Eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Het portret van de kunstenaar, Het huis van de kunstenaar, De heroïsche kunstenaar?.
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over beschouwen (11), kunstgeschiedenis (7) en beeldaspecten (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Beschouwen | 2, 4, 7, 9, 13, 15-16, 18, 21, 24, 27 | 11 |
| Kunstgeschiedenis | 3, 8, 14, 19, 22-23, 25 | 7 |
| Beeldaspecten | 6, 10-12, 17, 20, 26 | 7 |
| Technieken | 1, 5 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 10 examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over beschouwen (41% van de vragen, gemiddeld 27%). Minder over kunstgeschiedenis (26% van de vragen, gemiddeld 42%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Het portret van de kunstenaar
Vragen bij afbeelding 1 tot en met 4
In de vijftiende eeuw was de Vlaamse stad Brugge een welvarende handelsstad. Er waren veel zakenlieden die kunst kochten. Mede om die reden werd de stad een aantrekkelijke vestigingsplaats voor kunstenaars. Een van hen was Jan van Eyck (1390-1441). Van Eyck was tijdens zijn leven al een bekend en veelgevraagd schilder. Op afbeelding 1, 1a en 1b (details) zie je Het Arnolfiniportret, dat Van Eyck in 1434 maakte.



Kort na de dood van Jan van Eyck verscheen een eerste biografie. De auteur, Bartolommeo Fazio, noemde Van Eyck “de leidende schilder van onze tijd”, onder andere vanwege zijn uitzonderlijke technische kwaliteiten op het gebied van het schilderen met olieverf.
Vraag 1 3 punten
Noem drie bijzondere mogelijkheden van de olieverf-schildertechniek waarin Van Eyck uitblonk. Geef bij elke mogelijkheid een voorbeeld op basis van afbeelding 1.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- de natuurgetrouwe stofuitdrukking, zoals het glanzende metaal van de kroonluchter/de spiegel en/of zoals de bontmantel en mantel en/of zoals de weergave van materialen als steen en hout
- de vele gradaties in kleur / mengkleuren, bijvoorbeeld in de huid of in (de plooien van) de kleding
- het toepassen van de glacéertechniek, waardoor kleuren een intense diepte bereiken, bijvoorbeeld in de schaduwen in de kleding en/of waardoor een bijzonder levensechte weergave van (enigszins doorschijnende) huid wordt bereikt
- de fijne, haast onzichtbare penseelstreken, waardoor vloeiende (haast onzichtbare) overgangen ontstaan, bijvoorbeeld tussen de licht- en schaduwpartijen in de gezichten of de kleding
per juist antwoord 1
Het Arnolfiniportret toont waarschijnlijk Giovanni Arnolfini en zijn vrouw Constanza Trenta. Arnolfini was een textielhandelaar uit Italië. Dit portret kan beschouwd worden als een statussymbool voor Giovanni Arnolfini.
Vraag 2 3 punten
Geef drie manieren waarop Arnolfini met dit schilderij zijn status kon benadrukken.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- het portret is gemaakt door een van de meest bekwame / beroemde schilders uit die tijd. Hiermee laat Arnolfini zien dat alleen het beste bij hem past.
- het schilderij is erg kostbaar, want zeer tijdrovend om te maken (vanwege de schildertechniek en de details in zowel portretten als de ruimte) / want gemaakt door een befaamd schilder. Arnolfini benadrukt met deze opdracht zijn welvarendheid.
- Van Eyck was (ook) in dienst als hofschilder en/of werkzaam als opdrachtnemer van de Kerk. Arnolfini plaatste zichzelf, als burger, op een lijn met de hogere standen in de maatschappij.
- het is een (dubbel)portret (ten voeten uit). Dergelijke uitgebreide portretten waren destijds (alleen) gebruikelijk voor de adel. Arnolfini plaatst zichzelf zo op één lijn met de adel.
- het stel is geportretteerd in fraaie, dure kleding; hiermee toont Arnolfini zijn rijkdom / vooraanstaande positie.
- het stel is geportretteerd in een luxueuze omgeving; hiermee toont Arnolfini zijn rijkdom / vooraanstaande positie.
per juist antwoord 1
Op de muur boven de spiegel staat de inscriptie “Johannes de Eyck fuit hic 1434”, wat betekent ‘Jan van Eyck was hier 1434’. Deze prominente ‘handtekening’ van Van Eyck was in die tijd ongewoon. Het signeren van kunstwerken kwam in de middeleeuwen nauwelijks voor.
Vraag 3 2 punten
Geef twee verklaringen waarom veel kunstwerken uit de middeleeuwen niet gesigneerd zijn.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
- kunstenaars hadden in de middeleeuwen doorgaans de (eenvoudige) positie van ambachtsman. Bij deze opvatting van het vak paste het ondertekenen van het werk niet. (Het was pas later, in de renaissance, dat het genie van de individuele kunstenaar een rol ging spelen en de naam van de kunstenaar belangrijk werd.)
- veel werk in de middeleeuwen was religieus van aard en werd gemaakt ter ere van God; de maker was niet relevant en ondertekenen was daarom niet gepast.
- veel werk werd gemaakt in werkplaatsen, waar soms verschillende makers aan een kunstwerk meewerkten; daarbij past een persoonlijke ondertekening niet.
- veel werk werd gemaakt naar een (geslaagd) voorbeeld. De maker was dus vaak niet de bedenker van het idee. Het past in deze praktijk van kopiëren om het werk niet te ondertekenen.
per juist antwoord 1
Bekijk afbeelding 1, 1a en 1b.
Aangenomen wordt dat Jan van Eyck zichzelf in de spiegel heeft weergegeven in Het Arnolfiniportret. Op afbeelding 1a en 1b zie je details met daarop de spiegel. In de omlijsting van de spiegel zijn de kruiswegstaties, scènes uit de lijdensweg van Jezus, weergegeven. Van Eyck zou een van de twee figuren in de deuropening zijn, en dan waarschijnlijk de in het rood geklede man. Ervan uitgaande dat Van Eyck zichzelf hier heeft weergeven, kan gesteld worden dat uit het zelfportret zelfbewustzijn van de kunstenaar spreekt.
Vraag 4 2 punten
Geef, op basis van de manier waarop Van Eyck zichzelf neerzet, twee argumenten voor deze stelling.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
- Van Eyck (gaf zichzelf weliswaar klein weer, maar hij) neemt een centrale positie in. De spiegel hangt centraal, in het midden van het schilderij. / De perspectieflijnen komen uit in de spiegel.
- Van Eyck toont zijn inventiviteit. Een spiegel is een vindingrijke wijze om jezelf te presenteren.
- Van Eyck toont zijn virtuositeit. De spiegel is bol en dat vergt veel kennis en technisch kunnen om natuurgetrouw weer te geven.
- Van Eyck legt een koppeling tussen het goddelijke en zichzelf door de voorstellingen rond de spiegel (kruiswegstaties) en/of de spiegel als zuiver, goddelijk gegeven (speculum sine macula) / de convexe vorm als instrument voor hoger inzicht (de bolle vorm geeft toegang tot het ondeelbare).
per juist antwoord 1

