Eindexamen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (9), personeel en organisatie (6) en financiering (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Balans en resultatenrekening | 1-4, 13-16, 24 | 9 |
| Personeel en organisatie | 5-7, 10-12 | 6 |
| Financiering | 22, 26-30 | 6 |
| Investeren | 23, 25 | 2 |
| Marketing | 20 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 13 examens bedrijfseconomie vwo sinds 2021: dit examen vroeg meer over balans en resultatenrekening (38% van de vragen, gemiddeld 22%) en personeel en organisatie (25% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over kostprijs en break-even (0% van de vragen, gemiddeld 24%) en investeren (8% van de vragen, gemiddeld 15%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
Juweliersketen Ringeling nv presenteert in haar jaarverslag over 2021 onder andere de balans per 31 december 2021 voor resultaatverdeling:
Balans Ringeling per 31 december 2021 (getallen x € 1) debet Gebouwen 15.690.000 Inventaris 1.800.000 Debiteuren 2.300.000 Voorraden 2.650.000 Liquide middelen 1.100.000 23.540.000 credit Maatschappelijk aandelenkapitaal 9.000.000 Aandelen in portefeuille 6.000.000 3.000.000 Agioreserve 6.500.000 Algemene Reserve 5.000.000 Resultaat voor belasting 2021 640.000 Voorzieningen 2.000.000 Hypothecaire lening 5.000.000 Crediteuren 1.400.000 23.540.000
Verder is gegeven:
- De nominale waarde van een aandeel Ringeling is € 25.
- Over het resultaat voor belasting moet vennootschapsbelasting worden betaald. Hierover is bekend:
Verdeling van het resultaat
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 3 januari 2022 goedkeuring verleend aan het onderstaande voorstel tot de verdeling van het resultaat na vennootschapsbelasting.
− Er wordt € 1,50 dividend per aandeel beschikbaar gesteld, onderverdeeld in € 0,60 stockdividend en € 0,90 cashdividend.
- Het stockdividend wordt beschikbaar gesteld tegen de nominale waarde.
- Het restant wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve.
Vraag 1 2 punten
Bereken de toename van de Algemene Reserve als gevolg van de verdeling van het resultaat over 2021.
Bekijk het antwoord
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
Vraag 2 2 punten
Bereken de intrinsieke waarde per aandeel op 3 januari 2022 nadat aan alle verplichtingen als gevolg van de verdeling van het resultaat over 2021 is voldaan.
Bekijk het antwoord
- Eigen Vermogen = 3.000.000 + 120.000 x 0,60 + 6.500.000 + 5.000.000 + 324.500 = 3.072.000 + 6.500.000 + 5.324.500 = 14.896.500 (1)
- = € 121,23 (1)
Bernhard heeft 2.500 aandelen Ringeling. De dividendbelasting is 15%.
Vraag 3 2 punten
Bereken het bedrag dat Bernhard op zijn bankrekening krijgt overgemaakt als gevolg van de verdeling van het resultaat over 2021.
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
- Afrondingsverschillen niet fout rekenen.
Ringeling berekent de solvabiliteit aan de hand van de volgende formule: (totaal vermogen / vreemd vermogen) x 100%.
Vraag 4 2 punten
Welk gevolg hebben de resultaatverdeling en het voldoen aan alle verplichtingen die hieruit voortkomen voor de solvabiliteit van Ringeling? Motiveer het antwoord zonder een berekening te maken. Betrek in het antwoord zowel het teller- als het noemereffect van de solvabiliteit.
Bekijk het antwoord
- Door resultaatverdeling daalt het totale vermogen (de teller) doordat (voorbeelden van een juiste reden): − creditzijde: daling Eigen vermogen door winstverdeling − debetzijde: daling Liquide middelen door winstuitkeringen (1)
- Omdat het vreemd vermogen (de noemer) gelijk blijft daalt de solvabiliteit (1)
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5.
In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.
Biohuis nv importeert biologisch afbreekbare bouwblokken (bioblokken, gemaakt van suikerriet, maïs en cassave) en levert deze aan bouwbedrijven. Deze gebruiken de blokken voor het relatief goedkoop kunnen bouwen van woningen voor studenten.
