Eindexamen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 25 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over personeel en organisatie (6), kostprijs en break-even (6) en balans en resultatenrekening (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Personeel en organisatie | 1-3, 8-10 | 6 |
| Kostprijs en break-even | 4-7, 18-19 | 6 |
| Balans en resultatenrekening | 22-26 | 5 |
| Investeren | 13-15, 20 | 4 |
| Financiering | 27-29 | 3 |
| Marketing | 21 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 13 examens bedrijfseconomie vwo sinds 2021: dit examen vroeg meer over personeel en organisatie (24% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
ProRail is verantwoordelijk voor aanleg, onderhoud, beheer en veiligheid van het spoorwegennet in Nederland. Een spoorwegennet is een systeem van sporen, stations en andere voorzieningen ten behoeve van het treinverkeer.

In het jaarverslag van 2023 meldt ProRail:
“Hoewel ProRail een bekende naam is in Nederland, weet een groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking niet goed wat ProRail doet én waar ProRail voor staat. Daarom investeerde ProRail in 2023 in haar werkgeversmerk om nieuw talent te vinden, te binden en te boeien”.
ProRail heeft een eigen bedrijfs-cao.
In de cao (1 januari 2023 – 1 juli 2024) van ProRail is opgenomen:
“ProRail is overtuigd van de waarde van een duurzame verbinding tussen werkgever en werknemer. We verwachten dat werknemers voor langere tijd voor ons kiezen. Het uitgangspunt is dat je een …a... krijgt”.
Vraag 1 2 punten
Noem het type arbeidsovereenkomst dat bij a moet worden ingevuld in bovenstaande tekst en leg uit dat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het binden van personeel.
Bekijk het antwoord
- arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd / vast contract / vaste aanstelling (1)
- Bij een dergelijk contract is er sprake van meer zekerheid van werk en inkomen (, waardoor werknemers minder snel op zoek gaan naar een andere werkgever). (1)
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het eerste scorepunt is behaald.
In juli 2024 zijn er cao-onderhandelingen geweest. Deze moesten leiden tot een nieuwe cao. Vakbonden drongen aan op een cao met korte looptijd, terwijl de directie van ProRail liever een langere looptijd wilde.
Vraag 2 1 punt
Noem een nadelig gevolg voor ProRail van een cao met een korte looptijd.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
Bij een kortlopende cao moet ProRail / de werkgever eerder om de tafel met de vakbonden. Deze onderhandelingen kunnen leiden tot: (één van de volgende):
− hogere loonkosten − onrust / stakingen.
ProRail heeft 5.600 werknemers. Daarvan hebben er 4.400 een brutomaandloon van € 7.050 en 1.200 werknemers een brutomaandloon van € 4.700. Bovenop het brutomaandloon betaalt ProRail 30% van het brutomaandloon aan sociale lasten.
De vakbonden eisen een brutoloonsverhoging van 13%. De directie van ProRail gaat daar niet mee akkoord en biedt een brutoloonsverhoging van 4,2% aan met een minimum van € 260 per werknemer per maand.
Vraag 3 3 punten
Bereken het verschil in maandelijkse loonkosten tussen de eis van de vakbonden en het aanbod van de directie.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste berekeningen zijn: oorspronkelijk aanbod van de directie:
- Voor de groep met het inkomen van 4.700 geldt de voet: 4,2% van 4.700 < 260. Voor de groep met het inkomen van 7.050 geldt de voet niet: 4,2% van 7.050 > 260 1.200 x (4.700 + 260) x 1,30 + 4.400 x 7.050 x 1,042 x 1,30 = 49.757.292 (2)
- eis vakbonden (4.400 x 7.050 + 1.200 x 4.700) x 1,13 x 1,30 = 53.853.540 Verschil in maandelijkse loonkosten 53.853.540 – 49.757.292 = € 4.096.248 (1)
of
- 1.200 x 4.700 x 1,30 x 0,13 – 1.200 x 260 x1,30 = 547.560 (2)
- 4.400 x 7.050 x (0,13 – 0,042) x 1,30 = 3.548.688 € 4.096.248 (1)
Opmerking
Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3.
Bij detacheringsbureau Zondag bv kunnen scholen docenten inhuren. Een detacheringsbureau neemt mensen in dienst om ze tegen een vergoeding tijdelijk bij andere bedrijven of organisaties te laten werken. Zondag biedt docenten die op zoek zijn naar werk een arbeidsovereenkomst aan.
Zondag biedt een docent een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan. Een docent wordt vervolgens door Zondag gedetacheerd bij een school.