Op figuur 1 zie je een prent uit circa 1590. Deze prent toont het schilderen met olieverf als nieuwe uitvinding. Jan van Eyck is afgebeeld in zijn atelier als uitvinder van deze vernieuwende schildertechniek. Op de prent zijn verschillende werkzaamheden in een schildersatelier afgebeeld. Op een kleine verhoging in het midden zien we de meesterschilder aan het werk aan een groot schilderij.
In de opleiding van leerling tot meester in een atelierpraktijk zijn drie fases te onderscheiden:
- fase 1: beginnende leerling
- fase 2: gevorderde leerling
- fase 3: gezel (klaar voor de beroepspraktijk)
Vraag 5 3 punten
Beschrijf bij elke fase de passende werkzaamheden zoals deze zijn weergegeven in figuur 1.
Bekijk het antwoord
fase 1, beginnende leerling (een van de volgende):
- Rechts zijn leerlingen pigmenten aan het mengen met bindmiddel.
- Er is een leerling materialen aan het sjouwen / een paneel aan het bezorgen.
- De leerling op de voorgrond is bezig een palet klaar te maken (voor de meester).
fase 2, de gevorderde leerling (een van de volgende):
- De leerling links op de voorgrond maakt een studie naar voorbeeld van een buste.
- De leerling rechts op de voorgrond maakt studies (van een oog).
fase 3, gezel, klaar voor de beroepspraktijk: de figuur links op de achtergrond werkt naar levend model.
per fase 1 scorepunt
Aanvulling: Op pagina 7, bij vraag 5 moet het antwoord bij fase 1, beginnende leerling: “De leerling op de voorgrond is bezig een palet klaar te maken (voor de meester)” ook goedgerekend worden als de kandidaat dit noemt bij fase 2, de gevorderde leerling. Toelichting: in de syllabus van tehatex vwo 2026 wordt de activiteit van het palet klaarmaken expliciet gekoppeld aan de gevorderde leerling. Er zijn ook bronnen die deze activiteit koppelen aan de fase van beginnende leerling, daarom mag dit antwoord in beide gevallen (fase 1 en fase 2) goedgerekend worden.

Op afbeelding 2 zie je een zelfportret van Albrecht Dürer (1471-1528) dat hij schilderde in 1498. Dürer schilderde het na een verblijf in Noord-Italië. In dit werk is in de vormgeving de invloed van de Italiaanse renaissance-schilderkunst te herkennen. Zo creëert Dürer onder andere een harmonieuze compositie.
Vraag 6 3 punten
Geef nog drie voorbeelden van invloeden van de Italiaanse renaissance-schilderkunst die te zien zijn in de vormgeving van het werk op afbeelding 2.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- (licht) er is sprake van een gelijkmatige en/of consequente (natuurlijke) belichting / lichtval.
- (lineair) de contouren van de vormen worden gevolgd (in kleur en licht-donker), waardoor een tekenachtig effect ontstaat.
- (kleur) er is gebruikgemaakt van overwegend heldere kleuren.
- (licht-donkerwerking) er wordt plasticiteit gesuggereerd door middel van (subtiele) licht-donkerverschillen.
- (stofuitdrukking) er is veel aandacht voor de stofuitdrukking door kleurnuances, licht-donkercontrasten en/of kleurlagen.
- (hanteringswijze) het schilderij is fijn geschilderd / glad afgewerkt.
- (diepte) er is sprake van bijzondere aandacht voor dieptewerking in de vorm van (lijn)perspectief (in het kozijn van het venster) en/of door de blik van de beschouwer van de geportretteerde via het kozijn naar het landschap op de achtergrond te leiden.
- (diepte) er is sprake van atmosferisch perspectief: er worden op de voorgrond warme kleuren gebruikt en in de achtergrond koele kleuren.
- de stand van het hoofd, een portret trois-quarts / driekwartsprofiel, is een van de standaardposes uit de renaissance-portretschilderkunst.
per juist antwoord 1
Camiel van Winkel onderscheidt in zijn studie De mythe van het kunstenaarschap vier verschillende mythes die bijdragen aan de beeldvorming van kunstenaars in de kunstgeschiedenis. Dürers zelfportret op afbeelding 2 past bij de mythe van het klassieke kunstenaarschap.
Vraag 7 3 punten
Geef drie argumenten die deze bewering ondersteunen.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- Dürer presenteert zich als voornaam persoon (edelman-kunstenaar): hij geeft zichzelf weer in dure / rijke (modieuze) kleding / in (renaissance)stijl.
- Dürer toont zichzelf (niet als ambachtsman, maar eerder) als intellectueel: rechtop en/of met de handen ineengevouwen en/of hij kijkt de beschouwer vorsend aan.
- Dürer toont zijn kennis en ervaring door op de achtergrond een Italiaans aandoend landschap weer te geven.
- Het zelfportret toont als geheel in de uitvoering / schilderstijl (verfijning, harmonie en compositie) Dürers kennis en ervaring / de invloed van de renaissance-schilderkunst (verheerlijking van het metier).
- Dürer sluit aan bij de grote traditie: een geïdealiseerd portret zoals in de klassieke oudheid / renaissance.
- Het zelfportret laat zien dat Dürer vaardig is in meerdere genres (portret, interieur, landschap) en/of het verbeelden van vele materialen (stofuitdrukking: steen, textiel, et cetera).
per juist antwoord 1
Dürer ging regelmatig op reis en nam daarbij gravures mee die hij zelf had vervaardigd. Op figuur 2 zie je zo’n gravure. Deze verbeeldt het populaire verhaal van St. Eustachius die zich tot het christendom bekeerde toen hij op jacht was en een visioen kreeg van een hert met een crucifix tussen zijn gewei.

