Eindexamen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1, Opgave 2, Opgave 3, Opgave 4, Opgave 5, Opgave 6.
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over kostprijs en break-even (10), personeel en organisatie (5) en investeren (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kostprijs en break-even | 8-9, 12, 16, 20-25 | 10 |
| Personeel en organisatie | 1-4, 11 | 5 |
| Investeren | 14-15, 17-18, 30 | 5 |
| Balans en resultatenrekening | 7, 26-28 | 4 |
| Financiering | 13, 29 | 2 |
| Marketing | 19 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 13 examens bedrijfseconomie vwo sinds 2021: dit examen vroeg meer over kostprijs en break-even (37% van de vragen, gemiddeld 22%). Minder over financiering (7% van de vragen, gemiddeld 18%) en balans en resultatenrekening (15% van de vragen, gemiddeld 24%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1
Ziekenhuizen hebben grote moeite met het aantrekken én het in dienst houden van personeel. Er heerst krapte op de arbeidsmarkt voor verpleegkundigen. Daardoor zien veel ziekenhuizen zich steeds vaker genoodzaakt om verpleegkundigen als zzp’ers in te huren.
Vraag 1 2 punten
Noem voor een organisatie in het algemeen twee nadelen van het inhuren van zzp’ers ten opzichte van personeel in loondienst. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
- Een zzp’er kan in tijden van krapte op de arbeidsmarkt onderhandelen over een hogere beloning, terwijl het ziekenhuis een medewerker met een contract voor onbepaalde tijd kan houden aan een cao. De organisatie moet dus vaker onderhandelen (1)
- Een zzp’er heeft minder binding met de organisatie / geringere loyaliteit met de opdrachtgever (1)
Het Carolus Universitair Medisch Centrum (CarolusUMC) geeft er de voorkeur aan om personeel aan te nemen met een dienstverband voor onbepaalde tijd. Voor het aantrekken hiervan heeft het een zogenaamde headhunter, een extern bureau, ingehuurd. Het inhuren van een headhunter brengt flinke kosten met zich mee.
Vraag 2 2 punten
Noem een voordeel en een ander nadeel voor het CarolusUMC van het werken met een headhunter in plaats van het zelf aantrekken van personeel.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − Voordeel: een headhunter is gespecialiseerd / kent de arbeidsmarkt. − Nadeel: een headhunter kent de cultuur van een afdeling niet / kan ‘op papier’ een kandidaat beoordelen, maar heeft geen ervaring als werknemer in de organisatie. per juist antwoord (1) (2)
In samenspraak met het CarolusUMC plaatst de headhunter onderstaande personeelsadvertentie voor een anesthesiemedewerker voor de afdeling Operatiekamers.
Persoonlijke zorg vraagt een zorgzaam persoon.
Persoonlijke zorg is een kernwaarde van het CarolusUMC. Iedereen die betrokken is bij het CarolusUMC houdt hier continu rekening mee, zowel in aandacht voor onze cliënten als in aandacht voor ons personeel.
Functieomschrijving
- Je begeleidt cliënten persoonlijk naar en door de anesthesie.
- Je werkt in teamverband en stuurt een team aan.
- Je bent actief betrokken bij opleiding van studenten.
Arbeidsvoorwaarden
- Direct een contract voor onbepaalde tijd.
- Afhankelijk van kennis en ervaring vindt inschaling plaats in schaal 9.
- Wij bieden nieuwe medewerkers van het CarolusUMC de mogelijkheid van woonruimte voor maximaal 1 jaar, totdat ze zelf iets anders hebben gevonden.
- CarolusUMC heeft voor het hele personeel een collectieve aansprakelijkheidsverzekering afgesloten.
Emma is op zoek naar een nieuwe baan, leest de advertentie en vraagt zich af hoe de kernwaarde ‘persoonlijke zorg voor het personeel’ waargemaakt kan worden in een grote en hiërarchische organisatie als een academisch ziekenhuis.
