Eindexamen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 28. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (7), kostprijs en break-even (6) en financiering (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Balans en resultatenrekening | 2-4, 17-18, 22-23 | 7 |
| Kostprijs en break-even | 7-8, 10-12, 25 | 6 |
| Financiering | 20-21, 24, 26-28 | 6 |
| Investeren | 15-16 | 2 |
| Personeel en organisatie | 9 | 1 |
| Marketing | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 13 examens bedrijfseconomie vwo sinds 2021: dit examen vroeg meer over financiering (26% van de vragen, gemiddeld 17%) en balans en resultatenrekening (30% van de vragen, gemiddeld 22%). Minder over personeel en organisatie (4% van de vragen, gemiddeld 14%) en investeren (9% van de vragen, gemiddeld 15%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
In deze opgave blijven belastingen buiten beschouwing.
Voor het vak bedrijfseconomie heeft Kyano de opdracht gekregen om een analyse te maken van het jaarverslag van technologiebedrijf Pear nv. Pear verkoopt mobiele telefoons, laptops en tablets. Op basis van dit jaarverslag moet hij een SWOT-analyse opstellen en een kengetallenanalyse maken.
De SWOT-analyse heeft Kyano al deels ingevuld.
| S | W | O | T |
|---|---|---|---|
| herkenbaar logo | Er komen meer concurrenten bij. | ||
| Producten zijn van topkwaliteit. | Producten zijn duurder dan die van de concurrentie. | ||
| afnemende vraag door economische neergang |
Bij de opsomming van de Threats (T) maakt Kyano een fout. Eén van de opgesomde items is geen Threat.
Vraag 1 2 punten
Noem dit item en leg uit bij welk ander onderdeel van de SWOT het hoort.
Bekijk het antwoord
Producten zijn duurder dan die van de concurrentie.
Het is intern (en negatief) / Pear heeft er zelf invloed op, dus hoort het bij W(eakness).
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het eerste scorepunt is behaald.
Voor het maken van een kengetallenanalyse heeft Kyano onderstaande balansen tot zijn beschikking:
Balansen Pear nv per 31 december (getallen x € 1 miljoen)
| Activa | 2025 | 2024 | Passiva | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 3.233 | 3.519 | Geplaatst aandelenkapitaal | 625 | 625 |
| Materiële vaste activa | 37.529 | 34.391 | Reserves | 24.138 | 23.472 |
| Financiële vaste activa | 1.304 | 5.820 | Resultaat | 726 | 814 |
| Voorraden | 2.038 | 3.263 | Langlopende schulden | 18.017 | 23.977 |
| Debiteuren | 3.674 | 5.332 | Kortlopende schulden | 11.071 | 11.093 |
| Effecten | 1.451 | 936 | |||
| Liquide middelen | 5.348 | 6.720 | |||
| Totaal | 54.577 | 59.981 | Totaal | 54.577 | 59.981 |
Vraag 2 2 punten
Geef van de volgende groepen vaste activa een voorbeeld:
- a Immateriële vaste activa
- b Materiële vaste activa
- c Financiële vaste activa
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- a (Immateriële vaste activa:) goodwill, vergunningen, patenten/octrooien, licenties, concessies, software
- b (Materiële vaste activa:) pand, auto, machine, inventaris
- c (Financiële vaste activa): deelneming, (hypothecaire) lening uitgeleend geld, effecten langer dan 1 jaar
indien 3 juist: 2 scorepunten; indien 2 juist: 1 scorepunt; indien 1 of 0 juist: 0 scorepunten.
Opmerking
Van iedere groep vaste activa hoeft maar één voorbeeld te worden gegeven.
Kyano heeft met behulp van de quick ratio onderzocht dat de liquiditeit van Pear op 31 december 2025 is verslechterd ten opzichte van een jaar eerder.
Vraag 3 2 punten
Toon aan of de liquiditeit van Pear in 2025 is verslechterd door een berekening te maken van de quick ratio op 31 december 2024 en op 31 december 2025.
Bekijk het antwoord
31 december 2024: $\frac{5.332 + 936 + 6.720}{11.093} = 1{,}17$
31 december 2025: $\frac{3.674 + 1.451 + 5.348}{11.071} = 0{,}95$
de liquiditeit is verslechterd (, want 0,95 < 1,17)
Opmerking
Voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Vervolgens schrijft Kyano een advies aan Pear over hoe het bedrijf de liquiditeit kan verbeteren in 2026.
Vraag 4 2 punten
Geef van elk van onderstaande adviezen aan of deze leiden tot een verbetering van de liquiditeit van Pear, gemeten met de quick ratio. Ga bij elk advies in op zowel het teller- als het noemereffect van de quick ratio:
- a Herwaardeer de materiële vaste activa in 2026 op 1 januari 2026.
- b Geef een obligatielening met een looptijd van 10 jaar uit op 1 januari 2026.
Bekijk het antwoord
a: nee / geen gevolgen / blijft gelijk
Een herwaardering heeft geen gevolgen voor de teller / vlottende activa (exclusief voorraden) en voor de noemer / het kort vreemd vermogen.
b: ja / verbetering
De teller zal stijgen / de vlottende activa (exclusief voorraden) / liquide middelen zullen stijgen. De noemer / het kort vreemd vermogen zal gelijk blijven.
Opmerking
Als er een onjuiste toelichting wordt gegeven op het teller- of noemereffect bij a en/of b wordt voor dit onderdeel geen scorepunt toegekend.
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 3.
