Eindexamen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.

Kort antwoord

Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (6), kostprijs en break-even (6) en financiering (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Balans en resultatenrekening2-3, 16-196
Kostprijs en break-even13-15, 21, 24-256
Financiering7-115
Investeren1, 6, 23, 264
Marketing4-5, 123
Personeel en organisatie27-293

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 13 examens bedrijfseconomie vwo sinds 2021. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1

De creditzijde van de balans per 1 januari 2019 van Duijff Diervoeders nv uit Castenray ziet er als volgt uit:

(getallen x € 1) Maatschappelijk aandelenkapitaal 900.000 Aandelen in portefeuille 300.000 Geplaatst aandelenkapitaal 600.000 Agioreserve 2.000.000 Algemene Reserve 3.750.000 Voorzieningen 820.000 Langlopende leningen 5.500.000 Kortlopende leningen 930.000 13.600.000

Verder is gegeven:

  • De nominale waarde van een aandeel is € 2,50.
  • De beurskoers van een aandeel per 1 januari 2019 is € 25.
  • De intrinsieke waarde van een aandeel per 1 januari 2019 is € 26,46.

Vraag 1 2 punten

Geef een mogelijke oorzaak dat de beurskoers van een aandeel afwijkt van de intrinsieke waarde per aandeel. Betrek in het antwoord zowel de beurskoers als de intrinsieke waarde per aandeel.

Bekijk het antwoord
  • De beurskoers is gebaseerd op toekomstverwachtingen en men verwacht dat het resultaat in de toekomst tegenvalt / de beurskoers kan gebaseerd zijn op sentiment en/of speculatie (1)
  • De intrinsieke waarde is gebaseerd op het heden / de balansdatum (1)

Dividendbeleid 2011 - 2018

− Aan aandeelhouders werd, indien het resultaat na vennootschapsbelasting dit toeliet, een dividend van € 0,40 per aandeel beschikbaar gesteld.

  • Het restant werd aan de Algemene Reserve toegevoegd.

Dividendbeleid vanaf 2019

De directie merkt op dat aandeelhouders in 2019 bij een relatief hoog resultaat teleurgesteld zijn als het dividend niet meestijgt met de groei van het resultaat. De directie heeft een voorstel voor de verdeling van het resultaat vanaf 2019 gepresenteerd.

Het positieve resultaat na vennootschapsbelasting wordt in onderstaande volgorde verdeeld:

  • Er wordt € 50.000 toegevoegd aan de Algemene Reserve.
  • Aan aandeelhouders wordt € 0,40 dividend per aandeel beschikbaar gesteld. Indien nodig wordt hiervoor de Dividendreserve aangewend. Met ingang van de verdeling van het resultaat over 2019 wordt een Dividendreserve op de balans opgenomen.
  • Van een eventueel restant wordt de ene helft als dividend aan de aandeelhouders beschikbaar gesteld en de andere helft toegevoegd aan de Dividendreserve.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft dit voorstel goedgekeurd.

Over de jaren 2019 en 2020 zijn de volgende gegevens bekend:

jaar resultaat na vennootschapsbelasting in €

2019 279.500

2020 92.000

In 2019 zijn er geen nieuwe aandelen geplaatst.

Vraag 2 3 punten

Bereken het bedrag dat als gevolg van de verdeling van het resultaat over

2019 aan de Dividendreserve wordt toegevoegd.

Bekijk het antwoord
  • aantal geplaatste aandelen = = 240.000 (1)
  • toevoeging aan Dividendreserve: (279.500 – 50.000 – 240.000 x 0,40) x 0,5 = € 66.750 (2)

Vraag 3 2 punten

Bereken de grootte van de Dividendreserve nadat de uitkeringen van het resultaat van 2020 aan de aandeelhouders verwerkt zijn.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer een kandidaat uitkomt op een negatieve Dividendreserve, wordt

1 scorepunt in mindering gebracht.

Opgave 2

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 4.

