Eindexamen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Weer en klimaat, Water, Water, Bevolking en ruimte.

Kort antwoord

Het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over weer en klimaat (12), bevolking en migratie (9) en water en rivieren (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Weer en klimaat1-8, 10, 13-14, 1612
Bevolking en migratie30-32, 35-409
Water en rivieren17, 23-24, 27-296
Verstedelijking33-34, 41-446
Nederland: wonen en water15, 18-19, 21-225
Landbouw en voedsel9, 20, 25-264
Energie en grondstoffen11-122

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens aardrijkskunde vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over water en rivieren (14% van de vragen, gemiddeld 22%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Weer en klimaat

bron 1 Weersverwachting van Assen van 1 mei tot en met 3 mei 2017

Vraag 1 1 punt

Bekijk bron 1. In de weersverwachting van bron 1 worden vier van de vijf weerelementen gegeven. Welk weerelement ontbreekt?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de luchtdruk (1)

bron 2 Weerkaart van 1 mei 2017

Vraag 2 2 punten

Bekijk bron 2. Over de weerkaart in bron 2 worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: op 1 mei waaide het in Nederland harder dan in Spanje. Uitspraak 2: de H op de weerkaart betekent een depressie. Uitspraak 3: de kans is groot dat 1 mei 2017 in Spanje een droge dag was. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = onjuist 3 = juist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 3 Windsysteem

afbeelding 1 afbeelding 2

afbeelding 3 afbeelding 4

Vraag 3 1 punt

Bekijk bron 3. Op welke afbeelding worden de luchtstromen juist weergegeven?

  1. A op afbeelding 1
  2. B op afbeelding 2
  3. C op afbeelding 3
  4. D op afbeelding 4

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 4 2 punten

Het verschil in klimaat tussen Spanje en Nederland wordt onder andere bepaald door een verschil in breedteligging. Over de verschillen in klimaat en breedteligging tussen Spanje en Nederland worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: Spanje ligt op een lagere breedte dan Nederland. Hierdoor is in Spanje de invalshoek van de zon kleiner dan in Nederland. Uitspraak 2: op 21 juni is het in Spanje eerder donker dan in Nederland. Uitspraak 3: de uv-straling is in Spanje gemiddeld hoger dan in Nederland. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = onjuist 2 = juist 3 = juist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 4 Reisinformatie voor Spanje

Spanje heeft verschillende klimaten. De noordwestkust van Spanje heeft een … 1 … . Het vakantieseizoen aan de oostkust loopt van april tot en met oktober. Het is dan lekker droog en zonnig. Hier vind je overwegend een … 2 … . Het binnenland bij Zaragoza is erg droog en heeft een … 3 … . Bezoek dit gebied in de lente, wanneer het aangenaam zacht is en de natuur op haar best. In de zomer is het heet (40°C). In de winter kan er in de Sierra Nevada worden geskied. Hier is een …4….

Vraag 5 1 punt

Lees bron 4. In bron 4 zijn vier klimaten vervangen door de cijfers 1, 2, 3 en 4. Waar staan de klimaten juist bij de cijfers 1, 2, 3 en 4 uit bron 4?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: F (1)

1 2 3 4

A steppeklimaat hooggebergte- mediterraan zeeklimaat met klimaat klimaat neerslag in alle jaargetijden

B steppeklimaat mediterraan hooggebergte- zeeklimaat met klimaat klimaat neerslag in alle jaargetijden

C steppeklimaat zeeklimaat met mediterraan hooggebergte- neerslag in alle klimaat klimaat jaargetijden

D zeeklimaat met hooggebergte- steppeklimaat mediterraan neerslag in alle klimaat klimaat jaargetijden

E zeeklimaat met mediterraan hooggebergte- steppeklimaat neerslag in alle klimaat klimaat jaargetijden

