Eindexamen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Weer en klimaat, Water, Water, Bevolking en ruimte.

Kort antwoord

Het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 telt 45 vragen. De meeste vragen gaan over weer en klimaat (12), water en rivieren (8) en bevolking en migratie (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Weer en klimaat1-5, 7-10, 12, 14-1512
Water en rivieren16, 22, 24-298
Bevolking en migratie31-36, 387
Verstedelijking37, 39-41, 44-456
Nederland: wonen en water17-20, 235
Landbouw en voedsel6, 13, 21, 304
Globalisering42-432
Energie en grondstoffen111

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens aardrijkskunde vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Weer en klimaat

bron 1 Satellietfoto

Vraag 1 2 punten

Bekijk bron 1. Naar aanleiding van de satellietfoto in bron 1 worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: boven Nederland ligt een depressie. Uitspraak 2: de neerslag die boven Nederland valt, is stijgingsneerslag. Uitspraak 3: lucht stroomt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = onjuist 3 = juist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 2 Weerbericht

Zeer zware windstoten op 17 en 18 november In de kustgebieden van Nederland komen zeer zware windstoten voor van

100 tot 115 kilometer per uur. Verder landinwaarts komen windstoten voor tot 90 kilometer per uur.

Vraag 2 1 punt

Lees bron 2. Bij aanlandige wind neemt de windkracht landinwaarts af. Geef hiervan de oorzaak.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de windkracht afneemt doordat obstakels (zoals reliëf, bomen en gebouwen) de wind afremmen. (1)

bron 3 Twee weerkaarten van Europa

weerkaart 1

1005 1000 L 1000

1010 L 980 N 1015 1020

1005 1010 L 1025

1010 1015 985

H 1015 990 995 1000

1020 1005

1025 1010

1030 1015 H 1025

1020 1020 1015 1020

Legenda:

1025 isobaar L lagedrukgebied H hogedrukgebied

weerkaart 2

1025 1015 1025 N

1020 1000

1015 985 1020

1010 990 1020 L H 1005 L1000 985 985 1005 1015

990 L L 1000

995 1010 1010

1015 1020

1025 1025

1020 1030 1025

H H 1030

1020 1025

Legenda:

1025 isobaar L lagedrukgebied H hogedrukgebied

Vraag 3 1 punt

Lees bron 2 en bekijk bron 3. Beargumenteer welke weerkaart van bron 3 bij het weerbericht in bron 2 hoort. Doe het zo:

  • Kies eerst weerkaart 1 of weerkaart 2.
  • Geef daarna een argument voor de keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij de juiste keuze met een juist argument.

Vraag 4 1 punt

Bekijk weerkaart 2 in bron 3. Over deze weerkaart worden twee uitspraken gedaan. Uitspraak 1: boven Spanje is het onbewolkt of licht bewolkt. Uitspraak 2: in het hogedrukgebied boven Spanje stijgt de lucht op. Neem de cijfers 1 en 2 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij twee juiste antwoorden.

bron 4 Spanje en Portugal

N Santander

Córdoba Murcia

0 150 300 km

bron 5 Klimaatgrafiek van drie plaatsen in Spanje

klimaatgrafiek P klimaatgrafiek Q mm °C mm °C

450 40 450 40

400 30 400 30

350 20 350 20

300 10 300 10

250 0 250 0

200 -10 200 -10

150 -20 150 -20

100 -30 100 -30

50 -40 50 -40

0 -50 0 -50 J FMAM J J A SOND J FMAM J J A SOND

klimaatgrafiek R mm °C

450 40

400 30

350 20

300 10

250 0

200 -10

150 -20

100 -30

50 -40

0 -50 J FMAM J J A SOND

Vraag 5 1 punt

Bekijk bron 4 en bron 5. Waar staan de klimaatgrafieken P, Q en R juist bij de drie steden uit bron 4?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

Córdoba Murcia Santander

A klimaatgrafiek P klimaatgrafiek Q klimaatgrafiek R

B klimaatgrafiek P klimaatgrafiek R klimaatgrafiek Q

C klimaatgrafiek Q klimaatgrafiek P klimaatgrafiek R

D klimaatgrafiek Q klimaatgrafiek R klimaatgrafiek P

bron 6 Verwoestijning Spanje

“Het binnenland van Spanje verandert in een woestijn. Maar dat komt niet alleen door de hitte”, vertelt Gijs Meijer Swantee. “Niemand verbouwt nog iets. Boeren verpachten het aan een man met een tractor, die het land een keer per jaar omploegt en er verder niets op verbouwt. Dat klinkt zinloos, maar het is zelfs nog erger. Dat omploegen is enorm schadelijk. Het zorgt voor verwoestijning. Dus ja, waarom doen ze het dan? Heel simpel, omdat ze er subsidie van de Europese Unie voor krijgen. Boeren krijgen geld per hectare bewerkt land. En het is bewerkt als je de grond jaarlijks een keer omploegt.”