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Broekenhuis nv is een landelijke keten van broekenwinkels. De keten richt zich op consumenten in grote steden. De missie van Broekenhuis luidt sinds de oprichting in 2010:

In elke stad in Nederland met meer dan 100.000 inwoners staat in 2025 minimaal één Broekenhuis.

Een medewerker van de afdeling Marketing van Broekenhuis bekritiseert deze missie: ‘De markt voor kleding anno 2021 is anders dan die in 2010. Vooral door het toegenomen fenomeen ‘showrooming’ (zie informatiebron 1) zie ik zeker gevaar voor de winstgevendheid van kledingwinkels zonder webwinkel. Ik vraag me af of we wel nieuwe vestigingen moeten openen.’

In het concurrentiemodel van Porter worden vijf krachten beschreven die het winstpotentieel van een markt bepalen.

Vraag 4 2 punten

Geef van twee krachten uit het model van Porter aan op welke wijze de opkomst van webwinkels het winstpotentieel van kledingwinkels zonder webwinkel bedreigt. Motiveer het antwoord.

Bekijk het antwoord

Opmerking Zowel de kracht als de motivatie moeten correct zijn om 1 scorepunt toe te kennen per antwoord.

Ondanks de kritiek van de medewerker besluit de directie toch meer vestigingen te openen. Op 1 januari 2021 zijn er nog vier steden met meer dan 100.000 inwoners die geen Broekenhuis hebben (zie informatiebron 2). De directie wil in de periode 2021 tot en met 2025 in deze vier steden een Broekenhuis gaan realiseren. De directie wil het plan doorzetten indien ze hiervoor de financiering kan regelen.

De directie kiest ervoor om te starten in die stad met het verwachte hoogste marktaandeel op basis van de omzet in 2021 en niet in een stad op basis van de verwachte grootste omzet in 2021.

Vraag 5 2 punten

Toon met behulp van een berekening van het verwachte marktaandeel op basis van de omzet van Apeldoorn aan dat Apeldoorn niet de eerste stad is waarin Broekenhuis een nieuwe vestiging zal openen (zie informatiebron 2).

Bekijk het antwoord
  • marktaandeel op basis van omzet van Apeldoorn = 5.000 x 40 x 100% = 4,07%. Dit is < 5,00% van Emmen. 120.000 x 41 (2)

Financieringsbehoefte

Voor de aankoop en verbouwing van deze vier vestigingen

  • moet er naar schatting van 2021 tot en met 2025 maandelijks op de laatste dag van de maand een bedrag van € 250.000 per keer worden betaald aan aannemers. De eerste betaling is op 31 januari 2021 en de laatste betaling is op 31 december 2025.
  • moeten er naar schatting de volgende eenmalige grotere betalingen voor de aankoop van bedrijfspanden worden gedaan:
  • op 1 januari 2021: € 2.000.000
  • op 1 januari 2023: € 3.000.000
  • op 1 januari 2025: € 5.000.000

Vanwege de lage rentestand wordt al het geld dat nodig is om alle bovenstaande toekomstige betalingen te kunnen doen in één keer aangetrokken op 1 januari 2021. Van deze betalingen wordt de contante waarde per 1 januari 2021 berekend. De verwachte gemiddelde marktrente van 0,02% samengestelde interest per maand wordt hierbij als rekenrente gebruikt.

Vraag 6 4 punten

Toon met behulp van een berekening aan dat, afgerond op een veelvoud van € 1.000, de contante waarde van de toekomstige betalingen op

1 januari 2021 in totaal afgerond € 24.847.000 is (zie formuleblad).

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan elk deelantwoord > 15.000.000 geen scorepunten toekennen.

Opmerking Aan elk deelantwoord > 10.000.000 (= 2.000.000 + 3.000.000 + 5.000.000) geen scorepunten toekennen.

Financieringsplan

Het benodigde bedrag van € 24.847.000 zal op drie manieren worden verkregen (zie informatiebron 3).

De emissiekoers van de converteerbare obligaties is 125%.