F zeeklimaat met mediterraan steppeklimaat hooggebergte- neerslag in alle klimaat klimaat jaargetijden

bron 5 Dorp in Zuid-Spanje

Vraag 6 2 punten

Bekijk bron 5. De huizen in Spanje zijn aangepast aan het klimaat. In Spanje zie je vaak dorpjes waar alle huizen wit zijn. Geef het voordeel van het wit schilderen van huizen in Spanje voor de temperatuur in huis. Geef, naast wit schilderen, nog een voorbeeld uit de foto van hoe huizen aangepast zijn aan het warmere klimaat in Spanje.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Juiste voorbeelden zijn: (1p)
    • minder grote ramen
    • luiken voor de ramen / (Franse) balkons
    • bebouwing dicht op elkaar (waardoor er veel schaduw ontstaat) / smalle straatjes
    • dikke muren

Vraag 7 2 punten

Zowel Nederland als Spanje ondervinden de nadelige gevolgen van het versterkt broeikaseffect. Geef twee gevolgen van het versterkt broeikaseffect die zowel voor Nederland als voor Spanje gelden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Juiste gevolgen zijn: − zeespiegelstijging − extremer weer − temperatuurverhoging per juist antwoord (1) (2)

bron 6 Vier klimaatgrafieken uit de Verenigde Staten

klimaatgrafiek 1 klimaatgrafiek 2

klimaatgrafiek 3 klimaatgrafiek 4

Vraag 8 1 punt

Bekijk bron 6. Het bodemgebruik in een gebied wordt vaak sterk bepaald door het klimaat. Welke klimaatgrafiek is van een plaats waar citrusteelt (bijvoorbeeld sinaasappels, mandarijnen en citroenen) zonder irrigatie kan plaatsvinden?

  1. A klimaatgrafiek 1
  2. B klimaatgrafiek 2
  3. C klimaatgrafiek 3
  4. D klimaatgrafiek 4

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 9 1 punt

Boeren en tuinders proberen minder afhankelijk te worden van het klimaat. Dit doen ze onder andere door irrigatie. Geef nog een maatregel die boeren kunnen nemen waardoor ze minder afhankelijk worden van het klimaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste maatregel zijn: − draineren − droogteresistente gewassen telen − in kassen verbouwen (1)

bron 7 Temperatuur en neerslag in juli, Noord-Amerika

Vraag 10 1 punt

Bekijk bron 7. Waar is het in juli gemiddeld het koudst en wat is daarvan de oorzaak? Kies eerst San Francisco of New York. En geef daarna de oorzaak waardoor het in die plaats in juli gemiddeld kouder is dan in de andere plaats.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij een juiste keuze met een juiste oorzaak.

bron 8 Zonnecentrale in de Verenigde Staten

De Ivanpah-zonnecentrale in de Mojavewoestijn in California is met

140 hectare de grootste zonnecentrale ter wereld. Op volle capaciteit kan de centrale 140.000 gezinnen van elektriciteit voorzien. De centrale bestaat uit 300.000 spiegels die met de zon meedraaien en hierdoor het zonlicht concentreren op drie torens van elk 140 meter hoog. Daar wordt stoom gemaakt om via turbines elektriciteit op te wekken.

Vraag 11 1 punt

Lees en bekijk bron 8. Welke plaats is het meest geschikt om een zonnecentrale te bouwen in de Verenigde Staten?

  1. A een plaats op hoge breedte met veel bewolking
  2. B een plaats op hoge breedte met weinig bewolking
  3. C een plaats op lage breedte met veel bewolking
  4. D een plaats op lage breedte met weinig bewolking

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 12 1 punt

Een zonnecentrale past goed in een duurzaam klimaatbeleid. Geef hiervoor een argument.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat door een zonnecentrale geen fossiele brandstoffen/uitputbare energiebronnen gebruikt worden / geen CO 2 uitgestoten wordt. (1)

bron 9 Krantenartikel

23 oktober 2015 - Orkaan Patricia was de zwaarste orkaan ooit gemeten in Mexico. Zaterdagochtend was de orkaan al afgezwakt tot een tropische storm met windstoten tot 80 kilometer per uur. De president van Mexico waarschuwde dat het gevaar nog niet voorbij is. Hoewel orkaan Patricia in windkracht is afgenomen, kan de orkaan nog grote schade veroorzaken. Ook het National Hurricane Center in de Verenigde Staten waarschuwt hiervoor.