Vraag 3 1 punt
Geef een reden waarom de kernwaarde ‘persoonlijke zorg voor het personeel’ in een grote en hiërarchische organisatie als een academisch ziekenhuis mogelijk moeilijk waar te maken is.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − In een grote en hiërarchische organisatie is er sprake van een grote afstand tussen leiding en werkvloer, waardoor mensen makkelijk over het hoofd kunnen worden gezien. − Een ziekenhuis is een organisatie met verschillende diensten (dag/nacht). Personeel werkt daardoor in wisselende samenstelling met elkaar. Mensen worden minder snel ‘gemist’. (1)
Een onderdeel van het personeelsbeleid is het personeel de mogelijkheid te bieden om zich professioneel te ontwikkelen.
Vraag 4 2 punten
Geef aan hoe uit bovenstaande personeelsadvertentie blijkt dat er bij het CarolusUMC sprake is van de mogelijkheid tot professionele ontwikkeling. Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het werken in teamverband (en het leren van anderen) (1p)
- is een indicatie van geboden mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling (1p)
Opmerking Het tweede scorepunt wordt alleen toegekend als het eerste scorepunt is behaald.
Emma leest ook dat CarolusUMC een collectieve aansprakelijkheidsverzekering voor het personeel heeft afgesloten.
Vraag 5 2 punten
Is er bij een aansprakelijkheidsverzekering sprake van een schadeverzekering of van een levensverzekering? Licht het antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt wordt alleen toegekend als het eerste scorepunt is behaald.
Opgave 2
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 4.
In deze opgave is het btw-tarief 21%.
Chris Wagenaar is directeur en enige aandeelhouder van Wagenaar bv, dat hij in 2010 heeft opgericht. Wagenaar bezit een grote loods waarin webshops magazijn- en opslagruimte kunnen huren om hun voorraden extern op te slaan.
In 2015 heeft Wagenaar zijn bedrijfsmodel aangepast: webshops kunnen nu hun gehele orderafhandeling aan Wagenaar uitbesteden. Dit wordt e-fulfillment genoemd (zie informatiebron 1). Uit informatiebron 1 blijkt dat het ondernemersgedrag van Wagenaar sinds 2015 kenmerken heeft van effectuation.
Vraag 6 2 punten
Noem twee gegevens uit informatiebron 1 die aantonen dat het ondernemersgedrag van Wagenaar sinds 2015 kenmerken heeft van effectuation. Licht je antwoorden toe.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: − Er worden nieuwe markten geïdentificeerd: uit het onderzoek blijkt dat de markt voor webshops verandert en daardoor ook de vraag naar bepaalde diensten. − Er wordt uitgegaan van beschikbare middelen: Wagenaar gebruikt het bestaande pand om andere / meerdere diensten aan te bieden. − Er worden strategische partners gevonden: Wagenaar sluit een samenwerkingsovereenkomst met PostNL. per juiste combinatie van antwoord en toelichting (1) (2)
Onderdeel van dit nieuwe bedrijfsmodel is dat Wagenaar zijn klanten de mogelijkheid biedt om hun voorraden off-balance te halen en op te nemen op de balans van Wagenaar.
Vraag 7 2 punten
Geef een financieel voordeel voor Wagenaars klanten om hun voorraden off-balance te halen. Motiveer het antwoord.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- wat kan leiden tot (een van de volgende): (1p)
- minder interestkosten indien gefinancierd met vreemd vermogen.
- meer rendement, omdat webshops hun vrijgemaakte vermogen op een andere (rendabelere) wijze kunnen inzetten.
- minder risico op kosten bij brand / diefstal / veroudering, omdat het economisch risico niet meer bij de webshops ligt.
In de periode 2015 tot en met 2020 pakt het nieuwe bedrijfsmodel van Wagenaar goed uit. Wel blijkt er uit de analyse van de resultaten over
2020 een groot verschil te zijn tussen het voorcalculatorische en nacalculatorische resultaat (zie informatiebron 2). Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een nadelig budgetresultaat op de loonkosten van de orderpickers bij Wagenaar. Hiervoor zijn twee oorzaken:
- de loonkosten per uur
- het aantal minuten per orderpick.
Vraag 8 3 punten
Welke van deze twee oorzaken heeft de grootste invloed op het nadelige budgetresultaat op de loonkosten van de orderpickers? Motiveer het antwoord met behulp van een berekening van het efficiencyresultaat en een berekening van het prijsresultaat van de loonkosten van de orderpickers (zie formuleblad). Geef per resultaat aan of het een voordelig of een nadelig resultaat betreft.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als het efficiencyresultaat of het prijsresultaat via het budgetresultaat is berekend, worden hiervoor geen scorepunten in mindering gebracht.
