijn regeerperiode (waaruit je kunt afleiden dat dit een belangrijke gebeurtenis is). − de koning zijn hofschilder de tapijten laat ontwerpen. − deze wandtapijten een plek kregen in belangrijke paleizen van de koning (zoals Versailles). − de wandtapijten bijzonder groot zijn / het formaat hebben van historieschilderijen. per juist antwoord (1) (3)

Lodewijk XIV gaf Charles Le Brun rond 1665 opdracht om een serie schilderijen te maken gewijd aan het leven van Alexander de Grote (356-

323 v.C.). Deze serie werd later ook als wandtapijt vervaardigd.

Op de achtergrond van het wandtapijt op afbeelding 1 is een deel van het karton voor het tapijt De slag aan de Granikos zichtbaar. Deze veldslag was een glorieuze overwinning van Alexander de Grote op de Perzen en vormde een van de onderwerpen van de serie die Le Brun maakte.

Vraag 4 1 punt

Geef een verklaring waarom (het leven van) Alexander de Grote voor Lodewijk XIV een interessant onderwerp vormde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet de volgende strekking hebben: Door de keuze voor het voorbeeld van Alexander de Grote vergelijkt Lodewijk zijn eigen leven met dat van deze grote vorst en positioneert hij zichzelf tussen de grote vorsten uit de geschiedenis. (Hij presenteerde zichzelf graag als de nieuwe Alexander.) (1)

De Franse kunstenaar Louise Bourgeois (1911-2010) was de dochter van een handelaar in wandtapijten. Samen met haar moeder, die weefster was, verrichtte ze herstelwerk aan deze tapijten. Ook pasten ze voorstellingen aan. Ze vervingen bijvoorbeeld aanstootgevende details, zoals de geslachtsdelen van naakte figuren, door een neutraal motief (figuur 1).

[figuur 1: zie het originele examen]

Op afbeelding 3 zie je de collage Untitled uit 2008 van Bourgeois, gemaakt van stukken tapijt en katoen. Het stukje stof in het midden is bedrukt met het motief van een spin. Dit fragment is afkomstig van ander werk van Bourgeois.

Bekijk figuur 1 en afbeelding 3. De collage van Bourgeois doet denken aan reconstructie- of herstelwerk.

Vraag 5 2 punten

Beschrijf twee aspecten van het werk op afbeelding 3 die deze indruk van reconstructie- of herstelwerk oproepen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − De stukken tapijt zijn rafelig, alsof ze zijn beschadigd of deels vergaan, en worden hier weer afgestikt of vastgezet. − De collage lijkt (in eerste instantie) een voorstelling met 'gaten' (die nog gerepareerd/ingevuld moeten worden). / De fragmenten tapijt suggereren een doorgaande voorstelling (met het wit als de ontbrekende delen). − De collage is een applicatie (stof op stof genaaid). / De collage bestaat uit oude fragmenten met daarachter een lap stof om ze bij elkaar te houden / te verstevigen. − De kleine rechthoek linksonder lijkt op een slordige reparatie van stof. per juist antwoord (1) (2)

Toch is Bourgeois' Untitled (afbeelding 3) geen herstelwerk, maar een kunstobject. Zo heeft het werk een titel (Untitled) die typerend is voor moderne, autonome kunst.

Vraag 6 2 punten

Beschrijf nog twee aspecten van het werk die benadrukken dat het een autonoom kunstwerk betreft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Het werk bevat een motief (de spin) / een citaat uit een ander kunstwerk (dat qua stijl/vorm afwijkt van de vormgeving van het tapijt), waardoor het werk een nieuwe betekenis krijgt. − Het werk is gesigneerd, de initialen van Louise Bourgeois (LB) staan rechtsonder in het werk. − Het werk heeft een sterk fragmentarisch karakter. Als het herstelwerk zou zijn, dan zou je meer samenhang of invulling verwachten / dan zou (het hoofd van) een figuur niet ondersteboven worden geplaatst. − Het werk verwijst met zijn ogenschijnlijke abstractie, raadselachtige voorstelling en lege plekken naar (andere) kunst waarin het onderbewuste en toeval een grote rol spelen, zoals surrealisme, dada en abstract expressionisme. per juist antwoord (1) (2)

In een interview uit 1990 legt Bourgeois een relatie tussen het repareren van beschadigde tapijten en haar persoonlijke geschiedenis: "Het idee van repareren is me altijd bijgebleven. Dingen kunnen gerepareerd worden […] ik geloof in de symbolische handeling [ervan]. De wil om het verleden te repareren omvat de ervaring van schuld, en schuld is alomtegenwoordig in mijn werk."