Vraag 13 2 punten

Lees en bekijk bron 9. Bij een orkaan kan de heftige wind zorgen voor veel schade. Noem nog een natuurlijk kenmerk van een orkaan dat voor veel schade kan zorgen. Noem een oorzaak waardoor de kracht van orkaan Patricia boven land afnam.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een juiste oorzaak zijn: (1p)
    • De orkaan wordt niet meer gevoed door het warme water van de oceaan.
    • Boven land ondervindt de orkaan meer weerstand (en neemt de windkracht af).

Opmerking Bij een juist natuurlijk kenmerk mag opstuwing van de zee (tsunami) ook goed worden gerekend.

bron 10 Verkeersbord

Vraag 14 1 punt

Bekijk bron 10. Vaak verlaten inwoners hun woongebied als er een orkaanwaarschuwing is. De Amerikaanse overheid heeft speciale verkeersborden geplaatst die de evacuatieroute aangeven in het geval van een orkaandreiging. Geef de reden waarom het plaatsen van dit soort borden bij hazardmanagement past.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat burgers de vluchtwegen kunnen herkennen waardoor evacuatie uit het orkaangebied ordelijker/sneller verloopt / waardoor er minder kans is op slachtoffers. (1)

Water

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 15 2 punten

In woonwijken worden steeds meer maatregelen genomen om verdroging tegen te gaan. Noem twee van deze maatregelen.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste maatregelen zijn: − minder verstening / tegels eruit, groen erin of voorbeelden hiervan zoals waterdoorlatende verhardingsmaterialen aanbrengen op parkeerplaatsen − de afvoer van hemelwater/de regenpijp afkoppelen van het riool − wadi's aanleggen per juist antwoord (1) (2)

Vraag 16 1 punt

De laatste eeuw is de gemiddelde temperatuur in Nederland gestegen. Ook de gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar in Nederland is toegenomen. Geef een oorzaak waardoor een stijgende temperatuur tot meer neerslag kan leiden.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste oorzaak zijn: − In warme lucht kan meer waterdamp opgenomen worden (die later kan condenseren). − De verdamping zal toenemen (door de toenemende temperatuur). (1)

Vraag 17 1 punt

Over het stroomstelsel van een rivier worden twee uitspraken gedaan. Uitspraak 1: erosie komt voornamelijk voor in de bovenloop van een rivier. Uitspraak 2: de waterscheiding van een rivier ligt in de delta. Neem de cijfers 1 en 2 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij twee juiste antwoorden.

Water

bron 11 Rivierverruimende maatregelen

afbeelding 1 afbeelding 2

afbeelding 3 afbeelding 4

Vraag 18 1 punt

Bekijk bron 11. In bron 11 staan vier maatregelen in het kader van Ruimte voor de Rivier. Waar staan de cijfers 1, 2, 3 en 4 van de afbeeldingen in bron 11 juist bij de aangegeven maatregelen?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

dijk- krib- uiterwaard- zomerbed- verlegging verlaging vergraving verdieping

A 1 3 2 4

B 1 3 4 2

C 1 4 3 2

D 3 1 2 4

E 3 2 4 1

F 3 4 2 1

bron 12 Wateroverlast in Nederland

foto 1 foto 2

foto 3 foto 4

Vraag 19 1 punt

Bekijk bron 12. In bron 12 staan vier foto’s met wateroverlast in Nederland. Waar staan de cijfers 1, 2, 3 en 4 van de foto’s uit bron 12 juist bij de oorzaken van de wateroverlast?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

doorbreken hoge riool kan het overstroming van de dijk grondwaterstand water van niet verwerken de rivier