Biohuis is behoorlijk getroffen door de economische crisis als gevolg van het coronavirus. De afzet is sinds de eerste helft van 2020 flink gedaald. Biohuis wil overgaan tot een reorganisatie, waarbij een deel van het personeel zal worden ontslagen.
Vraag 5 2 punten
Noem de twee stakeholders die het personeel vertegenwoordigen bij een reorganisatie.
Bekijk het antwoord
- de ondernemingsraad (OR) (1)
- de vakbond (1)
Reorganisatie
In november 2021 zag Biohuis al aankomen dat het onvermijdelijk is dat er ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen zullen gaan vallen (zie informatiebron 1). De ontslagen in fase 2 zijn wegens bedrijfseconomische redenen en niet wegens dringende redenen.
Vraag 6 2 punten
Leg uit wat het verschil is tussen een bedrijfseconomische reden voor ontslag en een dringende reden voor ontslag. Betrek beide redenen voor ontslag in het antwoord.
Bekijk het antwoord
- Bij ontslag wegens een bedrijfseconomische reden ligt de reden voor ontslag buiten de werknemer (1)
- Bij ontslag wegens een dringende reden is de reden voor ontslag het functioneren van de werknemer zélf (1)
De ontslagen binnen Biohuis worden wettelijk verdeeld over vijf leeftijdsklassen volgens het principe ‘last in first out’ binnen elke leeftijdsklasse. Dit principe van ontslagverdeling wordt ook wel het afspiegelingsbeginsel genoemd. Zonder deze wettelijke regel had Biohuis vrije ontslagkeuze: Biohuis mag dan zelf bepalen welke medewerkers er ontslagen zullen worden.
Vraag 7 2 punten
Geef twee niet-financiële voordelen voor Biohuis van ontslagbepaling volgens het afspiegelingsbeginsel ten opzichte van vrije ontslagkeuze. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − Een werkgever hoeft nu niet te beargumenteren waarom hij een bepaalde medewerker wel ontslaat en anderen niet. − Gelijkmatige leeftijdsopbouw (diversiteit) blijft gehandhaafd: hierdoor is kennisbehoud beter gewaarborgd / verschillende leeftijdsgroepen hebben een verschillende inbreng. per juist voordeel (1) (2)
Het kan zijn dat de beëindigingsvergoeding van € 15.000 bij vrijwillig ontslag (fase 1) hoger is dan de te betalen transitievergoeding (fase 2). Toch heeft Biohuis in dit geval de voorkeur om werknemers vrijwillig te laten vertrekken boven gedwongen ontslag.
Vraag 8 2 punten
Geef hier twee redenen voor.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − Het is voor de sfeer binnen het bedrijf beter indien er minder gedwongen ontslagen in fase 2 vallen. − De bijkomende kosten van gedwongen ontslagen (fase 2), zoals juridisch advies of door de rechter opgelegde vergoedingen aan de werknemer zijn hoog. − Biohuis behoudt graag de laatst binnengekomen medewerkers. − Werknemers van Biohuis die al niet gemotiveerd waren, zullen nu hopelijk opstappen. per juiste reden (1) (2)
Lot Kienstra werkt sinds 1 november 2016 bij Biohuis. Ze is samen met één andere collega verantwoordelijk voor het binnenhalen van orders voor de afzet van de bioblokken: de afdeling ‘verkoop’. Lot weet dat ze de laatst aangenomen werknemer is in haar leeftijdsklasse en vreest voor haar ontslag in fase 2. Ze is namelijk rond gaan vragen in het bedrijf en heeft nog van niemand in haar leeftijdsklasse gehoord dat die vrijwillig ontslag neemt (fase 1). Ze wil bepalen of het financieel verstandiger is om vrijwillig ontslag te nemen (fase 1) of om zich te laten ontslaan (fase 2).
Ze heeft van haar manager een concept beëindigingsovereenkomst gekregen (zie informatiebron 2) met de bepalingen bij vrijwillig ontslag (fase 1).