De oorzaak van dit efficiency- en prijsresultaat is volgens Wagenaar het feit dat er een grote krapte op de arbeidsmarkt is (weinig werklozen en veel openstaande vacatures).
Vraag 9 2 punten
Leg uit dat de krapte op de arbeidsmarkt een oorzaak kan zijn van het berekende efficiency- en prijsresultaat van de loonkosten van de orderpickers van Wagenaar. Betrek in het antwoord beide resultaten.
Bekijk het antwoord
- kan het prijsresultaat negatief uitpakken, omdat het uitzendbureau in 2020 de uitzendkrachten een hoger salaris moest betalen dan van tevoren was gecalculeerd (1)
- kan het efficiencyresultaat negatief uitpakken, omdat mensen sneller elders een aanstelling voor onbepaalde tijd krijgen en daardoor vaker mensen ingewerkt moeten worden / geen gespecialiseerd personeel te vinden is (1)
Om de prestaties van de orderpickers over een jaar te meten, hanteert Wagenaar de gerealiseerde loonkosten van de orderpickers per order.
Vraag 10 2 punten
Leg uit dat de gerealiseerde loonkosten van de orderpicker per order een prestatie-indicator (PI) betreffen en geen kritische succesfactor (KSF). Betrek in het antwoord zowel PI als KSF.
Bekijk het antwoord
- PI geeft een indicatie van de prestaties van de orderpickers die gemeten worden via de loonkosten per order (1)
- KSF zijn factoren die het succes van een onderneming verklaren/bepalen, in concreto de prestaties van de orderpickers (1)
Wagenaar heeft als doel gesteld dat de uitkomst van deze PI maximaal € 1,50 mag zijn. Over 2020 was dit afgerond € 2,41.
Het grote verschil tussen de voor- en nacalculatorische loonkosten van de orderpickers én het niet behalen van de gewenste KPI over 2020 zijn voor Wagenaar aanleiding om een plan op te stellen dat per 1 januari 2021 moet worden uitgevoerd: a investeren in en financiering van een semi-automatisch orderpicksysteem met bijbehorende software (zie informatiebron 4) om het totale aantal benodigde fte te verminderen. én b een aantal orderpickers voor onbepaalde tijd in dienst nemen en daardoor goedkopere orderpickers (uitzendkrachten) dagelijks inhuren via het uitzendbureau (zie informatiebron 3)
Wagenaar zal het plan per 1 januari 2021 uitvoeren indien door het plan:
- de gewenste waarde van de PI over 2021 naar verwachting wordt behaald én
- de verwachte afname van de loonkosten over 2021 van de orderpickers groter is dan de verwachte toename van de overige bedrijfskosten en financieringskosten over 2021.
Behalen PI 2021
Wagenaar zal een minimumaantal fte aan orderpickers voor onbepaalde tijd in dienst nemen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal verwachte orders op de minst drukke dag van de week.
Vraag 11 2 punten
Bereken het verwachte minimumaantal fte aan orderpickers voor onbepaalde tijd per week over 2021 (zie informatiebron 3).
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 35 x 60 • = 525 orders per week per fte (1) 4 7 x 600 • = 8 fte per week 525 of 4 (7) 600 x x = 8 fte per week (1) 60 (35) (2)
Dit minimumaantal orderpickers is elke dag in de week volledig inzetbaar om orders te picken. Indien meer orderpickers op een bepaalde dag nodig zijn, zullen voor die dag uitzendkrachten worden ingehuurd via het eerder genoemde uitzendbureau. Ga voor de berekening van het aantal uitzendkrachten uit van het gemiddelde aantal orders per week.
Vraag 12 3 punten
Toon aan dat aan de gewenste PI van € 1,50 over 2021 zal worden voldaan (zie informatiebron 3).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- = € 1,21 (1,21 < 1,50 dus voldaan) (1p)
365 x 1.000
Opmerking Als er is gerekend met 366 dagen omdat 2020 een schrikkeljaar is, wordt dit niet fout gerekend.
