Eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Het gebouw als totaalkunstwerk, Binnen buiten, De kunstenaar is aanwezig.
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over kunstgeschiedenis (10), beschouwen (6) en beeldaspecten (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kunstgeschiedenis | 4-6, 8, 13-14, 17-19, 23 | 10 |
| Beschouwen | 2, 10, 21-22, 24, 26 | 6 |
| Beeldaspecten | 3, 7, 9, 12, 16, 25 | 6 |
| Technieken | 1, 11, 15, 20 | 4 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 10 examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over technieken (15% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over beschouwen (23% van de vragen, gemiddeld 29%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Het gebouw als totaalkunstwerk
Vragen bij afbeelding 1 tot en met 14
Op afbeelding 1 en 2 zie je het exterieur van de Notre-Dame van Reims (voltooid rond 1275). Deze gotische kathedraal heeft een bijzonder hoog schip, zoals te zien op afbeelding 3.
De hoogte van het schip van deze kathedraal wordt mogelijk gemaakt door een skeletconstructie.
Vraag 1 3 punten
Noem drie onderdelen van de gotische skeletconstructie die deze hoogte mogelijk maken. Gebruik de juiste architectonische termen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − spitsbogen − kruisribgewelven − steunberen − pinakels − luchtbogen − bundelpijlers / samengestelde zuilen per juist antwoord (1) (3)
In gotische glas-in-loodramen werden vaak Bijbelse taferelen verbeeld. Daarnaast hadden de grote (gekleurde) ramen in gotische kerken, zoals op afbeelding 3, een symbolische functie.
Vraag 2 1 punt
Geef aan welke symbolische functie dat was.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een van de volgende: − Het (gekleurde) licht symboliseerde het goddelijke / hemelse licht (God is licht, het hemels Jeruzalem). − De (gebrandschilderde) ramen vermengen door hun transparantie / flonkering de stoffelijke wereld met de bovennatuurlijke / geestelijke wereld. (1)
Op afbeelding 4 zie je een glas-in-loodraam uit de kathedraal van Poitiers. Boven in het raam zie je de hemelvaart van Christus. In het middelste deel zie je Christus aan het kruis. Onder in het raam is de apostel Petrus afgebeeld. Deze volgeling van Christus werd met zijn hoofd naar beneden gekruisigd. Helemaal onderaan in het raam zijn twee knielende figuren afgebeeld. Zij stellen koning Hendrik II van Engeland en zijn vrouw Eleonore van Aquitanië voor. Op afbeelding 5 zie je dit detail.
Vraag 3 2 punten
Geef aan de hand van de voorstelling aan welke rol de koning en koningin hier vervullen (afbeelding 5). Geef vervolgens een verklaring voor de positionering in het onderste deel van het glas-in-loodraam.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De koning en de koningin zijn de opdrachtgevers / schenkers van het raam. Dit kun je zien aan het model van het raam dat ze in hun handen houden. (1)
- Ze zijn in het onderste gedeelte van het raam afgebeeld, omdat ze op deze manier hun nederigheid / dienstbaarheid ten aanzien van God / Christus tonen en/of omdat hun wereldse status lager is dan die van heiligen en/of Christus. (1)
Glas-in-loodramen met gebrandschilderd glas werden gemaakt in gespecialiseerde werkplaatsen. De glazeniers behoorden, net als de schilders, tot het gilde van Sint Lucas. Een gilde was een belangenorganisatie die verschillende regels vastlegde, bijvoorbeeld op het gebied van de financiën, zoals de hoogte van de lonen en de in- en verkoopprijzen.
Vraag 4 3 punten
Noem nog drie andere onderwerpen waarover in schildersgilden afspraken werden gemaakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − opleiding van leerlingen (het meester-gezel-leerlingsysteem) − de vereiste kwaliteit van de producten − de arbeidsomstandigheden (in de ateliers) − opvang bij ziekte / overlijden (financiële vergoeding / pensioen voor nabestaanden van overleden kunstenaar) − het exclusieve recht op uitoefening van het ambacht / bescherming tegen concurrentie − eisen voor toelating tot het gilde − verdeling van werk / afstemming van verschillende taken op elkaar per juist antwoord (1) (3)
In de bouwloods bij de kathedraal werkten, onder leiding van een bouwmeester, glazeniers, schilders en steenhouwers samen. De namen van de makers van de (kunst)objecten en onderdelen zijn meestal niet bekend.
Vraag 5 2 punten
Geef twee verklaringen waarom deze namen meestal niet bekend zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende: − Het werk, met zijn religieuze betekenis of functie stond centraal, niet de maker / het was werk ter ere van God. Het verbinden van je / een naam aan een kunstwerk was niet gepast, zodoende is de naam van de maker vaak niet bekend. − De maker/kunstenaar had in de middeleeuwen veelal de status van ambachtsman en de namen van betrokken ambachtslieden bleven (en blijven nog altijd) vaak onbekend. (Pas vanaf de renaissance werden vaker namen aan kunstwerken verbonden, vooral daar waar het goede, nieuwe ideeën betrof (inventio) en/of daar waar het een uitzonderlijke vaardigheid betrof.) − Er werd in de ateliers door ambachtslieden veel samengewerkt aan objecten / onderdelen van de kathedraal, er was dus geen sprake van één maker / het is dus vaak niet te zeggen wie dé maker is. − Er is een beperkte hoeveelheid gegevens overgeleverd uit deze periode van de geschiedenis en/of de studie naar makers is (nog) beperkt. Om die reden is de naam van de maker vaak niet bekend. per juist antwoord (1) (2)
Het ideaal van samenwerking tussen verschillende kunstdisciplines leefde op in de twintigste eeuw, onder andere bij De Stijl-beweging. In 1917 richtte Theo van Doesburg het tijdschrift De Stijl op. Rondom dit tijdschrift ontstond de kunstbeweging De Stijl.