A 1 2 3 4

B 1 2 4 3

C 1 3 2 4

D 4 2 1 3

E 4 2 3 1

F 4 3 2 1

bron 13 Druppelirrigatie in lelieteelt

Vraag 20 2 punten

Bekijk bron 13. Lelies zijn bloemen die veel water nodig hebben. In Drenthe is daarom een proef gestart met druppelirrigatie in de lelieteelt. Het water wordt hier door buizen naar elke plant gevoerd. Waarom is de manier van irrigeren zoals te zien in bron 13 duurzamer dan beregening? Noem een natuurlijke oorzaak waardoor deze vorm van irrigatie in Nederland veel minder wordt toegepast dan in een land als Spanje.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een juiste natuurlijke oorzaak zijn: (1p)
    • In Nederland is de verdamping lager dan in Spanje.
    • In Nederland valt gemiddeld meer neerslag dan in Spanje / valt gemiddeld het hele jaar voldoende neerslag.

bron 14 Grondsoorten in Nederland

Vraag 21 1 punt

Bekijk bron 14. Op de kaart in bron 14 staan gebied X en gebied Y. Beargumenteer waar het regenwater na een flinke regenbui het snelst zal infiltreren. Kies eerst gebied X of gebied Y. Geef daarna de oorzaak waardoor infiltratie hier sneller gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij een juiste keuze met een juist argument.

bron 15 Uitbaggeren van een sloot

Vraag 22 1 punt

Bekijk bron 15. Het waterschap verplicht boeren om de sloten goed te onderhouden. Boeren moeten de sloot uitdiepen door baggeren. Dit is belangrijk voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit. Geef een voordeel voor het kwantitatieve waterbeheer van het uitbaggeren van de sloten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist voordeel zijn: − Het grondwaterpeil is beter te reguleren. − De afstroming van een gebied verbetert. / De afvoer van water wordt niet belemmerd. (1)

bron 16 Dwarsdoorsnede van China

Vraag 23 1 punt

Bekijk bron 16. In bron 16 is een dwarsdoorsnede van China te zien. Waar staan de gebieden juist bij de cijfers 1 en 2 uit de dwarsdoorsnede in bron 16?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

1 2

A Noord-China Zuid-China

B Oost-China West-China

C West-China Oost-China

D Zuid-China Noord-China

bron 17 Drieklovendam China

De Drieklovendam is gebouwd in de … 1 … (middenloop / benedenloop) van de rivier de Chang Jiang. In dit gebied is … 2 … (veel / geen) reliëf. In het stuwmeer vindt veel … 3 … (erosie / sedimentatie) plaats. Dit komt omdat de stroomsnelheid er … 4 … (laag / hoog) is.

Vraag 24 2 punten

Lees bron 17. In de tekst van bron 17 staat achter de cijfers 1, 2, 3 en 4 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1, 2, 3 en 4 uit bron 17 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = middenloop 2 = veel 3 = sedimentatie 4 = laag indien vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 18 Dwarsdoorsnede Huang He

Vraag 25 2 punten

Bekijk bron 18. Menselijk handelen heeft gezorgd voor grote hoeveelheden löss in de Huang He. Noem een voorbeeld van dit menselijk handelen. Noem een negatief gevolg van de grote hoeveelheden löss voor de benedenloop van de Huang He.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van menselijk handelen zijn: (1p)
    • ontbossing / bos is vervangen door landbouw
    • overbeweiding
  • Voorbeelden van een negatief gevolg zijn: (1p)
    • De rivier slibt dicht door sedimentatie. / De bevaarbaarheid van de rivier neemt af.
    • De rivier heeft minder waterbergend vermogen. / De kans op overstromingen in de benedenloop neemt toe.

bron 19 Saudi-Arabië, tarweproductie in miljoenen tonnen van 1960 tot en met 2016

Vraag 26 1 punt

Bekijk bron 19. Vanwege de snelle bevolkingsgroei in Saudi-Arabië lijkt het niet logisch dat het land in 2016 is gestopt met het produceren van tarwe. Toch heeft Saudi-Arabië dat wel gedaan. Door welke klimatologische oorzaak heeft Saudi-Arabië besloten om te stoppen met de productie van tarwe?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste klimatologische oorzaak zijn: − Er valt te weinig neerslag. − Er verdampt (te) veel water. − Saudi-Arabië heeft een woestijnklimaat. (1)