Vraag 6 1 punt

Lees bron 6. In bron 6 staat dat het omploegen van landbouwgrond de kans op verwoestijning vergroot. Geef hiervan de oorzaak.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Juiste antwoorden zijn: − Door ploegen komt de bodem los (waardoor de losse bodem makkelijk kan wegwaaien) / ontstaat er bodemerosie. − In omgeploegd land is de verdamping (veel) hoger. (1)

bron 7 Woningen in Zuid-Spanje

Vraag 7 1 punt

Bekijk bron 7. In Nederland zijn maar weinig woningen wit geschilderd. In Zuid-Spanje zijn de meeste woningen wit van kleur. Het is in de zomer aangenaam verblijven in de witte huizen. Waardoor is het in witte huizen in de zomer in Zuid-Spanje aangenamer verblijven dan in huizen die niet wit zijn?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de kleur wit ervoor zorgt dat het koeler wordt in huis / dat de kleur wit haast geen zonnewarmte vasthoudt / dat de kleur wit het zonlicht reflecteert/terugkaatst. (1)

bron 8 Temperatuurkaart (minimumtemperaturen) Verenigde Staten,

22 november 2015

2 −18 −10 −22 6 N −16 −28

4 −24 −26 −4 −18 −14 −8 14

2 2

8 6 12 10

16 −10 −4 −8 18 −6 −2 −14

6 2 −2 Denver −4 −4 10

18 16 4

4 −2 0

6 2 24 16

12 20

24 26

Legenda: land zee 4: temperatuur in graden Celsius

Vraag 8 2 punten

Over bron 8 worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: omdat de gebergten in de Verenigde Staten een noord-zuidligging hebben, kan koude lucht ver landinwaarts trekken. Uitspraak 2: de zeewind langs de westkust van de Verenigde Staten heeft een matigende werking op de temperatuur in dit kustgebied. Uitspraak 3: ten noordwesten van Denver komen lagere temperaturen voor, omdat daar gebergten liggen. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = juist 3 = juist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 9 Jaarlijkse neerslag, Noord-Amerika

Legenda: N gemiddelde jaarlijkse neerslag in mm Fairbanks minder dan 100

100 - 500

500 - 1000

1000 - 1500

1500 - 2000

2000 of meer Denver

0 1000 2000 km

bron 10 Twee foto’s van natuurlijke vegetatie in de zomer in de Verenigde Staten

foto 1: in de omgeving van Fairbanks (Alaska)

foto 2: in de omgeving van Denver (Colorado)

Vraag 9 1 punt

Bekijk bron 9 en bron 10. Fairbanks en Denver hebben allebei een gemiddelde jaarlijkse neerslag van ongeveer 300 millimeter. Toch is er de omgeving van Fairbanks meer plantengroei dan in de omgeving van Denver. Beredeneer in welke stad de nuttige neerslag in de zomer het hoogst is. Doe het zo:

  • Kies eerst in welke stad, Fairbanks of Denver, de nuttige neerslag in de zomer het hoogst is.
  • Geef daarna een uit bron 9 af te leiden verklaring voor de hogere nuttige neerslag in deze plaats.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij de juiste keuze met een juiste verklaring.

bron 11 Alaska 60°NB 70°NB Legenda: Barrow hoogte in meters

N

0 - 200 Nome

200 - 500 ALASKA 500 - 1000

1000 - 2000

2000 - 5000 landsgrens CANADA 50°NB

0 1000 2000 km

bron 12 Klimaatgrafieken van Nome en Barrow

Nome Barrow mm °C mm °C

450 40 450 40

400 30 400 30

350 20 350 20

300 10 300 10

250 0 250 0

200 -10 200 -10

150 -20 150 -20

100 -30 100 -30

50 -40 50 -40

0 -50 0 -50 J FMAM J J A SOND J FMAM J J A SOND

Vraag 10 1 punt

Bekijk bron 11 en bron 12. Vergelijk de klimaatgrafieken van Nome en Barrow. Nome heeft een landklimaat en Barrow heeft een toendraklimaat. Dit verschil wordt bepaald door klimaatfactoren. Waar staat bij alle klimaatfactoren juist aangegeven of ze wel of niet bepalend zijn voor het klimaatverschil tussen Nome en Barrow?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

breedteligging hoogteligging afstand tot zee

A niet bepalend niet bepalend niet bepalend

B niet bepalend niet bepalend wel bepalend

C niet bepalend wel bepalend wel bepalend

D wel bepalend niet bepalend niet bepalend

E wel bepalend niet bepalend wel bepalend

F wel bepalend wel bepalend wel bepalend

bron 13 Windenergieparken in de Verenigde Staten

Legenda: capaciteit in megawatt N

0 - 10

11 - 50

51 - 100

101 - 200

201 - 300 >300

0 400 800 km

bron 14 Verenigde Staten, reliëf

Legenda: hoogte in meters N

0 - 200

200 - 500

500 - 1000

1000 - 2000

2000 - 5000 landsgrens

0 400 800 km

Vraag 11 1 punt

Bekijk bron 13 en bron 14. Veel windenergieparken staan op de Great Plains. Geef een landschapskenmerk van de Great Plains waardoor juist daar veel windenergieparken zijn aangelegd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Een antwoord dat alleen noemt dat daar veel wind is mag niet goed worden gerekend.