Op figuur 1 zie je de omslag (voor- en achterkant), de eerste pagina en enkele bijlagen van het eerste nummer van De Stijl.
[figuur 1: zie het originele examen]
In het voorwoord schreef Van Doesburg dat de "werkelijk moderne
- d.i. bewuste
- kunstenaar" ernaar zou moeten streven het publiek ontvankelijk te maken voor de schoonheid van de kunst. Daarmee zou het "de mogelijkheid voorbereiden eener verdiepte kunstcultuur, gegrond op gemeenschappelijke belichaming van het nieuwe beeldende kunstbewustzijn".
Van Doesburg streefde naar een 'nieuw beeldend kunstbewustzijn'.
Vraag 6 3 punten
Leg uit wat Van Doesburg hiermee bedoelde. Geef vervolgens twee manieren waarop het tijdschrift De Stijl een bijdrage kon leveren aan dit streven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Van Doesburg bedoelde hiermee dat hij streefde naar (een van de volgende): (1p)
- een universele vormentaal voor de kunsten.
- een vormentaal die gebaseerd is op zuivere, geometrische vormen.
- een kleurkeuze gebaseerd op de primaire kleuren.
- een (zuivere) functionele vormgeving.
- een (gelijkwaardige) samenwerking tussen de verschillende kunstdisciplines.
- Het tijdschrift kon hieraan een bijdrage leveren door (twee van de volgende manieren): (2p)
- beeldend kunstenaars, vormgevers en architecten een podium te bieden voor het uitwisselen van hun ideeën (over samenwerking en/of universele vormentaal).
- concrete voorbeelden te tonen van de 'universele vormentaal' die De Stijl nastreefde (zoals het logo op de omslag, of de voorbeelden uit de bijlage laten zien).
- het verspreiden van het gedachtegoed van De Stijl onder een (internationaal) publiek.
Opmerking Per juiste manier 1 scorepunt toekennen.
Van Doesburg kreeg de kans om zijn idealen te realiseren bij de herinrichting van De Aubette in Straatsburg. Het gebouw dateert uit de achttiende eeuw en werd in de jaren twintig van de vorige eeuw verbouwd tot uitgaansgelegenheid: Café Aubette. Een van de ruimtes van Café Aubette die Van Doesburg inrichtte was de Ciné-dancing.
Op afbeelding 6 en 7 zie je het interieur van de Ciné-dancing, ingericht naar Van Doesburgs ontwerp. Op afbeelding 8 zie je het ontwerp op papier. Van Doesburg streefde naar meer en betere samenwerking tussen de kunsten, zonder dat iedere kunstvorm afzonderlijk zijn zelfstandigheid verloor. Je kunt stellen dat de schilderkunst hier een verbinding aangaat met de architectuur, waarbij de zelfstandigheid van beide toch behouden blijft. Zo ontstaat er een verbinding doordat de kleurvlakken zowel aangebracht zijn op de wanden als op het plafond, maar staan de vlakken door de diagonale plaatsing ook los van de architectonische ruimte.
Vraag 7 2 punten
Beschrijf, op basis van afbeelding 6 en 7, twee andere voorbeelden van hoe de schilderkunst een verbinding aangaat met de architectonische ruimte waarbij de zelfstandigheid toch behouden blijft. Benoem zowel de verbinding als de zelfstandigheid in je antwoord. Laat de witte schotten tussen de zitjes buiten beschouwing.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- In een juist antwoord wordt zowel de verbinding als de zelfstandigheid van de schilderkunst in relatie tot de architectonische ruimte benoemd. Verschillende combinaties zijn mogelijk. Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende): − De kleurvlakken gaan een verbinding aan met de architectonische ruimte doordat ze op de wand / het plafond zijn aangebracht, toch blijven de vlakken ook zelfstandige elementen omdat ze zijn aangebracht op een paneel / verhoging / reliëf. − De (kleur)vlakken gaan een verbinding aan met de architectonische ruimte door hun grote formaat (ze zijn qua maat vergelijkbaar met onderdelen van de architectuur zoals deuren / vensters), toch blijven ze zelfstandig door hun egale kleuren. − De kleurvlakken gaan een verbinding aan met de architectonische ruimte doordat ze soms worden onderbroken door architectonische elementen (zoals een hoek, een deur of een trap met galerij), toch behoudt de kleurencompositie haar zelfstandigheid omdat de vlakken doorlopen (bij de trap of galerij) / omdat het formaat / de vorm van de vlakken niet wordt gedicteerd door de architectuur (bijvoorbeeld de afmetingen van een wand). per juist antwoord (1) (2)
Op afbeelding 9 zie je de KoepelKathedraal in Haarlem, gebouwd tussen
1895 en 1930. Het ontwerp is van Joseph Cuypers (1861-1949), zoon van Pierre Cuypers. Op afbeelding 10 zie je een detail van de koepel en op afbeelding 11 een gedeelte van het interieur.