Op figuur 2 zie je de installatie Spider (spin) uit 1997 van Bourgeois. Het werk bestaat uit een metershoge bronzen spin en een kooi met daarin een stoel en delen van tapijten.

[figuur 2: zie het originele examen]

Uit het citaat blijkt dat de kunstwerken van Bourgeois betrekking hebben op haar eigen leven.

Vraag 7 2 punten

Geef een korte bespreking (maximaal 100 woorden) van het werk op afbeelding 3 of van het werk op figuur 2 waarbij je het motief van de spin relateert aan de uitspraak van Bourgeois.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een interpretatie van afbeelding 3: De spin staat centraal in het werk, en verbindt verschillende resten tapijt met elkaar. Deze resten zouden symbool kunnen staan voor (fragmenten uit) het verleden / de gevoelens van schuld. De spin is zelf een maker van verbindingen / een reparateur van 'gaten' (weeft draden van punt naar punt / dicht gaten) en dit zou kunnen verwijzen naar Bourgeois als reparateur van tapijten / als iemand die door haar kunst (symbolische handeling) gaten in het verleden probeert te herstellen.

Voorbeeld van een interpretatie van figuur 2: De spin omvat de kooi met daarin de resten tapijt. Deze resten zouden symbool kunnen staan voor (fragmenten uit) het verleden / de gevoelens van schuld die in het door de spin gemaakte web (de kooi) bij elkaar zijn gebracht en/of die in het door de spin gemaakte web worden beschermd of bewaakt.

De Nederlandse beeldend kunstenaar Rob Scholte werd bekend in de jaren tachtig. Op afbeelding 4 zie het schilderij Self portrait (Zelfportret) dat Scholte in 1988 maakte. Hij schilderde het copyrightteken, en signeerde het schilderij rechtsonder met zijn naam en met een zelfportret op postzegelformaat (zie het detail op afbeelding 4a).

Scholtes werk wordt vaak typerend genoemd voor postmoderne kunst uit de jaren tachtig.

Vraag 8 3 punten

Geef drie argumenten waarom Self portrait van Scholte postmodern is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord heeft de volgende strekking (drie van de volgende): − citeren: Scholte citeert in zijn werk het copyrightteken (het gebruiken van beeldcitaten (uit 'andere' culturen, in dit geval de massacultuur) is kenmerkend voor postmoderne kunst.) − originaliteit als thema: Door het copyright als motief te kiezen vormt originaliteit een van de thema's van het kunstwerk (originaliteit was een van de 'eisen' aan kunst of kunstenaars die ter discussie werd gesteld ten tijde van het postmodernisme). − de aandacht voor media- of massacultuur: Deze blijkt uit de keuze voor het beeldmerk of copyrightteken (elementen uit media- en massacultuur waren geliefde onderwerpen in het postmodernisme als reactie op de aandacht voor het verhevene). − ironie / humor / spel: Dit blijkt uit de grap die Scholte uithaalt door zaken om te draaien. Het 'onbeduidende' copyrightteken wordt hoofdmotief van zijn werk en zijn geschilderde portret wordt voetnoot. − ironie / humor / spel: Dit blijkt uit het met de hand schilderen (het uniek maken) van het copyrightteken, terwijl dit teken een veel gebruikt standaardteken is in massaproductie en massaconsumptie. − ironie / humor / spel: Dit blijkt uit het kopiëren of toe-eigenen van het verbod op kopiëren (de slang die in zijn eigen staart bijt). − deconstructie: Dit blijkt uit de ongebruikelijke, omgekeerde positie van het copyrightteken (namelijk hoofdmotief) en/of het weergeven van het copyrightteken als beeld in plaats van 'tekst'. − reactie op het modernisme / reactie op 'het einde van de schilderkunst': Het werk van Scholte lijkt te reageren op de kwestie van het einde van de schilderkunst (na het fundamentele/formele modernistische onderzoek, geen nieuwe stap meer te zetten). Hij keert terug naar een vorm van figuratieve schilderkunst (het kleine zelfportretje en/of de weergaven van het copyrightteken). per juist antwoord (1) (3)

Bewering: Scholte laat zich met dit kunstwerk kritisch uit over originaliteit in de kunst.