Vraag 27 1 punt

Over de gevolgen van de bouw van de Aswandam in Egypte worden twee uitspraken gedaan. Uitspraak 1: na de bouw van de Aswandam in de Nijl in Zuid-Egypte is de kans op verzilting in de delta van de Nijl toegenomen. Uitspraak 2: na de bouw van de Aswandam in de Nijl werd er tussen de dam en de monding meer slib afgezet. Neem de cijfers 1 en 2 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij twee juiste antwoorden.

bron 20 Stroomgebied van de Nijl in oppervlakte naar land

land stroomgebied in % stroomgebied in km2 (oppervlakte) (oppervlakte) voormalig Sudan 62,7 1.900.000 (is nu opgesplitst in Sudan en Zuid-Sudan) Ethiopië 12,1 368.000 Egypte 9,9 300.000 Uganda 7,7 232.000 Tanzania 3,8 116.000 Kenia 1,8 55.000 Democratische Republiek 0,8 23.000 Congo Rwanda 0,7 21.500 Burundi 0,5 14.500

Vraag 28 2 punten

Bekijk bron 20. Over de verdeling van het Nijlwater is in het verleden regelmatig gediscussieerd. Je zou de oppervlakte van een land in het stroomgebied van de Nijl kunnen gebruiken als criterium om het Nijlwater (rechtvaardig) te verdelen, maar er zijn ook andere criteria denkbaar. Noem een demografisch criterium voor de verdeling van het water uit de Nijl. Noem een natuurlijk criterium voor de verdeling van het water uit de Nijl.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een natuurlijk criterium zijn: (1p)
    • de hoeveelheid neerslag die in een land valt
    • de hoeveelheid water die uit andere waterbronnen (zoals aquifers) gewonnen kan worden

Vraag 29 1 punt

Een (nieuw) verdrag over de verdeling van het water van de Nijl zou, van alle landen in het stroomgebied, voor Egypte weleens het meest gunstig kunnen zijn. Geef hiervoor een argument.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist argument zijn: − Egypte ligt het dichtst bij de monding. / Egypte ligt in de benedenloop. / Egypte is het meest afhankelijk van het waterverbruik door de andere landen in het stroomgebied. − In Egypte valt heel weinig neerslag in verhouding tot de meeste andere landen in het stroomgebied. − Egypte heeft na Ethiopië de meeste inwoners in het stroomgebied van de Nijl. / Egypte heeft veel water nodig. (1)

Bevolking en ruimte

bron 21 Demografisch transitiemodel

Vraag 30 1 punt

Bekijk bron 21. Eind jaren 60 gingen veel vrouwen in Nederland de anticonceptiepil of een ander voorbehoedsmiddel gebruiken. In welke fase van het demografisch transitiemodel bevond Nederland zich eind jaren 60?

  1. A in fase 1
  2. B in fase 2
  3. C in fase 3
  4. D in fase 5

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

bron 22 Aantal geborenen per 1000 vrouwen in Nederland naar herkomst en leeftijd van de vrouw in 2000 en 2013

Vraag 31 1 punt

Bekijk bron 22. Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond komen uit landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (uitgezonderd Indonesië en Japan). Bron 22 vergelijkt het aantal geboorten van vrouwen in Nederland zonder migratieachtergrond met het aantal geboorten van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond in Nederland. Welke uitspraak over de vergelijking tussen beide groepen vrouwen is juist?

A Het aantal geborenen per 1000 vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond komt dichter bij dat van vrouwen zonder

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

migratieachtergrond.

B In 2013 werden er per 1000 vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond meer kinderen geboren dan in 2000.

C Vrouwen zonder migratieachtergrond boven de 40 jaar krijgen meer kinderen dan vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond boven de 40 jaar.