Dürer ruilde dergelijke gravures onder meer voor tol- en aanbevelingsbrieven die hij nodig had op zijn reizen. Ook kon verkoop ervan hem direct van inkomsten voorzien.
Vraag 8 2 punten
Geef twee andere redenen waarom Dürer dergelijke gravures meenam op zijn reizen.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
- Dürer kon door middel van dergelijke gravures nieuwe opdrachten verwerven, want hij kon zijn kwaliteiten als kunstenaar aantonen. (De gravure laat zien dat hij in staat is om Bijbelse onderwerpen, mensen, dieren en landschap in samenhang, op overtuigende wijze te verbeelden.)
- Dürer werkte met de verspreiding van zijn gravures aan zijn naamsbekendheid / aan (het verspreiden van) zijn eigen roem. (Zijn werk kon zo in vele collecties van vorsten / verzamelaars terechtkomen.)
- Dürer kon op deze manier bijdragen aan de verspreiding / bekendheid van door hem bedachte voorstellingen / beelden / poses et cetera (inventies). Deze prenten konden dienen als voorbeeld voor anderen, bijvoorbeeld in ateliers van kunstenaars.
- Dürer kon met zijn gravures aantonen dat hij een kundig graficus was en op dat terrein naam maken en/of opdrachten verwerven.
per juist antwoord 1
In de twintigste eeuw is het (zelf)portret nog steeds een belangrijk genre voor kunstenaars. Op afbeelding 3 zie je het dubbelportret Dos Cabezas (Twee hoofden), gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat in 1982. Het is een portret van hemzelf (rechts) en Andy Warhol (links).

Vaak wordt in literatuur over Basquiat bij dit schilderij het volgende verhaal verteld, waarbij ook wordt geciteerd uit een dagboek van Warhol.
Tijdens een lunch, georganiseerd door hun galeriehouder, maakte de nog relatief onbekende Basquiat officieel kennis met de beroemde Warhol. Warhol maakte bij deze gelegenheid een polaroidfoto van hen samen. Basquiat griste de foto uit Warhols handen en vertrok naar zijn atelier in Christie Street.
uit Warhols dagboek: “Hij ging naar huis en binnen twee uur was er een schilderij terug, nog nat, van hem en mij samen. Alleen al de reis naar Christie Street moet een uur geduurd hebben. Hij vertelde me dat zijn assistent het had geschilderd.”
In kunstenaarsbiografieën wordt vaak gebruikgemaakt van dezelfde ‘topoi’: vergelijkbare, terugkerende anekdotes, motieven en onderwerpen, die dienen om de bijzondere kwaliteiten van de kunstenaar te onderstrepen.
Vraag 9 2 punten
Benoem twee van dergelijke topoi die in dit verhaal te herkennen zijn.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
- de ‘ontdekking’ / ontmoeting van de jonge, onbekende(re) kunstenaar en de grote meester (herkenning van het talent)
- een verbazingwekkende / magische snelheid van werken
- de jonge kunstenaar die zijn meester overtreft, bijvoorbeeld in snelheid en/of die zijn meester aftroeft (door net als Warhol het werk door een assistent te laten maken)
- de inspiratie die meteen omgezet moet worden in een verbeelding (Basquiat kan niet wachten en gaat meteen aan de slag)
per juist antwoord 1
Warhol maakte in 1982 ook een portret van Basquiat. Je ziet dit werk op afbeelding 4. Het is een zeefdruk voorzien van een koperhoudende laag, waarbij de patronen van groenige vlekken ontstonden door een proces van oxidatie.

Dit werk wordt wel gezien als een reactie op Basquiats Dos Cabezas. Zo is er een verwijzing te zien in eenzelfde, frontale weergave van de geportretteerden.
Vraag 10 3 punten
Geef nog drie verwijzingen die te herkennen zijn in de vormgeving waardoor Warhols Basquiat te zien is als een reactie.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- de expressieve / ruwe groene spetters/vlekken die Warhol toepast, zijn op te vatten als een verwijzing naar Basquiats expressieve stijl (die afwijkt van Warhols gebruikelijke ‘strakke’ stijl).
- Warhol gebruikt in een groot deel van het werk eenzelfde bruin-roze tint als Basquiat.
- Warhol hanteert een egale achtergrond, net als Basquiat.
- net als Basquiat gebruikt Warhol weinig kleurnuances / geen plasticiteit / beperkt Warhol zich tot een beperkt scala aan kleuren (zwart, bruin-roze en de groen-witte vlekken).
- net als bij Basquiat zijn de vormen in het werk van Warhol sterk vereenvoudigd (details in het gelaat zijn weggelaten).
- net als Basquiat speelt Warhol met vorm en restvorm / met voorgrond die tegelijkertijd ook achtergrond is.
- net als Basquiat gebruikt Warhol een silhouetachtige, zwarte vorm voor de haardos.
per juist antwoord 1
Het huis van de kunstenaar
Vragen bij afbeelding 5 tot en met 12
Gerrit Rietveld (1888-1964) ontwierp samen met Truus Schröder (1889-1985) het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, dat in 1924 gereed kwam. De bovenverdieping was bedoeld als woonruimte voor Truus Schröder en haar kinderen. Op de benedenverdieping was er werkruimte voor het architectuur- en ontwerpbureau van Rietveld en Schröder.
Op afbeelding 5 zie je een recente foto, op figuur 3 zie je een foto uit de tijd van oplevering vanuit een andere hoek.


Het Rietveld-Schröderhuis is ontworpen volgens de uitgangspunten van De Stijl. Dit maakt dat het huis sterk afwijkt van de destijds gangbare woningbouw. Zo heeft het huis, in tegenstelling tot de omliggende woningen, glad gepleisterde muren en een plat dak (geen schuin dak met dakpannen). Bovendien is het kleurgebruik en de toepassing ervan een typisch uitgangspunt van De Stijl, waardoor het huis afwijkt.
Bekijk afbeelding 5 en figuur 3.
Vraag 11 3 punten
Beschrijf, telkens vanuit een ander uitgangspunt of kenmerk van De Stijl, nog drie andere aspecten van het exterieur waarin het Rietveld-Schröderhuis afwijkt van de woningbouw in die tijd.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- het gebruik van alleen horizontalen en verticalen wijkt af van traditionele woningbouw, waarin ook diagonalen en/of gebogen lijnen werden gebruikt.
- het zoeken naar evenwicht zonder gebruik van symmetrie leidt tot een asymmetrische opzet / vormgeving, en dat wijkt af van de traditionele woningbouw, waarbij wel vaak sprake is van symmetrie (in onderdelen).
- door de compositie van verspringende geometrische muur- en raamvlakken wordt de traditie van doorlopende horizontale woonlagen doorbroken.
- door in- en uitspringende muurvlakken en balkons wordt de traditie van een (overwegend) vlakke gevel(wand) doorbroken / wordt de kubus/balk als ruimtelijke hoofdvorm doorbroken.
- door alle aanzichten even belangrijk te maken (als in een sculptuur), wordt de traditie van een traditionele façade (hoofd-voorgevel, zijgevel en achtergevel) doorbroken.
- door de grote raampartijen (die vaak ook nog open kunnen) is er veel meer aandacht voor licht, lucht, ruimte dan in de traditionele woonhuizen (die relatief gezien meer gesloten zijn).
- door uit te gaan van functionaliteit / een economische inzet van ruimte en materialen, wijkt de maatvoering af van de omliggende, traditionele gebouwen. (In het Rietveld-Schröderhuis volgt de vorm / maat uit de benodigde ruimte en functies; in de traditionele bouw is er een standaardvorm waarbij de ruimtes later een invulling krijgen.)
- door de lijn te benadrukken / in te zetten als (bijna) zelfstandig gegeven, wordt de ruimtelijke vorm / het vlak (als basis voor de architectuur) doorbroken (bijvoorbeeld de verticale, doorlopende gele lijn bij het balkon aan de voorgevel).
per juist antwoord 1
Op afbeelding 6 en op figuur 4 zie je onderdelen van het interieur van het Rietveld-Schröderhuis.