Vraag 9 2 punten

Geef een argument dat deze bewering ondersteunt. Geef vervolgens een argument dat de bewering ontkracht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:

  • Scholte is kritisch over originaliteit in de kunst (een van de volgende): (1p)
    • Door het (overbekende) copyrightteken in zijn schilderij te citeren / kopiëren laat Scholte nadrukkelijk zien dat hij niet origineel is, en dat hij zich net als veel andere kunstenaars baseert op andermans werk / bestaand werk/ontwerp.
    • Door het copyrightteken te schilderen / als basis te nemen voor zijn zelfportret stelt hij de kwestie van auteursrecht aan de orde, en daarmee de discussie over originaliteit.

Scholte verzamelt sinds 2005 borduurwerken. Hij koopt ze onder andere in kringloopwinkels en op rommelmarkten. Hij lijst ze in, signeert ze en presenteert ze met de achterzijde naar voren. In 2016 toonde hij zijn werk op de solotentoonstelling Embroidery Show. Op afbeelding 5 en 6 zie je foto's van de tentoonstelling en op afbeelding 7 en 8 enkele van deze borduurwerken, gemaakt naar Het melkmeisje van Johannes Vermeer.

De borduurwerken komen volgens Scholte vooral tot leven aan de achterkant.

Vraag 10 1 punt

Geef op basis van afbeelding 7 en/of 8 aan op welke manier het werk aan de achterkant 'tot leven' komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet de volgende strekking hebben (een van de volgende): − Het zichtbare 'handschrift' maakt het levendiger: aan de achterzijde heeft het borduurwerk een 'losse toets' (grof of fijn, maar minder gestructureerd dan de voorzijde), waardoor de voorstelling levendiger wordt. − Expressiviteit / de maker wordt zichtbaar: aan de achterzijde is te zien of de maker een snelle, precieze, slordige of ruwe manier van werken heeft. Hierdoor komt het persoonlijke, de 'maker' of 'het leven' naar voren. (1)

Rob Scholte: "Dat is precies het probleem met de huidige kunstopvatting: we zien de kunstenaar als een uniek genie, liefst iemand zoals Van Gogh bij wie de genialiteit tot waanzin dreef. […] Maar de status van kunstenaar als autonoom scheppend individu is een fabeltje: kunstenaars zijn eerder net wetenschappers, ze werken aan een gezamenlijk project. Dan is het volkomen logisch dat je elementen van elkaar overneemt."

Vraag 11 2 punten

Geef een argument aan de hand van de Embroidery Show waarmee je aantoont dat Scholte inderdaad opereert als een wetenschapper. Geef vervolgens een argument waarmee je aantoont dat Scholte zich hier toch eerder als genie positioneert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Het antwoord moet de volgende strekking hebben:

  • wetenschapper (een van de volgende): (1p)
    • Scholte verzamelt gegevens (borduursels), analyseert en groepeert/classificeert ze, en dat is een wetenschappelijke praktijk.
    • Scholte borduurt, net als wetenschappers, voort op vondsten/kennis van voorgangers (beroemde meesterwerken, variaties daarop in de vorm van borduurwerken en vervolgens zijn eigen inzicht/interpretatie).

Menselijke maat

Vragen bij afbeelding 9 tot en met 13

Op afbeelding 9 zie je het Tempietto van San Pietro in Montorio, in 1502 ontworpen door Donato Bramante. Op figuur 4 (op de volgende bladzijde) zie je een tekening van het Tempietto, waarin enkele verhoudingen zijn aangegeven.

[figuur 3: zie het originele examen]

Op figuur 3 (hierboven) zie je De mens van Vitruvius, getekend door Leonardo da Vinci in circa 1490. De tekening van Leonardo toont een stelsel van door de Romeinse architect Vitruvius beschreven maatverhoudingen. Onder meer uit deze tekening blijkt op welke manier architecten de natuur als voorbeeld zouden moeten gebruiken, volgens Leonardo.

Vraag 12 3 punten

Geef aan op welke manier de architect de natuur als voorbeeld zou moeten gebruiken volgens Leonardo. Geef vervolgens twee voorbeelden van de samenhang tussen De mens van Vitruvius en het Tempietto.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • twee van de volgende voorbeelden: (2p)
    • Zowel het Tempietto als de mens van Vitruvius is opgebouwd uit vierkant en cirkel, zuivere wiskundige vormen.
    • Het Tempietto is symmetrisch, evenals De mens van Vitruvius.
    • De onderdelen van het Tempietto vertonen harmonische verhoudingen (1 : 2, 2 : 3, 3 : 4), evenals De mens van Vitruvius.

[figuur 4: zie het originele examen]

Bekijk afbeelding 9 en figuur 4. Vitruvius formuleerde drie basisprincipes waaraan een goed gebouw moest voldoen: firmitas (stevigheid), utilitas (nut) en venustas (schoonheid). Stelling: in de architectuur van het Tempietto zijn deze drie basisprincipes evenwichtig toegepast.