D Vrouwen zonder migratieachtergrond krijgen op jongere leeftijd meer kinderen dan vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond.

bron 23 Gebied in Nederland

Het gebied is meer bekend als krimpregio waaruit mensen wegtrekken dan als stedelijke agglomeratie. Dit gebied ligt binnen Europa zeer gunstig: binnen een half uur zijn grote steden als Aken (Duitsland) en Luik (België) per auto goed te bereiken.

Vraag 32 1 punt

Lees bron 23. Over welk gebied gaat de tekst?

  1. A over Bandstad Twente
  2. B over BrabantStad
  3. C over het stedelijk gebied Arnhem-Nijmegen
  4. D over Zuid-Limburg

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

bron 24 Albert Heijn-winkels in Noord-Holland

Vraag 33 2 punten

Bekijk bron 24. Over de winkels van de Albert Heijn worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: de Albert Heijn-supermarkt voor de dagelijkse boodschappen heeft een kleinere reikwijdte dan de Albert Heijn XL- supermarkt. Uitspraak 2: de Albert Heijn-supermarkt voor de dagelijkse boodschappen heeft een lagere drempelwaarde dan de Albert Heijn XL- supermarkt. Uitspraak 3: het verzorgingsgebied van de Albert Heijn-supermarkt is groter dan die van de Albert Heijn XL-supermarkt. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = juist 3 = onjuist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Vraag 34 2 punten

Een Albert Heijn XL-supermarkt is vaak gevestigd aan de rand van de stad. Noem twee voordelen van deze locatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste voordelen zijn: − betere bereikbaarheid (aan een grotere weg) − veel parkeergelegenheid / meer parkeergelegenheid dan in het centrum van de stad − voldoende ruimte voor uitbreiding − lagere grondprijzen dan in het centrum van de stad per juist antwoord (1) (2)

bron 25 Vier bevolkingsgrafieken van Duitsland

bevolkingsgrafiek 1 bevolkingsgrafiek 2

bevolkingsgrafiek 3 bevolkingsgrafiek 4

Vraag 35 1 punt

Bekijk bron 25. De bevolkingsgrafieken in bron 25 zijn van Duitsland van de jaren 1950, 2011, 2030 en 2060. Ze staan in willekeurige volgorde. Waar staan de cijfers 1, 2, 3 en 4 van de bevolkingsgrafieken uit bron 25 juist bij de vier jaartallen?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

1950 2011 2030 2060

A 3 1 2 4

B 3 2 1 4

C 3 2 4 1

D 4 1 2 3

E 4 1 3 2

F 4 3 1 2

bron 26 Migratie tussen (voormalig) West-Duitsland en (voormalig) Oost-Duitsland, 1980-2013

Vraag 36 1 punt

Bekijk bron 26. Bron 26 gaat over de migratie tussen (voormalig) Oost-Duitsland en (voormalig) West-Duitsland. Welke lijn geeft de migratie aan van (voormalig) Oost-Duitsland naar (voormalig) West-Duitsland? Kies eerst lijn 1 of lijn 2. En geef daarna een argument voor de keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen bij een juiste keuze met een juist argument.

bron 27 Gemiddeld inkomen per maand in Dresden in 2016 naar huishouden per wijk

Vraag 37 1 punt

Bekijk bron 27. Welk begrip past het best bij bron 27?

  1. A bevolkingsdichtheid
  2. B bevolkingsspreiding
  3. C integratie
  4. D sociale ongelijkheid

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

bron 28 Demografisch transitiemodel

Vraag 38 1 punt

Bekijk bron 28. In 2017 was het geboortecijfer in China 12 en het sterftecijfer was 8. Waar staan voor China de fases uit het demografisch transitiemodel juist bij 2017 en 2050?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: E (1)