Volgens De Stijl-kunstenaars moest hun kunst “ontstijgen aan het tijdelijke”. Je kunt stellen dat het interieur van het Rietveld-Schröderhuis hier enerzijds wél aan voldoet en anderzijds niet.
Bekijk afbeelding 6 en figuur 4.
Vraag 12 3 punten
Geef eerst aan wat De Stijl-kunstenaars bedoelden met het “ontstijgen aan het tijdelijke”. Geef vervolgens een voorbeeld van de vormgeving van het interieur waaruit blijkt dat het wél voldoet aan de vormgevingsprincipes van De Stijl, en dan een voorbeeld waarom het daar niet aan voldoet.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben: met het “ontstijgen van het tijdelijke” bedoelden de aanhangers van De Stijl een universele / tijdloze / abstracte / zuivere / rationele toekomstgerichte vormentaal (die het tijdelijke en grillige van de natuur oversteeg).
voorbeeld dat het interieur wél voldoet (een van de volgende):
- het interieur is geschilderd in de primaire kleuren en zwart, wit of grijs, waardoor het voldoet aan het idee van zuiverheid / abstractie.
- de vormen in het interieur beperken zich overwegend tot geometrische vormen, rechthoeken, horizontalen en verticalen (en enkele diagonalen).
- alle oppervlakken (vloeren en wanden) zijn egaal geschilderd, zodat er een abstracte compositie van vlakken en lijnen ontstaat.
- de meubels in het interieur (zoals de rood-blauwe stoel) zijn ontworpen volgens de principes van De Stijl (zodat er een abstracte totaalcompositie van ruimte en/of kleuren en vlakken ontstaat).
- de wasbak met kranen kan aan het zicht onttrokken worden doordat deze in een afsluitbare kastruimte is geplaatst. Hierdoor kunnen deze ‘grillige’ vormen uit het zicht gehouden worden en/of blijft het geheel van geometrische vlakken in stand.
- de verwarmingsbuizen/radiatoren zijn horizontaal-verticaal gevormd en/of precies passend voor de ruimte ontworpen, zodat deze zo goed als mogelijk passen bij de principes van De Stijl en/of onderdeel vormen van de totaalcompositie.
voorbeeld dat het interieur niet voldoet (een van de volgende):
- de raamopener/uitzetter heeft een krullend uiteinde; dit is een ‘grillige’, natuurlijke vorm en/of een specifiek decoratief detail dat eerder past bij een voorgaande historische stijl, zoals jugendstil.
- niet alle details / elementen in het interieur volgen de principes van De Stijl en/of niet alle onzuivere elementen zijn weggewerkt, zoals de kronkelende, ronde verwarmingsbuizen (met zichtbare aansluitingen, kranen en bevestigingsbeugels) / elektriciteitsleidingen / een (metalen) verstevigingshoek op het kozijn et cetera.
- de (geverfde) oppervlakken zijn soms niet helemaal ‘strak’ of ‘zuiver’, het onderliggende materiaal is herkenbaar en/of de betimmering / afwerking is soms zichtbaar (houten planken / plaatwerk / vloerdelen et cetera).
Bekijk afbeelding 5 en 6 en figuur 4.
Volgens Rietveld leidden de traditionele huizen tot een passieve leefwijze, waardoor wonen een vorm van automatisme werd. Rietveld pleitte voor een actieve, bewuste manier van wonen. “Wonen is ook een werkwoord”, aldus Rietveld.
Vraag 13 1 punt
Beschrijf op welke manier Rietveld het actief wonen in het Rietveld-Schröderhuis bevorderde.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben (een van de volgende):
- het huis heeft een open indeling, waardoor functies van ruimtes gedurende de dag konden veranderen. / Het interieur bevat verplaatsbare / bewegende panelen (schuivend, vouwbaar, scharnierend), waardoor ruimtes zowel leef-, werk- als slaapplaats konden zijn.
- door de grote raampartijen (met ramen die ver open kunnen) lopen binnen en buiten in elkaar over. Dit geeft een gevoel van vrijheid en/of ruimte en kan aanzetten tot beweging en/of tot naar buiten gaan.
- het meubilair waarmee de woning werd ingericht was niet (alleen) gericht op comfort, maar had ook een visueel-ruimtelijke functie en/of een activerende functie; een actieve houding werd gestimuleerd / was noodzakelijk.
Behalve met stedenbouwkunde, ruimtelijke ordening en gebouwen, hielden architecten van moderne architectuur zich vaak ook bezig met het ontwerpen van alledaagse objecten. Zo ontwierp Rietveld in 1923 een speelgoedkruiwagen. Je ziet deze op figuur 5.