Vraag 13 2 punten

Geef een argument vóór en een argument tégen deze stelling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • argument voor: Het gebouw is stevig, heeft de tijden doorstaan / is gebouwd uit duurzame materialen, het is nuttig, weliswaar een kleine kerk, maar geschikt als plek van herdenking en 'schoon' in zijn streven naar harmonie (1)
  • argument tegen: Het streven was vooral gericht op venustas, het creëren van ideale schoonheid en het streven naar de idee van een ideale kerk. De bruikbaarheid was ondergeschikt aan dit streven. Het gebouwtje is te klein om als een echte kerk te dienen (voor het uitvoeren van liturgische vieringen) (1)

Op afbeelding 10 zie je De ideale stad. De schildering is gemaakt halverwege de vijftiende eeuw. Dit stadsgezicht weerspiegelt de idealen van de Italiaanse architecten van de vroege renaissance. De stedenbouwkundige opzet van de ideale stad wordt gekenmerkt door een strenge ordening.

Vraag 14 3 punten

Geef drie voorbeelden van deze strenge ordening in de stedenbouwkundige opzet van de ideale stad.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − De gebouwen en/of de fonteinen aan de linker- en rechterzijde van het plein zijn (grotendeels) symmetrisch geordend ten opzichte van elkaar. − De ordening is gebaseerd op een streng geometrisch grondvlak. − De gebouwen (aan weerszijden) staan precies op één lijn (rooilijn) (of na een verspringing vervolgens weer precies op één lijn). − De gebouwen vertonen qua indeling van de gevel / daklijsten doorlopende lijnen. − Het belangrijkste gebouw wordt centraal, in precies het midden geplaatst. − Er is sprake van een duidelijke scheiding tussen vierkante/rechthoekige gebouwen (aan de zijdes van het plein) en een gebouw met een cirkelvormige plattegrond in het midden. per juist antwoord (1) (3)

[figuur 5: zie het originele examen]

[figuur 6: zie het originele examen]

Op figuur 5 en 6 zie je de stad van de toekomst zoals Le Corbusier die in

1930 voor ogen had. In 1933 werkte hij zijn ideeën verder uit tot het concept La Ville Radieuse (De Stralende Stad). Hiervan zie je de maquette op afbeelding 11.

Le Corbusier beschouwde de stad van de toekomst als een machine. Zijn stadsplannen zijn dan ook ontworpen naar analogie van een machine, zoals blijkt uit zijn ontwerpen.

Vraag 15 2 punten

Geef twee voorbeelden van de manier waarop de analogie met de machine van toepassing is op deze ontwerpen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Net als een machine bestaat de stad van Le Corbusier uit verschillende onderdelen met verschillende functies (wonen, werken, vervoer en recreëren), die efficiënt samenwerken. − Net als bij een puur functionele machine is de ordening volkomen rationeel. Deze rationaliteit blijkt uit de strakke geometrische structuur die Le Corbusier hanteerde in zijn ontwerpen. − Net zoals standaard- of prefab-onderdelen van een machine bevatten de ontwerpen gelijkvormige gebouwen die op verschillende manieren zijn gecombineerd. per juist antwoord (1) (2)

De mens moest bevrijd worden van de tekortkomingen van de negentiende-eeuwse stad, vond Le Corbusier.

Vraag 16 3 punten

Geef aan op welke wijze de nieuwe architectuur volgens Le Corbusier het leven van de mens moest verbeteren. Geef vervolgens twee concrete voorbeelden uit La Ville Radieuse waarbij je telkens toelicht op welke manier het leven van de mens wordt verbeterd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Wijze waarop de architectuur het leven van de mens moest verbeteren (een van de volgende): (1p)
    • Functionele architectuur en ruimtelijke inrichting moesten de mens helpen om een rationeel en hygiënisch leven vorm te geven.
    • Licht, lucht en ruimte in de architectuur moesten zorgen voor een gezonde en aangename omgeving.
  • twee van de volgende (voorbeelden met toelichting): (2p)
    • Een goed georganiseerde indeling van de stad zorgt ervoor dat mensen sneller op de plaatsen van bestemming zoals werk of winkels zijn en in hun behoeftes kunnen worden voorzien.
    • Rechte en ruime straten zijn beter geschikt voor auto's en stimuleren de mobiliteit van de nieuwe mens/zorgen voor een goede circulatie.
    • Door de strakke vormgeving zijn de gebouwen en de omgeving gemakkelijk schoon te houden.
    • In de stadsplannen is veel openbare ruimte en groen, hier kan de mens vrijuit (samen) bewegen en recreëren.
    • De ruime opzet van de woonblokken en/of de toepassing van grote raamoppervlaktes zorgt voor meer licht en lucht in de woningen en dat is gezonder voor de mens.
    • Gemeenschappelijke voorzieningen en openbare groenvoorzieningen zorgen voor een gevoel van verbondenheid tussen de bewoners.