Lot leest dat in geval van vrijwillig ontslag Biohuis haar verbiedt, vanaf het moment van haar ontslagaanzegging tot aan 1 april 2022, haar klantcontacten te benaderen.
Vraag 9 1 punt
Welk belang heeft Biohuis bij dit verbod?
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Lot kan zich negatief uitlaten over Biohuis. − Biohuis wil voorkomen dat Lot contacten meeneemt naar een nieuwe werkgever. − Lot is vanaf het moment van ontslagaanzegging niet meer verzekerd voor bedrijfsongevallen, waardoor Biohuis zelf voor kosten bij bedrijfsongevallen aansprakelijk wordt. (1)
Transitievergoeding in fase 2
Bij ontslag wordt er een transitievergoeding betaald door de werkgever. Deze is mede bedoeld om het zoeken naar een andere baan te faciliteren. De transitievergoeding is afhankelijk van het brutomaandsalaris per volledig dienstjaar vanaf de eerste werkdag. Dit bedrag bestaat bij Lot uit een basissalaris en een provisie, die onder andere afhankelijk is van omzet en kosten (zie informatiebron 3 en 4).
Als uitgangspunt wordt op 1 april 2022 de gemiddelde provisie van de afgelopen 12 maanden (tweede kwartaal 2021 tot en met eerste kwartaal 2022) berekend.
Vraag 10 4 punten
Bereken de gemiddelde provisie inclusief vakantiegeld per maand van Lot in deze afgelopen 12 maanden (zie informatiebron 3 en 4). Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
getallen x € 1 Biohuis tweede derde + eerste totaal kwartaal vierde kwartaal
2021 kwartaal 2022 2021 omzet
- inkoopwaarde van de omzet 1.430.000 variabele bedrijfskosten exclusief provisiekosten 333.500 omzet
- totale variabele kosten exclusief provisiekosten 218.000 2.355.000 1.096.500 3.669.500
omzet
- inkoopwaarde van de omzet in eerste 44 (3) 3.640.000 x x = 1.430.000 kwartaal 2022 56 (6) variabele bedrijfskosten (3) 667.000 x = 333.500 exclusief provisiekosten in (6) eerste kwartaal 2022
gemiddelde provisie 3.669.500 (24) 0,025 x x x 1,08 = 3.302,55 inclusief vakantiegeld 12 (60) per maand voor Lot (+ berekening)
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
Lot heeft altijd de mening gehad dat de wijze waarop de provisie wordt bepaald, zeker in het begin, maar nu ook aan het einde van haar dienstverband, voor haar nadelig kan uitpakken.
Vraag 11 2 punten
Onderbouw de mening van Lot. Betrek in het antwoord het begin en het einde van het dienstverband van Lot en informatiebron 3 en 4.
Bekijk het antwoord
- In het begin van haar dienstverband wordt de provisie voor Lot bepaald op basis van de omzet/orders, waarvoor haar voorganger heeft gezorgd: deze omzet kan veel lager zijn dan dat wat Lot behaald zou hebben (1)
- De provisie over de door Lot binnengehaalde orders in het laatste halfjaar van haar dienstverband zal ze nooit ontvangen (1)
Uit informatiebron 5 is af te leiden hoe hoog de transitievergoeding is die Lot zal ontvangen als Lot zich laat ontslaan (fase 2).
Als het bedrag dat ze krijgt bij vrijwillig ontslag (fase 1) hoger is dan de te ontvangen transitievergoeding (fase 2), zal Lot haar vrijwillig ontslag indienen.
Vraag 12 3 punten
Zal Lot haar vrijwillig ontslag indienen? Motiveer het antwoord met behulp van een berekening.