bron 15 California wil wel klimaatafspraken

01-06-2017 - President Donald Trump wil de klimaatafspraken van Parijs opzeggen. Veel Amerikaanse staten gaan door met hun beleid om de opwarming van de aarde tegen te gaan. De staat California is met een tal van maatregelen op klimaatgebied dé Amerikaanse koploper. In de wet in California staat dat in 2030 de uitstoot van broeikasgassen 40 procent onder het niveau van 1990 moet liggen. De Californische gouverneur Brown is vastbesloten dat hij de missie van zijn staat niet door Trump laat dwarsbomen. “We moeten klimaatverandering nú aanpakken, uitstel maakt oplossingen alleen maar duurder.”

Vraag 12 2 punten

Lees bron 15. Geef twee maatregelen die de overheid van de staat California kan nemen om de oorzaken van het versterkt broeikaseffect terug te dringen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste maatregelen zijn: − industrieën verplichten om roetfilters te plaatsen − aanschaf van elektrische auto's stimuleren − automobilisten verplichten hun auto van een roetfilter te voorzien − gebruik van duurzame energie stimuleren in de huishoudens − gebruik van duurzame energie stimuleren in de industrie − filters op stallen verplichten − fietspaden aanleggen / het gebruik van de fiets stimuleren − gebruik van openbaar vervoer stimuleren per juist antwoord (1) (2)

Vraag 13 1 punt

Welke vorm van landbouw zorgt voor de hoogste uitstoot van broeikasgassen door de landbouw in de Verenigde Staten?

  1. A de extensieve veeteelt
  2. B de katoenteelt
  3. C de maisteelt
  4. D de tabaksteelt

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

bron 16 Tekst met keuzemogelijkheden over orkaan Irma in de Verenigde Staten

Op 26 augustus 2017 werd een groep buien waargenomen voor de … 1 … (westkust / oostkust) van Afrika. Deze buien werden met de passaat naar het westen getransporteerd, terwijl ze werden gevoed door het oceaanwater van rond de … 2 … (22 / 28) graden Celsius. In een groot gebied met lage luchtdruk groepeerden de buien zich ondertussen steeds meer. Om het lagedrukgebied heen werd de wind steeds krachtiger. Doordat de wind toenam, begon de wolk te draaien. Hoe meer wind, hoe harder zo’n wolk draait. Op 30 augustus werd duidelijk dat deze … 3 … (tornado / tropische storm) zou uitgroeien tot een orkaan. Op 1 september ontwikkelde Irma zich tot een orkaan van de eerste categorie. Op 4 september was Irma uitgegroeid tot de zwaarste categorie vijf. Vervolgens trok ze over de Caribische Zee langs de Bovenwindse Eilanden. Op 9 september raasde ze langs de noordkust van Cuba en daarna trok ze richting Florida in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Op 11 september trok Irma over het vasteland van Florida, waarna ze in kracht … 4 … (afnam / toenam).

Vraag 14 2 punten

In de tekst van bron 16 staat achter de cijfers 1, 2, 3 en 4 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1, 2, 3 en 4 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = westkust 2 = 28 3 = tropische storm 4 = afnam indien vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 17 Flyer

Vraag 15 1 punt

Bekijk bron 17. Deze flyer is uitgedeeld in enkele zuidelijke staten in de Verenigde Staten. Beargumenteer of deze flyer is uitgedeeld in het kader van hazardmanagement bij orkanen óf in het kader van hazardmanagement bij tornado’s. Doe het zo:

  • Kies eerst orkanen of tornado's.
  • Geef daarna een argument voor de keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Ook mag goed worden gerekend dat bij een orkaan in het kustgebied schuilen in een kelder niet verstandig is in verband met overstromingsgevaar.
  • Het scorepunt alleen toekennen bij de juiste keuze met een juist argument.

Water

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 16 1 punt

Waar staan twee onderdelen van de waterkringloop die behoren tot de korte waterkringloop?