Het ontwerpen van dergelijke objecten voor alledaags gebruik paste bij de visie die de kunstenaars van De Stijl hadden ten aanzien van de relatie tussen kunst en leven.
Vraag 14 1 punt
Leg uit hoe de aandacht voor alledaagse objecten paste bij die visie.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben (een van de volgende):
- voor de kunstenaars van De Stijl moest de kunst (ook of vooral) een maatschappelijk doel dienen: het ging om kunst voor een nieuw leven / voor een nieuwe, moderne maatschappij, en daarbij past het om alle facetten (van groot tot klein) van het nieuwe leven (opnieuw) vorm te geven.
- voor de kunstenaars van De Stijl moest de kunst de nieuwe mens zowel praktisch als geestelijk dienen, en daarbij past het om alle facetten (van groot tot klein) van het nieuwe leven (opnieuw) vorm te geven.
Schrijver en criticus Karl Kraus (1874-1936) zag het ontwerpen van speelgoed, servies en sieraden door modernistische architecten als “bemoeizuchtige” schaalverkleining.
Vraag 15 2 punten
Geef, ter ondersteuning van de mening van Kraus, twee bezwaren tegen de brede, modernistische invulling van het beroep van architect. Laat buiten beschouwing dat modernistische architecten hiermee mogelijk inkomsten voor vormgevers wegkaapten.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van juiste argumenten zijn:
- voor de vormgeving van gebruiksvoorwerpen of accessoires golden andere ontwerpcriteria dan voor architectuur: architecten beschikken niet (altijd) over de juiste expertise / konden die ontwerpen beter overlaten aan vormgevers (specialisten).
- een praktisch / functioneel ontwerp voor een gebruiksvoorwerp is belangrijker dan voldoen aan / passen in een groot modernistisch architectonisch concept. (Vanuit een alomvattende modernistische visie / een groot ‘universeel’ architectonisch plan worden soms keuzes gemaakt die in praktische zin onhandig zijn.)
- keuze van gebruiksvoorwerpen en/of de inrichting van ruimtes behoort tot het privédomein van de gebruiker en het is niet aan de architect zich daarmee te bemoeien. / Er moet ook ruimte overblijven voor invulling van de leefomgeving door de bewoners zelf.
per juist argument 1
In 1962 werd direct naast het Rietveld-Schröderhuis een vierbaansweg aangelegd. Op figuur 6 zie je de woonkamer, gelegen op de eerste verdieping, vóór de aanleg van deze weg. Op figuur 7 zie je de situatie van het Rietveld-Schröderhuis na 1962.


Rietveld was zo teleurgesteld door de aanleg van de weg dat hij overwoog het huis af te breken.
Vraag 16 1 punt
Geef een argument vanuit Rietvelds architectuurvisie waarom hij overwoog het huis af te breken.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben (een van de volgende):
- (relatie binnen-buiten) om goed te kunnen wonen was de relatie tussen binnen en buiten belangrijk. Rietveld ging in zijn ontwerp uit van vrij uitzicht op de natuur / het polderlandschap. Dit werd verstoord door de (hoger gelegen) vierbaansweg, die het gevoel van een doorgaande open ruimte blokkeerde en/of de relatie met de natuur verstoorde.
- (principe van licht, lucht en ruimte) voor Rietveld waren licht, lucht en ruimte belangrijke aspecten van wonen, en daarom speelden ramen een grote rol in zijn ontwerpen, in dit geval raampartijen die ook open konden. De aanleg van de (hoger gelegen) vierbaansweg verstoorde het idee van frisse lucht / maakte het openen van de ramen een stuk minder aantrekkelijk.
In de jaren 1927-1930 bouwde Theo van Doesburg (1883-1931) een atelierwoning in Meudon, een voorstad van Parijs. Van Doesburg was, net als Rietveld, lid geweest van De Stijl. Op figuur 8 zie je een maquette van de atelierwoning, zoals deze uiteindelijk is gerealiseerd.

Van Doesburg was geen architect en aan de realisatie van de atelierwoning in 1930 gingen veel plannen vooraf. Zo maakte Van Doesburg in samenwerking met architect Cornelis van Eesteren in 1923 een maquette voor La Maison d’Artiste (Het huis van de kunstenaar). Je ziet deze maquette op figuur 9.

De maquette op figuur 9 lijkt meer op een autonome sculptuur dan op het ontwerp voor een (atelier)woning. Zo lijken (gedetailleerde aanwijzingen) voor deuren en ramen te ontbreken.
Vraag 17 3 punten
Geef nog drie andere argumenten waarom de maquette op figuur 9 meer op een autonome sculptuur lijkt.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- de vormen lijken speels / willekeurig / vrij gestapeld; het ontwerp bevat geen duidelijke opbouw in verdiepingen (zoals bij een woning vaak wel het geval is).
- de vorm is heel plastisch: in het ontwerp ontbreken een grotere, afgebakende grondvorm, een voorgevel en zijgevels.
- de kubusvormen / volumes lijken te zweven / zijn niet in balans met de voet: de dragende voet lijkt te minimaal voor het dragen van de totale constructie (en is dus niet geschikt voor woningbouw).
- de maquette staat als een sculptuur op een ‘sokkel’.
- het ontwerp bevat geen aanwijzingen met betrekking tot de schaal, zoals een trap, een figuur of boom.
- het ontwerp / de maquette is enigszins ruw / grof, en oogt daarmee eerder als een experiment dan als functionele maquette die een-op-een gebruikt kan worden voor de bouw.
per juist antwoord 1
Op afbeelding 7 zie je de voorzijde van de atelierwoning van Van Doesburg in Meudon. Op afbeelding 8 zie je de achterzijde, waar ook het atelier zich bevindt. Op figuur 10 zie je een ontwerptekening die Van Doesburg maakte van de atelierwoning, en op figuur 11 zie je het interieur van het atelier.




Bekijk afbeelding 7 en 8 en figuur 10 en 11.
Het atelier vormde voor Van Doesburg een belangrijke, functionele ruimte binnen het totaalontwerp.
Vraag 18 3 punten
Beschrijf drie ontwerpkeuzes waaruit blijkt dat het atelier een belangrijke / functionele ruimte was. Licht bij elke ontwerpkeuze het doel ervan kort toe.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- een groot deel van het totaalvolume is gereserveerd voor het atelier. Hieruit blijkt dat het atelier belangrijk was voor Van Doesburg.
- het atelier bestaat uit een hoge, open ruimte. Dit biedt veel werkruimte / veel flexibiliteit (om ook grote, driedimensionale, werken te maken).
- het atelier heeft een hoge/grote raampartij (aan één zijde, en aan de andere zijde een smalle, hooggeplaatste raampartij), wat gunstig is voor de inval van daglicht.
- het atelier is zo gepositioneerd dat het (met zijn grote raampartij) gericht is op de schaduwzijde / het noorden / noordoosten (in elk geval niet op het zuiden), en dat betekent dat het daglicht redelijk constant is (geen verschuivingen zoals bij direct zonlicht).
- het atelier is hoog gepositioneerd / vormt het bovenste deel, en dat is gunstig voor het licht / de lichtinval.
- het atelier is hoog gepositioneerd en dat zorgt voor enige afzondering en/of rust.
- het atelier is aan de achterzijde gepositioneerd (niet aan de straatzijde) en dat zorgt voor rust.
- het atelier heeft een eigen balkon en/of directe toegang tot een balkon; dit kan rust bieden en/of zorgen voor afwisseling met het werk.
per juist antwoord 1
Het Belgische architectenbureau dmvA, de afkorting van ‘door middel van Architectuur’, ontwierp in 2009 Blob VB3. Je ziet het op afbeelding 9 tot en met 12. Op figuur 12 zie je ontwerptekeningen.