Frans Laarmans is directeur en enig aandeelhouder van DroomKaas bv. DroomKaas koopt ongerijpte kazen in van boeren, waarna DroomKaas deze in zijn kaaspakhuis verzorgt en laat rijpen. Na de rijpingsperiode worden de gerijpte kazen door DroomKaas doorverkocht aan zijn afnemers: de supermarkten.
Milan is de enige werknemer van Droomkaas. Hij is voltijds in loondienst bij DroomKaas op basis van de cao van het Kaaspakhuisbedrijf.
Het bestaande bedrijfsmodel
In de jaren 2023 en 2024 daalde het resultaat van DroomKaas. Door de hoge inflatie in die jaren koos de consument in de supermarkt steeds vaker voor goedkoper broodbeleg dan voor kaas.
Het resultaat van DroomKaas is in 2024 procentueel sterker gedaald dan de omzet (zie informatiebron 1). Dat is het gevolg van een groot aandeel van de constante kosten in de totale kosten.
Frans ziet bij zijn huidige bedrijfsmodel nauwelijks kansen voor verbetering. De marges in de gehele bedrijfskolom van kaas zijn klein en Frans ziet vooral de macht van zijn afnemers (uit het vijfkrachtenmodel van Porter) als hindernis voor verbetering van zijn resultaat.
Informatiebron 1
Kaasrijping
Het rijpen van kaas is een lang proces. Oude kaas rijpt langer, verliest meer vocht en is pittiger van smaak dan jonge kaas. Het is voor de kaasrijper een belangrijke zaak om goed in te schatten hoeveel er in de toekomst verhandeld wordt van beide typen kazen (jong en oud). Er zijn verschillende bedrijven voor kaasrijping actief op de markt. Een daarvan is Droomkaas.
Het bestaande bedrijfsmodel (tot 1 januari 2025)
In het bestaande bedrijfsmodel koopt DroomKaas de kaas in bij de boeren, verzorgt de kaas, laat die rijpen en verkoopt de kaas daarna aan supermarktketens.
Supermarktketens zijn de enige afnemer van DroomKaas. DroomKaas sluit ieder halfjaar een contract met hen af, waarin de prijzen vaststaan. De hoeveelheid kaas die door de supermarktketens wordt afgenomen staat niet vast.
Het resultaat van DroomKaas staat al geruime tijd onder druk zoals blijkt uit onderstaande grafiek:
Halfjaarlijkse ontwikkeling omzet en resultaat (grafiek, zie vraag 5)
Toelichting op de grafiek: De percentages in bovenstaande grafiek geven de verandering aan ten opzichte van het voorafgaande halfjaar. In het tweede halfjaar van 2022 bedroeg het resultaat € 110.000.
H1 = eerste halfjaar en H2 = tweede halfjaar.
Informatiebron 2
Het nieuwe bedrijfsmodel (vanaf 1 januari 2025)
In het nieuwe bedrijfsmodel is DroomKaas niet langer eigenaar van de kaas. DroomKaas zorgt voortaan alleen nog maar voor het transport, de opslag, verzorging en de rijping van de kazen en brengt de boeren daarvoor een tarief in rekening. Niet langer DroomKaas, maar de boeren zelf verkopen de kazen vervolgens aan de supermarktketens.
Voor heel 2025 maakt Frans afspraken met de boeren over de tarieven die hij hen in rekening brengt voor zijn diensten. Het tarief per kg gerijpte jonge kaas ligt lager dan het tarief per kg oude kaas.
Het tarief dat DroomKaas de boeren in rekening brengt voor zijn diensten is gebaseerd op de kostprijs per kg voor het rijpen en verzorgen van kaas en wordt verhoogd met een winstmarge.
Hierbij zijn onderstaande gegevens gebruikt:
| jonge kaas | oude kaas | |
|---|---|---|
| variabele kosten per kg | € 0,20 | € 0,50 |
| normale productie (afzet per halfjaar) | 75.000 kg | 30.000 kg |
| verkooptarief voor de geleverde diensten per kg kaas | € 1,50 | € 3,70 |
| verdeling van de constante kosten | 1/3 | 2/3 |
De constante kosten bestaan uit loonkosten van € 30.000 per halfjaar en overige constante kosten van € 60.000 per halfjaar.
Contractueel wordt vastgelegd dat een boer (de opdrachtgever) maandelijks een hoeveelheid kaas aanlevert. De boer bepaalt vervolgens zelf of hij de kaas wil laten rijpen tot jonge of oude kaas.
Informatiebron 3
Na afloop van het eerste halfjaar van 2025 blijkt uit de nacalculatie: De verkooptarieven zijn onveranderd gebleven (€ 1,50 en € 3,70). De werkelijke afzet over het eerste halfjaar bedraagt 78.000 kg jonge kaas en 24.000 kg oude kaas.
Werkelijke constante kosten
- De overige constante kosten over het eerste halfjaar bedragen € 60.000;
- De totale loonkosten bestaan uit het brutojaarloon inclusief sociale lasten;
- Het brutojaarloon van Milan bestaat uit:
- een basisbrutojaarloon op basis van salarisschaal F, trede 7;
- 8% vakantietoeslag over het basisbrutojaarloon;
- een eindejaarsuitkering van € 3.200 per volledig gewerkt kalenderjaar. Deze wordt naar rato uitbetaald als slechts een deel van het jaar voor Droomkaas wordt gewerkt.