Vraag 7 2 punten

Geef twee bedrijfseconomische redenen waarom beleggers bereid zijn voor een converteerbare obligatie meer dan de nominale waarde te betalen.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − De interestvergoeding op de obligaties (0,05% per maand) is hoger dan de interestvergoeding op een bankrekening. − De converteerbare obligatie biedt een financieel interessante mogelijkheid om aandelen te verkrijgen tegen een koers die lager is dan de beurskoers. − Converteerbare obligaties hebben weinig risico, omdat er een vaste interestvergoeding is, maar kunnen wel profiteren van een waardestijging van de onderliggende aandelen. per juiste reden (1) (2)

De directie van Broekenhuis wilde aanvankelijk zoveel mogelijk financieren met eigen vermogen, de aandeelhouders wilden zoveel mogelijk financieren met vreemd vermogen. Uiteindelijk is er een compromis gevonden in de uitgifte van een converteerbare obligatielening.

Vraag 8 2 punten

Leg uit waarom de uitgifte van een converteerbare obligatielening hier als een compromis van vreemd vermogen en eigen vermogen kan worden gezien.

Bekijk het antwoord
  • Een converteerbare obligatielening is vreemd vermogen, (1)
  • maar wordt bij een conversie omgezet in eigen vermogen (in de vorm van geplaatst aandelenkapitaal) (1)

De aandeelhouders stellen een maximum aan het aantal uit te geven aandelen.

Vraag 9 2 punten

Geef twee bedrijfseconomische redenen waarom de aandeelhouders een eis stellen aan het maximumaantal uit te geven aandelen.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste redenen zijn: − Er treedt anders (te veel) stemverwatering op. − Het dividend per aandeel zal in de toekomst anders (te veel) zakken. − De beurskoers zal anders (te veel) zakken. − De intrinsieke waarde per aandeel zal anders (te veel) zakken. per juiste reden (1) (2)

In informatiebron 4 is de balans van Broekenhuis per 31 december 2020 weergegeven.

Door de solvabiliteitseis kan niet het gehele bedrag van € 24.847.000 in de vorm van vreemd vermogen worden aangetrokken, omdat er een maximum is aan het totale vreemd vermogen per 1 januari 2021.

Vraag 10 2 punten

Bereken de maximale hoogte van het totale vreemd vermogen per

1 januari 2021 na het aantrekken van € 24.847.000.

Bekijk het antwoord
  • nieuw totaal vermogen = 125.153.000 + 24.847.000 = 150.000.000 (1)
  • maximaal vreemd vermogen: x 100% = 160% vreemd vermogen VV = 93.750.000 (1)

Vraag 11 6 punten

Toon met behulp van een berekening aan of de directie van Broekenhuis het plan zal doorzetten. Vul hiertoe de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

in € berekening financieringsbehoefte 24.847.000 zie vraag 6 emissie obligaties 8.000.000 3.200 x 2.000 x 1,25 ophoging lening bij de 12.497.000 93.750.000 (vraag 10)

  • Roetbank 8.000.000
  • 5.800.000
  • 12.000.000
  • 42.919.000
  • 11.600.000
  • 934.000 te verkrijgen uit 4.350.000 24.847.000
  • 8.000.000
  • aandelenemissie 12.497.000 aantal te plaatsen 181.174,51 24,50 x (1
  • 0,02) = 24,01 aandelen 4.350.000 / 24,01

Broekenhuis zet het plan wel/niet door, want het aantal geplaatste 181.174,51 aandelen stijgt met x 100% = 4,53% 2.000.000 0,5 (Dit is minder dan 5%.)

of

2.000.000 Er mogen maximaal x 0,5 = 200.000 aandelen worden geplaatst 0,05 (181.174,51 < 200.000).

Opmerking Als 181.174,51 is afgerond, geen scorepunt in mindering brengen.

Opgave 3

In deze opgave is de btw 9%.