Verwachte toename interestkosten en afschrijvingskosten
Vraag 13 3 punten
Bereken de verwachte toename van de interestkosten over 2021 als gevolg van het plan van Wagenaar (zie informatiebron 4).
Bekijk het antwoord
- benodigd vreemd vermogen: 0,6 x (544.500 + 36.300) = 348.480 interestkosten eerste halfjaar: 0,04 x 0,5 x 348.480 = 6.969,60 (2)
- interestkosten tweede halfjaar: 19 348.480 x x 0,5 x 0,04 = 6.621,12 + 20 totaal: € 13.590,72 (1)
De investeringen in het semi-automatisch orderpicksysteem en de software leiden tot een toename van de afschrijvingskosten.
Vraag 14 2 punten
Bereken de verwachte toename van de afschrijvingskosten over 2021 als gevolg van het plan van Wagenaar (zie informatiebron 4).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
544.500 x 0,75 1,21
Conclusie
Vraag 15 3 punten
Zal Wagenaar het plan per 1 januari 2021 uitvoeren? Motiveer het antwoord met behulp van een berekening.
Bekijk het antwoord
- verwachte afname loonkosten orderpickers in 2021: 876.000 – 440.960 (vraag 12) = 435.040 (1)
- verwachte toename interestkosten en afschrijvingskosten in 2021: 13.590,72 (vraag 13) + 36.750 (vraag 14) = 50.340,72 435.040 > 50.340,72 (1)
- én de gewenste PI van € 1,50 over 2021 wordt naar verwachting behaald (vraag 12), dus Wagenaar zal het plan uitvoeren (1)
Opgave 3
Op het Cornelis Lyceum in Kerkrade gaan de leerlingen van de zesde klas elk jaar in de eerste week van november op examenreis. De reis wordt jaarlijks door de school ingekocht bij LOTTRAVEL.
De school betaalt de prijs van de reis (reissom) per leerling aan LOTTRAVEL. De hoogte van deze reissom per leerling verandert elk jaar.
jaar 2017 2018 2019 2020 2021 indexcijfer reissom per leerling 98,68 102,37 101,32 107,89 reissom per leerling in euro’s 375,00 389,00 385,00 (vraag 16)
Vraag 16 1 punt
Bereken de reissom per leerling in 2021. Rond af op hele euro’s.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: 375 x 107,89 = € 410 98,68 (1)
De leerlingen, die in augustus 2019 in vwo 4 zijn gestart, zijn in 2021 op examenreis geweest. Voor deze reis ontvangt de school Europese subsidie. Hiermee kan een deel van de reissom betaald worden. Het grootste deel wordt betaald door de leerlingen zelf.
− De totale reissom (aantal leerlingen x antwoord op vraag 16) is door de school op 1 november 2021 aan LOTTRAVEL overgemaakt.
- Met ingang van 31 augustus 2019 hebben de leerlingen elke maand op de laatste dag van de maand € 10 op een speciaal voor deze reis geopende spaarrekening gestort. De laatste stortingen vonden plaats op 31 oktober 2021. De spaarrekening vergoedde maandelijks 0,15% samengestelde interest, die steeds op de laatste dag van de maand werd bijgeschreven.
- Op dezelfde spaarrekening is op 1 september 2020 door de school uit de subsidiepot een bedrag bijgestort, zodat op 1 november 2021 exact de betaling aan LOTTRAVEL gedaan kon worden.
Vraag 17 2 punten
Bereken per leerling de eindwaarde per 1 november 2021 van de maandelijkse stortingen door een leerling (zie formuleblad).
Bekijk het antwoord
- 10 x (1 + 1,0015 … + 1,001526) = € 275,33 1,001527 - 1 S=1x = 27,53314089 1,0015 - 1 (Hierbij is voor de somformule a = 1 r = 1,0015 n = 27) (2)
Er zijn 56 leerlingen die in 2019 begonnen zijn met sparen en in 2021 zijn meegegaan op examenreis. Doubleurs en instromers worden buiten beschouwing gelaten.
Vraag 18 2 punten
Bereken het bedrag dat de school op 1 september 2020 op de spaarrekening heeft bijgestort.