Bekijk afbeelding 9, 10 en 11. De architectuur van deze kerk wordt gekenmerkt door een mengelmoes van bouwstijlen.
Vraag 8 3 punten
Noem, telkens aan de hand van een voorbeeld, drie verschillende bouwstijlen die je herkent in de KoepelKathedraal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − (neo)gotiek, zoals de spitsbogen / het kruisribgewelf / straalkapellen − (neo)romaans, zoals de ronde straalkapellen / de vensters met rondbogen / gesloten muurvlakken / stereometrische grondvlakken − byzantijnse/oosterse/oriëntaalse bouwkunst, zoals de vele puntige torentjes / de kegelvormige, spitse koepel / de vele ramen in de tamboer van de koepel − (neo)renaissance, zoals de tamboer / de lantaarn op de koepel. − (neo)barok, zoals de parabolische boog van de koepel / de spiraalvormige lijnen op de koepel − art-nouveau / jugendstil, zoals de slingerende / golvende / organische lijnen op de koepel per juist antwoord (1) (3)
In opdracht van de kerk maakte kunstenaar Gijs Frieling (1966) in 2016 een mozaïek voor de KoepelKathedraal. Je ziet het mozaïek op afbeelding 11 en details ervan op afbeelding 12, 13 en 14. Het mozaïek verbeeldt het Bijbelse verhaal van het brandende braambos.
Frieling maakt meestal grootschalige muurschilderingen in opdracht. Hij wil kunst maken die, zoals hij zelf zegt, "ruimtelijk en inhoudelijk verankerd is". Dit geldt ook voor het mozaïek op afbeelding 11.
Vraag 9 3 punten
Beschrijf drie manieren waarop het mozaïek op afbeelding 11 een ruimtelijke of inhoudelijke verbinding aangaat met de kerk.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − (inhoudelijk) Het betreft een mozaïek met een religieus thema / religieuze voorstelling en dat past bij een kerk. − (inhoudelijk) Via licht en flonkering van het mozaïek wordt een (symbolische) overgang van het materiële (de kerk) naar het immateriële bewerkstelligd. / Het mozaïek met zijn gekleurde schittering is op te vatten als een openbaring van het goddelijke (God is licht). − (ruimtelijk) De (grillige) vorm van het mozaïek is afgestemd op / ingepast in die van het muurvlak (tussen de hoeken en tussen de bogen en de ramen). − (ruimtelijk) Frieling laat het landschap in zijn mozaïek meegolven over en tussen de bogen in de architectuur. − (ruimtelijk) Frieling gebruikt een vlakke / decoratieve stijl die past bij een wandkunstwerk / die de vlakheid van de wand benadrukt − (ruimtelijk) Frieling gebruikt een decoratieve stijl die past bij de overige kunstwerken in de kerk. − (ruimtelijk) Het mozaïek (van gekleurd glas) maakt gebruik van het licht in de ruimte dat door de vensters valt. − (ruimtelijk / inhoudelijk) Het mozaïek is door de plaatsing / richting van de figuren, met Mozes voorop, als een verhaal te lezen (van links naar rechts). per juist antwoord (1) (3)
Het verhaal over het brandende braambos komt uit het Oude Testament. Mozes is een schaapsherder. Op zijn tocht door de woestijn ziet hij een struik in brand staan zonder dat het vuur de plant verteert. Uit de struik klinkt de stem van God, die hem oproept het volk naar veilig gebied te brengen. In het Nieuwe Testament wordt Christus vergeleken met een herder en zijn volgelingen met een kudde schapen.
Frieling koos voor de weergave van geiten in plaats van schapen. Hij zegt over de keuze voor geiten dat deze minder mak zijn dan schapen.
De iconologische methode bestaat uit drie stappen, waarbij de derde stap de iconologische interpretatie is.
Vraag 10 3 punten
Noem eerst de twee stappen die voorafgaan aan een iconologische interpretatie en geef van beide de definitie. Werk vervolgens de derde stap, de iconologische interpretatie, uit voor dit mozaïek van Frieling (afbeelding 11 tot en met 14).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Uitwerking van de iconologische interpretatie: Een juist antwoord bestaat uit een interpretatie van het werk vanuit de bredere context van de tijd waarin het werk is gemaakt. (1) Bijvoorbeeld (een van de volgende):
- Frieling geeft Mozes weer als een jonge, eigentijds geklede persoon (sneakers) en trekt zo een parallel tussen de opdracht die Mozes had en de vragen / opgave waar (jonge) mensen zich nu voor gesteld zien en/of suggereert dat die opdracht/opgave misschien dezelfde is of vergelijkbaar zou kunnen zijn.
- Frieling kiest voor de weergave van eigenwijze / zoekende geiten (en van een geit die in een gat valt) in plaats van schapen. Dit kan geïnterpreteerd worden als een uitspraak over een veranderende (geloofs)cultuur / als een verwijzing naar de hedendaagse mens / de hedendaagse cultuur waarin sprake is van individualisme / pluralisme / zoekende mensen.