Zondag loopt het risico dat ze een docent niet voor alle uren die zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst, de contracturen, bij een school kunnen detacheren. Docenten krijgen hun contracturen uitbetaald, ook als ze niet (volledig) gedetacheerd worden.
Voorcalculatie
Zondag berekent elk jaar de kostprijs van een uur dat een docent bij een school wordt gedetacheerd. Informatiebron 1 bevat gegevens voor het berekenen van de kostprijs van een gedetacheerd uur voor het schooljaar 2023-2024 en informatie over het detacheringstarief per uur.
Informatiebron 1
Het personeelsbestand van Zondag voor 2023-2024
Het personeelsbestand van Zondag is elk schooljaar hetzelfde opgebouwd, zo ook voor het schooljaar 2023-2024. Een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het daarop volgende jaar. Een voltijdcontract bij Zondag omvat 40 contracturen per week. Zondag werkt ook met twee andere soorten contracten:
- een deeltijdcontract voor 24 contracturen per week;
- een deeltijdcontract voor 32 contracturen per week;
In de volgende tabel is per soort contract aangegeven hoeveel docenten bij Zondag in dienst zijn.
| soort contract | deeltijd- contract voor 24 uur per week | deeltijd- contract voor 32 uur per week | voltijd- contract voor 40 uur per week |
|---|---|---|---|
| aantal docenten in dienst | 80 | 120 | 180 |
Voorcalculatie voor het schooljaar 2023-2024
Het detacheringstarief (verkoopprijs) bedraagt € 125 per gedetacheerd uur.
Loonkosten voor docenten in dienst bij Zondag
| brutoloon inclusief vakantiegeld | € 39 per contractuur |
|---|---|
| werkgeversdeel sociale lasten en pensioenlasten | 25% van de totale loonkosten |
| aantal weken per schooljaar dat een docent wordt betaald | 52 weken |
Verwachte overige kosten voor Zondag
| waarvan variabel | € 2,50 per gedetacheerd uur |
|---|---|
| waarvan constant | € 2.073.600 voor het hele schooljaar |
Normaal aantal gedetacheerde uren per schooljaar

Vraag 4 1 punt
Verklaar waarom Zondag de loonkosten van de docenten tot de constante kosten rekent.
Bekijk het antwoord
Deze kosten zijn onafhankelijk van het aantal gedetacheerde uren / de afzet.
Vraag 5 3 punten
Bereken de kostprijs per gedetacheerd uur voor het schooljaar 2023-2024 (zie informatiebron 1).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juiste berekening is:
- constante kosten per jaar (C) = (24 x 80 + 32 x 120 + 40 x 180) x 39 x 100 75 x 52 + 2.073.600 = 35.043.840 + 2.073.600 = 37.117.440 (2)
- C/N = 37.117.440 = 89,50 414.720 kostprijs: 89,50 + 2,50 = € 92 (1)
Opmerking
Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Op basis van de voorcalculatorische gegevens zijn onderstaande resultaten te construeren voor het schooljaar 2023-2024.

Vraag 6 2 punten
Geef van elke lijn in de grafiek (A, B en C) aan welk voorcalculatorisch resultaat deze lijn weergeeft. Neem de letters A, B en C over op je antwoordblad. Kies uit
- bedrijfsresultaat
- bezettingsresultaat
- efficiencyresultaat
- prijsresultaat
- verkoopresultaat
Bekijk het antwoord
− lijn A = bedrijfsresultaat − lijn B = bezettingsresultaat − lijn C = verkoopresultaat
indien drie juist (2)
indien twee juist (1)
indien een of geen juist (0)
Nacalculatie 2023-2024
Aan het eind van het schooljaar blijkt dat er minder docenten gedetacheerd konden worden dan verwacht (zie informatiebron 2). Dat komt omdat de leerlingenaantallen op scholen dalen.
Informatiebron 2
Nacalculatorische gegevens van Zondag
Over het schooljaar 2023-2024 zijn de volgende nacalculatorische gegevens bekend:
Detachering docenten
| detacheringstarief | € 125 per gedetacheerd uur |
|---|---|
| aantal gedetacheerde uren | 400.000 uur |
Kosten voor Zondag
| personeelskosten docenten | € 35.000.000 voor het hele schooljaar |
|---|---|
| overige kosten: | |
| waarvan variabel | € 2,60 per gedetacheerd uur |
| waarvan constant | € 2.100.000 voor het hele schooljaar |
Vraag 7 4 punten
Bereken het gerealiseerde resultaat over schooljaar 2023-2024. Geef bij ieder resultaat aan of het een voordelig (+) of een nadelig (-/-) resultaat betreft (zie informatiebronnen 1 en 2).