Bekijk het antwoord
- brutoloon inclusief provisie = 1.320 x 1,08 + 3.302,55 = 4.728,71 (1)
- Lot is 5 jaar en 5 maanden in dienst. Ze heeft recht op een transitievergoeding van 8.125 (1)
- Vrijwillig ontslag levert haar een bedrag op van 15.000 x 24 = € 9.000 40 Lot zal haar vrijwillig ontslag indienen, want € 9.000 > € 8.125 (1)
Opgave 3
Sporty, met als rechtsvorm de eenmanszaak, is een groothandel in sportartikelen in Haarlem. Van Sporty zijn de volgende gegevens bekend:
debet Gedeeltelijke balansen Sporty (getallen x € 1) credit 31-3-2022 31-12-2021 31-3-2022 31-12-2021 Debiteuren ……….. ………… Eigen vermogen 188.500 150.000 Voorziening Voorraden …..I….. 500.000 onderhoud ..…III..… 5.000 Te vorderen btw …….... 210.000 Crediteuren ……...… …II….. Liquide Te betalen middelen ….IV…. 75.000 btw …….….. 260.331
verkopen inclusief 21% btw inkopen inclusief 21% btw kwartaal 4 van 2021 1.500.000 ……..… kwartaal 1 van 2022 1.149.500 423.500
− Alle in- en verkopen vinden gelijkmatig binnen het kwartaal plaats.
- Van de verkopen is de helft op rekening.
- Alle inkopen zijn op rekening.
- De krediettermijn debiteuren en de krediettermijn crediteuren zijn 1,5 maand. Van deze krediettermijnen wordt volledig gebruik gemaakt.
- Alle verkochte en ingekochte producten worden op de dag van verkoop en inkoop respectievelijk afgeleverd en ontvangen.
- De inkoopwaarde is 40% van de omzet.
- De btw wordt op de eerste dag van het volgende kwartaal met de Belastingdienst verrekend.
Vraag 13 2 punten
Bereken de grootte van de balanspost Voorraden per 31 maart 2022 (I).
Bekijk het antwoord
- x 0,4 = 380.000
- 1,21 € 470.000 (1) Opmerking Als de kandidaat de btw foutief meeneemt bij de berekening, wordt
1 scorepunt in mindering gebracht.
De posten Te vorderen btw en Te betalen btw hebben op 31 december
2021 alleen betrekking op de inkopen en verkopen van de sportartikelen.
Vraag 14 2 punten
Bereken de grootte van de balanspost Crediteuren per 31 december 2021 (II).
Bekijk het antwoord
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
In februari 2022 is door Sporty € 3.630 inclusief € 630 btw betaald aan een schildersbedrijf voor het onderhoud van het pand van Sporty. De maandelijkse dotatie aan Voorziening onderhoud is € 500.
Vraag 15 1 punt
Bereken de grootte van de balanspost Voorziening onderhoud per
31 maart 2022 (III).
Bekijk het antwoord
- 5.000 + (3 x 500) – (3.630 – 630) = € 3.500 (1)
Naast bovenstaande gegevens zijn de overige kosten en overige uitgaven € 500.000 in het eerste kwartaal van 2022. De eigenaar van Sporty neemt elk kwartaal bedragen op van de bankrekening van Sporty voor privédoeleinden.
Vraag 16 2 punten
Bereken de totale privéopnames door de eigenaar van Sporty in het eerste kwartaal van 2022. Vergelijk hiervoor het eigen vermogen per
31 maart 2022 met het eigen vermogen per 31 december 2021.
Bekijk het antwoord
- 1.149.500 150.000 + x (1 – 0,4) – 3 x 500 – 500.000 – privéopnames = 1,21 188.500 Privéopnames = 30.000 in het eerste kwartaal. (2)
Opgave 4
Nieck Wanders heeft sinds 2010 een fitnessstudio in Puttershoek: Wanders Sport. De laatste jaren merkt hij dat zijn winst flink afneemt. Hij hoort van concurrerende fitnessstudio’s in de stad dat zij hetzelfde probleem hebben. Samen met twee concurrenten onderzoekt Nieck de winstgevendheid van de fitnessbranche.
Vijfkrachtenmodel van Porter
Voor hun analyse gebruiken ze het vijfkrachtenmodel van Porter. Deze vijf krachten zijn: I. Interne concurrentie in de markt II. (Dreiging van) nieuwe toetreders III. … IV. … V. …
Vraag 17 3 punten
Noem de overige drie krachten en geef per kracht aan hoe deze een bedreiging zou kunnen vormen voor de winstgevendheid van de fitnessbranche.