De sociale lasten voor de werkgever bedragen 30% van het brutojaarloon.
salarisschaal F basisbrutomaandloon (getal x €1)
| trede | 1 juli 2024 | 1 januari 2025 |
|---|---|---|
| 6 | 3.300 | 3.432 |
| 7 | 3.429 | 3.566 |
Werkelijke variabele kosten
- De variabele kosten per kg bedragen € 0,30 voor jonge kaas en € 0,55 voor oude kaas;
- Er is geen efficiencyverschil op jonge en oude kaas.
Vraag 5 2 punten
Noem een factor die de macht van de afnemers van DroomKaas bepaalt (zie informatiebron 1). Licht het antwoord toe.
Staafdiagram 'Halfjaarlijkse ontwikkeling omzet en resultaat' met de procentuele verandering van omzet en resultaat per halfjaar, van 2023 H1 tot en met 2024 H2. Bekijk in Bijlage, pagina 4
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- geen andere afzetkanalen / afnemers (dan de supermarktketens)
- waardoor DroomKaas voor zijn afzet volledig afhankelijk is van de supermarktketens
- of: er zijn ook andere bedrijven voor kaasrijping actief
- waardoor supermarktketens kunnen overstappen naar concurrenten
Het nieuwe bedrijfsmodel
Frans Laarmans besluit om per 1 januari 2025 het bedrijfsmodel van DroomKaas drastisch aan te passen (zie informatiebron 2).
In het nieuwe bedrijfsmodel zijn er voor DroomKaas minder risico's dan in het oude bedrijfsmodel.
Vraag 6 2 punten
Noem een risico dat is verminderd en licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- risico op prijsdaling: In het nieuwe bedrijfsmodel worden er vaste prijsafspraken per jaar gemaakt (, terwijl bij het oude bedrijfsmodel er ieder half jaar onderhandeld kon worden).
- of voorraadrisico: In het nieuwe bedrijfsmodel is DroomKaas geen eigenaar meer van de voorraad (, terwijl in het oude bedrijfsmodel DroomKaas als eigenaar met onverkochte voorraad kon blijven zitten).
- of risico op omzetdaling: In het nieuwe bedrijfsmodel hebben ze meer afnemers (boeren in plaats van supermarktketens), waardoor het wegvallen van één afnemer minder invloed heeft op de omzet.
- of risico op afzetdaling: want er zijn contracten afgesloten met de boer over de hoeveelheid kaas.
Opmerking
Het risico mag ook omschreven worden voor de eerste deelscore.
Voor jonge en oude kaas wordt een verschillend tarief in rekening gebracht. Dit is vanwege een verschil in kostprijs per kg kaasrijping van jonge en oude kaas (zie informatiebron 2).
Vraag 7 1 punt
Geef een verklaring waarom DroomKaas het grootste deel van de constante kosten toerekent aan de oude kazen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is: De oude kazen liggen langer in het kaaspakhuis, leggen daardoor een groter beslag op de ruimte / kapitaal / personeel (en dus op een groter deel van de huur / interest / personeelskosten).
Opmerking
Het uitsluitend noemen van een langer rijpingsproces is onvoldoende voor het toekennen van het scorepunt.
Begin juli 2025 berekent en analyseert Frans het gerealiseerde resultaat van DroomKaas over het eerste halfjaar van 2025.
Vraag 8 3 punten
Bereken het gerealiseerde verkoopresultaat over het eerste halfjaar van 2025. Bereken hiervoor eerst de kostprijs per kg kaasrijping van jonge en van oude kaas (zie informatiebronnen 2 en 3).
Bekijk het antwoord
jonge kaas: $0{,}20 + \frac{1}{3} \times \frac{90.000}{75.000} = 0{,}20 + 0{,}40 = 0{,}60$
oude kaas: $0{,}50 + \frac{2}{3} \times \frac{90.000}{30.000} = 0{,}50 + 2{,}00 = 2{,}50$
$78.000 \times (1{,}50 - 0{,}60) + 24.000 \times (3{,}70 - 2{,}50) = 99.000$
Milan wordt betaald op basis van de cao van het Kaaspakhuisbedrijf. Milan krijgt een eindejaarsuitkering van € 3.200 in december 2025. Deze uitkering is niet in de cao van het Kaaspakhuisbedrijf opgenomen, maar wel in de individuele arbeidsovereenkomst van Milan.
Vraag 9 1 punt
Leg uit of DroomKaas in de individuele arbeidsovereenkomst mag afwijken van de cao.
Bekijk het antwoord
Ja, DroomKaas mag bij de individuele arbeidsovereenkomst afwijken van de cao als dit in het voordeel van de werknemer is.
Vraag 10 2 punten
Bereken de totale loonkosten over het eerste halfjaar van 2025 (zie informatiebron 3). Afronden op hele euro's.
Bekijk het antwoord
$(3.566 \times 6 \times 1{,}08 + (0{,}5 \times 3.200)) \times 1{,}30 = 32.120$
Opmerkingen
Voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen. Als de sociale lasten alleen over het basisbrutoloon zijn berekend 1 scorepunt in mindering brengen.
Vraag 11 4 punten
Bereken het budgetresultaat over het eerste halfjaar van 2025 (zie informatiebronnen 2 en 3).