Figuur 2 bestaat uit een serie foto's van Gijs Frieling en assistenten die aan het werk zijn in 2022. Ze werken aan een tweede mozaïek voor de KoepelKathedraal, dat gaat over Jezus als de Goede Herder.
[figuur 2: zie het originele examen]
In een artikel in de Volkskrant wordt Gijs Frieling 'een middeleeuwse kunstenaar in een eigentijdse jas' genoemd.
Vraag 11 3 punten
Beschrijf drie aspecten van Frielings werkpraktijk die doen denken aan de middeleeuwen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − Frieling werkt in opdracht van de Kerk (in de middeleeuwen een belangrijke opdrachtgever voor kunst). − De keuze voor (glas)mozaïek staat in de traditie van de (vroeg)christelijke en/of Byzantijnse kunst. − De keuze van vormen(taal) en/of motieven staat in de traditie van de (vroeg)christelijke en/of Byzantijnse kunst. − Het werken op locatie, doet denken aan het werken in bouwloodsen naast/bij de kerken in aanbouw in de tijd van de middeleeuwen. − Frieling is te zien als een soort meester van een werkplaats, die samenwerkt met assistenten / verschillende vakmensen (zoals ook in middeleeuwse werkplaats of bouwloods). − Het werk heeft een sterk ambachtelijk karakter. − Het werk sluit qua onderwerp/thema/motief aan op de middeleeuwse, christelijke traditie. − Het uiteindelijke werk is het resultaat van een gezamenlijke inspanning. (De individuele kunstenaar staat in de middeleeuwen minder centraal dan in de renaissance, de romantiek of het modernisme.) per juist antwoord (1) (3)
Binnen buiten
Vragen bij afbeelding 15 tot en met 23
In Nederland ontstond in de achttiende eeuw grote belangstelling voor de aankleding van woningen met geschilderde behangsels.
[figuur 3: zie het originele examen]
Op afbeelding 15 en figuur 3 zie je een gedeeltelijke reconstructie van een achttiende-eeuwse 'kamer in 't rond' in het Dordrechts Museum. Op afbeelding 16, 17 en 18 zie je drie behangsels uit deze kamer. Ze zijn geschilderd door de broers Jacob en Abraham van Strij in 1795.
De behangsels in een 'kamer in 't rond' doorbraken de geslotenheid van een ruimte en amuseerden bewoners en hun gasten met de illusie dat ze in de verte keken.
Vraag 12 3 punten
Beschrijf drie manieren waarop deze ruimtelijke illusie is bereikt aan de hand van afbeelding 15 tot en met 18 en figuur 3.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − (positionering en omlijsting) De behangsels geven door hun positionering op de wand, boven een rand/lambrisering / door de kaders/lijsten, het idee dat je door een raam/venster kijkt. − (lage horizon) Door een lage horizon / grote luchtpartij ontstaat een sterke ruimtesuggestie / ontstaat een sterke dieptewerking / ontstaat de indruk van een vergezicht. − (verkleining / perspectiefwerking) Naarmate de voorstelling zich verder naar achteren afspeelt, wordt deze kleiner afgebeeld (voorgrond, middenstuk, achtergrond), hierdoor ontstaat een sterke ruimtesuggestie. − (afsnijding) Door het gebruik van afsnijding lijkt het alsof het landschap buiten de randen van de schildering / 'het venster' doorloopt. − (atmosferisch perspectief) Door toepassing van atmosferisch perspectief wordt de ruimtewerking versterkt / ontstaat de indruk van een (realistisch) vergezicht. − (doorlopende voorstelling) Door de weergave van een doorlopende (lage) horizon / soortgelijke (grote) wolkenluchten, ontstaat de suggestie van een blik op één doorlopend landschap. per juist antwoord (1) (3)
De behangsels van de gebroeders Van Strij passen qua voorstelling in de traditie van de Hollandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw. Zo past de keuze voor de weergave van schepen op zee (afbeelding 17) in de zeventiende-eeuwse traditie van zeestukken.
Bekijk afbeelding 16, 17 en 18.
Vraag 13 3 punten
Geef voor nog drie andere aspecten van de voorstellingen van deze drie behangsels aan hoe ze passen in de traditie van de Hollandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − Er zijn koeien weergegeven, een populair onderwerp (en een symbool voor Nederland) uit de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. − Er is een (Hollands aandoend) vlak / laag rivierlandschap weergegeven (met een stad), een populair onderwerp uit de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. − Er is gekozen voor opvallende wolkenluchten en/of een lage horizon, in lijn met het werk van landschapsschilders uit de zeventiende eeuw (zoals Ruysdael). − De keuze voor een stadsgezicht, met een huis met trapgevel / voor een havengezicht, past in de Hollandse traditie van stadsgezichten / 'straatjes'. − De keuze voor een 's zomers, heuvelachtig landschap past in de zeventiende-eeuwse traditie van Italianiserende landschappen. − De kleding, zoals het rode jasje, is vergelijkbaar met de kleding die ook te zien is op zeventiende-eeuwse schilderijen. per juist antwoord (1) (3)
Vanaf 1800 raakte de behangselschilderkunst uit de mode. Er ontstond aan het begin van de negentiende eeuw, rond 1815, een bloei van 'traditionele', op een schildersezel gemaakte, schilderijen.