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
| ruimte voor berekeningen | getal x € 1 | |
|---|---|---|
| gerealiseerd verkoopresultaat | ||
| gerealiseerd bezettingsresultaat | ||
| gerealiseerd prijsresultaat op constante kosten | ||
| gerealiseerd efficiencyresultaat op de variabele kosten | 0 | |
| gerealiseerd prijsresultaat op de variabele kosten | ____________ | |
| totaal gerealiseerd resultaat over schooljaar 2023-2024 |
Bekijk het antwoord
| ruimte voor berekeningen | getal x € 1 | |
|---|---|---|
| gerealiseerd verkoopresultaat | (125 – 92) x 400.000 | + 13.200.000 |
| gerealiseerd bezettingsresultaat | (400.000 – 414.720) x 89,50 | -/- 1.317.440 |
| gerealiseerd prijsresultaat op constante kosten | 37.117.440 – (35.000.000 + 2.100.000) | + 17.440 |
| gerealiseerd efficiencyresultaat op de variabele kosten | 0 | |
| gerealiseerd prijsresultaat op de variabele kosten | (2,50 – 2,60) x 400.000 | -/- 40.000 |
| totaal gerealiseerd resultaat over schooljaar 2023-2024 | + 11.860.000 |
- 13.200.000 (1)
- -/- 1.317.440 (1)
- 17.440 (1)
- -/- 40.000 en + 11.860.000 (1)
Opmerking
Wanneer een leerling op een andere manier duidelijk heeft gemaakt of een (deel)resultaat voordelig of nadelig is, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Voor schooljaar 2024-2025 houdt het dalende leerlingenaantal aan. Daarom heeft Zondag besloten om per 1 augustus 2024 het personeelsbestand te verkleinen tot 300 fte¹⁾. De wijze waarop Zondag dit wil realiseren staat beschreven in informatiebron 3. De ondernemingsraad heeft positief geadviseerd over deze wijze.
Informatiebron 3
Het verkleinen van het personeelsbestand
Het verkleinen van het personeelsbestand gebeurt in drie fasen. Indien na een fase de totaal gewenste verkleining is bereikt, dan gaat de volgende fase niet in. De drie fasen zijn in volgorde van uitoefening:
1 Natuurlijk verloop:
Docenten die aan het einde van het schooljaar 2023-2024 met pensioen gaan, verlaten Zondag.
2 Vrijwillig vertrek:
Docenten die vrijwillig vertrekken, krijgen op 1 augustus 2024 eenmalig een bedrag aangeboden. Voor docenten met een contract van 40 uur per week bedraagt dit € 18.000. Docenten met een deeltijdcontract krijgen dit bedrag naar rato uitgekeerd.
3 Uitkopen:
Voor het overige deel van de besparing wordt aan docenten een persoonlijke financiële regeling aangeboden. Alleen docenten met een contract van 40 uur per week zullen hiervoor worden benaderd, te beginnen met de docenten die het kortst in dienst zijn.
Financiële regeling in fase 3
In fase 3 krijgen docenten het volgende aangeboden:
1 Doorbetaling loon¹⁾
De docent krijgt het brutoloon van € 39 per uur gedurende 13 weken nog volledig doorbetaald. Deze betaling zal wekelijks plaatsvinden, voor het eerst op 1 augustus 2024 en voor het laatst op 24 oktober 2024.
én
2 Transitievergoeding¹⁾
Op 31 oktober 2024 ontvangt de docent een brutotransitievergoeding. Deze bedraagt per volledig gewerkt dienstjaar twee brutoweeklonen. Niet volledig gewerkte dienstjaren worden naar rato uitgekeerd.
noot 1 Indien een vertrekkende docent hier de voorkeur aan geeft, kunnen deze bedragen ook in één keer op 1 augustus 2024 worden uitgekeerd.
Deze bedragen worden, na aftrek van 40% loonbelasting en premies, contant gemaakt tegen een samengesteld interestpercentage van 0,1% per week en vervolgens uitgekeerd aan de vertrekkende docent.
Vraag 8 2 punten
Noem de drie andere bevoegdheden van de ondernemingsraad.
Bekijk het antwoord
− instemmingsrecht − informatierecht − initiatiefrecht
indien drie juist (2)
indien twee juist (1)
indien een of geen juist (0)
noot 1 fte = fulltime-equivalent. Dit is een voltijdcontract op basis van 40 uren per week.