Bekijk het antwoord
- ( 410 – 275,33 ) x 56 = € 7.384,92 1,001514 (2)
Tijdens de examenreis blijkt dat het hotel waarin de leerlingen zouden overnachten, is overboekt: veel kamers waren dubbel verhuurd, waardoor er moest worden uitgeweken naar een ander hotel. De serviceafdeling van LOTTRAVEL heeft dit alles tot tevredenheid van de school geregeld.
Vraag 19 1 punt
Tot welke P van de marketingmix van LOTTRAVEL behoort deze geleverde service?
Bekijk het antwoord
- product (1)
Opgave 4
In deze opgave wordt gerekend met twee verschillende btw-tarieven.
Patty heeft een kapperszaak in Hellevoetsluis met als rechtsvorm eenmanszaak: Patkap. Samen met haar personeel verkoopt ze
- knipbehandelingen (vallend onder het btw-tarief van 9%)
- bijzondere behandelingen zoals kleuren, permanenten en trouwkapsels (vallend onder het btw-tarief van 9%)
- een klein assortiment aan kappersproducten zoals shampoo, haargel en haarlak (vallend onder het btw-tarief van 21%). Alle verkopen worden door de klanten altijd direct betaald.
Voor de knipbehandelingen segmenteert Patty de klanten in drie groepen met voor elke groep een aparte consumentenprijs (inclusief btw). Deze groepen zijn hieronder weergegeven in combinatie met de verwachte afzet en de verwachte ontvangsten uit verkopen over het jaar 2021.
marktsegment consumentenprijs verwachte verwachte knipbehandelingen afzet in ontvangsten uit
2021 verkopen in 2021 dames € 29 3.000 …….. heren € 26 € 57.200 kinderen (tot en met
12 jaar) € 18 € 15.300
Vraag 20 1 punt
Bereken het bedrag met betrekking tot de verkoop van knipbehandelingen dat Patty opneemt in de exploitatiebegroting over 2021.
Bekijk het antwoord
- 29 x 3.000 + 57.200 + 15.300 = € 146.330,28 1,09 (1)
Met betrekking tot de verwachte in- en verkopen van kappersproducten over 2021 is gegeven:
kwartaal inkopen verkopen balanswaarde balanswaarde (2021) (inclusief (inclusief voorraad aan voorraad aan btw) btw) het begin van het eind van het kwartaal het kwartaal eerste kwartaal € 900 € 1.647 € 1.200 € 1.000 tweede kwartaal € 800 € 1.553 € 1.000 € 1.500 derde kwartaal € 950 € 1.275 € 1.500 € 1.300 vierde kwartaal € 875 € 1.619 € 1.300 € 1.400
Vraag 21 2 punten
Bereken de verwachte inkoopwaarde van de omzet van kappersproducten in 2021.
Bekijk het antwoord
- 900 + 800 + 950 + 875 + (1.200 – 1.400) = € 2.713,22 1,21 (2)
Aan de verkopen van kappersproducten worden over 2021 in totaal € 600 overige kosten toegerekend.
Vraag 22 2 punten
Bereken de bijdrage van de verkopen van kappersproducten aan het totale bedrijfsresultaat van Patkap over 2021. Geef aan of het een voordelige of een nadelige bijdrage betreft.
Bekijk het antwoord
- = 5.036,36 (1)
- 5.036,36 – 2.713,22 – 600 = € 1.723,14 voordelig/positief/+ (1)
Opgave 5
Bij deze opgave horen de informatiebronnen 5 en 6.
In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.
Schavuyt bv is een onderneming (moedermaatschappij) met twee divisies (dochterondernemingen): Motormuis bv en Das Boot bv.
- Motormuis bv: in- en verkoper van motoren voor boten, gevestigd in België. Motormuis verkoopt haar motoren aan Das Boot en aan externe afnemers.
- Das Boot bv: verkoper van complete boten met motoren, gevestigd in Zwitserland. Das Boot koopt de motoren in bij Motormuis en eventueel bij een externe leverancier.
De relaties van bovengenoemde ondernemingen zien er schematisch als volgt uit:
In informatiebron 5 staan gegevens met betrekking tot de verwachte kosten voor Motormuis over het jaar 2021.
Vraag 23 2 punten
Bereken op basis van informatiebron 5 de verwachte variabele kosten per motor in 2021 voor Motormuis.