  1. A afstroming en condensatie
  2. B afstroming en infiltratie
  3. C condensatie en infiltratie
  4. D condensatie en verdamping
  5. E verdamping en afstroming
  6. F verdamping en infiltratie
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Water

bron 18 De Deltawerken

Legenda: Nieuwe N Waterweg Deltawerk brug N O O R D Z E E

We ste rsc helde

0 10 20 km

Vraag 17 1 punt

Bekijk bron 18. Veel zeearmen zijn bij de uitvoering van de Deltawerken afgesloten. Geef de reden waarom de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde niet zijn afgesloten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat deze vaarwegen belangrijk zijn voor de scheepvaart / voor de toegankelijkheid van de havens van Rotterdam en Antwerpen. (1)

bron 19 Rijnkanalisatie

N

IJssel

Neder- Nieuwe Rijn Waterweg Lek Waal Haringvliet Ma as Ri jn

Volkerak

Legenda: 0 20 40 km stuwen dammen stroomrichting van het water

bron 20 Tekst met keuzemogelijkheden

Het Haringvliet en het Volkerak zijn afgesloten door middel van dammen. Sinds de afsluiting stroomt er … 1 … (meer / minder) rivierwater door de Nieuwe Waterweg. Daardoor neemt de kans op verzilting van de Nieuwe Waterweg … 2 … (af / toe).

Vraag 18 1 punt

Bekijk bron 19 en lees bron 20. In de tekst van bron 20 staat achter de cijfers 1 en 2 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1 en 2 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij twee juiste antwoorden.

bron 21 De Zandmotor

aanleg situatie na 10 jaar (verwachting)

bron 22 De Zandmotor

In 2011 is de Zandmotor ten zuiden van Den Haag aangelegd. Er is zand opgespoten voor de kust, waardoor een schiereiland is ontstaan. Het zand verspreidt zich onder andere door de wind langs de kust, waardoor de kust breder en veiliger wordt. Tegelijk ontstaat er ruimte voor natuur en recreatie.

Vraag 19 1 punt

Bekijk bron 21 en lees bron 22. Tien jaar na de aanleg van de zandmotor zal de situatie langs de kust er heel anders uitzien, onder andere door de wind. Beargumenteer met behulp van bron 21 en bron 22 of hier de aanlandige of aflandige wind de overheersende windrichting is. Doe het zo:

  • Kies eerst aanlandige wind of aflandige wind
  • Geef daarna een aanwijzing uit bron 21 die de keuze onderbouwt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij de juiste keuze met een juiste aanwijzing.

Vraag 20 1 punt

Bekijk bron 21. Noem, naast wind, nog een natuurlijke factor die bijdraagt aan het ontstaan van de nieuwe situatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Juiste natuurlijke factoren zijn: − de zeestroming − de eb- en vloedwerking − de golven (1)

Vraag 21 1 punt

Beregening is de belangrijkste vorm van watergebruik in de land- en tuinbouw. Hoeveel en hoe vaak beregend moet worden is afhankelijk van de grondsoort, de hoeveelheid neerslag en het soort gewas. Beredeneer of bij dezelfde hoeveelheid neerslag en hetzelfde soort gewas, gemiddeld meer beregend moet worden op kleigrond of op zandgrond. Doe het zo:

  • Kies eerst kleigrond of zandgrond.
  • Geef daarna de oorzaak waardoor bij die grondsoort meer beregend moet worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij de juiste keuze met een juiste oorzaak.

bron 23 Doorsnede rivier de Maas tussen Borgharen en Lith

bron 24 Plaatsen aan de Maas waar een stuw is

N

Lith Grave Sambeek M aa s

Belfeld Roermond Linne

Borgharen

0 20 40 km

Vraag 22 1 punt

Bekijk bron 23 en bron 24. Welke functie hebben de stuwen in de Maas?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de stuwen het waterpeil op voldoende hoogte moeten houden / de rivier bevaarbaar moeten houden. (1)

bron 25 Gendtsche Waarden, 1965

Vraag 23 1 punt

Bekijk bron 25. In bron 25 is een kaart van de Gendtsche Waarden uit het jaar 1965 te zien. Dit is een uiterwaard aan de Waal bij Gendt in Gelderland. Ooit stonden hier vijf steenfabrieken. Inmiddels is een aantal steenfabrieken afgebroken. Noem een voordeel voor het waterbeheer van het weghalen van een aantal steenfabrieken in de Gendtsche Waarden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist voordeel zijn: − Het water kan beter doorstromen bij hoogwater. / De doorstroming van de rivier wordt minder belemmerd. − Het waterbergend vermogen van de uiterwaarden wordt groter. − Door obstakelverwijdering ontstaat er meer ruimte voor de rivier in de uiterwaarden. (1)

Vraag 24 2 punten

De bouw van de Drieklovendam in China had naast voordelen ook nadelige gevolgen. Deze nadelige gevolgen kunnen vanuit verschillende invalshoeken bekeken worden. Voorbeelden van nadelige gevolgen zijn:

1 Bewoners hadden geen inspraak bij de bouw van de dam.

2 Veel vissoorten kunnen nu niet meer de rivier opzwemmen.

3 Eeuwenoude tempels en gebouwen zijn verdwenen.

4 In tijden van droogte is de kans aanwezig dat er minder elektriciteit wordt opgewekt.

5 Veel oudere bewoners missen hun oude dorpsgemeenschap. Neem de cijfers 1 tot en met 5 van de nadelige gevolgen over op het antwoordblad en schrijf de juiste invalshoek erachter. Kies uit: economisch, cultureel, milieu, politiek en sociaal. Let op: elke invalshoek mag maar een keer gebruikt worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = politiek 2 = milieu 3 = cultureel 4 = economisch 5 = sociaal indien vijf antwoorden juist (2) indien vier of drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (2)

bron 26 Water- en slibafvoer van enkele rivieren in China

Legenda:

1360 waterafvoer N (in m3 per seconde) 4000 2000 0 slibafvoer (in mln ton per jaar) 200 100 He a ng 0 Hu

490

iang ng J Cha 86 Xi Jiang

0 400 800 km

Vraag 25 1 punt

Bekijk bron 26. Bron 26 laat de afvoer van water en van slib van enkele rivieren in China zien. Waar staat juist welke rivier het grootste debiet heeft en welke rivier de grootste slibafvoer heeft?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

grootste debiet grootste slibafvoer

A Chang Jiang Huang He

B Chang Jiang Xi Jiang

C Huang He Chang Jiang

D Huang He Xi Jiang

E Xi Jiang Chang Jiang

F Xi Jiang Huang He

Vraag 26 2 punten

Bekijk bron 26. Noem twee factoren die bepalen hoeveel slib uit het stroomgebied wordt afgevoerd door rivieren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste factoren zijn: − de grondsoort − de begroeiing − de hoogteverschillen − of de rivier bedijkt is of niet − de aanwezigheid van stuwdammen − de aanwezigheid van los materiaal − de stroomsnelheid van het water − de hoeveelheid neerslag in het stroomgebied per juist antwoord (1) (2)

bron 27 Loop van een rivier

1200 meter

600 rivier

0 zeespiegel

−600

0 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 220 240 260 kilometer

bron 28 Midden-Oosten

Legenda: N hoogte in meters lager dan 0

0 - 200 Eu 200 - 500 Tigris

fra at

500 - 2000 hoger dan 2000 Jordaan landsgrens rivier Ni jl

0 350 700 km

Vraag 27 1 punt

Bekijk bron 27 en bron 28. In bron 27 zie je de loop van een rivier in het Midden-Oosten. Welke rivier is dit?

  1. A de Eufraat
  2. B de Jordaan
  3. C de Nijl
  4. D de Tigris

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

bron 29 Wateronttrekking uit verschillende bronnen in Israël, 2010 en 2014

600 600 miljoen kubieke meter 500 (m3) 400

300 277 215

200 165 100

100 80 70 80

30 40 0 berg- kust- noord- meer van ontziltings- aquifer aquifer aquifer Kinneret installaties Legenda:

2010 2014

bron 30 Tekst met keuzemogelijkheden

In het jaar 2010 was het … 1 … (droger / vochtiger) dan in 2014. Door ontziltingsinstallaties is Israël … 2 … (minder afhankelijk / afhankelijker) van zijn buurlanden. Water uit aquifers is … 3 … (duurzaam / niet-duurzaam) gebruik van water.

Vraag 28 2 punten

Bekijk bron 29 en lees bron 30. In bron 29 zijn verschillende bronnen van watervoorziening in Israël te zien. In de tekst van bron 30 staat achter de cijfers 1, 2 en 3 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1, 2 en 3 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = droger 2 = minder afhankelijk 3 = niet-duurzaam indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 31 Ontwikkeling katoenproductie per regio in Turkije, 1971 - 2016

N

Harranvlakte

Legenda: 0 150 300 km katoenproductie sterke daling lichte daling gelijk gebleven lichte toename sterke toename

Vraag 29 1 punt

Bekijk bron 31. Vanaf 1989 is Turkije begonnen met het Zuidoost-Anatolië Project. Door dit project is de katoenproductie op de Harranvlakte flink gestegen. Noem een maatregel binnen het Zuidoost-Anatolië Project waardoor er meer irrigatiewater beschikbaar kwam.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat in het kader van het Zuidoost-Anatolië Project stuwmeren zijn aangelegd. (1)

Vraag 30 1 punt

De Harranvlakte is één van de heetste plekken van Turkije. Daarom is er veel irrigatiewater nodig om hier katoen te verbouwen. Noem een nadelig gevolg van de irrigatie in dit gebied.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De kans op verzilting in dit gebied neemt toe. / Door de hitte zal veel irrigatiewater verdampen. (1)

Bevolking en ruimte

bron 32 Demografisch transitiemodel

geboortecijfer geboorte 40 en sterfte sterftecijfer per duizend per jaar 30

20

10

totale bevolking 0 fase 1 fase 2 fase 3 fase 4 fase 5 tijd

Vraag 31 1 punt

Bekijk bron 32. In 1950 was het geboortecijfer in Nederland 23‰ en het sterftecijfer 8‰. In welke fase van het demografisch transitiemodel bevond Nederland zich in 1950?