Allereerst gaat Zondag na hoeveel en welke docenten gebruik willen maken van de regeling van fase 1 en 2.
- Vijf docenten, die allen 24 uur per week werken, gaan per 31 juli 2024 met pensioen en zullen niet vervangen worden.
- Vijf docenten met een contract voor 32 uur en twee docenten met een contract voor 40 uur hebben aangegeven vrijwillig te vertrekken.
De docenten die vrijwillig vertrekken zijn bijna allemaal jonger dan 35 jaar.
Vraag 9 2 punten
Bereken hoeveel fte in fase 3 uitgekocht moet worden (zie informatiebronnen 1 en 3).
Bekijk het antwoord
- aantal te besparen fte: in dienst = 80 x 24 40 + 120 x 32 40 + 180 = 324 fte 324 – 300 = 24 fte moet ‘eruit’ (1)
- 24 – 5 x 24 40 – 5 x 32 40 – 2 = 24 – 3 – 4 – 2 = 15 fte (1)
In de zomervakantie van 2024 zijn fase 1 en 2 volledig achter de rug en heeft het bedrijf, op docent Ivoh de Wild na, ook fase 3 afgerond.
Ivoh, die 7,5 jaar voltijds in dienst is bij Zondag, heeft aangegeven dat hij gebruik wil maken van de aangeboden mogelijkheid om het wekelijkse loon en de transitievergoeding in één keer op 1 augustus te ontvangen (zie informatiebron 3). Hij zal dit aanbod accepteren als dit bedrag, na aftrek van loonbelasting en premies, hoger is dan € 25.000.
Ivoh betaalt 40% loonbelasting en premies over zijn brutoloon en brutotransitievergoeding.
Vraag 10 4 punten
Toon met behulp van een berekening aan of Ivoh het aanbod van Zondag zal accepteren (zie informatiebron 3 en het formuleblad).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juiste berekening is:
- wekelijks nettoloon = 39 x 40 x (1 – 0,4) = 936 netto transitievergoeding = 7,5 x 2 x 936 = 14.040 (1)
- contante waarde netto transitievergoeding: 14.040 x 1,001⁻¹³ = 13.858,75 (1)
- contante waarde wekelijks loon: 936 x (1,001⁻¹²+ 1,001⁻¹¹ … + 1) = 12.095,33 (1)
of a=1,001⁻¹² r=1,001 n=13 S=12,92236264 12,92236264 x 936 = 12.095,33
- totaal te betalen aan Ivoh op 1 augustus 2024 € 25.954,08 Dus hij accepteert het aanbod (, want het is meer dan € 25.000). (1)
Opgave 3
De vader en moeder van Femm zijn getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen. Op 27 november 2023 overlijdt de vader van Femm op 93-jarige leeftijd. Femm en haar moeder zijn de enige erfgenamen. Het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen van de vader en moeder van Femm bestaat uit € 1.750.000 aan bezittingen en € 450.000 aan schulden.
Bij het bepalen van de hoogte van de erfbelasting heeft Femm te maken met een vrijstelling en met een tweetal belastingpercentages:
vrijstelling: € 25.187 erfbelasting:
- 10% over het deel van de erfenis tot en met € 152.368
- 20% over het deel van de erfenis boven € 152.368
Vraag 11 2 punten
Bereken de hoogte van de erfenis in euro’s van Femm na aftrek van de erfbelasting.
Bekijk het antwoord
- erfdeel: ( 1.750.000 – 450.000 ) : 2 = 325.000 (1)
2
- 152.368 x 0,10 + (325.000 – 152.368 – 25.187) x 0,20 = 44.725,80 325.000 – 44.725,80 = € 280.274,20 (1)
Opmerking
Wanneer is afgerond op hele euro’s (naar boven of beneden), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Na ontvangst van de erfenis koopt Femm op 31 januari 2024 voor € 50.000 aandelen van verzekeringsmaatschappij Wager nv. Voor deze aandelen betaalt ze € 20 per stuk.
Ze koopt op 31 januari 2024 net zoveel putopties als aandelen Wager op de beurs. Over deze putopties is gegeven:
- Eén putoptie geeft het recht om één aandeel Wager te verkopen.
- Per aandeel Wager bedraagt de premie € 3,50 per putoptie. Deze premie is gelijk aan de beurskoers van één optie.
- De uitoefenprijs van de putoptie is € 17,50 per aandeel Wager.
- De expiratiedatum is 31 december 2025.