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
Lege uitwerkbijlage met tabellen voor het budgetresultaat op constante kosten, het budgetresultaat op variabele kosten en het totale budgetresultaat. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 1
Bekijk het antwoord
budgetresultaat op constante kosten
| onderdeel | berekening | getal x € 1 | positief of negatief |
|---|---|---|---|
| bezettingsresultaat op jonge kaas | 1.200 | positief/+ | |
| bezettingsresultaat op oude kaas | (24.000 – 30.000) x 2 (vraag 8) = | 12.000 | negatief/– |
| prijsresultaat overige constante kosten | 0 | ||
| prijsresultaat loonkosten | 30.000 – 32.120 (vraag 10) = | 2.120 | negatief/– |
| budgetresultaat op constante kosten | (12.920) | negatief/–) | |
| prijsresultaat op jonge kaas | 7.800 | negatief/– | |
| prijsresultaat op oude kaas | 24.000 x (0,50 – 0,55) = | 1.200 | negatief/– |
| budgetresultaat op variabele kosten | (9.000) | negatief/–) | |
| het totale budgetresultaat | – 9.000 – 12.920 | 21.920 | negatief/– |
Frans vindt een daling van het resultaat van hooguit 10% in het eerste halfjaar van 2025 ten opzichte van het tweede halfjaar van 2024 acceptabel. Het nieuwe bedrijfsmodel zit nog in de opstartfase en DroomKaas loopt in het nieuwe bedrijfsmodel ook minder risico.
Vraag 12 3 punten
Toon met een berekening aan of het resultaat van DroomKaas in het eerste halfjaar van 2025 voor Frans acceptabel is (zie informatiebronnen 1 tot en met 3).
Bekijk het antwoord
Eerste deelscore: Resultaat: verkoopresultaat + budgetresultaat = 99.000 (vraag 8) – 21.920 (vraag 11) = 77.080, of: Resultaat: omzet – kosten = 78.000 x 1,50 + 24.000 x 3,70 – (78.000 x 0,3 + 24.000 x 0,55 + 60.000 + 32.120 (vraag 10) = 77.080
Tweede deelscore: Het resultaat in het tweede halfjaar van 2024 bedraagt: 110.000 x 0,92 x 0,92 x 0,93 x 0,95 = 82.257,38.
Derde deelscore: De procentuele daling in het eerste halfjaar 2025 ten opzichte van het tweede halfjaar 2024: (77.080 – 82.257,38) / 82.257,38 x 100% = –6,3%. Dat is voor Frans acceptabel (omdat het minder dan 10% daling is), of: 77.080 > 0,90 x 82.257,38, dus is het voor Frans acceptabel.
Opgave 3
In het najaar van 2025 meldt de NLD bank dat het resultaat over het eerste halfjaar van 2025 fors is gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. Het resultaat van de NLD bank is verbeterd doordat de opbrengsten zijn gestegen vanwege verbeterde marktomstandigheden en gedaalde kosten. De kosten van de NLD bank zijn gedaald doordat de analyse van het risico op wanbetaling bij kredietverlening is verbeterd.
Vraag 13 1 punt
Geef een voorbeeld van lagere kosten voor de NLD bank door deze verbeterde risicoanalyse bij kredietverlening.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- minder afboeking van oninbare debiteuren
- minder incassokosten / deurwaarderskosten
- minder kosten van debiteurenbeheer
- minder personeelskosten
De winstmarge die banken behalen met het aantrekken en uitlenen van geld is in het eerste halfjaar van 2025 gestegen. Deze marge is verbeterd doordat de interest op sparen gelijk bleef en de interest op leningen is gestegen.
Uit onderzoek van de NLD bank blijkt dat klanten met een spaarrekening zelden overstappen naar een andere bank. Door de loyaliteit van deze klanten kan de NLD besparen op de marketingkosten en daarmee haar resultaat vergroten.
Vraag 14 2 punten
Noem twee instrumenten van de marketingmix anders dan prijsbeleid, waarop de NLD bank kan besparen als gevolg van de loyaliteit van haar klanten. Licht het antwoord telkens toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- Promotie(beleid): er kan met minder uitgaven aan reclame worden volstaan (om bestaande klanten van de bank te behouden).
- Product(beleid): banken kunnen volstaan met minder service (om bestaande klanten tevreden te houden) / banken hoeven minder nieuwe producten te ontwikkelen (om bestaande klanten tevreden te houden / om te voorkomen dat ze overstappen) / banken kunnen een lagere rente op een spaarrekening aanbieden.
- Plaats(beleid): banken kunnen volstaan met minder vestigingen (om bestaande klanten van de bank te behouden).
Per juist antwoord met bijbehorende toelichting 1 scorepunt.
In de media wordt er op gewezen dat spaarders een hoger rendement kunnen behalen door te beleggen in de aandelen van een bank. Voor beleggers geldt dat het dividendrendement op beleggingen in aandelen van banken al enkele jaren boven 7% ligt.
In onderstaande tabel zijn gegevens opgenomen van de NLD bank.
| verwacht resultaat 2025 voor belasting | € 2.800.000.000 | |
| maatschappelijk aandelenkapitaal | € 4.800.000.000 | |
| geplaatst aandelenkapitaal | € 1.796.000.000 | |
| nominale waarde per aandeel | € 2,00 | |
| verwachte pay-outratio1) | 45% | |
| tarieven vennootschapsbelasting 2025 | 19,0% | 0 - € 200.000 |
| 25,8% | over het meerdere | |
| beurskoers aandeel NLD bank | € 13,16 | op 1 januari 2025 |
| € 13,42 | op 31 december 2025 (verwachting) |
noot 1 De pay-outratio geeft aan welk deel van het resultaat na aftrek van vennootschapsbelasting aan de aandeelhouders beschikbaar wordt gesteld.
Vraag 15 3 punten
Bereken het verwachte dividendrendement over 2025 bij beleggen in de aandelen van de NLD bank.