  1. A in fase 1
  2. B in fase 2
  3. C in fase 3
  4. D in fase 4
  5. E in fase 5

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 32 2 punten

Bekijk bron 32. In fase 3 in bron 32 daalt het geboortecijfer. Geef twee oorzaken van deze daling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste oorzaken zijn: − opkomst van de pil/voorbehoedsmiddelen − betere seksuele voorlichting − emancipatie − ontkerkelijking − stijging van de welvaart − invoering van de oudedagsvoorzieningen/AOW per juist antwoord (1) (2)

bron 33 Aantal inwoners met een Syrische migratie-achtergrond per duizend inwoners per gemeente in 2017

Legenda: N aantal Syriërs per duizend inwoners per gemeente < 2,0 2,0 - 4,0 4,0 - 6,0 6,0 - 8,0 > 8,0

0 30 60 km

Vraag 33 1 punt

Bekijk bron 33. Mensen met een Syrische migratie-achtergrond zijn in verschillende delen van Nederland gehuisvest. Over mensen met een Syrische migratie-achtergrond worden twee uitspraken gedaan. Uitspraak 1: in het Groene Hart wonen per duizend inwoners meer mensen met een Syrische migratie-achtergrond dan in Flevoland. Uitspraak 2: de komst van de Syrische vluchtelingen zorgt voor een toename van de vergrijzing in Nederland. Neem de cijfers 1 en 2 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij twee juiste antwoorden.

bron 34 Grootste migrantengroepen in Nederland naar achtergrond, 2016

niet-westers

191 207 168 217 178 171 83 69

Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans vluchtelingengroepen

41 15 33 11 39 5 27 13

Irakees Afghaans Syrisch Somalisch westers

105 262 104 256 117 33 43 74

Indonesisch Duits Pools Belgisch

Legenda: eerste generatie (x1.000) tweede generatie (x1.000)

Vraag 34 2 punten

Bekijk bron 34. De eerste generatie migranten is in het land van herkomst geboren en als migrant naar Nederland gekomen. De tweede generatie bestaat uit de kinderen van de eerste generatie. Zij zijn in Nederland geboren. Westerse migranten zijn migranten met als migratie-achtergrond een land in Europa (behalve Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, Indonesië en Japan. Over bron 34 worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: de tweede generatie van de vluchtelingengroepen uit bron 34 is klein, omdat deze vluchtelingengroepen nog maar kort in Nederland wonen. Uitspraak 2: een aantal migrantengroepen heeft te maken met het koloniale verleden van Nederland. Uitspraak 3: behalve werk is de geografische ligging een belangrijke reden dat er meer Duitsers dan Polen in Nederland wonen. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = juist 3 = juist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 35 Bevolkingskrimp in het oosten van Duitsland

Uit onderzoek blijkt dat steeds meer Duitsers in de stad gaan wonen. Dit betekent niet dat in elke Duitse stad de bevolking toeneemt. De steden in het oosten van Duitsland: Chemnitz, Halle, Rostock en Maagdenburg krijgen binnenkort zelfs te maken met een dalend bevolkingsaantal.

Vraag 35 2 punten

Lees bron 35. In de meeste steden in het oosten van Duitsland daalt het bevolkingsaantal. Dit komt vooral omdat er een vertrekoverschot is. Geef twee oorzaken waardoor veel steden in het oosten van Duitsland een vertrekoverschot hebben.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste oorzaken zijn: Er trekken veel mensen weg omdat − er weinig werkgelegenheid in de steden in het oosten van Duitsland is. − er meer kansen liggen in het westen en zuiden van Duitsland. − de lonen (in de steden) in het oosten van Duitsland lager liggen dan in het westen en zuiden van Duitsland. Er vestigen zich weinig mensen in het oosten van Duitsland omdat − het oosten van Duitsland de (economische) achterstand van de opdeling van Duitsland nog niet ingehaald heeft. − er in het oosten van Duitsland minder werkgelegenheid is dan in het westen en zuiden van Duitsland. per juist antwoord (1) (2)

bron 36 Twee bevolkingsgrafieken van Duitsland

bevolkingsgrafiek 1 bevolkingsgrafiek 2 100+ 100+ 95-99 95-99 90-94 90-94 85-89 85-89 80-84 80-84 mannen 75-79 vrouwen mannen 75-79 vrouwen 70-74 70-74 65-69 65-69 60-64 60-64 55-59 55-59 50-54 50-54 45-49 45-49 40-44 40-44 35-39 35-39 30-34 30-34 25-29 25-29 20-24 20-24 15-19 15-19 10-14 10-14 5-9 5-9 0-4 0-4

800 600 400 200 0 0 200 400 600 800 800 600 400 200 0 0 200 400 600 800 aantal x 1000 aantal x 1000

Vraag 36 1 punt

Bekijk bron 36. De bevolkingsgrafieken zijn van 1950 en 2015. Beargumenteer welke bevolkingsgrafiek van 1950 is. Doe het zo:

  • Kies eerst bevolkingsgrafiek 1 of bevolkingsgrafiek 2.
  • Geef daarna een argument voor de keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt toekennen bij de juiste keuze met een juist argument.

bron 37 Stedelijke vernieuwing, Oberhausen (Duitsland)

situatie rond 1970 Gute- Osterfeld hoffnungs- Bottrop

Em Kle hütte ine

sc Em

he sch

r er Grafen- busch Duisburg A42 (in aanleg)

Rhein-Hernekanaal A3

Vondern Concordia 4/5 Kaiser- Gutehoffnungshütte garten

Essen

Oberhausen Oberhausen

Concordia 1 Concordia 6 Concordia 2/3 Roland Mülheim

situatie nu 0 450 900 m

MAN Em

Kle OLGA- ine sc

Em Park he

sch r

er Grafen- busch Duisburg A42

Gasometer Rhein-Hernekanaal A3

Kaiser- garten CentrO

Essen

BERO- Zentrum

Oberhausen Mülheim

Legenda: 0 450 900 m industrieterrein spoorweg met station herbestemming stedelijke bebouwing mijnbouwterrein winkels park stortberg horeca, vrije tijd, gemeentegrens cultuur

Vraag 37 2 punten

Bekijk bron 37. Eén van de doelstellingen van stedelijke vernieuwing is dat de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Geef met behulp van bron 37 twee aanwijzingen dat het in Oberhausen gelukt is om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste aanwijzingen zijn: − Er is nu meer groen. − Er zijn nu meer voorzieningen voor horeca, vrije tijd en cultuur. − Er zijn nu meer winkels/winkelcentra gevestigd. − Er zijn nu minder goederenspoorlijnen. − Er zijn nu geen mijnbouwterreinen meer. − Er zijn nu minder industrieterreinen. − De grote stortberg is nu verdwenen / meerdere stortbergen zijn nu verdwenen. per juist antwoord (1) (2)

bron 38 Bevolkingsgrafiek China, 2015

100+ 95-99 90-94 85-89 80-84 mannen 75-79 vrouwen 70-74 65-69 60-64 55-59 50-54 45-49 40-44 35-39 30-34 25-29 20-24 15-19 10-14 5-9 0-4

70 60 50 40 30 20 10 0 0 10 20 30 40 50 60 70 populatie (in miljoenen)

bron 39 Jonge Chinese mannen

07-02-2016 - Morgen is het Chinees Nieuwjaar, de grootste feestdag van China. Vanwege de viering van dit feest lopen steden leeg en de dorpen op het platteland lopen vol. Alle Chinese jonge mannen krijgen aan tafel één vraag van hun ouders: “Heb je al een vriendin?”.

Vraag 38 1 punt

Bekijk bron 38 en lees bron 39. Noem met behulp van bron 38 de demografische reden waarom veel jonge Chinese mannen geen partner hebben.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Er is een mannenoverschot/vrouwentekort in China. (1)

bron 40 Shanghai 2016

In 1845 was Shanghai een vissersdorpje aan zee. Nu is het met

23 miljoen inwoners een van de drie grootste steden ter wereld. De grenzen aan de groei zijn bereikt. Volgens staatsmedia lijdt de stad aan de ‘grotestadsziekte’ congestie.

Vraag 39 1 punt

Lees bron 40. Door de infrastructuur aan te passen kan de congestie en de luchtvervuiling in Shanghai verminderd worden. Noem een voorbeeld van een aanpassing van de infrastructuur in Shanghai die kan leiden tot minder congestie en minder luchtvervuiling in de stad.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − aan de rand van de stad parkeerplaatsen (transferium) aanleggen met overstapmogelijkheden op openbaar vervoer − meer metro-/tram-/trolley-lijnen aanleggen (1)

bron 41 De ‘Rat Community’

De snelle groei van Beijing heeft ook minder leuke kanten. Vijf procent van de inwoners, bekend als de ‘Rat Community’, woont noodgedwongen in een piepkleine ondergrondse ruimte. Het wordt de ‘rattengemeenschap’ genoemd, omdat ze net als ratten ondergronds wonen. Ze hebben niet veel meer dan een stapelbed en delen een kamer met tientallen anderen. Sommigen lieten hun gezin achter op het platteland.

bron 42 Stedelijke bevolking en plattelandsbevolking China in 2010, 2030 en 2050

1.402 1.349 1.306 Legenda: stad platteland 50% 69%

77%

50% 31% 23%

2010 2030 2050

Vraag 40 1 punt

Lees bron 41 en bekijk bron 42. Het is onzeker of het aantal inwoners van de ‘Rat Communities’ in China in de toekomst zal toenemen of afnemen. Beargumenteer of het aantal inwoners van de ‘Rat Communities’ zal toenemen of afnemen. Doe het zo:

  • Kies eerst toenemen of afnemen.
  • Geef daarna een argument voor de keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als bij de keuze een juist argument is gegeven.