Bekijk het antwoord
- Voorbeeld van een juiste berekening is: Bij een toename van de afzet van bijvoorbeeld 100 naar 200 stuks stijgen de totale kosten van 100 x 2.250 = 225.000 naar 200 x 1.350 = 270.000. Deze stijging betreft alleen variabele kosten. Dus variabele kosten per 270.000 - 225.000 stuk: = € 450 200 - 100 (2)
Het aantal motoren dat Motormuis in 2021 verwacht te kunnen verkopen aan externe afnemers is afhankelijk van de verkoopprijs (zie informatiebron 6).
Voor de start van het jaar 2021 bepaalt moedermaatschappij Schavuyt de interne verrekenprijs (transfer price), waartegen Motormuis motoren aan Das Boot levert. Bij het vaststellen van deze transfer price zijn er principeafspraken over de minimum- en de maximum transfer price:
- De minimum transfer price: de totale omzet van de 900 verkochte motoren mag voor Motormuis bij (deels) interne levering aan Das Boot niet lager zijn dan wanneer de 900 motoren allemaal extern worden geleverd.
- De maximum transfer price: de prijs die Das Boot moet betalen aan een externe leverancier (€ 750).
De financieel directeur van Schavuyt stelt dat het voor Schavuyt fiscaal het meest gunstig is indien er wordt gekozen voor een zo laag mogelijke transfer price.
Vraag 24 2 punten
Beargumenteer de stelling van de financieel directeur met behulp van informatiebron 6.
Bekijk het antwoord
- De vennootschapsbelasting in België is hoger dan in Zwitserland (1)
- (Daarom is het gunstiger voor Schavuyt om de winst zoveel mogelijk te laten plaatsvinden in Zwitserland.) Bij een zo laag mogelijke transfer price zal de winst voor Motormuis in België minimaal zijn en voor Das Boot in Zwitserland maximaal (1)
Schavuyt bepaalt dat Motormuis in 2021 in totaal 180 motoren moet leveren aan Das Boot voor de minimum transfer price: dit betekent dat Motormuis niet het maximum van 900 motoren aan externe klanten kan verkopen.
Vraag 25 2 punten
Bereken de transfer price per motor in 2021.
Bekijk het antwoord
- omzet bij uitsluitend levering aan externen: 900 x 740 = 666.000 (1)
- (Bij levering aan Das Boot moet deze omzet minimaal gehaald worden: de kosten blijven immers gelijk) omzet bij externe levering = (900 – 180) x 755 = 543.600 666.000 – 543.600 transfer price = = € 680 (1)
Nu de transfer price is bepaald, rekent de financieel directeur van Schavuyt uit wat het totale resultaat, na aftrek van vennootschapsbelasting, voor de moedermaatschappij is. Dit is de som van de afzonderlijke resultaten na vennootschapsbelasting van Motormuis en Das Boot.
Vraag 26 4 punten
Bereken het verwachte totale resultaat na aftrek van vennootschapsbelasting voor Schavuyt over 2021. Geef aan of het een voordelig of een nadelig resultaat betreft.
Bekijk het antwoord
- Motormuis: 666.000 – 900 x 450 – 180.000 = 81.000 81.000 x (1 – 0,25) = 60.750 (2)
- Das Boot: 180 x (3.450 – 680 – 700) – 270.000 = 102.600 102.600 x (1 – 0,14) = 88.236 totaal: € 148.986 voordelig/positief/+ (2)
Opgave 6
Sensios nv is een ijzerwarenhandel. In het streven naar een financieel gezonde organisatie wil Sensios onder andere de liquiditeitspositie op orde hebben. Sensios bepaalt elke eerste dag van het kwartaal de liquiditeitspositie met behulp van de quick ratio (vlottende activa inclusief liquide middelen en exclusief voorraden / kort vreemd vermogen). Het uitgangspunt is dat deze niet lager mag zijn dan 0,9 en niet hoger mag zijn dan 1,4.