Bekijk het antwoord
resultaat na belasting: $2.800.000.000 - 0{,}19 \times 200.000 - 0{,}258 \times (2.800.000.000 - 200.000) = 2.077.613.600$
aantal geplaatste aandelen: $\frac{1.796.000.000}{2} = 898.000.000$
dividend per aandeel: $\frac{0{,}45 \times 2.077.613.600}{898.000.000} = 1{,}04$
gemiddelde beurskoers: $\frac{13{,}16 + 13{,}42}{2} = 13{,}29$
dividendrendement: $\frac{1{,}04}{13{,}29} \times 100\% = 7{,}8\%$
Het hogere rendement van beleggen in aandelen van de NLD bank is een beloning voor het hogere risico dat de belegger loopt.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat het risico van beleggen in aandelen NLD hoger is dan het risico van sparen bij NLD. Betrek beide beleggingsvormen in het antwoord.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
Voor de aandeelhouders: 1 scorepunt. Aandeelhouders lopen het risico op waardedaling van de aandelen, of: Het is onzeker of / hoeveel dividend er beschikbaar wordt gesteld.
Voor de spaarders: 1 scorepunt. Spaarders ontvangen (meestal) interest op het spaargeld, of: Voor spaarders geldt het depositogarantiestelsel (de Nederlandse overheid staat garant voor maximaal € 100.000) / In geval van faillissement gaan spaarders voor aandeelhouders bij het verdelen van de boedel.
Aanvulling: Op pagina 13, bij vraag 16 moet het antwoord worden vervangen door: Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Voor de aandeelhouders: 1. Aandeelhouders lopen het risico op waardedaling van de aandelen. Het is onzeker of / hoeveel dividend er beschikbaar wordt gesteld. Voor de spaarders: 1. Spaarders ontvangen (meestal) interest op het spaargeld. Voor spaarders geldt het depositogarantiestelsel (de Nederlandse overheid staat garant voor maximaal € 100.000). Of: In geval van faillissement gaan spaarders voor aandeelhouders bij het verdelen van de boedel: 2.
Opgave 4
In deze opgave is de btw 21%.
Wings nv produceert vleugels voor vliegtuigen. Deze verkoopt Wings aan vier verschillende vliegtuigbouwers. In onderstaand diagram is af te lezen hoe de omzet van Wings in het jaar 2025, te weten € 20 miljard, is verdeeld over de vier afnemers. De omzet wordt toegerekend op het moment van aflevering van de vleugels.
Met alle vliegtuigbouwers wordt overeengekomen dat de facturering en betaling van de vleugels aan Wings per bank op de volgende wijze plaatsvindt:
- eerste termijn: 25% bij bestelling, 6 maanden voor de aflevering van de vleugels;
- tweede termijn: 75% twee maanden na de aflevering van de vleugels.
Vraag 17 2 punten
Leg uit of er in bovenstaande situatie voor Wings sprake is van:
- a alleen leverancierskrediet
- b alleen afnemerskrediet
- c zowel leverancierskrediet als afnemerskrediet.
Kies de juiste letter en motiveer het antwoord.
Cirkeldiagram met de verdeling van de omzet exclusief btw over 2025 van Wings over de vier afnemers: Skybus 60%, Maniac 18%, Josoflo 14% en Exploire 8%. Bekijk in Opgaven, pagina 8
Bekijk het antwoord
c
Bij de eerste termijn wordt eerst het geld ontvangen en daarna worden de goederen geleverd (afnemerskrediet). Bij de tweede termijn worden eerst de goederen geleverd en daarna wordt het geld ontvangen (leverancierskrediet).
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het eerste scorepunt is behaald.
Vliegtuigbouwer Skybus in liquiditeitsproblemen
Skybus heeft in 2025 slechts één order geplaatst. Tot nu toe heeft vliegtuigbouwer Skybus altijd op tijd aan Wings betaald. Op 1 juli 2025 levert Wings de order van Skybus af.
Vraag 18 2 punten
Bereken het bedrag dat in de tweede termijn aan Skybus wordt gefactureerd.
Bekijk het antwoord
20 miljard x 0,60 x 0,75 x 1,21 = 10,89 miljard
Voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Op 1 augustus 2025 meldt Skybus aan Wings dat het bedrijf liquiditeitsproblemen heeft en dat het de betalingsverplichting aan Wings niet op het afgesproken moment kan voldoen. Skybus vraagt Wings om de factuur drie maanden later dan afgesproken te mogen betalen.
Wings gaat hiermee akkoord, omdat de financiële gevolgen van een faillissement van Skybus heel groot zijn voor Wings.
Vraag 19 2 punten
Noem voor Wings twee nadelige bedrijfseconomische gevolgen van een faillissement van Skybus.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- een afboeking van de vordering op Skybus uit 2025
- een enorm omzetverlies voor Wings / het verlies van een grote klant voor Wings
- extra kosten door ontslaan van personeel
Per juist antwoord 1 scorepunt.
Opgave 5
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 4 tot en met 7.
Sportschool Personal Gym vof is meer dan een standaardsportschool. Bij Personal Gym krijgt elk individu persoonlijke begeleiding met als einddoel ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. Personal Gym is op 1 januari 2023 door het echtpaar Gerard en Maya van Limbeek opgericht. Het plan is om per 1 januari 2026 te investeren in nieuwe fitnessapparaten ter waarde van € 42.350 inclusief 21% btw.