bron 43 Hutongs in Beijing

Hutongs verdwijnen sinds de jaren vijftig in een hoog tempo. Volgens het toeristenbureau China Vista waren er in 1944 nog 32.000 hutongs in Beijing. In 2010 waren dat er nog maar 990. Jojje startte samen met zijn Chinese vriend Vencent Houhou een project om de hutongs te redden. Samen maken ze een fotoboek met verhalen en foto’s uit acht verschillende hutongs in Beijing. Ze hopen Chinezen hiermee te laten zien hoe mooi en belangrijk de wijken zijn.

bron 44 Tekst met keuzemogelijkheden

In een hutong is er … 1 … (veel / weinig) sociale controle. In een hutong is er sprake van een … 2 … (hoge / lage) participatie van de mensen in de wijk. De bevolkingsdichtheid is in een hutong … 3 … (hoger / lager) dan in de nieuwe hoogbouw aan de rand van de stad.

Vraag 41 2 punten

Lees bron 43 en bron 44. In de tekst van bron 44 staat achter de cijfers 1, 2 en 3 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1, 2 en 3 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = veel 2 = hoge 3 = lager indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 45 Shanghai en omgeving

N

Chongming

Chang Jiang

SHANGHAI

Oost-Chinese Zee

Legenda: 0 10 20 km internationale luchthaven autoweg/autosnelweg containerhaven in aanbouw/gepland spoorweg kanaal magnetische trein

Vraag 42 1 punt

Bekijk bron 45. De containerhaven van Shanghai ligt op een gunstige plek. Geef, naast de ligging aan de kust, een aanwijzing uit de kaart waaruit blijkt dat de ligging van de containerhaven gunstig is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Juiste aanwijzingen uit de kaart zijn: − ligging aan de Chiang Jiang (waardoor het achterland goed bereikbaar is) − verbinding met het achterland via wegen (1)

bron 46 Grootste containerhavens ter wereld, 2012

haven aantal containers procentuele groei ten opzicht (in miljoen teu*) van 2011 (in %)

1 Shanghai 32,5 +2,5

2 Singapore 31,6 +5,9

3 Hongkong 23,1 -5,2

4 Shenzhen 22,9 +1,6

5 Busan 17,0 +5,5

6 Ningbo 15,7 +4,5

7 Guangzhou 14,7 +2,2

8 Qingdao 14,6 +10,6

9 Dubai 13,3 +2,3

10 Tianjin 12,3 +6,2

11 Rotterdam 11,9 0,0 *teu = standaardcontainer (Twenty foot Equivalent Unit)

Vraag 43 1 punt

Bekijk bron 46. Er staan veel Chinese containerhavens in de top tien van grootste containerhavens. Welke beroepssector in China zorgt voor de grootste groei van de containerhavens?

  1. A de primaire sector (de land- en tuinbouw)
  2. B de secundaire sector (de industrie)
  3. C de tertiaire sector (de dienstensector)
  4. D de kwartaire sector (de niet-commerciële dienstensector)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

bron 47 Reisverslag

Van oudsher leven Chinezen het liefst in een overzichtelijke sociale gemeenschap, waarin ze iedereen kennen en vreemdelingen direct opvallen. De traditionele wijken vormden een levendige gemeenschap, waarbinnen plaats was voor winkeltjes, restaurantjes en veel leven op straat. In moderne Chinese woonwijken wordt geprobeerd de kleinschaligheid en het afgesloten karakter te behouden. De moderne wijken zijn afgesloten en er staan bewakers bij de ingang. Deze moderne variant op de traditionele Chinese woonwijk is te groot om echt een gemeenschap te vormen en bestaat alleen maar uit woningen; je ziet werkelijk niemand op straat.

Vraag 44 1 punt

Lees bron 47. Welk begrip hoort bij de moderne Chinese woonwijk in bron 47?

  1. A concessiegebied
  2. B gated community
  3. C hutong
  4. D meerkernen-groeimodel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

bron 48 Skyline Shanghai 1990 en 2010

Vraag 45 1 punt

Bekijk bron 48. In bron 48 zijn de veranderingen in Shanghai goed te zien. Geef een economische reden waarom het in Shanghai noodzakelijk is om steeds meer te kiezen voor hoogbouw.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste economische reden zijn: − De grondprijzen in het centrum zijn hoog/stijgen, waardoor het aantrekkelijker wordt om een wolkenkrabber te bouwen die minder grondoppervlak nodig heeft dan laagbouw. − Er is schaarste aan grond/ruimtegebrek. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Aardrijkskunde 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0131-a-19-2-o

Andere examens aardrijkskunde vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker aardrijkskunde per vraagtype nakijkt, lees je op aardrijkskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 telt 45 vragen. De meeste vragen gaan over weer en klimaat (12), water en rivieren (8) en bevolking en migratie (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0131-a-19-2-c).

Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.