figuur 7 figuur 8

Op figuur 7 en 8 zie je een maatsysteem (modulor) dat ontwikkeld is door Le Corbusier. De modulor in figuur 7 heeft een andere functie dan die in figuur 8.

Vraag 17 2 punten

Beschrijf de functie van de modulor in figuur 7 en beschrijf de functie van de modulor in figuur 8.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • figuur 7: Deze modulor is een instrument om te komen tot ideale / universele, op de menselijke maat gebaseerde verhoudingen / is een van het menselijk lichaam afgeleid wiskundig systeem om alle maten en verhoudingen te bepalen (1)
  • figuur 8: Deze modulor is een praktisch maatsysteem om maten van enkel woningen en/of meubilair te bepalen. Zo wordt bijvoorbeeld de hoogte van een ruimte bepaald door de lengte van een mens die zijn armen naar boven strekt en/of zo zijn de hoogtes van zitmeubels om te lezen, te werken of te eten vastgelegd (1)

Op afbeelding 12 en 13 zie je impressies van een nieuw te bouwen stad, Cayalá. De architect Leon Krier ontwierp deze kleinschalige stad met verschillende typen huizen voor 800 families. De stad herbergt 80 winkels, een ondergrondse parkeerplaats, een stadhuis en een kerk. De huizen, kantoren, winkels, pleinen en parken bevinden zich op loopafstand van elkaar. De gebouwen zijn ontworpen in samenwerking met plaatselijke architecten en gebouwd met traditionele, lokale materialen. Cayalá is omheind en bewaakt, een 'gated city'.

Leon Krier wordt gezien als een vertegenwoordiger van de stroming 'nieuw urbanisme' en van de 'nieuwe klassieke architectuur'. Dat is onder andere te zien aan zijn ontwerpen, waarin hij lijkt te verwijzen naar De ideale stad uit de renaissance op afbeelding 10. Toch is het ontwerp van Krier geen imitatie van De ideale stad uit de renaissance. Uit zijn ontwerpen spreekt een andere visie op stedenbouw.

Bekijk afbeelding 10, 12 en 13.

Vraag 18 2 punten

Geef twee voorbeelden waaruit blijkt dat hier sprake is van een andere visie op stedenbouw dan in de renaissance.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − De gebouwen van Krier zijn minder streng en minder symmetrisch geordend ten opzichte van elkaar (Kriers visie is 'organisch', minder rationeel). − Krier toont in zijn ontwerpen veel meer verschillende typen gebouwen (Krier denkt vanuit variatie en herkenbaarheid van functies voor de bewoners). − De gebouwen van Krier zijn eclectischer van stijl, er zijn naast klassieke elementen ook andere (Italiaanse/Spaanse/of barokke) invloeden zichtbaar. − Krier neemt in zijn ontwerpen ook mensen op, hieruit kan afgeleid worden dat de mens centraal staat / dat de mens zich prettig moet voelen (het zijn niet de architectonische principes die leidend zijn). per juist antwoord (1) (2)

Op figuur 9 (op de volgende bladzijde) zie je een model van Leon Krier met als titel De architectonische afstemming van gebouwen. De afbeelding is te beschouwen als een recept voor de ideale stad volgens Krier. De stroming nieuw urbanisme is te beschouwen als een reactie op de opvattingen van Le Corbusier en de naoorlogse stedenbouw.

Bekijk afbeelding 11, 12 en 13 en figuur 5 en 9.