Voor de financiering daarvan op 1 januari 2026:
- heeft Personal Gym € 10.000 aan liquide middelen beschikbaar,
- wordt het resterende bedrag inclusief btw door Personal Gym geleend via crowdfunding (zie informatiebron 4).
Informatiebron 4
Crowdfunding
Collin Crowdfund is een van de crowdfundingsplatforms in Nederland. Bij de projecten op het platform van Collin Crowdfund gaat het om leningen. Geldvragers melden zich met hun investeringsproject aan op het platform van Collin Crowdfund. Geldgevers (de investeerders) kunnen vervolgens voor een deel van het totale gewenste leenbedrag meedoen.
Collin Crowdfund biedt de geldvrager op het platform de ruimte om het investeringsproject te promoten en geeft elk investeringsproject een Collin Credit Score. De hoogte van deze score bepaalt de kredietwaardigheid van de geldvrager en daarmee de hoogte van het interestpercentage.
Informatiebron 5
De Collin Credit Score (CCS)
De CCS hangt af van de zekerheden, de solvabiliteit en de afloscapaciteit.
| waardering voor zekerheden | punten |
|---|---|
| zeer goed | 40 |
| goed | 30 |
| ruim voldoende | 20 |
| voldoende | 10 |
| matig | 5 |
| solvabiliteit (VV/TV) x100% | waardering | punten |
|---|---|---|
| 0% - 15% | zeer goed | 20 |
| 16% - 30% | goed | 15 |
| 31% - 40% | ruim voldoende | 10 |
| 41% - 60% | voldoende | 5 |
| ≥ 61% | matig | 0 |
| afloscapaciteit | waardering | punten |
|---|---|---|
| 0% - 20% | zeer goed | 40 |
| 21% - 30% | goed | 30 |
| 31% - 40% | ruim voldoende | 20 |
| 41% - 50% | voldoende | 10 |
| ≥ 51% | onvoldoende | 0 |
| totaal aantal punten | CCS | interest |
|---|---|---|
| 90 - 100 | zeer goed | 5,3% |
| 65 - 89 | goed | 6,2% |
| 45 - 64 | ruim voldoende | 6,7% |
| 20 - 44 | voldoende | 7,5% |
| 0 - 19 | onvoldoende | afwijzing |
Informatiebron 6
Balans Personal Gym per 31 december 2025 (voor investering en financiering)
| debet | bedrag (getallen x € 1) | credit | bedrag (getallen x € 1) |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 96.000 | Eigen vermogen | 75.444 |
| Liquide middelen | 25.000 | Banklening | 45.556 |
| 121.000 | 121.000 |
De balans van Personal Gym is opgesteld op 31 december 2025. De investering in nieuwe fitnessapparaten en de bijbehorende financiering per 1 januari 2026 moeten nog in een nieuwe balans worden verwerkt.
Balans Personal Gym per 1 januari 2026 (na investering en financiering)
| debet | bedrag (getallen x € 1) | credit | bedrag (getallen x € 1) |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 96.000 | Eigen vermogen | 75.444 |
| Fitnessapparatuur (nieuwe vaste activa) | .......... | Banklening | 45.556 |
| Te vorderen btw | .......... | ||
| Liquide middelen | .......... | Crowdfunding | .......... |
| .......... | .......... |
Informatiebron 7
Exploitatiebegroting Personal Gym 2026 en overige informatie
| Exploitatiebegroting 2026 (getallen x €1) | bedrag |
|---|---|
| omzet | 94.200 |
| kosten | |
| verzekeringskosten | 4.800 |
| huisvestingskosten | 7.000 |
| afschrijvingskosten | |
| marketingkosten | 1.000 |
| interestkosten banklening | |
| interestkosten crowdfunding | |
| overige kosten | 2.000 |
| totale kosten | |
| resultaat |
Overige informatie:
- De vaste activa op de balans per 1 januari 2026 zijn in zijn geheel op 1 januari 2023 aangeschaft. In de periode 1 januari 2023 – 1 januari 2026 zijn geen nieuwe vaste activa gekocht.
- Zowel op de huidige vaste activa als op de investering in nieuwe fitnessapparaten zal 12% per jaar van de aanschafwaarde worden afgeschreven.
- De banklening per 1 januari 2026 bedraagt € 45.556. De banklening wordt op basis van halfjaarlijkse annuïteiten van € 4.033 terugbetaald. De betaling van de interest en aflossing is achteraf op 30 juni en 31 december van elk jaar. Het interestpercentage is 3% per halfjaar.
- De gevraagde lening via crowdfunding wordt afgesloten op 1 januari 2026 en heeft een looptijd van 5 jaar. Er zal halfjaarlijks lineair worden afgelost op 30 juni en 31 december, voor het eerst op 30 juni 2026. Het verwachte interestpercentage per jaar bedraagt 6,2%. De betaling van de interest is ook halfjaarlijks achteraf.
Vraag 20 1 punt
Noem voor Personal Gym een voordeel van financiering via crowdfunding ten opzichte van financiering met een onderhandse lening.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Crowdfunding kan ervoor zorgen dat Personal Gym bekender wordt.
- De voorwaarden voor kredietverlening (interestpercentage en aflossing) via crowdfunding kunnen gunstiger zijn.
Op het platform Collin Crowdfund lezen Gerard en Maya dat elke kredietaanvraag kritisch wordt beoordeeld en voorzien wordt van een Collin Credit Score (CCS).
Gerard en Maya onderzoeken welke CCS hun kredietaanvraag zal krijgen.