Afhankelijk van de hoogte van de quick ratio kunnen er drie situaties ontstaan:
quick ratio op directe maatregel op direct resultaat van de eerste dag van eerste dag van het maatregel het kwartaal kwartaal < 0,9 verbeteren liquiditeit quick ratio moet stijgen tot 0,9 0,9 > 1,4 geen acties niet van toepassing > 1,4 verlagen liquiditeit quick ratio moet dalen tot 1,4
Te lage quick ratio
Per 1 april 2020 is de quick ratio van Sensios 0,76. Om de liquiditeitspositie te verbeteren, heeft de controller van Sensios een aantal maatregelen voorgesteld:
a verkoop van de aanwezige voorraad onder de balanswaarde b aflossing op de obligatielening, met geld verkregen door een aandelenemissie boven pari c verkoop van effecten
De financieel directeur vraagt zich af of de maatregelen werkelijk leiden tot een verbetering van de liquiditeit, gemeten door de quick ratio.
Vraag 27 3 punten
Geef van elk van de bovenstaande drie maatregelen a, b en c aan of die zal leiden tot een verbetering van de quick ratio. Motiveer de antwoorden. Betrek in het antwoord zowel het teller- als het noemereffect van de quick ratio. Vul de uitwerkbijlage bij deze vraag volledig in.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- maatregel wel / geen motivatie verbetering quick ratio a wel − De teller stijgt door een stijging van de liquide middelen én − het kort vreemd vermogen / de noemer blijft gelijk. b geen − De teller blijft gelijk én − het kort vreemd vermogen / de noemer blijft gelijk. c geen − De liquide middelen nemen net zoveel toe als de vlottende activa afnemen, dus de teller blijft gelijk én − het kort vreemd vermogen / de noemer blijft gelijk. per juist antwoord per maatregel (1) (3)
Te hoge quick ratio
Een jaar later is de liquiditeitspositie van Sensios, mede door stijging van de verkopen, behoorlijk verbeterd. Op basis van de balans van Sensios per 1 april 2021 valt te berekenen dat de quick ratio boven de 1,4 ligt.
debet 1 april 2021 (getallen x € 1.000) credit Onroerend goed 4.925 Aandelenkapitaal 1.400 Inventaris 670 Agioreserve 1.253 Effecten 91 Overige reserves 600 Voorraden 85 Resultaat 163 Debiteuren 212 Voorzieningen 480 Liquide middelen 153 Obligatielening 2.000 Crediteuren 145 Rekening-courantkrediet 35 Te betalen belastingen 60 6.136 6.136
Verder is gegeven
- De nominale waarde van een aandeel is € 200.
- De beurskoers van een aandeel per 1 april 2021 is € 500.
Sensios wil op 1 april 2021 de quick ratio gaan verlagen tot de maximaal gewenste hoogte van 1,4.
Vraag 28 2 punten
Geef een reden waarom Sensios een maximum stelt aan de hoogte van de quick ratio. Motiveer het antwoord.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Als de quick ratio te hoog is, worden er meer liquide middelen achter de hand gehouden dan benodigd voor betalingsverplichtingen op korte termijn. Dit geld kan beter worden geïnvesteerd in zaken die leiden tot een hoger rendement. − Er kan sprake zijn van een hoog debiteurensaldo met een risico dat deze debiteuren niet zullen betalen. (2)
Om de quick ratio tot 1,4 te verlagen, besluit Sensios tot het terugkopen van een deel van de eigen aandelen tegen de beurskoers per 1 april 2021. Sensios gebruikt hiervoor de aanwezige liquide middelen.
Vraag 29 3 punten
Bereken hoeveel eigen aandelen hiervoor worden teruggekocht.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- = 240 aandelen (1) 500
Het terugkopen van eigen aandelen door Sensios heeft positieve gevolgen voor de aandeelhouders van Sensios.
Vraag 30 2 punten
Noem een positief gevolg voor de aandeelhouders van Sensios die hun aandelen behouden. Motiveer het antwoord.
Bekijk het antwoord
- Het dividend per aandeel stijgt (bij gelijkblijvend totaal dividend) / beurskoers stijgt / intrinsieke waarde per aandeel stijgt / zeggenschap per geplaatst aandeel stijgt (1)
- door het terugkopen zijn er minder geplaatste aandelen (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Bedrijfseconomie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-0400-a-21-3-o
Andere examens bedrijfseconomie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over kostprijs en break-even (10), personeel en organisatie (5) en investeren (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-0400-a-21-3-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen bedrijfseconomie vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.