Zowel de aandelen Wager als de putopties Wager worden verhandeld op de Nederlandse effectenbeurs.
Vraag 12 1 punt
Noem de toezichthouder van de Nederlandse effectenbeurs.
Bekijk het antwoord
Autoriteit Financiële Markten / AFM
In de periode 31 januari 2024 tot en met 31 augustus 2025 is het verloop van de beurskoers van de aandelen en de putopties Wager tegengesteld.
Vraag 13 2 punten
Leg uit dat de beurskoers van een putoptie Wager in deze periode stijgt als de beurskoers van het onderliggende aandeel daalt. Betrek de werking van een putoptie in het antwoord.

Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- Een putoptie (Wager nv) geeft het recht om het onderliggende aandeel (Wager nv) te verkopen voor een vaste prijs (van € 17,50). (1)
- Als het aandeel (Wager nv) minder waard wordt, dan kan er meer winst (of minder verlies) behaald worden bij het uitoefenen van het optierecht (Wager nv). Er zullen meer beleggers de putoptie (Wager nv) willen kopen, waardoor de prijs stijgt. (1)
In de periode 31 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 is de koers van het aandeel Wager stabiel.
Vraag 14 1 punt
Verklaar dat in deze periode de koers van de putoptie Wager daalt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
Hoe dichter de expiratiedatum in zicht komt, hoe kleiner de kans dat de beurskoers van het aandeel nog onder de uitoefenprijs uitkomt. (Daardoor is de putoptie Wager nv steeds minder interessant om te bezitten en zal de beurskoers van de putoptie dalen richting € 0).
Femm besluit om op de laatste dag van februari 2025:
- van het uitoefenrecht van 40% van haar putopties gebruik te maken om 40% van haar aandelen Wager te verkopen;
- de overige 60% van haar putopties te verkopen tegen de beurskoers van de putopties op dat moment;
- de overige 60% van haar aandelen Wager aan te houden.
Op 31 december 2025 verkoopt Femm de overige 60% van haar aandelen Wager tegen de beurskoers op dat moment.
In 2024 en 2025 is er door Wager geen dividend uitgekeerd.
Vraag 15 3 punten
Bereken het resultaat in euro’s dat Femm in de periode 31 januari 2024 tot en met 31 december 2025 op haar beleggingen in opties en aandelen heeft behaald.
Bekijk het antwoord
- belegging: aantal gekochte aandelen = 50.000 = 2.500 stuks 20 50.000 + 2.500 x 3,50 = 58.750 (1)
- opbrengst: aandelen: 2.500 x 0,4 x 17,50 + 2.500 x 0,6 x 17,90 = 44.350 putopties: 2.500 x 0,6 x 10,25 = 15.375/59.725 totale opbrengst: belegging -/- 58.750 resultaat: € 975 (2)
Opmerking
Bij de tweede deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Opgave 4
In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.
Tijdschriftenuitgeverij Bladerblad is marktleider in de productie en verkoop van tijdschriften in Nederland. Tot en met 2024 werden alle bedrijfsactiviteiten uitgevoerd onder de naam Bladerblad bv.
Op 1 januari 2025 hebben de aandeelhouders van Bladerblad besloten om de organisatiestructuur te veranderen om de verkoop van bedrijfsonderdelen gemakkelijker te maken. De activiteiten van Bladerblad zijn ondergebracht in drie bv’s die elk onder een eigen naam opereren en ieder afzonderlijk vennootschapsbelasting betalen. De drie bv’s (dochterondernemingen) vallen onder het bedrijf Bladerblad bv (moederbedrijf) die alle aandelen bezit van de dochterondernemingen. Bladerblad zelf voert geen activiteiten meer uit.
Een van de bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) is het veranderen van de organisatiestructuur.
Vraag 16 2 punten
Noem nog twee andere bevoegdheden van de AvA.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − vaststellen van de winstverdeling − vaststellen van de jaarrekening − benoemen / ontslaan van een bestuurder − wijzigen van de statuten
per juist antwoord (1)
Bladerschrijf genereert enkel omzet door verkoop aan Bladerselect en heeft dus geen andere klanten. Bladerselect heeft geen andere klanten dan Bladersale. Het resultaat van Bladerblad bv is de som van de resultaten van de dochterondernemingen.