Vraag 19 3 punten

Beschrijf de verschillen tussen de stedenbouwkundige plannen van Krier en die van Le Corbusier op het gebied van:

  • schaal
  • ordening van functies en
  • vervoer. Betrek per gebied beide ontwerpen in je beschrijving.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De antwoorden moeten de volgende strekking hebben: • schaal: (1) Bij Krier is kleinschaligheid de maatstaf in tegenstelling tot grootschaligheid bij Le Corbusier (enorme woondichtheid/verticale stad). of schaal: (1) Bij Krier is een kleinschalig traditioneel dorp of stadje het uitgangspunt, met een centraal gelegen plein. Bij Le Corbusier is de stad van de toekomst/grootschaligheid het uitgangspunt, met een verdeling van de stad in hiërarchisch geordende zones zonder centrum. • ordening van functies: (1) Bij Krier zijn de verschillende functies (wonen, werken en recreëren) evenwichtig gedistribueerd / 'organisch' met elkaar verweven. Bij Le Corbusier is sprake van een strenge scheiding van de verschillende functies • vervoer: (1) Bij Krier is de stad vooral bedoeld voor voetgangers, er zijn minder of geen auto's in de stad (alle functies liggen op loopafstand van elkaar). Bij Le Corbusier krijgen auto's en andere snelle vervoermiddelen ruim baan (3)

[figuur 9: zie het originele examen]

Bekijk afbeelding 12 en 13 en figuur 9. Er bestaat kritiek op het nieuwe urbanisme van Leon Krier. Zijn ideeën zouden geen oplossing vormen voor hedendaagse stedenbouwkundige vraagstukken.

Vraag 20 3 punten

Geef drie redenen waarom Kriers ideeën hiervoor geen oplossing bieden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − Het is een 'gated city' die alleen bereikbaar is voor mensen die het kunnen betalen. Arme mensen blijven wonen in getto's. − Kriers gebouwen zijn relatief kleinschalig en dat maakt de woningen / ruimtes te kostbaar. Grond is schaars in grote steden en er moeten juist veel mensen worden gehuisvest. − Er lijkt geen aandacht voor moderne/hedendaagse problematiek van bijvoorbeeld grote vervoersstromen. − Het lijkt een organisch gegroeide stad, maar in werkelijkheid is het een tekentafelmodel zonder ruimte voor individuele inbreng van de bewoners. − Het beantwoordt niet echt aan de vraag naar authenticiteit, het lijkt een stad met een verleden, maar dat is slechts een façade. Het is een imitatie van een historische stad en biedt alleen ogenschijnlijk een vertrouwd/veilig beeld. per juist antwoord (1) (3)

Kritiek op Venus

Vragen bij afbeelding 14 tot en met 18

De 'Salon de peinture et de sculpture' (Tentoonstelling van schilder- en beeldhouwkunst) in Parijs was een door de Franse staat georganiseerde tentoonstelling. Op afbeelding 14 zie je Geboorte van Venus van Alexandre Cabanel uit 1863.

Dit schilderij voldeed volgens de jury aan de toelatingseisen van de Salon. Zo heeft het schilderij een zeer glad oppervlak.

Vraag 21 2 punten

Noem nog twee aspecten van de vormgeving die voldeden aan de eisen van de jury.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − zuivere contouren − schaduwen aan de binnenkant van de contouren die zorgen voor een plastisch effect − zachte kleurovergangen − een evenwichtige compositie − licht: een gelijkmatige en natuurgetrouwe lichtval per juist antwoord (1) (2)

Vraag 22 1 punt

Geef aan waarom het schilderij van Cabanel voldeed aan de eisen van de jury qua onderwerp.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Het onderwerp toont een klassiek mythologisch thema (de godin Venus) dat een traditie heeft in de kunstgeschiedenis. (1)

[figuur 10: zie het originele examen]

Op figuur 10 zie je een spotprent waarin de kunstenaar Honoré Daumier commentaar geeft op de gang van zaken bij de Salon. Het onderschrift luidt: "Dit jaar nóg meer Venussen... altijd Venussen… alsof er vrouwen bestaan die er zo uitzien !". De kritiek blijkt niet alleen uit het onderschrift, maar ook uit de wijze waarop Daumier deze scène heeft verbeeld. Zo zijn er veel schilderijen van Venus te zien.

Vraag 23 3 punten

Noem nog drie aspecten waaruit de kritiek blijkt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − De vrouwen keren de schilderijen de rug toe, ze lopen weg (en de mannen kijken wel). − De gezichtsuitdrukkingen en houdingen van de vrouwen tonen ontzetting (ze trekken een lelijk gezicht/opgeheven handen). − De vrouwen zijn (overdreven) realistisch / karikaturaal weergegeven (met al hun 'oneffenheden'), dit in tegenstelling tot de geïdealiseerde naakten die in enkele vloeiende lijnen zijn getekend. − De vrouwen gaan gebukt onder het ideaal, ze staan lager en/of dragen in tegenstelling tot de Venussen veel kleding. per juist antwoord (1) (3)

In 1863 wees de jury van de Salon meer dan de helft van de ingediende werken af. De protesten van kunstenaars en de pers die volgden leidden ertoe dat afgewezenen hun werken elders mochten laten zien: op de Salon des Refusés (Salon der geweigerden). Daar kon het publiek zelf oordelen.