Architectuurplatform architectura beschrijft Blob VB3 als volgt: “Wat doe je als architect als je geen stedenbouwkundige vergunning te pakken krijgt voor een uitbouw van een kantoor? Om de opdrachtgever, een designbedrijf… alsnog van een nieuwe werkplek te voorzien, ontwierp het architectenbureau dmvA een opmerkelijke oplossing voor dit probleem: een mobiel en futuristisch ogende ‘blob’ met daarin een keuken, douche, bed en opslagruimte…”
Vraag 19 4 punten
Geef twee argumenten waarom Blob VB3 aansluit bij Rietvelds visie op modern wonen en/of werken. Geef daarna twee argumenten waarom het ontwerp niet aansluit bij Rietvelds visie op modern wonen en/of werken.
Bekijk het antwoord
Blob VB3 sluit aan bij Rietvelds visie op modern wonen en/of werken, want (twee van de volgende):
- (visie op vorm) het gaat uit van Rietvelds ontwerpprincipes: het ontwerp van Blob is ‘universeel’ te noemen / ‘ontstijgt het tijdelijke’, want Blob kent eenvoud van vorm en/of Blob verwijst niet naar stijlen uit het verleden en/of Blob heeft geen toegevoegde, versierende ornamenten.
- (visie op materiaal) Blob is gemaakt van moderne, niet traditionele materialen / heeft een glad en/of wit oppervlak (geen zichtbare (bak)steen, geen zichtbaar hout).
- (visie op totaalontwerp) Blob is een totaalontwerp: exterieur, interieur en meubels zijn vanuit één visie (en in één keer) ontworpen.
- (visie op vorm en functie) het ontwerp/de vorm van Blob is bedacht vanuit de functie / rondom de functie die de ruimte moet vervullen. (Deze aanpak blijkt ook uit de naam van het architectenbureau ‘door middel van Architectuur’, waarin de functie centraal lijkt te staan en het gebouw als middel functioneert.)
- (visie op functie) het heeft een flexibele indeling (waarbij slim wordt omgegaan met de beschikbare ruimte). Of: in Blob moet je actief wonen: je moet de ruimte transformeren om te kunnen werken / wonen.
- (visie op architectuur en omgeving) door het ontwerp met een scharnierende luifel is er een grote, open verbinding tussen binnen-buiten / je kunt interieur en exterieur verbinden.
- (werkplaats) met moderne (digitale) ontwerptechnieken kun je in de kleine ruimte goed werken of je met de open luifel laten inspireren door de omgeving.
Blob VB3 sluit niet aan bij Rietvelds visie op modern wonen en/of werken, want (twee van de volgende):
- (visie op vorm) Blob heeft een vloeiende, organische vorm / Blob is niet opgebouwd uit horizontalen en verticalen / uit een structuur van geometrische vormen / Blob is geen compositie van lijnen en vlakken.
- (visie op functie) Blob is niet echt praktisch / functioneel; hoewel woonfuncties aanwezig zijn (koken / sanitair / slapen) is het meer een concept dan praktisch bruikbaar en/of is er bijvoorbeeld geen ruimte om belangstellenden / opdrachtgevers te ontvangen.
- (visie op architectuur) Blob heeft geen ramen; er is (in gesloten toestand) geen sprake van tegenstelling of relatie van natuur-cultuur of interieur-exterieur en/of er is geen sprake van het uitgangspunt van licht, lucht, ruimte.
- (werkplaats) Blob is klein en/of zonder daglicht en om die reden minder geschikt als woon- en/of werkplaats (voor een designbedrijf).
De heroïsche kunstenaar?
Vragen bij afbeelding 13 tot en met 23
In 1916 maakte de fotograaf Alfred Stieglitz (1864-1946) voor het eerst kennis met het werk van de kunstenaar Georgia O’Keeffe (1887-1986). Later leerden ze elkaar persoonlijk kennen en kregen ze een relatie. Hij vroeg haar regelmatig om model te staan en maakte honderden foto’s van haar.
Op afbeelding 13 zie je een houtskooltekening van O’Keeffe, Drawing XIII uit 1915. Op afbeelding 14, 15 en 16 zie je foto’s uit een grote reeks die Stieglitz maakte van O’Keeffe. Hij noemde deze reeks als geheel ‘een portret’.




Volgens de schrijfster Alice Cohen “resoneerden” de tekeningen van O’Keeffe in Stieglitz’ foto’s. Zo is er in de tekening sprake van organische, ronde vormen. Deze zijn bij Stieglitz terug te zien, bijvoorbeeld in de ronde vorm van de borsten. Ook is er zowel bij O’Keeffe als bij Stieglitz sprake van een centrale plaatsing van de motieven, en daardoor van een zekere vorm van symmetrie of evenwicht.
Vraag 20 3 punten
Beschrijf nog drie andere aspecten van de vormgeving van de tekening die ‘resoneren’ in de foto’s van Stieglitz. Benoem in je antwoord telkens zowel de tekening als een van de foto’s van Stieglitz.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
- (abstractie/fragmentatie) in de tekening zijn abstracte vormen weergegeven (wat het precies voorstelt is niet zeker te zeggen). Dit resoneert in Stieglitz’ foto’s, waarin hij inzoomt op het lichaam / kiest voor een uitsnede, bijvoorbeeld de hals, waardoor ook (bijna) abstracte vormen ontstaan.
- (tonen / grijstinten) de houtskooltekening vertoont op veel punten een dunne laag van subtiele grijstinten, en dat resoneert in de foto’s, waarvan grote delen uit fijne, zachte grijstinten bestaan (als gevolg van zachte belichting).
- (lijn, schaduw) de donkerdere, aangezette lijnen in de tekening (bijvoorbeeld de verticale, golvende lijnen of de contourlijnen) resoneren in de foto’s in de donkere schaduwlijntjes langs de vingers, het sleutelbeen of in de hals.
- (vorm) de houtskooltekening bevat scherpe, hoekige vormen; deze resoneren in de handen / vingers op de foto’s.
- (isolering) in de tekening staan de vormen geïsoleerd / los in een subtiel of nauwelijks aangeduide achtergrond/omgeving. Stieglitz doet dit ook door de achtergrond (bijna) één kleur te geven (donker/zwart) / geen verre achtergrond weer te geven / een ondefinieerbare achtergrond op te nemen.
- (licht-donker) de tekening kent een contrast tussen (met name) veel lichte, subtiele grijstonen en een sterk aangezet / donker gedeelte. Dit resoneert in Stieglitz’ foto’s, waarin witte / lichte delen / lichte grijstonen worden afgewisseld met een donkere partij, bijvoorbeeld een zwart kledingstuk als achtergrond / een donkere ruimte achter het lichaam / een enkele donkere schaduwpartij, een holte onder de borst.
per juist antwoord 1
Op afbeelding 17 zie je Black Iris (Zwarte iris) uit 1926 van O’Keeffe. Op figuur 13 zie je een detail van het Portinari-altaarstuk van Hugo van der Goes, gemaakt rond 1470.