Ze zien op de website van het platform dat de Collin Credit Score afhangt van “zekerheden”, “solvabiliteit” en “afloscapaciteit” (zie informatiebron 5).
Zekerheden
Bij de zekerheden voor de investeerder gaat het bijvoorbeeld om het hypotheekrecht en een verklaring van de geldleners om gedurende een periode geen privé-opnames te doen.
Gerard en Maya kunnen hun investeerders geen recht van hypotheek verstrekken.
Vraag 21 1 punt
Leg uit waarom er op de investeringen in fitnessapparaten geen recht van hypotheek kan worden gegeven.
Bekijk het antwoord
Hypotheekrecht kan alleen gegeven worden bij leningen voor onroerende goederen (en fitnessapparaten zijn roerende goederen).
Opmerking
Onroerend goed expliciet benoemen of een voorbeeld van een onroerend goed geven is noodzakelijk voor 1 scorepunt.
Gerard en Maya rekenen aan de hand van de balans van 1 januari 2026 en de exploitatiebegroting over 2026 de Collin Credit Score voor hun kredietaanvraag uit.
Solvabiliteit
De solvabiliteit wordt op 1 januari 2026 na verwerking van de ontvangst van het krediet berekend. Hiervoor wordt op deze datum eerst een nieuwe balans opgesteld.
Vraag 22 2 punten
Stel de balans per 1 januari 2026 op na investering en financiering (zie informatiebron 6).
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
Lege balans per 1 januari 2026 met de posten vaste activa, fitnessapparatuur, te vorderen btw, liquide middelen, banklening en crowdfunding. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2
Bekijk het antwoord
| debet | bedrag (getallen x € 1) | credit | bedrag (getallen x € 1) |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 96.000 | Eigen vermogen | 75.444 |
| Fitnessapparatuur (nieuwe vaste activa) | 35.000 | ||
| Te vorderen btw | 7.350 | Banklening | 45.556 |
| Liquide middelen | 15.000 | Crowdfunding | 32.350 |
| 153.350 | 153.350 |
Fitnessapparatuur $\frac{42.350}{1{,}21} = 35.000$
Te vorderen btw: 0,21 x 35.000 = 7.350
Liquide middelen: 25.000 – 10.000 = 15.000
Crowdfunding: 42.350 – 10.000 = 32.350 en 153.350
Vraag 23 1 punt
Welke CCS-waardering zal Personal Gym krijgen voor de solvabiliteit? Licht het antwoord toe met een berekening (zie informatiebronnen 5 en 6).
Bekijk het antwoord
$\frac{45.556 + 32.350}{153.350} \times 100\% = 50{,}8\%$, dus de waardering is voldoende / 5 punten.
Gerard en Maya berekenen eerst wat de interest en aflossing voor 2026 van de huidige banklening zal zijn.
Vraag 24 2 punten
Bereken voor het jaar 2026 de interest en aflossing van de banklening (zie informatiebronnen 6 en 7).
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
Lege schuldentabel met de kolommen schuld, interest, aflossing en annuïteit voor het eerste en het tweede halfjaar van 2026, met een totaalrij. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2
Bekijk het antwoord
| schuld | interest | aflossing | annuïteit | |
|---|---|---|---|---|
| eerste halfjaar | 45.556,00 | 1.366,68 | 2.666,32 | 4.033 |
| tweede halfjaar | 42.889,68 | 1.286,69 | 2.746,31 | 4.033 |
| totaal | 2.653,37 | 5.412,63 | 8.066 |
Toelichting
eerste halfjaar: 0,03 x 45.556,00 = 1.366,68 en 4.033 – 1.366,68 = 2.666,32
tweede halfjaar: 0,03 x 42.889,68 = 1.286,69 en 4.033 – 1.286,69 = 2.746,31
Vervolgens wordt de exploitatiebegroting over 2026 opgesteld. In informatiebron 7 en de uitwerkbijlage is deze gedeeltelijk ingevuld.
Vraag 25 4 punten
Stel de exploitatiebegroting voor 2026 verder op.
Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag in.
Gedeeltelijk ingevulde exploitatiebegroting 2026 met een lege kolom voor de kosten, en een tabel voor de berekeningen van de afschrijvingskosten en de interestkosten crowdfunding. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 3
Bekijk het antwoord
| Exploitatiebegroting 2026 (getallen x €1) | bedrag | totaal |
|---|---|---|
| omzet | 94.200 | |
| kosten | ||
| verzekeringskosten | 4.800 | |
| huisvestingskosten | 7.000 | |
| afschrijvingskosten | 22.200 | |
| marketingkosten | 1.000 | |
| interestkosten banklening (zie vraag 24) | 2.653,37 | |
| interestkosten crowdfunding | 1.905,42 | |
| overige kosten | 2.000 | |
| totale kosten | 41.558,79 | |
| resultaat | 52.641,21 |
0,12 x (96.000 / 0,64 + 42.350 / 1,21) = 22.200
(0,062 x 32.350 x 0,5) + 0,062 x (32.350 – 32.350 / 10) x 0,5 = 1.905,42
41.558,79 en 52.641,21
Opmerkingen
Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen. Iedere juiste manier van afronden goedkeuren.
Afloscapaciteit
De afloscapaciteit geeft aan in hoeverre de aflossingen van de leningen uit de cashflow kunnen worden gedaan.