Vraag 14 1 punt
Beschrijf een ontwikkeling in de kunstwereld in Nederland uit die tijd die bijdroeg aan deze bloei.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een van de volgende: − (kunstmarkt) Aan het begin van de negentiende eeuw bloeide de presentatie van en handel in kunst van 'levende meesters' op (salons, kunsthandel / kunstzalen), de kleinere schilderijen waren makkelijker te (her)plaatsen en (dus) ook te verhandelen, de groeiende vraag leidde tot een groeiend aanbod. − (nationalisme) In de eerste helft van de negentiende eeuw was er sprake van groeiend nationalisme en dit betekende in de kunst(markt) een voorliefde voor de 'zeventiende-eeuwse gloriedagen van de kunst', en daarmee een voorkeur voor vergelijkbare schilderijen op paneel of doek. (1)
Er zijn tegenwoordig ook weer kunstenaars die zich toeleggen op het behangselschilderen, zoals Marcelo Gimenes en Jaap Snijder. Zij vormen het duo Snijder&CO en vervaardigen in hun atelier behangsels. Vanuit boeken met landschappen en botanische tekeningen stelt het duo composities samen, maakt het schetsen en besluit het
- in overleg met de opdrachtgevers
- hoe de uiteindelijke voorstelling en vormgeving eruit komt te zien.
Op afbeelding 19 en 20 zie je twee verschillende interieurs met behangsels van Snijder&CO. Afbeelding 21 toont een detail van afbeelding 20.
Gesteld kan worden dat Snijder&CO in zijn werkwijze veel overeenkomsten vertoont met de gebroeders Van Strij. Ze werken bijvoorbeeld gezamenlijk en veelal in opdracht, net als de gebroeders Van Strij.
Vraag 15 3 punten
Geef nog drie andere voorbeelden van overeenkomsten in de werkwijze.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − Ze werken met verf op doek of papier dat op een frame wordt bevestigd. − Ze plaatsen (sommige) behangsels in een (wand)betimmering / boven een lambrisering. − Ze gaan uit van een specifieke locatie. − Ze werken / ontwerpen (voornamelijk) in een atelier / niet op locatie. − Ze putten hun inspiratie uit beeldend bronmateriaal / voorbeelden en niet uit directe, eigen natuurstudie in de buitenlucht. − Ze stellen voorstellingen vrijelijk samen uit verschillende bronnen (het betreft geen weergave van een specifieke, reële locatie). − Ze grijpen qua techniek en effecten terug op voorgangers / op de traditie. per juist antwoord (1) (3)
De behangsels van Snijder&CO op afbeelding 19 en 20 (met detail op afbeelding 21) hebben een minder sterk ruimtelijk effect dan die van de gebroeders Van Strij op afbeelding 16 tot en met 18.
Vraag 16 2 punten
Beschrijf twee aspecten van de vormgeving waardoor de werken op afbeelding 19, 20 en 21 een minder sterk ruimtelijk effect hebben dan die op afbeelding 16 tot en met 18.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende: − (plans / verkleining) Deze werken van Snijder&CO hebben vooral (of alleen) een voorgrond / hebben geen sterke verkleining / geen verre diepte / geen (verre) achtergrond. − (verkorting, perspectief) In deze werken van Snijder&CO is er nauwelijks sprake van verkorting / zijn er nauwelijks perspectivische lijnen de diepte in. − (compositie) Deze werken van Snijder&CO zijn enigszins patroonmatig / decoratief / er is sprake van een bepaalde mate van herhaling over het gehele vlak (en daardoor zijn de werken vlakker). − (overlap, afsnijding) Deze werken van Snijder&CO worden gekenmerkt door vormen / vlakken die veelal naast elkaar staan, in plaats van overlap. − (lijn, plasticiteit) Deze werken van Snijder&CO zijn tekenachtig / minder schilderachtig (veelal scherp) en hebben daardoor wat minder plasticiteit. − (atmosferisch perspectief) Deze werken van Snijder&CO zijn tekenachtig / minder schilderachtig en hebben daardoor minder atmosferisch perspectief / dieptesuggestie. per juist antwoord (1) (2)
In de kunsthistorische literatuur worden verschillende kunstenaarstypen onderscheiden. Afbeelding 22 en 23 tonen foto's van de website van Snijder&CO, waarop Gimenes en Snijder zichzelf presenteren.
Vraag 17 3 punten
Noem het kunstenaarstype waartoe Gimenes en Snijder gerekend kunnen worden op basis van deze foto's én geef daarvoor twee argumenten op basis van (aspecten van) de foto's.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- argumenten (twee van de volgende): (2p)
- (ambachtelijke locatie / verheerlijken van het metier) Ze presenteren zichzelf in het (werk)atelier.
- (ambachtelijke houding / verheerlijken van het metier) Ze presenteren zichzelf alsof ze het werk even kort hebben onderbroken voor een foto, te midden van potten verf en kwasten, de bril nog op de neus (en een op tafel) en/of materiaal nog in hun handen.
- (ambachtelijke kleding / verheerlijken van het metier) Ze presenteren zichzelf in werkkleding (vol verfvlekken).
- (ambachtelijke attributen en materialen / hechten aan kennis, studie en traditie) Ze presenteren hun ambachtelijke / traditionele werkwijze, met voorbeeldboeken en verschillende materiaal.