Op afbeelding 16 zie je Le Déjeuner sur l'Herbe (Lunch op het gras) dat Edouard Manet exposeerde op de Salon des Refusés. Het werk veroorzaakte veel ophef. De verontwaardiging lijkt opmerkelijk, want Manets werk toont gelijkenissen met Le Concert champêtre (Pastoraal Concert) uit 1509, dat wordt toegeschreven aan Titiaan (afbeelding 15). Dit werk bevond zich sinds 1671 in de Franse koninklijke collectie en werd hoog gewaardeerd.

Een van de redenen voor de ophef was de grove wijze van schilderen van Manet. Zijn werk miste de verfijnde afwerking zoals het werk van Titiaan en werd daardoor als onaf gezien.

Vraag 24 3 punten

Beschrijf nog drie aspecten van Le Déjeuner sur l'Herbe waarover ophef ontstond. Betrek daarbij telkens het verschil met Le Concert champêtre in je antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − (alledaags) De weergave van de blote vrouw (temidden van de twee geheel geklede mannen) in Le Déjeuner sur l'Herbe werd beschouwd als ongepast, omdat het bij Manet een alledaags onderwerp betreft ('lunch op het gras') en niet een allegorische voorstelling met personificaties, zoals bij Le Concert champêtre. − (vulgair) Le Déjeuner sur l'Herbe werd als obsceen/vulgair beschouwd, omdat de vrouw de beschouwer aankijkt en/of omdat er geen interactie is tussen haar en de twee mannen, terwijl de naakten in Titiaans werk de beschouwer niet aankijken en/of deze interactie er wel is in het werk van Titiaan. − (formaat) Het alledaagse en eigentijdse onderwerp ('lunch op het gras') paste niet bij het pretentieuze formaat van een historiestuk, Le Concert champêtre heeft een bescheidener formaat. − (contrast) De harde belichting / het ontbreken van licht- donkermodellering / het ontbreken van plasticiteit bij de naakte vrouw links vooraan maakt het té realistisch / te weinig geïdealiseerd. Bij Le Concert champêtre zijn verschillen tussen licht en donker genuanceerd uitgewerkt. − (maatverhoudingen) De verhoudingen tussen de figuren op de voorgrond en de 'grote' baadster op de achtergrond passen niet bij het gewenste streven naar kloppende verhoudingen / een natuurgetrouwe / natuurlijke plaatsing van figuren in de omgeving en ten opzichte van elkaar. Bij Le Concert champêtre doet de plaatsing van de figuren ten opzichte van elkaar en in het landschap harmonisch/natuurlijk aan. − (schoonheidsideaal) De vrouw in Le Déjeuner sur l'Herbe voldeed niet aan het negentiende-eeuwse schoonheidsideaal, terwijl de vrouwen in Le Concert champêtre wel voldoen aan het schoonheidsideaal van de renaissance. per juist antwoord (1) (3)

De schrijver en criticus Émile Zola, die bevriend was met Manet, schreef (ook) een commentaar op Le Déjeuner sur l'Herbe en bekritiseerde de jury van de officiële Salon, omdat die geen enkele representant van het realisme toeliet.

Vraag 25 2 punten

Geef twee argumenten waarom Le Déjeuner sur l'Herbe in de ogen van Manet en Zola wél op de officiële Salon getoond had moeten woorden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Schilderijen moeten de waarheid / de ware natuur tonen (realisme) (Manet en Zola waren tegen het gelikte / opgepoetste werk, zoals dat van Cabanel). De harde contrasten en/of de zichtbare, levendige penseelstreken passen daarbij. − Schilderijen moeten passen in hun tijd / kunst moet 'van haar tijd' zijn (realisme). De weergave van de heren in een eigentijds kostuum en in een alledaagse omgeving (een park) past daarbij. (Sommigen herkennen in het schilderij een verwijzing naar praktijken van prostitutie in Parijse parken.) − Het werk van Manet staat met de weergave van een tafereel met baadsters in een kunsthistorische traditie (van grote renaissance kunstenaars, zoals de Venetiaanse meesters en Rafael), die ook door de academische Salonkunstenaars / door de jury van de Salon nastrevenswaardig werd geacht. per juist antwoord (1) (2)

Op afbeelding 17 zie je Olympia van Manet. Dit schilderij werd in 1865, twee jaar na Le Déjeuner sur l'Herbe, wél toegelaten op de officiële Salon. Het werk leidde tot heftige discussies en kreeg veel kritiek. In 1866 en 1867 werd Manet, met weer andere schilderijen, geweigerd door de jury van de officiële Salon. Manet probeerde ondanks zijn moeizame relatie met de Salon er steeds weer een expositieplek te bemachtigen.