De feministische kunsthistoricus Linda Nochlin behandelt in een artikel verschillende interpretaties van de iris in de kunst. Dit artikel wordt hieronder geparafraseerd.
De irissen in de vaas op de voorgrond van het Portinari-altaarstuk van Hugo van der Goes zijn geen seksuele symbolen, maar verwijzen naar het toekomstige verdriet van de Maagd bij het lijden van Christus. De betekenis van de bloem is hier visueel nauwelijks vanzelfsprekend. In dit oudere werk hangt de symbolische relatie tussen de minutieus weergegeven irissen en het abstracte lijden van de Maagd af van een dubbele betekenis die de beschouwer geacht werd te weten. In O’Keeffe’s Black Iris daarentegen is de connectie ‘iris-vrouwelijke genitaliën’ onmiddellijk.
In Nochlins bespreking komt de toekenning van een betekenis aan de iris volgens twee verschillende kunsthistorische methodes of benaderingen tot stand.
Vraag 21 2 punten
Leg uit welke kunsthistorische methode of benadering Nochlin gebruikt bij de interpretatie van de iris in het Portinari-altaarstuk en welke bij Black Iris. Benoem in beide gevallen eerst de methode en licht vervolgens toe waarom daarvan sprake is. Laat de feministische benadering buiten beschouwing.
Bekijk het antwoord
Portinari-altaarstuk: iconografische of iconologische benadering: de iris op het schilderij van Van der Goes symboliseert de geboorte (van Christus) en/of verwijst naar (het verdriet van) Maria (om het lijden van Christus); deze interpretatie is gebaseerd op kunsthistorische kennis en/of op culturele / religieuze context van de tijd. (1 scorepunt)
Black Iris: semiotische benadering: de iris op het schilderij wordt benaderd als een teken en vanuit de vorm geassocieerd met vrouwelijke genitaliën. (1 scorepunt)
Het werk van O’Keeffe wordt, al vanaf de eerste beschouwingen, vaak geïnterpreteerd vanuit haar vrouw-zijn. O’Keeffe ging aanvankelijk mee in deze ‘vrouwelijke’ lezing van haar werk, maar presenteerde zich later vooral als een Amerikaanse, moderne kunstenaar. Ze wordt ook wel ‘De moeder van het Amerikaans modernisme’ genoemd.
Vraag 22 1 punt
Leg uit, aan de hand van Black Iris (afbeelding 17), waarom O’Keeffe een modernist genoemd kan worden.
Bekijk het antwoord
O’Keeffe kan een modernist genoemd worden (een van de volgende):
- vanwege de abstractie (van kleur en vorm) in haar werk en/of vanwege het loslaten van de traditionele (academische) weergave van de zichtbare werkelijkheid.
- omdat zij in dit werk de essentie van haar onderwerp probeert te vatten en daarbij nieuwe uitdrukkingsvormen onderzoekt, zoals uitvergroting en/of vereenvoudiging en/of abstrahering.
- vanwege de (surrealistische) vervreemding in haar werk door uitvergroting / afsnijding / verwarrende dieptewerking.
per juist antwoord 1
Een andere vrouwelijke kunstenaar van wie het werk vaak wordt geïnterpreteerd vanuit haar vrouw-zijn is Louise Bourgeois (1911-2010).
Op afbeelding 18 zie je een sculptuur van Bourgeois, The Blind Leading the Blind (De blinde leidt de blinden) uit 1949. De titel verwijst naar het gelijknamige schilderij van Pieter Bruegel de Oude uit circa 1568, te zien op figuur 14. Het schilderij van Bruegel is gebaseerd op een verhaal uit de Bijbel.


Bourgeois’ werk The Blind leading the Blind bestaat uit zeven paar latten die bovenin verbonden zijn met dwarslatten. De ‘poten’ staan in een parallelle lijn naast elkaar en raken elkaar niet. Dit werk uit 1949 wordt wel gezien als een voorloper van het minimalisme.
Vraag 23 4 punten
Geef drie kenmerken van het minimalisme die je terugziet in het werk op afbeelding 18. Geef daarna een kenmerk van het werk waardoor het afwijkt van het minimalisme.
Bekijk het antwoord
kenmerken van het minimalisme (drie van de volgende):
- eenvoudige / abstracte vormen
- herhaling van vormen
- beperkt aantal kleuren
- het gebruik van harde / ongemengde / verzadigde kleuren
- het werk staat direct op de grond (zonder sokkel)
- in het werk ontbreekt een persoonlijk handschrift
- de materialen zijn beperkt bewerkt (eenvoudig beschilderd, gezaagd)
- het werk heeft een eenvoudige / heldere constructie (staande en liggende / verbindende latten)
afwijking ten opzichte van het minimalisme (een van de volgende):
- het werk is (door toedoen van de titel) niet abstract, maar (ook) een verbeelding / representatie (van een verhaal of groep mensen)
- het werk heeft een verhalende titel
- het werk is expressief / met de hand gemaakt (niet strak / machinaal afgewerkt)
Bourgeois refereerde in interviews vaak aan haar jeugdtrauma’s als inspiratiebron voor haar werk. De moeder van Bourgeois was weefster en leidde een werkplaats voor de restauratie van tapijten. De band tussen Louise Bourgeois en haar tirannieke vader was ingewikkeld. Toen Bourgeois’ moeder ziek werd, begon haar vader een langdurige affaire met de inwonende gouvernante. Bourgeois voelde dat als verraad. Haar moeder zette Bourgeois in om haar vader en zijn minnares te bespioneren. Later noemde Bourgeois deze episode “kindermisbruik”.
Op afbeelding 19 zie je de sculptuur Rejection (Afwijzing) uit 2001 van Bourgeois. Op afbeelding 20 zie je een foto van Bourgeois met een vergelijkbare sculptuur.