- (ambachtelijke werkstukken / hechten aan traditie) Ze presenteren zichzelf met op de achtergrond hun unieke, ambachtelijke / kundig vervaardigde / traditionele behangsels.
Opmerking Per juist argument 1 scorepunt toekennen.
Snijder&CO biedt, naast het maken van behangsels in opdracht, ook workshops aan waarin deelnemers zelf leren behangselschilderen.
De wijze waarop Gimenes en Snijder het kunstenaarschap invullen, past in de beleidslijn van de Nederlandse overheid sinds eind jaren negentig van de twintigste eeuw.
Vraag 18 2 punten
Geef aan welke invulling van het kunstenaarschap sinds eind jaren negentig door de Nederlandse overheid werd gestimuleerd én geef aan hoe Gimenes en Snijder daaraan voldoen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- De overheid stimuleert dat kunstenaars zich opstellen als cultureel ondernemers / zoveel mogelijk zelf inkomsten genereren / dichtbij de samenleving staan. (1)
- Gimenes en Snijder voldoen daaraan doordat ze werken in opdracht / ook workshops geven en daarmee inkomsten genereren met hun kunstpraktijk en/of daarmee dicht bij de samenleving staan. (1)
De beleidslijn die de Nederlandse overheid inzette aan het eind van de jaren negentig van de twintigste eeuw was een reactie op het kunst- subsidiebeleid zoals dat in de jaren zeventig en tachtig gebeurde.
Vraag 19 2 punten
Geef eerst aan op welk idee van kunstenaarschap de beleidslijn van de jaren zeventig en tachtig was gebaseerd. Geef vervolgens aan welke kritiek er in de jaren negentig klonk op het subsidiëren van beeldend kunstenaars.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Het idee van de 'autonome kunstenaar' / de kunstenaar die niet werkt voor de markt of in opdracht, maar vanuit het idee van kunst als zelfexpressie / kunst om de kunst / de visie van de kunstenaar als enige norm. (1)
- De kritiek was dat kunstenaars door de subsidies werk maakten dat (te) ver van de maatschappij afstond / dat kunstenaars te sterk afhankelijk waren van subsidies. (1)
De kunstenaar is aanwezig
Vragen bij afbeelding 24 tot en met 34
De Amerikaanse kunstenaar Tehching Hsieh (1950) maakte tussen 1978 en 2000 zes werken. Daarna stopte hij met het maken van kunst.
Op afbeelding 24 tot en met 28 zie je het werk Time Clock Piece (Prikklok werk) dat Hsieh maakte in 1980-1981. Een prikklok is een apparaat dat destijds vaak werd gebruikt om op een kaart te registreren hoe laat een werknemer op het werk arriveert en vertrekt.
Hsieh plaatste een prikklok in zijn atelier (afbeelding 24) en een heel jaar lang registreerde hij elke dag zijn kaart op ieder heel uur van het etmaal. Ieder registratiemoment legde hij vast op film. Dit project werd achteraf tentoongesteld als een installatie met daarin brieven, verklaringen, uniformen, een film, foto's (afzonderlijke filmframes), een prikklok en de kaarten met tijdregistraties. Op afbeelding 25 zie je de film en de kaarten in combinatie met de foto's. Afbeelding 26, 27 en 28 tonen details.
Hsiehs doel met Time Clock Piece was 'het vastleggen van tijd'.
Vraag 20 2 punten
Geef op basis van afbeelding 24 tot en met 28 twee manieren waarop Hsieh tijd weet vast te leggen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende: − Door een reeks momenten consequent / met regelmaat vast te leggen door middel van de prikklok. − Door zichzelf vast te leggen op een reeks foto's, waarbij veel hetzelfde is (telkens in dezelfde kleding / met dezelfde pose / gezichtsuitdrukking en op dezelfde plek) en alleen de tijd zichtbaar verstrijkt, zoals te zien is aan de fysieke verandering van Hsieh, zoals zijn haar dat langer wordt en/of aan de tijd op de klok. − Door zichzelf te filmen, waarmee het verstrijken van de tijd zichtbaar wordt. per juist antwoord (1) (2)
Van de mogelijke 8.760 prikmomenten in Time Clock Piece miste Hsieh er 133. Volgens kunsthistoricus Amelia Groom zijn de gemiste keren een essentieel onderdeel van het werk, omdat ze het conflict tussen lichamelijke tijd en kloktijd benadrukken.
Vraag 21 3 punten
Geef aan wat Groom bedoelt met:
- 'lichamelijke tijd';
- 'kloktijd'. Leg vervolgens uit waarom Groom dit conflict een essentieel onderdeel van het werk noemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Lichamelijke tijd gaat over de persoonlijke / menselijke / subjectieve / geestelijke ervaring van tijd. (1)
- Kloktijd verwijst naar de objectieve (onpersoonlijke) / technische / natuurkundige tijd zoals een klok die registreert / aangeeft. (1)
- Het antwoord moet de volgende strekking hebben: De gemiste tijden tonen aan dat Hsieh er is / leeft, want de gemiste momenten tonen aan dat de opdracht die Hsieh zichzelf oplegt (ieder uur van de dag klokken) menselijkerwijs (fysiek en geestelijk) niet haalbaar is en/of dat de mens feilbaar is / dat de mens geen machine is. (1)
Hsieh vertrok in 1974 vanuit Taiwan, als verstekeling aan boord van een schip, naar de Verenigde Staten. Daar leefde hij als illegale immigrant totdat hij in 1988 een verblijfsvergunning kreeg. Hsieh deed de volgende uitspraak: "Het leven en kunst maken, het is allemaal hetzelfde - tijd uitzitten. Het verschil is dat je bij kunst een vorm hebt. Deze benadering geeft me vrijheid."