Deze afloscapaciteit wordt als volgt berekend:
\frac{\text{aflossingen in 2026 op huidige leningen en nieuwe lening}}{\text{cashflow over 2026}} \times 100\%
Vraag 26 2 punten
Welke CCS-waardering zal Personal Gym krijgen voor de afloscapaciteit van de kredietaanvraag? Licht het antwoord toe met een berekening (zie informatiebronnen 5 tot en met 7).
Bekijk het antwoord
$\frac{5.412{,}63 + 2 \times 3.235}{52.641{,}21 + 22.200} \times 100\% = 15{,}88\%$, dus de waardering is zeer goed / 40 punten.
Opmerking
Voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen.
Conclusie
Gerard en Maya zullen de financiering van het investeringsproject via crowdfunding doorzetten als er sprake is van een CCS die goed of zeer goed is. Gerard en Maya kunnen hun investeerders ruim voldoende zekerheden bieden en zij krijgen voor deze zekerheden een CCS-waardering van 20 punten.
Vraag 27 2 punten
Toon met een berekening van de CCS aan of Gerard en Maya de financiering via crowdfunding zullen doorzetten (zie informatiebron 5).
Bekijk het antwoord
Het totale aantal punten: 20 (zekerheden) + 5 (solvabiliteit) + 40 (afloscapaciteit) = 65.
65 punten geeft een CCS met de waardering goed en daarmee kunnen ze de investering en financiering doorzetten.
Opgave 6
Kim en Tarik zijn getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen en hebben twee uitwonende volwassen dochters. Kim en Tarik besluiten om per 1 februari 2025 te scheiden en maken daarbij de volgende afspraak: Tarik blijft in het huis wonen en moet daarom Kim uitkopen.
De uitkoopsom van Kim is gelijk aan de helft van de marktwaarde van de woning, verminderd met de helft van de restschuld van de hypothecaire lening.
Uitkoopsom Kim
De marktwaarde van de woning bedraagt per 1 februari 2025 € 756.000. De woning is gekocht op 1 februari 2014. Voor de financiering van de woning is een hypothecaire lening afgesloten met de volgende gegevens:
| Hypothecaire lening met aflossing op basis van annuïteiten | |
|---|---|
| leenbedrag | € 249.000 |
| ingangsdatum hypothecaire lening | 1 februari 2014 |
| looptijd lening | 30 jaar |
| annuïteit | € 13.965,82 |
| interestpercentage per jaar | 3,75% |
| betaling annuïteit | jaarlijks achteraf op 31 januari, voor het eerst op 31 januari 2015 |
Vraag 28 3 punten
Bereken het bedrag dat Kim op 1 februari 2025 van Tarik ontvangt. Bereken hiervoor eerst de restschuld van de hypothecaire lening op basis van de contante waarde van de toekomstige annuïteiten (zie formuleblad).
Formuleblad met de somformule van een meetkundige reeks, S = a × (rⁿ – 1) / (r – 1), met de uitleg van de symbolen. Bekijk in Bijlage, pagina 2
Bekijk het antwoord
$13.965{,}82 \times 13{,}417312 = 187.383{,}76$
(a = 1,0375^-19 ; r = 1,0375 ; n = 19 ; S = 13,417312)
Kim ontvangt: $756.000 - \frac{187.383{,}76}{2} = 284.308{,}12$ (= 284.308)
Opmerkingen: Bij de eerste deelscore voor elke fout 1 scorepunt in mindering brengen. Als de restschuld op een andere wijze is berekend bij de eerste deelscore maximaal 1 scorepunt toekennen.
Na de scheiding huurt Kim een appartement. Op 1 februari 2025 opent zij een spaarrekening waar zij het bedrag dat is verkregen uit de scheiding op zet. Hiervoor ontvangt zij een samengestelde interest van 0,12% per maand.
Op 1 november 2025 komt Kim te overlijden. Kim heeft bij een notaris een testament opgesteld waarin een bedrag van € 30.000 van de erfenis is bestemd voor het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het resterende bedrag van de erfenis is bestemd voor haar dochters.
Het vermogen van Kim bestaat uit het saldo van de spaarrekening per 1 november 2025. Er zijn tussentijds geen opnames en stortingen gedaan op de spaarrekening.
Vraag 29 3 punten
Bereken het deel van de erfenis dat elk van haar dochters ontvangt, na aftrek van de erfbelasting. Gebruik hierbij de gegevens in onderstaande tabel.
Vrijstellingen en tarieven erfbelasting 2025
| U bent | partner | kind | kleinkinderen, verdere afstammelingen | overige erfgenamen, zoals broer, zus of ouders |
|---|---|---|---|---|
| vrijstelling | € 804.698 | € 25.490 | € 25.490 | € 2.690 |
| gedeelte waarde erfenis: | ||||
| schijf 1: € 0 - € 154.197 | 10% | 10% | 18% | 30% |
| schijf 2: € 154.197 en meer | 20% | 20% | 36% | 40% |
Bekijk het antwoord
vermogen bij overlijden: 284.308,12 x 1,0012^9 = 287.393,43
erfenis per dochter voor erfbelasting: (287.393,43 – 30.000) / 2 = 128.696,71
128.696,71 – 0,10 x (128.696,71 – 25.490) = 118.376(,04)
Opmerkingen: Als een kandidaat met een zelfverzonnen vermogen begint omdat opgave 28 niet is gemaakt, kunnen alle scorepunten worden behaald. Als er tussentijds naar beneden is afgerond op hele euro's, dan moet dit goedgerekend worden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Bedrijfseconomie 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens bedrijfseconomie vwo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 28. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over balans en resultatenrekening (7), kostprijs en break-even (6) en financiering (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-0400-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.