Bekijk het antwoord
- − (Onderhandelingspositie van) leveranciers: er is een beperkte hoeveelheid leveranciers van fitnessapparatuur, waardoor de prijs voor de fitnessstudio’s hoog is. − (Onderhandelingspositie van) afnemers: er zijn veel fitnessstudio’s in de buurt, waardoor de klant een lagere prijs / betere service kan afdwingen / makkelijk kan overstappen naar een concurrent. − (Bedreiging van) substituten: er zijn veel andere vormen van lichaamsbeweging, die een vergelijkbaar resultaat opleveren als fitnessen bij een fitnessstudio, zoals fitness thuis / op het werk, andere sporten, etc. per juiste kracht en juiste motivatie (1) (3)
Sommige marketeers vinden dat er een zesde kracht aan dit model zou moeten worden toegevoegd: de ‘Invloed van de Overheid’.
Vraag 18 2 punten
Geef twee voorbeelden van de manier waarop de overheid invloed kan hebben op het winstpotentieel van de fitnessbranche. Licht de voorbeelden toe.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer er twee verschillende wetten of twee vormen van subsidies / overheidssteun worden genoemd en juist toegelicht: dit ook goed rekenen.
Verkoopcijfers
Nieck heeft een aantal cijfers van Wanders Sport vergeleken met cijfers van de fitnessbranche in Puttershoek en in heel Nederland.
Wanders Sport Puttershoek Nederland aantal index omzet aantal index omzet aantal index omzet klanten totale per klanten totale per klanten totale per omzet klant omzet klant omzet klant per per per jaar jaar jaar
2019 240 100 ….. 950 100 …. 2.140.000 100 …..
2020 229 99 € 228 932 98 ….. 2.226.000 104 ….
2021 215 97 (vraag 880 95 € 251 2.356.000 109 € 203 19)
Ondanks de daling van het aantal klanten is de omzet per klant in 2021 wél toegenomen ten opzichte van 2020.
Vraag 19 2 punten
Bereken de omzet per klant in 2021 voor Wanders Sport.
Bekijk het antwoord
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
Vraag 20 2 punten
Bereken het marktaandeel in procenten op basis van omzet van Wanders Sport in Puttershoek in 2021.
Bekijk het antwoord
Opmerking voor de volgende berekening moeten ook scorepunten worden toegekend:
215 x 237,94 x 100% = 0,01% 2.356.000 x 203
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
Opgave 5
Bij deze opgave hoort informatiebron 6.
In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.
Jan Bos is eigenaar van de eenmanszaak “J. Bos Schilderwerken”. Informatiebron 6 bevat (een gedeelte van) de jaarrekening over 2021. Jan Bos overweegt om per 1 januari 2022, zijn zestigste verjaardag, te stoppen met werken en wil zijn bedrijf verkopen. Jan vindt op het internet dat in de schildersbranche de gemiddelde overnamesom van een eenmanszaak 2,3 keer het resultaat is en de gemiddelde overnamesom van een besloten vennootschap 3 keer het resultaat is.
Vraag 21 2 punten
Geef een verklaring voor dit verschil.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een bv heeft een betere continuïteit omdat deze niet afhankelijk is van een eigenaar (1p)
- hierdoor zal bij het berekenen van de overnamesom bij de bv het resultaat van meer jaren dan bij de overnamesom bij een eenmanszaak worden meegenomen (1p)
Jan heeft zes werknemers in dienst met een contract voor onbepaalde tijd. Deze zes willen gezamenlijk het schildersbedrijf overnemen met als nieuwe rechtsvorm een besloten vennootschap. De twee partijen spreken af om eerst een minimumovernamesom (Jan) en een maximumovernamesom (werknemers) te bepalen en vervolgens te kijken of ze tot overeenstemming kunnen komen.