De dochterondernemingen hebben over het jaar 2025 de volgende resultaten behaald:
| getallen x € 1 | Bladerschrijf | Bladerselect | Bladersale |
|---|---|---|---|
| Omzet | 360.000 | 600.000 | 1.500.000 |
| Diverse kosten1) | 200.000 | 412.000 | 800.000 |
| EBITDA | 160.000 | 188.000 | 700.000 |
| Interestkosten | 3.000 | 5.000 | 9.000 |
| Afschrijvingskosten | 22.000 | 41.000 | 31.000 |
| Resultaat voor belasting | 135.000 | 142.000 | 660.000 |
| Vennootschapsbelasting2) | 25.650 | 26.980 | 156.680 |
| Resultaat na belasting | 109.350 | 115.020 | 503.320 |
noot 1 De diverse kosten van Bladerschrijf zijn volledig constant.
De diverse kosten van Bladerselect en Bladersale bestaan uit twee delen: I) de kosten van de ingekochte producten van respectievelijk Bladerschrijf en Bladerselect: deze zijn variabel;
II) de overige diverse kosten: deze zijn volledig constant. noot 2 Tarieven vennootschapsbelasting 2025:
deel van het resultaat tot en met € 200.000:19,0% deel van het resultaat meer dan € 200.000: 25,8%
Een van de voordelen voor Bladerblad van de overgang van de oude structuur (alles onder één bv) naar de nieuwe structuur (moederbedrijf met drie dochterondernemingen) is dat er bespaard wordt op het bedrag dat aan vennootschapsbelasting betaald moet worden.
Vraag 17 1 punt
Leg dit voordeel uit zonder een berekening te maken.
Bekijk het antwoord
In de oude structuur werd slechts eenmaal gebruikgemaakt van het lage belastingtarief (, terwijl hier in de nieuwe organisatiestructuur driemaal van gebruikgemaakt wordt).
Bladersale koopt de tijdschriften van Bladerselect in en verkoopt deze aan de detailhandel en consumenten. Bladersale heeft geen andere inkoopkanalen.
Vraag 18 2 punten
Bereken voor Bladersale de break-evenomzet voor 2025. Bereken daartoe eerst de variabele kosten van Bladersale als percentage van de omzet.
Bekijk het antwoord
- variabele kosten als percentage van de omzet 600.000 1.500.000 x 100% = 40% (1)
- (800.000 – 600.000 + 9.000 + 31.000)/(1 – 0,40) = € 400.000 (1)
Voor 2026 wordt bij alle drie dochterondernemingen een stijging van de omzet van 20% verwacht ten opzichte van 2025.
De constante kosten van de drie bv’s stijgen in 2026 naar verwachting met 5% ten opzichte van 2025.
Vraag 19 3 punten
Bereken de stijging van het totale resultaat voor winstbelasting van Bladerblad bv in 2026 ten opzichte van 2025.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
- kosten: (360.000 + 600.000) x 1,2 + (200.000 + 3.000 + 22.000 + 412.000 – 360.000 + 5.000 + 41.000 + 800.000 – 600.000 + 9.000 + 31.000) x 1,05 = 1.152.000 + 591.150 = 1.743.150 (2)
- omzet: (360.000 + 600.000 + 1.500.000) x 1,2 = 2.952.000 nieuw resultaat: 2.952.000 – 1.743.150 = 1.208.850 stijging resultaat : 1.208.850 – 135.000 – 142.000 – 660.000 = € 271.850 (1)
of
- stijging constante kosten: (200.000 + 3.000 + 22.000 + 412.000 – 360.000 + 5.000 + 41.000 + 800.000 – 600.000 + 9.000 + 31.000) x 0,05 = 28.150 (2)
- stijging resultaat: (1.500.000 x 0,2) – 28.150 = € 271.850 (1)
Opmerking
Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Opgave 5
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 4 en 5.
De Efteling bv is een pretpark in Kaatsheuvel met Stichting Natuurpark de Efteling als enige aandeelhouder.
In 2023 heeft de Efteling twee grote investeringen gedaan, namelijk de bouw van een nieuwe attractie (Danse Macabre) en de plaatsing van zonnepanelen om duurzame energie op te wekken.
Vraag 20 1 punt
Leg uit hoe de Efteling de investeringen in zonnepanelen kan terugverdienen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
Door de investeringen in zonnepanelen kunnen de energiekosten dalen.
Groeiplan 2024-2030
De marketingdoelstelling van de Efteling is een attractiepark met zeven miljoen bezoekers per jaar in 2030. Om de groei van het aantal bezoekers te realiseren, moet de Efteling het attractiepark verder uitbreiden. Om de vergunningen van de gemeente te krijgen moet de Efteling investeren in verduurzaming (zie informatiebron 4).