2017 2050

A fase 3 fase 3

B fase 3 fase 4

C fase 3 fase 5

D fase 4 fase 4

E fase 4 fase 5

F fase 5 fase 4

bron 29 Een gevolg van de eenkindpolitiek in China

Vraag 39 1 punt

Bekijk bron 29. Bron 29 laat een gevolg van de eenkindpolitiek van China zien. Welk sociaal-economisch gevolg van de eenkindpolitiek is te zien?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat één kind voor beide ouders moet zorgen en voor de (vier) grootouders (4-2-1-probleem) / de demografische druk hoog is. (1)

bron 30 Migratie in China

Migranten die naar de steden trekken zijn vooral ... 1 … (jonge / oude) mensen. Een oorzaak van deze migratie is de mechanisering van de ... 2 … (landbouw / industrie) op het platteland. De trek naar de steden heeft op het platteland geleid tot ... 3 … (braindrain / werkloosheid). De nieuwkomers in de steden kwamen vooral terecht in de ... 4 … (flatwijken / hutongs) in de grote steden.

Vraag 40 2 punten

Lees bron 30. In de tekst in bron 30 staat achter de cijfers 1, 2, 3 en 4 een keuzemogelijkheid. Neem de cijfers 1, 2, 3 en 4 uit bron 30 over op het antwoordblad en zet de juiste keuze erachter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = jonge 2 = landbouw 3 = braindrain 4 = flatwijken indien vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 31 Bevolkingsdichtheid, China

Vraag 41 2 punten

Bekijk bron 31. Over bron 31 worden drie uitspraken gedaan. Uitspraak 1: Shanghai en Guangzhou hebben allebei minstens 5 miljoen inwoners. Uitspraak 2: Shanghai en Guangzhou liggen allebei aan zee. Uitspraak 3: Guangzhou ligt aan de Chang Jiang. Neem de cijfers 1, 2 en 3 van de uitspraken over op het antwoordblad en zet erachter of de uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 = juist 2 = juist 3 = onjuist indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

bron 32 Skyline van Guangzhou in 1978 en in 2013

Vraag 42 1 punt

Bekijk bron 32. In bron 32 zie je de skyline van Guangzhou in 1978 en 2013. Noem met behulp van bron 32 een verandering waardoor de ruimtelijke kwaliteit tussen 1978 en 2013 is verslechterd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een verandering zijn: − De stad wordt steeds dichter bebouwd. / Er is minder groen over. − Het aantal wegen/het aantal auto’s is toegenomen waardoor er meer uitlaatgassen worden uitgestoten/smog ontstaat. (1)

bron 33 Bevolkingsgroei in Guangzhou, China

Vraag 43 1 punt

Bekijk bron 33. De bevolkingsgroei in Guangzhou komt vooral door het grote aantal migranten. Tussen 1990 en 2020 vindt een verdrievoudiging van de bevolkingsomvang plaats. Welke uitspraak over Guangzhou is juist?

  1. A De gemiddelde leeftijd is gedaald en er is een geboorteoverschot.
  2. B De gemiddelde leeftijd is gedaald en er is een sterfteoverschot.
  3. C De gemiddelde leeftijd is gestegen en er is een geboorteoverschot.
  4. D De gemiddelde leeftijd is gestegen en er is een sterfteoverschot.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

bron 34 Guangzhou Bus Rapid Transit

Vraag 44 1 punt

Bekijk bron 34. De foto van na 2010 in bron 34 laat het Guangzhou Bus Rapid Transit zien: een systeem waarbij bussen een vaste route door de stad rijden, onder andere langs metrostations. Per uur worden 27.000 passagiers vervoerd. Eén voordeel is dat er in de nieuwe situatie minder congestie in Guangzhou is dan vóór 2010. Noem nog een voordeel van de invoering van het Guangzhou Bus Rapid Transit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een voordeel zijn: − Er is minder luchtvervuiling/CO2-uitstoot/fijnstof in de stad. − De verkeersveiligheid neemt toe. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Aardrijkskunde 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0131-a-22-3-o

Andere examens aardrijkskunde vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker aardrijkskunde per vraagtype nakijkt, lees je op aardrijkskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over weer en klimaat (12), bevolking en migratie (9) en water en rivieren (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0131-a-22-3-c).

Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.