Hsieh verwerpt interpretaties waarin zijn werk autobiografisch wordt opgevat. Toch wordt deze benaderingswijze wel vaak op zijn werk losgelaten.
Vraag 22 1 punt
Geef zo'n interpretatie van Time Clock Piece vanuit de biografische benadering.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bestaat uit een interpretatie waarin een relatie wordt gelegd tussen de persoonlijke omstandigheden / de biografie van Hsieh en een kenmerk of doel van zijn project. Voorbeelden van juist antwoord zijn (een van de volgende): − Als illegale vluchteling had Hsieh beperkte mogelijkheden in het openbare bestaan in de Verenigde Staten en zat hij in zekere zin gevangen. Dit werk is te zien als symbool van deze situatie: leven in beperkende omstandigheden en/of kunst biedt de ruimte / vrijheid om naar eigen inzicht vorm te geven aan het leven / aan de tijd, daar is geen officiële instantie / is geen officiële erkenning voor nodig. − Als illegale vluchteling bestaat Hsieh officieel niet in de Verenigde Staten, maar met dit kunstwerk kan hij zijn leven / zijn aanwezigheid vormgeven / zijn leven zichtbaar maken en zijn bestaan aantonen / zorgt hij zelf voor erkenning. − Doordat Hsieh veertien jaar lang een illegale vluchteling was, zal hij het leven hebben ervaren als ingeperkt / niet-vrij of zelfs een gevange (vanwege de dreiging opgepakt / uitgezet te worden), dit is weerspiegeld in Time Clock Piece, waar hij in een uniform zich als ‘een gevangene’ ieder uur trouw voor de camera meldt (hij gedraagt zich als een gevangene van de tijd). − Als vluchteling vond Hsieh een (veilige) plek in de Verenigde Staten. Dit werk kan gezien worden als een boetedoening / als een dankbetuiging voor het kunnen of mogen leven in een ander, veilig land / voor het vinden van een thuis in een andere cultuur. (1)
Op 11 december 1986 kondigde Hsieh de start van zijn project Thirteen Year Plan op 31 december 1986 aan. Je ziet de aankondiging op figuur 4. De aankondiging is hieronder ook als vertaling, in een uitgeschreven tekst te lezen. Op 1 januari 2000 eindigde Hsieh het project met een verklaring die je ziet op figuur 5.
[figuur 4: zie het originele examen]
vertaling figuur 4:
11 december 1986 VERKLARING
Ik Tehching Hsieh heb een 13-jaren-plan Ik zal KUNST maken gedurende deze tijd Ik zal het niet PUBLIEKELIJK tonen
Het plan begint op mijn 36e verjaardag, 31 december 1986 duurt voort tot mijn 49e verjaardag, 31 december 1999 Tehching Hsieh
[figuur 5: zie het originele examen]
vertaling figuur 5:
Ik hield mezelf in leven. Ik ben de 31e december 1999 gepasseerd.
Tehching Hsieh, 1 januari 2000.
Thirteen Year Plan is een conceptueel kunstwerk te noemen.
Vraag 23 3 punten
Beschrijf voor drie kenmerken van conceptuele kunst hoe die van toepassing zijn op dit kunstwerk.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − Bij een conceptueel kunstwerk staat het idee centraal / vormt het idee het uitgangspunt en doel, en niet het beeld. Het gaat in dit kunstwerk om het tonen van tijd / leven, en niet zozeer om de esthetiek van het beeld / de installatie (de presentatie had ook een andere vorm kunnen krijgen). − Bij een conceptueel kunstwerk worden het uitgangspunt en/of de te volgen werkwijze vaak van tevoren geformuleerd. Bij dit kunstwerk is er (ook) sprake van een tevoren opgesteld plan met een begin- en einddatum en te volgen werkwijze. − Bij conceptuele kunst wordt vaak sterk afgeweken van de traditionele vormen (zoals een beeld of schilderij) en/of wordt soms gekozen voor een vorm die direct ingrijpt in de omgeving / het leven (het past vaak niet eenvoudig op een sokkel of aan de muur). Dit kunstwerk bestaat uit een project dat uitgaat van / uitgevoerd wordt in het dagelijks leven. − Bij een conceptueel kunstwerk staat in de uitvoering de kunstenaar zelf niet of minder centraal. Dit kunstwerk kan in principe opnieuw en/of door anderen (ook) worden uitgevoerd. per juist antwoord (1) (3)
Ash Dilks schreef in een blog op de website Live Art Development Agency over Hsieh: "Hij heeft in zijn performances de grenzen tussen 'art time' (kunsttijd) en 'life time' (levenstijd) doen vervagen."
Je kunt stellen dat in zowel Time Clock Piece als in Thirteen Year Plan kunst en leven bijna helemaal samenvallen.