Informatiebron 4
Uitbreiding en verduurzaming Efteling bv 2024-2030
Verduurzaming
De Efteling is van plan om grote batterijen aan te schaffen waarmee duurzaam opgewekte stroom tijdelijk kan worden opgeslagen. Door de stroom via een slim energiemanagementsysteem zo efficiënt mogelijk in te zetten wordt het attractiepark meer zelfvoorzienend.
Uitbreiding
Verdere uitbreiding van attracties in nieuw attractiegebied. Zie illustratie:
Uitbreiding Efteling Park 2024-2030

Vraag 21 1 punt
Noem het instrument van de marketingmix waar de uitbreiding van de Efteling onder valt.
Bekijk het antwoord
Product(beleid)
De aandeelhouder zal goedkeuring geven aan de geplande investeringen wanneer de directie kan aantonen dat de Efteling aan twee van de drie volgende eisen voldoet:
1. de current ratio is per 31 december 2023 groter dan 1;
2. de solvabiliteit (EV/TV x 100%) is per 31 december 2023 verbeterd ten opzichte van die van een jaar eerder;
3. de rentabiliteit van het eigen vermogen na belasting is over 2023 groter dan 15%.
De directie levert daartoe enkele financiële kengetallen aan met een bijbehorende toelichting en verwachting voor de toekomst.
Liquiditeit
De directie stelt dat de current ratio lager is dan 1.
Informatiebron 5
Balansen Efteling bv per 31 december
| debet | getallen x € 1.000 | credit | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2022 | 2023 | 2022 | ||
| Immateriële vaste activa | 17.358 | 16.395 | Geplaatst aandelenkapitaal | 13.393 | 13.393 |
| Materiële vaste activa | 297.729 | 251.820 | Reserves | 201.281 | 175.918 |
| Financiële vaste activa | 286 | 99 | Resultaat na belasting | 37.753 | 33.937 |
| Voorraad | 7.716 | 6.740 | Langlopende Voorzieningen | 1.839 | 2.209 |
| Debiteuren | 5.631 | 4.151 | Langlopende schulden | 57.000 | 60.000 |
| Te vorderen belastingen en premies | 322 | 463 | Crediteuren | 17.296 | 17.018 |
| Overige overlopende activa | 9.797 | 12.565 | Te betalen belastingen en premies | 3.300 | 4.569 |
| Liquide middelen | 39.727 | 63.858 | Vooruit ontvangen bedragen | 14.554 | 12.251 |
| Overige overlopende passiva | 32.150 | 36.796 | |||
| 378.566 | 356.091 | 378.566 | 356.091 |
Toelichting:
- De Vooruit ontvangen bedragen betreffen jaarabonnementen die niet
tussentijds kunnen worden opgezegd door de klant.
- Het vermogen is gelijkmatig over het jaar toegenomen dan wel
afgenomen.
- Het resultaat na belasting over 2022 wordt volledig toegevoegd aan de
reserves.
Vraag 22 2 punten
Bereken de current ratio per 31 december 2023 (zie informatiebron 5).
Bekijk het antwoord
(7.716 + 5.631 + 322 + 9.797 + 39.727)/(14.554 + 17.296 + 3.300 + 32.150) = 0,94
Opmerking
Per gemaakte fout een scorepunt in mindering brengen.
In de toelichting stelt de directie dat de current ratio lager is dan 1, maar dat dit niet betekent dat er een betalingsprobleem is.
Vraag 23 2 punten
Geef twee verklaringen waarom een current ratio lager dan 1 bij de Efteling niet automatisch leidt tot een betalingsprobleem (zie informatiebron 5).
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− De balanspost “Vooruit ontvangen bedragen” is geen betalingsverplichting.
− De voorraad kan mogelijk voor een hoger bedrag verkocht worden dan dat deze op de balans gewaardeerd is.
− De current ratio is een momentopname.
− De betaling aan de verschillende crediteuren zal niet op hetzelfde moment zijn.
per juist antwoord (1)
Opmerking
Het antwoord dient betrekking te hebben op de Vlottende activa of Kort vreemd vermogen, of dat de current ratio een momentopname is.
Solvabiliteit
Op 31 december 2022 was de solvabiliteit 63%. De directie stelt dat de solvabiliteit (EV/TV x 100%) per 31 december 2023 is verbeterd.
Vraag 24 1 punt
Toon met een berekening aan dat de solvabiliteit van de Efteling op 31 december 2023 is verbeterd ten opzichte van 31 december 2022 (zie informatiebron 5).