Vraag 24 3 punten
Geef een interpretatie van de sculptuur waarbij je gebruikmaakt van de biografische benadering. Betrek in je antwoord twee aspecten van de sculptuur op afbeelding 19 en/of 20. Beperk je antwoord tot de sculptuur en laat de context op afbeelding 20 (Bourgeois en de setting) buiten beschouwing.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bestaat uit een beschrijving van de betekenis van de sculptuur, vanuit de biografische benadering (1 scorepunt), waarin twee aspecten van de sculptuur zijn verwerkt (2 scorepunten).
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
De sculptuur is te zien als een zelfportret van Bourgeois waarin zij refereert aan de trauma’s van haar jeugd en uitdrukking geeft aan gevoelens van pijn of afwijzing. Zo heeft het portret beschadigingen of littekens, in de vorm van de stiksels op haar huid. Ook heeft het portret geen oren en de ogen dicht, alsof ze zich probeert af te sluiten van wat er gebeurde.
De sculptuur is te zien als een zelfportret van Bourgeois waarin zij refereert aan de trauma’s van haar jeugd en uitdrukking geeft aan gevoelens van onmacht. Zo heeft het portret de ogen dicht, een (naïeve, kinderlijke) poging om het bestaan van geweld en pijn te ontkennen, en suggereert de open mond het slaken van een (stille) kreet.
De Feministische Handwerk Partij, afgekort FHP, werd opgericht in 2019. Het is een politieke feministische kunstenaarsbeweging die zich bezighoudt met “studeren, repareren, spreken, oplappen, ontleren en verstellen”. De leden beogen “herstel van de beschadigde wereld en van onze verstoorde relatie tot onze directe omgeving”.
In september 2022 organiseerde de FHP bijeenkomsten waarbij een katholiek vaandel van de Heilige Familie (Maria, Jozef en het Christuskind) door de kunstenaarsgroep getransformeerd werd tot een vaandel voor de FHP. Tijdens deze bijeenkomsten werd voorgelezen uit het boek Heksen en heidenen: Vrouwen in Europese volksreligie 700-1100. Ook lieten zij zich inspireren door vaandels van de suffragettes, een feministische activistische groepering uit het begin van de twintigste eeuw. Op afbeelding 21 zie je een voorbeeld van een vaandel van de suffragettes.

Op figuur 15 zie je het oorspronkelijk katholieke vaandel dat de FHP bewerkte. Op figuur 16 en 17 zie je foto’s van het transformatieproces tot een vaandel voor de FHP. Op afbeelding 22 zie je het uiteindelijke vaandel voor de FHP.




Camiel van Winkel onderscheidt als vierde mythe van het kunstenaarschap het model van de post-artist. Van dit model zijn elementen te herkennen in de FHP.
Vraag 25 2 punten
Leg aan de hand van twee kenmerken van (het werk van) de FHP uit waarom gesproken kan worden van het model van de post-artist.
Bekijk het antwoord
per juist antwoord 1 (maximumscore 2), bijvoorbeeld twee van de volgende:
- de FHP en haar werk zijn te zien als een vorm van nabootsing van het avant-gardeproject van de kunst / van eerdere (kunst)bewegingen met een maatschappelijk doel / van eerdere avant-gardeprojecten met een verbondenheid van kunst en leven, zoals de suffragettes of (groeperingen van) feministische kunstenaars.
- de FHP bedient zich van / kopieert maatschappelijke verschijnselen, zoals gemeenschapswerk (vanwege het community-karakter) en/of antropologisch onderzoek (vanwege de studie en de inzet van historische bronnen).
- het gaat niet zozeer om het werk dat de FHP produceert, maar veeleer om de groep als zodanig, als beweging of initiatief. De groep/beweging vormt het kunstwerk. / De activiteit / de performance / de bijeenkomsten vormt/vormen het kunstwerk.
Bekijk figuur 15, 16 en 17 en afbeelding 22.
Vraag 26 2 punten
Het werk van de FHP op afbeelding 22 kan een feministisch vaandel worden genoemd. Beschrijf, aan de hand van twee ingrepen of aanpassingen die de FHP deed, waarom hier gesproken kan worden van een feministisch vaandel.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van goede antwoorden zijn (twee van de volgende):
- het beeld van de Heilige Familie, met Maria in de rol van zorgende moeder voor het Christuskind / als behoedster van het traditionele gezin, is vervangen door het beeld van drie vrouwen/heksen, en daarmee is het vaandel een eerbetoon geworden aan (vermeende) heksen (die terecht gesteld werden).
- het verzoek om bescherming / het gebed (“H. familie, bescherm ons”) is vervangen door de naam van de FHP, en daarnaast zijn er symbolen toegevoegd als maan en sterren en/of zijn de plantmotieven gehandhaafd, waarmee het vaandel een propagandavaandel is geworden voor de FHP die oproept tot herstel van de beschadigde wereld / van onze verstoorde relatie tot onze directe omgeving.
- het oorspronkelijke vaandel, met zijn fijne handwerk, is veranderd in een zichtbaar bewerkt / zichtbaar getransformeerd / zichtbaar hersteld doek, waarmee de oproep om verandering / herstel wordt uitgedrukt.
- de oorspronkelijke figuren van de heilige familie zijn in stukjes verspreid over het vaandel en zijn teruggebracht tot een bijrol (Jozef: de mannelijke figuur is verplaatst naar de achterkant / zijkant). De drie vrouwelijke figuren/hoofden zijn nu het belangrijkste onderdeel van het verhaal. Daarmee is het vaandel een symbool voor het vertellen van een andere geschiedenis, waarin vrouwen (meer) centraal staan.
per juist antwoord 1
Op afbeelding 23 zie je een foto van de FHP, gemaakt door Viviane Sassen, een beroemde mode- en kunstfotograaf. De FHP gebruikt deze foto voor publiciteit.

Op haar website stelt de FHP: “Wij zijn het beu dat het hoogste streven een heroïsche manifestatie in de buitenwereld is. Wie faciliteert de superheld? Wie ruimt zijn rotzooi op?” De foto op afbeelding 23 sluit aan bij deze stellingname en kan gezien worden als toonbeeld van het kunstenaarschap dat de FHP wil uitdragen.
Vraag 27 3 punten
Geef daarvoor drie argumenten.
Bekijk het antwoord
De FHP presenteert zich (drie van de volgende):
- nadrukkelijk als groep, niet als individu (niet als een heroïsche superheld).
- als divers, in allerlei hoedanigheden (inclusief), maar in geen enkel geval als traditionele, stoere en/of bevallige superheld(in).
- binnen, met huiselijke kleding en activiteiten, dus niet in de buitenwereld.
- aan het werk; het gaat om de activiteit, niet om de persoon of personen.
- terwijl ze aan het repareren / herstellen zijn, dus geen rotzooi maken, maar juist opruimen.
- ironisch / met zelfspot, overdreven afwijkend (queer, een persiflage op christelijke beeldtaal), in plaats van in een bombastisch statement vol zelfvertrouwen (zoals bij een heroïsche superheld).
per juist antwoord 1
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo
- 2025, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over beschouwen (11), kunstgeschiedenis (7) en beeldaspecten (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-5001-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.