Minimumovernamesom
Jan maakt zich geen zorgen over zijn inkomen na zijn zevenenzestigste verjaardag: vanaf 1 januari 2029 krijgt hij AOW en pensioen. De minimumovernamesom zal voldoende moeten zijn om de tussenliggende
7 jaren, van zijn zestigste tot zijn zevenenzestigste verjaardag, te overbruggen. Hij heeft de volgende gegevens verzameld over wat hij als maandelijks inkomen zou willen tot het bereiken van zijn AOW-leeftijd. Jan ziet de contante waarde van deze gewenste maandelijkse inkomens als zijn minimumovernamesom.
gewenst maandelijks inkomen € 4.700 aan het begin van elke maand eerste ontvangst 1 januari 2022 laatste ontvangst 1 december 2028 rekenrente 0,1 % per maand
Vraag 22 2 punten
Bereken de contante waarde per 1 januari 2022 van Jans gewenste maandelijkse inkomens in de jaren 2022 tot met 2028 (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
Opmerking Per fout wordt 1 scorepunt in mindering gebracht.
Maximumovernamesom
De zes werknemers willen maximaal 1,5 keer de intrinsieke waarde na resultaatverdeling van het bedrijf betalen.
Ze gaan er van uit dat Jan het gehele resultaat over 2021 aan het bedrijf zal onttrekken en ze zijn dan bereid om maximaal € 322.500 te betalen voor de overname. Dat is 1,5 x de intrinsieke waarde na resultaatverdeling over 2021. Er is dus sprake van goodwill.
Vraag 23 2 punten
Noem, in het algemeen, twee bedrijfseconomische redenen waarom overnamekandidaten bereid zijn om voor een bedrijf meer te betalen dan de intrinsieke waarde.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − de goede naam − het klantenbestand − de orderportefeuille − de komende winsten / kasstromen − goed geschoold personeel per juiste reden (1) (2)
Na deze eerste ronde zien de standpunten er als volgt uit:
gemiddelde overnamesom € 360.000 3 x 120.000 minimumovernamesom Jan Bos € ...……… vraag 22 1,5 x intrinsieke waarde maximumovernamesom personeel € 322.500 na resultaatverdeling
Onderhandelingen
De onderhandelingen lopen vast. Beide partijen besluiten een bemiddelaar in te schakelen. Deze bemiddelaar ziet ruimte in een andere verdeling van het resultaat over 2021 en stelt het volgende compromis voor.
− Jan laat € 50.000 van het resultaat over 2021 in het bedrijf zitten.
- Van het overige deel van het resultaat plus de overnamesom zou Jan de komende 7 jaar moeten kunnen leven volgens zijn wensen uit vraag 23.
- De zes werknemers betalen Jan € 360.000 als overnamesom.
Door dit compromis ontstaat er een nieuwe intrinsieke waarde na resultaatverdeling van het bedrijf.
Vraag 24 2 punten
Geef de veranderingen op de balans van het schildersbedrijf (ten opzichte van de balans vóór resultaatverdeling) aan als het resultaat op deze wijze verdeeld wordt. Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag waar nodig in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- balanspost +/– mutatie balanspost +/– mutatie Liquide middelen – € 70.000 Reserves + € 50.000 Resultaat – € 120.000 (2)
Conclusie
Vraag 25 3 punten
Laat met een berekening zien of dit compromis voor beide partijen acceptabel is en de overname doorgaat.
Bekijk het antwoord
- eis Jan: 360.000 + (120.000 – 50.000) = 430.000 430.000 > € 378.870,21 (1)
- eis personeel: 1,5 x ( + 50.000) = 397.500 1,5 360.000 < € 397.500 (1)
- Voor beide partijen is het compromis acceptabel, de overname gaat door (1)
Opgave 6
Birgit en Moshaber hebben met behulp van hun aankoopmakelaar een koopwoning gevonden en laten zich vervolgens adviseren over een geschikte financieringsvorm. Na invullen van enkele gegevens, waaronder de gewenste looptijd van 30 jaar, toont de rekentool van de hypotheekadviseur De Hypotheker voor twee hypotheekvormen de hypotheekuitgaven, voor en na belastingvoordeel.