Wie in Rijnmond een ijsje wil halen, gaat al snel naar IJsbrand IJs. Al decennia lang heeft de eigenaar IJsbrand Bol hier een ijsspeciaalzaak, waar hij ambachtelijk schepijs verkoopt. Om meer nostalgie uit te stralen, heeft IJsbrand in 2017 besloten om een ondertitel toe te voegen aan zijn bedrijfsnaam. Deze luidt sindsdien:

IJsbrand IJs onwijs lekker ijs sinds 1978

Vraag 12 1 punt

Tot welke P van de marketingmix behoort de toevoeging van een ondertitel?

Bekijk het antwoord
  • promotie (1)

Als je bij IJsbrand IJs een ijsje koopt, krijg je één grote bol op de befaamde ijsbrandhoorn. Het is niet mogelijk om meerdere bollen ijs op één hoorn te krijgen.

Voor het bepalen van het voorcalculatorisch bedrijfsresultaat over 2021 heeft IJsbrand de volgende gegevens beschikbaar:

verwachte afzet 20.000 stuks hoorn + bol ijs normale afzet 25.000 stuks hoorn + bol ijs verkoopcapaciteit 50.000 stuks hoorn + bol ijs kosten ingrediënten: hoorn € 0,21 per hoorn kosten ingrediënten: ijs € 19,00 per 5 liter ijs1) verwachte constante kosten € 15.000 per jaar resultaat per product 50% van de verkoopprijs exclusief btw btw 9%

noot 1 Uit één liter ijs worden standaard 20 bollen ijs gehaald.

Vraag 13 3 punten

Bereken de voorgecalculeerde verkoopprijs inclusief btw per ijsje (hoorn + bol ijs) in 2021.

Bekijk het antwoord
  • variabele kosten = 0,21 + = 0,21 + 0,19 = 0,40 (1)
  • constante kosten = = 0,60 25.000 standaardkostprijs 1,00 (1)
  • resultaat per product 1,00 verkoopprijs exclusief btw 2,00 btw 0,18 verkoopprijs inclusief btw € 2,18 (1)

Vraag 14 2 punten

Bereken met behulp van het voorcalculatorisch verkoopresultaat en het voorcalculatorisch bezettingsresultaat het voorcalculatorisch bedrijfsresultaat. Geef aan of het voordelige of nadelige resultaten betreft.

Bekijk het antwoord
  • voorcalculatorisch verkoopresultaat = (2,00 – 1,00) x 20.000 = 20.000 (voordelig) (1)
  • voorcalculatorisch bezettingsresultaat = (20.000 – 25.000) x 0,60 = 3.000 nadelig voorcalculatorisch bedrijfsresultaat = € 17.000 voordelig (1)

Op de uitwerkbijlage bij vraag 15 is de lijn getekend die het verband weergeeft tussen de productie/afzet en het voorcalculatorisch bedrijfsresultaat over 2021.

Vraag 15 2 punten

Teken de lijn die het verband weergeeft tussen de verwachte afzet/productie en het voorcalculatorisch bezettingsresultaat over 2021. Gebruik hiertoe de uitwerkbijlage bij deze vraag.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De lijn start bij – 15.000 (1)
  • De lijn snijdt de x-as bij 25.000 en eindigt bij 50.000 op de x-as op de hoogte van 15.000 op de y-as (1)

Opgave 4

Bij deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Schrijf & Zo bv is een groothandel in kantoormiddelen. Per 31 december 2020 zijn onderstaande kengetallen van Schrijf & Zo en van de kantoormiddelenbranche bekend:

kengetal (op 31 december 2020) Schrijf kantoormiddelenbranche & Zo (gemiddeld) current ratio: vlottende activa 1,13 1,0 kort vreemd vermogen quick ratio: vlottende activa exclusief voorraden 0,5 0,5 kort vreemd vermogen solvabiliteit: vreemd vermogen 71% 60% x 100% totaalvermogen

De financieel directeur van Schrijf & Zo merkt op dat de current ratio van Schrijf & Zo groter is dan het gemiddelde van die in de kantoorartikelenbranche. In vergelijking met de kantoormiddelenbranche is bij Schrijf & Zo een bepaalde omvang van de vlottende activa met relatief … (1) … kort vreemd vermogen gefinancierd dan met eigen vermogen en/of lang vreemd vermogen.