Vraag 24 2 punten
Geef aan op welke manier kunst en leven samenvallen bij:
- Time Clock Piece;
- Thirteen Year Plan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Time Clock Piece: Hsieh gebruikt zijn leven als materiaal voor het kunstwerk. / Hsieh heeft nauwelijks nog tijd om te leven naast / vanwege dit kunstwerk. Er is nauwelijks ruimte meer voor levenstijd want bijna alles wordt ingenomen door kunsttijd. (Zijn 'gewone leven' wordt steeds onderbroken, hij kan bijvoorbeeld nooit doorslapen.) (1)
- Thirteen Year Plan: Het verschil (of de verhouding) tussen kunst- en levenstijd is onduidelijk: Hsieh laat dertien jaar lang niets aan de buitenwereld van zijn kunstwerk zien (hij legt geen ‘verantwoording’ af, zoals in Time Clock Piece) en aan het einde van de dertien jaar blijkt dat zijn leven zelf (of: het in leven blijven) het kunstwerk is. Daarmee suggereert Hsieh (achteraf) eigenlijk dat overleven / in leven blijven de kunst is / het leven kunst is. (1)
De kunstenaar Marina Abramović (1946) heeft grote bewondering voor het werk van Hsieh. Ze zei: "Hij is de meester, ik ben slechts zijn leerling."
Op figuur 6 zie je foto's van Abramović’ performance Rhythm 2, uitgevoerd in 1974. In het eerste deel van de performance, die 50 minuten duurt, nam ze een medicijn in dat ervoor zorgde dat de spieren over haar hele lichaam heftig samentrokken. In het tweede deel nam Abramović een medicijn dat bedoeld is om 'gewelddadige gedragsstoornissen te kalmeren'. De performance eindigde na vijf uur toen de medicatie helemaal uitgewerkt was.
[figuur 6: zie het originele examen]
Abramović zei in een interview dat voor haar werk 'controle over jezelf' een belangrijke doelstelling is.
Vraag 25 3 punten
Beschrijf drie aspecten van deze performance waarop 'controle over jezelf' van toepassing is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- drie van de volgende: − Het innemen van medicijnen wijst op het jezelf dwingen (controleren) om in een andere (in dit geval oncontroleerbare) toestand te komen (de 'normale' toestand loslaten). − Het (proberen te) bedwingen van spiertrekkingen wijst op controle over jezelf houden. (Het lijkt erop dat Abramović de controle probeert vast te houden, ze blijft op haar stoel zitten, ondanks het samentrekken van spieren.) − Het gebruiken van medicatie om 'gedragsstoornissen te kalmeren' wijst op het streven om controle te hebben / om het effect ongedaan te maken van de medicijnen die haar controle deden verliezen. − Het volhouden van het plan van de performance wijst op controle over jezelf / wijst op discipline. − Het wachten tot de controle terugkomt / het hervinden van een stabiele lichamelijke toestand zonder medicatie wijst op controle over jezelf. per juist antwoord (1) (3)
Op afbeelding 29 tot en met 34 zie je beelden van Marina Abramović’ performance The Artist is Present uit 2010. Deze performance werd uitgevoerd in een periode van drie maanden. Abramović zat acht uur per dag, zes dagen in de week, zwijgend op een stoel in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Tegenover haar konden mensen om de beurt plaatsnemen.
Abramović ontmoette tijdens de performance ongeveer duizend personen. Zij zei hierover: "Niemand kon zich voorstellen... dat iemand de tijd zou nemen om te gaan zitten en gewoon een wederzijdse blik met mij aan te gaan”, en "Het was [een] complete verrassing... deze enorme behoefte van mensen om daadwerkelijk contact te hebben."
Op figuur 7 zie je een fotocollage van portretten van bezoekers die plaatsnamen tegenover Abramović. Het MoMA publiceerde deze en andere foto's van bezoekers op de museumwebsite.
[figuur 7: zie het originele examen]
De deelnemers hadden bij dit werk een bepalende rol: zij maakten deze performance ook voor Abramović intens. Zo betekende de grote opkomst dat er voor Abramović nauwelijks rusttijd of pauzetijd was.
Vraag 26 2 punten
Geef nog twee manieren waarop de deelnemers deze performance voor Abramović zo intens maakten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende: − (intens staren) Het voortdurend, de hele dag lang, ondergaan van (onderzoekende / peilende) blikken / confrontaties / het bekeken worden / bekeken/onderzocht worden door de deelnemers (en daarop niet anders reageren dan door zwijgend terugkijken) vergt discipline / controle / mentale kracht en was voor Abramović intens / uitputtend. − (heftige emoties) Veel deelnemers waren geëmotioneerd (ze gingen bijvoorbeeld huilen). Deze sterke emoties hadden hun weerslag op de emoties van Abramović en dat maakte de performance intens voor haar. − (onverwachte reacties) Sommige deelnemers reageerden verrassend / onverwacht. Het anticiperen / (niet) reageren op verschillende situaties / het schakelen tussen verschillende situaties en/of emoties is intens / uitputtend. − (afleidingen) Het omringend publiek praatte, maakte foto’s, liep heen en weer enzovoort, en daarom was het voor Abramović moeilijk om geconcentreerd te blijven. per juist antwoord (1) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving 2025, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-5001-a-25-1-o
Andere examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over kunstgeschiedenis (10), beschouwen (6) en beeldaspecten (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-5001-a-25-1-c).
Hoe oefen ik met het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.