gewenst hypotheekbedrag €329.500 brutojaarinkomen partner 1 € 30.000 brutojaarinkomen partner 2 € 30.000 gewenste looptijd 30 jaar leeftijden partners 35 jaar, 37 jaar
hypotheekvorm annuïteit lineair
bereken: hypotheekuitgaven voor belastingvoordeel in jaar 1 € 14.712,15 € 17.573,33 hypotheekuitgaven na belastingvoordeel in jaar 1 € 12.735,15 € 15.596,33
Het lijkt erop dat de annuïteitenhypotheek financieel voordeliger is dan de lineaire hypotheek, zowel voor als na belastingvoordeel, maar volgens De Hypotheker gelden de vermelde bedragen alleen voor het eerste jaar van de lening. In bovenstaande tabel is gerekend met eenzelfde interestpercentage dat de kredietverstrekker ING-bank voor beide hypotheekvormen hanteert.
Vraag 26 2 punten
Wie is/zijn de hypotheekgever(s)? Motiveer het antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt kan alleen toegekend worden als het eerste scorepunt is behaald.
Vraag 27 2 punten
Leg uit dat de aflossing in het eerste jaar bij de lineaire hypotheek hoger is dan de aflossing in het eerste jaar bij de annuïteitenhypotheek. Motiveer het antwoord door gebruik te maken van de getoonde hypotheekuitgaven voor belastingvoordeel, maar motiveer zonder een berekening te maken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- omdat de interest in het eerste jaar bij beide hypotheekvormen gelijk is (1)
- De hypotheekuitgaven exclusief belastingvoordeel bij de lineaire hypotheek liggen hoger, dus is de aflossing (= hypotheekuitgaven exclusief belastingvoordeel – interest) bij de lineaire hypotheek hoger (1)
De hypotheekadviseur geeft aan dat de hoogte van de hypotheekuitgaven na belastingvoordeel afhankelijk is van het belastingpercentage waartegen de hypotheekrente van het bruto-inkomen kan worden afgetrokken. Dat percentage is niet voor iedereen gelijk.
Vraag 28 3 punten
Leid het belastingtarief af waarvan De Hypotheker is uitgegaan in bovenstaande rekentool. Ga hierbij uit van de lineaire lening. Vul de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
getallen x € 1 schuld aflossing inte- hypotheek– hypotheek– belasting– begin jaar 1 rest uitgaven uitgaven na voordeel jaar 1 jaar voor belasting- jaar 1
1 belasting- voordeel voordeel jaar 1 jaar 1 329.500 10.983,33 6.590 17.573,33 15.596,33 1.977 Het belastingpercentage: 30%
berekeningen: aflossing jaar 1 329.500 30 interest jaar 1 17.573,33
- 10.983,33
belastingvoordeel 17.573,33
- 15.596,33
belastingpercentage 1.977 x 100 6.590
Volgens de hypotheekadviseur zullen de hypotheekuitgaven na belastingvoordeel bij de lineaire hypotheek afnemen, terwijl die bij de annuïteitenhypotheek toenemen.
Vraag 29 2 punten
Leg uit, zonder gebruik te maken van een berekening, dat de hypotheekuitgaven na belastingvoordeel bij de annuïteitenhypotheek elk jaar toenemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bij aflossing op basis van annuïteiten wordt elke volgende periode meer afgelost doordat de annuïteit gelijkblijft en het interestdeel van de annuïteit daalt (1)
- Alleen het interestdeel is aftrekbaar, het aflossingsdeel niet. Hierdoor daalt het belastingvoordeel (1)
Nu Birgit en Moshaber weten wat de financiële mogelijkheden zijn, hebben ze, onder voorbehoud van financiering, een bod uitgebracht op de woning. Ze hopen snel naar de notaris te kunnen.
Vraag 30 1 punt
Wat is de functie van de notaris in het aankoopproces van een huis?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage · Erratum uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeeld van een juist antwoord: − het opstellen van akte(s) (zoals de eigendomsakte en hypotheekakte) / de inschrijving in het kadaster − het regelen van alle juridische zaken rond de aankoop en financiering (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Bedrijfseconomie 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-0400-a-22-3-o
Andere examens bedrijfseconomie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3?
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (9), personeel en organisatie (6) en financiering (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-0400-a-22-3-c).
Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie vwo 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.