Vraag 16 1 punt

Wat moet bij (1) ingevuld worden om een bedrijfseconomisch juiste zin te krijgen? Kies uit: a meer b minder

Bekijk het antwoord
  • b minder (1)

De ontwikkeling van de kapitaalmarktrente heeft in 2020 invloed gehad op de solvabiliteit in de branche.

Omdat de kapitaalmarktrente in 2020 is gedaald, is door het afsluiten van nieuwe leningen de gemiddelde interest op het vreemd vermogen (IVV) in de kantoormiddelenbranche ...a… . De rentabiliteit op het totaal geïnvesteerd vermogen (RTV) bleef gelijk. Door meer vreemd vermogen en de verandering van IVV werd het hefboomeffect in de kantoormiddelenbranche …b... en is de solvabiliteit in de vreemd vermogen kantoormiddelenbranche gemeten door x 100% ...c… totaalvermogen

Vraag 17 2 punten

Wat moet bij a, b en c ingevuld worden om een bedrijfseconomisch juiste zin te krijgen? Kies uit: bij a: gestegen / gedaald bij b: groter / kleiner bij c: verbeterd / verslechterd

Bekijk het antwoord
  • a = gedaald b = groter (1)
  • c = verslechterd (1)

De balans per 31 december 2020 en de winst- en verliesrekening over

2020 van Schrijf & Zo zijn hieronder weergegeven.

debet Balans Schrijf & Zo per 31 december credit

2020 (getallen x € 1) Vaste activa 130.000 Eigen vermogen 64.000 Vlottende activa: Lang vreemd vermogen 76.000

  • Debiteuren 30.000 Kort vreemd vermogen 80.000
  • Voorraden 50.000
  • Liquide middelen 10.000

220.000 220.000

Alle getallen in de balans zijn ook de jaargemiddelden over 2020.

Winst- en verliesrekening Schrijf & Zo over 2020 (getallen x € 1) omzet 200.000 inkoopwaarde omzet 100.000 afschrijvingskosten 20.000 overige bedrijfskosten 50.000 interestkosten 5.000

resultaat voor belasting 25.000

Vraag 18 3 punten

Bereken de rentabiliteit van het totaalvermogen (RTV) van Schrijf & Zo over 2020 met behulp van het Dupontschema. Vul hiertoe het Dupontschema in de uitwerkbijlage volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

EBIT = € 30.000 (25.000 + 5.000) : EBIT-marge = 15%

omzet = € 200.000

x RTV = 13,6%

omzet = € 200.000

omloopsnelheid van : het GTV 0,9091

Doordat Schrijf & Zo veel incourante voorraden heeft, namelijk 30% van de totale voorraadwaarde, wil de financieel directeur deze voorraden op

1 januari 2021 met een korting en dus onder de balanswaarde verkopen. De ontvangsten uit deze uitverkoop komen op 1 januari 2021 bij de liquide middelen.

Vraag 19 2 punten

Welk gevolg heeft de verkoop met korting voor de current ratio van Schrijf & Zo? Motiveer het antwoord en betrek in het antwoord zowel het teller- als het noemereffect.

Bekijk het antwoord
  • De teller neemt af doordat de voorraden met een groter bedrag afnemen dan de liquide middelen toenemen (1)
  • De noemer blijft gelijk omdat het kort vreemd vermogen gelijk blijft. De current ratio verslechtert (1)

Ondanks de uitverkoop van de incourante voorraden komt Schrijf & Zo in de financiële problemen. Er wordt in de loop van 2021 surseance van betaling aangevraagd.

Vraag 20 1 punt

Wie kan deze surseance van betaling aanvragen?

  1. A een crediteur van Schrijf & Zo
  2. B de Belastingdienst
  3. C Schrijf & Zo
  4. D de curator
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Opgave 5

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 5 tot en met 8.