Bekijk het antwoord
(13.393 + 201.281 + 37.753)/378.566 x 100% = 67%
In de toelichting geeft de directie aan dat de verbeterde solvabiliteit ruimte biedt om de geplande investeringen deels met vreemd vermogen te financieren. Ook stelt de directie dat de verbeterde solvabiliteit een positief effect kan hebben op het toekomstige resultaat.
Vraag 25 2 punten
Leg uit hoe een verbetering van de solvabiliteit een positief effect kan hebben op het toekomstige resultaat.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- Door een verbeterde solvabiliteit wordt het (faillissements)risico voor banken verlaagd. (1)
- Hierdoor kan de Efteling tegen een lager interestpercentage lenen. / Dit leidt tot lagere interestkosten (en daarmee tot een hoger resultaat). (1)
Rentabiliteit en conclusie
De directie berekent de rentabiliteit van het gemiddelde eigen vermogen (REV) na belasting over 2023.
Vraag 26 3 punten
Bereken de REV na belasting over 2023 en geef aan of de geplande investeringen worden goedgekeurd door de aandeelhouder. (zie informatiebron 5)
Bekijk het antwoord
- GEV = 223.248.000 + 252.427.000 = 237.837,50 (1)
2
- REV = 37.753.000 237.837.500 x 100% = 15,9% (1)
- De solvabiliteit is verbeterd (zie vraag 25) en de REV (15,9% > 15%) voldoet aan de gestelde eis. Aan twee van de drie eisen wordt voldaan, dus de geplande investeringen worden goedgekeurd. (1)
Opgave 6
Voor de financiering van een aangekochte woning maken Santos en Mya gebruik van een hypothecaire lening. Daarbij moeten ze een keuze maken tussen lineair aflossen en aflossen op basis van annuïteiten. Zij vragen een hypotheekadviseur om advies.
De hypotheekadviseur maakt van beide aflossingsvormen voor de gehele looptijd een overzicht van de hypotheekuitgaven voor belastingvoordeel. In de onderstaande grafiek is slechts een gedeelte van de looptijd opgenomen.

De hypotheekuitgaven voor belastingvoordeel zijn tot jaar 13 bij lineaire aflossing hoger dan bij aflossing op basis van annuïteiten. Vanaf jaar 13 is dat andersom.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Gegevens bij deze twee aflossingsvormen op basis van 3,8% interest per jaar en een looptijd van 30 jaar:
| jaar 12 | jaar 13 | |||
|---|---|---|---|---|
| aflossing | interest | aflossing | interest | |
| annuïteitenhypotheek | € 8.890,81 | € 9.168,08 | ||
| lineaire hypotheek | € 10.666,67 | € 7.701,33 |
De aflossing en interest worden op de laatste dag van het jaar achteraf betaald.
Vraag 27 2 punten
Bereken de interestkosten voor jaar 13 van de lineaire hypotheek.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
- restschuld begin jaar 12: 7.701,33 = 202.666,58 (1)
0,038
- interest jaar 13: 0,038 x (202.666,67 – 10.666,67) = € 7.296 (1)
of
- 30 x 10.666,67 = 320.000,06 320.000,06 – (12 x 10.666,67) = 192.000,06 (1)
- 192.000,06 x 0,038 = € 7.296 (1)
De resterende schuld aan het begin van jaar 13 van de annuïteitenhypotheek bedraagt € 232.374,45.
Vraag 28 1 punt
Bereken de aflossing in jaar 13 van de annuïteitenhypotheek.
Bekijk het antwoord
De annuïteit is 8.890,81 + 9.168,08 = 18.058,89 18.058,89 – 0,038 x 232.374,45 = € 9.228,66
De hypotheekadviseur wijst Santos en Mya erop dat de hypotheekuitgaven na belastingvoordeel van de lineaire hypotheek elk jaar dalen, maar dat deze uitgaven bij de annuïteitenhypotheek juist elk jaar stijgen.
Vraag 29 2 punten
Leg zonder berekening uit dat de hypotheekuitgaven van de annuïteitenhypotheek na belastingvoordeel jaarlijks stijgen.
Bekijk het antwoord
- De brutojaaruitgaven blijven gelijk / De annuïteit is steeds hetzelfde. (1)
- Doordat de uitgaven aan interest dalen, neemt het belastingvoordeel af, waardoor de uitgaven na belastingvoordeel (jaarlijks) stijgen. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Bedrijfseconomie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens bedrijfseconomie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 25 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over personeel en organisatie (6), kostprijs en break-even (6) en balans en resultatenrekening (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-0400-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.