Vraag 26 2 punten

Geef twee redenen voor Manets pogingen om te kunnen exposeren op de officiële Salon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Manet wilde in de traditie staan van de grote historische kunstenaars vóór hem. − Manet wilde de academische traditie vernieuwen/verder brengen. / Hij wilde het systeem van binnenuit veranderen. − Manet had de Salon nodig voor zijn economische positie. − De Salon was dé (enige) plek waar officiële erkenning behaald kon worden, er was geen alternatief. per juist antwoord (1) (2)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

De Amerikaanse kunstenaar Larry Rivers verwijst in zijn werken onder andere naar de kunst van Rembrandt, Delacroix, Duchamp en Manet. Op afbeelding 18 zie je Rivers werk I like Olympia in blackface (Ik hou van Olympia in blackface) uit 1970. Het kunstwerk is een assemblage van twee- en driedimensionale elementen.

De term 'blackface' uit de titel verwijst naar een theatrale make-up-act waarbij een blanke een persoon met donkere huidskleur speelt. De blackface-act werd populair in de negentiende eeuw en droeg bij aan de verspreiding van raciale stereotypen. Donkere mensen werden in deze acts neergezet als lui en dom.

I like Olympia in blackface ontstond ten tijde van de Civil Rights Movement, die streed voor gelijke rechten voor Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten.

Rivers stelt in dit werk racisme en het denken in stereotypen aan de orde.

Vraag 27 3 punten

Geef drie voorbeelden van manieren waarop Rivers racisme of het denken in stereotypen aan de orde stelt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • drie van de volgende: − (omkeren van rollen / posities) Rivers maakt bestaande, racistische maatschappelijke verhoudingen zichtbaar door deze om te draaien: Olympia wordt een vrouw met een donkere huidskleur en de bediende maakt hij blank (of roze/rood gekleurd). − (doorwerken van beelden) Rivers laat door het omkeren van rollen en huidskleuren in een beroemd kunstwerk zien hoe bepalend beelden zijn voor het bevestigen / in stand houden van verhoudingen. − (toepassen van racistische praktijk in ongebruikelijke context) Rivers toont door het toepassen van 'blackface' (hier het bruin/zwart schilderen van Olympia en/of het rood/blank schilderen van de bediende) het opmerkelijke/vreemde/belachelijke van deze praktijk. − (veranderen van stereotypen) Rivers verandert de blanke prostituee Olympia in een donkere vrouw en vervangt daarmee het negentiende- eeuwse stereotype. − (werking van stereotypen) Rivers keert de situatie niet alleen om, maar zet origineel en omkering bij elkaar, waarmee hij extra benadrukt hoe stereotypen werken. − (letterlijk maken van het denken in groepen/stereotypen in plaats van in individuen) Rivers geeft alleen de donkere bediende (rechtsachter) een echt gezicht, de andere figuren hebben schematische gezichten (in gevallen van discriminatie komt het vaak voor dat juist het individuele wordt genegeerd en geoordeeld wordt op zogenaamde groepskenmerken). per juist antwoord (1) (3)

Rivers verklaarde competitie te voelen met de grote kunstenaars uit de negentiende eeuw, zoals Géricault en Manet. Gesteld kan worden dat Rivers met I like Olympia in blackface Manet probeert te overtreffen.

Vraag 28 2 punten

Geef twee voorbeelden van de manier waarop Rivers Manet probeert te overtreffen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee van de volgende: − Rivers speelt, veel radicaler dan Manet, met oppervlak/vlakheid en diepte in het kunstwerk. − Rivers kopieert het werk van Manet niet alleen, maar verdubbelt het en/of maakt er twee varianten op, waardoor hij Manet in verwijzingen / in complexiteit probeert te overtreffen. − Rivers kiest (meer nog dan Manet) expliciet voor een zeer gevoelig / provocerend onderwerp / Rivers ent zijn werk (meer nog dan Manet) op de eigentijdse realiteit en geeft een scherp commentaar. − Rivers' schilderstijl is nog losser/grover/meer 'onaf' dan die van Manet. per juist antwoord (1) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-5001-a-19-1-o

Andere examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over kunstgeschiedenis (18), beschouwen (7) en beeldaspecten (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-5001-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.