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Paul van Haperen is een aardappelteler uit Zeeuws-Vlaanderen. Uit de aardappelteelt wil hij jaarlijks een resultaat van minimaal € 42.000 behalen. In informatiebron 5 staan gegevens over het bedrijf van Paul en de aardappelmarkt.

Vraag 21 3 punten

Bereken of Paul op basis van een gemiddelde oogst tegen de gemiddelde prijs het minimaal gewenste resultaat kan behalen. Vul hiertoe de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Resultaat uit een gemiddelde aardappeloogst tegen de gemiddelde prijs € € ruimte voor berekeningen 2 x 12 = 8 3 omzet 88.000 8 x 50 = 400 ton

400 x 220 zaaigoed 12.000 400 x 30 loonwerkers 16.000 8 x 2.000 overige kosten 15.200 totale kosten 43.200 verwacht resultaat 44.800

Conclusie: Paul kan wel/niet het minimaal gewenste resultaat behalen, want 44.800 > 42.000.

In mei 2020 ziet Paul al dat de teelt van de aardappelen voorspoedig gaat en hij verwacht zijn gemiddelde oogst in tonnen per hectare precies te behalen. Vanwege de heftige prijsschommelingen van de afgelopen jaren zoekt hij echter zijn prijszekerheid op de termijnmarkt voor aardappelen, de EPX (European Potatoes Exchange). De EPX is een voorbeeld van een financiële markt.

Vraag 22 1 punt

Noem een instantie die in Nederland toezicht houdt op de financiële markten.

Bekijk het antwoord
  • een van de volgende antwoorden: − Autoriteit Financiële Markten / AFM − De Nederlandsche Bank / DNB (1)

Aankoop termijncontract

Paul koopt via de EPX een termijncontract met voor hem een gegarandeerde minimumprijs (zie informatiebron 6).

Vraag 23 1 punt

Dit termijncontract kan het beste vergeleken worden met

  1. A een putoptie, want Paul heeft de plicht te verkopen/leveren.
  2. B een calloptie, want Paul heeft de plicht te verkopen/leveren.
  3. C een putoptie, want Paul heeft het recht te verkopen/leveren.
  4. D een calloptie, want Paul heeft het recht te verkopen/leveren.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Paul vraagt zich eerst af of hij na de koop van dit termijncontract nog wel bij elke marktprijs zijn gewenste minimale resultaat van € 42.000 kan behalen (zie informatiebron 7 en de bijbehorende grafiek staat in de uitwerkbijlage die hoort bij vraag 25). Hieruit blijkt dat dit niet lukt met het gekochte termijncontract.

Verkoop termijncontract

Het door Paul gekochte termijncontract geeft wel zekerheid, maar behaalt het gewenste resultaat dus niet. Daarom zoekt Paul naar een manier om zijn resultaat over 2020 te verhogen en verkoopt hij via de EPX een termijncontract dat hem verplicht om de aardappels tegen een vastgestelde maximumprijs te leveren (zie informatiebron 8).

Pauls tweede vraag is of hij na koop van het eerste en verkoop van het tweede termijncontract bij elke marktprijs zijn minimaal gewenste resultaat zal behalen. Hij berekent daartoe bij verschillende marktprijzen zijn opbrengsten en kosten.

Vraag 24 4 punten

Bereken bij de verschillende marktprijzen de opbrengsten en kosten. Vul hiertoe de uitwerkbijlage bij deze vraag in.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Verwacht resultaat bij een gemiddelde oogst, met een gekocht en verkocht termijncontract, bij verschillende marktprijzen

marktprijs per ton in €

210 220 230 240 opbrengsten

  • oogst 88.000 88.000 92.000 92.000
  • verkocht 3.200 3.200 3.200 3.200 termijncontract kosten
  • oogst (vraag 21) 43.200 43.200 43.200 43.200
  • gekocht 4.800 4.800 4.800 4.800 termijncontract

verwacht resultaat 43.200 43.200 47.200 47.200

gemiddelde oogst in ton 400 ton (zie vraag 21) opbrengsten oogst bij marktprijs van: € 210: 400 x 220 (minimumprijs) = 88.000 € 220: 400 x 220 = 88.000 € 230: 400 x 230 = 92.000 € 240: 400 x 230 (maximumprijs) = 92.000 opbrengst verkocht 16 x 200 = 3.200 termijncontract kosten gekocht termijncontract 16 x 300 = 4.800

Paul maakt een grafiek met daarop twee lijnen:

1 zijn verwachte resultaat met alleen het eerste termijncontract (al getekend in de uitwerkbijlage met lijn (1))

2 zijn verwachte resultaat met beide termijncontracten.

Vraag 25 2 punten

Teken in de uitwerkbijlage bij deze vraag het verloop van het resultaat dat Paul in 2020 uit de aardappelteelt verwacht te behalen bij een marktprijs van 200 tot 250 euro, als Paul gebruikmaakt van beide termijncontracten. Nummer de lijn (2).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • horizontale delen van lijn (2) (1)
  • schuin deel van lijn (2) (1)

Vraag 26 2 punten

Voldoet de situatie met beide termijncontracten aan de eis van Paul van een resultaat van € 42.000? Motiveer het antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • • Ja, de situatie met beide termijncontracten voldoet (1) • want zie antwoord vraag 24: zijn gegarandeerde resultaat is > € 42.000. of zie bij lijn (2): zijn gegarandeerde resultaat blijft > € 42.000 (1) (2)

Opgave 6

Verma bv is een verzekeringsmaatschappij voor particulieren. De bedrijfseconomische doelstelling van Verma is ‘het duurzaam realiseren van een positief bedrijfsresultaat’. Verma heeft als kernwaarden ‘rechtvaardigheid’ en ‘zorgvuldigheid’. Onlangs heeft Verma het personeelsbeleid herzien. De bedrijfseconomische doelstelling, kernwaarden en personeelsbeleid zijn aan elkaar gerelateerd volgens onderstaande structuur:

... (1) … leidt tot => ... (2) … leidt tot => … (3) …

Vraag 27 1 punt

Hoe zijn de drie begrippen ‘bedrijfseconomische doelstelling’, ‘kernwaarden’ en ‘personeelsbeleid’ gerelateerd aan elkaar? Noteer het antwoord door achter de nummers (1), (2) en (3) het juiste begrip te zetten.Noteer het als volgt: (1) = (2) = (3) =

Bekijk het antwoord
  • (1) = kernwaarden (2) = personeelsbeleid (3) = bedrijfseconomische doelstelling (1)

Marit Groenendijk heeft sinds 1 maart 2019 bij Verma een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Marit heeft medio 2020 een officieel gesprek met haar werkgever waarin Marit aangeeft tevreden te zijn over haar werk en werkzaamheden. Haar werkgever is ook tevreden over de kwaliteit van het werk dat Marit levert, maar heeft ook een aantal verbeterpunten. Ze maken in onderling overleg afspraken over hoe Marit voor 1 januari 2021 verbetering kan gaan laten zien in haar werkzaamheden en op welke ondersteuning ze daarbij mag rekenen.

Vraag 28 2 punten

Hoe wordt een dergelijk gesprek tussen Marit en haar werkgever formeel genoemd? Motiveer het antwoord door een kenmerk van een dergelijk gesprek te noemen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt kan alleen worden toegekend als het eerste scorepunt is behaald.

Haar werkgever is van mening dat Marit zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden heeft en wil haar per 31 december 2020 ontslaan. Marit denkt dat dit ontslag ongegrond is en wil zich hiertegen verzetten.

Vraag 29 1 punt

Bij welke onafhankelijk(e) instelling/orgaan kan Marit voor hulp bij dit verzet terecht, gelet op de aard van de werkzaamheden van deze/dit instelling/orgaan?

  1. A de Arbodienst
  2. B de vakbond
  3. C de Ondernemingsraad
  4. D afdeling Personeelszaken
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Bedrijfseconomie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0400-a-21-2-o

Andere examens bedrijfseconomie vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (6), kostprijs en break-even (6) en financiering (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0400-a-21-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.